Document 1 - Faculteit Ingenieurswetenschappen

Commentaren

Transcriptie

Document 1 - Faculteit Ingenieurswetenschappen
TIJDSCHRIFT VAN DE FACULTEIT INGENIEURSWETENSCHAPPEN EN VILv
Nr. 5 • april 2009
Afgiftekantoor 3000 Leuven 1 • P802104
21 maart infodag: een terugblik én vooruitblik
Facultaire Senaat van start
Ingenieurs in de ruimte
Jaarvergadering VILv
ingenieur-architecten in het verre buitenland
ALUMNI INGENIEURS
K.U.LEUVEN
De ingenieurs doen het!
Beste collega's
(in spe),
Beste (aspirant-)studenten,
faculteitsleden, alumni en
vrienden van de Faculteit,
De ingenieurs zijn in crisistijden
essentieel in het turbulente maatschappelijke en industriële weefsel.
Zij zorgen voor creatieve oplossingen
om ons doorheen deze periode
van onevenwicht te leiden.
Denken, durven, doen verwijzen
naar de kern van het ingenieur zijn,
namelijk een stevige wetenschappelijke
en technische basis gebruiken op
een ondernemende wijze om iets te
realiseren. We hebben in Vlaanderen dergelijke ingenieurs nodig en
via de pas opgerichte Facultaire Senaat zorgen we voor een directe
koppeling tussen het zeer brede afnemend veld en de opleidingsactoren. Christiane Malcorps, executive vice-president bij Solvay,
is de bezielende voorzitter van een zeer gevarieerde groep van
hoge vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de overheid,
de dienstensector, het onderwijs. In dit nummer vind je haar
visie op de uitdagingen van de toekomst.
Werkdomeinen voor de ingenieurs zijn er rijkelijk. Denken we
bijvoorbeeld aan het inpassen van hernieuwbare energie in
het bestaande energiedistributiesysteem. Professor Dirk Vandepitte
kijkt in ruimteperspectief naar de opvallende rol van Vlaanderen in
de lucht- en ruimtevaartsector en geeft het actieve antwoord hierop
vanuit onze Faculteit. Alumnus Geert Smet heeft trouwens ook iets
met bewegen in de lucht op een originele wijze.
En horen onze ingenieurs alleen thuis in Vlaanderen?
Emeritus professor Han Verschure verruimt de horizon
tot in de verre uithoeken in de ontwikkelingslanden.
Voor onze studenten bestaan er trouwens nauwelijks grenzen.
De laatstejaarsstudenten berichten over hun zelf georganiseerde,
indrukwekkende, confronterende en beklijvende reis naar Thailand,
Cambodja, Vietnam en Dubai.
De ingenieurswereld is meer dan ooit een dynamische compositie
van creativiteit en kunde, planvaardigheid en realisatie, inzet en
engagement voor onze samenleving. De ingenieurs doen het.
Ludo Froyen
decaan Faculteit Ingenieurswetenschappen
Ook vanuit de alumnivereniging VILv Alumni ingenieurs
K.U.Leuven zijn wij
blij dat jullie interesse
betonen in de opleidingen
aan de Faculteit
Ingenieurswetenschappen. Wij zijn nog
steeds overtuigd van
de studiekeuze die we
ooit gemaakt hebben:
als ingenieurs ervaren wij immers dagelijks dat we
mee helpen het uitzicht van de maatschappij vorm
te geven. Of ingenieurs die afgestudeerd zijn aan
de K.U.Leuven en haar associatiepartners nu bruggen
bouwen, werkzaam zijn in de biomedische wereld,
in de telecomwereld, in het bankwezen of in zovele
andere sectoren, overal maakt hun resultaatgerichte
aanpak om problemen creatief op te lossen het verschil.
Vanuit die toekomstgerichte visie willen wij als alumnivereniging ook kritisch staan tegenover onze eigen
bestaansreden: meer dan ooit ervaren wij immers de
noodzaak om mee te evolueren met de veranderde
realiteit in de maatschappij en aan de universiteit.
VILv - alumni ingenieurs K.U.Leuven heeft in het verleden
mee nagedacht over de bachelor-masterhervormingen
en deze ondersteund. Wij staan klaar om onze geassocieerde partner te verwelkomen en wachten niet tot
de volledige accreditatie achter de rug is, voor ons is
dit een unieke kans om dit partnership gestalte te geven.
Op deze wijze willen wij de komende jaren mee
de campusuniversiteit Vlaanderen ondersteunen.
Als ledenvereniging zien wij het immers als onze roeping
om alle afgestudeerde ingenieurs van de K.U.Leuven
een stem te geven in het maatschappelijk debat om op
die manier de belangen van de ingenieur te behartigen.
Wij roepen de koepelvereniging K VIV dan ook op om
mee hierover na te denken: te veel uitdagingen waar
wij tot op heden geen antwoord op geformuleerd zien,
komen op ons af.
Iris De Coster
voorzitster VILv
INHOUD
Nieuws uit de faculteit
Terugblik op de infodag
De facultaire senaat
De elektriciteitsmarkt in een stroomversnelling
(Dotoraat Dirk Van Hertem)
Vlaanderen in de ruimte
Van ornithopter tot ESA
3
4-5
6-7
8-9
10-11
12-13
VILv - Dag van de ingenieur
K VIV oproep algemene ledenvergadering
Oproep jaarvergadering - reünie 1950
Kom van onder die kerktoren uit
VTK studiekeuze
VTK laatstejaarsreis
14-15
16
16
17-19
20-21
22-23
Nieuws
Prijzen, onderscheidingen, …
• De Joseph Engelberger Award – categorie Education,
werd uitgereikt aan Hendrik Van Brussel, Departement
Werktuigkunde, ter gelegenheid van het 39e International
Symposium on Robotics van 15 tot 17 oktober 2008
in Seoel (Korea). De citatie luidt: For contributing to
the advancement of the Science of Robotics in
the Service of Mankind.
Hendrik Van Brussel mag zich voortaan ook lid noemen
van de prestigieuze National Academy of Engineering.
De Amerikaanse NAE bestaat uit meer dan 2000 leden, waaronder professoren,
vorsers en industriëlen. Wereldwijd worden er daar bovenop een honderdtal leden
verkozen, die uitmuntende verdiensten hebben op wetenschappelijk of industrieel
gebied. De Belgische delegatie binnen de NAE telt nu
drie leden. Eerder traden al professor Froment van
de Gentse Universiteit en professor Spaepen van
Harvard toe tot de NAE.
• Lies Geris, verbonden aan de Afdeling Biomechanica &
Grafisch Ontwerpen van het Departement Werktuigkunde,
ontving in november 2008, tijdens de vierde European
Congress on Medical and Biomedical Engineering in
Antwerpen, de IFMBE Young Investigator Award voor
haar onderzoek naar de wiskundige modellering van
breukheling.
• Michael Ryckewaert, Departement ASRO, sleepte
de prijs voor Wetenschap en Technologie 2008 van
de Academische Stichting Leuven in de wacht.
Uit zijn onderzoek naar naoorlogse verstedelijking
in België trekt hij lessen voor de toekomst.
• Gilbert Declerck, de CEO van het Heverleese nanotechnologiebedrijf IMEC, is de laureaat van een Amerikaanse
technologieprijs voor toponderzoekers. Het Institute of
Electrical and Electronics Engineers, kortweg IEEE, is het
grootste samenwerkingsverband voor de aanmoediging
van technologie ter wereld. Declerck, die in 1984 aan
de wieg stond van IMEC, dankt de bekroning, de Frederik Philips Award,
aan de uitmuntende technische en wetenschappelijke leiding van zijn bedrijf.
Volgens het IEEE is het Declercks verdienste dat IMEC aan de absolute top
staat wanneer het aankomt op het samenbrengen van topwetenschap met
het bedrijfsleven. De IMEC-topman kreeg zijn prijs op 16 december 2008 in
San Francisco.
IEEE - Fellow Class of 2009 (Benelux Section) zijn o.a.
- Cor Claeys, IMEC en Departement Elektrotechniek,
for contributions to semiconductor device physics, defect engineering,
and low frequency noise characterization;
- Sabine Van Huffel, Departement Elektrotechniek, for contributions
to total least squares fitting and computational biosignal processing.
• Jeroen Corthout, burgerlijk ingenieur
in de biomedische technologie (2008)
behaalde op 19 maart 2008 de tweede
prijs in de finale van de K VIV-ingenieursprijzen, met de presentatie van zijn
proefschrift onder de titel ‘Slaapt u
wel? Een eenvoudige diagnose van
slaapapneu’.
• Op 24 maart 2009 vond de inauguratie
plaats van de UNESCO-leerstoel over
preventieve conservatie, monitoring
en onderhoud van het gebouwde
erfgoed. De leerstoel wordt bekleed
door het RLICC (Raymond Lemaire
International Centre for Conservation),
Monumentenwacht Vlaanderen en de
Universiteit van Cuenca in Ecuador.
• Op 20 april 2009
houdt prof. Philippe
Toint de inaugurale
lezing van de lessenreeks die hij geeft
in het kader van
de binnenlandse
Francquileerstoel.
Hij is expert in
het domein van
de numerieke
methoden en software voor optimalisatieproblemen.
Meer informatie op http://eng.
kuleuven.be/nieuws/Toint_
Francquileerstoel.html
• Hoe start ik mijn eigen spin-off ?
Dat kom je te weten op de Bio
spin-offday van het onderzoekscentrum BioSCENTer, op 29 april
2009. Voor meer informatie en
inschrijving surf je naar www.kuleuven.
be/bioscenter/biospinoffday/
• Het Departement MTM verwelkomt
u op 6 mei 2009 op de studiedag
Res Metallica over ionische
vloeistoffen. Meer informatie op
http://sirius.mtm.kuleuven.be/
resmetallica/
3
Infodag ingenieurswetenschappen
voor toekomstige studenten
21 maart 2009 was een mooie dag. De zon scheen, de lente kon beginnen.
Zowat 1400 bezoekers wandelden op de campus Heverlee, in het park,
in het kasteel. Jongeren met hun ouders luisterden, keken, dachten na.
Zij staan voor een belangrijke keuze. Zullen zij volgend academiejaar
aan de studies ingenieurswetenschappen beginnen ?
Professoren Ludo Froyen en Jos Vander Sloten gaven een uiteenzetting
over het beroep en de studies voor burgerlijk ingenieur.
Professor Herman Neuckermans deed hetzelfde voor toekomstige
burgerlijk ingenieur-architecten. Studenten, docenten en monitoren
stonden klaar op de infomarkt om demonstraties en uitleg te geven.
Je kon de departementen Elektrotechniek en Werktuigkunde bezoeken,
en de ontwerpateliers van de opleiding architectuur. In het praatcafé
konden de jongeren afgestudeerden ontmoeten, terwijl hun ouders hun
vragen konden afvuren aan een panel professoren en studiebegeleiders.
Een sfeerbeeld.
4
Studente
n
projectw bouwen de P&
O-stand
erk met
o
o
en ‘stro
mingsve .a. een ornithop p:
ter
rsnellend
waarme
e vloeisto
e je bijvo
ffen’
orbeeld
gewrich
comfort
tsbesch
abele
ermers
kunt ma
voor spo
ken.
rters
at
t heel w
l herberg denten.
e
te
s
a
k
erg
rstu
et Arenb
ictectuu
‘ton’ in h ativiteit van arch
e
d
m
a
a
n
cre
De zoge
Bladeren. Cur
sussen, ontwer
tekeningen. Pr
pen,
oeven. De sfee
r, de docenten
de leerstof. Dr
,
omen. De lent
e, het begin
van een nieuw
e studie, een ni
euw leven.
5
de infomarkt: hoe een
Eén van de vele demonstraties op
ergie. Met behulp van
e-en
ventilator draait dankzij zonn
rolysecel omgezet
elekt
een
in
r
wate
kan
zonne-energie
waterstofgas kan
Het
.
worden in zuurstof en waterstof
en in een branden
word
d
rteer
nspo
opgeslagen en getra
gie (en water).
ener
in
stofcel weer omgezet worden
tworpen
treren hun zelf on
Studenten demons
hopter.
nit
or
en zelf gebouwde
De Facultaire Senaat
Samenstelling
6
• Stéphane Beel, directeur Stéphane Beel
Architecten
• Iris De Coster, voorzitter VILv
• Werner Dekkers, Chief Development Officer,
Besix Group
• Danny Goderis, CTO, Alcatel-Lucent
• Lisbeth Jacobs, Corporate Technology
Manager Material Transformation
Technologies, Bekaert
• Hubert Lemmens,
Chief Transmission Officer, Elia Asset
• Rob Lenaers, voorzitter WTC van
het Bouwbedrijf, en voorzitter RvB Lessius
• Egbert Lox, Vice President Group R&D,
Umicore Research
• Christiane Malcorps,
Executive Vice President, Solvay
• Robert Mertens, Senior Vice President
Scientific Leadership Team, IMEC vzw
• Achiel Ossaer, Industriële adviesraad CIT
• Patrick Pype, erevoorzitter VILv
• Dirk Roesems, Director Automotive
Engineering Strategy, LMS
• Eric Schutz, Vice President,
External Technology Coordination,
STMicroelectronics Belgium
• Marcel Smets, Vlaams Bouwmeester
• Marnix Tack, Senior Director Corporate R&D,
AMI Semiconductor Belgium
• Carl Tilkin-Franssens, CIO, KBC Groep
• Johan Van Roey, Hoofd systemen en
modellen, ArcelorMittal Gent
• Filip Vandenberghe,
President Airtec Divisie, Atlas Copco
dr. ir.
Christiane
Malcorps,
Executive
Vice-President
Solvay,
voorzitter van
de Facultaire
Senaat.
burg. sch. ir. K.U.Leuven 1978 (GO)
M. Sc. biomed. engg. Wisconsin 1980
Ph. D. Wisconsin 1983
Country Manager Belgium Solvay
Collaboration Manager Solvay
(internationaal coördinator Onderzoek)
Op 30 oktober 2008 werd de Facultaire Senaat plechtig geïnstalleerd.
In dit nieuwe adviesorgaan zullen alumni en leidinggevende vertegenwoordigers uit industrie, overheid en dienstensector zich samen met
leden van het Faculteitsbestuur bezinnen over onze ingenieursopleiding.
De Senaat duidde dr. ir. Christiane Malcorps als voorzitter aan.
Een gesprek met een ‘no-nonsense lady’.
Wat bracht u tot de ingenieursstudies?
De studies Latijn-wiskunde hadden mijn interesse in wetenschap en technologie
gewekt. Ik koos voor burgerlijk ingenieur omdat dit de breedste waaier van
mogelijkheden bood. Mijn vader was industrieel ingenieur; techniek was mij
dus niet helemaal vreemd.
Hoe verliep uw carrière na Leuven?
Ik studeerde af als scheikundig ingenieur in 1978. Dankzij mijn studieresultaten
kwam ik in aanmerking voor studiebeurzen van de Belgian-American
Educational Foundation en Rotary International. Transportverschijnselen in
levende organismen boeiden mij en ik kreeg de mogelijkheid om te studeren
aan de Universiteit van Wisconsin bij Prof. Lightfoot, een wereldautoriteit op
dat gebied. Onder zijn leiding behaalde ik eerst een M.Sc. in Biomedical
Engineering, en daarna een Ph.D. Ik werkte daar in het Departement
Diergeneeskunde.
Bent u daarna naar België teruggekeerd?
Inderdaad. Ik begon een academische carrière als postdoc aan de Universiteit
Antwerpen in samenwerking met Janssen Pharmaceutica. Wij ontwikkelden
wiskundige modellen voor de bloedcirculatie in de longen en bestudeerden
reacties van het lichaam tijdens openhartoperaties.
Hoe bent u uiteindelijk in de industrie terechtgekomen?
Na een spreekbeurt voor Rotary International werd mij een job aangeboden
bij Solvay. Ik ben daarop ingegaan. Dat was in 1986. De eerste tien jaar bleef
ik werkzaam in research en technologie in de pharmasector van Solvay, maar
vanaf het begin had ik ook managementtaken: eerst was ik verantwoordelijk
voor de modernisering van de laboratoria, later werd ik wereldwijd researchcoördinator voor de Solvay bioproducten. Uiteindelijk stond ik aan het hoofd
van een grote pilootfabriek voor enzymen. Dat bracht mij al aardig in de buurt
van de productie. In 1996 ben ik dan volledig naar de productie overgestapt,
in de polymerenfabriek in Antwerpen. Zo belandde ik in de tweede activiteitensector van Solvay: plastics. Ook in de fabriek had ik de verantwoordelijkheid
voor productontwikkeling (voor marktexploratie). Uiteindelijk werd ik directeur
van twee fabrieken in de chemie, de derde sector waarin Solvay werkzaam is.
Sinds begin februari ben ik Executive Vice President, nationaal directeur
voor België en internationaal coördinator van research binnen de Solvaygroep.
Als “collaboration manager” is het ook mijn taak om samenwerkingsstructuren
op te zetten, zowel binnen het bedrijf als naar buiten toe.
Vanwaar komt uw interesse in de Facultaire Senaat?
Ik werd aangesproken als lid van de stuurgroep Sociale Zaken in Essenscia
VL (vroeger Fedichem). Het behoort tot mijn verantwoordelijkheden bij Solvay
om een betere samenwerking te bewerkstelligen tussen industrie en universiteit.
Ook wil ik mij graag inzetten om jongeren aan te zetten om in technische
richtingen verder te studeren. Tevens ben ik bezorgd dat jonge mensen niet
steeds het juiste “ingenieurs”profiel vinden: burgerlijk? industrieel? bio? handel?
Tenslotte nog dit: toen ik voor ingenieur studeerde, zaten wij met 3 meisjes
in een groep van 200 studenten. Ik weet dat de cijfers nu wat beter liggen,
maar toch denk ik dat hier nog heel wat te doen valt!
Wat is uw agenda voor de Facultaire Senaat?
Ik wil hier graag mijn persoonlijke prioriteiten vermelden, maar het spreekt
vanzelf dat de concrete agenda zal volgen uit een consensus van de ganse
Senaat. Wij willen een aantal werkgroepen opstarten die zowel kortetermijnals langeretermijnproblemen zullen bestuderen.
Op korte termijn denk ik aan de profilering van de ingenieur:
brede vorming of doorgedreven specialisatie? Beide lijken mij
nodig: er is duidelijk een nood aan breed opgeleide ingenieurs;
anderzijds moet de universiteit ook specialisten opleiden in de
wetenschapsdomeinen waarin zij excelleert. Maar wat denkt
de industrie daarvan? En hoe kan de universiteit dat realiseren?
Ook het belang van stages in de industrie wil ik onderstrepen:
op die manier kunnen we jonge mensen vormen in dimensies
die aan de universiteit minder aan bod komen, en zo zichzelf
laten vinden.
Op middellange termijn zou ik de doctoraten willen bespreken.
Wat is nu precies hun toegevoegde waarde?
Op lange termijn zou ik de Senaat graag input zien geven aan
de Faculteit over de evolutie van het ingenieursprofiel gedurende
de volgende tien tot vijftien jaar: welke rol zullen ingenieurs dan
spelen in de maatschappij? Hoe zullen zij bijdragen tot de kwaliteit
van het leven? Tot de productie van voedsel? Kunnen wij als
het ware biefstuk doen groeien op kunstmatige weefsels?
Moeten ingenieurs in de toekomst ook invloed uitoefenen op
de fysiologie van de mens? Ik denk hierbij aan termen zoals
“human systems engineering”. Misschien kunnen dergelijke
ingenieursactiviteiten veel meer jongeren aantrekken?
Is onze industrie nog wel geïnteresseerd in die lange termijn?
Ik kan u verzekeren dat heel wat bedrijven erg toekomstgericht
werken. In mijn bedrijf behoor ik tot de werkgroep “Solvay
2050”, waar een honderdtal personen deel van uitmaken.
7
Een greep uit de aandachtspunten die
tijdens de eerste vergadering van
de Facultaire Senaat werden besproken:
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
"De toekomst is mooi, maar anders". Dat was de titel van
een boekje door de Vlaamse overheid in 2006 gepubliceerd,
in het kader van de actie ‘Jij bent Flanders’ future’. Het vormde
de neerslag van gesprekken tussen ondernemers, onderwijswereld en ouders. De Facultaire Senaat zet de samenwerking
tussen ondernemingen en onderwijs verder: met inzicht, visie
en durf kunnen we de toekomst inderdaad mooier maken!
Yves Willems
•
•
programmatie en valorisatie van probleemoplossende
opdrachten en praktijkgericht onderzoek
toegepast onderzoek (voorbereiding op industriële carrière)
naast fundamenteel onderzoek (voorbereiding op
academische carrière)
niet-technologische kennis en vaardigheden (talen,
economie, bedrijfsbeheer, sociale en communicatieve
vaardigheden)
internationale ervaring, bij voorkeur buiten Europa
(maar: onderwijs moet democratisch blijven)
levenslang leren
toevertrouwen van het topmanagement aan
burgerlijk ingenieurs
goede studiekeuzebegeleiding
goed uitgetekende profielen burgerlijk ingenieur,
industrieel ingenieur, handelsingenieur
sensibiliseren van kinderen voor technologie; rekruteringsacties gericht tot jongeren met focus op meisjes
positieve mediabelangstelling voor het beroep van
ingenieur (de ingenieur is niet de vervuiler!)
goede samenwerking tussen industrie, federaties
(Agoria, Essenscia, …) en universiteit
structurele samenwerking tussen de departementen
‘Onderwijs’ en ‘Economie, Wetenschap en Innovatie’
De elektriciteitsmarkt in een
Het gebruik van vermogencontrolerende toestellen in de
In het recente verleden maakte de energiesector verschillende
evoluties mee: liberalisering van de elektriciteitssector,
verhoogde penetratie van veelal variabele, hernieuwbare
energiebronnen en nieuwe ontwikkelingen op het gebied
van elektriciteitsopwekking.
Door de liberalisering werden de vroegere verticaal geïntegreerde energiebedrijven opgesplitst. Generatie, transport,
distributie en verkoop van elektrische energie werden onafhankelijk. Een direct gevolg hiervan is dat de beheerders van
het transmissienet niet langer controle kunnen uitoefenen over
het volledige systeem. Terwijl vroeger in geval van een overbelasting in het transmissienet de operator vrij kon reorganiseren,
enkel rekening houdend met interne kosten voor het bedrijf,
is dat nu niet langer het geval. Een tweede belangrijk aspect
is de vrijmaking van de handel in elektriciteit. De handel tussen
marktpartijen kan op korte termijn veranderen, met veranderlijke
vermogenstromen op het transmissienet als gevolg.
8
Voorts is er een sterke toename van elektriciteitsproductie
uit hernieuwbare bronnen, vooral wind. Deze hernieuwbare
bronnen leveren typisch een variabele en in grote mate
onvoorspelbare hoeveelheid energie. Bovendien gebeurt die
productie vaak ver van de gebruikers. Dit zorgt voor extra
onzekerheid betreffende de vermogenstromen in het internationale transmissienet. Binnen deze context van verhoogde
productieonzekerheid en onzekerheid van de vermogenstromen
in het internationale transmissienet, ontstaan zogenaamde “loop
flows”. Loop flows kunnen op twee manieren worden gedefinieerd:
stromen die eenzelfde systeem binnenkomen en weer buitengaan of het verschil tussen gecontracteerde en werkelijke
vermogenstromen.
De nieuwe marktwerking, de productieonzekerheid en de
aanhoudende groei van de consumptie resulteren in een
transmissiesysteem dat steeds dichter bij zijn grenzen
wordt uitgebaat. Een voor de hand liggende oplossing is
investeren in nieuwe transmissielijnen, vooral op interconnecties.
Deze investeringen zijn echter uitgebleven sinds de liberalisering
en vele investeringsprojecten zijn uitgesteld of zelfs stopgezet.
De redenen hiervoor kunnen sociaal, politiek, wettelijk, economisch
of het milieu zijn. Het probleem is vooral groot op interconnecties
aangezien er daar grensoverschrijdende problemen ontstaan.
Daarbij spelen niet alleen nationale belangen op politiek vlak,
maar er is ook geen stimulans voor regulatoren om dergelijke
investeringen te steunen.
Indien in een systeem met twee zones, A en B (zie figuur),
er een overbelasting optreedt in zone A, dan lijkt een nieuwe
transmissielijn in zone A de meest voor de hand liggende
oplossing (bovenaan rechts). Een betere investering voor zone
A is extra capaciteit in zone B (onderaan links), aangezien hierdoor de loop flow beperkt wordt. Een nieuwe transmissielijn in
zone B is echter onwaarschijnlijk omdat die geen direct nut
heeft voor zone B. Wanneer een vermogencontrolerend toestel
(PFC), zoals een fasedraaiende transformator, gebruikt wordt
(rechts onderaan), kan de loop flow geblokkeerd worden en
hoeven geen nieuwe transmissielijnen gebouwd te worden.
Coördinatie van PFC’s in een net
met verschillende zones
Wanneer verscheidene PFC’s geïnstalleerd worden in verschillende controlezones van het transmissienet, dan zullen deze
met elkaar interageren. Het afstellen ervan volgens een lokaal
optimum kan leiden tot suboptimaal gebruik van het totale net.
Vermogencontrolerende toestellen
Vermogencontrolerende toestellen, waarvan fasedraaiende
transformatoren en gelijkstroomverbinding de meest gekende
zijn, kunnen in de huidige situatie een oplossing bieden.
Dankzij deze toestellen kun je het doorstromend vermogen
volledig controleren. Door de stroom door een lijn te beperken
of te verhogen kan men extra capaciteit vrijmaken op overbelaste,
parallelle lijnen en onbenutte capaciteit beter benutten.
(A) toont een mogelijk startscenario: een netwerk met 4 zones,
waarbij er nettogeneratie is in zone C en nettoverbruik in zone
A. Het vermogen wordt via zone B en D getransporteerd met
gelijke bijdragen. (B) toont de situatie nadat een PFC geplaatst
is in het net van zone B. 30% van het vermogen is verschoven
van het pad door B naar zone D. Dit is voordelig voor B, aangezien er minder verliezen zullen optreden. In zone D verhoogt
het doorstromend vermogen zonder dat de operator dit rechtstreeks kan beïnvloeden. (C) toont de situatie waarbij zone B
stroomversnelling
vrijgemaakte elektriciteitsmarkt
haar PFC zo instelt dat er een vermogenstroom ontstaat van
A naar C. De stroom door zone D stijgt hierdoor tot 110%, met
een resulterende kringstroom van 10%. Hoewel een dergelijke
situatie mogelijk is, is ze duidelijk niet wenselijk. Een operator
van zone B die zijn net gebruikt volgens een lokaal optimum
zou zo de verliezen in zone B kunnen minimaliseren terwijl de
verliezen voor het gehele net beduidend hoger zullen liggen.
Een andere mogelijkheid is dat instellingen geoptimaliseerd
voor een verwachte vermogenstroom, suboptimaal kunnen
zijn wanneer die verschilt van de werkelijke vermogenstroom.
In (D) wordt het geval getoond waar de netwerkbeheerder van
zone D zelf ook een PFC plaatst, met als gevolg dat er twee
dure toestellen in het net zijn geplaatst, zonder daadwerkelijk
voordeel. De twee PFC’s werken als het ware elkaar tegen.
Multizone en multi-objectief
gebruik van PFC in de Benelux
Verscheidene vermogencontrolerende toestellen zijn geïnstalleerd
in de Benelux. Het is niet mogelijk het net onafhankelijk te
optimaliseren voor België en Nederland zonder nadelige effecten
op de naburige zone. De optimalisatie van het Benelux-systeem
naar een gemeenschappelijk objectief zal resulteren in een
suboptimale oplossing voor beide regelzones, maar het zou
een aanvaardbaar compromis zijn voor beide partijen en een
verhoogde sociale welvaart bieden in het gehele systeem.
Mogelijke vormen van coördinatie
In de vrijgemaakte markt zijn verschillende mogelijke vormen
van coördinatie mogelijk: (1) lokaal, waarbij een enkel probleem
wordt opgelost, (2) individuele controle waarbij de TSO enkel
naar zijn eigen nut kijkt, al dan niet rekening houdend met
de naburige TSO’s, (3) samenwerking gestuurd door de markt:
de controlemogelijkheden worden aangeboden aan de markt,
en de netbeheerders wijken van hun lokaal optimum tegen
compensatie van de marktpartijen, (4) samenwerking tussen
TSO’s: een globaal optimum wordt nagestreefd. Coördinatie
kan gebeuren op regionaal niveau of op het niveau van het
Europese systeem.
9
Het huidige regelgevende kader biedt netwerkbeheerders
onvoldoende stimulans tot internationale coördinatie van power
flow controllers. Op dit ogenblik gebeurt de controle op lokaal
gebied. Eén enkele internationale coördinatie zou, denkend
aan de ééngemaakte markt, een ideale situatie zijn, maar dit
zou een nieuw onafhankelijk orgaan vereisen of één enkele
Europeese netbeheerder. Beide zijn niet erg realistisch.
Op dit ogenblik is het essentieel dat de langetermijncommunicatie
en -coördinatie tussen netbeheerders verhoogt, waarbij
de capaciteit tussen zones op langere termijn vastgelegd
kan worden, rekening houdend met de effecten van power
flow controllers. Hierdoor kan de internationale marktwerking
de beschikbare capaciteit maximaal benutten. Ook op korte
termijn dient de communicatie en coördinatie te verbeteren.
Dit kan vrij snel gereguleerd worden binnen het kader van
de “Union for the Co-ordination of Transmission of Electricity
(UCTE).
Een eerstvolgende stap naar een echte realistische samenwerking binnen het huidige kader, is een gezamenlijke controle
binnen het Central West Europe samenwerkingsverband dat
door de EU is opgestart. Het gebruik van vermogencontrolerende
toestellen in de marktalgoritmes is een interessante mogelijkheid
die echter verder onderzoek vereist om eerlijkheid te garanderen.
Dirk Van Hertem behaalde na zijn studies aan de Katholieke Hogeschool
Kempen een diploma burgerlijk werktuigkundig-elektrotechnisch ingenieur
aan de K.U.Leuven. Hij verdedigde op 6 januari 2009 zijn doctoraat met
als promotoren professor Ronnie Belmans en professor emeritus Daniël
Van Dommelen van het Departement Elektrotechniek.
Meer informatie over doctoraten ingenieurswetenschappen:
www.kuleuven.be/doctoraatsverdediging/ en klikken op
Faculteit Ingenieurswetenschappen
Dirk Van Hertem & Kurt Driessens
Vlaanderen in de ruimte
10
Frank De Winne wordt als eerste niet-Amerikaan en
niet-Rus gezagvoerder van het ruimtestation (OasISS).
Hoe staat het in Vlaanderen met de ruimtevaart- en
luchtvaartindustrie ? Dat kan prof. Dirk Vandepitte vertellen.
Hij coördineert bij de master werktuigkunde de specialisatierichting luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie
In de ruimtevaart is België in Europa overigens een grootmacht.
Ons land komt op de tweede plaats qua overheidsbudget
dat vrijgemaakt wordt voor ruimtevaart, met een budget
van 192 miljoen euro voor 2009. Frankrijk staat op de eerste
plaats. De ranking wordt gemaakt op basis van de ratio
budget ten opzichte van het BBP (bruto binnenlands product).
GeniaaL: Het zal voor een aantal mensen zeker een verrassing
zijn te vernemen dat Vlaanderen qua luchtvaart- en ruimtevaartindustrie wel degelijk op de kaart staat.
Ook luchtvaartindustrie is er in Vlaanderen. FLAG (Flemish
Aerospace Group, www.flag.be) verdedigt de economische
belangen van deze bedrijven. FLAG heeft zowel grote bedrijven
(ASCO, LMS, Barco, …) als kleinere bedrijven als leden.
Een paar van die bedrijven (LMS, Metris) zijn trouwens
spin-offs van de K.U.Leuven, zelfs van deze Faculteit.
De klanten van deze bedrijven zijn grote bedrijven als Boeing
en Airbus, waar componenten aangeleverd worden, onder
andere onderdelen voor landingsgestellen en voor flap tracks
(beweegbare vleugelonderdelen). Er worden ook heel wat
processen aangeboden, zoals het behandelen van componenten
die gebruikt worden in grotere assemblages.
Dirk Vandepitte: De ruimtevaartindustrie in Vlaanderen is bij
het brede publiek inderdaad niet zo bekend, met uitzondering
wellicht van Verhaert Space. Een recente studie van het ESA
(European Space Agency, www.esa.int) heeft aangetoond
dat de industriële activiteiten die direct met ruimtevaart worden
geassocieerd, zoals het ontwerpen van satellieten en het bouwen
van lanceervoertuigen, slechts 5% vertegenwoordigen van
de hele ruimtevaartsector. Er is echter veel meer, denk maar
aan allerlei diensten zoals aardobservatie voor weersvoorspellingen,
verkeersgeleiding op land, op zee en in de lucht, opvolging
van calamiteiten zoals bosbranden en overstromingen, vegetatieen landbouwstudies, … Ook telecom en gps horen daarbij.
Een ander voorbeeldje dat tegenwoordig nogal in de belangstelling staat is tracking & tracing van goederen gedurende
hun logistieke traject.
VRI (Vlaamse RuimtevaartIndustrie, www.vrind.be) groepeert
de bedrijven die actief zijn in deze sector. De leden werken
nauw samen en er wordt heel veel aandacht besteed aan
onderzoek en ontwikkeling. Een aantal namen hier zijn Verhaert,
LMS International, IMEC, VITO, NEWTEC, …
Ook K.U.Leuven is lid. VRI organiseert voor alle geïnteresseerden
van 8 tot 10 mei 2009 ruimtevaartdagen in de Brabanthal
in Leuven (www.ruimtevaartdagen.be), met de steun van
de Vlaamse en Federale Overheid.
GeniaaL: Er zijn ingenieursopleidingen in de luchtvaart- en
ruimtevaarttechnologie. Welke vakken worden er aangeboden?
Dirk Vandepitte: Aan Vlaamse universiteiten is er qua luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie eigenlijk alleen maar de
specialisatie binnen de master werktuigkunde, die interuniversitair
georganiseerd wordt samen met de VUB. In Gent kun je bv.
niet terecht voor deze optie. In Oostende (KHBO, lid van
Associatie K.U.Leuven) wordt een afstudeerrichting luchtvaart
aangeboden binnen de opleiding industrieel ingenieur elektromechanica. Voor de practica werkt de K.U.Leuven trouwens
samen met KHBO, waar onder andere een aantal vliegtuigen
ter beschikking van de studenten staat.
Typische vakken zijn vakken in verband met motoren, vluchtmechanica, aerodynamica, vliegtuigconstructies en -materialen,
instrumentatie, telecom, productietechnieken, ruimtevaarttechnologie, …
GeniaaL: De Technische Universiteit van Delft lijkt hét referentiepunt voor een dergelijke opleiding, of is dat niet zo?
Dirk Vandepitte: Delft trekt inderdaad elk jaar een flink aantal
studenten aan die zich willen specialiseren in luchtvaart- en
ruimtevaarttechnologie en daar zitten elk jaar ook een 50-tal
Vlaamse studenten bij. De Nederlandse ingenieursopleidingen
zijn in het algemeen anders georganiseerd dan bij ons, niet
enkel in de lucht- en ruimtevaart. Daar begin je vanaf het eerste
jaar al met domeinspecifieke vakken en de theoretische bagage
die je nodig hebt wordt er stap voor stap bijgehaald. In België
opteren we voor een systeem waarbij er in de bachelorjaren
een stevige en brede theoretische basis wordt gelegd en er
pas vanaf de masterjaren voluit gekozen kan worden voor
een bepaalde richting. Het Nederlandse systeem wordt door
veel studenten aantrekkelijk gevonden omdat onmiddellijk met
toepassingen wordt begonnen. Het nadeel van zo’n systeem
is wel een nauwe specialisatie. Onze ingenieurs zijn veel breder
11
gevormd en zijn dus ook veel minder beperkt in hun keuze
om in andere sectoren te gaan werken. Die brede theoretische
basis is ook lonend voor onze spin-offbedrijven. LMS en
Metris zijn van start gegaan als technologieproviders voor
alle industriële sectoren, en pas na verloop van tijd en een
sterke groei hebben zij zich gevestigd in de luchtvaart. Als zij
zich van bij het begin hadden geprofileerd als luchtvaartbedrijven,
dan waren ze nooit zo groot geworden.
GeniaaL: De K.U.Leuven is dus echt actief op het gebied
van lucht- en ruimtevaart.
Dirk Vandepitte: Zeer zeker. Er is ook nog een nieuw initiatief.
In oktober 2009 start er een master-na-masterprogramma,
Master in Space Studies, georganiseerd door K.U.Leuven en
UGent. Deze master is interdisciplinair en toegankelijk voor
iedereen met een masterdiploma die geïnteresseerd is in een
carrière in de ruimtevaart. Het interdisciplinaire karakter houdt
in dat verschillende faculteiten aan het programma meewerken.
Er wordt aandacht besteed aan alle aspecten die met ruimteonderzoek en ruimtevaart te maken hebben. Een eerste
module bevat ruimterecht en ruimtevaartprogramma’s,
management en –beleid. Dan is er een zuiver wetenschappelijke
module waarin astronomie, biotechnologie, de zogenaamde
life sciences, ... aan bod komen. En de derde module is van
en voor ingenieurs, met alle mogelijke technologieën die
voor de ruimtevaart relevant zijn. Momenteel wordt de laatste
hand gelegd aan het programma, de eerste aankondigingen
hebben in de media trouwens heel veel weerklank gekregen.
De K.U.Leuven heeft als een van de enige universiteiten in
Europa alle basisexpertise in huis in elk van die domeinen.
Er wordt ook gewerkt aan de start van het LASA (Leuven
research centre for Aero- & Space science, technology
and Applications). Dit is een onderzoekscentrum dat binnen
de Groep Wetenschap & Technologie de onderzoekers in
dit domein wil groeperen. Van de kant “wetenschappen”
zit daar natuurkunde en sterrenkunde in, voor de “technologie”kant betreft het de departementen Werktuigkunde, Metaalkunde
en Toegepaste Materiaalkunde en Elektrotechniek.
Zonder te zweven kunnen we gerust stellen dat er
toekomst zit in de luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie
in Vlaanderen.
Liliane Pintelon
Van ornithopter tot ESA:
© Guy Goossens
De uitreiking van de Odisseaprijs. Professor Marc Smet (de pappie), senator Hugo Vandenberghe, burggraaf/astronaut Dirk Frimout en ikzelf.
12
En Jef ging niet naar huis
December 2004, 1.53 u. We zingen voor de 10e keer
“De Boemlala”, een destijds populair cantuslied. We vervangen
Jef in “En Jef ging niet naar huis” door onze eigen namen,
met echo’s in een lege werkplaats tot gevolg. De vermoeidheid
heeft duidelijk zijn werk gedaan, maar onze ornithopter begint
vorm te krijgen, de foute vorm. Het aanbrengen van de krimpfolie
rond de vleugels met het hittepistool, een veredelde haardroger,
heeft een vleugel volledig vervormd en de frustraties lopen
hoog op. Hoe was ik hier ook weer terechtgekomen?
Op de infodag in 2003 loop ik tussen een horde laatstejaars
uit het middelbaar, allen met dezelfde vraag: “Wat doet
een ingenieur eigenlijk?”. “Een ingenieur bouwt bruggen”,
luidt het cliché. Ik maak de bedenking dat jaarlijks meer dan
500 eerstejaarsstudenten veel is, enkel voor bruggen. Onder
de indruk van de vele machines tijdens de rondleiding op
het Departement Werktuigkunde beslis ik om deel te nemen
aan het toelatingsexamen, zonder een duidelijk antwoord
op de vraag wat een ingenieur doet. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat ik niet de enige 17-jarige ben die zijn keuze
niet volledig doordacht maakt, heb ik vijf jaar later geen spijt.
Het ontwerp van onze ornithopter is ambitieus en ons team
maakt op een harde manier kennis met het ingenieursprincipe
“Keep it simple and stupid”. Het project was leerrijk en boeiend,
maar op de vraag of onze ornithopter vliegt, antwoord ik steevast met: “Ja, maar mijn schoen vliegt ook als ik ermee gooi”.
Goede ervaringen met het ontwerpen van de ornithopter en
het hook-on-hook latchingmechanisme in samenwerking met
Verhaert Space maken mijn keuze voor de specialisatie luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie logisch. Ik kies vooral voor
het ruimtevaartonderdeel dat spijtig genoeg beperkt is
tot slechts één vak. Op eigen initiatief schrijf ik mijn thesis
in samenwerking met Verhaert Space. Een interessante
thesis heeft als voordeel dat de motivatie erg groot is.
Het nadeel zijn de talloze nachten met weinig slaap naarmate
de deadline dichterbij komt. Gelukkig is de ontwerpstudio
op Werktuigkunde ‘s nachts zelden leeg. Ik ben trots op
het resultaat en strand zelfs op een ereplaats voor de
Odisseaprijs, een prijs voor het beste ruimtevaartgerelateerde
eindwerk in België.
Ik verlaat de K.U.Leuven met een dubbel gevoel. Na een
loodzwaar laatste semester kijk ik uit naar weekends en
(enigszins naïef) naar werkdagen die beperkt zijn tot acht uur.
Anderzijds ben ik trots op mezelf dat ik binnen de vijf jaar
een diploma behaald heb, ondanks mijn beperkte capaciteiten
en vele moeilijke momenten, en trots dat er veel mensen zijn
die ik vrienden mag noemen en die ik ga missen. Studiemoe
ben ik toe aan een nieuwe uitdaging.
Verder van huis
November 2008, 1.22 u. De lege gebouwen van ESTEC
herinneren mij aan stille nachten op Werktuigkunde.
Een goede ingenieur haalt zijn deadline altijd, altijd zo nipt
mogelijk. Morgen is het de Internal Final Presentation van
de Concurrent Design Facility (CDF) studie over het International
X-ray Observatory (IXO), waarvoor ik de “mechanism specialist”
ben. Naast het voltallige team van een dertigtal specialisten
voor elke discipline die nodig is voor de missie zal mijn
presentatie bijgewoond worden door een tienkoppig team
van NASA en een specialist van JAXA in videoconferentie.
een getuigenis
Het stelt me gerust te bedenken dat de obligate burgie-dt-fout
in het Engels al uitgesloten is. Hoe was ik hier ook weer
terechtgekomen?
© ESA/ESTEC
We schrijven februari 2008. Om 5.30 u. word ik op laatstejaarsreis in Mexico gewekt door een rinkelende telefoon. Uit wantrouwen in het gammele stapelbed probeer ik geen gat in de
lucht te springen wanneer mij gevraagd wordt of ik volgende
week beschikbaar ben voor een interview voor een Young
Graduate Trainee (YGT) positie op ESTEC, het technologisch
hart van ESA in Nederland. Een jetlag en mijn ervaring bij
Verhaert Space blijken een goede voorbereiding te zijn;
onbedoeld kom ik uit mijn interview met een grote grijns en
wens ik de concurrent na mij enigszins intimiderend succes.
Op 1 augustus 2008 kom ik vol verwachting aan op ESTEC
voor mijn eerste werkdag. Van de vijftien collega’s in de
Mechanisms Section is er slechts eentje niet met vakantie.
Ze kan mij niet vertellen wat ik moet doen. De vakantiesfeer
blijft heel augustus door ESTEC spoken en de werkdruk ligt
ontgoochelend laag. Gedurende mijn eerste maand houd ik
me bezig met het uitpluizen van contracten, niet bepaald
de boeiende technische job waar ik op hoopte.
In tegenstelling tot het werk valt het sociale leven in de eerste
maand heel goed mee. In de laatste maanden is er nog een
Sfeerbeeld uit de Concurrent Design Facility.
70-tal andere jongelingen aangekomen op ESTEC. Deze vrolijke
bende uit heel Europa is aangewezen op elkaar. Zo beslis ik
na twee dagen om samen te wonen met een Argentijnse
Duitser die zichzelf als Canadees beschouwt. Een internationale
omgeving is verrassend gemakkelijk. 90% van de clichés
over verschillende nationaliteiten blijken een solide grond van
waarheid te bevatten. Stipte Duitsers moeten altijd wachten
op Spanjaarden die te laat komen en als Belg maak ik het
mijn persoonlijke queeste om zoveel mogelijk mensen ervan
te overtuigen dat Heineken geel water is.
Een studie in de CDF heeft als doel om in zes weken tijd de
eerste fase van een volledige missie te ontwerpen. IXO is
mijn tweede studie in de CDF en uitermate uitdagend op
mechanisch vlak. De 20 meter lange telescoop moet tijdens
de lancering in een neuskegel van slechts tien meter lang
passen. Dit maakt mechanismes voor deze missie zeer
belangrijk, waardoor ik veel betrokken word bij leerzame
discussies over het volledige systeem. In de CDF teren veel
ervaren collega’s op vroeger werk en termen als “heritage”
en “technology readiness level” zijn alomtegenwoordig.
Bij gebrek aan ervaring doe ik bij vragen over zaken waarin
ik onervaren ben zoals testen, een beroep op mijn gezond
verstand. Dit laatste lijkt mij een goed begin van een
antwoord op “Wat doet een ingenieur eigenlijk?”.
Zelfs een onervaren ingenieur, ooit geplaagd door zware
herexamens, kan antwoorden op vragen van specialisten
bij NASA mits wat gezond verstand. De vraag wat ik na
mijn jaar bij ESA ga doen ligt moeilijker. Blijf ik langer, ga
ik naar de International Space University of ga ik werken
bij Verhaert Space waar ik mijn korte carrière in ruimtevaart
lanceerde? Zorgen voor later, want voorlopig ga ik nog niet
naar huis.
Geert Smet
Met de kantoorgenoten op ESA onder de ESA-vlag.
13
VILv - Dag van de Ingenieur:
Het is een niet te missen traditie geworden dat de afgestudeerde burgerlijk ingenieurs uit Leuven de eerste
zaterdag van oktober bijeenkomen in hun universiteitsstad. Ook dit jaar organiseert de VILv – Alumni
ingenieurs K.U.Leuven - op zaterdag 3 oktober haar "DAG van de INGENIEUR".
Iedere afgestudeerde K.U.Leuven-ingenieur is uitgenodigd op dit evenement, maar zeker de lustrumjaren
mogen niet ontbreken: de afgestudeerden van jaren die eindigen op 4 en 9, dus mensen die afgestudeerd
zijn in 1944 of nog vroeger, tot de verse lichting van 2009.
Hiermee ook een warme oproep om je collega-ingenieurs aan te spreken! Je kunt bij
Bart Van Buggenhout ([email protected]) de lijsten krijgen van je jaargenoten.
Programma
14
14.00 u.
14.30 u.
Onthaal in het vernieuwde Thermotechnisch Instituut, gelegen
op de kruising van de Celestijnenlaan en de Willem de Croylaan
in Heverlee. Parkeren kan op de parking van het Departement
Werktuigkunde op de Celestijnenlaan.
Verwelkoming en aankondiging voor het vertrek van
de verschillende groepen.
3 oktober 2009
Prijs
Schrijf je alvast online in!
• € 50 euro voor de VILv/K VIV-leden en hun partners, en
€ 60 voor niet-leden en hun partners, alle dranken inbegrepen
tot na het dessert & rode en witte wijnen en waters.
• Promoties 2004 - 2008 aan € 40 voor VILv-leden
en partners; € 50 voor niet-leden en partners.
• Promotie 2009 en partners aan € 25.
• Deelnemers die enkel het namiddagprogramma meemaken,
betalen € 10 (VILv-lid) of € 15 (niet-lid).
Surf naar www.vilv.be en kies in de 'kalender' de 'Dag van
de ingenieur'. Een uitnodiging per brief wordt ook gestuurd
naar de collega's uit de lustrumjaren.
•
Lemmensinstituut: Een volledige rondleiding wordt
verzorgd door een professionele gids van het instituut,
vanzelfsprekend begeleid door een streepje muziek.
15.00 - 17.30 u.
Namiddagactiviteiten, waarbij u kunt kiezen uit een brede waaier
van interessante activiteiten:
•
Diaboloproject: Een uitzonderlijke kans om de net
geïnstalleerde boormachine die ingezet wordt in
het Diaboloproject van dichtbij te inspecteren.
Het indrukwekkende Diaboloproject zal de nieuwe
spoorverbinding vanuit het station Brussel Nationaal
Luchthaven naar Brussel en Antwerpen realiseren.
•
PhotoVoltech: In november 2003 startte PhotoVoltech met
de productie van fotovoltaïsche zonnecellen vervaardigd uit
multikristallijn silicium, gebruik makend van de meest
geavanceerde technologieën. We zullen worden rondgeleid
in een hoogtechnologische productieomgeving.
•
Wandeling door (K.U.)Leuven: De K.U.Leuven heeft een
schat aan prachtige gekende en minder gekende gebouwen.
Tijdens deze rondleiding laten we je hiervan genieten
en leer je bijvoorbeeld dat Leuven net als Oxford en
Cambridge over heel wat 'ivy colleges' beschikt.
•
Gasthuisberg: In Gasthuisberg gebeurt meer dan alleen
opereren. De logistiek en het werk achter de schermen
van dit dorp-op-zich loont de moeite om te bezoeken.
Bijzondere aandacht gaat naar de activiteiten van de ingenieurs
op Gasthuisberg die werken op het Centrum voor Medische
Beeldverwerking.
15
•
Abdijbezoek: Abdij van 't Park. De stichting van de Abdij van
't Park voert ons terug tot het jaar 1129. Deze Norbertijnenabdij is prachtig gelegen aan de Geldenaaksebaan. Sinds
2003 werden grote delen van de Abdij van 't Park in erfpacht overgedragen aan de Stad Leuven. De restauratie
van dit uitzonderlijke abdijpatrimonium loopt nog tot 2012.
19.00 u.
Feestbanket met als feestspreker prof. Herman Daems,
voorzitter GIMV
Oproep voor de VILv Algemene Ledenvergadering
op 5 juni 2009, 18.00 u.
IN HET GERENOVEERDE
THERMOTECHNISCH
INSTITUUT
18.00 u.
Opening door
voorzitter Iris De Coster
• Activiteitenverslag 2008 - 2009 door secretarisgeneraal Bart Van Buggenhout
• Kasverslag 2008 en budgetvoorstelling 2009
door penningmeester Johan Vanmarcke
• Rondvraag
• Ontheffing van de Raad van Beheer door
de vergadering
• Verkiezing nieuwe voorzitter en aanstelling
van beheerders, vervanging van de raadsleden einde mandaat
• Besluiten door de voorzitter
19.00 u.
16
VILv-aperitief gevolgd door diner
in 'De Oude Kantien',
Kantineplein 3, 3001 Heverlee
INSCHRIJVINGSFORMULIER • JAARVERGADERING & DINER OP
5 JUNI 2009
Inschrijven kan makkelijk en snel op onze website www.vilv.be,
ga naar “Kalender”. Dit formulier kun je ook faxen, of je kunt
inschrijven per post of per e-mail aan het VILv-secretariaat.
Fax 016-32.19.82, e-mail: [email protected]
Naam: __________________________________________________________
Promotie: ______________________________________________________
Specialiteit:______________________________________________________
Adres: __________________________________________________________
Tel: ____________________________ Fax: __________________________
e-mail: __________________________________________________________
• Meldt ________ deelnemers aan voor de jaarlijkse algemene
vergadering 2009
• Neemt deel aan de JAV-2009 en stort hiervoor
________ x 60 = ________€ op rekeningnr. 001- 0980529 - 32
van VILv- Kasteelpark Arenberg 1, 3001 Leuven (Heverlee).
(Betalingsuittreksel geldt als inschrijvingsbewijs)
Leuven 50 in 2008 samen in Brussel
Tussen 1950 en 1990 kwamen we om
de vijf jaar samen en hebben we alle
provincies van Vlaanderen bezocht.
Daarna zijn we iets stabieler geworden
wat de locaties betreft.
Tussen 1990 en 2005 wensten meerdere
feestelingen de auto te vervangen door
het spoor en werd dus gekozen voor
een degelijk restaurant zo dicht mogelijk
bij een station. Als compensatie werd de
frequentie opgedreven tot 2 bijeenkomsten
om de 5 jaar. Toch bleef het aantal deelnemers steeds dalen,
maar het enthousiasme van de getrouwen bleef stijgen.
De organisatoren bleven aangemoedigd om ermee door
te gaan. Vandaar dat sedert 2005 besloten werd ieder jaar
verzamelen te blazen in Brussel, de best bereikbare plaats
voor iedereen. Dit jaar viel onze keuze voor de derde keer
op Le Méridien en wel op 25 november 2008.
12 collega's waren van de partij, vergezeld van 10 echtgenoten.
Dat resultaat is vergelijkbaar met dat van verleden jaar. 12 hadden
zich verontschuldigd. De sfeer was ontspannen en vrolijk
zoals het hoort bij een gezelschap dat elkaar goed kent na
die vele jaren van familiale, culturele en beroepservaringen.
Het menu was licht verteerbaar maar van uitstekende kwaliteit
overeenkomstig de voorafgaande testen
van het vrijwilligerscomité. De gesprekken
varieerden van verkennend over de recente
gezondheidsevolutie bij het aperitief
tot humorvol aan tafel door de vele
herinneringen aan de tijd van toen we
nog met 77 waren in 1950.
Er zijn nooit speeches gepland maar
er is altijd wel een vrijwilliger om een
vergeten onderwerp te belichten.
Willy Zuallaert had dit jaar bij de schatten
op zolder een antiquiteit opgevist daterend uit 1942-1943 van
de hand van oud-preses Bert Deswaele, handelend over de gids
van toen voor de hoogstudent aan de K.U.Leuven.
Waarschijnlijk waren de oorlogsjaren de inspiratiebron voor
een zo strenge levenswijze. Het bewijst ook dat de gedachten
nog sneller antiek worden dan de meubelen.
Met geestdrift wordt gestemd de volgende lunch te plannen
op 24 november 2009 om dan de viering van het diamanten
jubileum voor te bereiden.
Marcel Soens
Het verslag van je reünie met digitale foto’s is welkom op
[email protected]
Kom van onder
die kerktoren uit
De hedendaagse versie van Peter Koelewijns ‘Kom van dat dak af’ zou best klinken als ‘Kom van onder die kerktoren uit’.
Bovendien zou je er je eigen carrière, de bedrijfswereld, de overheid, zelfs de academische wereld en de zorgwereld in
Vlaanderen een plezier mee doen, want een ingenieur die de smaak van andere culturen en landen niet een beetje (al is
het maar dat beetje) geproefd en professioneel gesmaakt heeft is vandaag - en morgen nog meer - geen echte ingenieur
meer te noemen.
Alhoewel we dit echt wel voor alle ingenieurs bedoelen, illustreren
we een en ander met enkele mogelijkheden en ervaringen van
de ingenieur-architecten in spe tijdens de jongste decennia.
We gaan even terug naar de jaren ‘70 toen het Departement
Constructie (zo heette het huidige, verruimde Departement
Architectuur, Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening) twee internationale dimensies bijna tegelijkertijd toevoegde: enerzijds kwamen
enkele postgraduaatstudenten, afgestudeerde architecten/ingenieurarchitecten uit Irak (!), Indonesië en Taiwan enkele specialisatievakken in een master (nu manama) volgen, en anderzijds werd
in 1975 gestart met de eerste vier laatstejaars ingenieurarchitectstudenten de kans te bieden om veldwerk te doen
rond projecten in Rwanda voor hun thesisonderzoek.
De aanleiding was een vraag van COOPIBO (nu beter bekend
onder de samenwerkende ‘Vredeseilanden’ – Coopibo’ VECO)
om een socialewoningbouwproject met lokale bouwmaterialen
en technieken in Kigali te realiseren en om een productieeenheid van een lokaal bindmiddel (op basis van puzzolaankalk) ter vervanging van de veel te dure, geïmporteerde portlandcement, onderzoeksmatig te ondersteunen.
Bij deze vier ‘pioniers’ willen we toch even stilstaan: Dirk Roelandts
(ingenieur-architect 1976) heeft ondertussen een succesvol
ingenieursbureau in de Leuvense regio. Johan Trybou (ingenieurarchitect 1976) vestigde zich in Oudenburg en zijn dochter
en haar partner, beiden afgestudeerde ingenieur-architecten,
runnen nu samen zijn bureau. Patrick De Sterck (ingenieurarchitect 1976) werkte jarenlang met de bekende architect
Georges Baines, werkte onder andere aan de renovatie van
Tweebronnen (stadsbibliotheek van Leuven) en ontwierp mee
het eerste gedeelte van het IMEC-complex (niet het afschuwelijke
recenter toegevoegde deel dichter bij de snelweg), en tenslotte
Piet Goovaerts (ingenieur-architect 1976) die zich als raadgever
voor talrijke internationale organisaties (UNHCR, Wereldbank,
ADB, …) ontpopte als een gedreven no-nonsense planner/
bouwer van talloze vluchtelingenkampen in conflictgebieden.
Dit even ‘stilstaan’ bij deze pioniers heeft een bijkomende betekenis
omdat zowel Johan, Patrick als Piet te jong gestorven zijn, alhoewel
dat niets te maken had met hun toenmalig engagement.
17
Intussen was trouwens heel het ASRO postgraduaatprogramma
Master in Human Settlements verder uitgebouwd en werd
structureel ingekaderd, internationaal erkend en ondersteund
door de VLIR-Internationaal Course Programmes (VLIR-ICP)
Raf Tuts (ingenieur-architect 1985) die toen startte in Kenia
heeft er zijn carrière uitgebouwd en heeft er nu een topfunctie
bij UN HABITAT, het agentschap van de Verenigde Naties voor
Human Settlements. Wij hebben met hem een jarenlange
samenwerking verdergezet (hij werkte als vrijwilliger/gewetensbezwaarde, toen bestond dat nog!) op het Post Graduate
Centre Human Settlements - ASRO.
Marleen Iterbeke (ingenieur-architect 1980) werd begin jaren
negentig adviseur van de toenmalige minister van ontwikkelingssamenwerking en nadien directeur bij het studie- en ingenieursbureau Grontmij.
Sindsdien zijn er om en bij de 250 ingenieur-architectstudenten
ingegaan op het aanbod van het Departement ASRO om hun
eindwerk, met veldwerk, te maken in één van de talloze projecten
die ASRO heeft uitgewerkt met partners wereldwijd. Het lijstje
van landen waar zij onderzoek verrichten oogt toch wel indrukwekkend: Thailand, Vietnam, China, Bangladesh, India, Sri Lanka,
Marokko, Tunesië, Kenia, Tanzania, Rwanda, Zuid-Afrika, Cuba,
Ecuador, Peru, Brazilië, Colombia. Ondertussen was al dit werk
binnen ASRO ook beter ingekaderd in het Post Graduate
Centre Human Settlements (PGCHS-ASRO)
18
In de afgelopen jaren ontvingen twee studenten de prestigieuze
prijs voor ontwikkelingssamenwerking voor hun thesis:
Daan van Tassel in 2004 en Katrien van Uytsel in 2006.
Daan Van Tassel heeft sinds 2004 op PGCHS-ASRO aan verscheidene projecten in binnen- en buitenland meegewerkt (o.m. in
Tanzania en Zuid-Afrika, recent nog in Cap-Haitien, Haïti), dit
doorgaans in combinatie met praktijk voor architectenbureaus
in Vlaanderen.
Eén constante loopt toch door deze drie decennia van ‘opening
naar de wereld’: alle (oud-)studenten zijn het erover eens dat ze
met zo’n eindwerk niet alleen veel leerden, maar dat het hun kijk
op de wereld veranderde, verbreedde en vermenselijkte.
Nog enkele voorbeelden
Onlangs was er een bijeenkomst van de afgestudeerde ingenieurarchitecten van 1977-1978. Dat jaar deed een aantal studenten
veldwerk en thesiswerk in Tunesië, ook weer in samenwerking
met COOPIBO in een project van ‘Rurale woningbouwverbetering’.
Na dertig jaar bleek het enthousiasme voor de opgedane ervaring
nog welhaast even groot als toen ze net afstudeerden. Nadien
hebben nog een 10-tal studenten in Tunesië thesiswerk verricht,
enkele deden er later ook consultancy of werkten voor de
Belgische ontwikkelingssamenwerking.
In het begin van de jaren tachtig werd een samenwerking opgestart
met de Universiteit van Nairobi in Kenia en iets later met het
Asian Institute of Technology in Thailand. In beide projecten
werkten oud-studenten ter plaatse die ook hun ingenieur-architect
thesiswerk in het buitenland hadden gedaan. Deze projecten
werden mee gesteund door het VLIR-Eigen Initiatieven kader
en de administratieve omkadering verliep toen ook in samenwerking met het VVOB (Vlaamse Vereniging voor Opleiding
in het Buitenland) dat nu nog steeds actief is in de Vlaamse
ontwikkelingssamenwerking.
Jeroen Eelen (ingenieur-architect 1999) startte in Cuba als
eerste ingenieur-architectstudent veldwerk in enkele volkswijken
in Havana. In de jaren nadien zijn hem een 14-tal studenten
gevolgd met onderzoek in Bayamo, Trinidad en Cienfuegos.
Enkele thesissen werden zelfs in het Spaans geschreven.
Dankzij de samenwerking met het ‘Officina del Historiador’
kwam Abel Tablada, een afgestudeerde Cubaanse architect,
op ASRO verder een manama en een excellent doctoraat
afwerken. Hij werkt nu als postdoctoraal onderzoeker bij
het lab Bouwfysica (Departement Burgerlijke Bouwkunde).
Karen Allacker die haar thesisonderzoek (2001) voerde rond
energetisch bouwen deed een deel architectuurstage in Havana
en rondt binnenkort haar doctoraat af op ASRO met innoverend
werk rond duurzaam bouwen.
In Tanzania hebben we welhaast een halve generatie ingenieurarchitectthesisstudenten aan het veldwerk gezien, zowel in de
streek rond Mwanza (aan het Victoriameer) binnen het Mwanza
Rural Housing Programme (MRHP) als in Dar-Es-Salaam en
Zanzibar. Ook hier weer was de samenwerking met de
Universiteit van Dar-Es-Salaam (UDS) bijzonder intensief want
een 12-tal Tanzaniaanse architecten/planners behaalde op
ASRO hun manama en een 3-tal voltooide er een doctoraat.
In samenwerking met UDS en met MRHP organizeerden we
een intensief Werkatelier in Missungwi (zie foto op deze bladzijde).
Belangrijk hierbij was de goede samenwerking met het Departement
Bouwkunde (Koen Van Balen) en met het Departement
Antropologie (Koen Stroeken die er jarenlang onderzoek deed).
Een van onze oud-studenten, An Eijkelenburg (ingenieurarchitect 2001, thesis in Mwanza, Tanzania) is nu op de
Belgische Technische Coöperatie (BTC) verantwoordelijk
voor de begeleiding en evaluatie van talloze bouw- en infrastructuurprojecten wereldwijd.
In Vietnam werd midden jaren ‘90 een samenwerking opgezet
in Ho Chi Minh City, Vinh, Hanoi, Cantho, en Hue. Ook daar
voerde een 19-tal ingenieur-architectstudenten thesisonderzoek uit
en werkte ambitieuze ontwerpvoorstellen uit voor nieuwe wijken
of stadsrenovatie. De samenwerking in Vietnam resulteerde in
de realisatie van nieuwe wijken en infrastructuren medegefinancierd
door de Belgische ontwikkelingssamenwerking.
Ook vanuit Vietnam kwamen jonge afgestudeerden hun manama
afwerken op ASRO. Deze uitwisseling loopt actief verder.
Dat motivatie bij dit soort werk belangrijk is, toont de carrière
van Martijn Goddeeris (afgestudeerd in 2003), tijdens zijn studies
ingenieur-architect eerder een matige student. Hij geraakte gebeten
door de thesisuitdaging in Vietnam, slaagde met onderscheiding
en werkte sindsdien zeer actief in verscheidene internationale
projecten, o.a. in Sri Lanka. Sri Lanka werd trouwens, samen
met India en Pakistan, een werkgebied tijdens een groot
samenwerkingsproject ASIA-LINK/ASIA-URBS in de jaren
2002-2006. Het post-tsunami thesisonderzoek van ingenieurarchitectstudenten werd er gewaardeerd.
19
Ondertussen groeide het aantal ingenieur-architectstudenten
voor thesisonderzoek en veldwerk in ontwikkelingslanden en
dit alles werd sterk onderbouwd met het keuzevak ‘bouwen
en wonen in ontwikkelingslanden’ (prof. Han Verschure) dat
in de loop van de jaren de kijk op de wereld van meer dan
400 ingenieur-architectstudenten heeft helpen verruimen;
studenten konden extra financiële steun in de vorm van
een reisbeurs aanvragen bij IRO-K.U.Leuven en VLIR,
een systeem dat nu ruime erkenning geniet.
Verscheidene stafleden van ASRO (professoren Loeckx,
De Meulder, De Troyer, Shannon, Van den Broeck, Albrechts,
Heynen, Verpoest, Scheers, …) promoten eindwerken
en voeren mee projecten uit in ontwikkelingslanden.
Sommigen onder hen hebben in hun jonge professionele
jaren in ontwikkelingslanden gewerkt, of onderbouwden er
hun bredere kijk op de wereld met veldwerk en onderzoek.
Bovendien is bij de visitatie van het Departement ASRO enkele
jaren geleden duidelijk beklemtoond dat dit internationale
aanbod zeer wordt gewaardeerd en dat de synergie met de
manamaprogramma’s en hun deelname door wereldwijde
jonge professionelen een goede uitwisseling mogelijk maakt
met toekomstige ingenieur-architecten.
Maar wat, zullen velen zich afvragen, valt er zoveel meer
op te steken eens vanonder die kerktoren vandaan? Om in
‘gebouwde’ termen te spreken zou ik zeggen: er zijn vele
torens in de wereld. Metaforisch bedoelen we dat dan. Er zijn
vele bakens waar culturen zich rond scharen en er hun eigen,
vaak unieke waarden en normen aan spiegelen, hun fierheid
over hun erfgoed, hun collectief geheugen, ook hun collectief
‘gebouwde’ geheugen: hoe bouwen en wonen vanuit het verleden,
in het heden en naar de toekomst kijkend. De rijkdom en grote
variëteit aan collectief “gebouwd” geheugen leert ons iets over
de enorme creativiteit die in elk volk, elk land, elke plek te vinden is.
Bovendien brengt het ons bij dat wij maar één van de velen op
de wereld zijn die creativiteit ontplooien en dat er geen betere
wijze is om deze dynamische wereld vorm te geven dan door
van elkaar te leren en samen te werken.
Hiermee beklemtonen we ook de dwingende noodzaak om
het begrip ‘ontwikkelingssamenwerking’ letterlijk te nemen:
wij zijn allen in ontwikkeling. De mythe dat wij dat zouden zijn
(ontwikkeld) en anderen niet (in ontwikkeling of ‘onderontwikkeld’)
is al lang doorprikt.
Als wij als jonge (en andere) professionelen niet meer in ontwikkeling
zijn, zijn we afgestorven, ballast, overtollige zelfgenoegzaamheid
die het ons nog moeilijker zal maken om een meer duurzame
wereld uit te bouwen. Om dit laatste even letterlijk te nemen:
het duurzaam bouwen heeft in ons land een serieuze achterstand
in te halen; het werd al te lang weggelachen, deels uit zelfgenoegzaamheid, deels uit onkunde. Dat zal je minder overkomen als je
in een wat wijdere wereld je ervaring opdoet.
Han Verschure
Kiezen voor ingenieurswetenschappen:
studenten getuigen
Tine Vleugels
Michiel
Van Mieghem
Julie D’Hollander
Jonas Boonen
Joost Kerkhofs
Daan Bohnen
20
Joost Kerkhofs
(3e bachelor)
Alles wat mensen gebruiken in het
dagelijkse leven is wel door de handen
of het brein van een ingenieur gegaan.
Van bierbakken tot gsm, van auto
tot fiets, van koffiezetapparaat tot …
De meeste mensen vinden al deze
dingen evident, maar dat zijn ze niet.
Als je geboeid bent door hoe de
wereld rondom jou in mekaar steekt
en je de wereld wilt maken, dan is
een ingenieursstudie de juiste keuze.
In de eerste jaren krijg je algemene
vakken. Naarmate je verder vordert
in je studie worden de meeste vakken
specifieker en interessanter. Je kan
immers kiezen uit een grote waaier
van hoofd- en nevenrichtingen en masters.
Ik zit in de helft van mijn derde bachelor
en ik heb nog geen moment spijt
gehad van mijn keuze. Ik zal niet
ontkennen dat enig wiskundig inzicht
nodig is en dat de hoeveelheden soms
wel kunnen oplopen. Maar als je een
beetje verstandig bent en verstandig
studeert is er ruimschoots voldoende
tijd voor het mooie studentenleven!
Het leven in Leuven is zalig als je een
juiste balans kan vinden tussen studeren
en vrije tijd.
Julie D’Hollander
(2e bachelor)
Ik heb gekozen voor de studie burgerlijk
ingenieur omdat ik in de middelbare
school graag wetenschappen en
wiskunde deed en dat mij ook het
meeste lag. Ik had ook een uitdaging
nodig, ik wou iets studeren waar
ik moeite voor moest doen.
De studie is zeker wat ik ervan verwacht had. Sommige mensen zeggen
dat je geen tijd over hebt voor een
sociaal leven buiten studeren, maar dat
is niet waar. Je kunt perfect uitgaan,
als je maar genoeg zelfdiscipline
hebt om te leren wanneer het moet.
Ik dacht eerst ook dat ik alleen tussen
jongens zou zitten, maar dat is niet zo.
Er zijn niet heel veel meisjes, maar
genoeg om goede vriendinnen te vinden.
Als je overweegt om voor burgerlijk
ingenieur te gaan studeren, raad ik
dit zeker aan. Ook als je denkt dat
het misschien te moeilijk is, je zult het
nooit weten als je het niet probeert…
Daan Bohnen (2e bachelor)
Ik heb indertijd voor een ingenieursstudie gekozen omdat ik altijd al
geboeid was door wetenschap en
techniek en deze studie hiervan de
ideale combinatie bleek. Na lang twijfelen
- omdat niemand met zekerheid kon
stellen of ik deze studies wel zou aankunnen - heb ik dan toch maar de stap
gezet. En daar heb ik tot op heden
nog geen seconde spijt van gehad
-op die enkele avond voor een moeilijk
examen na dan! In de eerste 3 semesters
worden vooral meer algemene (wetenschappelijke) vakken gegeven, maar kun
je ook al proeven van de verschillende
ingenieursdisciplines. Voor mij was
het eerste semester het meest saaie,
omdat je hierin de meeste 'droge'
materie ziet en de minste toepassingen.
Achteraf ben ik wel blij dat ik me daar
doorheen heb weten te werken en
die dingen nu kan toepassen op allerlei
veel interessantere toepassingen!
Na het 3e semester heb je dan een
beter beeld van wat de verschillende
verdere keuzemogelijkheden inhouden,
en kun je verder kiezen in de richting
van je interesses.
Verder kan ik ook het vooroordeel over
'de burgies' als 'vakidioten' en 'nerds'
sterk ontkrachten! “Nooit gedacht dat
burgies zo normale, sociale en toffe
mensen waren.” Ik heb er alvast een
hechte vriendengroep aan overgehouden!
Je kunt ook altijd rekenen op de steun
van ouderejaars. Zij staan altijd klaar
met goede raad, tips en notities.
Hun ervaring was voor mij zeker in
het begin erg welkom en heeft me
veel vooruit geholpen. Je kunt ook
altijd terecht bij onze studentenvereniging
VTK die voor de nodige cursussen,
maar ook voor veel vertier zorgt.
Iets wat je zeker niet mag missen.
Kortom: een studie als ingenieur?
Ik kan het je alleen maar aanraden!
Michiel Van Mieghem
(3e bachelor architect)
Al jong ontwikkelde ik een fascinatie,
niet alleen voor gebouwen, maar voor
alles wat ‘opgebouwd’ was: van de
werking van een zandloper over het
mechanisme van een fiets tot natuurlijke
vormen. Architectuur is een cultuur die
dit alles omvat, overstijgt en zichzelf
nadien toont in al zijn eenvoud. In de
studie ingenieur-architect ontwikkel
je een denkwijze, een eerlijke manier
van kijken naar de wereld. Hier wou
ik volledig voor gaan, niet zozeer voor
een bijdrage aan die wereld, maar eerder
als vorming voor mezelf. Ik beschouw
een brede kijk als één van de voornaamste waarden in het leven.
Tine Vleugels (2e master architect)
Ik zit nu in mijn laatste jaar ingenieurarchitect. Ik ben onzeker aan de studie
begonnen na het horen van vele
verhalen over ‘zwemmen of verzuipen’
aan die grote universiteit. Ik ben niet
het type dat door het middelbaar is
‘gevlogen’, maar heb steeds moeten
werken. Ik ga graag uit, ik heb nood
aan veel vrije tijd en ontspanning;
het eerste jaar was het toch wat zoeken
naar hoe ik mijn nieuwe leven moest
plannen.
Al snel was ik geïnteresseerd in bouwen
en verbouwen en had ik daarover
ideeën in mijn hoofd. Ik tekende
graag en vond wetenschappen en
wiskunde niet de gemakkelijkste,
maar wel de interessantste vakken
op school. Het leek mij daarom
een logische keuze om ingenieurarchitect te gaan studeren, hoewel ik
twijfelde of architectuur aan St-Lucas
niet beter/leuker zou zijn. Ik dacht:
ik probeer het gewoon en we zien wel.
Het was niet altijd gemakkelijk, het is
zowel hard werken (en blijven werken)
tijdens het jaar als hard leren (en blijven
leren) tijdens de examens. Maar dat
volhouden wordt ook wel beloond:
zo worden de verwezenlijkte ontwerpresultaten elk jaar spectaculairder, fijner,
rijker. Je krijgt de kneepjes van het
vak stilaan onder de knie: autocad,
sketch-up en een beetje photoshop;
het is proberen, uittesten, terugkoppelen,
goedkeuren en doorgaan. Het resultaat
is steeds boeiend en na 5 jaar kan
ik trots zeggen dat ik al heel wat
geleerd heb.
De consults of begeleidingssessies zijn
unieke gelegenheden om je ontwerpideeën voor te leggen aan ervaren
architecten die hun kennis met je
delen. Zij helpen je wanneer je vast zit:
ze geven je tips zodat je perspectief
op dat éne idee verruimt, ze helpen
je technisch verder op weg zodat
het ontwerp realistischer en haalbaar
wordt. Soms is het frustrerend als je
begeleider het niet op dezelfde manier
ziet als jij, maar achteraf gezien ben
je blij dat je een beroep hebt kunnen
doen op zo’n bron van kennis en ervaring.
Het leuke aan deze studie vind ik
de variëteit aan vakken: er is het ontwerpen, het wetenschappelijke denken,
de analyse van bestaande architectuur
in onze maatschappij en elders, de
geschiedenis van de architectuur,....
Er komen zoveel domeinen aan bod.
Bovendien kan er in de masterjaren
een persoonlijke klemtoon gelegd
worden op deze studie door een eigen
masterkeuze (stedelijk ontwerp,
architectuurontwerp, bouwtechnisch
ontwerp) en talrijke keuzevakken.
In het laatste jaar wordt er een thesis
gemaakt. Ik was daar steeds bang
voor: een thesis lijkt zo’n onbegonnen
groot werk… Maar je rolt er gewoon in.
Er is een grote diversiteit aan thesisvoorstellen en je kan je eigen klemtoon
leggen als je dat wil.
Ik ben voor mijn thesis twee maanden
naar Ecuador getrokken met twee
medestudenten. We hebben daar
onderzoek gevoerd naar de stedelijke
regeneratie van een stad in het zuiden,
in het kader van het keuzevak ‘bouwen
en wonen in ontwikkelingslanden’.
Wij maken een analyse, maar je kan
ook een groot ontwerp maken.
Er zijn vele mogelijkheden om naar
het buitenland te trekken in onze richting:
zowel voor je thesis, als voor Erasmus
(er is keuze uit zowel Europese landen
als ontwikkelingslanden).
Wat ik in de toekomst precies wil
doen weet ik nog niet zo zeker, maar
ik maak me geen zorgen over volgend
jaar. Ik kan een stage lopen in een
architectenbureau, ik kan kiezen om
te werken in een studiebureau als
ik liever berekeningen maak dan te
ontwerpen… Ik kan ook een tweede
master volgen. Zo biedt ASRO zelf
drie interessante master-na-masteropleidingen aan voor afgestudeerde
ingenieur-architecten.
In de loop van het tweede semester
zal ik mijn hoofd buigen over mijn
toekomstplannen (gaan solliciteren
of niet?) tussen het thesissen door.
Het wordt dus sowieso nog een
boeiend laatste semester.
Jonas Boonen (2e master)
Op het einde van het secundair is het
moeilijk om je een beeld te vormen
van ingenieursstudies. Eerlijk gezegd
vind ik het nog steeds niet eenvoudig
om te zeggen: “de studies richten zich
op de volgende drie basispijlers:
één, twee, drie!” Wat je wél weet,
is dat je jezelf door een stevige
portie wiskunde, wetenschappen
en projectwerk zal moeten loodsen,
vooral tijdens de eerste jaren.
Dat was ook net wat mij destijds
aangesproken heeft: ik was sterk in
wiskunde, hield mij graag bezig met
nadenken over wetenschappelijke
problemen en had geen schrik om in
groep samen te werken. Cursussen
uit het hoofd leren was daarentegen
niet aan mij besteed, ik ben een
denker en geen blokker.
Eén ding staat vast: als je niet graag
nadenkt en je verdiept in problemen,
moet je er niet aan beginnen. Als het
je meer interesseert wat het Spaanse
woord voor differentiaalvergelijking is,
dan dat je weet hoe je er eentje oplost
ook niet.
Studeren voor burgerlijk ingenieur is
een weg volgen van vallen en opstaan,
maar wat voor één! Er zullen vakken
komen die je minder liggen, je zal tijd
moeten steken in werkjes waar je geen
touw aan vast kunt knopen maar na
vijf jaar kan ik enkel zeggen dat ik
de tijd van mijn leven beleefd heb.
Bezig zijn met moeilijke maar interessante
materie, leren functioneren in een
team, samen op zoek gaan naar
dé beste oplossing voor complexe
problemen, mensen leren kennen
die met eenzelfde blik naar de dingen
kijken. Dàt is studeren voor ingenieur.
Vincent Goffin
21
Zij trokken naar het oosten
De laatstejaarsreis die de bijna-kersverse burgerlijk ingenieurs en burgerlijk ingenieurarchitecten onder de vleugels van VTK maken heeft hen dit jaar naar Azië gevoerd,
misschien wel het meest fascinerende continent van de wereld. In volgorde werden
Thailand, Vietnam, Cambodja, weer Thailand en de Verenigde Arabische Emiraten
bezocht door 130 studenten, proffen en begeleiders.
22
De grensovergang naar Cambodja is als een reis naar een heel
ver verleden en een regelrechte cultuurshock. Van het relatieve
comfort van Thailand naar de pure authenticiteit van Cambodja.
Authenticiteit, én corruptie, want wie wil dat formaliteiten sneller
voltrokken worden of een officiële agent gaat wandelen hoeft
vaak maar met een handjevol dollars te zwaaien. De Thaise bus
werd ingewisseld voor een Cambodjaanse en reed verder naar
Siem Reap, de stad van het Angkor Wat tempelcomplex.
Het Cambodjaanse binnenland is als het Thaise, maar dan wel
dat van 50 jaar geleden. Prachtige desolate landschappen en
ongeschonden Khmerdorpen laten een onvergetelijke indruk na.
Boeddhisische monniken
in sierlijke oranje gewaden
en waterbuffels in de rijstvelden
ç geven het geheel
een tijdloze dimensie.
Angkor Wat, of het grootste
tempelcomplex ter wereld,
wordt terécht beschouwd
als een wereldwonder.
De fascinerende tempels
van Angkor Wat bieden naast
honderden meters bas-reliëfs
en hemelse architectuur tevens
een prachtig uitzicht op de
geheel symmetrische bouwstructuur en de weidse omgeving.
Dit natuurlijk ná het beklimmen van de vele steile trappen.
Een waar hoogtepunt op de verdere ontdekking doorheen
de intrigerende site is 'Ta Prohm'. Hier krijg je onwezenlijke
beelden van de jungle die de ruïnes in zijn greep houdt.
Ze creëren een boeddhistisch kosmologische symbiose,
die de grootsheid van dit prachtige bouwwerk stevig onderlijnt.
Via het Tonlé Sapmeer gaat het per bus op moderne verharde
wegen naar Phnom Penh. Phnom Penh geeft de gelegenheid
wat dieper te graven in het woelige Cambodjaanse verleden.
De Franse kolonisatie is er heel zichtbaar en nergens zijn
de littekens van het gewelddadige verleden van de Khmer
Rouge (o.a. de “killing fields”) zo duidelijk aanwezig.
Maar naast deze grimmige historie blijft Phnom Penh meer
dan de moeite waard als typisch Aziatische stad. De drukte
aan de gezellige boulevard staat in schril contrast met de
serene rust in het Koninklijk Paleis en de vele tempels.
^
Na een vliegtuiglanding op Thaise bodem werd bij avond kennis
gemaakt met het historische centrum van Bangkok. Het verblijf
situeerde zich in de backpackersbuurt van Bangkok, die zich
naast het meest somptueuse koninklijk paleis ter wereld bevindt.
Ook enkele van de befaamde boeddhistische tempels liggen
op wandelafstand. Ideaal om de stad verder te verkennen
zijn de alomtegenwoordige tuktuk, in essentie een driewielig
brommertje met achteraan plaats voor een drietal passagiers,
of een gemotoriseerde riksja. De verhalen die de muurschilderingen
van menig tempel vertellen zijn zeker bijgebleven. Vol giganten
in verschillende kleuren en aapjes die naar believen groot of
klein kunnen worden, lijkt de rijke cultuur soms wel op een
verzamelwerk van The Mighty Morphin Power Rangers. De bus
voerde later langsheen de outskirts van het geïndustrialiseerde
Bangkok naar de vredigheid van de perfect aangelegde rijstvelden in "Isaan", het noordoosten van Thailand.
De boot bracht ons gezelschap over de machtige Mekongrivier
naar de grens van Vietnam. Via Chau Doc en doorheen de
Mekongdelta, ook wel de rijstschuur van Vietnam genoemd,
belandden we in Can Tho. Vroeg in de ochtend, genietend van
de zonsopgang, werd de grootste drijvende markt ter wereld
bezocht, waar dan reeds een drukte van jewelste heerst en
de boten van alle kanten tegen de jouwe aanbotsen om hun
waar te verkopen. In Ho Chi Min City wachtte een ware overrompeling door het plaatselijk meest gebruikte vervoermiddel,
de brommertjes. Ho Chi Min City is een bruisende Aziatische
metropool, die veel gemeen heeft met grote steden in China,
en die weinig meer gemeen heeft met de vorige twee hoofdsteden.
Uiteraard volgde een uitgebreid stadsbezoek en kon een excursie
naar de Cu Chi tunnels (bekend van de Vietnam oorlog) niet
ontbreken.
Met het lokale Ryanair leidde de reis vanuit Ho Chi Min City
terug naar Bangkok om wat uit te rusten voor de laatste grote
stap in ons reisavontuur: de Verenigde Arabische Emiraten.
Een tegenstelling kan nooit zo compleet zijn. Van de traditionele
Zuidoost-Aziatische culturen naar de meest moderne en geldverslindende petrodollarcultuur ter wereld. File in de woestijn,
artificieel opgespoten eilanden in allerlei vormen en de grootste
van alles. Hier staan 15 tot 25% van alle torenkranen ter wereld
en vindt menig startend ingenieur een eerste job. De 'cultuur'
beroofde de deelnemers twee dagen van hun adem vooraleer
ze terug huiswaarts keerden om te bekomen van het voorbije
avontuur en de halve apotheek aan Imodium die de meesten
heeft rechtgehouden.
Lieven Smekens
23
Breng een nieuw K VIV-lid aan
en geniet 50% korting!
Je bent enthousiast K VIV-lid en wil ook jouw vrienden en kennissen lid maken van de K VIV?
Naast de vele voordelen die het K VIV-lidmaatschap in petto heeft, bezorgen we je een extra troef
bij je werving: het nieuwe lid betaalt slechts 50 %! Als dank voor je inzet geniet jijzelf een mooie
korting van 50 % op je lidgeld in 2010.
Wie is “nieuw” lid?
•
elke ir. van promotie 2005 of ouder die een bijdrage verschuldigd is en
die al minstens 3 jaar geen lid meer is van de K VIV
Wie krijgt welke korting wanneer?
•
•
het nieuwe lid: onmiddellijk 50% op het jaartarief van zijn/haar promotiejaar
de aanbrenger: in 2010 50% op het jaartarief van zijn/haar promotiejaar, op voorwaarde
dat het aangebrachte lid zijn/haar bijdrage voor 2009 betaald heeft
Hoe doe ik dat?
•
uitsluitend door middel van het formulier dat je kan downloaden via www.kviv.be/aanbrengenlid
Opgelet!
•
•
•
•
•
enkel K VIV-leden van wie het lidmaatschap voor
2009 in orde is, kunnen deelnemen
deze actie loopt tot en met 30 april 2009
slechts het eerste nieuwe lid dat je aanbrengt
geeft aanleiding tot de korting
deze actie is niet toepasbaar op een partner
aan leden voor het leven of leden die dit jaar
of de voorbije 2 lidjaren voor 3 jaar betaalden,
wordt de korting onmiddellijk teruggestort van
zodra het lidmaatschap van het nieuwe lid
in orde is
Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging - K VIV
Desguinlei 214
2018 Antwerpen
03 260 08 40
03 216 06 89
[email protected]
www.kviv.be
COLOFON
'GeniaaL' is een tijdschrift van
de Faculteit Ingenieurswetenschappen en de VILv, de vereniging
van burgerlijk ingenieurs uit
de K.U.Leuven, met bijdragen
van medewerkers van de faculteit,
alumni en studenten.
'GeniaaL' verschijnt viermaal per
jaar: in januari, april, juli en oktober.
verantwoordelijke uitgever:
Ludo Froyen
redactie:
Annemie Caproens,
Jelle De Borger, Iris De Coster,
Kurt Driessens, Ludo Froyen,
Vincent Goffin, Liliane Pintelon,
Patrick Pype, An Serbruyns,
Yves Willems
redactieadres:
GeniaaL
Faculteit Ingenieurswetenschappen
Jelle De Borger
Kasteelpark Arenberg 1 bus 2200
3001 HEVERLEE
tel. + 32 16 32 16 89
fax + 32 16 32 19 82
[email protected]
www.eng.kuleuven.be
grafisch ontwerp:
altera.be
drukwerk:
Van der Poorten
Diestsesteenweg 624
3010 KESSEL-LO
tel. + 32 16 35 91 76

Vergelijkbare documenten