LEZING OVER BORIS VIAN Henk Scholte Nouvelle Formule

Commentaren

Transcriptie

LEZING OVER BORIS VIAN Henk Scholte Nouvelle Formule
LEZING OVER BORIS VIAN
door
Henk Scholte
m.m.v.
Nouvelle Formule
CHANSONS
Uitgave ter gelegenheid van de lezing in de Bornse
Synagoge februari 2012
FAIS-MOI MAL, JOHNNY
Tekst : Boris Vian, 1956. Muziek : Alain Goraguer
Il s’est levé à mon approche
debout il était bien plus p’tit
Je me suis dit c’est dans la poche
ce mignon-là, c’est pour mon lit
Il m’arrivait jusqu’à l’épaule
mais il était râblé comme tout
Il m’a suivie jusqu’à ma piaule
et j’ai crié : vas-y mon loup.
Fais-moi mal, Johnny, Johnny, Johnny
envoie-moi au ciel…zoum !
Fais-moi mal, Johnny, Johnny, Johnny
moi j’aim’ l’amour qui fait boum !
{Il va lui faire mal….!}
Il n’avait plus que ses chaussettes
des bell’jaunes avec des raies bleues
Il m’a regardée d’un œil bête
il comprenait rien, l’malheureux
Et il m’a dit l’air désolé
je n’ferais pas d’mal à une mouche
Il m’énervait ! Je l’ai giflé
et j’ai grincé d’un air farouche
Fais-moi mal, Johnny, Johnny, Johnny
je n’suis pas une mouche… zoum !
Fais-moi mal, Johnny, Johnny, Johnny
moi j’aim’ l’amour qui fait boum !
{Vas-y, fais lui mal….!}
Voyant qu’il ne s’excitait guère
je l’ai insulté sauvagement
J’y ai donné tous les noms d’la terre
en encor’ d’aut’s bien moins courants
Ça l’a réveillé aussi sec
et il m’a dit arrête ton charre
Tu m’prends vraiment pour un pauvre mec
j’vais t’en r’filer d’la série noire
Tu m’fais mal Johnny, Johnny, Johnny
pas avec les pieds… zing !
Tu m’fais mal Johnny, Johnny, Johnny
j’aim’ pas l’amour qui fait bing !
{Il lui a fait mal…..}
Il a remis sa petite chemise
son p’tit complet, ses p’tits souliers
Il est descendu l’escalier
en m’laissant une épaule démise
Pour des voyous de cette espèce
c’est bien la peine de faire des frais
Maintenant j’ai des bleus plein les fesses
et plus jamais je ne dirai :
Fais-moi mal Johnny, Johnny, Johnny
envoie-moi au ciel.… zoum !
Fais-moi mal, Johnny, Johnny, Johnny
moi j’aime l’amour qui fait boum !
Oh ! Johnny….
Oh ! la vache….
Ah.…! j’en ai marre, alors….
DOE ME PIJN, JOHNNY.
Boris Vian
Hij stond op, toen ik op hem afkwam. Toen hij stond, bleek hij kleiner te zijn dan ik. Ik
zei bij mezelf: ‘Da’s voor de bakker. Dat schatje is voor mijn bed.’ Hij kwam tot aan m’n
schouder, maar hij had ‘n geweldige kont. Hij volgde mij naar m’n huis en ik riep: ‘Toe
maar, wolfje!’
Doe me pijn, Johnny. Stuur me naar de zevende hemel…. zoum ! Doe me pijn, Johnny, ik
houd van sex die ‘boem’ doet !
{Hij gaat haar pijn doen…!}
Hij had alleen z’n sokken nog aan, mooie gele met blauwe strepen. Hij keek me ’n beetje
stom aan. Hij snapte er niks van, die druiloor. En hij zei: ‘Ik zou nog geen vlieg kwaad
kunnen doen’. Ik werd tureluurs van ‘m. Ik sloeg hem en ik knarsetandde woest:
Doe me pijn, Johnny. Ik ben geen vlieg…. zoum ! Doe me pijn, Johnny, ik houd van sex
die ‘boem’ doet !
{Toe maar, doe haar pijn….!}
Toen ik zag dat hij helemaal niet opgewonden raakte, heb ik hem vreselijk beledigd. Ik
heb ‘m alle namen van de wereld gegeven en nog wat andere minder gangbare termen.
Daar werd hij onmiddellijk wakker van en hij zei: ‘Hou op met je flauwekul. Houd je me
nou werkelijk voor een sneue herder? Ik zal je er eens een paar uit de ‘Série Noire’ laten
voelen.
Je doet me pijn, Johnny. Niet met je voeten ! Je doet me pijn, Johnny, ik houd niet van
sex die ‘bing’ doet !
{Hij heeft haar pijn gedaan….!}
Hij heeft z’n hemdje weer aangetrokken, z’n costuumpje, z’n schoentjes. En hij ging
de trap af en liet mij met een ontwrichte schouder achter. ’t Loont nogal de moeite om
onkosten te maken voor dat soort schoften. Nu heb ik allemaal blauwe plekken op m’n
billen en ik zal nooit meer zeggen: ‘Doe me pijn, Johnny. Stuur me naar de zevende
hemel….’
Oh ! Johnny…. Oh ! De schoft…. Ah….! Ik heb de pest in…!
LE TEMPS PASSE
Tekst: Boris Vian, tussen 1952 en 1954. Muziek: Boris Vian en Claude Laurence
Le temps passe et il y met le temps
Les oiseaux s’envolent sur l’étang
Le ciel bas rayé de pluie et d’ombre
Pèse sur les champs sombres
Où rôde aussi le vent
Je suis seul depuis déjà longtemps
Je suis seul je suis triste et j’attends
Vers l’oubli glissent des jours sans nombre
Le temps passe et il y met le temps
Pourtant j’étais jeune
Et je valsais au bal de la princesse
Les hommes, les femmes et les rires frais
Tournaient tournaient autour de mon cœur
Mais mon cœur est mort en plein printemps
Il est là tout au fond de l’étang
Dans le feu glissent des reflets d’ombre
Le temps passe et il y met le temps
DE TIJD VERGLIJDT
Boris Vian
De tijd gaat voorbij en neemt er de tijd voor. Vogels vliegen op boven het meer. De lage
lucht met strepen van regen en schaduw drukt zwaar op de donkere velden waar ook de
wind waart.
Ik ben al lang alleen. Ik ben alleen en bedroefd en ik wacht. Talloze dagen glijden weg in
vergetelheid. De tijd gaat voorbij en neemt er de tijd voor.
Toch was ik ooit jong en ik danste op het bal van de prinses. Mannen, vrouwen met hun
heldere lach draaiden rond om mijn hart.
Maar mijn hart is gestorven midden in de lente. Het ligt daar, diep in het meer. In het
vuur dansen nog wat schaduwen. De tijd gaat voorbij en neemt er de tijd voor.
LES JOYEUX BOUCHERS
Tekst : Boris Vian, 1954. Muziek : Jimmy Walter
C’est le tango des bouchers de la Villette
C’est le tango des tueurs des abattoirs
Venez cueillir la fraise et l’amourette
Et boire du sang avant qu’il soit tout noir
Faut
Faut
Faut
Faut
Faut
qu’ça saigne
qu’les gens ayent à bouffer
qu’les gros puissent se goinfrer
qu’les p’tits puissent engraisser
qu’ça saigne
Faut qu’les mandataires aux halles
Puissent s’en fourrer plein la dalle
Du filet à huit cents balles
Faut qu’ça saigne
Faut qu’les peaux se fassent tanner
Faut qu’les pieds se fassent paner
Que les têtes aillent mariner
Faut qu’ça saigne
Faut avaler d’la barbaque
Pour êt’e bien gras quand on claque
Et nourrir des vers comaques
Faut qu’ça saigne, bien fort !
C’est le tango des joyeux militaires
Des gais vainqueurs de partout et d’ailleurs
C’est le tango des fameux va-t-en guerre
C’est le tango de tous les fossoyeurs
Faut qu’ça saigne
Appuie sur la baïonnette
Faut qu’ça rentre ou bien qu’ça pète
Sinon t’auras une grosse tête
Faut qu’ça saigne
Démolis-en quelques-uns
Tant pis si c’est des cousins
Fais-leur sortir le raisin
Faut qu’ça saigne
Si c’est pas toi qui les crèves
Les copains prendront la r’lève
Et tu joueras La Vie Brève
Faut qu’ça saigne
Demain ça sera ton tour
Demain ça sera ton jour
Pus d’bonhomme et pus d’amour
Tiens ! Voilà du boudin ! Voilà du boudin !
Voilà du boudin !
DE VROLIJKE SLAGERS
Boris Vian
Dit is de tango van de slagers van La Villette, de tango van de slachters in het abattoir.
Geniet nog wat van aardbeien en van avontuurtjes en kom bloed drinken voordat het
helemaal zwart is. Er moet bloed vloeien…
De mensen moeten te eten hebben. De dikken moeten schranzen. De kleintjes moeten
vet worden. De handelaren van de hallen moeten zich vol kunnen stoppen met filet van
800 frank.
De huiden moeten gelooid worden, de poten gepaneerd en de koppen gemarineerd…..
Je moet vlees verslinden, om lekker vet te zijn als je dood gaat en de wormen gaat
voeden….
Dit is de tango van de vrolijke militairen, van de blije overwinnaars van overal en elders.
Dit is de tango van de geweldige mensen die ten strijde trekken, de tango van alle
doodgravers….
Steek met de bajonet, die moet er in of die moet barsten, anders krijg je een dikke
kop…..
Maak er een paar dood, jammer als het je neef is. Schiet ze dood….
Als jíj ze niet ombrengt, nemen je makkers het over en heb je nog maar kort te
leven……..
Morgen is het jouw beurt. Morgen is het jouw dag. Geen mensen meer en geen liefde
meer.
Kijk ! Bloedworst !
LE DÉSERTEUR
Tekst : Boris Vian, 1954. Muziek : Boris Vian & Harold Berg
Monsieur le Président
Je vous fais une lettre
Que vous lirez peut-être
Si vous avez le temps
Je viens de recevoir
Mes papiers militaires
Pour partir à la guerre
Avant mercredi soir
Monsieur le Président
Je ne veux pas la faire
Je ne suis pas sur terre
Pour tuer des pauvres gens
C’est pas pour vous fâcher
Il faut que je vous dise
Ma décision est prise
Je m’en vais déserter
Depuis que je suis né
J’ai vu mourir mon père
J’ai vu partir mes frères
Et pleurer mes enfants
Ma mère a tant souffert
Qu’elle est dedans sa tombe
Et se moque des bombes
et se moque des vers
Quand j’étais prisonnier
On m’a volé ma femme
On m’a volé mon âme
Et tout mon cher passé
Demain de bon matin
Je fermerai ma porte
Au nez des années mortes
J’irai sur les chemins
Je mendierai ma vie
Sur les routes de France
De Bretagne en Provence
Et je dirai aux gens
Refusez d’obéir
Refusez de la faire
N’allez pas à la guerre
Refusez de partir
S’il faut donner son sang
Allez donner le vôtre
Vous êtes bon apôtre
Monsieur le Président
Si vous me poursuivez
Prévenez vos gendarmes
Que je n’aurai pas d’armes
Et qu’ils pourront tirer
Variant :
Que je porte des armes
Et que je sais tirer
Gezongen door : Vian, Mouloudji, Reggiani, Richard Anthony, Henk Scholte en vele vele
anderen….
DE DESERTEUR
Boris Vian. Vertaling: Ernst van Altena
Mijnheer de President
‘k schrijf u een brief bij deze,
die u wellicht zult lezen
hoewel u mij niet kent.
Vanmorgen kwam de post
mij met uw oproep wekken
om naar het front te trekken,
als vechter uitgedost.
Mijnheer, al bent u groot,
u moet het mij vergeven
maar ik schiet in dit leven
geen arme and’ren dood.
Al stelt het u teleur,
‘k heb mijn besluit genomen
niet naar het front te komen:
ik word een deserteur.
Mijn vader stierf als held,
mijn broers zijn eens vertrokken
in fraaie wapenrokken:
ze sneuvelden in ’t veld.
Mijn moeder huilde lang,
nu ligt ze onder zoden,
daar kan geen bom haar doden,
daar is ze niet meer bang.
Toen ‘k krijgsgevangen zat
heeft men mijn vrouw gestolen,
mijn hart, mijn trouw gestolen
en al wat ik bezat.
Nu sluit ik morgenvroeg
de deur naar het verleden
‘k ga zwerven door het heden,
want zo is het genoeg.
Ik trek van noord naar zuid,
ik trek door zon en regen,
ik loop de mensen tegen
en draag mijn boodschap uit:
negeer het kil bevel
en weiger om te strijden
en weiger om te lijden,
blijf uit die oorlogshel !
Mijnheer de President,
waarom óns bloed te vragen ?
Ga zélf uw leven wagen
als u zo moedig bent !
Nee, ik draag geen geweer:
geef opdracht aan uw heren
mij niet te arresteren…
knal mij gewoon maar neer.
LA JAVA DES BOMBES ATOMIQUES
Tekst : Boris Vian, 1955. Muziek : Alain Goraguer
Mon oncl’ un fameux bricoleur
faisait en amateur
des bombes atomiques
Sans avoir jamais rien appris
c’était un vrai génie
question travaux pratiques
Il s’enfermait tout’ la journée
au fond d’son atelier
pour fair’ ses expériences
Et le soir il rentrait chez nous
et nous mettait en tranc’
en nous racontant tout.
Pour fabriquer une bombe ‘A’
mes enfants croyez – moi
c’est vraiment de la tarte
La question du détonateur
S’résout en un quart d’heur’
c’est de cell’s qu’on écarte
En c’qui concerne la bombe ‘H’
c’est pas beaucoup plus vach’
mais un’ chos’ me tourmente
C’est qu’cell’ de ma fabrication
n’ont qu’un rayon d’action
de trois mètres cinquante
Y’a quéqu’ chos’ qui cloch’ là-d’dans
J’y retourn’ immédiat’ment.
Il a bossé pendant des jours
tâchant avec amour
d’améliorer l’modèle
Quand il déjeunait avec nous
il dévorait d’un coup
sa soup’ au vermicelle
On voyait à son air féroce
qu’il tombait sur un os
mais on n’osait rien dire
Et pis un soir pendant l’repas
vlà tonton qui soupir’
et qui s’écrie comm’ ça :
A mesure que je deviens vieux
je m’en aperçois mieux
j’ai le cerveau qui flanche
Soyons sérieux disons le mot
c’est même plus un cerveau
c’est comm’ de la sauce blanche
Voilà des mois et des années
que j’essaye d’augmenter
la portée de ma bombe
Et je n’me suis pas rendu compt’
que la seul’chos’ qui compt’
c’est l’endroit où c’ qu’ell’ tombe
Y’a quéqu’ chos’ qui cloch’ là-d’dans
j’y retourn’ immédiat’ment.
Sachant proche le résultat
tous les grands Chefs d’ État
lui ont rendu visite
Il les reçut et s’excusa
de ce que sa cagna
était aussi petite
Mais sitôt qu’ils sont tous entrés
il les a enfermés
en disant soyez sages
Et quand la bombe a explosé
de tous ces personnages
il n’est plus rien resté
Tonton devant ce résultat
ne se dégonfla pas
et joua les andouilles
Au tribunal on l’a traîné
et devant les jurés
le voilà qui bafouille
Messieurs c’est un hasard affreux
mais je jur’ devant Dieu
en mon âme et conscience
qu’en détruisant tous ces tordus
je suis bien convaincu
d’avoir servi la France
On était dans l’embarras
alors on l’condamna
et puis on l’amnistia
Et l’pays reconnaissant
l’élut immédiat’ment
chef du gouvernement.
DE AMATEUR-ATOOMBOM
Boris Vian. Vertaling : Ernst van Altena
Al heeft mijn oom nooit gestudeerd
en is hij niet geleerd,
denk niet wat is die oom stom !
Want met zijn knutsel-intellect
heeft hij iets nieuws ontdekt:
de amateur-atoombom !
Hij sloot zich in de keuken op
en brak zich daar de kop
met proeven op het gas…
En zat hij ’s avonds aan ’t diner
dan deelde hij ons mee
hoe ’t afgelopen was…!
Een A-bom knutselen is echt
- hoor goed wat oompje zegt een doodgewoon karweitje,
je neemt eenvoudig zo’n atoom
van kobalt of van chroom
en als je ’t vast hebt splijt je !
M’n H-bom is ook goed gelukt,
het is een fraai produkt,
maar één ding kan nog beter:
mijn bommen hebben allemaal
nog maar een actiestraat
van drie-en-een-halve meter !
Ergens klopte daar iets niet,
luister naar de rest van ’t lied…
Hij zwoegde vele maanden voort
en trachtte onverstoord
’t model te vervolmaken…
en zat hij met ons aan ’t ontbijt,
dan zat hij al die tijd
met stijfgesloten kaken.
We zagen dat hij ’t moeilijk had
aan ’t broeiend lichtje dat
er in zijn ogen glom…
Maar op een avond aan ’t diner
riep hij opeens: olé,
hoe kom ik toch zo stom !
Oh kindren, jullie oom wordt oud,
al is hij nog niet koud,
zijn hersens zijn aan ’t slijten:
ja heus, m’n hersens zijn van kaas
want ik zat als een dwaas
te splijten… splijten… splijten !
Met ’t enige waar ik aan dacht:
’t verhogen van de kracht,
heb ik mijn tijd versleten.
Want alles wat hier werk’lijk telt
is… wáár ik het geweld
van deze bom ontketen !
Ergens klopte daar iets niet,
luister naar de rest van ’t lied…
De hoge omes van de staat,
benieuwd naar ’t resultaat
van ooms atoombomproeven,
kwamen een middag bij ons aan…
Toen oom ze zo zag staan,
sprak hij: ’t zal u bedroeven,
want ach… m’n bom is zo’n klein ding,
de kracht is maar gering,
‘k bewijs het u gelijk…
En daarna klonk er al met al
niet eens zó’n harde knal…
maar allen waren lijk.
Dit meer dan mooie resultaat
sloeg oom niet uit de maat,
hij bleef gewoon eenvoudig…
En toen hij voor de rechtbank stond
zei hij met stamelmond:
het spijt me duizendvoudig,
de hoge heren zijn kapot
maar ik zweer hier voor God
dat – toen ik ze van kant deedik heus niet dacht aan mijn vermaak
maar dat ‘k die schone taak
voor ’t welzijn van mijn land deed !
Toen was men vol sympathie
hij kreeg een jaar of drie
en daarna amnestie…
’t Hele volk riep: wat een vent
en koos hem zeer content
tot minister-president !
MON ONCLE CÉLESTIN
Tekst: Boris Vian, 1955. Muziek: Claude Bolling
Mon oncle Célestin
vendait des tromp’s d’auto
juste en face du boulanger voisin
Moi, le dimanche matin
je me levais très tôt
pour aller jouer au magasin
Là j’appuyais
Poin ! Poin !
sur tout’s les poires
Poin ! Poin !
Et ça faisait un peu d’raffut
j’vous prie d’me croire.
Poin ! Poin ! Poin ! Poin !
J’faisais marcher
Drinn Drinn
tous les grelots
Drinn Drinn
et tous les timbr’ et les klaxons, que c’était beau !
{Pandémonium varié en manière de petit ballet}
L’jeudi après-midi
comme on avait congé
j’allais voir le maréchal forger
Avec tous les amis
on écoutait l’marteau
qui tapait sur les sabots des ch’vaux
L’soufflet sifflait
Pchhh Pchhh
l’marteau cognait
Bing Bing
le feu ronflait, nous on riait
l’patron jurait
M… de M… !
l’cheval braillait
Hououynn Hououynn
l’commis chantait
‘Santa Lucia….’
et tous ensemble, on s’y mettait, c’était parfait !
{Second pandémonium, différent, et réglé, cette fois, par Serge Lifar lui-même}
Et tous les sam’dis soirs
on allait à la foire
qui s’tenait sur la plac’ du village
Et moi c’que j’préférais
c’est l’tir au pistolet
j’étais sage, alors papa m’l’offrait.
Tir au pigeons
Pan ! Pan !
sur un carton
Clac ! Ouille !
Petit’s autos, grand serpent d’mer
et mirlitons
Tu tu pan pan
L’train des rev’nants
Hou ! Hou !
la femm’ Satan
Ça t’enquiquine
et les manèg’s qui tournent tournent tournent tant
{Troisième pandémonium du genre rotatif, mais plutôt dans le style Charleston au
limonaire que dans le style Grands flots bleus de Barbarie}
Mais c’que j’préfère encore
c’est Suzon que j’adore.
A la nuit, j’m’en vas d’vant ses volets.
J’y lance un ch’tit caillou
All’ me joint d’vant cheu nous
et on file se cacher dans les blés
Là je l’embrasse
Mmmmm c’que c’est bon
et elle m’enlace
Ouye ! pas si fort !
Je la délace je la concasse
je la fricasse.
Oh ! fais pas ça !
Viens ma bécasse,
Enlève ta main !
ôte ta limace
Ah ! grand sournois !
{bruit de gifle}
J’suis ton Léon t’es ma Suzon c’est ça qu’est bon.
Ah ben c’est très très bon, tiens !
{Dernier pandémonium, plein de sève gauloise, de marche nuptiale et de ‘Si tu n’en veux
pas…}
OOM CÉLESTIN
Boris Vian
Oom Célestin verkocht autotoeters, naast de bakker. Ik stond op zondagmorgen heel
vroeg op om in z’n winkel te spelen. Daar drukte ik op alle toeters. En dat maakte ’n
beetje herrie, geloof me maar. Ik liet alle bellen rinkelen en alle claxons toeteren. Wat
was dat mooi.
{en dan volgt een boel lawaai, met een beetje ‘ballet’}
Op donderdagmiddag, als we vrij hadden van school, ging ik naar de smid. Met alle
vriendjes luisterden we naar de hamer die op de hoefijzers timmerde. De blaasbalg siste,
de hamer sloeg, het vuur snorde, wij lachten, de baas vloekte, het paard hinnikte, de
knecht zong en we hadden lol met z’n allen. Geweldig !
{tweede pandemonium, deze keer geregisseerd door Serge Lifar in eigen persoon}
Het derde couplet zingen we niet. Dat gaat over in het derde pandemonium in
Charleston-stijl.
Maar wat ik het fijnste vind, dat is Suzon van wie ik houd. ’s Nachts gooi ik een steentje
tegen haar luiken. Ze komt en we verbergen ons in het korenveld. Daar kus ik haar en zij
omarmt mij. Ik knoop haar kleren los, ik knijp haar fijn, ik stoof haar in een sausje, kom
m’n gansje, doe je hemdje uit. Ik ben jouw Léon, jij bent mijn Suzon, oh wat heerlijk !
{en ondertussen verzet Suzon zich natuurlijk ’n beetje… Hou op, engerd, haal die hand
weg ! maar geeft zich toch over… En dan volgt het laatste pandemonium, met een
bruiloftsmars en ander gedoe}
JE N’AIME QUE MOI
Tekst: Boris Vian, 1957. Muziek : Yves Gilbert
On me reproche de n’aimer personne
On me dit que c’est moche et que j’ai pas de cœur
Tout l’monde m’engueule, on me fout des claques
Moi ça m’est bien égal, ils ne me font pas peur
Je m’aime, je n’me sens jamais seule
Je m’aime, je me tiens compagnie
Ma glace, quand un autre regarde, grimace,
mais moi ell’ me sourit.
Je ne sais pas pourquoi l’on dit
Qu’avec soi-même l’on s’ennuie
J’m’ennuie jamais, j’me mets au lit, c’est la bonne vie.
Je m’aime, j’ai pas besoin de vous
Je m’aime et ça fait pas d’jaloux
Un homme un jour viendra dans ma vie
A cause de mon corps il voudra me garder
Je les connais, je leur fais envie
Mais ça m’est bien égal et je peux m’en passer
Je m’aime, pas la pein’ de m’attendre
Quand même, je ne vous suivrai pas
Je m’aime, avec moi je suis tendre
Je m’aime, mais je n’aime que moi.
Peut-être qu’un soir de cafard
Si je rencontr’ un beau garçon,
Je lui dirai sans discussion
Viens donc me voir
Je t’aime, ne t’y fie pas surtout
Je t’aime, mais je m’aime avant tout.
IK HOU ALLEEN MAAR VAN MEZELF
Boris Vian
Ze verwijten me dat ik van niemand hou. Ze zeggen dat dat vervelend is en dat ik geen
hart heb. Iedereen kaffert me uit. Ze slaan me. Dat kan me niks schelen, ze maken me
niet bang.
Ik hou van mezelf. Ik voel me nooit alleen, Ik hou van mezelf. Ik houd mezelf gezelschap.
Als een ander in mijn spiegel kijkt, dan grijnst ie. Maar naar mij glimlacht ie.
Ik snap niet waarom men zegt dat je je verveelt met jezelf. Ik verveel me nooit. Ik ga
op bed liggen. Dat is pas het goede leven ! Ik hou van mezelf. Ik heb jullie niet nodig. Ik
hou van mezelf en dat maakt geen jaloerse mensen.
Ooit zal er ’n man in mijn leven komen. En vanwege mijn lichaam zal hij me willen
houden. Ik ken ze, die mannen, ik roep hun lust op. Maar dat interesseert me niks en ik
kan wel zónder.
Ik hou van mezelf. Je hoeft niet op me te wachten. Want ik zal je toch niet volgen. Voor
mezelf ben ik lief. Ik hou van mezelf, alleen van mezelf. Misschien zal ik, als ik op een
avond de p in heb en een mooie jongen ontmoet, tegen hem zeggen: Kom ‘ns langs. Ik
hou van je, maar vertrouw daar maar niet teveel op. Ik hou van je, maar ik hou vóór
alles van mezelf.!
SANS LUI
Tekst: Boris Vian, 1954. Muziek: Jimmy Walter
Comme une ombre sur la terre
Tourne tourne la misère
Le monde flambe, mais tu es là
Toute ma vie, toute ma joie
A quoi bon parler de la mort, je sais
Comment cela serait sans lui
Tout est gris, tout cesse d’exister sans lui
A quoi bon parler de mon cœur, je sais
Que je n’en voudrais plus sans lui
Ses yeux clairs me servent d’univers
Beau soleil, éclaire ma chambre
Belles fleurs, restez chez moi
Tout à l’heure il reviendra
Alors la guerre s’arrêtera
Tout recommencera.
Comme un oiseau sans l’air du ciel, je sais
Que je ne vivrais pas sans lui
Plus jamais le vent ne chanterait sans lui
Il m’apportera le bonheur, je sais
Que le monde mourrait sans lui
Mon amant, reste avec moi longtemps
Bien longtemps, tout le temps
ZONDER HEM
Boris Vian
Ellende draait rond, als een schaduw over de aarde. De wereld staat in brand, maar jij
bent daar, m’n leven, m’n vreugde….
Waarom praten over de dood ? Ik weet hoe dat zonder hem zou zijn. Alles is grijs, zonder
hem houdt alles op te bestaan.
Waarom praten over m’n hart ? Ik weet dat ik dat niet meer zou willen hebben, zonder
hem. Zijn heldere ogen zijn voor mij het universum.
Mooie zon, verlicht mijn kamer; mooie bloemen, blijf bij me. Straks komt hij terug. Dan
stopt de oorlog en begint alles opnieuw.
Ik weet dat ik, als een vogel zonder de lucht van de hemel, zonder hem niet zou kunnen
leven. Zonder hem zou de wind nooit meer zingen. Hij zal me geluk brengen. Ik weet dat
de wereld zonder hem dood zou gaan. Lieveling blijf lang bij me, héél lang, altijd.
LA VIE C’EST COMME UNE DENT
Tekst : Boris Vian. Muziek : Jean - Jacques Robert
La vie c’est comme une dent
D’abord on n’y a pas pensé
On s’est contenté de mâcher
Et puis ça se gâte soudain
Ça vous fait mal et on y tient
Et on la soigne et les soucis
Et pour qu’on soit vraiment guéri
Il faut vous l’arracher, la vie !
HET LEVEN IS NET ’N KIES
Boris Vian
Het leven is net ’n kies. Eerst denk je er niet aan. Je bent tevreden dat je ermee kunt
kauwen. En dan is ie plotseling ontstoken. Dat doet pijn, je hecht aan die kies en je
verzorgt ‘m. Maar wil je écht genezen zijn, dan moet je het uitrukken…. het leven !
AH ! SI J’AVAIS UN FRANC CINQUANTE
Franse tekst : Boris Vian, 1947. Muziek : John Schonberger
Oorspronkelijke tekst Whispering: Malvin Schonberger
Whispering is een jazz-klassieker die iedere band op het repertoire moet hebben.
Ah, si j’avais un franc cinquante
J’aurais bientôt deux francs cinquante
Ah, si j’avais deux francs cinquante
J’aurais bientôt trois francs cinquante
Ah, si j’avais trois francs cinquante
J’aurais bientôt quatre francs cinquante
Ah, si j’avais quatre francs cinquante
Ça m’ferait bientôt cent sous !
En, als toegift, de Twentse, Duitse en Nederlandse versie, op tekst van respectievelijk:
Herman Baake, Karl Grabmaier en Henk Scholte.
‘k Wòl toch zo geern één geulden vieftig
dan spoarn ik gauw deur veur twee vieftig
en had ik dan ’n keer twee vieftig
dan kwam ik ok wal an dree geulden vieftig.
Wat mu’k dan met dree geulden vieftig?
Rap deurgoan noar veer geulden vieftig,
En he’k dan douzend biej meka zeukt,
Stop ik ’t in ne oale sök !
Ach, hätt’ich nur eine Mark fünfzig
Dann gäbe das bald zwei Mark fünfzig
Und hätt’ich dann die zwei Mark fünfzig
Gäbe dies schnell drei-hei Mark u-hund fünfzig
Hätt’ich dann auch schon die drei fünfzig
Gäbe das bald vier, sechs, neun fünfzig
Und wenn ich endlicht richtig reich wär’
Wär’ die Mark kaum nichts mehr wert !
Ach, had ik maar één gulden vijftig,
Dan had ik binnenkort twéé vijftig
Oh, had ik nou maar ’n rijksdaalder,
Dan zou ik ook de drie-vijftig wel halen
Van die drie-vijftig maak ik vlijtig
Vier-, vijf-, zes-, zeven- en acht-vijftig.
Wat ga ik dáárna met die poen doen?
Snel op weg naar een miljoen !

Vergelijkbare documenten