Assen - rorcare.net

Commentaren

Transcriptie

Assen - rorcare.net
Meritor
Assen en Remmen
Technische Handleiding
TM Serie
Assen
INDEX
Hoofdstuk
1
2
3
4
5
Omschrijving
Blz
MERITOR GARANTIE
3
ALGEMENE INFORMATIE OVER ASSEN EN REMMEN
Aslichamen, Remcylindersteunen en Remsleutellagersteunen, Veerpadden voor blad-en
luchtvering, A.B.S. inbouwmogelijkheden. Beremming, Remschoenen, Remankerpennen
en Bussen, Remsleutels, remsleutelbussen en bolvormige lageringssets, keerringen,
naven, KM-tellers, Remstellers, Rubberafdichting
IDENTIFIKATIE VAN DE AS TYPES.
5
AS-MONTAGE
Inleiding, Spanningen in aslichamen, Hoe lassen het materiaal van het aslichaam
beïnvloedt, Aanbevolen plaatsen voor lassen, wielaansluitingen, wielbouten.
WIELAANSLUITINGSMOGELIJKHEDEN, BEREMMING,
INSTALLATIE VAN HET REMBEKRACHTIGINGSSYSTEEM.
Remcylindersteunbevestiging, Remcylinder tot fijnsteller, Rockwell Paymaster Fijnsteller,
Montage van de rem met Manuele en Rockwell Paymaster Automatische fijnstellers,
Haldex Automatische fijnstellers, Montage, Smering, Kontrole op werking,
Vervangingsprocedure, Steller Algemeen Vervanging
6
7
10
11
13
ONDERHOUDSBEURTEN
Nieuwe opleggers, Opleggers voor normaal weggebruik, DRIEMAANDELIJKSE-,
JAARLIJKSE ONDERHOUDSBEURTEN, AANBEVOLEN AANTREKMOMENTEN.
15
ALGEHELE ASREVISIE (Behalve 18.000 series)
Algemeen, Demontage van naaf/remtrommel, Demontage van
KEERRINGEN (VET OF OLIE).
Montage van nieuwe keerringen, Demontage van slijtring, Vetgesmeerde naven,
Oliegesmeerde naven, Ombouw van Vet op Olie.
AANBEVOLEN SMEERMIDDELEN BIJ GEBRUIK VAN R.O.R. ASSEN
LAGERS
Demontage en inspektie van de lagers. Vervanging van de lagers,
Inspektie van de asspindel, A.B.S. optie
KUNSTSTOF SENSOREN
VERVANGING VAN NAAF/REMTROMMEL.
16
15
16
17
18
18
18
19
REMWERKING – PREVENTIEF ONDERHOUD
HET LUCHTSYSTEEM
REMTYPES 420mm, 350mm, 310mm
REMBEKRACHTIGING
Demontage van remschoenen series III, Inspektie, Montage van remschoenen
350/420 en 310. Vervanging remschoenen 420 mm bij geperste stalen remankerplaat.
Remsleutel en bussen, VERVANGENDE REMSLEUTELS, Nieuw type remsleutel, Montage,
FOSFOR BRONZEN BUSSEN, remveren, remankerpennen en bussen, Vernieuwen van
remvoeringen, Remtrommels, Stofplaten,
LASTAFHANKELIJK REM- EN ANTI BLOKKEERSYSTEMEN,
Algemene informatie over lastafhankelijk rem- en anti-blokkeersystemen.
20
20
20
20
6
MERITOR/STEFEN FUSEEGESTUURDE AS:
Montagevoorschrift voor een fuseegestuurde as van een tandem- of drieassig veerstel,
montage van de fuseegestuurde as. Voordelen van de fuseegestuurde as. Werkingsprincipe en
montagevoorschriften. Beschrijving van de asvergrendeling. Werking bij het achteruitrijden.
Reduceerventiel, onderhoud van de fuseegestuurde as.
29
7
ONREGELMATIGHEDEN BIJ ASSEN EN REMMEN IN BEDRIJFSTOESTAND
Mogelijke oorzaken, aanbevelingen ter verbetering.
32
2
28
Assen
Garantie van Meritor HVS Limited
1. ASSEN, MECHANISCHE EN FLEXAIRLUCHTVEERSYSTEMEN, INDAIR EN ANDERE
MERITOR-ACCESSOIRES
24 MAANDEN OP ONDERDELEN EN ARBEIDSLOON
Geldig vanaf 1 maart 1989
2. ASSEN EN FLEXAIR-EENHEDEN WELKE ZIJN
SAMENGESTELD DOOR MERITOR
36 MAANDEN OP ONDERDELEN EN ARBEIDSLOON
Geldig vanaf 1 mei 1992
De fabrikant garandeert dat hij elk(e) oorspronkelijk(e) Meritor-as,
-luchtveersysteem, -aanhangeronderdeel en elke assen- en
luchtveersysteemconstructie vervaardigd door Meritor die (dat) bij
nader onderzoek door de fabrikant defect blijkt te zijn voor wat
betreft materialen of constructie, zonder enige, kosten naar eigen
keuze zal herstellen of vervangen.
Voorwaarde is dat een dergelijke constructie of een dergelijk
onderdeel uitsluitend op een voertuig is gebruikt waarvoor de
specificatie en de toepassingen zijn goedgekeurd door de
technische afdeling van de fabrikant, dat deze in overeenstemming
zijn met de goedgekeurde toepassingen, en dat aan het voertuig
geen wijzigingen zijn aangebracht welke afwijken van de
specificatie van de fabrikant.
Deze garantie en de verplichting tot herstel of vervanging zijn
volledig en exclusief. Er kan geen aansprakelijkheid worden
aanvaard voor vergoeding van bijzondere of gevolgschade c.q.
voortvloeiende onkosten van welke aard dan ook. De garantie is
niet van toepassing op normale slijtage, normaal gebruik of
misbruik, of schade welke het gevolg is van een ongeluk, nalaten
op voorgeschreven wijze te smeren, zuiks in overeenstemming
met de voorschriften van de fabrikant, en, als niet wordt voorzien
in de juiste voorzieningen voor opslag alsmede beveiliging, de
schade welke voortvloeit uit een algehele verslechtering tot aan
het moment dat de Meritor-produkten worden afgeleverd aan de
eerste eigenaar.
Tegemoetkomingen in de kosten voor arbeidsloon zullen worden
betaaid voor herstel en vervanging uitsluitend zoals deze worden
vastgesteld en GOEDGEKEURD door de service-afdeling van
MERITOR VOORDAT MET DERGELIJKE WERKZAAMHEDEN IS
BEGONNEN.
Deze garantie komt in de plaats van de sluit uit alle expliciete en
impliciete statutaire en andere voorwaarden, garantiebepalingen,
verzekeringen of aansprakelijkheden (ongeacht of deze betrekking
hebben op geschiktheid voor een bepaald doel, kwaliteit,
montagenormen of anderszins). Met uitzondering van hetgeen in
dezen wordt bepaald, aanvaardt de fabrikant geen enkele
aansprakelijkheid voor defecten in onderdelen of voor enig letsel,
verlies of enige schade die daaraan kan worden toegewezen,
ongeacht de wijze waarop deze ontstaat (hetzij direct, indirect of
als gevolg daarvan).
Garantieprocedure
Indien een Meritor-produkt of -constructie aan of onder uw
voertuig onherstelbaar defect raakt binnen de garantieperiode,
dient u contact op te nemen met de fabrikant van de aanhanger of
met de service-afdeling van Meritor die u van advies zullen dienen
over de te volgen handelswijze.
Alle Meritor-produkten worden gefabriceerd volgens de hoogste
kwaliteitsnormen en worden ondersteund door een tweejarige
garantieperiode. Een uitgebreid netwerk van distributeurs van
originele onderdelen en servicestations is door geheel Europa
actief: dit netwerk wordt internationaal ondersteund door
vertegenwoordigers die over de gehele wereld op strategische
plaatsen zijn gestationeerd.
Meritor behoudt zich het recht voor om te allen tijde zonder
aankondiging of verplichting daartoe wijzigingen of verbeteringen
aan te brengen in de in dit handboek vervatte specificaties.
DE HIER AFGEBEELDE ONDERDELEN ZIJN AFKOMSTIG VAN
TEKENINGEN WAAROP AUTEURSRECHTEN BERUSTEN, HET IS
VERBODEN KOPIEËN VAN DEZE ONDERDELEN TE MAKEN.
© Meritor HVS Limited
De ondersteuning van de beheersystemen van de waarborg voor
hoge kwaliteit welke door Meritor worden toegepast, blijkt uit de
toekenning van de norm ISO 9001, Lloyd’s Register Quality Assurance.
Meritor reserves the right to alter, amend or change specification
of any product without prior notification.
Alle claims welke binnen de onderhavige garantieperiode worden
voorgelegd, moeten schriftelijk worden ingediend bij de
Aftermarket Service Divisie van Meritor binnen zestig dagen na de
dag waarop het defect zich voordeed, terwijl alle onderdelen
waarop de claim betrekking heeft, voor inspectiedoeleinden
moeten worden vastgehouden gedurende negentig dagen, te
beginnen op de dag waarop de claim wordt voorgelegd.
Er mogen geen bedragen in mindering worden gebracht op
geldzendingen of overboekingen of openstaande rekeningen met
betrekking tot eventuele garantieclaims gedurende de tijd dat
dergelijke claims in behandeling zijn.
Alle claims dienen te vermelden serienummers van onderdelen
(waar van toepassing) en een nummeridentificatie van het
desbetreffende voertuig, alsmede het serienummer van de
constructie en de code voor de datum van fabricage waar van
toepassing.
3
Assen
REMSCHOENEN
HOOFDSTUK 1
Algemene Informatie over assen en
remmen
ASLICHAMEN
De Meritor Mark III as wordt vervaardigd volgens zeer strenge
aslichaamkonstruktienormen. Het materiaal van het aslichaam
wordt oppervlakte gehard om zodoende een uitstekende
vloeisterkte te verkrijgen bij handhaving van een goede
buigzaamheid.
Het koolstofpotentiaal van het aslichaammateriaal wordt geregeld
om voorverwarming overbodig te maken bij het lassen volgens de
bepalingen van BS 5135.
Het is aan te bevelen om de Meritor Technische Afdeling de
toepassing van enige aan te lassen steunen, die niet vooraf zijn
goedgekeurd, te laten beoordelen.
De asspindels worden gesmeed en oppervlakte gehard tot hoge
sterkte.
Kwaliteit wordt ingebouwd; het hele proces is zelfregelend met
100% kontrole op kritieke maten.
Alle Meritor -assen worden recht en overeenkomstig de
maatvoering vervaardigd. Er treden geringe torsiespanningen op
bij het lassen van de veerpadden aan het aslichaam, doch deze
zijn in het algemeen te verwaarlozen. Indien gecamberde assen
worden vereist – moeten deze speciaal worden besteld.
REMCYLINDERSTEUNEN EN
REMSLEUTELLAGERSTEUNEN
Alle Mark III assen worden uitgerust met remcylindersteunen en
remsleutellagersteunen die op de juiste plaats gelast zijn om de
optimale werking van de rembekrachtigers te verzekeren.
De door Meritor ontworpen “Quick Change” remschoen is door
nauwkeurige fabrikage processen zo vervaardigd, dat deze
verschillende malen opnieuw kan worden voorzien van nieuwe
remvoering. Als de remschoen opnieuw wordt voorzien van een
originele Meritor voering, komt de noodzaak tot bewerking van de
voeringen op de as te vervallen.
De remankerpen- en roloppervlakken zijn induktie gehard ter
voorkoming van slijtage.
Iedere remschoen is voorzien van een roestwerende afwerklaag.
Iedere remschoen is gemerkt met een Meritor firma-embleem –
wees attent op deze garantie om het verkrijgen van niet originele
remschoenen van minder kwaliteit te vermijden.
REMANKERPENNEN EN BUSSEN
De Mark III as bezit een nieuw type gesloten remankerpen met
van smeerpuntjes voorzien bronzen bussen. Dit unieke kenmerk
garandeert de goede werking van de pen, daarmee zorgend voor
een konstante remwerking. De O-ring houdt vuil uit de bronzen
bus. Vanaf juni 1991 zijn alle assen met rem van 420mm voorzien
van een geperste stalen remankerplaat met roestvrij stalen
remankerpenbussen.
REMSLEUTELS – REMSLEUTELBUSSEN &
BOLVORMIGE LAGERINGSSETS
De Mark III as-remsleutel is een uit één stuk induktief gehard
smeedstuk voorzien van SAE 10 spiebanen. De remsleutel draait in
vetverpakte bussen. De remsleutelbus is van brons terwijl het
bolvormige, door glasnylon omsloten, lager in een dikwandig
stalen huis wordt gemonteerd. Vanaf juni 1991 zijn de assen met
remdiameter van 420mm uitgevoerd met een gestanste
remankerplaat met een spherische bollager aan de S-nok kant van
de remsleutel.
KEERRINGEN
Meritor kan assen leveren waaraan de bovengenoemde
komponenten volgens de individuele eisen van de klant worden
gelast
Alle Meritor-assen bevatten universele keerringen. Deze
keerringen zijn zowel voor vet-als oliegesmeerde naven geschikt.
Diepladerassen worden voorzien van speciale kunststof keerringen
voor hoge temperaturen om zelfs bij verhoogde temperaturen
lekkage te voorkomen.
A.B.S. INBOUWMOGELIJKHEDEN
NAVEN
Assen kunnen worden besteld met reeds ingebouwde en geteste
A.B .S. onderdelen (poolwiel en sensor).
Naven worden normaal met vet gevuld maar zijn op verzoek
oliegevuld leverbaar.
BEREMMING
KM-TELLERS/NAAFDOP VOOR KM-TELLERS
Meritor levert S-nok remmen in drie afmetingen – Met een
diameter van 420mm, welke standaard leverbaar is in
voeringwijdtes, met diameters van 350mm en 310 voor semidieplader toepassing. In het remontwerp wordt het gepatenteerde
Meritor “quick change” type remschoen verwerkt. De Stopmaster
rem met een diameter van 380mm is eveneens leverbaar.
Meritor Mark III assen worden met asbestvrije remvoeringen
uitgerust. Vanaf 1 januari 1992 zijn alle assen uitgerust met
asbestvrije remvoeringen. Deze materialen voldoen aan de
UK/EEG richtlijnen voor remmen.
Op verzoek leverbaar. Geef bandenmaat en kilometrage op.
VEERPADDEN VOOR BLAD- EN LUCHTVERING
Als regel beveelt Meritor aan:TANDEMASSER OPLEGGER (Normale Toepassing)
DRIEASSER OPLEGGER (Speciale Toepassing)
TANDEMASSER OPLEGGER (Speciale Toepassing)
4
420x180 mm remmen
420x180 mm remmen
420x220 mm remmen
REMSTELLER
Meritior levert haar eigen Handinstelbare Remsteller.
Automatische remstellers zijn op verzoek leverbaar.
RUBBERAFDICHTING
Vanaf juni 1991 zijn alle assen met rem van 420 mm voorzien van
rubber afdichtingen bij remaslageringen. Voor andere
remafmetingen zijn deze als sets eveneens verkrijgbaar.
Assen
As-identifikatie
Stuuras, naloop (S)
gedwongen (C)
Antiblokkeer Type
(Tabel 'D')
Asserienummer draagvermogen
(Tabel 'A')
Remafmeting en type aangegeven door letter
(Tabel 'B')
TM
WIELAANSLUITING voor enkele (S)
of dubbele (T) montage
Tabel A – TM draagvermogentabel – Standaard en dieplader
Aantal wielbouten, 8 of 10
Type wielbout
(Tabel 'C')
Tabel B – TM Remkoderingstabel
Asserie
Nominaal
draagvermogen in
kg. bij normale
toepassing
Maximum
verschil tussen
spoorbreedte en
verenspoor
Asletter
kode
AC
310mm x 190mm
20,000
9,500
460
B
350mm x 200mm
22,500
10,170
490
O
394mm x 180mm
25,000
11,690
490
P
420mm x 150mm
Q
420mm x 180mm
De opgegeven draagvermogens gelden bij normaal weggebruik en voor
speciale toepassingen is goedkeuring door de Meritor technische dienst
vereist.
Spoorbreedte – Veercenters
NB: Offset =
2
Tabel C – TM Wielbevestigingstabel
Asletter
kode
Wielmontage
7
M
M22mm x 1,5mm metrisch (DIN)
J
‘Trilex’ uitvoering
MX
MXA
B
ZA
420mm x 200mm
Z
420mm x 220mm
AA
380mm x 180mm Stopmaster
Tabel D – Type Anti-blokkeer Systeem
Asletter
kode
⁄8” BSF (Engelse maat) (SMMT)
S
A.B.S. Ring Type
Geschikt voor
A
60/45T
Geperst staal
Grau MGX2 & MGX2E
Bendix MDR & MDRA
W
100/80T
Massieve Ring
Wabco
Bosch
Grau DGX & MGX100
Bendix AL-4T
Middencentrering (ISO 4107) met
M22mm x 1,5mm wielbouten
Middencentrering (ISO 4107) met M22mm x
1,5mm wielbouten voor aluminium wielen
Japanse aansluiting met M20 x 1,5mm
Remafmeting
Opm.: Raadpleeg ook de service handleiding van de A.B.S. fabrikant voor
bepaalde service en vervangingsinstrukties.
Serienummer-identifikatie
Remvoering type
Bouwmaand
Ordernummer
Opeenvolgend nummer
Bouwjaar
5
Assen
HOOFDSTUK 2
X
Asmontage
X
INLEIDING
De volgende gegevens en adviezen zijn bedoeld als leidraad voor
de oplegger fabrikant en onderhoudstechnicus. Zij zijn gebaseerd
op de ervaringen opgedaan bij fabrikage van en onderhoud aan
één – meerassige samenstellingen.
SPANNINGEN IN ASLICHAMEN
De spanningen in het aslichaam onder belasting nemen twee
vormen aan. Het bovenste gedeelte van het lichaam is onderhevig
aan een DRUKSPANNING die gelijk is aan de TREKSPANNING in
het onderste gedeelte. Rond de horizontale hartlijn bevindt zich
een minimumspanningszône, dikwijls de neutrale spanningszône
genoemd. Afb. 1 geeft een eenvoudige schets weer van de
dwarsdoorsnede van een buisvormig aslichaam met veer, waarop
deze drie zônes zijn aangegeven. Afb 2 is de grafische weergave
van het spanningsverloop in de buiswand als het aslichaam wordt
belast.
Bij de montage van een luchtveersysteem aan het aslichaam, van
een ontwerp waarbij het aslichaam een torsiedeel vormt van het
luchtveersysteem Flexair, moet met een toeslagfaktor rekening
worden gehouden ter bepaling van de volle sterkte van het
aslichaam. Bij deze toepassing is de sterkte van het aslichaam
opgebouwd uit maximumbelasting, torsiespanning van de
luchtvering en rembelasting. In het algemeen moet het 22,500
Series aslichaam gebruikt worden op het minimale aslast zoals
aangegeven. Meritor Technische Dienst moet gecontacteerd
worden voor schriftelijke goedkeuring.
De lengte van de pijlen ‘X’ geeft de spanningshoeveelheid op een
bepaald punt weer. Uit deze afbeelding blijkt duidelijk dat de twee
tegengestelde spanningsvelden afnemen bij hun nadering van de
horizontale hartlijn. Met de torsiespanning die optreedt bij de
remwerking is rekening gehouden bij de bepaling van het
draagvermogen. De sterkte van het aslichaam wordt berekend
door de maximumbelasting en rembelasting waaraan het lichaam
wordt blootgesteld, bij elkaar op te tellen. Er moet met een
redelijke veiligheidsfaktor voor beiden rekening worden gehouden.
AAls er een plotselinge opheffing van belasting en
torsiespanningen zou optreden, dan vallen de trek-, druk- en
rembelasting kortstondig weg. Deze spanningsgolven worden vele
malen herhaald tijdens de normale levensduur van de as. Daarom
moet de staalsoort waaruit het aslichaam wordt vervaardigd, een
bepaalde mate van buigzaamheid bezitten om stootbelasting te
kunnen doorstaan en door te buigen met behoud van de berekende
sterkte ervan.
DRUKBELASTING
NEUTRALE
SPANNINGSZÔNE
TREKBELASTING
AFB. 1
6
X
AFB. 2
HOE LASSEN HET MATERIAAL VAN HET
ASLICHAAM BEÏNVLOEDT
Al het aan het aslichaam verrichte laswerk veroorzaakt in feite
een extreme plaatselijke warmtebehandeling. De door de las
ontwikkelde warmte veroorzaakt een onmiddellijke verharding van
het las omringende materiaal, waardoor de ongewenste
eigenschap van breekbaarheid wordt vervangen door de
oorspronkelijke en gewenste kwaliteit van buigzaamheid. Dit
kleine verharde oppervlak wordt het zwakste deel van het
buislichaam, die een inkerving kan veroorzaken, zoals getoond in
Afb 3.
AFB. 3
Aangezien dezelfde eigenschappen van relatieve spanning in
beide gevallen van toepassing zijn, is het gemakkelijk in te zien dat
sterkteverlies ter plaatse van de las materiaalproblemen kan
veroorzaken. De inkerving kan zowel aan de onder- als bovenzijde
van het lichaam optreden. In beide gevallen is het de plaats van
maximum spanningskoncentratie.
Enige lasaanwijzingen om het inkerven tot een minimum te
beperken:
1. Maak alle ‘hecht’ lassen minstens 2.5 cm lang.
2. Beperk het aantal hechtlassen tot een minimum – klem indien
mogelijk de steun goed aan het aslichaam vast en sluit
hechtlassen uit.
3. Indien meer dan één laslaag wordt vereist, leg dan de tweede
laag (derde enz.) op een ander beginpunt en VOORDAT de eerste
laag is afgekoeld (natuurlijk de lasslak tussen de laslagen door
verwijderend).
4. Verwijder olie en zo mogelijk verf van de te verbinden
oppervlakken.
Assen
AANBEVOLEN PLAATSEN VOOR LASSEN
Afb. 4. toont de aanbevolen plaats voor de lasnaad voor ronde
aslichamen. Alle lassen moeten worden gelegd in de
minimumspanningszône. De lasrichting dient zo dicht mogelijk
langs de horizontale lijn te lopen. Het rondom lassen van de
hoeken van steunen of veerpadden dient te worden vermeden.
Het is belangrijk dat alle lassen dienen te worden gelegd buiten
het 50˚ gebied ter weerszijden van de vertikale hartlijn door de
onderzijde van het aslichaam. Vermijdt omtreklassen over de
onderste helft van het aslichaam.
50°
MI
N
50°
MAX.
AANLAS
ZONE
N
MI
NIET LASSEN
3.75” (95mm)
NIET
LASSEN
‘X’
AFB. 4
Waar de steunen langs de as zijn gemonteerd dienen ze een
hoekradius te hebben van 25mm. Het doel hiervan is plaatselijke
spanningskoncentratie te vermijden.
De afbeeldingen tonen de aanbevolen aanlasplaatsen voor de
verschillende aan de as te lassen delen. Geen van deze delen is
aangelast op de maximum spanningslijn.
De laselektrodes die worden gebruikt dienen te voldoen aan
BS. 639 en BS. 1719 specifikatie (Engelse Norm). De las mag niet
aan het einde ervan worden afgebroken, maar worden
‘teruggevoerd’ om de laskrater te vullen die anders zou
achterblijven.
Gebruik de door de elektrode fabrikanten aanbevolen spanning en
amperage. Hierdoor verkrijgt men de beste smelting en sterkste
las en blijven de schadelijke neveneffekten, zoals plaatselijke
verharding en restspanningen, tot een minimum beperkt. Breng de
vereiste hoeveelheid metaal aan met het praktisch geringst
mogelijk aantal laslagen – aan een enkele las wordt de voorkeur
gegeven. Indien een tweede laslaag wordt vereist maak dan eerst
de voorgaande las grondig schoon.
ZEER BELANGRIJK
1.Test de elektrode niet aan het aslichaam of de veren.
2. Vullassen tot 12mm kunnen op ronde aslichamen worden
toegepast en de aanligging dient zo goed mogelijk te zijn om
overmatig laswerk te vermijden – de minimum aanbevolen
vullasdikte is 8mm waar dit praktisch is. Het is belangrijk dat alle
lasslak van vullassen wordt verwijderd voordat met schilderen
wordt aangevangen. Als hieraan niet de hand wordt gehouden,
zal er op deze belangrijke lasplaatsen versneld korrosie
optreden.
7
Assen
WIELAANSLUITINGEN
Er zijn thans drie verschillende wielaansluitmogelijkheden
algemeen gebruikelijk:
● Het (Engelse Norm) systeem waarbij 7⁄8" (ca. 22mm) BSF draad
en 80º konische wielzittingen worden toegepast, (gewoonlijk
met Linkse en Rechtse draad).
● Het DIN metrisch systeem met M22 draad en bolvormige
wielzittingen.
● Het ISO systeem waarbij ook M22 draad wordt toegepast maar
dan met middencentrering op een pasrand van de naaf.
Fabrikanten en gebruikers van opleggers zijn verplicht de juiste
bevestigingen van de wielen en wielaansluitingen op de assen te
kontroleren vòòr het monteren van de wielen op de assen en het
aantrekken van de moeren tot de aanbevolen aantrekmomenten.
De bereikbare klemkracht kan aanzienlijk verschillen bij een
bepaald aantrekmoment, dit is afhankelijk van een aantal
variabele faktoren zoals oppervlaktetoestand van de bouten en
schroefdraad van de moeren.
Om een nauwkeurige en positieve aanligging van het wiel te
verzekeren dienen alle draagvlakken vrij van vuil, overmatige verf,
roest en beschadiging te zijn.
De enige zekere methode voor handhaving van de juiste
aantrekmoment-waarden, die worden gebaseerd op een
beschermde en licht geoliede schroefdraad, is het gebruik van
een korrekt gekalibreerde momentsleutel.
Alle Meritor-assen met DIN en ISO aansluitingen zijn voorzien van
RECHTSE SCHROEFDRAADBOUTEN AAN BEIDE ASEINDEN. Er zijn
plaklabels leverbaar om dit aspekt te benadrukken.
Indien er bij inspektie schade aan bouten, konussen of wielen aan
het licht komt, wordt vervanging aanbevolen. DEZE SITUATIE IS
MEESTAL HET GEVOLG VAN HET ONJUIST AANTREKKEN VAN
MOEREN.
De wielbout – welke een uiterst belangrijke veiligheidskomponent
vormt – mag slechts door ORIGINELE MERITOR-ONDERDELEN
worden vervangen.
WIELBOUTEN
(Raadpleeg de wielboutkaart Afb. 7)
Meritor-bouten worden in de naaf/remtrommel geperst en op hun
plaats gehouden door de vertanding en de perspassing in de naaf.
Schade aan de wielbouten wordt veroorzaakt door.
● Losse wielmoeren
● Overmatig aangetrokken wielmoeren
● Niet passende wielen en wielaansluitingen
● Scheef opgedraaide wielmoeren
● Niet passende bouten en moeren
Bij demontage – Dienen ze zorgvuldig te worden uitgeperst of
uitgehamerd met gebruikmaking van gereedschap nr. 21205455
(Afb. 5). BELANGRIJK: ALLE DRAAGVLAKKEN DIENEN VOOR HET
WEER SAMENBOUWEN SCHOON, DROOG EN VRIJ VAN BRAMEN
TE ZIJN.
Bij montage – Dient ervoor gezorgd te worden, dat de vertanding
van bout en naaf in elkaar past. De bouten dienen VOLLEDIG
ingeperst te worden met behulp van gereedschap nr. 21211274
(Afb. 6), gebruikmakend van de volgorde voor het aantrekken van
wielmoeren. Zorg dat er geen ruimte ontstaat tussen
naaf/remtrommel en kop van wielbout. Als er een A.B.S. Ring is
gemonteerd, wordt deze door de wielbouten opgesloten. Bij het
inpersen van de wielbouten dient de uiterste zorg te worden
betracht om de A.B.S Ring niet te beschadigen.
8
AFB. 5
AFB. 6
Assen
Wielaansluitingsmogelijkheden
AFB. 7
Type
Enkel Montage
Dubbel Montage
Moer – 21016416/7
Bout – 21020735/6
Moer – 21016416/7
Bout – 21018490/1
Konus – 21201588
Moer – 21006511
Bout – 21022167
Konus – 21006512
Moer – 21006511
Bout – 21020997
Uitwendige Konus – 21006512
Inwendige Konus – 21019026
Moer – 21218643
Bout – 21022167
Moer – 21218643
Bout – 21020997
Moer – 21218644
Bout – 21020997
Moer – 21218644
Bout – 21206355
B.S.F.
7/8”
550/600 Nm
400/450 lbf ft
DIN
550/600 Nm
400/450 lbf ft
ISO
700/750 Nm
500/550 lbf ft
Aluminium Wielen
(ISO)
700/750 Nm
500/550 lbf ft
Japanse Uitvoering (Dubbele Montage metrisch)
Bouten R 21211162
L 21211163
Optie “Clean Thread”
Gesloten wielmoeren (M22 x 1.5)
Voor Stalen Wielen – 21218645
Voor Alu. Wielen – 21218621
9
Assen
Beremming
Installatie van het
rembekrachtigingssysteem
REMCYLINDER BEVESTIGINGSGATEN IN STEUN
Dit houdt in de juiste bevestiging van remcylinder of veerrem; de
juiste verbinding van de drukstang met de remsteller (zowel
handinstelbaar als automatisch) en het afstellen van de remsteller.
A. REMCYLINDERSTEUNBEVESTIGING
A-B 152mm HEFBOOMLENGTE
Meritor last haar remcylindersteunen onder de hoeken zoals
getoond in Afb. 8, dit om bij de gegeven hefboomlengte een
optimale remcylinder opstelling te verkrijgen: iedere afwijking
hiervan kan de optimale remwerking verminderen. Gebruik een
hoekmeter/waterpaskombinatie en meet de hoek op die de
remsleutellagersteun met het vlak van de remcylindersteun maakt
zoals getoond in Afb. 8 en tel de twee waarden bij elkaar op.
A-C 140mm HEFBOOMLENGTE
REMCYLINDE
R STEUN
HOEK X + Y = HOEK A
(ZIE TABEL)
HOEK ‘Y’
HOEK ‘X’
A-D 127mm HEFBOOMLENGTE
420/350mm
310mm
AFB. 9
2. Bevestig de remsteller aan de remsleutel en smeer de
spiebanen in met Total Extemp of gelijkwaardige vetsoort.
Verbindt de gaffel van de drukstang met de remsteller. Optimale
remwerking wordt verkregen als de hoek tussen de drukstang
en de remstellerhefboomarm 90º is in geremde toestand.
3. Meritor beveelt het gebruik van lange sleufgaffel niet aan.
Indien deze gemonteerd is, is het nodig om een trekveer tussen
de remsteller en de remcylindersteun te monteren (Onderdeelnr.
21210215).
C. AUTOMATISCHE REMSTELLER
REMSLEUTELLAGERSTEUN
AFB. 8
Remafmeting
Hoek
‘A’
Hefboomlengte
remsteller
Geïnstalleerde
Lengte*
420
107º
127, 140 & 152mm
(5, 51⁄2, 6in)
185mm
350
110º
127, 140 & 152mm
(5, 51⁄2, 6in)
165mm
310
95º
127 – 152mm
(5 – 6in)
195mm
1. Monteer in ongeremde toestand de gaffel op de drukstang en
schroef hierop totdat het drukstangeinde gelijk ligt met het einde
van de gaffelschroefdraad.
2. Plaats een remstellerafstelkaart, gemerkt voor gebruik bij
oplegger (leverbaar door Meritor), tegen het uiteinde van de
remsleutel zoals getoond in Afb. 10 en gebruik een potloodpunt
voor de juiste lokatie van het betreffende afstelkaartgat t.o.v. het
remsleutelcentergat.
3. Druk de grote gaffelpen door het gat van de afstelkaart en de
gaffel en kontroleer of het kleine gaffelgat voor de gaffelpen van
de bedieningsstang in lijn ligt met het kleine afstelkaartgat.
Indien dit niet het geval is, schroef de gaffel dan verder op of uit
de drukstang en kontroleer weer met de afstelkaart of zowel de
grote als kleine gaffelpennen in hun betreffende gaten passen
(zie Afb. 10).
*Opmerking: De geïnstalleerde lengte is de afstand tussen het hart
van de gaffelpen en het montagevlak van de remcylinder in
ongeremde toestand.
DEZE GATEN UITLIJNEN
AFSTELKAART
B. MONTAGE REMCYLINDER EN
REMSTELLER
Handinstelbare Remsteller
1. Plaats de remcylinder op de betreffende remcylindersteun,
ervoor zorgend dat het juiste stel gaten wordt benut, dat
overeenkomt met de te monteren hefboomlengte van de
remsteller (zie Afb. 9). Bevestig de remcylinder aan de
remcylindersteun op de gewenste plaats om te zorgen dat de
remcylinder niet kan bewegen tijdens de afstelprocedure en
trek de moeren aan met een moment van 120-130 Nm
(85-95 lbf ft).
10
GAFFEL
127
140
152
LOKALISEREN MET
POTLOODPUNT IN
REMSLEUTELCENTERGAT
HEFBOOMARMLENGTE
IN mm
165
AFB. 10
Assen
LL
MEET DEZE AFSTAND IN
ONGEREMDE EN GEREMDE
TOESTAND
DRUKSTANG
BORGPAL GETOOND IN
POSITIE
GAFFEL
3mm MAX.
LL
AFB. 11
4. Kontroleer of er zich tenminste 12mm schroefdraad van de
drukstang in de gaffel bevindt en er ten hoogste 3mm
schroefdraad van de drukstang uit de gaffel steekt (zie Afb. 11)
en borg de gaffel met de bijgeleverde borgmoer.
5. Monteer de automatische remsteller, na het invetten van de
spiebanen met Shell Darina of gelijkwaardige vetsoort, met
gebruikmaking van vulringen, (voordat de borgring op het
remsleutelaseinde wordt gemonteerd), zodanig, dat er een
speling van 1.5mm overblijft tussen het remstellerlichaam en de
borgring (zie Afb. 12).
6. Verwijder de borgpal uit de zijkant van remsteller zie opmerking
(i) (zie Afb. 13). Verdraai de handstelmoer totdat het grote
gaffelpengat voor de grote gaffelpen en het kleine gaffelpengat
voor de kleine gaffelpen van de bedieningsstang in lijn liggen
BOLVORMING
LAGER
BORGPAL
HET KLOKWAARTS DRAAIEN VAN DE STELMOER VEROORZAAKT
EEN VERWIJDERING VAN DE REMSTELLER T.O.V. DE
REMCYLINDER (IN DE RICHTING VAN DE GEREMDE TOESTAND).
7. Vervolgens moet een eerste afstelling van de remmen worden
uitgevoerd. Verdraai bij verwijderde borgpal de handstelmoer
anti-klokwaarts totdat de remschoenen pakken, draai hierna de
stelmoer ongeveer een halve draai in klokwaartse richting
terug om de remschoenen te lossen. Monteer de borgpal weer
en trek hem aan het 20-30 Nm (15-20 lbf ft).
8. Als de oplegger voltooid is en luchttoevoer beschikbaar is, kan
de cylinderslag gekontroleerd worden. Meet in ongeremde
toestand de afstand van de cylinder tot het begin van de gaffel,
zijnde afmeting LL zoals getoond in Afb. 13 (indien er een
normale gaffel wordt gemonteerd, meet dan de afstand van het
vlak van de remcylinder tot de afstelmoer). Bedien de remmen
bij een systeemdruk van 6.5 bar en meet opnieuw de afstand op
de vermelde manier op. Om aan de eisen van de M.O.T.-Keuring
voor opleggers te voldoen, dient het afstandsverschil (d.w.z. de
werkslag van de luchtkamer) niet groter dan 47mm te zijn bij
gebruik van kamers tot type 24 en niet groter dan 57mm voor
kamers groter dan type 24.
D. JUISTE REMAFSTELLING BIJ
HANDINSTELBARE-EN MERITOR
PAYMASTER AUTOMATISCHE
REMSTELLERS
REMSLEUTEL
BORGRING
1.5mm MAX.
AFB. 13
HANDSTELMOER
AFB. 12
met de overeenkomstige gaten in de gaffel. Als ze in lijn liggen,
kontroleer de uitlijning dan weer door de gaffelpennen in de
remstellergaten te drukken met de afstelkaart in plaats. Als ze
nog steeds in lijn liggen, verwijder dan de afstelkaart en
monteer de gaffelpennen. Indien ze niet in lijn liggen, stel dan
de gaffel af totdat een juiste uitlijning wordt verkregen.
OPMERKING: DE HANDSTELMOER AAN DE ONDERZIJDE VAN DE
REMSTELLER KAN ALLEEN IN KLOKWAARTSE RICHTING
GEDRAAID WORDEN ALS DE BORGPAL VERWIJDERD IS.
1. Zorg dat de as wordt opgekrikt en het wiel vrij kan draaien.
2. Breng de remschoenen in kontakt met de remtrommel door de
stelmoer klokwaarts te verdraaien, zie opmerking (i).
3. Draai de stelmoer terug totdat de remtrommel vrij ronddraait.
4. Zorg dat de zekeringbus in de vergrendelde positie wordt
teruggebracht bij handinstelbare remstellers of dat de borgpal
weer gemonteerd wordt en de borgpalmoer op 25-30 Nm wordt
aangetrokken op de Paymaster automatische remsteller.
OPMERKING (i): de borgpal moet worden verwijderd door de borg
palmoer los te schroeven voordat de Paymaster automatische
remnasteller wordt ingesteld. Wordt dit niet gedaan, dan wordt
de vertanding op de pal beschadigd en maakt de automatische
remsteller onbruikbaar.
11
Assen
E. HALDEX AUTOMATISCHE REMSTELLERS
MONTAGE
1. Om de borgsteun te kunnen monteren moet men de buitenste
bout van de remaslagerring verwijderen en de bovenste en
onderste bout iets los zetten (Afb. 14).
5. Monteer de platte borgbout los in de borgsteun en monteer
deze op de remaslagersteunen d.m.v. een langere M10 bout
met moer en onderlegring te gebruiken (Afb. 16).
6. Wanneer de borgbout de juiste positie in het sleufgat van de
borgsteun heeft en deze correct op de lagersteun is
gepositioneerd draait men deze bouten vast. Ben er wel zeker
van dat de controle arm niet van positie veranderd.
7. Stel de remmen met de hand af met een 12 mm ringsleutel en
wel zo dat de juiste bedrijfsruimte van 0,5 mm is bereikt.
BIJ HANGENDE CILINDERS
VER WIJDER DEZE BOUT
BIJ BOVENLIGGENDE CILINDERS
VERWIJDER DEZE BOUT
AFB. 14
2. Smeer de remas spiebanen in met vet en monteer de steller op
de remas en kontroleer of de pijl op de steller in de
draairichting van de remas staat.
3. Gebruik een 12mm ringsleutel om de steller terug te draaien in
de gaffel van de remcylinder en wel zo dat de gaffelpen zonder
de remcylinder of stelarm te bewegen kan worden gemonteerd.
4. BELANGRIJK: Druk de controle arm van de steller zover
mogelijk in richting B van de pijl op de arm van de steller. Dit is
belangrijk voor de juiste ruimte tussen remvoering/remtrommel
(Afb. 15).
12mm
STELBOUT
CONTROLE ARM IN
EIND POSITIE
WELKE
AFHANKELIJK VAN
HET GEBRUIK
VARIABEL IS.
VOORZIENE
BEWEGINGSRUIMTE
AFB. 15
REMVOERINGSLIJTINDICATOR
BORGSTEUN
CONTROLE ARM
PLATTE BORGBOUT
HALDEX AUTOMATISCHE REMSTELLERS – TYPE KLEMBOUT BEVESTIGING
12
AFB. 16
Assen
REMVOERING
SLIJTINDICATOR
BEVESTIGINGSBEUGEL REMANKERPLAAT
CONTROLE ARM JUISTE
POSITIE
HALDEX AUTOMATISCHE REMSTELLERS – TYPE BEUGEL BEVESTIGING
SMERING
De remsteller dient gedurende normaal gebruik te worden
gesmeerd waarbij de onderlinge smeerbeurten de 16.000 km
(10.000 miles) niet overschrijden.
Voor langere duur gesmeerde remstellers (L.T.G.) waarop geen
smeernippel is gemonteerd behoeven niet te worden gesmeerd.
Doe wel regelmatig olie op de remas spiebanen en de gaffel met
gaffelpen voor goede werking.
BEDRIJFSCONTROLE
ELKE 3 MAANDEN OF 40.000 KM (25.000 MILES)
1. Controleer de slag lengte. Bedien de remmen, vast-los en
controleer de slag van de drukstang of deze bevredigend is en
dat de remas volledig terugkomt in startpositie. (Dit laatste is
zeer belangrijk voor het juist werken van de remsteller).
ELKE 12 MAANDEN OF 160.000 KM (100.000 MILES)
2. Controleer borgsteun en controle arm: Ben ervan overtuigd dat
de borgsteun goed vast is bevestigd. Indien dit niet het geval is
dan de arm in juiste positie brengen en bouten vast draaien.
Controleer of er op de pasbus speling zit en zonodig dan
vervangen, stel opnieuw af (Juiste positie is wanneer de
controle arm zover mogelijk in de draairichting van de remas of
pijl op de steller is gedrukt. Zie montage instructies).
3. Controleer drukstang zoals bovenstaand aangegeven.
4. Controleer de afstelspanning. Door een momentsleutel met klok
op de 12 mm stelbout te plaatsen en deze 1⁄8 slag tegen de
wijzers van de klok in terug te draaien mag de inwendige
koppeling bij een moment van 18 Nm (13 lbt ft) niet slippen.
Gebeurt dit toch dan dient de remsteller te worden vervangen.
Alternatief is, ontstel de remsteller met minimaal een volle slag,
bedien de remmen vast-los zodat de stelbout moet gaan
draaien in de richting van de wijzers van de klok. Indien men
een ringsleutel op de stelbout laat zitten is deze beweging beter
waar te nemen.
‘B’
CONTROLE BEVESTIGING ARM
AFB. 16
AANDACHT: Indien de stelbout tegen de wijzers van de klok in
worden gedraaid vraagt dat wel een grotere krachtsinspanning
dan draaien met de wijzers van de klok mee en zal men de
koppelingsplaatjes horen klikken over de vertanding, dit geeft
eveneens aan dat de remsteller correct functioneert.
BIJ REMVOERING VERVANGING
1. Gebruik een 12 mm ringsleutel en draai de stelbout terug tegen
de wijzers van de klok in, zodat de remas in beginpositie komt.
2. Herbeleg de remschoenen, zoals gebruikelijk en monteer deze
volgens ROR voorschriften inclusief smeerring weer terug.
Controleer ook of de remas vrij kan draaien en terug komt in de
startpositie.
3. Bij afstelling van de ruimte tussen remvoering/trommel kan de
stelbout worden gebruikt waarbij de remsteller automatisch
compenseert tot de juiste ruimte is bereikt.
Alternatief: de steller kan worden ingesteld door gebruik te
maken van de bedrijfsrem vast-los, totdat de stelbout stopt te
draaien in de draairichting van de wijzers van de klok. Dit is
tevens een indicatie dat de steller correct werkt.
REMSTELLER ALGEMEEN
De Haldex automatische remsteller bevat geen onderdelen, die
door de gebruiker moeten worden onderhouden.
VERVANGING
De steller kan worden vervangen door een in de fabriek
gerepareerd service model, welke verkrijgbaar is bij de dealers.
13
Assen
HOOFDSTUK 3
Onderhoudsbeurten
NIEUWE OPLEGGERS
BIJ ONTVANGST 1. Kontroleer de aantrekmomenten van alle
wielmoeren.
NA 160 Km
2. Kontroleer de aantrekmomenten van alle
wielmoeren na de eerste 160 km.
NA 1600 Km
3. Kontroleer de aantrekmomenten van –
Moeren van U-Bouten, Moeren
schokdempers, moeren veerbouten, moeren
luchtbalgen, moeren ashulpstukken (allen
Neway) en wielmoeren. De lagerspeling
dient eveneens gekontroleerd te worden, en
indien nodig stel de remmen na. Kontroleer
de ABS waarschuwing op juiste werking.
OPLEGGERS VOOR NORMAAL WEGGEBRUIK
Specifieke tijdsperioden tussen onderhoudsbeurten moeten
worden bepaald voor elk wagenpark aan de hand van toepassing
en ervaring.
Minimaal
IEDERE DRIE MAANDEN
1. Kontroleer de aantrekmomenten van moeren van U-bouten,
moeren van schokdemperbouten enz.
2. Stel de remmen af.
3. Smeer de remsleutellagerbussen.
4. Kontroleer het oliepeil van oliegesmeerde naven.
5. Kontroleer de rijhoogte (alleen bij luchtveersysteem).
6. Kontroleer de remdrukken (mechanisch veersysteem of
luchtvering indien gemonteerd) volgens de remmenplaat op uw
oplegger.
7. Kontroleer het ABS waarschuwingslicht op juiste werking.
8. Kontroleer op lekken in het luchtveer- en remluchtsysteem.
JAARLIJKS
Herhaal het driemaandelijks onderhoud met daarbij:-
9. Algehele revisie van het remsysteem omvattende:a. Inspekteer de remankerpennen en bussen op slijtage en
reinig deze.
b. Inspekteer, demonteer indien nodig en reinig de rollen –
borgveren moeten worden vervangen als de rollen worden
verwijderd.
c. Inspekteer, reinig en indien nodig vervang de
remsleutelbussen en bolvormige lageringssets. Verwijder
remsteller, vet de spiebanen in en monteer ze weer.
OPMERKING: overmatige remsleutelbusslijtage kan ongelijkmatige
voeringslijtage veroorzaken en de effektieve remwerking
verminderen.
d. Inspekteer en reinig de scharnierogen van de remschoenen.
e. Smeer de remankerpennen en bussen, rollen, scharnierogen
van remschoenen, remsleutelbussen en
remsleutelspiebanen grondig in met TOTAL EXTEMP of
gelijkwaardige vetsoort. DOE GEEN vet op de kop van de
remas.
f. Vernieuw borg – en terugtrekveren.
g. Maak de remtrommel grondig schoon.
14
10. Oliegesmeerde naven – Tap de naaf af. verwijder de naafdop,
vernieuw de pakking en de olie. (Zie Smeermiddelentabel op
blz. 17 en tabel aantrekmomenten hierboven).
BELANGRIJK: RAADPLEEG DE VOORSCHRIFTEN VOOR HET
WERKEN MET ASBEST IN GARAGES. ZIE PAGINA 35.
AANBEVOLEN AANTREKMOMENTEN
NAAFDOP – (VET)
NAAFDOP – (OLIE)
STOFPLATEN
– M8
– M8
– M8
12-22 lbf ft
18-22 lbf ft
12-22 lbf ft
16-30 Nm
25-30 Nm
16-30 Nm
– M10
28-32 lbf ft
38-45 Nm
BOLVORMIG LAGER
(ZESKANTMOEREN)
– M10
30-40 lbf ft
40-55 Nm
ANTI-BLOKKEER SENSOR
A.B.S. RING
(310-350mm REMMEN)
– M6
– M6
6-8 lbf ft
6-8 lbf ft
7.5-11 Nm
7.5-11 Nm
400-450 lbf ft
400-450 lbf ft
500-550 lbf ft
550-600 Nm
550-600 Nm
700-750 Nm
GEGOTEN ANKERPLAAT
STOFPLATEN
GESTANSTE ANKERPLAAT
BOLVORMIG LAGER
(POWERLOK MOEREN)
WIELMOEREN 7⁄8” BSF
WIELMOEREN M22 DIN
WIELMOEREN M22 ISO
WIELMOEREN M20 JAP
Assen
HOOFDSTUK 4
Algehele Revisie
ALGEMEEN
Ofschoon inspektie van de voeringdikte (minimaal 8.25 mm) kan
plaatsvinden door het verwijderen van de rubberpluggen in de
stofplaten, kan een algehele inwendige inspektie en revisie
slechts plaatsvinden na demontage van de
naaf/remtrommelsamenstelling.
Het aantal te hergebruiken onderdelen kan eerst na demontage
worden vastgesteld. Schone bakjes gebruiken om iedere serie
naafonderdelen goed bij elkaar en schoon te houden.
Als de naaf wordt verwijderd, is een algehele inspektie van de
inwendige komponenten aan te bevelen. Houdt rekening met de
tijdsduur en/of kilometrage waaraan iedere komponent wordt
blootgesteld voordat de naven weer worden verwijderd en ga als
volgt te werk.
DEMONTAGE VAN NAAF/REMTROMMEL
a. Indien oliegevuld, de naven aftappen en de naafdop
demonteren.
b. Demonteer de borgmoer, borgring en stelmoer van het lager
met gebruikmaking van een geschikte naafdopsleutel.
c. Los de remmen met behulp van de remsteller (indien Rockwell
Paymaster Automatische Remstellers zijn gemonteerd,
demonteer dan de borgpal (zie blz. 11).
d. Trek de naaf/remtrommelsamenstelling van de as af, ervoor
zorgend dat het buitenlager niet uit de naaf valt. Indien de naaf
AFB. 18
Het rijdend plateau en de naaftrekker hebben bewezen hun
aanschaftkosten terug te verdienen door de stilstandtijd aanzienlijk
te bekorten en onnodige schade aan komponenten als keerringen
en lagers te beperken.
Keerringen (Vet of Olie)
DEMONTAGE
AFB. 17
moeilijk demonteerbaar is, kan het nodig zijn om gebruik te
maken van de naaftrekker nr. 21200141 zoals getoond in Afb. 17.
OPMERKING
Meritor beveelt het gebruik van een rijdend plateau No. 21217493
aan om de wielen, naaf/remtrommelsamenstelling te demonteren.
Dit hulpmiddel versnelt het werk, kan gemakkelijk door één
persoon worden gehanteerd – en wat het belangrijkste is –
voorkomt keerring- en lagerschade. Het rijdend plateau (Afb. 18) is
leverbaar via de Meritor Onderdelen- en Service Afdeling.
Als regel dienen oliekeerringen te worden vervangen bij iedere
demontage van de naaf/remtrommelsamenstelling. Speciale
aandacht dient te worden besteed aan het niet beschadigen van
het binnenlager.
Er worden twee soorten keerringen aangetroffen op Meritorassen.
1. Universele keerring – SLIJTRING NIET GEMONTEERD.
2. Vetkeerring met slijtring op de as gemonteerd. Vanaf Juli 1980
worden universele keerringen op alle Meritor-assen gemonteerd
en zijn slijtringen als gevolg hiervan NIET nodig.
OPMERKING – Op diepladers (Zowel met AC- als BMX-Assen)
wordt een speciale keerring voor hoge temperaturen toegepast.
Geef hiervoor nr. 21200321B.
TABEL UNIVERSELE KEERRING
National
(Zwart) – 21200321A
HI-Temp
(Groen) – 21200321B
15
Assen
MONTAGE VAN NIEUWE KEERRINGEN
✓
Meritor gebruikt zelf en beveelt universele keerringen aan, die
geen slijtringen nodig hebben.
Keerringen moeten in de naaf worden gemonteerd met
gebruikmaking van onderhoudsgereedschap nr. 21218568 zoals
getoond in Afb. 19. Het gebruik van keerringgereedschap zorgt
ervoor dat keerringen recht worden gemonteerd. Vermijdt
problemen – gebruik het juiste gereedschap.
✗
AFB. 21
OLIEGESMEERDE NAVEN
Vul de naaf tot een niveau tussen de ringen aangegeven op het
venster van de naafdop (±380ml).
OMBOUW VAN VET OP OLIE
AFB. 19
DEMONTAGE VAN SLIJTRING
Tik bij demontage van de slijtring voorzichtig tegen de slijtring met
een bolkophamer, ervoor zorgend dat de asspindel niet wordt
beschadigd.
Opmerking 1. Voordat enige keerring in de naaf wordt gemonteerd
dient men er zeker van te zijn dat de keerringboring vrij is van
keepjes, groeven of overige beschadiging. Dit voorkomt lekkage
langs de buitendiameter van de keerring.
Opmerking 2. Universele keeringen zijn direkt uitwisselbaar met
het oudere type vetkeerring na demontage van de slijtring.
VETGESMEERDE NAVEN
a. Vul de naafkamer met 325 gram vet (zie Afb. 20).
b. Vul de naafdop met 150 gram (zie Afb. 21).
c. Vet ieder lager in onder druk of voorzichtig met de hand. De
twee lagers dienen tezamen 80 gram vet te bevatten.
Oliegesmeerde lagers worden beter gesmeerd en hebben
bewezen nodig te zijn voor een lange levensduur in hete
omstandigheden. Indien u op oliesmering wilt overgaan:1. Demonteer de naaf/remtrommel en indien de bestaande lagers
worden hergebruikt draag er dan zorg voor dat deze in de juiste
naaf worden teruggemonteerd.
2. Verwijder het vet uit de naafkamer en was beide lagers schoon
met gangbare cleaner. Indien de lagers worden gedroogd door
gebruikmaking van een luchtspuit dient voorkomen te worden
dat de lagers met hoge snelheid draaien.
3. Plaats het binnenlager in de naaf en monteer een nieuwe
universele keerring.
4. Monteer naaf/remtrommel en plaats het buitenlager en stel de
lagers af volgens de instrukties op blz. 19.
5. Monteer een nieuwe naafdop en pakking – olie.
Standaard Olie naafdop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21200624
Naafdop Olie voor KM-teller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21204834
Pakking – Olie naafdop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21021002
6. Vul de naaf met EP 90 olie tot het niveau op de naafdop
aangegeven.
7. Stel de remmen.
Aanbevolen Smeermiddelen bij
Gebruik van Meritor-Assen
AFB. 20
16
Fabrikant
Vetgesmeerde Naaf
Oliegesmeerde Naaf
Shell
Mobil
Burmah Castrol
Texaco
Total
B.P.
Esso
Shell Retinax ‘A’
Mobilgrease M.P.
Spheerol EPL2/Castrol LM
Marfak All Purpose
Multis EP2
L.S. EP2
Beacon EP2
Spirax EP90
Mobilube GX90
Castrol Hypoy EP90
Multigear EP85W/90
Total EP90
Gear Oil 90EP
GX 85/90
Assen
Lagers
ASSPINDEL INSPECTIE
Alle Meritor-Assen worden geleverd met vooringestelde axiale
lagerspeling. Deze instelling dient niet gewijzigd te worden. Indien
er echter naven worden gedemonteerd is het raadzaam de
volgende afstellingswerkwijze te volgen (Zie blz. 19).
De lagers die in Meritor assen worden toegepast worden gekozen
om de gebruiker een maximum levensduur te geven. Om de lange
levensduur van deze lagers te verzekeren, worden de volgende
werkwijzen aanbevolen.
Voordat de naaf/remtrommelsamenstelling wordt vervangen is het
raadzaam de asspindel te inspekteren.
Ofschoon lagers worden ontworpen om onder belasting om de
astap te kruipen om zodoende voor een betere gewichtsverdeling
te zorgen – kan overmatige slijtage van de astap leiden tot
vervanging van het aslichaam. De onderste limiet voor
astapdiameters is: Binnenlager: 89,91mm, Buitenlager: 64,91mm.
DEMONTAGE EN INSPEKTIE VAN DE LAGERS
Indien er op de naaf/remtrommel in onderhoud een anti-blokkeer
sensor gemonteerd is – zorg dan dat de sensor schoon is en in
zijn huis naar buiten wordt gedrukt (in naafrichting) voordat met
de hermontage van de naaf/remtrommelsamenstelling wordt
begonnen (Afb. 22).
1. Demonteer de naaf/remtrommel, hiermee komt de
buitenlagerkonus vrij.
2. Demonteer de oliekeerring, hiermee komt de binnenlagerkonus
vrij.
3. Ontdoe de naaf, lagers en naafdop van al het oude vet met
behulp van schone paraffine of dieselolie. GEEN BENZINE,
HETE OPLOSSING OF STOOM HIERVOOR GEBRUIKEN. Droog de
onderdelen met gebruikmaking van een luchtstraal of met een
schone vochtopnemende doek of papier. Men dient te
voorkomen dat lagers met hoge snelheid draaien wanneer men
gebruik maakt van een luchtdrukspuit.
4. Na grondige reiniging het lager tegen het licht houden en de
kooi langzaam ronddraaien en ieder rol- en loopbaanoppervlak
inspekteren op:
(i) Putjes.
(ii) Schilferen.
(iii) Verkleuring.
(iv) Korrosie.
Indien er enige twijfel bestaat omtrent de konditite van het lager,
dient men dit te verwijderen en een nieuw lager te monteren. In
dit stadium is het nodig de lagercups uit de naven te demonteren.
5. Vier uitsparingen in de omtrek van het gietstuk maken het
mogelijk om de binnencup te demonteren met behulp van een
zachtstalen doorslag, daarbij iedere uitsparing om en om
benuttend. Het lager is betrekkelijk gemakkelijk en zonder
beschadiging te demonteren.
Opmerking: Hardstalen doorslagen of messing staven mogen niet
gebruikt worden.
VERVANGING VAN DE LAGERS
1. Zorg ervoor dat de naaf grondig wordt gereinigd.
2. Plaats de binnenlagercup in de naafopening, drijf daarna met
gereedschap nr. 21205452 de cup in de naafopening, ervoor
zorgend dat de cup haaks op zijn zitting draagt. Gereedschap
nr. 21205451 wordt gebruikt voor de buitenlagercup.
3. Vet binnenlager grondig in (zie het deel over Smeermiddelen),
ervoor zorgend dat het vet de binnenloopbaan bereikt. Bij
oliegesmeerde naven dienen de rollen lichtjes geolied te
worden.
4. Monteer de keerring volgens de voorschriften op blz. 17
Hierdoor blijft het lager op zijn plaats totdat de naaf op de
asspindel wordt gemonteerd.
5. Vul de naafkamer met 325 gram vet. Als regel dient het vet niet
boven het niveau van de kleinste diameter van de buitenlagercup
uit te komen. (Zie Smeermiddelentabel voor goedgekeurde
vetsoorten).
6. Vet de buitenlagerkonus grondig in met vet en plaats hem op
een schoon oppervlak klaar voor montage.
A.B.S. Inbouwmogelijkheden
AFB. 22
Kunststofsensoren
Indien de sensor overmatige slijtage vertoont (zie Afb. 23), moet
deze vervangen worden, Raadpleeg hiervoor de voorschriften van
de fabrikant.
Inspekteer de A.B.S. Ring en vernieuw deze bij enige
beschadiging ervan. Als hij op 420mm diameter remmen
gemonteerd is, wordt de geperste stalen ring (voor gebruik met de
kunstofsensor) door de wielbouten opgesloten – voor demontage
zie blz. 9 over wielbouten.
Door het monteren van de naaf/remtrommelsamenstelling zal de
sensor in de juiste stand tot het poolwiel worden geplaatst.
Voor alle overige problemen met het anti-blokkeer systeem
gelieve men kontakt op te nemen met de leverancier ervan.
✗
✓
SPOELHOUDER
AFB. 23
17
Assen
Vervanging van Naaf/Remtrommel
Juiste afstelling van de lagerspeling is zeer belangrijk. De
volgende werkwijze heeft bewezen tot een juiste lagerafstelling te
leiden. LET OP: Merkbare lagerspeling in koude (stilstaande)
toestand vermindert als de naaf zijn normale bedrijfstemperatuur
bereikt.
1. Geleidt de naaf/remtrommelsamenstelling over de asspindel
totdat het binnenlager in zijn cup aanligt.
2. Monteer het buitenlager en de lagerafstelmoer. (Afb. 24).
3. Trek de afstelmoer aan totdat de lagers lichtjes worden
geklemd – TEGELIJKERTIJD DE NAAF/REMTROMMEL
RONDDRAAIEND ZODAT DE LAGERS GOED AANLIGGEN
(Afb. 25).
4. Trek de afstelmoer aan met een speciale vooringestelde
momentsleutel tot 70 Nm (50 lbf ft) (onderdeelnr. 21206783),
hulpstuk (21218567) en dichte sleutel (21218566). (Afb. 26).
5. Draai de afstelmoer 21⁄2 tot 3 vlakken terug.
6. Monteer de borgring en borgmoer, trek deze aan met de
momentsleutel tot 365 Nm (275 lbf ft) (Afb. 27)
7. Kontroleer of de Naaf/Remtrommel vrij ronddraait (Afb. 28).
Bovengenoemde werkwijze dient nauwgezet te worden gevolgd.
AFB. 26
AFB. 27
AFB. 24
AFB. 28
AFB. 25
18
8. Vul de naafdop met 150 gram vet (blz. 17).
9. Monteer nieuwe pakking en bevestig de naafdop. Trek de
naafdopbouten aan met 16-30 Nm (17 lbf ft).
Assen
HOOFDSTUK 5
De Rembekrachtiging
Remwerking – Preventief Onderhoud
A. DEMONTAGE VAN REMSCHOENEN
SERIE III
Beremming kan worden onderverdeeld in systemen die ieder op
zich onderhoud vereisen om een juiste remwerking te verzekeren:
Het Luchtsysteem
De Basisrem
De Rembekrachtiging
Het Lastafhankelijkheids/Anti-Blokkeer Systeem
Het Luchtsysteem
Vanaf april 1983 is het wettelijk vereist luchtdruktestpunten op de
volgende plaatsen in het luchtsysteem te monteren.
1) Aan weerszijden van het lastafhankelijkventiel.
2) Op een achterste remcylinder.
In aanvulling hierop monteren sommige fabrikanten een testpunt
dicht bij het luchtreservoir.
Met behulp van een luchtdruktestmanometer (21214100) en
aansluitslang (21214101) kan de luchtdruk aan de testpunten
worden gekontroleerd.
De luchtdruk, gemeten aan het testpunt dicht bij één van de
remcylinders, dient tussen de 6,5 en 7,5 bar te worden bij
maximale bediening van de trekkerremmen. Indien er een
lastafhankelijkventiel wordt gemonteerd, is het nodig de oplegger
óf tot het maximale draagvermogen te beladen óf de
stangverbinding met de lastafhankelijkventiel ter plaatse van de
as los te koppelen.
Indien de juiste drukaflezing niet wordt verkregen, maak dan de
gele leiding van de oplegger los en meet de luchtdruk aan de gele
koppeling met behulp van een geschikte aansluiting. Als er ruim
voldoende druk aan dit punt aanwezig is, ligt de fout bij het
luchtsysteem van de oplegger en dient opgespoord en verholpen
te worden.
De Basisrem
420mm, 350mm, 310mm.
AFB. 29
1. Maak borgveren los met behulp van een schroevedraaier
tussen de ribben van de remschoen (Afb. 29).
2. Pak de onderste remschoen beet, trek hem van de remankerpen
af, kantel hem naar voren en neem hem af van de
remsleutelnok (Afb. 30).
3. Demonteer de terugtrekveer.
4. Neem de bovenste remschoen af.
B. INSPEKTIE
1. Inspekteer de remankerpennen en bussen op slijtage.
Kontroleer en vervang de O-ringen indien nodig bij Mark III
ankerpennen.
2. Inspekteer de nokrollen. Indien ze uit de remschoen worden
verwijderd, moet de borgveer door een nieuwe vervangen
worden.
3. Inspekteer de remschoenen op slijtage bij de ankerpen en
nokrol t.p.v. de lokatie hiervan.
4. Voordat ze weer worden gemonteerd dienen de volgende
onderdelen lichtjes te worden ingevet met Total Extemp vet of
gelijkwaardige vetsoort (Afb. 29).
(i) Boringen van remsleutelbussen.
(ii) Nokrollen en nokprofiel van de remsleutel.
(iii) Remankerpendraagvlakken en gaten in remschoenribben.
5. Zorg dat druksmering wordt uitgevoerd op de vier smeernippels op
iedere as. Gebruik Total Extemp of gelijkwaardige vetsoort.
6. Kontroleer de remtrommels op scheuren, aanlopen of overige
beschadiging.
7. Vervang alle versleten onderdelen door originele RORonderdelen. Het gebruik van niet-originele ROR-onderdelen maakt
iedere garantie ongeldig en kan de levensduur aanzienlijk
beperken.
AFB. 30
19
Assen
C. MONTAGE VAN REMSCHOENEN
420mm & 350mm
1. Monteer de pennen en nokrollen, smeer de ‘D’ gaten in met
Total Extemp vet of gelijkwaardige vetsoort (Afb. 31).
2. Monteer de ankerpennen, smeer de binnenzijde van de
ankerpenbussen in met Total Extemp of gelijkwaardige vetsoort
(Afb. 32).
3. Monteer de bovenste remschoen en laat de terugtrekveer van
de pen naar beneden hangen (Afb. 33).
4. Bevestig de onderste remschoen aan de veer, druk de
20
remschoen naar beneden en naar voren in de nokopening van
de remsleutel en op de remankerpen (Afb. 34).
5. Bevestig beide borgveren aan de bovenste remschoen, trek de
veren één voor één met behulp van een schroevedraaier naar
beneden en bevestig ze aan de gaten in de ribben van de
onderste remschoen (Afb. 35).
BELANGRIJK: Indien er ankerpenbussen dienen te worden
vervangen, beveelt Meritor de montage aan van nieuwe van
smeerputjes voorzien bronzen bussen nr. 21016666A, gesloten
remankerpennen nr. 21205193G en O-ringen nr. 21220668 (zie blz.
25). Het gebruik van gereedschap nr. 21205456 wordt aanbevolen,
zoals getoond in Afb. 36.
AFB. 31
AFB. 32
AFB. 33
AFB. 34
AFB. 35
AFB. 36
Assen
D. MONTAGE VAN REMSCHOENEN 310mm
1. Monteer de pennen en nokrollen, smeer ‘D’ openingen in met
Total Extemp of gelijkwaardige vetsoort.
2. Monteer de bovenste remschoen en laat de terugtrekveer van
de pen naar beneden hangen (Afb. 37).
3. Bevestig de onderste remschoen aan de veer, druk de
remschoen naar beneden en naar voren in de nokopening (Afb.
38).
4. Bevestig beide borgveren aan beide remschoenen (Afb. 39).
5. Licht de bovenste remschoen op en monteer de ankerpen.
6. Druk de onderste remschoen naar beneden en monteer de
ankerpen – de veren niet overmatig rekken (Afb. 40).
AFB. 37
AFB. 38
AFB. 39
AFB. 40
21
Assen
E. MONTAGE VAN 420mm REMSCHOENEN
MET GEPERST STALEN REMANKERPLAAT
Smering, zoals op blz. 21 aangegeven (Afb. 31 & 32).
1. Remschoen voorzien van rolpen (Afb. 41).
2. Ankerplaat met gemonteerde remankerpennen (Afb. 42).
3. Breng beide remschoenen aan op remankerplaat (Afb. 43).
4. Breng onderste remschoen in positie (Afb. 44).
5. Breng terugtrekveren aan (Afb. 45).
AFB. 42
AFB. 41
AFB. 44
AFB. 43
22
AFB. 45
Assen
F. REMSLEUTEL EN BUSSEN
1. DEMONTAGE
a. Demonteer de remschoenen zoals beschreven in het
voorgaande deel.
b. Demonteer de remsteller.
c. Demonteer de borgring bij de remankerplaat en neem de
remsleutel af. De borgring is pas van de as verwijderbaar als
het spiebaaneinde uit het bolvormige lager tevoorschijn komt.
d. Inspekteer de nylon bussen of bronzen bus in de
remankerplaat. Verwijder de bussen bij slijtage.
e. Inspekteer het bolvormige lager op bruikbaarheid. Dit is een
gesloten samenstelling die geen door gebruiker te
onderhouden komponenten bevat.
f. Draai de borgbouten los en verwijder het bolvormig lager.
2. VERVANGENDE REMSLEUTELS
Remsleutels getrapt model
Toegepast vanaf oktober 1984 op productie-assen met 350mm
diameter remmen en vanaf januari 1985 op assen met 420mm en
394mm diameter remmen, heeft de nieuwe remsleutel een grotere
torsiestijfheid, hetgeen de reaktietijd en het luchtverbruik
aanzienlijk verminderen, beiden zeer belangrijk i.v.m. de EEG/ECE
eisen voor remsystemen, bovendien wordt hij standaard uitgerust
met een dunwandige fosfor bronzen bus in de remankerplaat,
daarmee nog beter bestand zijnde tegen slijtage en
temperatuurkarakteristieken dan de P.E.S. bussen die bij eerdere
remsleutelontwerpen werden toegepast.
Bij het eerdere remsleutelontwerp (Afb. 46) waren zowel de astap
voor de remankerplaatbus als voor het bolvormig lager gelijk in
diameter, met een over de gehele lengte gedraaide as. Deze
remsleutel werd samen met twee nylon bussen toegepast of met
een enkele bronzen remsleutelbus met integrale O-ring dichtingen.
De astap aan de nokkant is in diameter toegenomen bij het
nieuwste ‘getrapte’ remsleutelontwerp (Afb. 47), speciaal voor
toepassing met een enkele fosfor bronzen remsleutelbus.
Bovendien draagt de remsleutel thans de O-ring dichtingen
(onderdeelnr. 21016721). Deze remsleutelas is niet over de gehele
lengte gedraaid, op één uitzondering na. nl remsleutels die
worden toegepast bij de 310mm x 190mm rem tezamen met het
Neway luchtveersysteem. Het remsleutelnummer voorafgegaan
door een L of R voor links of rechts wordt in de as gestempeld.
Het nieuwe ontwerp kan en moet bij voorkeur worden toegepast
t.o.v. het eerdere ontwerp als vervanging nodig blijkt. Alleen de
fosfor bronzen remsleutelbus (onderdeelnr. 21209990) kan bij de
nieuwe remsleutel worden toegepast, daarbij de twee nylon
bussen vervangend.
AFB. 47
Om de nieuwe remsleutels als vervanging voor het eerdere type te
kunnen monteren is het nodig om de volgende onderdelen toe te
passen.
Remsleutelbussensets die deze items bevatten zijn leverbaar,
Set nr. – AXL 131
⁄2 as-set geschikt voor assen serie T, U, TH en TM vòòr 1974 voor
1
ombouw naar nieuw model remsleutel.
Set nr. – AXL 132
⁄2 as set geschikt voor: TH, TM assen na mei ’74 voor nieuw model
remsleutel.
1
AFB. 48
Afb. 48 laat de remas met gerolde vertanding zien voor de 420mm
rem, welke sinds 1 januari 1992 zijn gemonteerd op de assen met
geperste stalen remankerplaat met een afschroefbare
bollagerring.
Deze kunnen worden herkend aan een groef voor de borgclip,
welke zich midden op de lagerzitting bevind.
Gelijke remassen met gerolde vertanding echter zonder deze
groef voor borgclip zijn reeds geintroduceerd voor assen met rem
310 mm en 350 mm.
HET DEMONTEREN VAN DE 420 mm REMAS
Na eerst de remsteller te hebben gedemonteerd kan de remas uit
de borgclip worden verwijderd door op het einde een klap te
geven met een zachte hamer.
AFB. 46
23
Assen
Meritor beveelt aan de kunststof bussen te vervangen door fosfor
bronzen bussen. Deze zijn in vier maten levebaar.
AANBEVOLEN
NIET AANBEVOLEN
FOSOFR BRONZEN BUSSEN
21204703 –
21209990 –
21209623 –
21213259 –
oud type remsleutels
nieuw type ‘getrapte’ remsleutels
overmaat bus oud type remsleutelboringen
na het ruimen
overmaat bus voor getrapte remsleutel
AFB. 49
Het is nodig dat de fosfor bronzen bus met een zware perspassing
in de remankerplaatsteun wordt geperst. Indien de
remankerplaatsteun slijtage vertoont (zie Afb. 49), is het nodig dat
de boring van de remsleutelbus wordt nabewerkt om de overmaat
fosfor bronzen bus (onderdeelnr. 21213259) te kunnen monteren.
Indien het nodig is om overmaat remsleutelbussen te monteren,
dient het ankerplaatsteun freesgereedschap te worden gebruikt,
dit is te koop of te huur bij een van de Meritor dealers.
Onderdeelnr.
Omschrijving
21206670/1
Frees
21206670/2
As
21206670/4
Geleidebus
21206670/5
Pennen (twee benodigd)
21209271/1
Pasmal voor 310mm diameter remmen
21218572/1
Pasmal voor 350mm diameter remmen
21209272/1
Pasmal voor 394mm diameter remmen
21206670/3
Pasmal voor 420mm diameter remmen
AFB. 51
BELANGRIJK
Als een remsleutelbus wordt gemonteerd, moeten de dwarsgaten
in de richting van de nok lopen (Afb. 51).
AFB. 52
AFB. 50
3. MONTAGE
a. Indien het nodig is om de Remsleutelbussen te vervangen, kan
dit gemakkelijk worden gedaan met gebruikmaking van
speciaal gereedschap nr. 21219919 (Afb. 50). De remsleutelbus
moet aan de nokkant van de remankerplaatsteun worden
ingestoken.
24
De bolvormige lager aan de kop van de remas (Afb. 52), welke is
toegepast op assen van na juni 1991 met een geperste stalen
remankerplaat, hebben alleen betrekking op de 420 mm remmen.
Bij hermontage of vervanging dient men de bouten wat los te
laten, waarna men de remas inbrengt en ervoor zorgdraagt dat de
borgclip in de groef valt in de lagerzitting. Draai de remas rond om
zeker te zijn dat deze vrij kan bewegen, draai daarna de bouten
aan op 50-60 Nm (30 lbf ft).
b. Monteer of vervang het bolvormig lager zonder de bouten aan
te trekken. Meritor levert een nieuw Mark III bolvormig lager
(Onderdeelnr. 15213430) dat verpakte vet opsluit en een langere
levensduur heeft (zie afb. 53, blz. 26).
Assen
H. REMANKERPENNEN EN BUSSEN
AFB. 53
c. Monteer de O-ringen op de remsleutel (deze bij het oude type
remsleutel in de bus monteren). Schuif de grote drukring op de
remsleutelas. Schuif de remsleutel doorheen de
remankerplaatsteun maar niet doorheen het bolvormig lager in
dit stadium. Monteer de konische drukring (de holle zijde naar
de remankerplaatsteun gericht) en borgring op de remsleutelas.
Schuif de remsleutel doorheen het bolvormig lager,
tegelijkertijd de konische drukring en borgring tot tegen de
remankerplaatsteun aandrukkend. Zorg dat de borgring juist in
de groef wordt geplaatst.
d. Draai de remsleutel rond om een juiste uitlijning en vrijloop te
verzekeren. Trek de normale of Powerlok bouten van het
bolvormig lageringshuis aan 50-60 Nm (30 lbf ft), lijn de
remsleutel opnieuw uit en trek de bouten aan. Kontroleer
nogmaals de vrijloop. Smeer de bolvormige lager met Total
Extemp of gelijkwaardige vetsoort via de smeernippels op de
lagers totdat er vet naar buiten komt.
De Mark III as heeft een gesloten remankerpensysteem. Op de
remankerpen bevinden zich twee olie- en hittebestendige
O-ringen zoals getoond in Afb. 54 en is hij voorzien van een
Dacromet beschermlaag – een zinkrijke laag die een uitstekende
bescherming tegen korrosie biedt. De pen en O-ringen worden
gemonteerd in een van putjes voorzien bronzen bus. De putjes zijn
aangebracht om extra vet op te sluiten om de ankerpen voor
langere tijd te smeren. Een bijkomstig voordeel is de gemakkelijke
verwijderbaarheid van de remankerpennen in het geval van een
algehele revisie.
De gesloten remankerpennen en van putjes voorziene bussen zijn
in setjes leverbaar door uw Meritor-onderdelenleverancier en zijn
uitwisselbaar met eerdere remankerpenbusontwerpen die bij
‘quick change’ remschoenen werden toegepast.
Aantal/Rem
Omschrijving
Onderdeelnr.
2
Remankerpen
21205193G
4
O-ring
21220668
2
Bus
21016666A
Vanaf juni 1991 gebruiken assen met 420 mm rem en een geperste
stalen remankerplaat roestrvrij stalen remankerpen bussen met
het nr. 21221028.
G. REMVEREN
1. De terugtrekveer is een zeer belangrijk komponent voor een
goede remwerking. Hij dient op iedere verslapping van de
veerwindingen of slijtage of inkepingen in de haken te worden
geïnspekteerd.
2. De borgveren klemmen de remschoenen om de
remankerpennen vast. Zij dienen eveneens op verslapping en
beschadiging van de haken te worden geïnspekteerd.
BELANGRIJK: Het wordt sterk aanbevolen de borgveren als
vanzelfsprekend te vernieuwen tijdens het jaarlijkse onderhoud aan
het remsysteem.
AFB. 54
I.
VERNIEUWEN VAN REMVOERINGEN
1. Het wordt aanbevolen de juiste voering toe te passen tot
handhaving van de voor EEG normen ontworpen en
goedgekeurde remsystemen voor uw voertuig. Een ander type
voering kan de remwerking aanzienlijk beïnvloeden en het
voertuig onwettelijk maken. Meritor remvoeringen zijn in de
juiste straal van de remschoen geslepen, waardoor deze na
diversen stops mee zal zijn ingelopen.
Onderdeelnummers van de diverse komponenten die voor de verschillende remsleutels geschikt zijn, worden in de navolgende tabel
aangegeven.
OUDE TYPE REMSLEUTEL
Kunststof Remsleutelbussen
Bronzen Bus
Omschrijving
Remsleutel O-ring
Grote drukring
Konische drukring
Borgring
Aantal/
Rem
Onderdeelnr.
2
2
1
1
1
21016720
21016721
21006593
21006624
99070006
NIEUWE GETRAPTE
REMSLEUTEL
Aantal/
Rem
Onderdeelnr.
Aantal/
Rem
Onderdeelnr.
1
21016721
2
21016721
1
1
1
21006593
21006624
99070006
1
1
1
21202756
21202757
99070011
25
Assen
2. De Meritor-remschoen is voorzien van een roestwerende
verflaag. Bij het vernieuwen van de voering dient het
voeringvlak te worden gereinigd en weer met een
roestwerende grondlaag te worden gedekt. De geharde
remankerpen-en nokrol lokatiepunten moeten op beschadiging
worden geïnspekteerd. Vernieuw de remschoen indien deze
lokaties beschadigd zijn.
3. De gepatenteerde Meritor-remschoen serie III kan veelvuldig
van een nieuwe voering worden voorzien. Zorg dat uw
onderdelenleverancier u originele Meritor – remschoenen
levert als u de oorspronkelijke remschoenen uitwisselt. Let op
het Meritor-fabrieksmerk en patentnummer op iedere rib van de
remschoenen.
J. REMTROMMELS
1. Indien, tijdens inspektie, de remtrommels zijn gescheurd of een
onregelmatig patroon vertonen is dat een aanwijzing dat de
rem overmatig warm is geweest. Het monteren van nieuwe
remtrommels lost de oorzaak van het probleem niet op.
Hieronder volgt een lijst met mogelijke oorzaken:
a. Het trekkervoertuig is uitgerust met een voorijlingsklep die is
afgesteld om de oplegger het meest te laten afremmen.
b. Slecht ingestelde of slecht werkende automatische
remsteller.
c. Het gebruik van ALLEEN opleggerremmen voor
snelheidsafremming tijdens lange afdalingen.
d. Toepassing van een niet goedgekeurd voeringtype.
e. Slecht werkend luchtremsysteem (zie volgend Deel).
In alle gevallen stelt het gebruik van druktestmeters aan ieder
testpunt u in staat te konstateren wat er aan de hand is.
2. Kleine haarscheurtjes in het remoppervlak tonen aan dat de
remtrommel oververhit is geweest maar maakt daarmee de
remtrommel niet onbruikbaar. Remtrommels met enige overige
schade, zoals b.v. groeven door klinknagels veroorzaakt,
moeten echter onmiddellijk worden nabewerkt of vervangen.
Het nadraaien van remtrommels wordt toegestaan mits de
oppervlaktebeschadiging gering is, met uitzondering van de
310mm remtrommel welke altijd moet worden vervangen. De
maximum boringdiameters waarop de remtrommels kunnen
worden gedraaid zijn:
420 – 423mm
350 – 354mm
310 – Nadraaien NIET toegestaan.
Overmaat nokrollen (21006610A) moeten samen met
nagedraaide remtrommels worden toegepast.
3. Remtrommels dienen schoon en droog te zijn voordat ze weer
gemonteerd worden. Er dient voorzichtigheid te worden
betracht met losse stof zoals vermeld in de Voorschriften voor
het Werken met Asbest in Garages (Binnenzijde Achterkaft).
Vervangende ROR-remtrommels worden geleverd met een
beschermende blauwe coating die niet vòòr de montage hoeft
te worden verwijderd.
Bij trommels met een beschermende tectiel laag moet deze wel
worden verwijderd.
K. STOFPLATEN
1. Stofplaten worden voorzien van inspektie-openingen ter
beoordeling van de voeringslijtage. Deze openingen worden
met rubberpluggen afgesloten welke altijd moeten worden
gemonteerd.
26
2. Stofplaten worden bevestigd met zes M8 x 1,25 dekselbouten
aangetrokken tot 30 Nm (15/20 lbf ft). Indien extra afdichting
wordt vereist – levert ROR een set rubberafdichtingen naar
keuze (Afb. 55). Vanaf juni 1991 gebruiken assen met 420 mm
rem en een geperste stalen remankerplaat stofkaphelften,
welke door 4 bouten M10 worden vastgezet met een
aanhaalmoment van 50-60 Nm (30 lbf ft).
Inclusief:
U-vormig gegoten afdichtstrook die de Stofplaat rondom het
nokeind van de remankerplaatsteun afsluit.
Rubberkraag die het remsleutelbuseinde afsluit (vastgehouden
met een borgklip).
Rubberbuitenkraag om de bolvormige lageringsset aan de
buitenzijde af te dichten (vastgehouden met een borgklip).
Rubberbinnenkraag om de bolvormige lageringsset aan de
binnenzijde af te dichten (opgesloten door de remsteller).
AFB. 55
Assen
Lastafhankelijk RemAnti-blokkeersystemen
ALGEMEEN
Alle opleggers naar EEG voorschriften vervaardigd, worden
uitgerust met een lastafhankelijkheids-, een anti-blokkeer systeem
of beiden.
Ofschoon de wetgeving alleen in Engeland eist dat slechts één
van beide bovengenoemde systemen wordt gemonteerd, beveelt
Meritor de toepassing van een Lastafhankelijkheidssysteem aan
wanneer een anti-blokkeer systeem wordt gemonteerd en wel om
twee redenen:
1. ter verkrijging van een goede rembalans in onbeladen toestand
bij toepassing van een Lastafhankelijk regelsysteem op het
remsysteem van het trekkervoertuig.
2. ter vermindering van het risiko van het zwaaien van de oplegger
indien het antiblokkeer systeem van de oplegger zou falen en
overgaan tot volle remwerking.
Vele trekkervoertuigen worden uitgerust met ‘voorijlingskleppen’
die dienen om de remdruk vanaf de koppeling met de oplegger op
te voeren in vergelijking met de remdruk van het trekkervoertuig:
ook is in de remkleppen van sommige opleggers deze mogelijkheid
ingebouwd. Het monteren van een lastafhankelijk regelsysteem
aan de oplegger vermindert de nadelige effekten van teveel
voorijling, vooral bij lage remdrukken met een onbeladen of
lichtbeladen oplegger.
LASTAFHANKELIJK REGELSYSTEEM
Het hoofddoel van lastafhankelijk regelsysteem is de kans op
blokkeren van de wielen te verminderen bij de verschillende
ladingen die worden vervoerd.
Het lastafhankelijk regelventiel regelt de luchtdruk naar gelang
het ladinggewicht dat wordt vervoerd.
Op alle nieuwe opleggers uitgerust met een
lastafhankelijkheidssysteem wordt ook een plaat gemonteerd
waarop de insteldrukken worden vermeld die overeenkomen met
het beladen en onbeladen gewicht.
De instelling van het lastafhankelijk regelventiel dient regelmatig
te worden gekontroleerd en indien nodig gekorrigeerd.
Luchtdruktestpunten zijn voorzien aan beide zijden van het
lastafhankelijk regelventiel zodat zowel de inlaat- als
uitlaatdrukken kunnen worden gemeten, het testpunt op de
uitlaatzijde van het lastafhankelijkventiel mag dichtbij één van de
remcylinders worden aangebracht.
Met behulp van aan testmanometers, verbonden aan de
testnippels, kan men de luchtdrukken kontroleren en vergelijken
met de afstelgegevens welke vermeld staan op het voertuig.
Wanneer een jaarlijkse overheidsinspektie wordt uitgevoerd en de
remwerking wordt gemeten is het van belang dat de
lastafhankelijk regelventiel onderhevig is aan de volbeladen
toestand tijdens de test.
Normaal gesproken is de uitlaatdruk van het lastafhankelijk
regelventiel in de volbeladen toestand gelijk aan de inlaatdruk
welke bij volle rembediening tussen de 6,5 en 7,5 bar dient te zijn.
Om dit te kunnen bereiken moet de oplegger volbeladen zijn.
Indien niet, dan moet het lastafhankelijk regelventiel worden
losgekoppeld, hetgeen slechts in het teststation dient te
geschieden en moet de klepverbinding weer tot stand worden
gebracht voordat het teststation wordt verlaten.
AFB. 56
Telkens dat de oplegger op de rollenbank wordt getest, is het van
groot belang dat het lastafhankelijk regelventiel wordt
losgekoppeld en vol wordt geopend: d.z.w. de beladen toestand
wordt nagebootst, om er zeker van te zijn dat de volle remdruk
wordt verkregen aan alle assen.
Koppel de regelstang altijd los van het lastafhankelijk regelventiel
aan de aszijde en niet aan het ventiel (zie Afb. 56).
Bij het testen van een luchtgeveerde oplegger op de rollenbank, is
het niet bereids mogelijk een lastafhankelijkventiel voor een
luchtveersysteem los te koppelen. In plaats hiervan kan er een
aansluiting worden vervaardigd die zowel de inlaat als uitlaat
remleidingen opneemt en zodoende een by-pass vormt om het
lastafhankelijkventiel heen.
ANTI-BLOKKEER SYSTEMEN
Anders dan bij lastafhankelijke regelsystemen die de remdruk
regelen in verhouding tot het gewicht van de lading die wordt
vervoerd, kontroleren anti-blokkeer systemen de wielsnelheid en
passen de remdruk alleen aan als het systeem waarneemt dat er
een wiel dreigt te blokkeren.
Alle anti-blokkeer systemen worden uitgerust met sensoren en
poolwielen die de snelheid van twee of meer wielen meten.
Indien de naaf/remtrommel wordt gedemonteerd van een as
uitgerust met sensoren, is het belangrijk dat men zich herinnert de
sensor volledig buitenwaarts te drukken zodat het poolwiel hem
terugdrukt als de naaf/remtrommel weer wordt gemonteerd.
Hierdoor wordt de juiste speling afgesteld tussen sensor en
poolwiel. Raadpleeg blz. 18.
Alle anti-blokkeer systemen hebben een waarschuwingslampje
dat uit dient te gaan als de oplegger in beweging is. Indien het
niet dooft, is er een defekt ontstaan en moet het systeem grondig
worden gekontroleerd door deskundig personeel met
gebruikmaking van speciale testapparatuur. Neem direkt kontakt
op met de leverancier van uw anti-blokkeer systeem.
Het moet mogelijk zijn een druk van tussen de 6,5 en 7,5 bar te
bereiken in de oplegger remcylinders bij volle rembediening,
hetgeen kan worden gekontroleerd met behulp van een
testmanometer die wordt verbonden aan het testpunt dichtbij één
van de remcylinders.
Bovendien worden anti-blokkeer systemen automatisch
uitgeschakeld bij zeer lage voertuigsnelheden en dienen zij niet in
werking te treden bij remtesten op de rollenbank (5 tot 8 km/uur).
27
Assen
MONTAGE VAN DE FUSEEGESTUURDE AS
HOOFDSTUK 6
Meritor/Stefen Fuseegestuurde As
De fuseegestuurde as wordt toegepast om de bandenslijtage te
verminderen. Hij kan aan een drieasser oplegger worden
gemonteerd aan de voorzijde, de achterzijde of in beide posities.
MONTAGEVOORSCHRIFT VOOR EEN
FUSEEGESTUURDE AS AAN EEN TANDEMOF DRIEASSER VEERSTEL
Zijn eenvoudige konstruktie maakt het mogelijk de fuseegestuurde
as aan ieder type vrachtwagen, oplegger of semi-oplegger te
monteren dat men wenst te bouwen/veranderen/vervaardigen tot
een drie- of meerasser voertuig. Zowel bladvering als luchtvering
kan worden toegepast.
Bij enkel montage is het nominaal draagvermogen in het algemeen
6-8 ton, bij dubbel montage kan het nominaal draagvermogen
oplopen tot 12 ton, afhankelijk van het voorgeschreven type.
VOORDELEN VAN DE FUSEEGESTUURDE AS
De montage van een fuseegestuurde as aan een tandem- of
drieasser veerstel geschiedt in drie stappen:
1. Montage van het veersysteem (veerschommelsteunen,
bladveren, veerschommels, etc.).
2. Montage van de fuseegestuurde as aan het veerstel.
3. Eindkontrole.
1a. Grote aandacht dient te worden besteed aan het monteren
van het veerstel om een perfekte uitlijning te verzekeren
tussen de voertuigassen.
De veercenters dienen zodanig te zijn, dat als de as wordt
geïnstalleerd de veren direkt op de reeds op de as
gemonteerde veerpadden passen.
2a. De fuseegestuurde as wordt vastgeklemd aan de bladveren
door middel van U-bouten.
3a. De eindkontrole wordt uitgevoerd om een perfekte uitlijning
van de voertuigassen te verzekeren.
De eenvoudigste methode hiervoor wordt getoond in Afb. 57 – De
maten X1 en X2 dienen binnen een tolerantie van 1,5mm gelijk te
zijn, evenals de maten Y1 en Y2 met betrekking tot de
fuseepencenters van de fuseegestuurde as. Het is logisch dat de
maten Z1 en Z2 gelijk dienen te zijn binnen een tolerantie van 3mm.
– Vergemakkelijkt de besturing
– Vermindert de bandenslijtage
– Sluit brandtstofverspilling uit
– Beschermt het wegoppervlak
TYPEN ZELFSTUURASSEN
Er zijn twee typen van zelfstuurassen.
Type één: Deze as heeft schokdemper, luchtbalg en
blokkeercylinder (Afb. 58).
FIG. 45
Z1
X1
Y1
Y2
X2
Z2
FUSEEGESTUURDE AS
FIG. 44
28
Assen
Type twee: Deze as heeft twee schokdempers en een
blokkeercylinder (Afb. 59).
De handschakelaar (6) heeft een kontrolelampje dat elektrisch
moet worden aangesloten. Het lampje gaat, indien het korrekt is
aangesloten, alleen branden als de Blokkeercylinder (4) wordt
bediend (Afb. 60).
AANSLUITSCHEMA (AFB. 60 TYPE ÉÉN)
VOOR ZELFSTUURASSEN MET LUCHTBALG VOOR LUCHT- EN
BLADVEERSTELLEN
FIG. 46
WERKINGSPRINCIPE EN
MONTAGEVOORSCHRIFTEN
Op de fuseegestuurde as type één bevindt zich een apparaat dat
de Torpress Balg wordt genoemd.
Het apparaat trekt de wielen binnenwaarts bij het aansnijden van
een bocht en centreert ze bij gewoon rechtuitrijden.
De Torpress Balg wordt verbonden aan een luchttoevoer en
geregeld door een lastafhankelijkheidsregelklep.
Bij een onbeladen voertuig dient de klep te worden ingesteld op
een druk tussen de 0,8 en 1,0 bar. Bij beladen voertuig dient de
klep op een druk tussen de 2,0 en 2,5 bar te worden ingesteld.
Omschrijving
Onderdeelnr.
1. Reduceerventiel
21212409
2. Lastafhankelijke regelventiel-bladveerstellen
21212408
2a. Lastafhankelijke regelventiel-luchtveerstellen
21212480
3. Luchtbalg
21212549
4. Blokkeercylinder
21212550
5. Electrische schakelaar
21212410
6. 3-weg klep
21212411
7. Terugslagklep
21212452
8. Luchtketel
WERKING BIJ HET ACHTERUITRIJDEN TYPE
TWEE
Type twee: De zelfstuuras is geblokkeerd door gebruik van de
blokkeercylinder.
1
B
8
3
2
2a
OPMERKING
Speciale aandacht dient te worden besteed aan de borgschroef
van de klepregeling. Deze moet nauwkeurig worden vastgezet na
iedere instelling.
Overschrijd nooit de 2,5 bar druk of de fuseegestuurde as werkt
niet naar behoren.
Bij type twee wordt de as onder controle gehouden door twee
schokdempers.
5
C
4
FIG. 48
WERKING BIJ HET ACHTERUITRIJDEN TYPE
ÉÉN
AANSLUITSCHEMA (AFB. 61 TYPE TWEE)
VOOR TANDEM STUURASSEN
Type één: Bij het achteruitrijden wordt de fuseegestuurde as
vergrendeld door een pneumatisch geregelde
Vergrendelingscilinder. De Cilinder wordt bekrachtigd door een
handbediende schakelaar, die is aangebracht aan de zijkant van
de oplegger of door een elektropneumatische schakelaar
bedienbaar vanuit de voertuigkabine.
Het nieuwere model handbediende schakelaar wordt gemonteerd
in een waterdicht huis om korrosie te voorkomen.
Omschrijving
Onderdeelnr.
1. Reduceerventiel
21212409
2. Lastafhankelijke regelventiel-bladveerstellen
21212408
2a. Lastafhankelijke regelventiel-luchtveerstellen
21212480
3. Luchtbalg
21212549
4. Blokkeercylinder
21212550
5. Electrische schakelaar
21212410
8. Luchtketel
–
8
B
3
2
1
A PERMANENTE 24 V VOEDING.
B MIN. 6,5 BAR DRUK VANAF KOPPELHANDJE.
C VOEDING VAN DE ELECTRO VENTIELLEN KAN VIA DE
ACHTERUITRIJSCHAKELAAR BIJ DE TRUCK OF VIA EEN
SCHAKELAAR IN DE CABINE LOPEN.
2a
5
6
C
A
4
7
FIG. 47
29
Assen
1
TORPRESS BALG
AFB. 62
ONDERHOUD AAN FUSEEGESTUURDE AS
1. Torpress Balg en Blokkeercylinder samenstelling.
2. Fuseepen en scharnierbus samenstelling.
3. Wieltrillingsdemper.
4. Spoorstang samenstelling.
1. TORPRESS BALG EN BLOKKEERCYLINDER SAMENSTELLING
(AFB. 62)
a. De Torpress Balg kan in zijn geheel worden gedemonteerd door
demontage van de twee pennen (1) en het loskoppelen van de
luchtleiding.
b. Demonteer de twee bouten (2) waardoor de Balgarmen zich
ontspannen. Deze armen dienen te worden geïnspekteerd op
busslijtage veroorzakende wringing. Indien nodig vervangen.
c. Inspekteer de Torpress Balg op beschadiging.
d. Stel het geheel weer samen, smeer de bouten (2) met vet in en
trek ze aan tot 100 Nm (75 lbf ft).
e. Monteer het geheel aan de as, met gebruikmaking van de
pennen (1) en trek ze aan tot 200 Nm (150 lbf ft).
f. De Blokkeercylinder wordt indien nodig gedemonteerd en bij
vervanging moeten de vier dekselbouten vooraf met vet worden
ingesmeerd om korrosie te vermijden. Trek ze aan met 100 Nm
(75 lbf ft).
g. De Vergrendelingsplaat die op de spoorstang wordt
gemonteerd, wordt bevestigd met twee bouten. De
Vergrendelingsplaat moet vlak zijn en vrij tussen de boven en
onderplaten, die aan de as zijn bevestigd. Bevestigingsbouten
worden aangetrokkem met 450 Nm (350 lbf ft).
h. Overtuig u ervan dat de fuseepenonderdelen (1) worden
gesmeerd.
2. FUSEEPEN EN SCHARNIERBUS SAMENSTELLING
a. De fuseepen kan worden gedemonteerd door:
1. demontage van de bovenste borgring en borgbout.
2. demontage van onderste remcylindersteun.
3. verwarm de scharnierbus en fuseepen met behulp van een
acetyleenzuurstofbrander.
4. uitdrijving van de fuseepen met behulp van een messing staaf
en een zware hamer.
5. demonteer de scharnierbus samenstelling uit de as, reinig en
inspekteer ze op beschadiging en slijtage, vervang de
fuseebussen onder en boven. Vòòr montage in de as dienen de
smeernippels op werking en bruikbaarheid te worden
gekontroleerd.
30
4. SPOORSTANG SAMENSTELLING EN TOESPOORAFSTELLING
Stefen fuseegestuurde assen zijn ontworpen voor
toespoorafstelling. Deze afstelling dient te worden gemaakt
volgens de volgende voorschiften:
1. Blaas lucht in de Torpress Balg totdat een minimale druk van 3
bar wordt bereikt.
Hierdoor wordt de as automatisch gecentreerd.
2. Zorg dat de wielen geen kontakt maken met de grond en dat de
vergrendelingscilinder (voor de fuseegestuurde as) in
ontgrendelde positie is.
3. Draai alle bouten los van de verbindingsstangklemmen.
4. Afb. 63 toont het referentievlak (gestippelde lijn). Het vereiste
toespoor wordt verkregen door het in- of uitschroeven van de
spoorstang, d.w.z. maat B is 4-6mm groter dan maat A. De hoek
moet aan beide zijden (dezelfde waarde) kleiner dan 90º zijn.
5. Na het verkrijgen van deze aflezingen, alle bouten aantrekken
die werden losgedraaid voor het afstellen van de toespoor
(300 Nm – 220 lbf ft).
A
x < 90°
2
x < 90°
BLOKKEER
CYLINDER
ASLICHAAM
6. inspekteer de fuseepen op bruikbaarheid, vervang hem indien
nodig.
7. inspekteer de spoorstang op bruikbaarheid, vervang hem
indien nodig.
8. monteer de scharnierbus weer aan de as en tik de fuseepen
erin, monteer de afstandsringen en borgring boven (afstelmoer
– afstelling zoals nodig is).
9. smeer de fuseepen en zorg dat hij vrij kan draaien. Maak de
spoorstang weer vast zonder de bouten aan te trekken in dit
stadium daar uitsporen nodig is.
3. WIELTRILLINGSDEMPER
Er zijn assen met één of met twee schokdempers uitgevoerd.
1. Inspekteer de dempers op lekkage en beschadiging indien
overmatige trilling wordt bemerkt.
2. Vervang ze indien nodig, de klembouten tot 300 Nm
(220 lbf ft) aantrekkend.
B
AFB. 63
Assen
HOOFDSTUK 7
Onregelmatigheden bij Assen en Remmen in Bedrijfstoestand
NAAF LOOPT WARM
MOGELIJKE OORZAKEN
Lagerafstelling te vast.
Onvoldoende smering.
Dieplader in zwaar bedrijf bij hoge snelheid.
VROEGTIJDIGE LAGERSCHADE
Onjuiste lagerafstelling
Kondens (-water) in lagers.
(langdurig parkeren).
Vuil, ongerechtigheden in smeervet.
Loszittende lagers in naaf.
LOSZITTENDE WIELEN
ASLICHAAMBREUK OF
-DOORBUIGING
Wielmoeren niet op juiste spanning
vastgezet.
Wielboutkonusslijtage, wielboutslijtage.
Wielgaten korresponderen niet met
koniciteit van wielbouten.
Beschadigde wielen, draagvlakken zijn niet vlak.
Overmatig veel verf op naaf/wiel draagvlak.
Lassen in hoge spanningszone (dwarslas).
Luchtveersteunen – slechte laskwaliteit.
Extreme schokbelasting (hoge snelheid,
kuilen en stoepranden oprijden, enz.).
Overbelasting.
Aslichaam ingekerfd door slecht nalassen
van steunen.
VET- OF OLIELEKKAGE
Onjuiste keerring-montage (beschadigd).
Keerringlippen – (dieplader) vervormd.
Beschadigde versleten naafdoppakking.
Schacht van KM-teller lekt.
ONVOLDOENDE REMWERKING
Lage Luchtdruk door:a) slechtwerkende remklep van oplegger
aanhangwagen systeem.
b) onjuist ingestelde lastafhankelijk
regelventiel.
c) onvoldoende druk vanuit trekker.
Onjuiste remcylinder montage.
AANBEVELING TER VERBETERING
Stel af volgens gegevens blz. 19.
Vet verwijderen en lagers opnieuw
invetten. Bouw om op olie.
Bouw om op olie, blz. 17.
Stel af volgens gegevens blz. 19.
Bouw om op olie, blz. 17.
Lagers reiningen en opnieuw verpakken
(zie blz. 18).
Vervang naaf en lagers (zie blz. 18).
Zie Afb. 7, blz. 10.
Monteer nieuwe konussen/bouten.
Zie Afb. 7, blz.10.
Wielen vervangen..
Verwijder alle verf, smeer de pasranden in
met vet en trek wielbouten weer aan
volgens Afb. 7, Blz. 10.
Zie blz. 8.
Aslichaam voor verkeerde belasting
toegepast (Zie blz. 8).
Volg aanbevelingen van blz. 7
Vervang het aslichaam door een zwaarder
belastbaar type.
Pas aslichaam voor hogere belasting toe.
Monteer nieuw aslichaam. Niet proberen
inkervingen in aslichaam opnieuw te
lassen.
Raadpleeg blz. 17.
Monteer nieuwe keerring voor hoge
temperatuur – Raadpleeg blz. 16.
Vervangen en naafdopbouten aantrekken
volgens blz. 15.
Monteer O-ring op schacht van KM-teller
en trek hem weer aan.
Kontroleer luchtdruk aan koppeling en aan
uitgang remklep. Indien uitgaande druk
laag is; sluit de betreffende ventiel af en
vervang het ventiel.
Kontroleer in- en uitlaatdrukken van
lastafhankelijk regelventiel vergelijk ze met
de afstelgegevens op remmenplaat en stel
klep opnieuw in.
Kontroleer de druk aan de
opleggerkoppelingen, indien laag de
trekker-fabrikant raadplegen.
Raadpleeg blz. 11 voor juiste installatie.
31
Assen
MOGELIJKE OORZAKEN
AANBEVELING TER VERBETERING
Remkomponenten gekorrodeerd, vuil,
droog of vastgelopen.
Algehele remmenrevisie noodzakelijk.
Zie Hoofdstuk 5 over remtypes.
Vervang alle versleten komponenten door
her nieuwste ontwerp.
Reinigen volgens Meritor voorschriften in
Technische Handleiding of remvoering
vernieuwen.
Remvoeringen verglaasd. (Deze toestand
duidt erop dat de remmen slechts
lichtbelast worden en kan kontrole in
detail vereisen van de remafstelling en
berekening van het voertuig en de
remverhouding van de kombinatie).
Remvoeringen doordrenkt met olie.
Remafstelling verlopen.
SNELLE VOERING-SLIJTAGE
(slepen van remmen)
Slechte werking van automatische remsteller.
Beremming van de voertuig kombinatie
met gebruikmaking van de trailerrem.
Onjuiste werking van lastafhankelijk
regelventiel.
Niet geharmoniseerde voertuigkombinatie.
Remwerking van oplegger/aanhangwagen
overheerst te veel t.o.v. de trekker
voorwagen (voorijling).
Voeringen vernieuwen en nieuwe
naafkeering monteren.
Stel de remmen met de hand af
– raadpleeg blz. 12.
Kontroleer de werking van de remsteller,
vervang deze indien defekt. (Kontroleer de
werking van de zekeringbus bij
handinstelbare remstellers).
Kontroleer werking van automatische
remsteller. (Indien Rockwell Paymaster
type raadpleeg blz. 11). Indien Haldex,
raadpleeg blz. 13/14).
Kontroleer op overmatige
remsleutellagerspeling van het bolvormig
lager en vervang indien nodig.
Dient alleen ter kontrole van de
opleggerremmen en het eventueel
korrigeren bij het scharen van de
voertuigkombinatie. De oplegger dient
nooit voortgetrokken te worden in
geremde toestand.
Kontroleer bedienings-stangenstelsel en
repareer indien gebroken.
Kontroleer instelling van lastafhankelijk
regelventiel.
Monteer lastafhankelijk-heidsregeling aan
oplegger.
Kontroleer de voorijling afstelling van de
trailer t.o.v. de trekker.
Kontroleer of de trekker en oplegger niet
beiden van voorijlingskleppen zijn
voorzien.
OVERMATIGE REMTROMMELSLIJTAGE
REMMEN KLEVEN OF SLEPEN
32
Oververhitting door overmatig remmen.
(Kan leiden tot afname van de beremming
door de hitte.)
Voeringen vol met metaaldeeltjes. (Het is
mogelijk dat fijn schurend gruis in het
remmechanisme binnendringt, b.v. als
gevolg van staalstralen of de aard van de
vervoerde lading.
Herzie de oplegger remwerkingscyclus.
Zie opmerkingen in vorig punt.
Defekte remsegmentveer.
Ernstige slijtage van bolvormig lager –
en remsleutelbus.
Onjuiste remafstelling.
Veer vervangen.
Vervang versleten komponenten door
nieuwste ontwerp.
Onvolvoende teruggesteld met
handinstelling.
Kontroleer op defekte remsteller.
Voeringen vernieuwen.
Monteer afdichtingsset voor remmen.
Assen
MOGELIJKE OORZAKEN
AANBEVELING TER VERBETERING
Onvoldoende remlossing.
Indien er een mechanische
handremverbinding met de betreffende as
is gemonteerd en de remcylinders van
lange sleufgaffel samenstellingen zijn
voorzien, monteer dan uitwendige
terugtrekveer 21210215 tussen remsteller
en remcylindersteun.
Kontroleer op restdruk in remcylinder.
Remsleutel blijft kleven.
Remsleutel demonteren en gangbaar
maken, zie blz. 24.
Kontroleer opleggerremsysteem op
ingesloten restdruk in remcylinder.
Kontroleer veerremmen op veerbreuk.
(Indien aangetroffen, maak de veerkamer
dan NIET los t.p.v. de scheiding met het
bedieningsmembraan).
Zorg dat de oplegger niet wordt gebruikt
voordat het reservoir geheel op druk is
gebracht.
Kontroleer op overmatige vloeistofvorming
in reservoir en indien aanwezig aftappen.
Defekte klep in opleggerremsysteem.
Veerremcylinders treden in werking.
ONGELIJKMATIGE VOERINGSLIJTAGE
In dwarsrichting schuingesleten remvoeringen. Kontroleer op verbogen
remankerplaatsteun en richt deze.
Overmatige slijtage van één remschoen.
Kontroleer op slijtage van bolvormige
lagerbus. (Remsleutelbus dient
tegelijkertijd te worden vernieuwd).
ZOMAAR OPTREDENDE
WIELBLOKKERING
Slechte werking van anti-blokkeer systeem.
Anti-blokkeer systeem werkt juist, doch er
blokkeert één wiel.
Onbeladen of lichtbeladen oplegger welke
niet met een lastafhankelijkheids-of
anti-blokkeer systeem is uitgerust.
Veerremmen komen automatisch in.
De remklep treedt automatisch in
werking..
Raadpleeg de anti-blokkeer voorschriften
van de fabrikant of laat het systeem
kontroleren door bevoegde
vertegenwoordiger.
Kontroleer de ladingverdeling over de
assen.
Raadpleeg opleggerfabrikant.
Monteer een lastafhankelijk remsysteem
eventueel uitgebreid met A.B.S.
Kontroleer op leidingbreuk in het
veerremcircuit.
Kontroleer op falen van het
veerremmembraan. (Veerbreuk zou de
oorzaak kunnen zijn – Indien dit wordt
vermoed, maak de veerkamer dan NIET los
t.p.v. de scheiding met het
bedieningsmembraan).
Kontroleer op leidingbreuk of slechte
klepwerking.
Kontroleer opleggerregelkleppen op
trekkervoertuig.
33
Assen
HOOFDSTUK 8
Asbest Code voor Garagepersoneel
1. NOOIT stof uit de remtrommel of koppelingshuis blazen met
luchtspuit.
2. ALTIJD goede en juiste schoonmaakapparatuur gebruiken,
welke het ontsnappen van stof voorkomt of gebruik vochtige
doeken om de trommels te zuiveren en doe deze nat in een
plastic zak.
3. NOOIT aan remvoering schuren, afdraaien of in boren alvorens
een afdoende afzuiginrichting in werking te hebben gesteld.
4. NOOIT de stof verwijderen d.m.v. veger of borstel.
5. ALTIJD een speciale vacuumcleaner gebruiken voor het
verwijderen van stof.
6. ALTIJD natte stof grondig verwijderen indien geen vacuum
cleaner aanwezig is.
7. ALTIJD juiste beschermde kleding, zoals overals dragen, welke
meestal door het bedrijf ter beschikking worden gesteld.
8. NOOIT deze werkkleding mee naar huis nemen, deze dient door
het bedrijf te worden gereinigd.
9. NOOIT slecht onderhouden apparatuur gebruiken en kontroleer
ook de aanwezige ventilatiesystemen, indien nodig kontrole
rapporten opvragen.
34
Assen
35
Meritor HVS Limited
Commercial Vehicle Systems
Rackery Lane, Llay
Wrexham LL12 0PB
U.K.
Telephone: +44 (0)1978 852141
Fax: +44 (0)1978 856173
Meritor HVS (Mitry-Mory) S.A.
Commercial Vehicle Systems
Z.I. du Moulin à Vent
9 rue des Frères Lumière
77290 Mitry-Mory
France
Telephone: +33 (0)1 64.27.44.61
Fax: +33 (0)1 64.27.30.45
Meritor HVS (Verona) s.r.l.
Commercial Vehicle Systems
Via Monte Fiorino, 23
37057 San Giovanni Lupatoto
Verona
Italy
Telephone: +39 045 8750399
Fax: +39 045 8750640 / 8750513
Meritor HVS (Barcelona) S.A.
Commercial Vehicle Systems
Ctra. Granollers - Sabadell Km. 13,3
Poligono Argelagues
08185 Lliçà de Vall
Spain
Telephone: +34 (9)3 843 95 68
Fax: +34 (9)3 843 83 59
ArvinMeritor Inc.
World Headquarters
2135 West Maple Road
Troy, Michigan 48084
U.S.A.
Telephone: +1 248 435 1000
ArvinMeritor
Commercial Vehicle Aftermarket AG
Neugutstrasse 89
8600 Dübendorf
Switzerland
Telephone: +41 (0)1 824 8200
Fax: +41 (0)1 824 8264
ArvinMeritor
Commercial Vehicle Systems
Postbus 255
5700AG Helmond
Churchilllaan 204A
5705BK Helmond
Holland
Telephone: +31 (0)492 535805
Fax: +31 (0)492 547175
ArvinMeritor South Africa
Commercial Vehicle Systems
Telephone: +27 (0) 83 602 1603
Neem voor meer informatie contact op met:
Meritor HVS Limited
Commercial Vehicle Systems
Rackery Lane, Llay
Wrexham LL12 0PB
U.K.
Telefoon: +44 (0)1978 852141
Fax: +44 (0)1978 856173
www.arvinmeritor.com
© Copyright 2002
Meritor Automotive
Alle rechten voorbehouden
Uitgave 5.18.3
De omschrijvingen en specificaties waren bij
het ter perse gaan van deze uitgave van
toepassing en kunnen zonder kennisgeving
of aansprakelijkheid worden gewijzigd.
Meritor behoudt zich te allen tijde het recht
voor ontwerpverbeteringen en wijzigingen
aan te brengen of de productie van bepaalde
onderdelen te stoppen.

Vergelijkbare documenten