juich verhalen - Koen van der Velden

Commentaren

Transcriptie

juich verhalen - Koen van der Velden
1
2
3
Bureau Sport is
terug! Het thema
in aflevering 1?
Juichen. Daarom:
hoe doet de
voetballer dat
eigenlijk? Negen
stijlen. Door Koen
van der Velden
4
BUREAU SPORT MAANDAG, NEDERLAND 3, 19:30 UUR
JUICH
VERHALEN
32
1
Een kwalijke trend, als u het ons vraagt, die narcistische wegrennerij na het maken van een
(ongetwijfeld belangrijk) doelpunt. Leuk en aardig,
zo’n afgemeten voorzet, maar ík heb gescoord, dus
nu iedereen even aan de kant graag. Dit is Mijn
Moment. Dat werk. Collega’s die het in hun hoofd
halen om in de feestvreugde te willen delen, worden
als een zwerm dazen weggewapperd. Nu even niet.
Meneer moet een statement maken, om welke reden
dan ook. Filippo Inzaghi, de Italiaan die het intikken
tot kunst verhief, had er een handje van. En Patrick
Kluivert deed het, na zijn winnende doelpunt in de
Champions League-finale van 1995. Goed, die zien
we door de vingers.
2
Nee, dan het tegenovergestelde. Met z’n allen.
Meer is beter. Het doelpunt – op z’n minst cruciaal, het liefst winnend – wordt gevierd met een standaard, kort sprintje (het moment waarop bijna elke
juichstrategie vorm krijgt) gevolgd door een bewuste
gang naar het gras, alsof de uitputting nabij is. Dan:
de blik naar de hemel gericht, armen en benen wijd,
en wachten maar. Op even extatische medespelers
om samen een vrolijk stapeltje euforie mee te vormen.
(Een tikkeltje gênant is het als de teamgenoten er
anders over blijken te denken dan de doelpuntmaker.)
3
De vreugdedans. Niet voor iedereen weggelegd. Een Afrikaanse dan wel Zuid-Amerikaanse
achtergrond is hier een pre, nee, een vereiste. Een
heupwiegende Ronaldinho? Ja hoor. Boudewijn Zenden die bij Sunderland zijn Ghanese ploeggenoot
Asamoah Gyan probeert te imiteren? Niet doen.
4
De pasgeboren baby blijkt een prima inspiratiebron voor de juichende voetballer. Dat weten we
sinds de Braziliaan Bebeto zijn doelpunt tegen Nederland op het WK van 1994 zo aandoenlijk – ja, op dat
moment bloedirritant – vierde met een wiegende
armbeweging, omdat hij net vader was geworden.
Jarenlang wisten we niet beter dan dat het zo hoorde,
tot in 2006, tijdens Olympique Lyon – PSV, bleek
dat de Braziliaan Fred negentig minuten lang met
een fopspeen in zijn onderbroek had rondgelopen.
De spits maakte de 4-0, haalde het ding tevoorschijn
en stopte het in zijn mond. Deze is voor jou, baby.
PSV'er Danko Lazović kopieerde het ritueel dankbaar
in 2008.
5
Omdat niet alles in een voetbalbroekje past, is de
hoekvlag bij gebrek aan betere rekwisieten vaak
snel gevonden. In de meeste gevallen wordt het ding
VARAGIDS - 33 - 2013
SPORT
5
uit de grond getrokken. Even wapperen. Niks aan de hand.
Maar zo heel soms leent de cornervlag zich uitstekend voor
het ventileren van opgekropte frustraties, bijvoorbeeld bij het
onrecht van een invalbeurt die te lang op zich liet wachten.
Sommige voetballers beschouwen het hulpstuk als een gelegenheidsboksbal, zoals de Australiër Tim Cahill dat in zijn
dagen bij Everton (op ludieke wijze) pleegde te doen. Ronduit hoffelijk was de oude Kameroener Roger Milla, die in de
hoekvlag na het scoren telkens weer zijn danspartner vond.
6
6
De uitzonderlijk atletische doelpuntenmaker overtreft zijn goals met acrobatische hoogstandjes als de
radslag, salto, flikflak, of – idealiter – een combinatie van dit
alles. Tikt u op YouTube bijvoorbeeld eens de naam Lomana
LuaLua in. Geen bijzondere speler, deze Congolees, maar
een buitengewoon spectaculair juicher, zo zult u zien. De Portugees Nani, speler van Manchester United, kan er ook wat
van met zijn backflips en schroefsalto’s. De nachtmerrie van
elke coach, overigens, dit gespringveer. Want, dure knieën.
7
Het lijkt de oerreflex van de scorende voetballer, het
uittrekken van het shirt. Ze kunnen het niet helpen.
Mag niet, gele kaart, maar toch gebeurt het regelmatig.
Neem Mario Ballotelli met zijn halfnaakte standbeeldpose,
tijdens het afgelopen EK. Of ex-Feyenoorder John Guidetti,
die twee seizoenen geleden een benutte strafschop met
ontbloot bovenlijf vierde en met twee keer geel kon vertrekken. Tja. Populair zijn de met tekst bedrukte ondershirts, die
een beetje voetballer tegenwoordig heimelijk draagt. Scoren
met voorbedachten rade, want pas bij een doelpunt kan de
boodschap voor Jezus, familielid, vriend of huisdier worden
getoond. Ook geel, trouwens.
8
In de eerste helft van de jaren 90 kreeg Pierre van
Hooijdonk, toen speler van NAC, een heel land aan
de zogenoemde buikschuiver – van de F’jes tot de
veteranen, iedereen deed het. Heerlijk, bij een natgeregend veld (een droge grasmat zorgt daarentegen voor
de betere schaafwonden). Aanloopje, armen vooruit, en
glijden. Zo ver mogelijk. Op de knieën kan ook. Denk
aan Dirk Kuijt. Heeft een fraaie knieschuiver in zijn
juichrepertoire.
7
8
9
9
VARAGIDS - 33 - 2013
FOTO'S: VI
Doe maar gewoon, dan doe je al gek
genoeg. Het is, wanneer het om juichen gaat,
het mantra van de voetbalromanticus die snakt
naar types als Dennis Bergkamp, Luc Nilis, Jari
Litmanen en Alan Shearer, naar de voetballer
die gewoon blij is als hij scoort en die wars is
van elke vorm van borstklopperij. Een glimlach in plaats van een verongelijkte grimas. Een
vuist omhoog, of desnoods twee. Een hupje mag.
33