Boot 3klm.fm

Commentaren

Transcriptie

Boot 3klm.fm
PERSOONLIJKE
PRAKTIJKBESCHRIJVING
REFLECTIE
Het Thorbecke Voortgezet Onderwijs
als opleidingsschool
In dit artikel wordt uiteengezet wat de algehele opleidingsstructuur is op het Thorbecke
Voortgezet Onderwijs (TVO). Het gaat hier om een erkende opleidingsschool waar studenten van
diverse lerarenopleidingen worden opgeleid Aan bod komen de Thorbecke Opleidingsschool, de
begeleidingsstructuur, de Thorbecke Academie, de diversiteit aan coaches en het Samen Opleiden.
Ook wordt ingezoomd op de concrete opleidingsactiviteiten.
Inleiding
Het TVO is een uit vier locaties
bestaande brede scholengemeenschap voor lwoo, vmbo, mavo,
havo en vwo in Rotterdam-Alexanderpolder en Nieuwerkerk aan den
IJssel. Het TVO is onder andere
een school voor getalenteerde
sporters en is tevens een cultuurprofielschool.
Het TVO is medio 2002 begonnen
met het opzetten, verder uitbreiden, ontwikkelen en professionaliseren van het opleiden in de school
van studenten en nieuwe docenten. Voor die tijd waren we een
‘gewone’ stageschool. Omdat er de
afgelopen jaren gewerkt is aan ontwikkelingen op het gebied van het
opleiden in de school hebben we
onszelf opleidingsschool genoemd
en sinds kort zijn we ook een
erkende opleidingsschool.
AUTEUR(S)
AUTEUR(S)
Onze ambities zijn:
• structureel aan 50 studenten een
opleidingsplaats bieden;
• samen met opleidingsinstituten
het scholingsprogramma verder
uitwerken;
• het interne scholingsprogramma
uitbreiden en professionaliseren.
10
Roeland Boot,
Thorbecke VO,
locatie havo/vwo,
Rotterdam
Daarmee willen we de volgende
doelen nastreven:
• kwaliteitsverbetering;
• het oplossen van het docententekort (vissen in eigen vijver);
• het medeverantwoordelijk worden voor de opleidingskwaliteit en
daardoor invloed uitoefenen op de
kwaliteit van het opleiden en de
kwaliteit van de docenten.
De opleidingsschool rust op vier
pijlers die in de komende paragrafen worden toegelicht: de begelei-
dingsstructuur, het scholingsprogramma, intervisie en samen
opleiden.
De begeleidingsstructuur
Om een duidelijke structuur in de
begeleiding aan te brengen hebben
we op het TVO de studenten in de
volgende klassen gecategoriseerd:
• Voltijd tweedegraads studenten.
Deze studenten volgen in voltijd
hun studie en lopen twee keer per
studiejaar stage.
• Deeltijd tweedegraadsstudenten.
Deze studenten volgen in deeltijd
hun studie en lopen een keer per
jaar stage.
• Duale tweedegraadsstudenten:
Deze studenten vallen onder het
project Samenscholing.nu, geïnitieerd door de Hogeschool Rotterdam en acht middelbare scholen in
de regio Rijnmond en hebben bij
ons een baan van maximaal 0,4
FTE. Op deze manier wordt de
combinatie studeren en het in de
praktijk brengen van het geleerde
optimaal benut.
• Eerstegraadsstudenten afkomstig
van de universitaire lerarenopleiding van de Universiteit Leiden,
het ICLON.
Het doel van onze begeleiding is
onder meer het bevorderen van
een professionele cultuur en het
bieden van carrièreperspectieven
door een goed systeem van begeleiden. Op deze manier willen wij een
substantiële bijdrage leveren aan
de professionele ontwikkeling van
docenten in opleiding (studenten
en onderwijsassistenten). We
onderscheiden op het TVO een
aantal soorten coaches. Alle coaches zijn gecertificeerd in begelei-
dingvaardigheden. In
Tabel 1 hebben we een
inzichtelijk gemaakt
welke coach wat doet
voor welke groep studenten.
Type
Eerstelijnsbegeleiding
vanuit TVO
Eerstelijnsbegeleiding vanuit
opleidingsinstituut
Tweedelijnsbegeleiding
Student Voltijd
(2e graads)
Begeleider vanuit sectie
Studieloopbaancoach
HRBOS
Studieloopbaancoach
HRBOS
Begeleider in School
HRBOS
Instituutsbegeleider
IBOS
Coördinator begeleiding
nieuwe collega's
Schoolopleider
• De coördinator begeleiding nieuwe
bevoegde collega’s.
Deze coördinator zorgt in overleg
met de directie dat de nieuwe
collega een begeleider toegewezen
krijgt en houdt regelmatig contact
met de begeleider en nieuwe collega over het inwerkproces. Overige taken en verantwoordelijkheden van de coördinator zijn
het versturen van de uitnodigingen
voor de interne scholing, het actualiseren van de overzichtslijst van de
nieuwe docenten, het maken en bijhouden van de jaaragenda betreffende de interne scholing.
De coördinator is naast de begeleider ook een aanspreekpunt voor de
nieuwe docent. Twee maal per jaar
organiseert de coördinator een evaluatiebijeenkomst met alle nieuwe
docenten. Er wordt dan naar hun
ervaringen gevraagd betreffende
de school, de lessen, het docententeam en de begeleiding.
TIJDSCHRIFT VOOR LERARENOPLEIDERS - 30(4) 2009
• De onderzoeker in de school. De
onderzoeker in de school begeleidt
een collega of een student bij het
uitvoeren van actieonderzoek in
de school en bij het verwerven van
onderzoekcompetenties. Doel is
het aanbrengen van onderzoeksvaardigheden binnen de onderwijsteams en het leren onderzoeken van het eigen functioneren.
Die vaardigheden zijn niet alleen
belangrijk voor het bestaande
docententeam, maar ook voor de
studenten, zodat de toekomstige
docenten meer gereedschappen
krijgen om hun eigen functioneren
te beoordelen. Zij kunnen zelf
onderzoeken welk effect hun
manier van werken heeft. Het is
essentieel dat docenten niet alleen
dingen intuïtief doen, maar ook
THEMANUMMER: ‘OPLEIDEN IN DE SCHOOL’
Student Deeltijd
Begeleider vanuit sectie
• De Vakcoach. De stu(2e graads)
dent wordt voor het
vak begeleid door een
Student Duaal
Werkplekcoach
vakcoach. Deze houdt
Student ICLON
Vakcoach en IBOS
regelmatig contact met
(1e graads)
de student en obserNieuwe docent
Begeleider vanuit sectie
veert en evalueert lessen. De vakcoach
regelt met de student
Tabel 1: Soorten begeleiders
vakgerelateerde zaken
zoals het bestellen van
de juiste boeken, aanreiken van bestaande planners,
van de duale studenten op het TVO
toetsen. Hij informeert de student
en de bewaking van de kwaliteit.
over gemaakte (locatieoverstijDe HRBOS volgt de ontwikkeling
gende) vaksectieafspraken.
van de student in tweede lijn en
kan zo nodig gedurende het jaar in
• De IBOS, (IBOS: Interne Begeleihet belang van de student wijziginder Op School) is de contactpergen doorvoeren in de begeleiding
soon tussen het ICLON en TVO. De
en in taakuitoefening. Dit om de
IBOS onderhoudt contacten met de
studievoortgang van de student
instituutsbegeleider van de betrefte bevorderen en bewaken. De
fende lerarenopleiding, bespreekt
HRBOS onderhoudt regelmatig
hiermee vorderingen van de stucontact met de BiS (Begeleider in
dent en is aanwezig bij de tussenSchool vanuit de HR) en de regioen eindevaluaties van de student.
manager van de HR om te werken
De IBOS onderhoudt regelmatig
aan een zo optimaal mogelijke aancontacten met de vakcoaches en
sluiting tussen het curriculum van
stemt de begeleiding af op de
het opleidingsinstituut en de prakbehoefte van zowel de vakcoach als
tijk op de opleidingsschool.
de student. Vaak zijn de vakcoach
en de IBOS het eens over de mate
• De Werkplekcoach. De werkplekvan begeleiding en waar op wordt
coach is de coach van één of meeringezoomd.
dere duale studenten. Alleen in
Daarbij gaat het om de vorderingen
studiejaar 1 kan het voorkomen dat
van de student, knelpunten die
de werkplekcoach niet tevens een
worden ervaren, zowel door de stuvakcoach is. De werkplekcoach is
dent als door de vakcoach, en de
de aangewezen persoon voor de
algehele stage-organisatie- en coörindividuele begeleiding van de studinatie. De IBOS is een begeleider
dent. De Werkplekcoach volgt de
en geeft de instituutsbegeleider
professionele ontwikkeling van de
adviezen omtrent de beoordeling
student, bespreekt het Persoonlijke
van de stage. De IBOS is het cenOntwikkel Plan (POP) en het Leer
trale aanspreekpunt voor alle eerWerk Plan (LWP), voert begeleistegraadsstudenten en geeft samen
dinggesprekken, bezoekt lessen en
met het ICLON vorm aan Samen
reflecteert met de student op het
Opleiden door per student af te
handelen van de student. De werkstemmen aan welk soort scholing
plekcoach zorgt ervoor dat de stubehoefte is mede op basis van de
dent voldoende ruimte krijgt om
elders verworven competenties.
zich te ontwikkelen, met alle aspecten van het lesgeven aanraking kan
• De Hogeschool Rotterdam BOS
komen al naar gelang het ontwik(HRBOS).De HRBOS is verantkelstadium van de student en de
woordelijk voor de contacten met
wens van de student. De werkplekde Hogeschool, de infrastructuur
coach houdt contact met de BOS
van de begeleiding, eindverantover de ontwikkeling van de stuwoordelijk voor de interne scholing
dent en geeft minimaal twee keer
op de opleidingsschool, de aanstuper jaar hierover schriftelijk een
ring van de coaches, de monitoring
rapportage.
11
Algemene scholing
Thorbecke
Opleidingsschool
Thorbecke
Academie
Voor wie?
Alle nieuwe docenten
Alle studenten
Alle bevoegde docenten
Inhoud
Organisatie
Topsport
Ouderavond
Beoordelingsprocedure
Pedagogiek
Didactiek
Pedagogiek
Didactiek
ICT
Mentoraat
Tabel 2: Soorten scholing
kennis en vaardigheden hebben
om kritisch naar hun team en naar
zichzelf te kijken.
Het Thorbecke Voortgezet Onderwijs als opleidingsschool
Aanbod aan scholingsactiviteiten
12
Een van onze ambities is het interne scholingsprogramma verder
uitbreiden en professionaliseren.
Om dit te bereiken hebben we een
intern scholingsprogramma ontwikkeld. De interne scholing is bedoeld voor alle studenten en nieuwe docenten. Zij is voor alle
studenten verplicht. Het geheel
aan interne scholing wordt op
het TVO de ‘Opleidingsschool’
genoemd. Een en ander wordt
weergegeven in tabel 2.
Twee woensdagmiddagen per
maand worden alle studenten uitgenodigd om deel te nemen aan de
interne scholing, die wordt verzorgd door zowel onze eigen docenten als door externe deskundigen. Deze externe deskundigen
zijn vaak docenten van de Hogeschool Rotterdam en de Universiteit Leiden, maar ook werknemers
van coachings- en organisatiebureaus. Eigen docenten die worden
ingezet zijn docenten die hun sporen verdiend hebben en vertellen
over hun ervaringen met diverse
les- en klassensituaties. Alle eigen
docenten die de scholing verzorgen zijn door VELON/SRLo gecertificeerd als schoolopleider.
Bij het samenstellen van de scholingsonderwerpen zijn we uitgegaan van de behoeften van de studenten. Deze behoeften zijn naar
voren gekomen naar aanleiding
van gesprekken met studenten
en studentevaluaties. Studenten
hebben behoefte aan een pragmatische scholing: informatie waar ze
direct mee aan de slag kunnen.
Die informatie rust op drie pijlers:
pedagogiek, didactiek en klassenmanagement. De onderwerpkeuze
van de interne scholing hebben
alle met minstens één van deze
pijlers te maken. Soms lijken
onderwerpen heel basaal te zijn
terwijl de ervaring leert dat studenten daar moeite mee hebben.
Een voorbeeld hiervan is het
maken van opdrachten.
Tweemaal per maand worden
alle studenten uitgenodigd
om deel te nemen aan de
interne scholing.
Thema’s interne scholing
• De lastige klas. Studenten krijgen
inzicht in ‘lastige’ klassen. Bestaat
de lastige klas wel of zijn het slechts
enkelen die voor onrust of een
onaangenaam werkklimaat zorgen? En wat zijn de kenmerken zijn
van ‘een lastige leerling’.
De studenten worden in groepen
verdeeld zodanig dat men zoveel
mogelijk met dezelfde soort klassen (leerjaar, niveau) bij elkaar zit.
De werkvorm is door de deskundige zo gekozen dat de aangeboden informatie direct kan worden
toegepast, zowel tijdens de bijeenkomst zelf als tijdens de les.
• Omgaan met weerstand. De studenten leren omgaan met agressie
en geweld in het onderwijs. Houding, uitstraling en duidelijkheid
zijn belangrijke elementen in deze
scholing. De scholing bestaat voor
een deel uit instructie en oefening
in het omgaan met verbale vaardigheden en voor een deel uit het
oefenen van vaardigheden om het
zelfvertrouwen te vergroten en het
gevoel van eigen veiligheid te vergroten.
• De ouderavond. Studenten worden getraind in het houden van
oudergesprekken. In groepjes
nemen studenten afwisselend de
rol van ouder en docent op zich en
buigen zich over diverse cases.
Een begeleider observeert de
gesprekken en geeft naderhand
feedback.
• Werken in een team. Tijdens
deze scholing gaan studenten
aan de slag met de gedragscode.
Regels om met elkaar om te
gaan, om dingen bespreekbaar
te maken, niet praten over
elkaar maar met elkaar zijn
voorbeelden van thema’s die
aan bod komen.
• De lastige leerling. Een vervolgcursus op De lastige klas. Nu worden individuele leerlingen nader
bekeken en buigen de studenten
zich over de toelaatbaarheid van
leerlinggedrag en de escalatieladder. De door de studenten zelf
gemaakte escalatieladder kan
direct in de lespraktijk ingezet
worden.
• Didactische werkvormen. Studenten worden getraind in het maken
van een lessenserie waarin diverse
didactische werkvormen aan bod
komen. De lessenserie moet worden uitgevoerd en wordt tijdens de
vervolgbijeenkomst plenair geëvalueerd.
• Differentiatie.Deze scholing is een
vervolg op ‘Didactische werkvormen’.Studenten maken zich het
ontwerpen van opdrachten eigen
en voeren deze vervolgens in de
eigen lespraktijk in. Evaluatie en
plenaire bespreking gebeurt tijdens
de vervolgbijeenkomst.
• Gesprekstechnieken. Studenten
maken kennis met het EVA-model
wat tijdens gesprekken met leerlingen en ouders gebruikt kan worden. EVA staat voor Exploreren,
Verdiepen en Actie. Dit model gaat
uit van ‘ervaringsleren’ waarin
inzicht en begrip van de eigen
situatie erg belangrijk zijn. De A
van Actie staat voor het handelen
naar aanleiding van de nieuw verkregen inzichten. Dit handelen,
vormt weer opnieuw de basis voor
Exploratie en verdieping.
Alle scholingsbijeenkomsten zijn
verplicht voor alle studenten. Elke
bijeenkomst wordt afgesloten middels het invullen van een evaluatieformulier door de studenten.
Het geleerde wordt direct door
de studenten in de lespraktijk uitgeprobeerd en wordt besproken
en geëvalueerd tijdens de vervolgscholing en intervisiebijeenkomsten (zie ook volgende paragraaf).
De vakcoaches zijn op de hoogte
Intervisie
Samen opleiden met wie?
Zoals in bovenstaande beschrijving
duidelijk is geworden werken we
met verschillende partners samen.
Voor de duidelijkheid worden ze
hier nog even op een rij gezet.
Er wordt samengewerkt met een
tweetal lerarenopleidingen: die
van het ICLON en van de Hogeschool Rotterdam.
Studenten van de Hogeschool Rotterdam (HR) hebben iedere twee
weken een verplichte bijeenkomst
op school met iemand van de HR,
de Begeleider in School (BiS).
Centrale thema’s zijn hierbij het
POP, het (digitale) portfolio, het
leerwerkplan, de voortgang van
het afstudeeronderzoek en de algehele studievoortgang. LIO-asssessments worden op TVO gehouden
onder begeleiding van een BOS en
een BIS.
Als erkende opleidingsschool verzorgt het TVO sinds schooljaar
2009 – 2010 een gedeelte van het
curriculum van de HR. Het gaat
daarbij om de beroepsvoorbereidende vakken die door docenten
van de HR op school worden verzorgd. Dat brengt een grotere verantwoordelijkheid in het opleidingstraject van de student met
zich mee: minimaal 40% van de
te behalen studiepunten vallen
onder de verantwoordelijkheid
van het TVO. Onderdelen van
het curriculum die gekoppeld zijn
aan beroepsvaardigheden kunnen
bij uitstek geleerd worden in de
opleidingsschool. Praktijkervaring
kan onmiddellijk en in context
gekoppeld worden aan theorie,
en andersom.
Als erkende opleidingsschool
verzorgt het TVO sinds
schooljaar 2009/2010 een
gedeelte van het curriculum
van de HR.
In het kader van de Academische
Opleidingsschool participeert het
TVO sinds 2006 samen met drie
andere scholen voor VO in het
project Professional Development
Schools Rijnmond (PDS). Studenten werken op het TVO aan hun
onderzoekscompetenties onder
begeleiding van expert-docenten.
Voorbeelden van onderzoeken die
intussen gedaan zijn: een onderzoek naar een effectief gebruik van
het Open Leercentrum, een onderzoek naar het rendement van onderbouw naar bovenbouw en een
onderzoek naar een effectieve invulling van keuzewerktijd.
Tot slot: toekomst en leerpunten
Het TVO ambieert een opleidingsschool voor zowel studenten als
zittend personeel. De Thorbecke
Academie, een intern professionaliseringstraject, is dit schooljaar
van start gegaan. Zittend docenten
worden gestimuleerd om deel te
nemen aan de interne scholing.
Momenteel worden 4 modules
aangeboden: pedagogiek, didactiek, ICT en mentoraat. Al deze
modules moeten op het moment
van schrijven nog een aanvang
nemen.
Terugkijkend op de afgelopen jaren is een aantal leerpunten vast
te stellen. We hebben geleerd dat
overleg in combinatie met leren
door doen de sleutel tot succes is.
Omdat er zo veel partijen betrokken zijn bij het opleiden in de
school (docenten, schoolleiding,
instituten, externen) en niet iedere
partij hetzelfde belang heeft bij het
opleiden in de school, is het van
belang alle activiteiten goed te
stroomlijnen en deze te evalueren.
Dit levert leermomenten op van
waaruit de opleidingsschool verder
kan groeien..
TIJDSCHRIFT VOOR LERARENOPLEIDERS - 30(4) 2009
Wekelijks is er op alle locaties een
verplichte intervisiebijeenkomst
voor alle studenten. Verplicht omdat er in een week veel gebeurt
en er veel te bespreken is. Vooral tijdens de eerste weken van een
schooljaar komen uiteenlopende
zaken aan de orde: lesroosters, keuzewerktijd, inzetbaarheid, lesvoorbereiding, opvanguren, het LIO-assessment, POP, leerwerkplan.
We zorgen dat de studenten tijdens
de intervisie reflecteren op bijvoorbeeld de tijdens de scholingsmiddagen behandelde onderwerpen
en vragen hen op welke wijze zij
elementen hiervan hebben gebruikt in hun lessen en voor hun
algehele professionele ontwikkeling. We vragen hen naar hun ervaringen en laten andere studenten
hierop reageren. Dit leerproces is
gezien lesobservaties en studentevaluaties zeer effectief: de eerder
aangeboden theorie kan direct
worden toegepast in de eigen
praktijk, wat primair de inzet is
van de algemene scholingsbijeenkomsten. Studenten wisselen ervaringen uit en geven elkaar adviezen. Vaak is dankzij lesobservaties
en video-analyse zichtbaar dat verschillende aspecten van de inhoud
van de scholingsbijeenkomsten
terug te zien zijn in de lessen die
de student geeft. Een goed voorbeeld hiervan is de scholingsbijeenkomst De lastige klas. Door met
elkaar hierover te discussiëren en
doordat de resultaten van het
groepswerk centraal worden
besproken, krijgen de studenten
meer inzicht als het gaat om hun
eigen klassen en hun eigen functioneren (directe reflectie op de praktijk). Regelmatig worden DVDfragmenten van klassensituaties
getoond, bijvoorbeeld van de DVD
‘Didiclass’ die is uitgegeven door
de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en het Ruud de Moorcentrum). Deze fragmenten worden
geanalyseerd en besproken. Ook
opnamen van lessen die door de
studenten zelf gemaakt zijn worden behandeld.
THEMANUMMER: ‘OPLEIDEN IN DE SCHOOL’
van de inhoud van de scholing.
Studenten kunnen de ervaringen
en leerpunten van de scholing gebruiken voor hun POP en LWP
door in het competentieschema
aan te geven op welk niveau zij in
een bepaalde deelcompetentie zitten.
De mate van zelfstandigheid van
het leren van de student hangt mede af van hoe de student leert van
zijn ervaringen. De begeleiders
houden het leren van de student in
de gaten en leveren maatwerk
door bijvoorbeeld naast de intervisie extra begeleidingsmomenten en
extra lesobservaties in te plannen.
Voor nieuwe docenten zijn vier bijeenkomsten verplicht. We vinden
dat iedere nieuwe docent minstens
kennis genomen moet hebben van
de organisatie- en begeleidingsstructuur, de organisatie van de afdeling topsport, de beoordelingsprocedure en de ouderavond.
Voor de uitvoering van de bijeenkomsten heeft het TVO op elke
locatie minstens één intervisie- en
een scholingsruimte, alle uitgerust
met een digitaal schoolbord.
13

Vergelijkbare documenten