laatste uitgave van In Feite

Commentaren

Transcriptie

laatste uitgave van In Feite
www.stivoro.nl jaargang
redactie11 Renate
Spruijt [email protected] secretariaat T 070.312 04 00 jaargang 10 nummer 20 januari 2013
nummer
20 contact
januari 2013
In Feite
de professional
Landelijk
De toekomst van STIVORO
lokaal
Succes bereik je niet alleen
jeugd en meeroken
Activiteiten geïntegreerd
stoppen met roken
Weer vergoeding in 2013
onderzoek
Nederland rookverbod minder succesvol dan in andere landen
Platform voor relaties
Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging
in feite de professional 1
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
In Feite de Professional is een nieuwsbrief voor het
brede arsenaal aan professionals die op lokaal niveau
bijdragen aan het terugdringen van roken. Dit zijn
ondermeer: de beleidsambtenaar volksgezondheid, de
preventiefunctionaris, de zorgverlener en de leerkracht.
Dat zijn er nogal wat en ze werken in verschillende settings, zoals ziekenhuis, wijk, GGD, Thuiszorg, school,
gezondheidscentrum, gemeente, ROS en bedrijf.
Inhoud
De inhoud van de nieuwsbrief speelt in op deze diversiteit
en bevat praktische informatie over de verschillende
interventies die u als intermediair uitvoert of kunt opnemen in uw beleid. De nieuwsbrief is te gebruiken als
naslagwerk: u heeft alle actuele informatie bij de hand.
Wegens ontwikkelingen die verderop in de nieuwsbrief
beschreven worden is dit de laatste In Feite professionals die door STIVORO wordt uitgegeven.
Lokaal gezondheidsbeleid en roken
• MijnWijk: Een brede wijkaanpak uitgewerkt voor tabakspreventie
• Vergroten bereik van interventies
•Samenwerking met beroepsgroepen en regionale
uitvoerings-en beleidsorganisaties
• Waardering van de samenwerkingspartners
pagina
Introductie3
Landelijk
• STIVORO gaat voor een effectief nationaal
tabaksontmoedigingsbeleid4
•Wapenfeiten STIVORO
6
•Overzicht Massamediale campagnes
STIVORO 1981-2012
8
Jeugd en Meeroken
• De ontwikkeling van een effectieve interventie
over roken voor jongeren
• Activiteiten Roken Jeugd geïntegreerd
• Rookvrij opgroeien
• Projecten gericht op een rookvrije omgeving
in 2013 naar het Trimbos-instituut
10
11
12
13
14
15
16
17
Stoppen met roken
• Stoppen-met-rokenprogramma’s terug in
basispakket18
• Nieuw: registreren als supervisor
19
• Sociale kaart
19
Onderzoek
• Nederlands rookverbod minder succesvol dan
in andere landen
20
• Decentralisatie van tabaksontmoediging:
rookbeleid tussen wal en schip?
21
• Effectieve stopmethode voor rokers die
depressie hadden
21
• Website STIVORO.nl geheel vernieuwd!
22
Platform voor relaties
• Bericht van Stichting STIVORO:
STIVORO Behandel Centrum
24
• Bericht van het Trimbos Instituut: NET: het
Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging 24
• Bericht van de LAN: Trendbreuk noodzakelijk
in aanpak chronische longziekten
26
Vertrekkende medewerkers Meer informatie
27
27
in feite de professional 2
Een nieuwe tijdperk Dewi Segaar, directeur STIVORO voor een rookvrije toekomst
STIVORO heeft de afgelopen decennia de algemene
publieksvoorlichtingstaak over tabaksgebruik uitgevoerd.
Per 1 januari 2013 is deze taak door VWS toegewezen
aan het Trimbos-instituut. Dat betekent voor STIVORO
niet alleen dat wij afscheid moeten nemen van de activiteiten die met het vervullen van deze taak samenhangen,
maar ook van gedreven en deskundige medewerkers die
hier met hart en ziel aan hebben gewerkt. Wij ervaren
dat als een groot verlies voor ons en voor de tabaksontmoediging in Nederland. In deze laatste In Feite voor
Professionals willen we u informeren over de laatste
stand van zaken met betrekking tot de projecten die we
nog tot en met 2012 hebben uitgevoerd. Ook willen we
met u terugkijken op de periode die achter ons ligt en
een aantal mooie mijlpalen die we met elkaar tot stand
hebben gebracht memoreren.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Met veel van onze relaties zullen wij een andere samenwerkingsrelatie krijgen. Trimbos-instituut is vanaf nu het
nieuwe aanspreekpunt voor de publiekvoorlichting over
roken en de bijbehorende interventies. Daarom wil
STIVORO graag van deze gelegenheid gebruik maken om
u als relatie van harte te bedanken voor de jarenlange en
soms zelfs decennialange samenwerking in de publieksvoorlichting over (mee)roken. Zonder uw bijdrage aan de
tabaksontmoediging zouden we de beschreven successen
niet hebben behaald.
“Wat gaat STIVORO dan wel nog doen?”
hoor ik u denken. De inzet van
STIVORO richt zich vanaf 2013 op
tabaksontmoedigingsbeleid. Meer
hierover kunt u verderop in deze
nieuwsbrief lezen in het verslag van het mini-symposium
STIVORO 2013 dat op 14 december heeft plaatsgevonden
in Corpus. We zullen adviseren op basis van nationale
en internationale wetenschappelijk informatie. We willen
draagvlak organiseren voor de invoering van effectieve
beleidsmaatregelen, waarmee we tegenwicht bieden aan
de misleidende strategieën van de tabaks-industrie.
Wist u bijvoorbeeld al dat Nederland de op een na
grootste tabaksexporteur ter wereld is? En zeg nou zelf:
het past toch niet bij een ontwikkeld land als Nederland
dat een dodelijk product als tabak vermomd als snoepje
verkocht mag worden op bijna iedere straathoek? Wij
hopen daarom dat u ons ook in de toekomst blijft
steunen in de strijd tegen tabak!
Meer informatie?
Dewi Segaar
E [email protected]
in feite de professional 3
landelijk
STIVORO gaat voor een effectief nationaal
tabaksontmoedigingsbeleid
Leo Lotterman
In de afgelopen twee jaar is er veel gebeurd in Nederland op
het terrein van rookpreventie en rookbeleid. Zo trok het
ministerie van VWS de financiële stekker uit de publiekscampagnes over roken en uit STIVORO. ‘Rampzalige tijden voor
tabaksontmoediging,’ vat Gerrit Jan van Otterloo, voorzitter
van de Raad van Toezicht van STIVORO, het samen in zijn
welkomstwoord op het mini-symposium “STIVORO 2013”.
Op de bijeenkomst van 14 december 2012 in Oegstgeest
werd stilgestaan bij deze ontwikkelingen. En hoe te reageren
op de impact ervan. ‘Een goed tabaksontmoedigingsbeleid
is belangrijker dan STIVORO zelf,’ aldus Van Otterloo.
Aan het rookbeleid rammelt van alles, blijkt op het
symposium. STIVORO directeur Dewi Segaar somt
die middag op wat er zoal aan schort. Een minister van
VWS die niet warm loopt voor tabaksontmoediging en
overheidscampagnes stopzet. Het ontbreken van een
nationaal tabaksontmoedigingsplan. In vergelijking met
andere landen een lage kennis onder de bevolking over
schadelijkheid van roken en meeroken en een gering
draagvlak voor tabaksgebruik ontmoedigende maatregelen.
Internationale afspraken voor rookbeleid die slecht worden
nagekomen. En Nederland dat de op een na grootste
exporteur van tabak ter wereld is.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
absurde situatie
‘We zijn nu in de absurde situatie
beland dat de overheid soms tegenstander lijkt bij het bestrijden van de
schade aan de volksgezondheid door
het roken,’ zegt Marc Willemsen,
bijzonder hoogleraar tabaksontmoediging aan de Universiteit van Maastricht en onderzoekcoördinator van STIVORO. Hoewel er van diverse
kanten ook weer hoop gloort. Zoals een
Kamermeerderheid die nu wil dat staatssecretaris Van Rijn
van VWS met een strenger rookbeleid komt. Toch vindt
Willemsen het belangrijk dat er vanuit de overheid weer
een tabaksvisie op papier komt. Vanuit historisch perspectief zou dat door de Gezondheidsraad kunnen worden
gedaan. Die legde immers in 1975 met het rapport
‘Maatregelen tot beperking van het roken’ de kiem voor het
tabaksontmoedigingsbeleid en voor de oprichting van
STIVORO. Een vooruitstrevend rapport, aldus Willemsen.
Niet alleen omdat toen al werd gepleit voor onder meer
reclameverboden, inclusief een verbod op sigaretten-automaten (wat er nu nog steeds niet is) en een verkoopgrens
bij 18 jaar, maar bovenal stelde de Raad ‘dat gezondheid
boven economie moet gaan’. Het rapport pleitte ook voor
een Nationaal Instituut tegen Tabaks-gebruik. Dat werd
STIVORO. Sinds haar eerste pers-conferentie in 1978 heeft
ze heel wat pareltjes geregen tot een snoer ‘waar altijd
gedegen onderzoek aan ten grondslag lag’. Maar het parelsnoer is in de afgelopen twee jaar gebroken, de parels liggen
op de grond, sommige zijn we kwijt, andere niet.’ De rode
lijn door de jaren heen was een geïntegreerde benadering
van regelgeving, accijnsverhoging, voorlichting en stophulp,
aldus Willemsen. Er zijn drie grote stappen gezet sinds
1975: de Tabakswet, de gewijzigde Tabakswet met de rookvrije werkplek en reclameverbod, en de rookvrije horeca.’
Daarom zegt Willemsen: ‘Er is een gedegen, onafhankelijk
advies over het tabaksbeleid nodig: wat is de stip aan de
horizon, waar willen we naar toe? De Gezondheidsraad is
bij uitstek hiervoor toegerust.’ Later licht hij desgevraagd
zijn pleidooi toe. ‘VWS dient daartoe het initiatief te
nemen. Het moet echter beginnen met een uitspraak door
VWS over de ambitie van de overheid, bijvoorbeeld nog
maar vijftien procent rokers in 2025. En vervolgens zou er
dan een beleidsstuk moeten komen over hoe men dat wil
bereiken. Een alternatief voor de Gezond-heidsraad zou
het RIVM kunnen zijn. Er zou door hen een speciale werkgroep van deskundigen (van verschillende universiteiten)
samengesteld kunnen worden om een gedegen en wetenschappelijk onderbouwd advies voor te bereiden dat ook
aansluit bij onze verplichtingen richten de WHO (het FCTC
verdrag).‘
onthippen
‘Het zou goed zijn als een gerenommeerd adviesorgaan zoals de
Gezondheidsraad met een advies
zou komen hoe het tabaksbeleid
vorm zou moeten krijgen en waarom,’ beaamt Fleur van Bladeren
in feite de professional 4
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
van KWF Kankerbestrijding in een reactie. Dat is nodig,
want op het symposium voelt zij de pols van tabaksontmoediging en die klopt zwak. ‘Het monitoren van tabaksgebruik en beleid en ook onderzoek doen we dan wel
goed, maar de toekomst ervan is onzeker. Er is bijvoorbeeld geen programma, fonds of coördinatie vanuit de
overheid voor onderzoek.’ Met het beschermen tegen
meeroken is het ronduit slecht gesteld. Van Bladeren doelt
op de uitzonderingen in de rookvrije horeca, met alle
gevolgen van dien. ‘In bijna een op de twee cafés die niet
zijn uitgezonderd wordt gerookt. Veertig procent van de
discotheken is niet rookvrij. De boetes zijn dan wel verdubbeld door minister Schippers van VWS, maar de handhaving is niet intensiever. Je gaat rookvrij een kroeg in, je
komt er rokerig uit.’ En het ondersteunen bij stoppen met
roken heeft wel professionele ruggensteun. Zo is er een klinische (CBO) behandelrichtlijn, een kwaliteitsregister voor
behandelaren, en weer een honderd procent vergoeding
van stophulp vanuit de basiszorgverzekering vanaf 2013.
‘Maar hierover wordt niet actief gecommuniceerd en een
nationale strategie om stoppen-met-roken te stimuleren
en stoppers te ondersteunen ontbreekt’. Ook is de tekstwaarschuwing op pakjes sinds 2002 ongewijzigd. Van
Bladeren: ‘We liepen in Nederland in 2002 voorop, nu
staan we achter in de rij.’ Er zijn dan wel verboden op
reclame, sponsoring en promotie. Maar veel uitzonderingen
maken de maatregelen zwak. Voorbeelden zijn de nog
altijd toegestane verkoopautomaten, reclame op verkooppunten en verhulde reclame via kledinglijnen als Marlboro
Classics en Camel. Met de prijs- en accijnsmaatregelen
gaat het wel de goede kant op, met een verhoging van 35
cent vanaf 1 januari 2013, maar dit moet wel herhaald blijven
worden. Van Bladeren: ‘Ideaal is een jaarlijkse verhoging
van tien procent. In Australië kost een pakje rookwaar
omgerekend 15 euro.’
Van Bladeren vertelt na afloop van het symposium: ‘De
polsslag is dan wel zwak, maar met een stroomstootje wel
weer lekker op gang te krijgen. Het is belangrijk om maatregelen met groot effect te nemen die tabak denormaliseren.
Onthippen dus.’ Een voorbeeld is de nu lopende publiekscampagne van KWF Kankerbestrijding ‘Roken kan echt
niet meer’ (Roken is zóóó floppy disk). Van Bladeren:
’Tabak is geen normaal product, dat moeten we als
samenleving uitdragen in woord en daad. Dus onzichtbare
verkoop (onder de toonbank of achter rolluiken), alleen in
speciaalzaken, uniforme pakjes met foto’s zoals in
Australië, een volledig rookvrije horeca en nogmaals een
flinke prijsverhoging. Dan maken we pas weer stappen en
krijgen we weer een gezond tabaksontmoedigingsbeleid.’
samenleving is verslaafd
Ook oud-minister van VWS Els Borst
vindt dat de pijlen gericht moeten
worden op de samenleving. Maar
dan moet de politiek wél om, aldus
Borst, die lid is van de Raad van
Toezicht van STIVORO in haar toespraak. Want het huidige rookbeleid van de Nederlandse
politiek is volgens haar onbegrijpelijk voor iedereen die de
feiten kent over roken en gezondheidsschade. Waarom
doet de politiek wat de politiek doet? Het blijkt dat de praktijk toch niet zo eenvoudig is, want de sigaret blijkt namelijk veel vrienden te hebben. De tabaksindustrie zelf, de
ministeries van Economische Zaken en Financiën,
Kamerleden die zelf roken. Borst: ‘Die willen wel wat doen,
maar vooral niet teveel want dat is betuttelen, de vrije burger
moet het zelf weten’. Niet alleen rokers, onze hele samenleving is nog steeds verslaafd aan de sigaret. ‘Daarom
moet onze aanpak zich ook richten op de samenleving.
Die moet afkicken, het imago van de sigaret moet omgebogen worden van ongezond maar niet onsympathiek,
naar totaal ongewenst, weg ermee. Dat kost tijd en vraagt
om een niet aflatende permanente campagne. Iedereen in
Nederland moet de ware aard van de sigaret leren kennen
en weten hoe het product gemanipuleerd wordt. Duidelijke
voorlichting is dus een eerste vereiste en daarbij is de toon
cruciaal. De positieve boodschap is dat stoppen kan, dat
er hulp voor is en dat het nooit te laat is om te stoppen’,
aldus de oud-minister. Maar, stelt ze duidelijk, het kan niet
zonder de politiek. Borst: ‘Het kan alleen als ook zij zich
massaal achter de strijd tegen de sigaret schaart, dat zij
laat zien dat ze ernst maakt met haar opdracht om de
volksgezondheid te bevorderen.’ Het publiek, de samenleving heeft natuurlijk wel invloed op politici. ‘Opium werd
in 1920 verboden na publieke verontwaardiging. De politiek
volgde toen vanzelf.’
actief antirookbeleid
STIVORO ziet zichzelf meer dan voorheen focussen op het
stimuleren van een goed tabaksontmoedigingsbeleid.
Zij gaat zich sterk maken voor stevige en effectieve
beleidsmaatregelen. Primair wordt de focus gericht op
de politiek en media. Ook is het belangrijk dat de maatschappij zich bewust wordt van de tactieken van de
in feite de professional 5
tabaksindustrie, aldus directeur Segaar van STIVORO.
Daarom wil STIVORO met coalitiegenoten, onder meer
verenigd in de Alliantie Nederland Rookvrij en het
Partnerschip met Roken, de handen krachtig ineenslaan.
Het is volgens Segaar belangrijk dat zo veel mogelijk partijen een sterk en eendrachtig geluid laten horen dat tabaksontmoediging continu agendeert en op die manier ook
draagvlak creëert voor maatregelen. De algemene publieksvoorlichting over tabaksgebruik zal vanaf 2013 door het
Trimbos instituut worden uitgevoerd. De aandacht van
STIVORO zal uitgaan naar politiek, media en partners in
de tabaksontmoediging. Segaar: ‘Wat we communiceren is
altijd wetenschappelijk onderbouwd. Daar is een gedegen
kennisstroom en onderzoek voor nodig. Daarom willen
we, samen met onder meer universiteiten, een Nederlands
Netwerk voor Tabaks-onderzoek opzetten. Er is een hoop
werk te doen, maar wij zijn er klaar voor.’
Wapenfeiten STIVORO jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Succescijfers
STIVORO heeft vanaf het moment van oprichting op
25 december 1975 veel bereikt.
De belangrijkste maat voor het succes van het tabaksontmoedigingsbeleid is de rookprevalentie. Bij de oprichting
van STIVORO was de rookprevalentie 53%, in 2011 is dat
25%. Bij de mannen een daling van 66% (in 1975) naar 27%
(in 2011) en bij vrouwen een daling van 40% (in 1975) naar
23% (in 2011). De daling is voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat rokers zijn gestopt. In 1974 waren er in
Nederland 1,6 miljoen mensen die waren gestopt met
roken en in 2011 waren er 4,9 miljoen ex-rokers. Het roken
onder de jeugd in de leeftijdsgroep van 10 tot 19 jaar is door
STIVORO vanaf 1992 gemeten en gedaald van 29% regelmatige rokers naar 18% in 2012. Daarmee samenhangend
is de tabaksconsumptie gedaald van 37 miljard stuks (sigaretten en shagjes) in 1975 naar 22,5 miljard stuks in 2010.
Verder is in deze periode een reeks van wettelijke maatregelen gerealiseerd: rookverbod in openbare gebouwen en
werkruimten, verkoopverboden, reclameverbod, diverse
prijsverhogingen en gezondheidswaarschuwingen op pakjes.
Samen met de diverse voorlichtingscampagnes hebben de
wettelijke maatregelen geleid tot een omslag in sociale
norm: niet-roken is nu de dominante sociale norm.
Bij de tijd
Als we vanuit vogelperspectief kijken naar de ontwikkelingen van de afgelopen veertig jaar zien we dat het
tabaksontmoedigingsbeleid steeds is bijgesteld op
grond van nieuwe wetenschappelijke inzichten.
Een kleine schets van deze ontwikkelingen.
Monique de Beer
Niet gaan roken: jeugd, ouders en
reclameverbod
In de beginperiode van STIVORO lag het accent in de
strategie vooral op het ontwikkelen van voorlichting
voor de jeugd, vanuit de veronderstelling dat het van
belang was te voorkomen dat jongeren beginnen met
roken. De instroom van nieuwe rokers moest worden
beperkt. Er werden voorlichtingsmaterialen en lesprogramma’s ontwikkeld om elk kind toe te rusten met de
informatie over roken en de gevolgen daarvan.
Daarnaast waren er campagnes die niet-roken uitdroegen
als wenselijk en passend bij een positief imago ‘Roken?
Waarom zou je’ en ‘Roken? Waarom zou ik?’.
Uitzondering was de campagne ‘Roken. Dood en doodzonde’ in de jaren 90, waarin harde gezondheidswaarschuwingen centraal stonden.
In het kader van het terugdringen van roken bij de jeugd
was er veel aandacht voor het aan de kaak stellen van
tabaksreclame. Immers, het is niet logisch jongeren via
voorlichting te vertellen dat je niet moet gaan roken, terwijl de jeugd langs elk mogelijk kanaal werd uitgedaagd
dat juist wel te gaan doen. In 1982 resulteerde dit in een
waarschuwing die onder elke reclame gezet moest worden.
In 2002 werd alle reclame en sponsoring voor tabaksproducten in Nederland verboden.
Eind negentiger jaren groeide het besef, gevoed door
de toenemende wetenschappelijke evidentie, dat de
invloed van de sociale omgeving cruciaal is bij het al
dan niet beginnen met roken. Het beleid werd meer
gericht op het beïnvloeden van de jeugd via de omgeving
en minder op het direct benaderen van de jeugd zelf. Met
in feite de professional 6
name de ouders speelden daarin een belangrijke rol. In
2003 is met de campagne ‘Kinderen Kopiëren’ een lijn
ingezet om ouders zich meer verantwoordelijk te laten voelen voor het voorkomen van het roken door hun kinderen.
Meeroken
In de jaren ‘80 werd naast jeugdvoorlichting sterk ingezet op
bewustwording rond passief roken. Dit vanuit de gedachte dat iedereen het recht heeft schone lucht in te ademen.
Eerder al, een half jaar voor het ontstaan van STIVORO, was
de Niet-rokersvereniging Clean Air Nederland (CAN) opgericht om rookvrije publieke ruimtes te bepleiten.
Het onderwerp ‘passief roken’ bleek een gevoelige plek
van de tabaksindustrie te zijn. Eind jaren ‘80 begonnen
de gezamenlijke tabaksfabrikanten een proces tegen
STIVORO voor het in de voorlichting opnemen van het
feit dat meeroken verantwoordelijk was voor 50 doden
op jaarbasis, naar later bleek een te lage schatting.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Passief roken aangepakt
In Nederland is men in de voorlichting begonnen met het
bewust maken van de Nederlanders dat er een meerderheid is die graag schone lucht inademt (‘11 miljoen
Nederlanders vragen of het wat minder kan’) en dat ook
meeroken schadelijk is voor de gezondheid. Daarnaast
is bij de overheid bepleit te komen tot rookverboden om
zo blootstelling aan tabaksrook van anderen te voorkomen.
De eerste stap is gezet in 1990 met het afkondigen van een
wettelijk rookverbod in overheidsgebouwen en door de
overheid gesubsidieerde gebouwen. Tot aan de invoering
van de rookvrije werkplek in 2004 heeft STIVORO activiteiten ontplooid om het roken in scholen, ziekenhuizen en
andere zorginstellingen terug te dringen. De wet van 1990
en de handhavingsactiviteiten waren onvoldoende om dit
af te dwingen. Pas sinds de invoering van de rookvrije werkplek zijn ook deze instellingen zo goed als rookvrij.
Meeroken door kinderen
In de tweede helft van de negentiger jaren werd duidelijk
dat meeroken voor kinderen extra risico’s met zich meebrengt en zelfs tot wiegendood kan leiden. Dit was
reden om een voorlichtingsprogramma voor de Jeugd
Gezondheids Zorg te ontwikkelen om ouders bewust te
maken van deze schadelijke effecten, hun rol daarin en
van de mogelijkheden om blootstelling van hun kinderen
te voorkomen. De blootstelling bij kinderen van 0 tot 4
jaar is van 1996 tot 2009 gedaald van 48% naar 10%.
Rookvrije horeca
Met de invoering van de rookvrije horeca per 1 juli 2008
leek het pakket aan wettelijke rookverboden gecompleteerd.
De invoering was aanvankelijk succesvol: 95% van alle
horecagelegenheden had het rookverbod volgens de
wettelijke vereisten ingevoerd. In het najaar van 2012 is
57% van de cafe’s rookvrij. Bij eetcafés ligt het percentage
rookvrij op 88%. Bij discotheken is 61% van de bedrijven
rookvrij. In restaurants, hotels, cafetaria’s, sportkantines
en gelegenheden voor kunst en cultuur is de naleving
met minimaal 98% onverminderd hoog.
Stoppen met roken
In de loop van de jaren ‘90 werd steeds duidelijker dat
om met tabaksontmoediging echt resultaten te boeken
aandacht voor stoppen met roken nodig is.
Berekeningen lieten zien dat inzetten op stoppen met
roken bij de huidige rokers het aantal rokers met honderdduizenden zou doen dalen, terwijl een inzet op alleen
het voorkomen van roken bij de jeugd de effecten in de
orde van grootte van tienduizenden zouden liggen.
Bovendien werd duidelijk dat met preventie bij de jeugd
alleen effecten gerealiseerd kunnen worden als het
roken in de wereld van de volwassenen afneemt. In die
periode ontstond ook het inzicht dat het niet voldoende
was rokers te voorzien van informatie, maar dat het van
belang is prikkels te geven om stoppogingen te stimuleren
en tools aan te leveren die helpen bij het stoppen met roken.
Stopondersteuning
Vanaf eind jaren ‘60 waren groepscursussen populair
als ondersteuningsmiddel bij het stoppen met roken. In
de jaren ‘80 kwamen de nicotinekauwgom en -pleisters op
de markt als eerste van een reeks van nicotinevervangers.
Later werd dit gevolgd door medicatie op doktersvoorschift.
STIVORO heeft in de afgelopen twee decennia samen
met universiteiten een reeks van gedragsmatige ondersteuningmethoden ontwikkeld, op effect onderzocht en
geïmplementeerd. Veel zorgverleners zijn geschoold in
het adviseren over en begeleiden bij het stoppen met
roken. Daarmee is er nu in Nederland een breed pakket
aan ondersteuningproducten voor stoppen met roken
beschikbaar.
Door vergoeding van nicotinevervangers en medicijnen
voor stopondersteuning in 2011 nam de vraag naar professionele coaching bij stoppen met roken enorm toe.
in feite de professional 7
Overzicht Massamediale campagnes
STIVORO 1981-2012
Marieke Wiebing
Wie kent ze nog?
In de periode 1981-2012 heeft
STIVORO maar liefst 38 massamediale campagnes gevoerd. Van ‘Wie
rookt is niet gezien’ (1981) tot ‘Echt
stoppen kan met de juiste hulp
(2011)’. In een periode waarin
Ginjaar minister was en Schippers
minister van volksgezondheid is. In een periode waarin
Pontfoort directeur was en Segaar directeur van STIVORO
is. Met BVH als min of meer continucampagnebureau.
Zij tekenden maar liefst voor 27 van de 38 campagnes.
38 Niet-rokencampagnes die ingedeeld kunnen worden
op subonderwerp: preventie roken,
preventie meeroken en stoppen met roken. Allemaal
met als doel te voorkomen dat mensen vroegtijdig overlijden aan de vermijdbare oorzaak roken (van een ander).
Hieronder worden strategie, opmerkelijkheden en resultaten op rookgedrag per subonderwerp toegelicht.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
11 campagnes gericht op preventie roken
De campagnestrategieën varieerden van het opvoeren
van een argument (1981: ‘Ik rook niet, ik sport’) naar
jongeren verleiden hun eigen keuze te maken voor nietroken (drinken, blowen), gezien de korte termijn voordelen ervan (2010/2011 ‘Meer lol met self control’).
Tussenliggende strategieën waren gericht op het terugkaatsen van de bal, het uitgaan van niet-roken als norm,
het imago tegengaan van de sigaret, het imago verbeteren
van de niet-roker en het richten op de ouders van jongeren.
Een opmerkelijk feit waren klachten in 1989 (Roken?
Waarom zou je!) en 1998 (‘… maar ik rook niet’) die bij
de Reclame Code Commissie waren neergelegd, maar
vervolgens ongegrond werden verklaard. En natuurlijk
de binnengehaalde prijzen voor de campagnes ‘Ik rook
niet, ik sport’ (1981), ‘Roken… waarom zou ik?’(1986
t/m 1988), ‘Roken? Waarom zou je?’ (1989 t/m 1991),
‘…maar ik rook niet’ (1998 t/m 2001). In 1992 bedroeg
de rookprevalentie onder jongeren van 10 t/m 19 jaar nog
29%; in 2010 21% (TNS NIPO). Ongetwijfeld hebben de
campagnes hieraan bijgedragen.
10 campagnes gericht op preventie van
meeroken
In 1981 werd de eerste campagne gericht op preventie
van meeroken gevoerd: ‘Wie rookt is niet gezien’, in
2007 de laatste: ‘Roken doe je buiten’. In 1981 werd de
focus gelegd op het vragen om niet te roken op bepaalde
plekken binnen gebouwen, in 2004 om helemaal niet
meer binnen te roken. Tussenliggende campagnestrategieën waren gericht op het vergroten van de kennis over
de schade door meeroken en vooral op het versterken
van de niet-rokennorm: meeroken is de achilleshiel van
de tabaksindustrie. Als roken niet meer de norm is, is
dat een vrijbrief voor invoering van wet- en regelgeving
rond tabak… en uiteindelijk de doodssteek voor de verkoop van tabak. Tussenliggende strategieën richtten
zich ook op het versterken van invoering van wet- en
regelgeving rond tabak. Denk aan de invoering rookverbod
openbare gebouwen in 1990 en invoering rookvrije
in feite de professional 8
werkplek in 2004. Opvallend is dat de tabaksindustrie
altijd zeer actief is geweest in het ageren op campagnes
gericht op preventie van meeroken. Een klacht werd
gedeponeerd bij de eerder genoemde Reclame Code
Commissie, De klacht is ongegrond verklaard, maar
via hoger beroep is de klacht wel gegrond verklaard.
Een proces werd aangespannen tegen STIVORO (dat
STIVORO overigens heeft gewonnen) en er zijn diverse
‘tegencampagnes’ gevoerd, bijvoorbeeld ‘Roken moet
mogen’ (1985 t/m 1987) en ‘Roken? Vraag het even’
(1999)). Opmerkelijk is het succes van de STIVOROcampagne ‘Roken? Niet waar de kleine bij is’, die massamediaal liep van 1999 tot maar liefst 2006. In deze
periode daalde de meerookprevalentie onder kinderen
van 0 t/m 4 jaar van 48% in 1996 tot 9% in 2010 (TNS
NIPO). De inhoud van deze campagne is onderdeel
geworden van het huidige project ’Rookvrij opgroeien’.
17 campagnes gericht op stoppen met roken
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
‘Goed – Fout – Goedfout’ was de titel van de eerste
stoppen-met-rokencampagne uit 1983/1984 die gericht
was op het overbrengen van kennis over de risico’s van
roken aan risicogroepen. In 2010/2011 is de laatste
stoppen-met-rokencampagne door STIVORO gevoerd
met de naam ‘Echt stoppen kan met de juiste hulp’.
Deze campagne was gericht op het informeren van
rokers met de intentie om te stoppen, over de invoering
van de vergoeding van stopondersteuning. In de periode
tussen deze twee campagnes waren strategieën gericht
op het vergroten van het succes van spontane stoppogingen, het aantal stoppers en de intentie om te
stoppen bij rokers met een lage sociaal-economische
status, via zogenaamde 24-uursactie, aanvankelijk
onder de noemer ‘Rokers verdienen ’n beloning’.
STIVORO slaagde er in om in de loop van de tijd een
succesvol model stopcampagne te ontwikkelen.
Ingrediënten waren:
• campagne voeren rond invoering nieuwe wetgeving
• inzetten op vergroten van het aantal stoppogingen
en verhoging van het succes van deze stoppogingen
• spot en non-spot combineren
• grote rol voor het genereren van PR
• samenwerken met landelijke en regionale partners
• bieden van of doorverwijzen naar diverse vormen van
stopondersteuning.
STIVORO heeft viermaal
een grootschalige stopcampagne gevoerd volgens dit model ‘Samen
stoppen met roken’ in
1990/1991, ‘Dat kan ik
ook’ in 1999/2000
(bekroond met een Effie
in 2001), ‘Nederland Start
Met Stoppen’/ ‘Nederland
Gaat Door Met Stoppen’
in 2003/2004 en ‘In iedere
roker zit een stopper’ in 2008. Resultaten van deze
campagnes varieerden van 1,1 tot 1,4 miljoen stoppogingen en 12 tot15% gestopt na een jaar in de eerste
campagne tot (eveneens) 1,1 tot 1,4 miljoen stoppogingen
en naar schatting 25% gestopt na een jaar. Rookte in 1981
nog 42% van de volwassenen; in 2010 is dat percentage
gedaald tot 26%. En ook hier hebben de massamediale
campagnes hun steentje bijgedragen.
Last but not least wil STIVORO iedereen bedanken die
heeft meegeholpen aan het succes van al de genoemde
niet-rokencampagnes.
Contact
Marieke Wiebing
[email protected]
in feite de professional 9
lokaal
MijnWijk: EEN BREDE WIJKAANPAK uitgewerkt voor tabakspreventie
Een persoonlijk statement
Binnen het programma regiobenadering/lokaal gezondheidsbeleid en
tabaksontmoediging van STIVORO
is de afgelopen jaren veel kwalitatief
onderzoek gedaan naar de meerwaarde van lokale inspanning bij
het terugdringen van roken.
De inzichten die zijn opgedaan in dit traject hebben
geleid tot een beeld van een meest gewenste organisatie
om gezondheid als onderdeel van Welzijn beter in het
bereik van mensen te krijgen. We hebben dit de ‘brede
wijkaanpak’ genoemd.
In een artikel wordt beschreven wat deze ‘brede wijkaanpak’ behelst. In deze nieuwsbrief stippen we een aantal
zaken uit het artikel aan.
Monique de Beer
kader te zetten. Het geeft bewoners, professionals en
organisaties een handvat om de eigen doelstellingen in
een breder perspectief te plaatsen. Professionals doen
waar ze goed in zijn en halen voldoening uit hun werk.
De structuur van MijnWijk draagt bij aan het verbinden
van de verschillende sectoren die een ondersteunende
en/of zorgende functie vervullen en daarmee zal de
effectiviteit en efficiëntie en het werkplezier worden vergroot.
In MijnWijk wordt gestreefd naar het loslaten van de
scheiding tussen de verschillende domeinen en sectoren
in een geografisch afgebakend klein gebied, zoals een wijk.
Zeggenschap en betrokkenheid
De basis van de brede wijkaanpak stoelt op twee
belangrijke pijlers: de zeggenschap en de betrokkenheid
van de buurtbewoner over zijn eigen leven en leefomgeving.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
MijnWijk
In dit persoonlijk statement verwoord ik mijn visie op
de inrichting van een levensloopbestendige wijk waar
het fijn wonen is, waar je gekend wordt en waar er, als
het nodig is, goed voor je gezorgd wordt door je naasten
en/of door professionals. De ondersteuning aan- en
zorg voor bewoners in de wijk is goed geregeld: niet te
veel, maar ook niet te weinig en geen dingen dubbel en
langs elkaar heen.
Het is ook een wijk waarin er van je wordt verwacht dat
je meehelpt om de wijk prettig te houden. Dat kan op
heel veel verschillende manieren.
MijnWijk doet recht aan de zeggenschap van de bewoner
over de inrichting van zijn eigen leefomgeving.
Nieuw is dat MijnWijk een organisatiestructuur op wijkniveau heeft die dienstbaar is aan het verbeteren van het
welzijn van mensen. De structuur heeft de wijkbewoner
als vertrekpunt en verbindt de verschillende sectoren
die voor een wijkbewoner van belang zijn.
De structuur biedt een fundament om de veelheid aan
methodieken en projecten voor het verbeteren van verschillende elementen in de wijk in een gemeenschappelijk
Multidisciplinaire teams
In een brede wijkaanpak werken de verschillende organisaties op het gebied van sociale, fysieke, economische
en maatschappelijke vraagstukken in multidisciplinair
verband samen in zogenaamde sociale wijkteams. De
organisaties die in de wijk actief zijn worden geclusterd
in multidisciplinaire samenwerkingsverbanden op basis
van hun betekenis voor de bewoner. Grofweg kent de
voorgestelde wijkaanpak twee professionele samenwerkingsverbanden: sociaal wijkteam en zorgteam.
Gezondheid in de wijkaanpak
Gezondheid is voor mensen een belangrijke factor in
het gevoel van welzijn. Daarnaast is gezondheid een
middel om goed te kunnen participeren in de maatschappij. Bevorderen van gezondheid van burgers is
niet het exclusieve domein van de volksgezondheid.
In MijnWijk wordt daarom ook gestreefd naar het creëren
van optimale kansen om het leven in goede gezondheid
door te brengen en wordt het bevorderen van gezondheid in een breed perspectief geplaatst.
in feite de professional 10
Wijkzorgteam en preventie
In MijnWijk is Leefstijlpreventie een vast onderdeel van
de Gezondheidszorg en wordt dit gecoördineerd vanuit
een multidisciplinair (1ste lijns-) zorgteam. Het zorgteam
voert zelf interventies uit en verwijst door naar welzijnsen sportactiviteiten.
In het hele artikel is te lezen hoe preventie in MijnWijk
een geïntegeerd onderdeel is van de gezondheidszorg
en hoe de gezondheidszorg op haar beurt een
onderdeel is van de ‘brede wijkaanpak’.
Vanuit de opgebouwde expertise bij STIVORO is
Tabakspreventie in de wijkaanpak uitgewerkt als
voorbeeld voor andere leefstijlthema’s.
(Tabaks-)preventie in een wijkaanpak
Tabakspreventie is een Leefstijlthema dat, mede gezien
het verslavende karakter van roken, veel moeite heeft
om de beoogde doelgroep met succes te bereiken. Meer
mensen bereiken lukt niet als preventie als losstaand
item wordt aangeboden.
Meer informatie en aanvragen hele artikel?
Monique de Beer
E [email protected]
Vergroten bereik van interventies
In 2011 is STIVORO een traject gestart om te onderzoeken
hoe we meer mensen kunnen bereiken met Tabakspreventie en stop-ondersteuning. Een onderdeel van dit
traject was het selecteren van één of meerdere methodieken
die de toeleiding van lage welstandsgroepen naar effectieve interventies bevordert.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Aanleiding
Het traject is gestart omdat roken een grote rol speelt
in het verschil in gezondheid tussen hoge en lage SES
(Sociaal Economische Status). Het bestaan van sociaaleconomische gezondheidsverschillen (SEGV) is een
breed en complex maatschappelijk probleem. Alle
inspanningen van de afgelopen jaren ten spijt, lukt het
maar niet om de SEGV te verkleinen. Vanuit verschillende
organisaties is men op zoek naar wegen om een bijdrage
te leveren aan het verkleinen van de SEGV. Eén van de
mogelijkheden, zij het beperkt, is het verbeteren van het
bereik van interventies. De achterliggende gedachte is
dat er goede interventies beschikbaar zijn maar dat het
gebruik van deze interventies, vooral door mensen uit
de lage SES, te laag is.
Monique de Beer
Handleiding werving en toeleiding naar interventies
Inzichten die tijdens dit deelproject werdenopgedaan
zijn vertaald in een praktische handleiding ‘Werving en
toeleiding naar interventies’ en toegepast in een
‘Handleiding voor opvoedondersteuning bij middelengebruik’ van het Trimbos-instituut en STIVORO.
Deze handleiding is te downloaden via de webshop van
het Trimbos-instituut.
CGL en Pharos gaan verder
De projectgroep Professionals Gezond Versterkt van het
CGL (Centrum Gezond Leven) en Pharos gaat dit traject
voortzetten. In 2013 zullen zij met een voorstel komen
om de kennis op dit gebied met professionals te delen.
Contactpersonen zijn bij het CGL Marian Sturkenboom
en bij Pharos Robert van Bokhoven.
Meer informatie?
Loket Gezond Leven
Monique de Beer
[email protected]
in feite de professional 11
Samenwerking met beroepsgroepen en regionale
uitvoerings- en beleidsorganisaties
Monique de Beer
Betrokkenheid van intermediairs
STIVORO heeft het succes van de daling van het aantal
rokers mede te danken aan de medische beroepsgroep
en de regionale gezondheidsorganisaties. Zij hebben in
de loop der jaren een steeds belangrijkere rol gespeeld
in het terugdringen van het aantal rokers.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Medische beroepsgroep
Na dr. L. Meinsma, de eerste publieke voorvechter tegen
het roken in de zestiger jaren, was het in de medische
beroepsgroep lang stil geweest rondom het thema
roken tot in 1993 de Medische Alliantie tegen het Roken
opgericht werd.
Direct werden 3.000 artsen en tandartsen lid. Er werd
nauw samengewerkt met STIVORO die samen met universiteiten voorlichtingsprotocollen voor de verschillende
medische en paramedische beroepsgroepen ontwikkelde
om rokers op maat te kunnen adviseren. In 1994 startte
STIVORO met behulp van de Hartstichting de campagne
‘Stoppen met roken. Een gezonde instelling’, gericht op
het bewust maken van de zorg van hun eigen rookgedrag,
op dat moment gemiddeld hoger dan onder de bevolking
en van hun rol in het terugdringen van het roken. Dit
leidde in de jaren tot intensieve activiteiten die zijn uitgemond in een drastische afname van het roken door
medische professionals en een toename in advisering
rondom stoppen met roken en een rookvrije gezondheidszorg.
In 2002 ging onder de koepel van de Medische Alliantie
tegen het roken, het Partnership Stop met roken van
start. Dit is een publiek-private samenwerking van alle
partijen die op één of andere wijze een rol hebben bij
stoppen-met-rokenactiviteiten in de zorg. De Medische
Alliantie werd opgeheven En het Partnership heeft de
rol van de Medische Alliantie overgenomen, hierin
gefaciliteerd door de STIVORO-organisatie.
Dit initiatief heeft met financiële steun van het ministerie
van VWS gewerkt aan de verdere professionalisering
van stoppen met roken in de zorg. Zo zijn onder andere
de CBO Richtlijn Behandeling Tabaksverslaving en de
Zorgmodule Stoppen met Roken tot stand gekomen.
In 2010 ontwikkelde STIVORO in opdracht van het
Partnership een kwaliteitsregister voor stoppen-metroken behandelaars. Daarmee zijn in de zorg de meeste
voorwaarden gecreëerd om op een professionele wijze
te werken aan advisering van, begeleiding bij en behandeling van stoppen-met-roken. De invoering van een
vergoeding van bewezen werkzame stopondersteuning
vanuit het basispakket van de zorgverzekering door
minister Klink in 2011, gaf preventie door stoppen-metrokenhulp een volwaardige positie in de zorg.
Regionale gezondheidsorganisaties
In de loop van de jaren ‘80 ontstond de samenwerking
tussen Thuiszorg (Groene Kruis), GGD-en en enkele
instellingen voor Verslavingszorg (CAD) enerzijds en de
Stichting Leven en Gezondheid anderzijds, de organisatie
die met steun van het ministerie van VWS groepscursussen stoppen met roken verzorgde. Toen de activiteiten
van deze stichting in 1991 integreerden binnen STIVORO,
is deze samenwerking met regionale partijen voortgezet,
geïntensiveerd en verbreed naar alle regionale en lokale
gezondheidsorganisaties.
Bij de ontwikkeling van de eerste stopcampagne in 1989
werden de regionale gezondheidsinstellingen betrokken.
Er vond een regionale proef plaats. De gedachte was dat
er voor hen een belangrijke rol was weggelegd.
Regionaal kon de campagne dicht bij de mensen worden
uitgedragen en rokers worden ondersteund bij het stoppen.
Deze lijn is doorgezet in alle volgende stopcampagnes
en waar dat meerwaarde had ook voor andere activiteiten,
zoals Actie Tegengif voor de jeugd. Een belangrijke
belemmering vormden het beperkt beschikbaar hebben
van lokale middelen.
Toen in het preventiebeleid van de landelijke overheid
meer nadruk kwam te liggen op lokale partijen, heeft
STIVORO geïnvesteerd in het verder ontwikkelen van
lokale en regionale ondersteuning. Er werd een regiocoördinator aangesteld en gewerkt aan een instrument
om een vertaling te maken van landelijk beleid naar
lokaal beleid en een concrete uitwerking daarvan. Dit
werd een handleiding met als doel gemeenten en GGDen te ondersteunen bij beleidsvorming en het opstellen
en uitvoeren van concrete plannen. Met ondersteuning
in feite de professional 12
van het ministerie van VWS is dit idee overgenomen
voor de thema’s alcohol, depressiviteit en voeding.
Ook het CGL geeft in deze lijn de ondersteuning van
gemeenten en GGD-en vorm.
Het beleid van STIVORO was om intensief contact te
onderhouden met de regio’s, te horen wat behoeftes en
problemen waren en concrete voorlichtingsproducten
aan te bieden met een duidelijk instructie om de tijds-
besteding regionaal zo beperkt mogelijk te houden.
Tijdens campagnes waar wat meer werd gevraagd, stelde
STIVORO vanaf 2000 budget beschikbaar voor uren en
materiële kosten van regionale partijen.
Bron
50 jaar GVO en Gezondheidsbevordering, G. Zeeman,
M.A.M. de Beer. TSG, 2012 (90), nummer 4
Waardering van de samenwerkingspartners
ontwikkeling, onderbouwing en verbreding. Lokaal
zorgt voor toepassing en geeft aan wat wel en niet
haalbaar is in de lokale situatie.” (Peter Esseveld,
beleidsadviseur WMO en LGB).
“Voor de mensen in de regio is de regiocoördinator
altijd een vraagbaak op het gebied van rookpreventie
gebleken, servicegericht en altijd met oog voor de
beleidsmatige aspecten. Een echte regiofunctionaris,
die ook gevoed wilde worden vanuit de regio.”(Bert
Soenveld, GGD Fryslan).
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Vanuit de samenwerkingspartners is altijd veel waardering uitgesproken voor de wijze waarop STIVORO
de samenwerking structureel en intensief heeft vormgegeven. Ook de ondersteuning op maat door de
regiofunctionaris aan samenwerkingspartners in de
regio is zeer positief gewaardeerd:
“Het mooie is dat ik bij haar altijd de bereidheid
vond om te zoeken naar de optimale aansluiting tussen
landelijk en lokaal beleid. Daarbij was het ook steeds
een gelijkwaardige relatie. Landelijk heeft lokaal
nodig. Landelijke zorgt vanuit haar expertise voor
in feite de professional 13
roken en jeugd
De ontwikkeling van een effectieve interventie
over roken voor jongeren Sanne de Josselin de Jong
“Kun jij nee zeggen tegen een
sigaret?”. Dat is een van de
belangrijkste vragen uit de rooktest Smoke Alert. Rokende én
niet-rokende jongeren vullen de
vragenlijst in en krijgen een gratis, persoonlijk advies over (stoppen met) roken. In de afgelopen
jaren is de interventie (door)ontwikkeld, op effectiviteit
onderzocht en online gepromoot via social media. In dit
artikel staan alle hoogtepunten op een rijtje.
Ontwikkeling en onderzoek door
Universiteit Maastricht
Minder jongeren beginnen met roken
Uit het onderzoek blijkt dat na deelname aan Smoke
Alert minder jongeren zijn begonnen met roken dan in
de controlegroep. Nadere analyses wijzen uit dat dit verschil
van toepassing is op jongeren van 14 t/m 16 jaar. Het
preventieve effect van Smoke Alert geldt voor zowel
hogeropgeleide als lageropgeleide jongeren. Voor jongeren
jonger dan 14 jaar werd geen effect aangetoond. De
groep jongeren ouder dan 16 jaar was te klein om uitspraken te doen over deze leeftijdsgroep. Ook was het
aantal rokers te laag om het effect van Smoke Alert met
betrekking tot stoppen met roken te kunnen nagaan.
Promotie via social media
Smoke Alert is in 2003/2004 ontwikkeld en onderzocht
door de Universiteit Maastricht. De interventie bleek een
geschikte manier om stoppen met roken bij jongeren te
bewerkstelligen. Daarnaast bleek Smoke Alert effectief
bij het voorkómen dat jongeren gaan roken. STIVORO
heeft de interventie doorontwikkeld en in 2010 online
beschikbaar gesteld via www.smokealert.nl.
Meer nadruk op versterken van weerbaarheid
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Op basis van een evaluatie onder jongeren werd de rooktest
in 2011 verder doorontwikkeld. Smoke Alert kreeg een nieuwe
vormgeving, animaties en kortere adviesteksten. Bovendien
staat het versterken van de weerbaarheid en eigen effectiviteit meer centraal in deze vernieuwde Smoke Alert.
Onderzoek naar de effectiviteit
De effectiviteit van de vernieuwde Smoke Alert werd in
2011 onderzocht. Ruim 6.000 leerlingen (vmbo, havo
en vwo) vulden in het voorjaar van 2011 een vragenlijst
over roken in. De helft van deze leerlingen ontving na
afloop van de vragenlijst een persoonlijk advies; de
andere helft kreeg geen advies. Zes maanden later hebben
bijna 900 van deze leerlingen per e-mail nogmaals
enkele vragen over hun rookgedrag beantwoord.
Smoke Alert is verschillende keren via social media
gepromoot. In 2010 werd de rooktest op speelse wijze
onder de aandacht gebracht via Hyves; in 2011 en 2012
werden MSN-campagnes gevoerd. De bezoekcijfers van
Smoke Alert zijn tijdens deze acties enorm gestegen.
De rooktest blijkt met name bezocht te worden door
jongeren die dagelijks roken of nooit gerookt hebben.
Het merendeel van de bezoekers is 14 t/m 17 jaar oud
en zowel jongens als meisjes doen mee. Tot slot een
opvallend resultaat: bij beide acties via MSN bleken
vmbo-ers en mbo-ers het beste vertegenwoordigd onder
de bezoekers! De interventie blijkt dus geschikt om
lageropgeleide jongeren te bereiken.
Meer informatie?
Sanne de Josselin de Jong
[email protected]
in feite de professional 14
Activiteiten Roken Jeugd geïntegreerd
Voorkomen van roken door jongeren
was een van de drie pijlers van
STIVORO. De aanpak die hierbij
werd gehanteerd was gericht op de
jongere zelf, op de omgeving van
de jongere, het beïnvloeden van de
sociale norm over roken onder jongeren en wettelijke maatregelen.
Leerlijn roken
Voor de jongere is een leerlijn beschreven voor groep 7
van het basisonderwijs tot en met de bovenbouw van
het voortgezet onderwijs. De leerlijn vormde de basis
van diverse lesprogramma’s die meestal in samenwerking
met de universiteit van Maastricht werden ontwikkeld
en onderzocht op effectiviteit. In de afgelopen jaren zijn
de lesprogramma’s voor het voortgezet onderwijs geïntegreerd in de lesmodules van het programma De
gezonde school en genotmiddelen van het Trimbosinstituut. Voor het basisonderwijs is de website
www.ikrookniet.nl beschikbaar tot 1 maart 2013. Actie
Tegengif was een jaarlijks terugkerende actie voor scholen
en eerste en tweede klassen van het voortgezet onderwijs, met als doel het beginnen met roken te voorkomen
of uit te stellen. GGD- en die deze actie willen uitvoeren
kunnen gebruik maken van het draaiboek dat is te vinden
op de i-database van het Loket Gezond Leven.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Rookvrije school
Het programma Rookvrije School richtte zich op een
aanpak die binnen scholen de lessen waarborgde en
daarbij het roken in en om de school verbood.
Inmiddels is het rookverbod op scholen al goed ingevoerd, behalve op schoolpleinen waarbij op zo’n 21 %
van de middelbare scholen op het schoolterrein nergens
mag worden gerookt. Op het MBO is dit 26%. Het
Longfonds (voorheen Astma Fonds) en de Alliantie
Nederland Rookvrij werken in 2013 aan het verhogen
van het aantal rookvrije schoolterreinen in het voortgezet onderwijs.
Sinds enkele jaren zijn de criteria voor een rookvrije
basisschool opgegaan in het vignet gezonde school
dat door GGD Nederland wordt beheerd.
Renate Spruijt
Ouders
In de loop der jaren bleek uit steeds meer studies het
belang van de rol van ouders bij het voorkomen van
roken door jongeren. Regionaal opgezette campagnes
maakten ouders bewust van de rol die zij hebben.
Sociale norm
Niet roken dé norm onder jongeren maken was het doel
van diverse massamediale campagnes. ‘Roken waarom
zou je?’ en ‘ Maar ik rook niet’ zijn voorbeelden van
succesvolle en soms spraakmakende campagnes.
“Als roken echt zo slecht is
hadden ze het al lang verboden”
Wettelijke maatregelen
Het rookverbod in openbare gebouwen, het reclameverbod
en het verkoopverbod hebben een belangrijke bijdrage
geleverd aan het verminderen van roken onder jongeren.
Een veel gehoorde zin onder jongeren was altijd “Als
roken zo slecht is hadden ze het al lang verboden”.
Al deze activiteiten hebben ertoe geleid dat het roken
onder jongeren is gedaald van 29% in 1992 naar 20% in
2011. Jongeren beginnen anno 2012 ook later met experimenteren. En uitstel van roken levert al gezondheidswinst op omdat stoppen met roken later succesvoller is
als rokers op latere leeftijd zijn begonnen. Vanuit de
wens van overheid en professionals is het goed dat de
voorlichtingsactiviteiten een plaats krijgen bij het
Trimbos-instituut en dat de structurele aanpak bestendigd
wordt via De Gezonde School van het RIVM/Centrum
Gezond Leven.
Meer informatie?
Renate Spruijt
[email protected]
(werkzaam bij STIVORO tot 1 maart 2013)
in feite de professional 15
Rookvrij opgroeien
STIVORO zet zich al jaren succesvol
in om de blootstelling van kinderen
aan tabaksrook te verminderen en
het aantal vrouwen dat rookt tijdens
de zwangerschap terug te dringen.
STIVORO ondersteunt via het programma Rookvrij Opgroeien intermediairs bij de uitvoering van de voorlichting met materialen en trainingen.
Resultaten Rookvrij Opgroeien en V-MIS
De afgelopen jaren zijn er binnen het programma Rookvrij
Opgroeien mooie resultaten behaald.
Zo zijn er alleen al in de afgelopen drie jaar bijna 2.000
professionals uit de JGZ, verloskunde en kraamzorg door
STIVORO getraind om het onderwerp (mee)roken op
een effectieve wijze met ouders te bespreken. Daarnaast
heeft STIVORO de afgelopen drie jaar onder ouders en
professionals ruim 500.000 materialen verspreid over
meeroken en roken tijdens de zwangerschap. De V-MIS
is bewezen effectief en de interventie Rookvrij Opgroeien
is gecertificeerd via het Centrum Gezond Leven.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Maar het allerbelangrijkste: het roken tijdens de zwangerschap en het meeroken door kinderen is gedaald!
• Het percentage vrouwen dat gedurende de gehele
zwangerschap rookt is tussen 2001 en 2010 gehalveerd (van 13,0% in 2001 naar 6,3% in 2010).
• Het roken in huis in gezinnen met kinderen van 0 t/m
4 jaar is gedaald van 64% in 1996 naar 15% in 2012.
Door de jaren heen is het programma diverse malen
vernieuwd en uitgebreid. Zo is de interventie sinds 2012
uitgebreid naar de JGZ voor kinderen van 4 tot 12 jaar.
Ook is in 2012 het online programma www.rookvrijopgroeien.nl gelanceerd. Verder is er vorig jaar een start
gemaakt met de ontwikkeling van e-learning over
Rookvrij Opgroeien voor de JGZ en heeft STIVORO
op basis van onderzoek een advies geschreven over een
interventie voor zwangere vrouwen van Turkse afkomst,
aangezien deze vrouwen tijdens de zwangerschap drie
keer zo vaak roken als autochtone vrouwen.
Ingrid van den Burg
Belang voortzetting Rookvrij Opgroeien
en V-MIS
De mooie resultaten van de afgelopen jaren betekenen
niet dat we kunnen stoppen met het programma.
Integendeel. Aandacht voor meeroken door kinderen
blijft belangrijk omdat het nog steeds voorkomt (vooral
bij kinderen uit de lage SES) en de gezondheidsrisico’s
groot zijn. Ieder (ongeboren) kind heeft het recht op
bescherming tegen tabaksrook! Continue aandacht voor
het onderwerp is noodzakelijk omdat we steeds te
maken hebben met nieuwe ouders en professionals
die telkens opnieuw hun prioriteiten bepalen.
stivoro baby fit A5 omslag
20-02-2008
11:33
Pagina 2
ROOKVRIJ ZWANGER?
DAT BEVALT BETER!
Boekje voor
zwangere
vrouwen die willen
stoppen met roken
Ook de overheid onderschrijft het belang van het onderwerp. De Inspectie voor de Gezondheidszorg ziet er
sinds 2012 op toe dat verloskundigenpraktijken een
beleid ontwikkelen en uitvoeren voor de begeleiding bij
het stoppen met roken en dat verloskundigen adequaat
getraind zijn. Het bespreken van (mee)roken door de
JGZ via de interventie RO is opgenomen in de richtlijn
‘Activiteiten Basistakenpakket JGZ per Contactmoment’.
Contact
E [email protected] of T 070.312 04 04
(werkzaam bij STIVORO tot 1 maart 2013)
in feite de professional 16
Projecten gericht op een rookvrije omgeving
in 2013 naar het Trimbos-instituut
De Minister van VWS heeft besloten dat STIVORO
vanaf 2013 geen subsidie meer ontvangt voor het
programma Rookvrij Opgroeien. Alle activiteiten
gericht op een rookvrije omgeving zijn per 1 januari
overgedragen aan het Trimbos-instituut (www.trimbos.nl).
Hartelijk dank voor het in ons gestelde vertrouwen en
voor de prettige samenwerking van de afgelopen jaren.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Voor alle vragen en activiteiten rondom meeroken/
roken tijdens de zwangerschap kunt u nu terecht bij
het Trimbos-instituut. U kunt zich richten tot Ingrid
Schulten (projectleider)
E [email protected] of T 030.295 94 44.
Uiteraard betreurt STIVORO het zeer dat Rookvrij
Opgroeien niet door STIVORO kan worden voortgezet.
STIVORO hoopt dat u als professional vanaf nu van
het Trimbos-instituut de ondersteuning zult krijgen
die u nodig heeft om het onderwerp meeroken en
roken tijdens de zwangerschap met ouders te
bespreken. STIVORO wenst het Trimbos-instituut
heel veel succes bij alle activiteiten rondom meeroken.
in feite de professional 17
stoppen met roken
Stoppen-met-rokenprogramma’s
terug in basispakket
Sinds 1 januari 2013 worden stoppen-met-rokenprogramma’s weer vergoed vanuit het basispakket zorgverzekering.
Dit geldt voor individuele coaching of groepscoaching
bij stoppen-met-roken, al dan niet gecombineerd met
nicotinevervangers of receptgeneesmiddelen voor stoppen-met-roken.
In 2011 werden stoppen-met-rokenprogramma’s ook
volledig vergoed. In dat jaar gebruikten veel meer mensen
dan voorheen effectieve ondersteuning bij stoppen-metroken. In hetzelfde jaar daalde het percentage rokers
van 27,2% naar 24,7%, de grootste daling in jaren.
Minder rokers betekent minder rokengerelateerde ziekten
zoals longkanker, COPD en hart- en vaatziekten.
en de receptgeneesmiddelen voor stoppen met roken
weer vergoed onder voorwaarde dat ze gebruikt worden
in combinatie met gedragsmatige ondersteuning.
Net als in 2011 vallen stoppen-met-rokenprogramma’s
onder het eigen risico binnen de basisverzekering. Dit
eigen risico is per 1 januari 2013 verhoogd van € 220
naar € 350 per verzekerde per jaar. Zorgverzekeraars
kunnen ervoor kiezen om de vergoeding voor stoppen
met roken buiten het eigen risico te houden.
NZa beleidsregels Stoppen met roken
Om de inkoop van stoppen-met-rokenprogramma’s
door verzekeraars mogelijk te maken heeft de NZa
prestatiebeschrijvingen opgesteld. Deze zijn te vinden
op de website van de NZa.
Beleidsregel: www.nza.nl/137706/144027/654317/
BR-CU-7073-stoppen-met-roken.pdf
Regeling: www.nza.nl/141224/192452/NR-CU-713stoppen-met-roken.pdf
Beschikking: www.nza.nl/98174/139255/654366/TB-CU7060-01-stoppen-met-roken.pdf
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
De vergoeding voor stoppen-met-rokenprogramma’s is
in 2012 weer teruggedraaid. Gedragsmatige ondersteuning
werd nog wel vergoed, maar nicotinevervangers en
receptgeneesmiddelen niet meer. Het gebruik van effectieve stopondersteuning zakte dramatisch in. Vanuit het
Partnership Stop met Roken -waarin onder andere huisartsen en medisch specialisten zijn verenigd- is er daarom
bij de politiek op aangedrongen om stoppen-met-rokenprogramma’s weer op te nemen in de basiszorgverzekering.
Daartoe heeft de Tweede Kamer in juli 2012 besloten.
Daarom worden sinds 1 januari 2013 nicotinevervangers
Dewi Segaar
in feite de professional 18
Nieuw: registreren als supervisor
Het Kwaliteitsregister Stoppen met Roken is op 1 november
2012 uitgebreid met het supervisorsysteem. Dit systeem
houdt in dat een zorgverlener zich in het Kwaliteitsregister
kan registreren als supervisor en maximaal 10 supervisanten (zorgverleners) aan zich koppelt.
Wat is een supervisor?
Een supervisor is iemand die zelf gespecialiseerd is in en
goed gekwalificeerd is om stoppen-met-rokenbegeleiding te
geven. Deze persoon voldoet aan de algemene criteria van
het Kwaliteitsregister en is in staat om de bekwaamheid van
de gekoppelde supervisanten te toetsen. Op deze wijze
wordt de kwaliteit van de stoppen-met-rokenbegeleiding
gewaarborgd. Voor de gekoppelde supervisanten geldt dat
zij moeten voldoen aan de algemene criteria die gelden voor
het Kwaliteitsregister. De supervisor checkt dit en is ervoor
verantwoordelijk dat dit ook daadwerkelijk het geval is.
Wie kan zich aanmelden als supervisor?
In principe kan iedere zorgverlener die daartoe bekwaam is en
opereert in een omgeving die daartoe de mogelijkheden biedt
supervisor worden. Het supervisor-systeem kan plaatsvinden in
alle zorgsettings waarbinnen een structuur bestaat met betrekking tot stoppen-met-rokenbegeleiding en -behandeling. De criteria waaraan de supervisor moet voldoen kunt u hier vinden.
Wat is het voordeel ten opzichte van
gewone registratie?
Wanneer u zich als supervisor registreert in het supervisorsysteem en supervisanten opgeeft, hoeft u alleen
als supervisor een jaarlijkse contributie te betalen. Aan
de koppeling van de supervisanten zijn geen kosten
verbonden. De supervisor betaalt hetzelfde bedrag als de
gewone geregistreerde betaalt aan het Kwaliteitsregister.
Aanmelden?
Om u te registreren als supervisor in het Kwaliteitsregister Stoppen met Roken vult u eerst het aanmeldformulier in. U kiest voor ‘aanmelden als supervisor’
waarna u het aanmeldformulier invult en max. 10
supervisanten opgeeft. Bent u al opgenomen in het
Kwaliteitsregister? Neemt u dan eerst contact op met
de helpdesk voordat u het aanmeldingsformulier invult.
Meer informatie?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met
het Kwaliteitsregister Stoppen met Roken:
T 020.625 01 46
E [email protected]
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Sociale kaart Ook in 2013 is de Sociale Kaart stoppen-met-roken beschikbaar. In
opdracht van het ministerie van
VWS heeft STIVORO de Sociale
Kaart stoppen-met-roken ontwikkeld. De Sociale Kaart biedt particulieren en professionals een overzicht van stoppen-metroken hulp dat vergoed wordt vanuit de basisverzekering.
Per regio en per categorie worden organisaties getoond
die stoppen-met-roken ondersteuning aanbieden.
Door de sociale kaart kunnen meer rokers gebruik
maken van de juiste hulp, waardoor het aantal geslaagde stoppogingen zal stijgen.
Hélène Pieterse
Mede door de veranderde wetgeving op het gebied van
vergoedingen sluit deze tool aan bij de behoefte van
algemeen publiek en professionals. De Sociale Kaart is
te vinden op de site van de patiëntenversie van de zorgmodule www.stoppen-met-roken.nl. (beheerd door het
Partnership Stoppenmetroken)
Naar deze site worden rokers ook verwezen via de
waarschuwingsteksten op de sigarettenpakjes.
Onlangs is de Sociale Kaart vernieuwd zodat gebruikers
van mobiele apparaten ook toegang hebben tot de tool.
Meer informatie?
Hélène Pieterse, T 070.312 04 70
in feite de professional 19
onderzoek
Nederlands rookverbod minder succesvol dan
in andere landen
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
STIVORO-medewerker Gera Nagelhout is op 10 oktober
2012 cum laude gepromoveerd op haar proefschrift
“It has been done elsewhere, it can be done everywhere.
Impact of smoke-free legislation on smoking” aan de
Universiteit Maastricht. In haar proefschrift onderzocht
ze de invoering van de rookvrije horeca in Nederland.
Hierbij werd Nederland vergeleken met andere
Europese landen in het International Tobacco Control
Policy Evaluation Project (ITC project). Uit het onderzoek
blijkt dat rookverboden ervoor kunnen zorgen dat meer
mensen stoppen met roken. Voldoende draagvlak voor
het rookverbod is wel een belangrijke voorwaarde voor
succes. In Nederland is de invoering van de rookvrije
horeca minder succesvol geweest dan in andere landen.
De nieuwe regering wordt geadviseerd om een volledig
rookvrije horeca in te voeren én om een voorlichtingscampagne over meeroken te voeren, om het draagvlak
voor deze maatregel te vergroten.
Voorafgaand aan de verdediging
van het proefschrift vond in
Maastricht een internationaal
symposium over rookverboden
plaats. Dit symposium was
mede mogelijk gemaakt door
een subsidie van het
Universiteitsfonds Limburg
SWOL en het EU SILNE Project.
Belangrijke stakeholders op
het gebied van tabaksontmoediging in Nederland waren
aanwezig bij het symposium. Na een inleiding van Prof.
Marc Willemsen vertelde dr. Esteve Fernández over het
rookverbod in Spanje. Spanje is wat het rookverbod
betreft een inspirerend voorbeeld voor Nederland. In
eerste instantie had Spanje een vergelijkbaar gedeeltelijk
rookverbod als Nederland. Maar toen ze daar constateerden dat het rookverbod de populatie niet voldoende
beschermde tegen de schade van meeroken, hebben ze
besloten om het opnieuw in te voeren. Sinds 2011 heeft
Spanje een volledig rookverbod dat voldoet aan de
eisen van de wereldgezondheidsorganisatie.
Daarnaast waren er presentaties van dr. Ute Mons uit
Duitsland en Prof. Geoffrey Fong uit Canada. Het advies
van de internationale experts aan Nederland was om
een volledig rookvrije horeca in te voeren zonder uitzonderingen en zonder rookruimtes, ofwel om het
Uit handen van promotor Prof.dr. Marc Wilemsen ontvangt Gera Nagelhout
haar bul
Spaanse voorbeeld te volgen.
Het rapport en de presentaties van het symposium en
de verdediging kunt u hier downloaden. Het proefschrift
kunt u hier downloaden. Ontvangt u het proefschrift graag
in gedrukte vorm? Neemt u dan contact op met Gera.
Meer informatie?
Gera Nagelhout
E [email protected]
T 070.312 04 23
in feite de professional 20
Decentralisatie van tabaksontmoediging:
rookbeleid tussen wal en schip?
Regina van der Meer
Gemeenten kunnen een belangrijke
rol spelen in tabaksontmoediging.
Er is echter weinig bekend over de
stand van zaken van het lokale
tabaksontmoedigingsbeleid en de
concrete uitvoering hiervan. Het
doel van deze studie was om dit in
kaart te brengen en tevens de plannen voor het toekomstig lokaal tabaksontmoedigingsbeleid te onderzoeken.
Daarnaast werden de bevorderende en belemmerende
factoren onderzocht bij het tot stand komen en uitvoeren
van lokaal tabaksbeleid. Hiertoe werden diepte-interviews
uitgevoerd en data verzameld middels een websurvey
onder de beleidsambtenaren lokaal gezondheidsbeleid
van 394 Nederlandse gemeenten. De respons was 38,3%.
Van alle respondenten heeft bijna 59,6% iets over
tabaksontmoediging in de huidige nota gezondheidsbeleid staan, 39,1% heeft dit niet en 1,3% weet het niet.
Opvallend is dat in de toekomstige nota’s het onderwerp
tabaksontmoediging vaker dan nu het geval is wordt
opgenomen als onderdeel van genotsmiddelen, dan als
zelfstandig thema. De meest uitgevoerde interventies zijn
‘Leefstijl’ en ‘Gezonde School en Genotmiddelen’.
Gemeenten willen meer steun krijgen van en verantwoordelijkheid leggen bij de rijksoverheid.
De resultaten van deze studie worden deze maand
gepubliceerd in het wetenschappelijke TSG (2013,
nummer 1). (Fleur Huijsman, Regina M van der Meer,
Monique AM de Beer, Andrée J van Emst, Marc C
Willemsen. Decentralisatie van tabaksontmoediging:
rookbeleid tussen wal en schip?)
Meer informatie?
Regina van der Meer
E [email protected]
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Effectieve stopmethode voor rokers die
depressie hadden
Regina van der Meer
Rokers die ooit een depressie hebben gehad kunnen
moeilijker stoppen met roken. Dit komt omdat wanneer
ze stoppen ze een groter risico hebben op herhaling van
depressieve klachten. Veel rokers gebruiken de sigaret
namelijk als een vorm van ‘zelfmedicatie’ voor een betere
stemming. Door het stoppen verdwijnt de mogelijkheid
voor het onder controle houden van de stemming.
STIVORO heeft in samenwerking met het Trimbosinstituut en de Vrije Universiteit van Amsterdam een
interventie ontwikkeld voor rokers die een depressie
hadden en die gebaseerd is op deze zelfmedicatie.
Dat betekent dat de rokers een ander ‘soort medicatie’
(mood management) aangeboden krijgen om hun
stemming onder controle te houden om daarmee het
stoppen met roken vol te kunnen houden. In een studie
werd onderzocht of het toevoegen van die mood
management component aan de gebruikelijke telefonische
counseling (acht gesprekken) voor stoppen met roken,
onder rokers met een depressieverleden zou leiden. De
mood management component bestond uit een zelfhulpwerkmap, twee extra telefonische counselingsessies,
huiswerkopdrachten en advies. De component is gebaseerd
op cognitieve gedragstherapie. Het blijkt te werken. 485
Rokers die ooit een depressie hadden kregen in het
onderzoek de gebruikelijke telefonische counseling of de
telefonische counseling plus mood management component. Na een jaar was nog steeds 23,9% in de mood
management groep gestopt en 14,0% in de gebruikelijke
in feite de professional 21
telefonische counseling groep. Opvallend is verder dat
er in het onderzoek tussen beide onderzoeksgroepen
geen verschil in depressieve klachten werd gevonden.
De conclusie van het onderzoek is dat deze interventie
voor rokers met een depressieverleden werkt. Het levert
aanzienlijk meer stoppers op dan de gebruikelijke telefonische counseling.
De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het
wetenschappelijke tijdschrift Addiction (2010). (Van der
Meer RM, Willemsen MC, Smit F, Cuijpers P, Schippers G.
Effectiveness of a mood management component as an
adjunct to a telephone counselling smoking cessation intervention for smokers with a past major depression: a pragmatic randomized controlled trial)
Meer informatie?
Regina van der Meer
E [email protected]
Website STIVORO.nl geheel vernieuwd!
Onlangs is de nieuwe website van
STIVORO live gegaan. Waarom een
nieuwe website? Is dat geen modegrill,
wie zit daarop te wachten? We vroegen
het Andrée van Emst, tot voor kort
senior projectleider bij STIVORO.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Waarom een geheel nieuwe website?
De website is dan wel nieuw, maar de
oude vertrouwde naam is hetzelfde
gebleven. Vanaf januari 2013 gaat
STIVORO verder als een andere organisatie dan die we altijd zijn geweest.
Een website richt zich op een specifiek publiek of doelgroep en die is met de wijzigingen nu juist veranderd.
STIVORO staat bekend als de Nederlandse organisatie
die de publieksvoorlichting verzorgt over de schadelijke
gevolgen van roken. Onze website was daar altijd een
heel belangrijk instrument voor. Werkelijk alles was
daarop te vinden. Maar de hoeveelheid informatie voor
zoveel verschillende doelgroepen maakte het inmiddels
ook steeds lastiger om te vinden wat werd gezocht.
Nu de publieke voorlichtingstaak is overgegaan naar het
Trimbos-instituut is onze primaire doelgroep de beleidsmakers, politiek, wetenschap en gezondheidslobby
geworden. Dat betekent dat de bestaande informatie is
geactualiseerd, opnieuw gerangschikt en teruggebracht
tot wat relevant is voor de bestaande doelgroepen. De
doelstelling van de website is tweeledig: enerzijds het
nieuws over tabaksontmoediging en tabaksbeleid up to
Rob Broekstra
date hebben en zoveel mogelijk duiding eraan geven.
Anderzijds moet het voor de beleidsmakers, politici en
partners in tabaksontmoediging dé plek zijn waar ze
alle achtergrondinformatie kunnen vinden.
Wat is het uitgangspunt van de website?
De structuur van de site is gebouwd volgens het
Framework Convention of Tobacco Control (FCTC) volgens de opbouw van MPOWER.
• Monitoren (Monitor tobacco use and prevention policies)
• Beschermen (Protect people from tobacco smoke)
• Stoppen met roken (Offer help to quit tobacco use)
• Waarschuwen (Warn about the dangers of tobacco)
• Handhaving (Enforce bans on tobacco advertising,
promotion and sponsorship)
• Accijns (Raise taxes on tobacco)
Deze onderwerpen zijn de internationale standaard in
tabaksontmoediging en worden op de nieuwe site nader
toegelicht en van achtergrondinformatie voorzien.
Voor wie is de site bedoeld?
De doelgroep van de vernieuwde website is alle mogelijke
professionals die betrokken zijn bij tabaksontmoedigingsbeleid in Nederland. Het doel van STIVORO is om niet
alleen alle (wetenschappelijke) informatie over tabaksontmoediging te kunnen leveren en actueel te houden,
maar ook via actuele data alle partijen die zich in
Nederland bezig houden met tabaksontmoediging bijeen
te brengen met evidence based materiaal en eensluidende
toelichting.
in feite de professional 22
Hoe zou je de website kunnen typeren?
Het is een actuele nieuwssite op het gebied van roken
en tabak (-beleid). Naast nieuws en actualiteiten op dit
brede gebied is het een database met beleids- en onderzoekdocumenten. We streven ernaar om alles wat op dit
terrein beschikbaar is op deze website vindbaar te maken.
Wat gebeurt er met de informatie op de
“oude” STIVORO-website?
STIVORO off-line beschikbaar, maar dat zal niet meer
worden geactualiseerd. Aangezien de publieksvoorlichting
door het Trimbos-instituut wordt verzorgd zal de
publieksinformatie te vinden zijn op www.rokeninfo.nl
die wordt verzorgd door het Trimbos-instituut.
Meer informatie?
Specifieke informatie voor mensen die willen stoppen
met roken staat op www.BehandelcentrumSTIVORO.nl.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Dat is zeer gevarieerd. Sowieso blijven alle data binnen
in feite de professional 23
platform voor relaties
Bericht van Stichting STIVORO
STIVORO Behandel Centrum
Sinds 2011 zijn de activiteiten van STIVORO t.a.v. stoppenmet-roken ondergebracht in een aparte stichting, STIVORO
Behandelcentrum voor Stopondersteuning. Deze stichting
staat organisatorisch en financieel geheel los van het
“oorspronkelijke” STIVORO voor een Rookvrije Toekomst.
Met ingang van 1 januari 2013 STIVORO Behandelcentrum
stopt met het aanbieden van Telefonische Coaching en
Pakje Kans-training voor stoppen-met-roken. STIVORO
Behandelcentrum heeft deze coaching en trainingen altijd
aangeboden om behandelprotocollen en methodieken
in de praktijk te ontwikkelen, toetsen en monitoren.
Het productenaanbod van STIVORO Behandelcentrum
is nu voltooid en varieert van handleidingen voor coaching,
protocollen, diverse informatiedragers voor verschillende
doelgroepen tot trainingen voor professionals.
De overige activiteiten van STIVORO Behandelcentrum
worden de komende maanden afgebouwd of overgedragen
aan samenwerkingspartners. Zo worden bijvoorbeeld
nieuwe aanmeldingen voor training en coaching doorverwezen naar behandelaars die volgens de licentie van
STIVORO Behandelcentrum werken en zijn aangesloten
bij het Kwaliteitsregister Stop met Roken.
Meer informatie?
Paul Baart, directeur a.i.
E [email protected]
T 06.539 21 598
Bericht van het Trimbos Instituut
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
NET: het Nationaal Expertisecentrum
Tabaksontmoediging
Op 1 januari 2013 is het
Nationaal Expertisecentrum
Tabaksontmoediging (NET)
van start gegaan in opdracht
van het Ministerie van VWS.
Met de start van het NET
wordt de kennis op het
gebied van tabak, alcohol en drugs geconcentreerd binnen één instituut waarmee een krachtig kenniscentrum
rond middelengebruik en gezonde leefstijl ontstaat.
Samenwerking met relevante partijen wordt zowel op
nationaal als op internationaal niveau gezocht.
Enkele taken van STIVORO worden binnen het NET,
zij het in gewijzigde vorm, voortgezet. Het NET dankt
STIVORO voor haar uiterst waardevolle bijdragen aan
het tabaksontmoedigingsveld.
Missie
Het NET wil kennis over preventie, behandeling, beleid,
gebruik en schadelijkheid van tabaksgebruik delen met
het algemene publiek, professionals, scholen, bedrijven,
wetenschap, overheden en andere relevante doelgroepen.
Het NET wil daarmee bijdragen aan het terugdringen
van ziekte en sterfte door tabaksgebruik.
Kerntaken
De kerntaken van het NET bevinden zich op vier terreinen:
• kennis beschikbaar stellen
• monitoren
• voorlichten
• preventie en innovatie
Kennis delen
Binnen het NET vinden de meeste activiteiten op het
terrein ‘kennis delen’ plaats vanuit het NET-coördinatiepunt.
in feite de professional 24
Contactpersonen van het coördinatiepunt zijn:
Dr. Margriet van Laar
Dr. Esther Croes
Drs. Monique Croes
Drs. Yvonne Hof (tijdelijke rol als kwartiermaker)
Het NET signaleert en rapporteert over actuele ontwikkelingen op het terrein van roken en het nationale en
internationale tabaksbeleid. Het stelt (wetenschappelijke)
kennis beschikbaar voor afnemers, zoals overheid,
werkgevers, universiteiten, kennis- en beleidscentra en
burgers. Het NET wordt ondersteund door een
Wetenschappelijke Raad, die de kwaliteit bewaakt van
de producten van het NET, lacunes in kennis signaleert
en adviseert over thema’s voor publicaties en onderzoek.
Monitoring
Contactpersonen
Dr. Ron de Graaf
Dr. Jacqueline Verdurmen
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Een kerntaak van het NET is om trends in roken, determinanten van roken, en comorbiditeit onder jongeren
en volwassenen te monitoren.
Onder jongeren vinden verschillende onderzoeken plaats:
• Het Peilstationsonderzoek Jeugd en Riskant Gedrag
verzamelt naast cijfers over roken, ook gegevens over
gokken, alcohol- en drugsgebruik door scholieren van
10-18 jaar. De Nederlandse studie HBSC (Health
Behaviour in School-aged Children) meet rookgedrag
en een breed scala aan andere gedragingen die
samenhangen met gezondheid en psychosociaal
welbevinden van jongeren. De Roken Jeugd Monitor
onder jongeren van 10 tot en met 19 jaar wordt
gecontinueerd door het Trimbos-instituut en heeft tot
doel om inzicht te krijgen in het rookgedrag van jongeren en de ontwikkeling daarvan in de tijd.
Onder volwassenen wordt het tabaksgebruik gemeten in:
• NEMESIS-2 (Netherlands Mental Health Survey and
Incidence Study-2), een grootschalige studie naar de
psychische gezondheidstoestand en zorggebruik van
de Nederlandse bevolking van 18 tot en met 64 jaar,
met aparte modules voor roken en gebruik van en
verslaving aan andere middelen.
• Het Continue Onderzoek Rookgewoonten (COR) is
een continue monitor onder volwassenen vanaf 15
jaar, die bijhoudt hoeveel er wordt gerookt en wat de
kenmerken van de rokers en het rookgedrag zijn.
Publieksinformatie
Contactpersoon
Annemarie Pijnappel-Kok
Het NET verstrekt laagdrempelig en wetenschappelijk
verantwoord actuele informatie over roken en tabaksgebruik aan het brede publiek.
Op de website www.rokeninfo.nl is informatie beschikbaar voor het algemeen publiek en voor professionals.
De Roken Infolijn is 7x24 uur beschikbaar via een Voice
Response systeem: 0900 - 1995. Een persoonlijk gesprek
is mogelijk op werkdagen tussen 9.00 en 17.00 uur.
Voor professionals bestaat een apart telefoonnummer:
030 - 2970 555. Informatie wordt ook verspreid via diverse
social media (Twitter, LinkedIn, Fora, chat).
Preventie
Contactpersonen
Drs. René van der Most
Drs. Ingrid Schulten
Drs. Sanne de Josselin de Jong
Het NET ontwikkelt en implementeert preventieprogramma’s en innovatieve interventies gericht op jongeren, volwassenen en specifieke subgroepen, zoals uitgaande jongeren, werknemers en patiënten met comorbide problemen. Voorbeelden zijn:
• De Gezonde School en Genotmiddelen (DGSG,
www.dgsg.nl) is een schoolpreventieprogramma,
ontwikkeld door het Trimbos-instituut, dat jongeren
weerbaar maakt op het gebied van alcohol, roken en
drugs. Binnen het programma is aandacht voor het
signaleren en begeleiden van leerlingen die roken of
andere middelen gebruiken.
• Wij werken gezond! in samenwerking met de
Nederlandse Hartstichting: bevorderen van een
gezonde leefstijl, mentale vitaliteit en stoppen met
roken in bedrijven.
In 2013 wordt een programmeringstudie uitgevoerd
gericht op innovaties op het terrein van tabaksontmoediging.
Meer informatie en/of contact met het NET?
http://www.trimbos.nl/projecten-en-onderzoek/net
in feite de professional 25
Bericht van de LAN
Trendbreuk noodzakelijk in aanpak
chronische longziekten
In de aanpak van chronische longziekten is een trendbreuk noodzakelijk: ruim één miljoen Nederlanders
heeft een chronische longziekte. Dat zorgt in Nederland
voor veel ziektelast, ziekteleed en 35.000 sterfgevallen,
€ 3,5 miljard zorgkosten en € 1 miljard arbeidsverzuim
per jaar. Als we niets doen wordt het probleem groter
en erger. Het Nationaal Actieprogramma Chronische
Longziekten (NACL) moet zorgen voor deze trendbreuk.
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Dinsdag 23 oktober 2012 heeft de Vaste Kamercommissie
VWS gesproken over het Nationaal Actieprogramma
Chronische Longziekten (NACL). Als ook de overheid
zijn verantwoordelijkheid neemt, moet het lukken de
doelen van het NACL te bereiken: verbetering van preventie en zorg voor longpatiënten, meer doelmatigheid en
meer arbeidsparticipatie, zodat de (long)zorg betaalbaar
blijft en de druk op economie en overheidsfinanciën
afneemt.
Tijdens de bijeenkomst van de vaste Kamercommissie
was er veel belangstelling van de Tweede Kamerleden
voor het NACL, dat door het hele longenveld wordt
gedragen. Gesproken is over de inhoud van het programma en de rol van de overheid om samen met het
veld te zorgen voor de trendbreuk in de aanpak van
chronische longziekten. Het NACL is opgesteld door
de lidorganisaties van de Long Alliantie Nederland en
moet eind dit jaar van start gaan en gaat een looptijd
van vijf jaar bestrijken. De vijf concrete doelen van het
NACL zijn:
• 25% minder opnamedagen in het ziekenhuis door
astma en COPD
• 15% vermindering van verloren werkdagen door
astma en COPD
• 20% meer rendement van inhalatiemedicatie
• 25% minder kinderen onder de 18 jaar die beginnen
met roken
• 10% minder doden door astma en COPD
Het NACL kan alleen een succes worden als alle bij
longziekten betrokken organisaties hun verantwoordelijkheid nemen. Organisaties in het longenveld staan
massaal achter het NACL. Als ook de overheid zijn
verantwoordelijkheid neemt moet het lukken om
samen een groot succes te maken van het Nationaal
Actieprogramma Chronische Longziekten. De Long
Alliantie Nederland wil het NACL zo snel mogelijk van
start laten gaan.
Meer informatie over het Nationaal Actieprogramma
Chronische Longziekten, de petitie aan de Tweede
Kamer en de Long Alliantie Nederland is te vinden op
www.longalliantie.nl.
[email protected] en telefoonnummer 033.421 84 18
De petitie van de Long Alliantie Nederland werd in
ontvangst genomen door de Tweede Kamerleden (op de
foto) Pia Dijkstra (D66), Ton Elias, voorzitter Vaste
Kamercommissie VWS (VVD), Reinette Klever (PVV),
Hanke Bruins Slot (CDA), Lea Bouwmeester (PvdA),
Renske Leijten (SP), Anne Mulder (VVD) en Vera
Bergkamp (D66).
in feite de professional 26
Vertrekkende medewerkers
Helaas heeft STIVORO voor een Rookvrije Toekomst van een groot aantal zeer gewaardeerde collega’s
afscheid moeten nemen.
In 2012 waren dat de volgende personen:
Naziha Tanoti
Monique Croes
Lies van Gennip
Remzi Kabadayi
Sanne de Josselin de Jong
Marietta Elsborg
Andrée van Emst
Marieke Wiebing
Monique de Beer
Ab Hamstra
Daniel Rijckborst
Mijke Roovers
Nicole Vermeij
Kees Visser
Liedeke Vlaanderen Oldenzeel
Vertrekkende medewerkers voor 1 april 2013:
Eva Dijkerman
Ingrid van den Burg
Renate Spruijt
Helene Pieterse
Sabrina Roos
Tarquínía Zeegers
jaargang 11 nummer 20 januari 2013
Meer informatie
Pers en Media vragen
Rob Broekstra
E [email protected]
T 06.224 42 080
Postadres
STIVORO
Postbus 16070
2500 BB Den Haag
Algemeen
www.stivoro.nl
in feite de professional 27

Vergelijkbare documenten