ResearchBase - Accent Grave

Commentaren

Transcriptie

ResearchBase - Accent Grave
ResearchBase
03
jaargang 3
maart 2006
Dé onderzoekdatabase van Tijdschrift voor Marketing
­
3
•Keuze voor een verkoopkanaal
•De stand van digitaal Nederland
4
•Trends onder automobilisten
6
•Internationale markt voor digitale muziek
7
•De foodsector in Slovenië
•Kiezen voor koopavond of
koopzondag
8
•Kinderen en verpakkingen
•Zicht op trends
10
•Televisiereclame financieel
bekeken
•Ouders en mediaopvoeding
11
•Trends in marketing dit jaar
12
•Het succes van een huisstijl
13
•Toekomst van media en
entertainment
•Online adverteren
14
•Inkoopgedrag van de mkb’er
15
•Grenzen aan variëteit in assortimenten
Meer dan 1.800 onderzoeken op www.marketing-online.nl/researchbase
Het economisch
belang van reclame
titel Het economisch belang van reclame
auteur Centrum voor Merk en Communicatie
uitgave rapport (88 pagina’s)
datum januari 2006
prijs 53 euro
bestelcode 192247
In Nederland wordt op jaarbasis 11 miljard euro
aan reclame en sponsoring uitgegeven. Dit is
veel meer dan tot op heden vaak werd aan­
genomen. Bovendien zijn reclamebureaus met
30.000 werknemers, na architecten, de groot­
ste bloedgroep binnen de voor de toekomst
van de Nederlandse economie zo belangrijke
creatieve zakelijke dienstverlening.
De reclamebranche zorgde in 2004 voor 0,61 ­
procent van de totale werkgelegenheid. Bovendien groeide tussen 1996 en 2004 de werkgelegenheid in deze sector tweemaal zo hard als in de rest
van de Nederlandse economie (35 procent tegen
17 procent).
Het seo-rapport Het economisch belang van
reclame, geïnitieerd door Centrum voor Merk ­
en Communicatie (cmc), geeft inzicht in de economische betekenis van de (Nederlandse) reclamebranche als onderdeel van de creatieve zakelijke dienstverlening. Het gaat in op zaken als
(indirecte) werkgelegenheid, niet-technologische
innovatie en de uitstralingseffecten van de reclamebranche.
Totale uitgaven
Tegenwoordig is reclame niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Op radio, televisie,
bussen en trams, maar ook in de brievenbus en
op internet kom je reclame-uitingen tegen. Het
zal geen verbazing wekken dat er veel geld in de
reclame-industrie omgaat.
Van de totale uitgaven aan reclame en sponsoring
van 11 miljard euro wordt 5,5 miljard euro besteed
aan ‘profilering’ en 5,5 miljard euro aan productiekosten. De profileringsuitgaven (340 euro ­
per hoofd van de bevolking) omvatten 4 miljard
euro aan mediabestedingen, 800 miljoen euro
aan sponsoring en product placement en 700
miljoen euro aan direct marketing. De media­
bestedingen zijn als volgt onderverdeeld: printmedia 55 procent, televisie en radio 25 procent,
beurzen 8,2 procent, buitenreclame 3,5 procent
en overig 8,3 procent.
Reclame internationaal
De Nederlandse mediabestedingen zijn een ­
fractie van het bedrag dat wereldwijd aan ­
‘reclame’ wordt uitgegeven. De 4 miljard euro ­
die Nederland jaarlijks uitgeeft is bijna 1,5 procent van het totale reclamebudget ter wereld. ­
De Verenigde Staten spenderen meer dan 40 ­
procent van het wereldbudget, Europa 26 pro­cent en Azië 20 procent.
De meeste landen besteden tussen de 200 en ­
300 euro bruto per inwoner aan reclame. ­
In Noorwegen ligt dat flink hoger met bijna ­
450 euro bruto per inwoner in 2004. Nergens ­
in Europa wordt echter zoveel uitgegeven als in
Amerika, daar liggen de netto mediabestedingen
rond de 420 euro per inwoner.
Rol bedrijfsleven
De publieke omroep is voor 25 tot 30 procent afhankelijk van reclame. Dagbladen en tijdschriften
zijn voor 50 tot 60 procent afhankelijk van reclame en commerciële omroepen zelfs voor 90
tot 100 procent. Gratis te ontvangen commerciële
radio en televisie zouden dus ondenkbaar zijn
zonder reclame. Door Sterreclame te accepteren
op de publieke omroep besparen we per huishouden jaarlijks ongeveer 32 euro aan belastinggeld.
Ook festivals, evenementen en concerten Y
Jaarlijkse Nederlandse uitgaven aan reclame
en sponsoring (in euro’s)
Productiekosten
Profilering
Mediabestedingen
Printmedia
Televisie en radio
Beurzen
Buitenreclame
Overig
Sponsoring en product placement
Direct marketing
5,5 miljard
5,5 miljard
4 miljard
55 procent
25 procent
8,2 procent
3,5 procent
8,3 procent
800 miljoen
700 miljoen
Y zijn steeds meer afhankelijk van sponsoring en ­
reclame.
Vanwege de terugtredende overheid kunnen de
meeste culturele voorstellingen, tentoonstellingen
en sportevenementen niet langer bestaan zonder
de financiële sponsoring vanuit het bedrijfsleven.
Belangrijke positie Amsterdam
In Nederland is de reclamebranche meer dan ­
gemiddeld vertegenwoordigd in de regio Amsterdam, het Gooi en Noord-Holland. In absolute zin
voert Amsterdam de Top 10 van gemeenten aan
met ruim 4.500 banen in de creatieve kern van ­
de reclamebranche, gevolgd door Rotterdam, ­
Amstelveen, Utrecht en Eindhoven. Van de grote
steden is met name Utrecht in opkomst als vestigingsplaats voor de reclamebranche. De groei in
Rotterdam is vergelijkbaar met die in Amsterdam.
Het relatieve belang van de reclamebranche in
Den Haag neemt juist af.
In Amerika liggen de
netto mediabestedingen op
420 euro per inwoner
Het gevarieerde culturele aanbod en de esthetische binnenstad dragen er in belangrijke mate ­
aan bij dat zowel binnen Nederland, als ook internationaal, Amsterdam een heel interessante vestigingsplaats is voor de reclamebranche.
ResearchBase 03 maart 2006
23 maart 2006
Citymarketing
28 maart 2006
Klanten kennen, klanten bedienen
Amsterdam Arena, Amsterdam Geen week gaat
voorbij of kranten schrijven over hoe landen,
regio’s, steden of locaties starten met campagnes om investeringen, creatieven, evenementen
of bezoekers aan te trekken en te behouden.
Citymarketing in Nederland is in ontwikkeling. Veel steden, regio’s en locaties zetten hun
marketingbeleid breed neer, anderen moeten
nog kiezen voor een duidelijke positionering.
Citymarketing gaat daarbij niet alleen over de
stad. Marketingbeleid wordt steeds meer afgestemd met locaties in de stad en omliggende
gemeenten om gezamenlijk een sterke positie
te creëren.
Scheepswerf De Delft, Delfshaven Databases,
crm-projecten en loyaliteitssystemen leveren
vaak niet de resultaten op die men ervan verwacht. Te vaak blijken klanten ontevreden over
de wijze waarop zij bediend worden. Op de
icsb-masterclass over het aangaan, uitbouwen
en onderhouden van klantrelaties worden
instrumenten aangereikt om hiertegen iets te
ondernemen. In twee workshoprondes wordt
onder meer ingegaan op de mogelijkheid om
bij te dragen aan het succes van de klant, op de
gevolgen van een klantgerichte houding voor
de organisatie en op Event Driven Marketing.
Meer informatie: www.focusconferences.nl
30 maart 2006
Narrowcasting & Instore Media 2006
Figi, Zeist Dit gratis congres gaat in op de implementatie van narrowcasting om marketingdoelstellingen als het vergroten en verbeteren van
naamsbekendheid, shopping experience, omzet
en informatievoorziening te bereiken.
95 Procent van de reclame richt zich op consumenten buiten de winkel terwijl 75 procent van
de koopbeslissingen ‘in-store’ genomen worden.
Narrowcasting kan voor een belangrijke verschuiving in het reclamebudget zorgen omdat
informatie immers gericht wordt op een bepaald
publiek, op een geselecteerde locatie (binnen de
winkel, op het station) en tijdstip middels digitale schermen. Veelal op afstand aangestuurd
met relevante visuele content.
Meer informatie: www.marketingaandemaas.nl
6 april 2006
‘ip-tv: ‘Blijf bij ons..!’
Mediaplaza, Utrecht Digitale televisie is in
ontwikkeling en aan een opmars bezig.
Binnenkort zal televisie via een breedband­
verbinding – live of streaming – de normaalste
zaak van de wereld zijn. De gevolgen voor het
nu al roerige medialandschap zullen groot zijn.
Deze ontwikkelingen hebben een flinke impact
op de marketingwereld. De aandachtsmarkt van
het adverteren verandert en marketeers zullen
hierop in moeten spelen. Tijdens dit seminar
‘ip-tv: Blijf bij ons..!’ komen pioniers, experts en
leveranciers aan het woord om een helder beeld
te geven van het snel veranderende medialandschap.
Meer informatie: www.mediaplaza.nl
Meer informatie: www.heliview.nl
Toekomstvisie
Door de nog steeds voortgaande technologische
ontwikkelingen op communicatiegebied wordt de
verwachting uitgesproken dat het economische
belang van de reclamebranche voor de Nederlandse economie nog verder zal toenemen. Daarbij speelt een aantal belangrijke ontwikkelingen:
bedrijven gaan consumenten intensiever bij hun
merk(en) betrekken, er zal steeds meer (op specifieke doelgroepen) gerichte reclame verschijnen,
er zal een sterke toename ontstaan van product
placement (in films en op televisie), en de scheidslijn tussen reclame en redactionele inhoud zal vervagen.
Over Centrum voor Merk en Communicatie
Het cmc is het samenwerkingsverband van bva
Bond van Adverteerders, gvr, Centrum voor
Marketingcommunicatie en vea/Vereniging van
Communicatie-adviesbureaus. Het cmc stelt zich
ten doel de effectiviteit en legitimiteit van het
merk- en communicatievak te vergroten, alsmede
een stimulans te zijn voor het genereren en uit­
wisselen van inzichten op het gebied van merk en
communicatie, onder andere door adverteerders,
bureaus en kennisinstellingen te bundelen.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: reclame
Marketing ResearchBase is een dienst die bestaat uit
een site en een magazine. De site geeft de abonnee een
doorzoekbaar overzicht en samenvattingen van marktonderzoeken die relevant zijn voor de marketeer,
communicatiemanager en marketingcommunicatieadviseur. Het magazine biedt maandelijks een samenvatting van de meest relevante marktonderzoeken.
Rapporten bestellen Bent u bij ons geregistreerd als
abonnee dan kunt u het integrale marktonderzoek bestellen. Bestellingen van rapporten die via de antwoordcoupon in dit magazine of via de site binnenkomen,
worden per e-mail automatisch doorgestuurd naar de
auteur(s) van de rapporten. De auteur(s) zijn verantwoordelijk voor de verzending en facturering. De genoemde bedragen in Marketing ResearchBase zijn exclusief btw. Marketing ResearchBase biedt een platform
waarop aanbieders en vragers elkaar kunnen bereiken.
Voor vragen en/of opmerkingen over het rapport, de bestelling en de verzending kunt u contact opnemen met
de auteur van het rapport. De contactgegevens van iedere auteur vindt u onder aan de titelpagina van het
rapport op de site. Redactie Laura Vogels, Liones Publishing Services bv
Laan van Hoornwijck 3, 2289 dg Rijswijk
telefoon (070) 319 19 23 e-mail [email protected]
Uitgever Rogier Mulder
Abonnementen
Kluwer bv, klantenservice business media
Postbus 23, 7400 ga Deventer
telefoon (0570) 67 33 58 fax (0570) 69 15 55
e-mail [email protected]
Abonnementsprijs € 175 per jaar voor toegang tot de
site en het magazine dat 10 keer per jaar verschijnt.
Abonnementen dienen schriftelijk te worden opgezegd
uiterlijk drie maanden voor het nieuwe abonnementsjaar begint.
Voor België Daniel Lefebvre
Ragheno Business Park
Motstraat 30, b-2800 Mechelen
telefoon 0800 30143 fax 0800 17529
e-mail [email protected]
Vormgeving Studio Bassa, Culemborg
Druk Drukkerij Thieme Deventer
Voor meer informatie www.marketing-online.nl
Inloggegevens kwijt? Bel Kluwer klantenservice
(0570) 67 33 58
Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)overeenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of
zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft,
kunt u contact met ons opnemen. Op al onze aanbiedingen en overeenkomsten zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden van Kluwer B.V.,
gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam op 6 januari 2003 onder depotnummer 3/2003. Een exemplaar van deze voorwaarden zal
op eerste verzoek gratis worden toegezonden. U kunt de voorwaarden ook vinden op: www.adformatie.nl/algemenevoorwaarden.html.
© Auteursrecht voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever worden openbaar
gemaakt of verveelvoudigd. issn 1572-3569
www.marketing-online.nl/researchbase
ResearchBase 03 maart 2006
Keuze voor kanaal
titel Understanding Channel Purchase Intentions
auteur Rijksuniversiteit Groningen
uitgave download (266 pagina’s/1 mb)
datum februari 2006
prijs gratis
bestelcode 193116
Internet is tegenwoordig een belangrijk
kanaal voor de verkoop en aanschaf van
artikelen. Door de toename in het aantal
verkoopkanalen en de concurrentie tussen
deze kanalen is het voor bedrijven van
toenemend belang om beter te begrijpen
hoe consumenten een kanaalkeuze maken.
In zijn proefschrift Understanding Channel Pur­
chase Intentions levert Thijs Broekhuizen, promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen,
een bijdrage aan het beantwoorden van de vraag
welke factoren een consument in overweging
neemt bij het bepalen van de keuze voor een verkoopkanaal. Meer dan duizend klanten van een
multichannel boekhandel en een internetboekhandel zijn voor het onderzoek ondervraagd.
Factoren van invloed
Voor zowel online als offline aankopen zijn vier
factoren van belang bij de overweging hoe een
aankoop moet plaatsvinden: servicekwaliteit, ­
assortimentskwaliteit, benodigde tijd en moeite,
en koopplezier. Vooral de factor plezier heeft een
sterke invloed op de aankoopintentie. Risico – de
kans dat er iets mis kan gaan tijdens het koop­
proces – speelt een beperkte rol. Het belang van
de vier factoren is gelijk voor beide kanalen.
Klanten verschillen slechts in de scores die ze toekennen aan de factoren van elk kanaal.
Prijsniveau speelt de kleinste
rol bij het vormen van de
aankoopintenties
Service- en assortimentskwaliteit hebben vooral
een indirect effect. Een toename van servicekwaliteit versterkt de intentie via een vermindering
van het risico en een verhoging van het plezier.
Assortimentskwaliteit leidt tot een versterking
van de intentie via tijd en moeite besparingen en
meer plezier.
‘Waar voor je geld’ heeft, in tegenstelling tot wat
vaak gedacht wordt, geen invloed op aankoop­
intentie. Ook het prijsniveau, dat een sterk verband heeft met het ‘waar voor je geld’, heeft een
verwaarloosbare invloed op de aankoopintentie.
Klanten lijken dus gek genoeg niet sterk beïnvloed te worden door financiële prikkels.
Nederland
digitaal
titel De digitale economie 2005
auteur Centraal Bureau voor de Statistiek
uitgave rapport (336 pagina’s)/download (1 mb)
datum januari 2006
prijs 29,50/gratis download
bestelcode 190194
Factoren die in overweging genomen worden
bij de keuze voor een verkoopkanaal
• Servicekwaliteit
• Assortimentskwaliteit
• Benodigde tijd en moeite
• Koopplezier
Online aankopen
Breedbandinternet is in korte tijd ingeburgerd
geraakt. Begin 2005 beschikte 55 procent van
de huishoudens over breedbandinternet.
Drie jaar daarvoor was dit nog maar 13 procent.
Van de bedrijven had begin 2005 70 procent
een breedbandverbinding terwijl dit drie jaar
eerder een kwart was.
Dit blijkt uit de cbs-publicatie De digitale eco­
nomie 2005 over het ict-gebruik in Nederland.
Zowel onder huishoudens als onder bedrijven is
adsl inmiddels de meest voorkomende breedbandverbinding. Begin 2005 bestonden de breedbandverbindingen in Nederland voor 60 procent
uit adsl en voor 40 procent uit kabel.
De factor koopplezier hangt nauw samen met de
ervaring die een klant heeft met kopen op internet. Onervaren internetkopers hebben er geen
plezier in en voelen zich ongemakkelijk in een
webwinkel. Ervaren online kopers hechten minder belang aan plezier bij het bepalen van hun
online aankoopintentie en richten zich meer op
de tijd en moeite die ze kunnen besparen. Zij behoren over het algemeen tot het type mens dat
veel belang hecht aan snelheid en gemak.
Opmerkelijk is de beperkte invloed van het ­
prijsniveau van winkel en website. Hoewel in ­
Nederland voor veel boeken een vaste prijs geldt,
hebben consumenten toch vaak het gevoel dat ze
goedkoper af zijn in de webwinkel. Prijsniveau is
echter volgens de bevindingen van het onderzoek
de minst sterke incentive. Daarom is de prijs een
minder goed lokkertje om veel volk in de webwinkel te krijgen. Het is verstandiger om het ­
online kopen gemakkelijker te maken voor de
onervaren online kopers.
Andere vormen van breedbandinternet zoals
glasvezel en satelliet, komen nog nauwelijks voor.
Praktisch overal in Nederland wordt breedbandinternet aangeboden en het breedbandgebruik in
Nederland is internationaal gezien zeer hoog,
vooral voor huishoudens.
Asymmetische invloed
Verschil in internetgebruik
Op internet geldt overigens dezelfde stelregel als
in de detailhandel: tekortkomingen beïnvloeden
de aankoopintenties sterker dan pluspunten. ­
Dit wordt ook wel de asymmetrische invloed van
negatieve attribuutscores genoemd. Wanneer het
kanaal slecht scoort op een bepaald aspect dan
telt dat zwaarder mee in de overweging dan ­
wanneer het goed scoort op een aspect. Wie een
drukke webwinkel wil hebben, kan daarom het
meest winnen met het wegwerken van tekort­
komingen.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: kanaal
Bijna de helft van de
bevolking heeft ooit een
computercursus gevolgd
Begin 2005 beschikte bijna 80 procent van de
huishoudens over internet. Van de personen die
thuis geen internet hebben, zegt tweederde hier
ook geen behoefte aan te hebben. De diversiteit
van het internetgebruik is niet altijd even groot.
Een kwart van de internetgebruikers, 2,2 miljoen
personen, gebruikt internet maar voor een of
twee activiteiten.
Bijna een derde van het internetgebruik – uit­
gedrukt in uren internetgebruik per week – komt
voor rekening van personen van 12 tot 25 jaar.
Bijna de helft van de bevolking van 12 tot 75 jaar
heeft begin 2005 ooit een computercursus gevolgd. Voor 57 procent van deze personen was ­
dit echter meer dan drie jaar geleden.
Bedrijven
Negen op de tien bedrijven in Nederland maakte
eind 2004 gebruik van internet en driekwart had
een website. Meer geavanceerde of specifieke ­
ict-toepassingen zoals elektronische verkoop Y ­
www.marketing-online.nl/researchbase
Bezit ict-apparatuur huishoudens, 2005 (in procenten)
Tv
••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Mobiele telefoon
••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Pc/desktop
••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Laptop
••••••••••••••••
Spelcomputer
• • • • • • • • • • • • • 25
Palmtop
••••• 8
98
91
ResearchBase 03 maart 2006
Nederlanders
achter het stuur
83
30
Y (23 procent), prijsinformatie (25 procent),
klantondersteuning (11 procent) of koppeling
met it-systemen van afnemers (10 procent),
komen beduidend minder vaak voor. Er is echter
een flink verschil tussen de verschillende bedrijfstakken en bedrijfsgroottes. Binnen Europa is het
ict-­gebruik van bedrijven in Nederland intensief, maar het blijft achter bij landen zoals Denemarken en Finland: landen waar Nederland zich
op dit gebied mee wil meten.
Groei sector
In 2004 was de economische groei van de ictsector 4 procent. Deze groei vertaalde zich nog
niet in extra werkgelegenheid (-3,5 procent). ­
Het aantal vacatures bij de computerservice­
bureaus was in de eerste drie kwartalen van 2005
wel hoog. Ook de omzet van de computerservicebureaus groeide in de eerste kwartalen van 2005.
In de eerste drie kwartalen van 2005 namen de investeringen in computers telkens toe. Los van de
specifieke investeringen van de telecommunicatiebedrijven in elektronische netwerken vormen
de investeringen in computers en software, met
een aandeel van ruim 11 procent, een stabiel deel
van de totale investeringen.
ict en beveiliging
Begin 2005 gebruikten de internetgebruikers op
grote schaal antivirusprogramma’s (92 procent)
en firewalls (62 procent). Ook het gebruik van
authenticatie zoals een pincode, password of
digitale handtekening, komt onder de internet­
gebruikers in Nederland regelmatig voor. ­
Samen met de Scandinavische landen ligt dit in
Nederland op een veel hoger niveau dan in andere landen van de eu-15. Toch heeft een groot
aantal internetgebruikers in Nederland last ­
van spam (54 procent) en schade door virussen
(32 procent).
titel Het Nationale Automobilisten Onderzoek
auteur ypca
uitgave rapport (95 pagina’s)
datum februari 2006
prijs 850 euro
bestelcode 192083
De campagne ‘I love verkeersregels’ heeft
weinig effect op het verkeersgedrag van
automobilisten: slechts 7 procent past zijn
gedrag aan. Op het bewustzijn van het eigen
rijgedrag lijkt de campagne meer invloed te
hebben. 21,2 Procent van de Nederlanders is
zich door de campagne bewuster van het eigen
rijgedrag.
Toch denkt 56 procent dat de campagne geen effectief middel is om agressie in het verkeer tegen
te gaan. ypca (Your Personal Call Assistant)
voerde, in samenwerking met De Vos & Jansen
Marktonderzoek, voor de zesde keer Het Natio­
nale Automobilisten Onderzoek uit. In totaal
deden 1.145 Nederlanders in de leeftijd van 18 ­
tot 69 jaar mee aan het onderzoek.
Mobiliteit
Een derde van Nederland kan de spits vermijden
door flexibel om te gaan met werktijden. Voor
een kwart is het mogelijk om een deel van de dag
of hele dagen thuis te (tele)werken. De helft kan
dit echter niet.
De helft van Nederland kiest voor een ander vervoermiddel dan de auto. Redenen om niet met de
auto te reizen, zijn de lagere kosten en het vermijden van files. 60 Procent kiest er minimaal een
paar keer per week voor om (een deel van) het
woon-werkverkeer met een ander vervoermiddel
dan de auto af te leggen. Hierbij wordt momenteel nauwelijks gebruik gemaakt van transferia,
slechts 6 procent gebruikt deze mogelijkheid.
17 Procent van de automobilisten carpoolt wel
eens en is dan even vaak meerijder als bestuurder.
Vrouwen rijden vaker mee dan mannen. De belangrijkste reden om te carpoolen is dat het goedkoper is. Mensen die niet carpoolen geven vooral
als reden dat het voor hen niet mogelijk is omdat
er geen collega’s in de buurt wonen.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: economie
Beschikt u over een navigatiesysteem in uw
auto? (in procenten)
Nee
Ja, ik heb een ingebouwd
navigatiesysteem
Ja, ik heb een navigatiesysteem
op mijn pda
Ja, ik heb een portable all-in-one
navigatiesysteem
Ja, ik heb een navigatiesysteem
op mijn mobiele telefoon
www.marketing-online.nl/researchbase
78,1
8,7
6,2
6,1
0,9
Autobezit
De huidige economische situatie is voor een
vijfde van de Nederlanders reden om alle grote
aankopen, waaronder de auto, uit te stellen. ­
Voor ruim 40 procent geldt dit niet. Bijna de
helft van de consumenten geeft momenteel de
voorkeur aan een tweedehands auto. Onder deze
groep zijn opvallend veel vrouwen en jongeren.
Voor een kwart van de Nederlandse automobilisten, voornamelijk mannen en zestigplussers, gaat
de voorkeur niet uit naar een tweedehands auto.
Ruim 40 procent wil een kleinere, zuinigere auto.
Maar vooral dertigers, veertigers en mannen gaan
niet voor een kleine, zuinige auto.
40 Procent van de Nederlandse
consumenten wil een kleinere,
zuinigere auto
Bij de aanschaf van een nieuwe auto hechten consumenten veruit de meeste waarde aan de prijs en
het brandstofgebruik van hun toekomstige voertuig. Milieueigenschappen en merkimago zijn
nauwelijks van invloed op hun keuze.
Navigatie
22 Procent (voornamelijk mannen) van alle respondenten beschikt over een navigatiesysteem ­
in de auto. Van degenen die (nog) geen navigatiesysteem bezitten, heeft 10 procent de intentie
er in de toekomst een aan te schaffen. Wederom
blijken dit vooral mannen te zijn. Het merk
TomTom heeft de voorkeur van veruit de mees­te respondenten met een aankoopintentie van ­
61 procent.
TomTom wordt ook het meest genoemd wanneer bezitters van een navigatiesysteem wordt ­
gevraagd naar het merk van het systeem dat zij
bezitten. De gebruiksfrequentie van navigatie­
systemen verschilt nogal. 44 Procent gebruikt het
systeem minder dan een keer per week, terwijl
een keer per week het minimum is voor de overige 56 procent.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: automobilisten
ResearchBase 03 maart 2006
Altijd een
antwoord klaar
www.marketing-online.nl/researchbase
Het maandelijkse magazine Marketing ResearchBase biedt altijd
een selectie van zeventien onderzoeken. De database wordt echter
elke maand met gemiddeld honderd nieuwe rapporten aangevuld.
O
In deze rubriek bieden wij u een voorproefje van mrb online.
­
­
­
m de database van Marketing
ResearchBase online te kunnen
raadplegen dienen abonnees
zich eerst in te loggen in de rechterkolom van de
website. De benodigde inloggegevens worden bij
het afsluiten van het abonnement toegestuurd.
Bent u deze gegevens kwijt, dan kan Kluwer klantenservice – tel (0570) 673358 – u de gegevens
opnieuw verstrekken.
Eenmaal ingelogd dient een bestelaccount actief te
zijn om rapporten direct te kunnen downloaden
of bestellen. Dit bestelaccount kunt u eigenhandig
aanmaken in de rechterkolom van de site. Vul uw
gegevens zo nauwkeurig mogelijk in om onduidelijkheid bij het versturen van bestellingen te voorkomen. Bent u het wachtwoord van uw bestelaccount vergeten, dan kunt u via de link onder het
invulveld uw e-mailadres versturen zodat wij uw
account kunnen achterhalen. U krijgt dan zo spoedig mogelijk uw wachtwoord toegestuurd.
De volgende rapporten zijn alvast een greep uit
de onlangs online gepubliceerde onderzoeken.
Triple Play
Nederlandse consumenten laten een aanzienlijke
besparing op de kosten van internet-, telefonie- en
televisiediensten liggen. Met de Triple Play-abonnementen, een combinatie van deze drie diensten
via één aanbieder, kan de consument maandelijks
gemiddeld tot zestig euro besparen. Een gebrek aan
inzicht in de huidige kosten, onbekendheid met
Triple Play, argwaan ten aanzien van de toegevoegde waarde en angst voor te veel rompslomp ­
bij een overstap, houden de consument tegen.
Dit blijkt uit een onderzoek van kpmg en tns nipo.
Momenteel geeft een Nederlands huishouden tot
gemiddeld honderd euro per maand uit aan abonnementen op vaste telefonie, internet en televisie.
Hoewel de Nederlander nog niet warm loopt voor
het gecombineerde aanbod, geeft ruim 70 procent
van de huishoudens met een internetaansluiting
aan te willen overschakelen op Triple Play.
nemers): tweederde daarvan werkt thuis. Het gaat
hierbij voor een deel om respondenten die thuis een
eigen zaak hebben. Onder grotere bedrijven ligt het
aandeel thuiswerkers rond de 40 procent. Managers
werken vaker thuis dan professionals/uitvoerenden
(57 procent tegen 41 procent). Dit blijkt uit het rapport Trends in ict 2006 van Ernst & Young.
De invloed van internet
Modezaken
Vooral winkels in baby- en kinderkleding zijn positief gestemd over de te verwachten omzetontwikkeling over het jaar 2006. Onder deze winkeliers
zijn de verwachtingen hooggespannen: 65 procent
van de ondernemingen verwacht over het jaar 2006
een (nominale) stijging van de omzet te realiseren
ten opzichte van 2005. In het marktsegment winkels in onderkleding verwacht slechts 35 procent
van de ondernemingen een stijging van de omzet.
Over het jaar 2005 heeft dit segment ook een minder goed jaar achter de rug; slechts 31 procent noteerde een omzetstijging tegenover 41 procent in de
gehele modebranche. Van Es Marketing Services
hield een uitvoerig onderzoek onder modezaken ­
in Nederland. De onderzoeksresultaten zijn in het
Marketingrapport Modezaken 2006 uiteengezet.
Trends in ict
De verwachting van de ict’ers dat het aantal thuiswerkers in 2005 aanzienlijk zou toenemen, is uitgekomen. Van alle ondervraagde directeuren, managers en professionals werkt 47 procent (gedeeltelijk)
vanuit huis (41 procent in 2004). Dit is in de dienstverlenende sector zelfs 57 procent. Het aandeel
thuiswerkers is relatief hoog onder personen werkzaam binnen kleine organisaties (tot twintig werk-
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, versterken internet en e-mail juist de sociale banden
tussen mensen. Hoe groter en wijdverspreider het
sociale netwerk van een persoon wordt, des te belangrijker wordt e-mail. Je kunt niet tegelijk met al
je vrienden bellen of bij al je vrienden op bezoek
gaan, maar je kan ze wel allemaal een cc-tje sturen.
Dat blijkt uit een onderzoek van Pew Internet &
American Life Project naar de invloed van internet
op alle aspecten van het menselijke bestaan. Het
rapport gaat in op het debat over wat internet doet
met het sociale leven van mensen. De conclusie van
het onderzoek is controversieel omdat het tegenspreekt dat frequent gebruik van internet slecht is
voor de sociale relaties van mensen. Uit het onderzoek blijkt dat veel mensen internet gebruiken om
hun sociale relaties in stand te houden en deze aan
te sporen tot actie.
Suggesties
De redactie van Marketing ResearchBase staat te
allen tijde open voor suggesties ter verbetering
van de website of het magazine. Mist u een bepaald onderwerp in onze rapportenservice dan
vernemen wij dit graag.
Redactie Marketing ResearchBase
e-mail: [email protected]
telefoon: (070) 3191923
Download Top 10 Februari 2006
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
dm Barometer eerste kwartaal 2006
Trends in ict 2006
The power of private label
Nationaal Onderzoek Datakwaliteit
Ambulante handel 2005
Triple Play: a whole different ball game
Ouderen in Amsterdam
Klantbeleving hypotheekadvies
Speelgoedzaken 2005 How women and men use the internet
MailMedia
Ernst & Young
acnielsen
Cendris
hbd
kpmg
Gemeente Amsterdam
Vereniging Eigen Huis
hbd
Pew Internet
www.marketing-online.nl/researchbase
Gemak bepaalt keuze p2p
De digitale generatie kiest voor peer-to-peer netwerken vanwege het gemak. Dat het downloaden
via p2p-netwerken als Emule of Bittorrent gratis
is, is van ondergeschikt belang. Dat blijkt uit het
scriptieonderzoek De digitale generatie piraten?
dat aan de Universiteit van Amsterdam is uitgevoerd door Rutger Docter. Ook worden de netwerken gebruikt om nieuwe muziek te ontdekken en voor het opbouwen van een collectie.
Gebruikers vinden het gemakkelijker een p2pprogramma te gebruiken dan om naar de
muziekzaak te gaan of gebruik te maken van
legale downloaddiensten. Het onderzoek richtte
zich op de zogenaamde digitale generatie. Dat
zijn mensen die internet en digitale technologie
als natuurlijk integreren in hun dagelijkse leven.
Geconcludeerd wordt in het onderzoek dat de
muziekindustrie het fenomeen p2p anders moet
benaderen dan ze tot nu toe heeft gedaan.
Meer informatie: www.studiosus.nl
Aandacht vergroot
effectiviteit reclameblok
De aandacht voor een programma is van invloed
op de aandacht voor het daaropvolgende reclameblok. Respondenten die langer naar een programma kijken, kijken met meer aandacht naar
het reclameblok. Dat blijkt uit onderzoek dat
in opdracht van um en ip is uitgevoerd door
Intomart GfK. De reclameherinnering bij deze
groep is 33 procent hoger dan de kijkers die met
minder aandacht kijken. Verder blijkt dat een
langere spot beter wordt onthouden dan een
korte en dat de aandacht voor reclameblokken
pas na vier à vijf minuten afzwakt. Commercials
rondom programma’s uit het genre spellen en
quizzen presteren het best, gevolgd door human
interest en nieuws en actualiteiten.
Meer informatie: www.universalmedia.nl
ifrs beïnvloed beleggingen
Informatie die op basis van de International
Financial Reporting Standards (ifrs) wordt verstrekt, heeft bij meer dan 50 procent van de vermogensbeheerders in Nederland zeker invloed
op de beleggingsbeslissingen. Dat blijkt uit
onderzoek dat in opdracht van PriceWaterhouse­
Coopers is uitgevoerd. ifrs biedt meer transparantie, waardoor het waardeoordeel en daarmee
de beleggingsbeslissingen van vermogensbeheerders worden beïnvloed. Ondernemingen kunnen
meer en veel specifiekere vragen verwachten van
investeerders, analisten en journalisten. Al voordat de jaarrekeningen over het afgelopen boekjaar
2005 zijn gepubliceerd, is meer dan de helft van de
Nederlandse vermogensbeheerders (56 procent)
van mening dat de ifrs-informatie die gedurende
2005 is bekendgemaakt, een directe invloed heeft
gehad op hun beleggingsbeslissingen.
Meer informatie: www.pwc.nl
ResearchBase 03 maart 2006
De internationale markt
voor digitale muziek
titel Digital Music Report 2006
auteur ifpi
uitgave download (24 pagina’s/2 mb)
datum januari 2006
prijs gratis
bestelcode 190671
De digitale muziekindustrie groeide in 2005
enorm. De inkomsten uit de verkoop van
muziek via internet en mobiele telefoon,
stegen in een jaar tijd van 380 miljoen naar
1,1 miljard dollar. Toch is de positie van de
inmiddels traditionele cd nog niet direct in
gevaar.
Slechts 22 procent van de mensen die online ­
muziek koopt, deelt ook illegaal bestanden met
anderen. Zowel de legale (37 procent) als de illegale (34 procent) downloaders waarderen cd’s
meer dan digitale muziek. Het is nog onduidelijk
in hoeverre cd’s in de toekomst zullen worden
vervangen door digitale muziek, maar onderzoek
wijst uit dat dit niet zo snel zal gebeuren.
Dit blijkt uit het Digital Music Report 2006 van
ifpi, de internationale organisatie van platenmaatschappijen. Het rapport beschrijft de ontwikkeling van de internationale markt voor digitale muziek in 2005.
Real tones
De mobiele telefoon is ontwikkeld tot een draagbare muziekspeler. De zogenaamde master ring­
tones of real tones, ringtones die een fragment ­
bevatten van het originele nummer, zijn erg populair. De opbrengsten van mobiele muziek in ­
de vs lopen op tot 400 miljoen dollar per jaar en
maken ongeveer 40 procent uit van de totale opbrengsten van digitaal aangeboden muziek.
Slechts 6 procent van de
Europeanen heeft wel eens
online muziek gekocht
De overige 60 procent van de opbrengsten wordt
geleverd door online muziekwinkels, waar tegen
betaling à la carte muziek te downloaden is. De
hoeveelheid downloads van individuele tracks, de
zogenaamde single track downloads, verdubbelde
in 2005 naar 420 miljoen. De populairste dienst
voor single track downloads in de vs is iTunes
van Apple, met een marktaandeel van 70 procent.
Europa
In Europa begint de markt voor digitale muziek
ook vorm aan te nemen. In het Verenigd Koninkrijk en Duitsland domineren de online downwww.marketing-online.nl/researchbase
Top 10 meest gedownloade muzieknummers,
mei tot en met december 2005
James Blunt
Madonna
Daniel Powter
Sugababes
Robbie Williams
Gorillaz
Black Eyed Peas
Coldplay
Kanye West
Pussy Cat Dolls
You’re Beautiful
Hung Up
Bad Day
Push the Button
Tripping
Feel Good Inc.
Don’t Phunk with my Heart
Speed of Sound
Gold Digger
Don’t Cha
loads, terwijl in Frankrijk en Italië mobiele muziek de grootste groei doormaakte. In Frankrijk
zorgt mobiele muziek voor de helft van de opbrengsten van de digitale muziek, terwijl het ­
mobiele aandeel in Italië meer dan 80 procent ­
per jaar is.
Het grootste gedeelte van de Europeanen is nog
niet bekend met digitale muziek. Slechts 11 procent van de Europese internetgebruikers wisselt
illegaal muziekbestanden uit via de zogenaamde
peer-to-peer (p2p) netwerken. 6 Procent zegt regelmatig muziek te downloaden via p2p-netwerken. Legaal downloaden is echter nog minder ­
populair. Slechts 6 procent van de Europese internetgebruikers heeft wel eens muziek gekocht
via een online winkel, terwijl 4 procent dit regelmatig doet.
Toekomst
Naar verwachting zal de markt voor digitale muziek zich in de toekomst alleen nog maar verder
ontwikkelen en uitbreiden. De mobiele muziek
voegt iets toe aan al bestaande formats en bereikt
een grotere, jongere markt. Ook worden jongeren aangetrokken die voorheen nog geen muziek
kochten.
In de nabije toekomst gaat de videoclip ook een
belangrijke rol spelen op de digitale muziekmarkt. Zo heeft Apple in oktober de video iPod
gelanceerd, waarop 150 uur video op te slaan en
te bekijken is. Daarnaast zijn de zogenaamde
bundels in opkomst. De internetgebruiker krijgt
hierbij toegang tot een multimediapakket bestaande uit een audio track en de bijbehorende
afbeeldingen, songtekst, videoclip en interviews
met de artiest, die samen als één product te
downloaden zijn.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: digitale muziek
ResearchBase 03 maart 2006
Sloveense
foodsector
titel Food Sector in Slovenia
auteur evd
uitgave download (67 pagina’s/2mb)
datum december 2005
prijs gratis
bestelcode 192280
Door verschillende fusies en overnames in
2004 verbeterde de kapitaalpositie van bin­
nenlandse Sloveense bedrijven en kreeg het
investeringspotentieel een flinke opkikker. De
verwachting is dan ook dat de Sloveense food­
sector zijn niche kan vinden in Europa en con­
currerend kan overleven temidden van de ove­
rige eu-landen.
Het Engelstalige rapport Food Sector in Slovenia
is gepubliceerd door evd, het agentschap van
het ministerie van Economische Zaken dat internationale onderneming en internationale samenwerking faciliteert en stimuleert. De opzet
van de studie is het bieden van een overzicht van
de foodsector in Slovenië om zo te voorzien in
een startpunt voor Nederlandse ondernemers
die overwegen activiteiten in Slovenië op te zetten.
Koopavond
of koop­
zondag
titel Wat wordt ’t, koopavond of koopzondag?
auteur Shoppenopzondag.nl
uitgave download (144 pagina’s/984 kb)
datum september 2005
prijs gratis
bestelcode 191850
In de huidige economie vergen onder andere
carrière en gezin veel tijd van de consument.
Men beschikt steeds minder over vrije tijd.
Het is niet meer vanzelfsprekend dat er door­
deweeks zomaar even gewinkeld kan worden.
De koopavond en de koopzondag lijken dan
ook een ideale uitkomst voor de drukke consu­
ment.
Maar waar ligt nu eigenlijk de voorkeur van de
consument, bij een koopavond of een koopzondag? Ricardo de Graaf onderzocht deze vraag in
zijn afstudeerscriptie voor het departement ­
Marketing van de Universiteit van Tilburg in opdracht van Accent Grave/Shoppenopzondag.nl.
Ingrijpende problemen
De Sloveense foodsector heeft met ingrijpende
veranderingen te maken. Het jaar 2004 fungeerde
voor de foodsector om diverse redenen als keerpunt, waarvan de toetreding van Slovenië tot de
eu de belangrijkste was. Problemen werden en
worden onder andere veroorzaakt door de relatieve stagnatie van productiviteit en toegevoegde
waarde in de foodsector die al sinds 2000 aan de
gang is.
De verwachting is dat
ook de Sloveense foodsector
zijn niche vindt
Ook de protectionistische politiek ten aanzien
van buitenlandse handel vormt in toenemende
mate een probleem. De verwachting is dat het
eu-lidmaatschap hieraan een eind gaat maken,
maar dit zal minder geleidelijk verlopen dan
wanneer men de herstructurering gradueel en
strategisch zou managen.
Toetreding eu
Het aansluiten van Slovenië bij de eu op 1 mei
2004 zorgde voor belangrijke veranderingen in ­
de condities waaronder internationale handel
plaatsvindt. Zo is de handel met andere republieken van het voormalige Joegoslavië sterk negatief
beïnvloed. Bedrijven boekten een nettoverlies
van 2,2 miljard Sloveense Tolar (sit)(9,2 miljoen
In totaal zijn 286 winkelende mensen ondervraagd en is naast de voorkeur ook onderzocht
wat deze voorkeur voor koopavond of koopzondag beïnvloedt.
Keuze
Bij een (gedwongen) keuze tussen koopavond en
koopzondag geeft 60 procent van de winkelende
consumenten de voorkeur aan de koopzondag
boven de koopavond. Vooral de factor ‘vrijetijdsbesteding/vermaak’ is van invloed om te kiezen
voor de koopzondag. Pas daarna volgt de factor
‘noodzakelijke aanschaffingen’ voor wat betreft
de koopzondag.
Van de koopavondkiezers bezoekt 64,9 procent
frequent (minimaal een keer per maand) de
koopavond, tegen 41,8 procent van de koopzondagkiezers. Een koopzondag daarentegen wordt
door 87,8 procent van de koopzondagkiezers bezocht (minimaal een keer per kwartaal). Dit percentage is voor de koopavondkiezers 39,5 procent. In vergelijking met de koopzondag wordt
de koopavond dus vaker door beide groepen bezocht.
Fun shoppen
Koopavondkiezers vinden winkelen minder leuk
dan koopzondagkiezers. Koopavondkiezers winkelen meer vanuit functionele overwegingen.
Daarnaast geven de koopavondkiezers aan het
zonde van hun tijd te vinden om op zondag te
winkelen. Maar ook de drukte tijdens de koopzondag weerhoudt koopavondkiezers ervan om
een koopzondag te bezoeken.
euro) terwijl zij in 2003 nog een winst boekten
van 1,3 miljard (sit) (5,4 miljoen euro). Het
grootste verlies in 2004 kwam voor rekening ­
van bedrijven in de zuivelsector en bedrijven in
de groente- en fruitverwerkende industrie. Ook
deze branches hadden het jaar 2003 met winst afgesloten.
Partnerships
Het tot stand brengen van partnerships is een
veeleisend en langlopend proces, zeker op de verzadigde en zeer concurrerende voedselmarkten
van de eu. Voor Sloveense bedrijven met een ­
beperkte toegevoegde waarde per werknemer zal
dit nog eens extra lastig worden. De gemiddelde
Sloveense werknemer presteert in de foodsector
iets meer dan de helft van het Europese gemiddelde. De belangrijkste opdrachten voor Slovenië
zijn het verder oriënteren op de Europese markt
en het zoeken naar nieuwe zakelijke kansen.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: food
Sloveense export in 2004 (in procenten)
eu-landen
••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Landen van voormalig Joegoslavië
• • • • • • • • • • • • • 18
Niet-Europese landen
•••••• 8
Andere Europese landen
•••• 6
67
De koopzondagkiezers daarentegen gaan meer
voor hun plezier en ontspanning naar de koopzondag. Rondneuzen in winkels en andere mensen ontmoeten komen dan ook sterk naar voren.
Vrijetijdsbesteding is dus een belangrijke factor
om naar de koopzondag te gaan. Vaak wordt de
koopzondag als een dagje uit gezien. Daarnaast
kan de keuze voor de koopzondag ook herleid
worden naar het veiligheidsgevoel van de koopzondagkiezer tijdens de koopavond. Wanneer het
donker is op koopavond voelen de koopzondagkiezers zich significant onveiliger in vergelijking
met de koopavondkiezers. Ook geven de koopzondagkiezers aan meer last van hangjongeren te
hebben tijdens de koopavond. De korte(re) duur
van de koopavond is mede een oorzaak zijn om
te kiezen voor de koopzondag.
Frequenter shoppen
Tot slot blijkt uit het onderzoek dat ruim de helft
van de ondervraagde respondenten graag frequenter een koopzondag wil. De huidige maandelijkse frequentie die over het algemeen in Nederlandse steden wordt gehanteerd, mag van hen
uitgebreid worden naar een wekelijkse of een
tweewekelijkse. Als het de koopavond betreft, ­
wil bijna een derde van de respondenten graag
een frequentere koopavond, bijvoorbeeld dagelijks of drie keer in de week.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: koopavond
www.marketing-online.nl/researchbase
ResearchBase 03 maart 2006
Kinderen en
verpakkingen
titel Preschoolers and Packaging
auteur ipm Kidwise
uitgave rapport (19 pagina’s)
datum januari 2006
prijs 3.500 euro
bestelcode 192787
Ouders letten steeds minder op de informatie
op productverpakkingen naarmate hun kind
ouder wordt. Het visuele aspect wordt daaren­
tegen juist belangrijker. De invloed van het kind
op een aankoop neemt met de leeftijd ook toe.
Dit blijkt uit het rapport Preschoolers and
Packaging van ipm Kidwise, onderdeel van het
marktonderzoeksbureau ipm. Naast dit rapport
bestaat ook de mogelijkheid een op het eigen bedrijf toegespitst gedeelte te ontvangen. Voor het
continue onderzoek ondervroeg het bureau moeders met kinderen van nul tot zes jaar over de
verpakkingen van producten.
No-nonsense
Nederlanders zijn van origine vooral no-nonsense
kopers: op zoek naar zoveel mogelijk objectieve informatie over een product en naar de juiste prijskwaliteitverhouding. Toch zijn Nederlanders de
Zicht op
trends
titel Mood Magazine
auteur Trendslator
uitgave magazine (84 pagina’s)
datum maart 2006
prijs 295 euro (los nummer)
bestelcode 193247
De nationale identiteit wordt in toenemende
mate ingezet als marketinginstrument. Hol­
landse waarden en Hollandse merken bieden
houvast, oorspronkelijkheid en herkenbaar­
heid. Zo komt tpg met een tiendelige postze­
gelserie ‘Mooi Nederland’ waarop elke keer
een andere stad wordt getoond.
Unox maakt reclame met typisch Nederlandse
eetgewoonten. Liga heeft het vertrouwde ‘koekje
erbij’ en waar je Douwe Egberts-koffie of Bavaria-bier drinkt is het ‘gezellig’.
Deze trend is een van de vele die worden gesignaleerd en uitgewerkt in het eerste nummer van
Mood Magazine, een uitgave van trendonderzoekbureau Trendslator die tweemaal per jaar
www.marketing-online.nl/researchbase
laatste jaren steeds meer gehecht geraakt aan bepaalde merken en kiezen ze aan de hand daarvan
het product. Daarnaast houden ouders bij aankoop van een product steeds vaker rekening met
de voorkeur van hun kind. In het verleden was dit
anders, toen werd vaak neergekeken op ouders die
hun kinderen te veel verwenden.
Fasen
Kinderen van nul tot zes jaar maken vier verschillende fasen door: de afhankelijke fase (nul tot vijf
maanden), de ontdekkingsfase (zes tot zeventien
maanden), de ‘peuterpuberteit’ (achttien maanden tot drie jaar) en de ‘magische fase’ (vier en vijf
jaar). Ouders van deze vier groepen kinderen hebben verschillende voorkeuren wat betreft verpakkingen van producten. Ouders met baby’s lezen
vaak de tekst op een verpakking en voelen zich
aangetrokken tot producten die verwijzen naar gezondheid en ontwikkeling. Smaak en plezier zijn
verschijnt. Er wordt aandacht geschonken aan de
hang naar het verleden, schoonheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen en ‘langzaam
leven’ met slow food, slow work en slow sex.
Mood
Trendslator publiceert in Mood Magazine de resultaten van het Mood-onderzoek. Mood is een
continu onderzoek naar de stemming in de maatschappij, bij de consument en in de markt en is
volgens de samenstellers een onmisbaar instrument voor iedereen die wil weten wat mensen ­
beweegt en in wil spelen op de veranderende behoeften van de consument.
Het Mood-onderzoek bestaat uit drie onderdelen:
‘Trends’ en ‘Trendslations’ worden afgewisseld met
‘Trendspots’. ‘Trends’ gaat over actuele maatschappelijke ontwikkelingen, consumententrends en
markttrends. ‘Trendslations’ bespreekt de manier
waarop bedrijven en organisaties trends vertalen en
inspelen op veranderende inzichten ten aanzien
van de maatschappij, de consument en de markt.
Voor ‘Trendspots’ ten slotte ging men op zoek ­
naar trends en ontwikkelingen op allerlei plekken.
minder belangrijk. In de ontdekkingsfase wordt de
invloed van kinderen op aankopen groter. Ouders
vinden de informatie op de verpakking nog steeds
belangrijk, maar de smaak en het plezier van het
kind worden belangrijker dan in de eerste fase.
Peuterpuberteit
In de peuterpuberteit wordt de invloed van het
kind nog groter. De peuter ontwikkelt een eigen
wil en identiteit en vraagt actiever naar bepaalde
producten. De ouders zijn nog steeds op zoek
naar gezonde producten, maar hechten minder
waarde aan de informatie op de verpakking.
In de magische fase is het kind beter in staat om
reclamespotjes te onthouden. Daarnaast komt
het meer in contact met andere kinderen, bijvoorbeeld op school, hierdoor wordt de voorkeur
voor bepaalde producten groter. De wens van de
ouders is in deze fase echter nog steeds belangrijk. Ze kijken steeds meer door de ogen van hun
kind naar bepaalde verpakkingen. De informatie
op de verpakking is minder belangrijk.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: verpakkingen
Factoren die waarde toevoegen aan
verpakkingen voor kleuters
• Avontuur
• Sparen, verzamelen
• Educatie
• Stimuleren van de fantasie
• Deelbaarheid met andere kleuters
• Hygiëne
• Variatie
In ‘Trendspots’ doen de onderzoekers verslag van
hun excursies en plaatsen zij de trends in een kader.
Trends in schoonheid
Eén van de thema’s in de eerste uitgave van Mood
Magazine is schoonheid. Trendwatchers stellen vast
dat de schoonheid van beroemdheden zoals Meg
Ryan, Katja Schuurman en Jennifer Lopez tot het
publieke domein is gaan behoren. Technische innovaties hebben ervoor gezorgd dat niemand zich
meer bij de ondoorgrondelijke wegen van Moeder
Natuur hoeft neer te leggen. Bovendien kunnen oneffenheden die door de tijd zijn ontstaan voorgoed
worden weggesneden, weggezogen of weggepoetst.
Een kanttekening bij deze trend wordt geplaatst
door het cosmeticamerk Dove, dat met de leus
‘Tijd voor echte schoonheid’ iets wil doen aan de
toenemende druk die dit eenzijdige schoonheidsbeeld op vrouwen uitoefent. Benadrukt wordt dat
echte schoonheid vele vormen, maten en leeftijden
heeft; hier verraadt zich een andere trend: ‘jij bent
uniek en authentiek en dat is maar goed ook’.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: trends
Van consumenteninzicht naar consumentenbehoefte
Consumenteninzicht
• Schoonheid komt van binnenuit
• Het is tijd voor echte schoonheid
• Schoonheid heeft vele vormen, maten en leeftijden
Consumentenbehoefte
•Een breder, gezonder en realistischer idee van
schoonheid
ResearchBase 03 maart 2006
Conjunctuur
Bescheiden
economisch herstel
De Nederlandse economie is in 2005 met 0,9 procent gegroeid. Dit is bijna de helft minder dan de
groei van 1,7 procent in 2004, maar ruim boven
de nullijn in de jaren 2002-2003. De uitvoer was
ook in 2005 de trekker van het bescheiden economisch herstel. Daarnaast leverden de consumptie
en de investeringen een geringe positieve bijdrage. Het aantal banen was vorig jaar 0,4 procent lager dan in 2004. Deze daling is veel kleiner
dan in 2004.
De rubriek mrb wijzer bevat recente ontwikkelingen op
het gebied van ‘conjunctuur’, ‘mens en maatschappij’ en
‘arbeid en inkomen’. De rubriek komt tot stand in samenwerking
met het Centraal Bureau voor de Statistiek
(cbs Infoservice, tel 0900-0227, www.cbs.nl ).
Het volume van het bbp is in het vierde kwartaal
van 2005, na correctie voor werkdag- en seizoen­
effecten, toegenomen met 1 procent ten opzichte
van het derde kwartaal van 2005. Het vierde kwartaal van 2005 telde twee werkdagen minder dan
het vierde kwartaal van 2004. De kwartaal-opkwartaalgroei van 1 procent is veel hoger dan het
gemiddelde van de voorgaande vier kwartalen.
In 2005 was het volume van de consumptie van
huishoudens 0,3 procent hoger dan in 2004. ­
Na een daling begin 2005 trok de consumptie van
huishoudens in de tweede helft van het jaar duidelijk aan. De verbetering is het meest zichtbaar
bij de bestedingen aan duurzame consumptiegoederen. Na enkele jaren van daling stegen deze
vooral in het vierde kwartaal van 2005 sterk, met
meer dan 5 procent. meer alleenstaande mannen zijn dan alleenstaande vrouwen. Verder wonen meer mannen
dan vrouwen nog bij hun ouders. Jongens verlaten namelijk gemiddeld op latere leeftijd het ouderlijk huis dan meisjes. Vrouwen zijn vaker alleenstaande ouder. Na een echtscheiding blijven
de kinderen doorgaans bij de moeder wonen.
Uit onderzoek blijkt dat vier op de tien 18- tot
24-jarige mannen die zonder partner wonen een
vaste relatie hebben. Nog eens ruim vier op de
tien wil graag een vaste relatie. Voor 45- tot 62- ­
jarige mannen is dit beeld anders: van hen wil zes
op de tien (voorlopig) geen vaste relatie.
Het beeld onder 18- tot 24-jarigen is voor vrouwen ongeveer gelijk aan dat voor mannen: ruim
80 procent heeft of wil een vaste relatie. Van de
45- tot 62-jarige vrouwen wil tweederde (voor­
lopig) geen vaste partner.
In 2005 was ruim 5 procent van de autochtonen
werkloos. Dat was evenveel als een jaar eerder.
Onder westerse allochtonen is de werkloosheid
gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Ruim ­
9 procent was werkloos, in 2004 was dat nog
ruim 8 procent.
Onder jongeren allochtone Nederlanders is de
werkloosheid eveneens hoger dan onder hun autochtone leeftijdsgenoten, maar hier is wèl sprake
van een stijging. In 2005 waren er 26 duizend
niet-westerse allochtonen in de leeftijd 15-24 jaar
werkloos.
Ook de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen van 25 jaar of ouder is aanzienlijk hoger
dan die van autochtonen in dezelfde leeftijdscategorie. In 2005 was 15 procent van de niet-westerse
allochtonen in de leeftijd 25 tot 44 jaar werkloos
tegenover ruim 4 procent van de autochtonen.
Niet-westerse allochtonen zijn daarmee ruim
driemaal zo vaak werkloos als autochtonen.
Mens en maatschappij
Wonen zonder partner
In 2005 waren er in Nederland 3,3 miljoen personen van 18 tot 62 jaar die zonder partner woonden. Dit is een derde van het totale aantal personen van die leeftijd. Het betreft alleenstaanden
(1,6 miljoen) en thuiswonende kinderen (1,1 miljoen), alleenstaande ouders (394 duizend) en
personen die als overig lid deel uitmaken van een
meerpersoonshuishouden (178 duizend).
Mannen van 18 tot 62 jaar wonen vaker zonder
partner dan vrouwen. Dit komt vooral omdat er
Arbeid en inkomen
Allochtonen
vaker werkloos
In 2005 was 6,5 procent van de totale Nederlandse beroepsbevolking werkloos. Landgenoten
van niet-westerse allochtone afkomst zijn aanzienlijk vaker werkloos: het werkloosheidspercentage van deze groep is ruim 16 procent, nagenoeg gelijk aan dat van een jaar eerder. Hiermee
is de stijgende trend uit de jaren 2001 tot 2004 tot
staan gebracht.
Werkloosheid 15- tot 64-jarigen naar
herkomstgroepering (in procenten)
2000
2001
2002
2003
2004
2005
Autochtonen
3
2,8
3,3
4,3
5,3
5,2
Niet-westerse
allochtonen
11
8,9
10,5
14,6
16,1
16,4
www.marketing-online.nl/researchbase
10
ResearchBase 03 maart 2006
Herstel
televisiemarkt
titel Financieel Jaarverslag Televisiereclame 2005
auteur spot
uitgave download (56 pagina’s/2 mb)
datum januari 2006
prijs gratis
bestelcode 192352
In 2005 herstelde de televisiemarkt. Door de
aantrekkende economie en door technische
innovaties van het medium, staat de tv volop
in de belangstelling. Ook de netto reclame­
bestedingen laten opnieuw een groei zien.
Dit blijkt uit het Financieel Jaarverslag Televisie­
reclame 2005, gepubliceerd door de Stichting ter
Promotie en Optimalisatie van Televisiereclame
(spot). spot houdt zich bezig met de promotie
van televisie als reclamemedium voor adverteerders en vertegenwoordigt de belangen van de reclamebedrijven van de televisiezenders.
Netto reclamebestedingen
De netto reclamebestedingen op televisie stegen
in 2005 opnieuw. De omzet nam met 2,9 procent
toe tot 768 miljoen euro. In 2004 bedroegen de
bestedingen nog 746 miljoen euro. Verwachtin-
Media­opvoeding
titel Mediaopvoeding
auteur MarketResponse
uitgave download (55 pagina’s/127 kb)
datum januari 2006
prijs gratis
bestelcode 190674
Televisiekijken, internetten en gamen leveren
in sommige gezinnen heel wat strijd op tussen
ouders en kinderen. Het merendeel van de
ouders (65 procent) is voorstander van media­
opvoeding als schoolvak. Slechts 13 procent
van de ouders is voorstander van ‘laissez faire’:
volgens deze groep leren kinderen zelf wel wat
goed en niet goed voor ze is.
MarketResponse vroeg ouders naar hun visie op
mediaopvoeding en naar de vertaling hiervan in
de dagelijkse praktijk. Voor het onderzoek is een
representatieve groep van ruim vijfhonderd ouders met kinderen van zes tot en met vijftien jaar
ondervraagd.
www.marketing-online.nl/researchbase
van de mediamarkt. Ook de komst van Talpa
heeft veel aandacht op televisie gevestigd. ­
De markt beseft dat televisie op een omslagpunt
staat in de geschiedenis.
Actuele ontwikkelingen betreffen de komst van
digitale zenders, ontwikkeling van on demandaanbod, uitrol van de set top box, de doorbraak
van de dvd-recorder, de komst van high defini­
tion-televisie, mobiele televisie en narrowcasting
en, last but not least, aankondigingen dat Google,
Yahoo en Microsoft ‘in televisie gaan’.
Verwachtingen voor 2006
gen dat de televisiebestedingen zouden dalen
worden hiermee gelogenstraft.
De achterliggende cijfers laten zelfs een sterke
turnaround zien in de bestedingen. Met uitzondering van het tweede kwartaal worden per kwartaal omzetstijgingen van 6 tot 8 procent gerealiseerd. De daling in het tweede kwartaal kan
worden verklaard doordat er in 2005 geen ek
Voetbal plaatsvond. De grootste stijgingen in reclamebestedingen zijn te vinden bij verzekeraars,
supermarkten en de online verkoopsites.
Televisiemarkt
Het jaar 2005 betekende voor de televisiemarkt
een jaar van herstel. Dit is enerzijds gebaseerd op
een voorzichtige verbetering van de Nederlandse
economie en anderzijds op de ontwikkelingen bij
het medium zelf: televisie staat volop in de belangstelling. De technische innovaties van ontvangst- en afspeelapparatuur zijn hét onderwerp
Op school
Uit het onderzoek blijkt dat een ruime meerderheid
(81 procent) van de ouders mediaopvoeding nodig
vindt om kinderen te beschermen tegen ongewenste
invloeden. Zij zien hierin een rol voor zichzelf, maar
zeker ook voor de school: maar liefst tweederde ondersteunt het idee om kinderen op school te leren
omgaan met media en reclame. Slechts 11 procent
van de ouders vindt het geen goed idee om mediaopvoeding als schoolvak te geven.
69 Procent van de ouders denkt zelf invloed te
kunnen hebben op wat kinderen te zien krijgen.
Een op de vijf ouders vindt het instellen van ­
regels en beperkingen niet effectief (‘dan kijken
ze het wel ergens anders’). Een meerderheid ­
(56 procent) is zelfs van mening dat wanneer ­
kinderen iets verboden wordt, het alleen maar
spannender gemaakt wordt.
Regels hanteren
In 2006 verwacht spot een verdere stijging van
de bestedingen, vooral door de stijgende economische groei. Daarnaast is 2006 ook een evenementenjaar: de Olympische Winterspelen en
vooral het wk Voetbal in Duitsland in juni zullen
Nederland op zijn kop zetten. Adverteerders zullen daar uiteraard op inhaken.
spot voorspelt voor 2006 een groei van 5 procent
van de bestedingen aan televisiereclame. Dit is
een stijging van ongeveer 40 miljoen euro, waardoor de bestedingen boven de 800 miljoen euro
uitkomen.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: televisiereclame
Mediumgebruik van consumenten per dag
Kijktijd televisie
Luistertijd radio
Leestijd bladen
Computertijd internet
Leestijd tijdschriften
3 uur en 15 minuten
3 uur en 12 minuten
30 minuten
20 minuten
7 minuten
diagebruik. Vooral voor kinderen van zes tot en
met twaalf jaar worden regels gehanteerd, voor
dertien- tot vijftienjarigen is dit veel minder vaak
het geval. Dit geldt vooral voor televisiekijken,
internetten en bioscoopbezoek en in iets mindere
mate voor gamen en het kijken van dvd’s of video’s. 8 Procent van de ouders die geen regels
stellen aan het spelen van computerspelletjes ­
(of spelletjes op bijvoorbeeld gameboy of play­
station) verwacht dat het spelen niet schadelijk is
voor het kind.
Tweederde van de ouders
hanteert regels voor het
mediagebruik van hun kind
In de praktijk hanteert een meerderheid (tweederde van de ouders) regels ten aanzien van meGehanteerde regels voor het tv-kijken van
kinderen (in procenten)
Maximale tijdsperiode per dag
Kind mag bepaalde programma’s niet zien
Geen tv na een bepaalde tijd
Geen tv voor een bepaalde tijd
Kind mag niet alleen tv kijken
48
34
21
15
2
Beperkingen aan de tijdsduur en het vooraf selecteren op inhoud zijn de meest populaire maat­
regelen. Dit laatste gebeurt op diverse manieren,
zoals zelf bepalen wat geschikt is, bepaalde programma’s en sites (geweld, seks) verbieden en de
Kijkwijzerclassificatie toepassen. 53 Procent van
de ouders zegt de indeling van Kijkwijzer te hanteren.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: mediaopvoeding
ResearchBase 03 maart 2006
Trends in marketing
titel pim Marketing Trendrapport 2006
auteur Platform Innovatie in Marketing
uitgave rapport (40 pagina’s)
datum januari 2006
prijs 70 euro
bestelcode 192622
Een trend is niet iets dat gelijk op 1 januari
2006 als een duveltje uit een doosje springt.
Trends zijn evolutionair en spelen vaak langer
een rol, maar kunnen op een gegeven moment
in belang toenemen. En dan worden ze
‘bespreekbaar’.
Voor het derde achtereenvolgende jaar publiceert
het Platform Innovatie in Marketing (pim) het
pim Marketing Trendrapport, een discussiestuk
over relevante trends die impact hebben op het
bedrijfsleven van het jaar 2006.
Maatschappelijk belang
Er is een haat-liefdeverhouding tussen politiek en
bedrijfsleven. Bedrijven missen vaak het begrip
voor de politieke belangenafweging. Maar politici
onderschatten dat ondernemen ook een maatschappelijk belang in zich heeft. Een goede posi­
tionering van de onderneming naar het maatschappelijke kader is dus noodzaak.
Met het concept van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (mvo) hebben veel managers ervaring opgedaan met maatschappelijke
profilering. mvo is echter nog te vaak ad hoc, te
weinig gelinkt aan de core business van bedrijven, misschien wel te elitair en dus te ver weg van
de marketingdoelgroepen en vaak ook de eigen
medewerkers. Politiseren van ondernemingen
gaat verder dan mvo, met politiseren wordt er
een link gelegd van de core business van een ­
onderneming met maatschappelijke belangen.
De toekomst is aan bedrijven met een geïntegreerde communicatieaanpak. Communicatie
naar stakeholders, inclusief politieke beslissers en
beïnvloeders, is essentieel voor een goede reputatie van een onderneming. Wees slimmer dan je
concurrent en creëer borging door te weten waar
problemen voor je onderneming kunnen ontstaan door bepaalde politieke beslissingen.
Tendering
Al sinds jaar en dag wordt tendering, ook wel
‘request for proposal’ (rfp) genoemd, gebruikt
bij inkoop van producten en diensten. Tendering
is ooit begonnen in de bouwwereld. Op basis van
bestekken werd aannemers gevraagd zich ‘blind’
Drie samenhangende trends in 2006
• Politiek
• Tendering
• Risk
in te schrijven en slechts één prijs af te geven. De
essentie is dat er geen onderhandelingen mogelijk
zijn, men gaat in principe voor de goedkoopste.
Inmiddels hebben tenders zich ontwikkeld tot
complexe processen waarbij prijs slechts één element is. Het vak heet hier eigenlijk ‘bid-management’. Het voordeel van verkoopprocessen door
middel van tendering is dat het transparant en
objectief is in plaats van drijvend op relaties en
dat het inkoopgedreven is in plaats van verkoopgestuurd.
De toekomst is aan bedrijven
met een geïntegreerde
communicatieaanpak
Binnen de marketingdoelgroepen worden in­
kopers een apart te benaderen groep met een
eigen boodschap. Het gevaar te veel te concurreren op prijs is daarbij aanwezig. Prijsconcurrentie
is als straatvechten, altijd een verloren strijd. ­
De inkoper kijkt vaak op een andere manier naar
uw ‘waarden’ als de gebruiker en weegt ze op een
andere wijze. Daarom is het aan de marketeer om
ook de criteria van de inkoper goed te kennen.
11
A-merken belangrijk
voor supermarktklanten
Het schrappen van A-merken leidt tot boze reacties bij klanten. Minder bekende merken uit het
schap halen kan niet zoveel kwaad. Dat maakt het
de klant bovendien gemakkelijker om te kiezen.
Dat blijkt uit het proefschrift van Laurens Sloot
aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Supermarktbezoekers ergeren zich aan het niet
beschikbaar zijn van assortiment op het moment
dat zij het willen aanschaffen. Ook veranderingen
van het assortiment leiden ertoe dat consumenten gaan klagen en van winkel wisselen waardoor
de verkoop daalt. Met name de afwezigheid van
bekende merken als Heineken, Coca Cola, Becel
en Lays in productgroepen van lekkernijen en
genotsmiddelen leidt tot veel negatieve consumentenreacties en omzetverlies. Bij minder
bekende merken leidt een assortimentsvermindering daarentegen juist tot meer tevredenheid.
Meer informatie: www.eur.nl
Schiphol een van
duurste luchthavens
Schiphol is de op twee na duurste luchthaven in
Europa. Dat blijkt uit het anvr-rapport Jungle
van taxen en toeslagen. Schiphol is volgens het
rapport zo duur omdat de veiligheidskosten volledig worden doorberekend aan de klant. Van de
grote Europese luchthavens is Schiphol de op
twee na duurste luchthaven in de Europese Unie,
alleen Kopenhagen en Parijs Charles de Gaulle
zijn duurder. Gemiddeld wordt nu meer dan
70 euro aan taxen en toeslagen bovenop het
ticket betaald. Uit de studie blijkt dat er op de
kale ticketprijs vele toeslagen worden geheven.
Op een retour met een tussenstop zitten veertien
toeslagen die door diverse instanties worden
geheven. De brandstofkosten zitten voor een deel
in de ticketprijs en voor een deel in de toeslag.
Meer informatie: www.anvr.nl
Risk
Snor, baard en sigaret
> www.marketing-online.nl/researchbase
Snor, baard en sigaret zijn de grootste afknappers
bij een eerste date. Het opsteken van een sigaret
wordt zowel door veel heren als dames als een
minpunt ervaren. Dit blijkt uit onderzoek van de
datingsite Datecom.nl. Mannen lopen het snelst
warm voor slanke blondines met een mooie uitstraling. Maar de eigenschappen lief, eerlijk en
betrouwbaar worden toch belangrijker gevonden
dan het uiterlijk. Vrouwen onder de dertig zoeken een zorgzame man, die goed kan koken.
De dames die de dertig zijn gepasseerd zijn vooral
op zoek naar een betrouwbare kerel die van kinderen houdt. De vrijgezelle veertigplussers zoeken eerder een maatje dan dat ze op een stormachtige romance zitten te wachten.
Meer informatie: www.datecom.nl
Het begrip ‘risk marketing’ wordt steeds vaker
genoemd in de marketing. Risk marketing gaat
niet alleen over het signaleren en voorkomen van
risico’s, maar veel meer over het optimaliseren
van inkomensstromen. Of risk marketing een
kabbelend beekje of een snelstromende rivier
wordt, hangt samen met de concurrentiedruk. ­
En om de concurrentiedruk te verlagen is het
noodzakelijk de organisatie aan te passen.
Service is daarbij een steeds belangrijker aspect.
Uiteindelijk is service een ‘loyalty’-aspect, het
zorgt voor klanttevredenheid. Tevreden klanten
lopen nu eenmaal minder snel weg. Service wordt
over het algemeen slecht geïntegreerd in het marketingdenken, in tegenstelling tot klantrendement dat een centrale plek in veel marketing­
plannen heeft.
grootste afknappers
Zoeken op: trends
www.marketing-online.nl/researchbase
12
Gamen verhoogt intelligentie
Volgens onderzoek van York University in
Toronto, Canada, verhoogt gamen de intelligentie. Op basis van de resultaten van het onderzoek
wordt geconcludeerd dat gamers beter presteren
en in staat zijn sneller antwoord te geven dan
hun niet-spelende leeftijdsgenoten. De honderd
onderzochte Canadese studenten zijn onderworpen aan een serie cognitieve tests. Op het gebied
van complexe taken worden de beste resultaten
geboekt door meertalige gamers. De verbeterde
cognitieve capaciteiten ten gevolge van het spelen van games en meertaligheid komen volgens
de onderzoekers voort uit gewenning aan het
blokkeren van irrelevante informatie. Zowel
gamen als meertaligheid zouden die capaciteit
vergroten.
Meer informatie: www.yorku.ca
Islamieten ontevreden
met imams
Veel geestelijke leiders krijgen een slecht rapportcijfer van de islamieten in Amsterdam.
27 Procent noemt ze zonder meer slecht omdat
ze de islam verkeerd interpreteren, omdat ze te
radicaal, te ouderwets of te laag opgeleid zijn, of
omdat ze de islam een slecht imago bezorgen.
Dat blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau o+s
van de gemeente Amsterdam. Van de jonge
Marokkanen voelt bijna 60 procent zich wel eens
gediscrimineerd. Onder oudere Marokkanen is
dat 45 procent. Van de autochtone Amsterdam­
mers heeft 49 procent een negatief beeld van
Marokkanen. Onder Turkse Amsterdammers is
dit op 44 procent. Wanneer gevraagd wordt hoe
de Amsterdammer denkt dat in zijn stad over
Marokkanen wordt gedacht, verwacht 85 procent
dat de uitkomst negatief is.
Meer informatie: www.os.amsterdam.nl
Amsterdam niet langer
meer gay capital
Amsterdam is op zijn retour als bestemming
voor homo en lesbische toeristen. Het lijkt er
zelfs op dat de hoofdstad de eretitel gay capital
van Europa kwijt is geraakt en is veroordeeld
tot een positie in de middenmoot. Dit blijkt
uit onderzoek van het Amerikaanse homoblad
Washington Blade. Het wegblijven van de gaytoerist kost de stad veel geld. De gaytoerist geeft
in Amsterdam gemiddeld 158 euro per dag uit.
Een gemiddelde bezoeker daarentegen geeft
slechts 121 euro uit. Bovendien blijft de gaytoerist gemiddeld ook langer, waardoor deze per
bezoek 43 procent meer uitgeeft dan een doorsnee toerist. Voornaamste oorzaak dat Amster­
dam voorbijgestreefd wordt, is volgens 80 procent van de buitenlandse tussenpersonen dat het
aanbod voor gays niet vernieuwend (genoeg) is.
Minder dan 10 procent vindt dat Amsterdam het
predikaat trendsettend verdiend.
Meer informatie: www.washblade.com
www.marketing-online.nl/researchbase
ResearchBase 03 maart 2006
Het succes van
een huisstijl
titel Corporate Visual Identity Management
auteur Universiteit Twente
uitgave rapport (175 pagina’s)
datum oktober 2005
prijs 25 euro
bestelcode 192347
Een goed design met goede richtlijnen is niet
altijd voldoende voor een sterke visuele identi­
teit. Precies 50 procent van het succes van een
huisstijl wordt bepaald door interne organisa­
tiefactoren.
Dit blijkt uit het proefschrift Corporate Visual
Identity Management waarmee Annette van den
Bosch promoveerde aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente.
Naast een literatuuronderzoek zijn 686 mede­
werkers gevraagd naar hun mening over huisstijlmanagement in hun organisatie.
Eenduidig beeld
De huisstijl van een onderneming is veelomvattend en bestaat uit naam, logo en symbolen, ­
typografie, kleuren, slogan en aanvullende ­
grafische elementen, die worden toegepast op ­
gebouwen, voertuigen, kantooromgeving en ­
kleding. Technologische ontwikkelingen hebben
geleid tot autonomie in de werksituatie. Iedereen
schrijft brieven en maakt gebruik van e-mail.
Logo’s worden van internet gedownload, met het
risico dat de resolutie niet geschikt is voor andere
toepassingen dan het beeldscherm. Dit heeft tot
gevolg dat veel meer medewerkers invloed hebben op de visuele uitstraling van hun organisatie.
Identiteit- en communicatiemanagers moeten
zich inspannen voor een multidisciplinaire aanpak om succesvol te zijn bij het nastreven van een
eenduidig beeld van de organisatie.
Structuur en cultuur
De maatregelen die worden gebruikt om een
huisstijl te managen, zijn onder te verdelen in
structuurgerelateerde maatregelen en cultuur­
gerelateerde maatregelen. Structuurgerelateerde
maatregelen zijn: uitgebreide huisstijlrichtlijnen,
actuele huisstijlrichtlijnen, toegang tot de huisstijlrichtlijnen, inzet van technische hulpmiddelen (zoals bijvoorbeeld sjablonen), aanwezigheid
van een helpdesk voor de huisstijl, aanwezigheid
van een huisstijlmanager en de aanwezigheid van
voorkeurleveranciers. Cultuurgerelateerde maatregelen zijn: huisstijl als onderwerp in een introductieprogramma, voorbeeldgedrag van managers en regelmatig overleg met gebruikers van de
huisstijl.
Daadwerkelijk gedrag
Niet alle maatregelen worden even belangrijk gevonden. Over het algemeen worden de cultuurgerelateerde maatregelen het minst toegepast in
organisaties. Het gedrag van managers wordt als
erg belangrijk gewaardeerd, terwijl volgens de
medewerkers slechts 27 procent van de managers
daadwerkelijk het voorbeeldgedrag toont en de
huisstijl goed toepast.
Zes van de onderzochte maatregelen blijken van
invloed op een consistente huisstijl: het voorbeeldgedrag van managers, actuele richtlijnen, ­
de aanwezigheid van een huisstijlmanager, voorkeurleveranciers, toegang tot de richtlijnen en
huisstijl in het introductieprogramma. Vooral
het totaal aan toegepaste maatregelen heeft veel
impact. Daarnaast zijn het voorbeeldgedrag van
de managers en de actuele richtlijnen cruciaal
voor een consistente huisstijl.
Organisatiekenmerken
In elk type organisatie is het voorbeeldgedrag van
managers een belangrijke voorspeller voor een
consistente huisstijl. In dienstverlenende organisaties blijken daarnaast het up-to-date zijn van de
huisstijlrichtlijnen, voorkeurleveranciers voor de
productie van middelen, het onderwerp huisstijl
in een introductieprogramma en de aanwezigheid van een huisstijlmanager voorspellers te zijn.
In producerende organisaties is juist de toegang
tot de huisstijlrichtlijnen een belangrijke voorspeller.
Tussen profit- en non-profitorganisaties bestaan
echter de meeste verschillen. In profitorganisaties
zijn, naast het voorbeeldgedrag van de managers,
voorkeurleveranciers en de aanwezigheid van een
huisstijlmanager van belang. Bij non-profitorganisaties zijn de up-to-date huisstijlrichtlijnen,
voorkeurleveranciers, het onderwerp huisstijl in
een introductieprogramma en de aanwezigheid
van een huisstijlmanager van belang.
Profitorganisaties
In profitorganisaties is de huisstijl consistenter
en de scores op de kenmerken van huisstijl­
management hoger. Profitorganisaties leveren
dus meer inspanning voor een consistente huisstijl. In dienstverlenende profitorganisaties heeft
de kennis van de strategie van de organisatie een
directe invloed op de consistentie van de huisstijl.
Een mogelijke verklaring voor de directe invloed
van de openheid/dynamiek van profitorganisaties
op de consistentie is de noodzaak om zichtbaar
en herkenbaar te zijn. Als medewerkers zich hiervan bewust zijn, kan dit leiden tot een betere toepassing van de huisstijlrichtlijnen.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: huisstijl
ResearchBase 03 maart 2006
Trends in media
en entertainment
1
Online
adverteren
titel Entertainment & Media Outlook towards 2009
auteur PricewaterhouseCoopers
uitgave download (104 pagina’s/683 kb)
datum januari 2006
prijs gratis
bestelcode 192185
titel Marktonderzoek online adverteren 2005
auteur fd Mediagroep
uitgave download (28 pagina’s/890 kb)
datum oktober 2005
prijs gratis
bestelcode 190669
De Nederlandse entertainment­ en media­
industrie (e&m) bevindt zich in een gunstige
positie met een omzet van 11,3 miljard euro in
2004, de grootste jaarlijkse groei sinds 2000.
De verwachting is dat tot 2009 de omzet zal
toenemen tot 13,7 miljard euro waarbij de
internet­ en televisiesegmenten verantwoor­
delijk zullen zijn voor 85 procent van de ver­
wachte groei.
levisie ­speelt ­een ­belangrijke ­rol. ­De ­groei ­wordt ­
echter ­geremd ­doordat ­de ­overheid ­in ­de ­toekomst ­minder ­geld ­uit ­zal ­geven ­aan ­de ­omroepen, ­en ­door ­een ­matige ­advertisingmarkt.
Out­of­home advertising ­herstelde ­zich ­na ­het ­
moeten ­opgeven ­van ­tabaksreclame ­in ­2004 ­en ­
zal ­de ­komende ­jaren ­profi ­teren ­van ­nieuwe ­billboardtechnologieën. ­Het ­segment ­zal ­met ­meer ­
dan ­4 ­procent ­per ­jaar ­toenemen. ­De ­fi ­lmindustrie ­neemt ­met ­bijna ­4 ­procent ­toe ­door ­een ­
groei ­van ­dvd-verkoop ­en ­een ­verwachte ­toename ­in ­bioscoopopbrengsten ­in ­2006 ­en ­2007. ­
Daarnaast ­gaat ­de ­overheid ­de ­productie ­van ­lokale ­fi ­lms ­door ­middel ­van ­subsidies ­stimuleren. ­
Het ­verleden ­heeft ­uitgewezen ­dat ­bioscoopbezoek ­
toeneemt ­naarmate ­de ­lokale ­fi ­lmindustrie ­groeit, ­
zelfs ­als ­lokale ­fi ­lms ­maar ­een ­klein ­gedeelte ­van ­de ­
bioscoopinkomsten ­vertegenwoordigen.
Bij een toenemend aantal bedrijven maakt
online adverteren een vast deel uit van het
communicatieplan. Het aandeel van het hier­
voor gereserveerde advertentiebudget stijgt
eveneens. Vrijwel in alle opzichten is online
adverteren een beter instrument dan offline
adverteren: de respons is groter en beter ter­
wijl de kosten lager zijn.
De Efteling
Het ­Marktonderzoek online adverteren, ­dat ­jaarlijks ­wordt ­uitgevoerd ­door ­de ­fd ­Mediagroep, ­is ­
in ­2005 ­voor ­de ­zevende ­keer ­uitgevoerd. ­Ditmaal ­
vond ­het ­onderzoek ­volledig ­online ­plaats. ­Er ­is ­
een ­e-mailing ­verzonden ­naar ­2.612 ­personen ­
binnen ­de ­reclamebranche ­en ­adverteerders ­bij ­
de ­fd ­Mediagroep. ­In ­totaal ­vulden ­338 ­respondenten ­de ­vragenlijst ­in. ­
Nederland heeft minder geleden
onder piraterij dan andere
landen in Europa
De ­stijgende ­economie ­zal ­de ­industrietak ­positief ­
beïnvloeden. ­Tot ­2007 ­groeit ­de ­em-industrie ­
harder ­dan ­de ­economie, ­daarna ­volgt ­de ­groei ­
de ­economische ­trend. ­Dit ­is ­de ­verwachting ­van ­
PricewaterhouseCoopers ­in ­de ­de ­uitgave ­Enter­
tainment & Media Outlook towards 2009: Trends
in the Netherlands 2005­2009. ­Het ­rapport ­bevat ­
specifi ­eke ­informatie ­over ­trends ­en ­fi ­nanciële ­gegevens ­van ­de ­branche ­in ­Nederland.
Breedband
Het ­segment ­internet ­groeide ­de ­afgelopen ­vijf ­
jaar ­het ­snelst. ­Verwacht ­wordt ­dat ­het ­segment ­
de ­komende ­vijf ­jaar ­met ­gemiddeld ­12 ­procent ­
per ­jaar ­net ­zo ­snel ­zal ­blijven ­groeien. ­In ­2006 ­
gaat ­internet ­de ­krant ­voorbij ­en ­wordt ­daarmee, ­
na ­televisie, ­het ­op ­een ­na ­grootste ­segment. ­De ­
belangrijkste ­oorzaak ­hiervan ­is ­dat ­veel ­gebruikers ­van ­de ­relatief ­goedkopere ­inbelverbinding ­
overschakelen ­naar ­de ­duurdere ­breedbandverbinding. ­
Tussen ­2008 ­en ­2009 ­zal ­de ­markt ­voor ­breedband ­echter ­verzadigd ­raken, ­waardoor ­de ­groei ­
weer ­afneemt. ­De ­groei ­van ­breedband ­komt ­ook ­
online ­advertising ­ten ­goede ­omdat ­breedbandgebruikers ­meer ­tijd ­online ­doorbrengen. ­Ook ­
zoeken ­ze ­meer ­op ­internet ­en ­kopen ­ze ­vaker ­
producten ­online. ­
Video­on­demand
Televisie ­is ­het ­op ­een ­na ­snelst ­groeiende ­segment ­met ­een ­gemiddelde ­van ­6 ­procent ­per ­jaar. ­
Dit ­komt ­vooral ­door ­stijgende ­abonnementsinkomsten ­en ­de ­toename ­van ­video­on­demanddiensten. ­Ook ­de ­overschakeling ­naar ­digitale ­te-
­
Nederland ­was ­in ­2004 ­verantwoordelijk ­voor ­
4 ­procent ­van ­de ­totale ­entertainment- ­en ­mediauitgaven ­in ­West-Europa. ­Het ­aandeel ­in ­de ­opbrengsten ­van ­pretparken ­was ­met ­8,4 ­procent ­ver ­
boven ­het ­gemiddelde. ­Dit ­komt ­door ­De ­Efteling, ­
een ­van ­de ­grootste ­parken ­in ­Europa, ­dat ­ook ­
veel ­buitenlandse ­bezoekers ­trekt. ­Tijdschriften ­en ­
kranten ­lagen ­ook ­boven ­het ­gemiddelde, ­omdat ­
de ­gedrukte ­media ­in ­Nederland ­een ­groter ­aandeel ­hebben ­in ­reclame ­dan ­in ­andere ­landen. ­
Opgenomen ­muziek ­en ­internet ­lagen ­ook ­boven ­
het ­gemiddelde. ­Als ­het ­gaat ­om ­opgenomen ­
muziek ­heeft ­Nederland ­minder ­geleden ­onder ­
piraterij ­dan ­andere ­landen. ­Toch ­zal ­de ­opkomst ­
van ­online ­muziekdiensten ­ervoor ­zorgen ­dat ­de ­
fysieke ­verkoop ­van ­muziek ­afneemt. ­
> www.marketing­online.nl/researchbase
Zoeken op: entertainment
Belangrijkstetelevisieadverteerdersin2004
(inmiljoeneneuro’s)
,´/REALß
0ROCTERß
ß'AMBLEß
KPNß
,EVERß&ABERGmß
5NILEVERß
Alleen bij het neerzetten
van een imago is offline
adverteren nog favoriet
Online versus offline
Net ­als ­in ­voorgaande ­jaren ­acht ­de ­reclamebranche ­online ­adverteren ­een ­sterker ­middel ­dan ­
offl ­ine ­adverteren ­als ­het ­gaat ­om ­het ­genereren ­
van ­een ­grote ­hoeveelheid ­respons ­en ­het ­uitvoerig ­informeren ­van ­doelgroepen. ­Tevens ­wordt ­
online ­adverteren ­een ­beter ­middel ­gevonden ­om ­
nauwkeurig ­doelgroepen ­te ­bereiken ­en ­respons ­
met ­een ­hoge ­kwaliteit ­te ­genereren. ­Online ­adverteren ­is ­interactiever, ­actiematig ­beter ­en ­sneller ­inzetbaar ­tegen ­lagere ­kosten. ­De ­resultaten ­
van ­een ­online ­campagne ­zijn ­vervolgens ­beter ­
meetbaar. ­Offl ­ine ­adverteren ­wordt ­een ­sterker ­
instrument ­gevonden ­om ­naamsbekendheid ­te ­
creëren, ­het ­imago ­neer ­te ­zetten ­en ­om ­langetermijneffecten ­te ­bewerkstelligen. ­
Online ­adverteren ­wordt ­dit ­jaar ­echter ­op ­ieder ­
punt ­(fors) ­sterker ­geacht ­dan ­vorig ­jaar, ­en ­deze ­
stijging ­gaat ­in ­nagenoeg ­alle ­gevallen ­ten ­koste ­
van ­offl ­ine ­adverteren. ­Opvallend ­hierbij ­is ­de ­gewijzigde ­opvatting ­over ­de ­visuele ­kracht ­van ­online ­adverteren. ­Vorig ­jaar ­werd ­offl ­ine ­adverteren ­op ­dit ­punt ­sterker ­geacht, ­inmiddels ­zijn ­de ­
rollen ­omgedraaid. ­Bij ­het ­neerzetten ­van ­een ­
imago ­is ­offl ­ine ­echter ­nog ­steeds ­favoriet: ­de ­
helft ­van ­de ­adverteerders ­vindt ­dat ­offl ­ine ­adverteren ­op ­dit ­punt ­beter ­is. ­ ­Y
www.marketing-online.nl/researchbase
14
Sterkste punten van online adverteren (in procenten)
Interactief
•••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Resultaten goed meetbaar
•••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Snel inzetbaar
••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Lage kosten
74,7
••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
74,7
Veel respons genereren
88,2
De mkb’er als
consument
78,2
••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Actiematig goed inzetbaar
95,3
ResearchBase 03 maart 2006
64,7
Doelgroepen nauwkeurig bereiken
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • 61,2
•••••••••••••••••••••••••••••••••
Y Professionele aanpak
Bij 30 procent van de organisaties maakt online
adverteren 15 procent of meer uit van het totale
communicatiebudget, de zogenaamde ‘heavy online’. In 2004 maakte deze groep nog maar een
tiende uit van alle adverteerders. Bij een iets grotere groep (een derde) speelt online adverteren
een kleinere rol; hier maakt online adverteren
minder dan 15 procent uit van het totale communicatiebudget (‘moderate online’). Het restant,
ruim een derde, adverteerde het afgelopen jaar
niet online.
Bij ruim acht op de tien organisaties houdt een
professional zich bezig met de planning en ontwikkeling van internetcampagnes, ongeveer
evenveel als in voorgaande jaren. Bij het grootste
deel (bijna 60 procent) van de organisaties worden deze werkzaamheden gecombineerd met andere werkzaamheden. Bijna een kwart heeft een
specialist in dienst. Dit percentage ligt hoger
onder de groep die 15 procent van het budget of
meer besteedt aan online marketing: hier heeft
ruim een derde een specialist in dienst.
Weblogs en rss-feeds
Nieuwe opties onder de paraplu van de fd Media­
groep, zoals een weblog van redacteuren en een
rss-feed zien organisaties in mindere mate als
wenselijke aanvulling (30 procent). Rond de laatste bestaat veel onduidelijkheid, men kan zich
niet echt een beeld vormen over de mogelijk­
heden van sponsoring van rss-feeds. Er is geen
unanimiteit te vinden over weblogs en slechts de
helft weet zich een mening te vormen. Een beperkt deel doet echt een uitspraak omtrent de
commerciële mogelijkheden op weblogs. Een
kleine meerderheid denkt dat er meer commer­
ciële weblogs zullen komen: meer mogelijkheden
voor bannering, pop-ups, tekstlinks en andere
vormen van advertisement. Weblogs kennen ­
namelijk vaak een specifiek onderwerp zodat adverteerders doelgericht kunnen communiceren.
> www.marketing-online.nl/researchbase
titel Kritisch kopen in het mkb
auteur eim
uitgave download (54 pagina’s/382 kb)
datum januari 2006
prijs gratis
bestelcode 190256
mkb-bedrijven kopen op een andere manier in
dan grote bedrijven. Vanwege onzekerheden
in hun omgeving, relatief hoge zoek- en trans­
actiekosten, beperkte onderhandelingsmacht
en gewenste flexibiliteit, investeren mkbondernemers meer in langetermijnrelaties
met hun leveranciers. Hierdoor worden andere
zaken dan de prijs voor mkb’ers belangrijk.
In de position paper Kritisch kopen in het mkb
wordt allereerst kort ingegaan op de rol van bedrijfsmatige afnemers met betrekking tot het
functioneren van markten en daarna in het bijzonder op de rol van het mkb als afnemer op geliberaliseerde markten. In het verlengde hiervan is
bekeken welke aspecten invloed hebben op het
inkoopgedrag van ondernemers en het al dan niet
overstappen naar een andere aanbieder.
Geen piramide van Maslow
Veel mkb-bedrijven zijn zo klein dat hun inkoopgedrag in de praktijk grote overeenkomsten vertoont met het aankoopgedrag van consumenten
en huishoudens. Een belangrijk aspect van consumenten inkoopgedrag is dat bepaald gedrag te
typeren is als niet-rationeel en beïnvloed wordt
door percepties en attitudes. Er zijn echter ook
verschillen. Een belangrijk verschil is dat de
koper, de beslisser en de gebruiker niet dezelfde
persoon hoeven te zijn in een mkb-onderneming,
terwijl dat voor consumenten vaak wel geldt.
Ten tweede dienen inkopen van mkb-bedrijven
voor bedrijfsmatige doelen (kostenreductie,
winstvergroting, et cetera), terwijl de aankopen
van consumenten een persoonlijk doel uit de ­
piramide van Maslow dienen. Ook zijn de wat
grotere mkb-bedrijven (meer dan tien man personeel) vaak iets beter geïnformeerd dan consumenten.
Routinematige inkopen
Het overgrote deel (drievijfde) van de inkopen
van bedrijven bestaat uit straight rebuys (routinematige inkopen bij bestaande leveranciers). De
new task-inkopen (inkoop van een artikel voor de
Zoeken op: online adverteren
eerste keer) betreft ongeveer een vijfde van de ­
inkopen. In grote lijnen kan worden gesteld dat
bedrijven uit alle grootteklassen een even grote
fractie van hun inkopen definieert als new taskinkoop (namelijk 19 procent). Echter, binnen ­
de groep rebuys is wel een verschil te zien: hoe
groter het bedrijf, des te hoger het percentage
modified rebuys (herhaalinkopen van bestaande
artikelen met gewijzigde productspecificatie, ­
leveringscondities of een andere leverancier) ­
en des te lager de fractie straight rebuys.
Inkoopgedrag van
mkb’ers lijkt vaak op dat
van consumenten
Transactiekosten
Het relatief grote aantal straight rebuys van mkbbedrijven ten opzichte van het grootbedrijf kan
op economisch-theoretische gronden wellicht het
best worden verklaard vanuit de transactiekostenbenadering. Aangezien kleine bedrijven vaak
kleinere hoeveelheden inkopen, kunnen de transactiekosten per gekocht product nogal oplopen.
Daardoor zijn de transactiekosten bij het mkb ­
relatief belangrijker dan bij het grootbedrijf. Uit
onderzoek blijkt dat langdurige relaties met afnemers de noodzakelijke zekerheid kunnen bieden,
wat transactiekostenverlagend kan werken.
Ook overstapdrempels kunnen een rol spelen bij
de inkoopbeslissing. Als het de ondernemer meer
geld en/of moeite kost om een zelfde inkoop te
doen bij een andere dan de gebruikelijke leverancier, kunnen we spreken van overstapdrempels.
Voorbeelden van overstapdrempels zijn: contracttermijnen, boetes voor het opzeggen van een
lopend contract, of investeringen die moeten
worden gedaan om het bedrijf geschikt te maken
voor de standaard van de andere leverancier.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Verdeling van inkoopsituaties naar grootte van het bedrijf (in procenten)
1-50 werknemers
51-100 werknemers
> 100 werknemers
Totaal
www.marketing-online.nl/researchbase
Straight rebuy
64
61
58
59
Modified rebuy
17
20
23
22
New task
19
19
19
19
ResearchBase 03 maart 2006
Grenzen aan variëteit
15
In de rubriek Signaal worden
diverse onderzoeksactiviteiten
aangekondigd.
tns nipo
titel How Assortment Variety Affects Assortment Attractiveness
auteur Erasmus Universiteit Rotterdam
uitgave download (278 pagina’s/5 mb)
datum januari 2006
prijs gratis
bestelcode 192770
Variëteit is overal aanwezig. Steeds weer moe­
ten mensen kiezen uit een grote hoeveelheid
mogelijkheden. Hoewel variëteit voordelen
heeft, brengt het ook nadelen met zich mee
voor de consument. Retailers realiseren zich
dat er grenzen zijn aan de hoeveelheid varië­
teit waar consumenten mee geconfronteerd
willen worden.
In haar proefschrift How Assortment Variety
Affects Assortment Attractiveness onthult Eline
de Vries, promovenda aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, de effecten van variëteit en de
voor- en nadelen daarvan. Op basis van een
rijke hoeveelheid experimentele data werd de
relatie tussen variëteit in een assortiment en de
aantrekkelijkheid van het assortiment onderzocht.
Overload
Grotere assortimenten van eenvoudige producten zijn aantrekkelijker voor consumenten, maar
er is een grens. Het vergroten van het assortiment
na deze grens lijkt te leiden tot een minder aantrekkelijk assortiment. De relatie tussen assortimentsgrootte en aantrekkelijkheid kan verklaard
worden door percepties van variëteit, verschillende voordelen en één nadeel van variëteit. ­
Hoewel variëteit tot meerdere nadelen leidt, heeft
slechts één ervan, het gebrek aan overzicht door
een overload aan informatie, een significant negatief effect op zowel complexe als eenvoudige
assortimenten.
Lastig
Er bestaat een paar interessante verschillen tussen
complexe en eenvoudige producten in het onderliggende proces van variëteit en aantrekkelijkheid
van een assortiment. Ten eerste speelt verwachte
spijt een veel grotere rol bij complexe producten.
Het maken van een foute keuze is veel erger als
een duur, complex product wordt gekocht dat
nog een tijd mee moet gaan. In assortimenten
met complexe producten zijn dus zowel een gebrek aan overzicht als het verwachten van spijt
cruciaal, omdat ze beide de aantrekkelijkheid van
een assortiment verlagen.
Ten tweede is, hoewel dit ook relevant is voor
eenvoudige producten, de aanwezigheid van het
favoriete product van een consument belangrijker in een assortiment met complexe producten.
De aanwezigheid van het favoriete product maakt
de lastige keuze van een complex product makkelijker.
Suboptimale keuze
Opvallend is daarnaast dat het totale effect van
assortimentsgrootte op de aantrekkelijkheid van
het assortiment niet positief of negatief is. Kleine
en grote assortimenten lijken even aantrekkelijk
te zijn voor complexe producten. Wel is het zo
dat in grote assortimenten consumenten hun
aandacht richten op relatief minder producten,
wat kan leiden tot een suboptimale keuze. Vanuit
dit oogpunt lijkt een kleiner assortiment van
complexe producten dus beter.
Retailers
Het advies aan retailers die meer complexe producten aanbieden, is om consumenten te helpen
in hun beslissingsproces met behulp van verkoopmedewerkers, omdat de selectie van een
complex product uit een groot assortiment kan
leiden tot een suboptimale keuze. Als dat niet
mogelijk is, wordt aangeraden om kleine assor­
timenten aan te bieden.
Tijdsdruk maakt een
assortiment met veel producten
minder aantrekkelijk
Verder is het essentieel dat consumenten overzicht van het assortiment hebben. Een gebrek ­
aan overzicht maakt een assortiment minder aantrekkelijk. Daarnaast is ook de aanwezigheid van
favoriete producten noodzakelijk, vooral in assortimenten met complexe producten. In zulke
assortimenten is het ook belangrijk om verwachte
spijt te voorkomen. Verwachte spijt kan bijvoorbeeld beperkt worden door favoriete producten
aan te bieden of door specifieke informatie over
de producten te geven.
Tijdsdruk, ten slotte, maakt een assortiment met
veel producten minder aantrekkelijk. Retailers
die veel gehaaste consumenten bedienen kunnen
bijvoorbeeld de tijd die nodig is voor koopgerelateerde activiteiten, zoals voor de kassa wachten,
verminderen om het negatieve effect van tijdsdruk te beperken.
> www.marketing-online.nl/researchbase
Zoeken op: assortiment
Winkelketenonderzoek 2006
In maart 2006 voert tns nipo Retail weer het
multi-client Winkelketenonderzoek uit, voorheen
Bekendheid Winkelketens. Hierin wordt niet alleen
de bekendheid van winkelketens in Nederland
gemeten maar wordt ook onderzocht hoeveel
mensen een bepaalde winkelketen overwegen te
bezoeken en hoeveel mensen er al daadwerkelijk
kopen. In totaal worden voor het onderzoek circa
1.000 Nederlanders van achttien jaar en ouder
online ondervraagd.
Startdatum: maart 2006
Meer informatie: www.tns-nipo.nl
Blauw Research
Thuiswinkel Markt Monitor
De Thuiswinkel Markt Monitor is een onafhankelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd door Blauw
Research in samenwerking met Thuiswinkel.org.
Het onderzoek is opgezet als multi-client onderzoek, zodat vergelijking in de tijd en benchmarking centraal staan. Om inzicht te krijgen in de
markt wordt halfjaarlijks verkoopcijfers gevraagd
aan een groot aantal online retailers. Tevens
wordt twee keer per jaar een grootschalig consumentenonderzoek gehouden om marktcijfers te
wegen en diepgaande informatie te verkrijgen
over gedrag en profielen van internetters.
Meer informatie: www.blauw.com
iPing Research
Broadband Performance
Broadband Performance is een continu onderzoek
van iPing Research naar de kwaliteit van breedbandinternet. Alle Nederlandse internetproviders
zijn opgenomen in dit onderzoek en deze providers worden 24 uur per dag, 365 dagen per jaar
gemeten en beoordeeld op de kwaliteit van de
dienst die zij leveren. De metingen worden
gedaan vanuit het oogpunt van de eindgebruiker;
hoe ervaart de gebruiker de dienst die hem geboden wordt door de provider.
Meer informatie: www.iping.nl
Aankondigingen voor onderzoeksactiviteiten kunnen gestuurd worden naar [email protected]
www.marketing-online.nl/researchbase
✃
Abonneerbon
Ja, ik wil graag een jaarabonnement op Marketing ResearchBase. Ik ontvang als abonnee 10 keer per jaar de
nieuwsbrief en een jaar lang toegang tot de database op www.marketing-online.nl/researchbase.
In 1949 vroeg het Nederlands Instituut voor
de Publieke Opinie (n.i.p.o.) het publiek naar
hun mening over veranderingen van sluitingstijden van winkels.
Anno 2006 heeft de consument tijdgebrek
en kunnen winkels niet vaak genoeg open
zijn... (zie het rapport Wat wordt ‘t, koopavond
of koopzondag?)
Ik betaal het eerste jaar niet de normale abonnementsprijs van € 175, maar de introductieprijs van
€ 149 (beide prijzen zijn exclusief btw). Aanbod geldt tot 31 december 2006.
Organisatie:
Functie:
T.a.v.: dhr/mw
Adres:
Postcode:
Plaats:
Telefoon:
E-mail (verplicht):
Datum:
Handtekening
Stuur deze bon in een ongefrankeerde
envelop naar:
Marketing ResearchBase
Antwoordnummer 47675
1070 vd Amsterdam
U ontvangt als abonnee een persoonlijk wachtwoord
waarmee u toegang krijgt tot de site van Marketing
ResearchBase. Op deze site treft u een almaar groeiend
overzicht van de publieke marktonderzoeken die in
Nederland verschijnen. De samenvattingen in de
database zijn doorzoekbaar en u kunt on-line de integrale
rapporten bestellen en/of downloaden.
Abonneren kan ook via:
internet www.marketing-online.nl/shop
e-mail [email protected]
telefoon (0570) 67 33 58
Kijk voor meer uitgaven op het gebied van marketing op:
www.marketing-online.nl/shop
Ja, ik bestel graag de volgende rapporten:
ò 1192347 Corporate Visual Identity Management
Universiteit Twente € 25
ò 1190194 De digitale economie 2005 Centraal Bureau
voor de Statistiek € 29,50 (ook gratis download)
ò 1192247 Het economisch belang van reclame Centrum voor Merk en Communicatie € 53
ò 1192083 Het Nationale Automobilisten Onderzoek
ypca € 850
ò 1193247 Mood Magazine Trendslator € 295
ò 1192622 pim Marketing Trendrapport 2006 Platform Innovatie in Marketing € 70
ò 1192787 Preschoolers and Packaging ipm Kidwise
€ 3.500
Genoemde prijzen zijn exclusief btw en verzendkosten.
Uw bestelling wordt door de redactie van Marketing
ResearchBase doorgegeven aan de aanbieders van het
rapport. Kijk voor verdere leveringsvoorwaarden op:
www.marketing-online.nl/researchbase
Vul de bon in en stuur hem naar:
Liones Publishing Services B.V.
Antwoordnummer 10218
2280 wb Rijswijk
Faxen kan ook naar: (070) 319 38 25
✃
Bestelservice
Downloaden kan ook!
Van de onderstaande onderzoeken is het volledige rapport
met eventuele achtergrondinformatie te downloaden op
www.marketing-online.nl/researchbase
eim Kritisch kopen in het mkb
Erasmus Universiteit How Assortment Variety Affects
Assortment Attractiveness
evd Food Sector in Slovenia
fd Mediagroep Marktonderzoek online adverteren 2005
ifpi Digital Music Report 2006
MarketResponse Mediaopvoeding
PricewaterhouseCoopers Entertainment & Media Outlook
towards 2009
Rijksuniversiteit Groningen Understanding Channel
Purchase Intentions
Shoppenopzondag.nl Wat wordt ‘t, koopavond of koop­
zondag?
spot Financieel Jaarverslag Televisiereclame 2005
Inloggegevens kwijt? Bel Kluwer klantenservice
(0570) 673358
Bestelservice uitsluitend voor abonnees van
Marketing ResearchBase.
Organisatie:
Functie:
T.a.v.: dhr/mw
Adres:
Postcode:
Plaats:
Telefoon:
E-mail (verplicht):
“Er zijn op het ogenblik plannen opnieuw te
bepalen op welk uur de winkels gesloten moeten worden.” Met deze inleidende woorden
spraken enquêteurs en enquêtrices van het
n.i.p.o. (in maart 1949, red.) tot vele mannen
en vrouwen over het gehele land verspreid.
Op de vraag: “Zou U mij willen zeggen aan
welke van de plannen U de voorkeur geeft?”
zijn de antwoorden:
Sluiting om 6 uur ’s avonds
en Dinsdagmiddags. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39%
Sluiting om 7 uur ’s avonds
en Dinsdagmiddags. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30%
Sluiting om 6 uur ’s avonds
en Zaterdagmiddags. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18%
Geen oordeel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13%
De meeste ondervraagden zijn voor sluiting
op een door de weekse dag. Nog geen vijfde is
voor sluiting van de winkels op Zaterdagmiddag. Er zijn wat meer voorstanders van sluiting om 6 uur ’s avonds dan voor 7 uur. Onder
de vrouwen vinden we er nog meer die voor
sluiting om 6 uur zijn dan onder de mannen!
De mensen op het platteland zijn echter meer
voor sluiting om 7 uur ’s avonds dan de mensen in de steden. Maar overal vinden we een
meerderheid voor sluiting om 6 uur. In de
plaatsen van 100.000 en meer inwoners zijn er
43% voor sluiting om 6 uur tegen 26% voor
sluiting om 7 uur. Op het platteland zijn de
cijfers 36% en 33%.
Tenslotte valt het op, dat de mensen uit de
laagste inkomensklassen meer voor sluiting
om 6 uur zijn dan de mensen uit de hogere
inkomensklassen. Van de laagste inkomens is
42% voor sluiting om 6 uur en 25% voor
7 uur. Maar onder welgestelden is dit 38% en
35%.

Nederlands Instituut
voor de Publieke Opinie
(Amsterdam)
