Communiqué de presse

Commentaren

Transcriptie

Communiqué de presse
PERSDOSSIER
THEMA : DE VROUW
Informatie
Tél. : +32(0)81/32.11.68
http://www.antica.be
Organisatie
ARTEXIS EXPO SPRL
Luc Darte – Exhibition Manager
+32(0)81/36.00.41 - [email protected]
Avenue Gouverneur Bovesse 117 bte 9
5100 Jambes
Pers contact
CARACAS public relations
Hélène van den Wildenberg
T/F +32/4/349.14.41- [email protected]
PERSBERICHT
37e EDITIE – 2013
« DE VROUW »
VAN 9 TOT 17 NOVEMBER 2013
Antica Namur, een formule die aanslaat
Voor de 37e editie blijft Antica Namur nieuwe exposanten aantrekken van steeds hogere
kwaliteit, voornamelijk Belgen, Nederlanders en Fransen. Die handelaars zijn verleid door
deze herfstbeurs. Ze vangen echo’s van goede verkoopscijfers op via collega’s die trouw
zijn aan het evenement. Die verkoopscijfers worden zowel opgetekend in de niche van
kleine verzamelobjecten als belangrijke objecten. De verhouding prijs/ kwaliteit van hun
deelname sterkt hen alleen maar in hun overtuiging. De diversiteit van de
vertegenwoordigde sectoren en de professionele organisatie trekt een publiek aan van
liefhebbers en zeer trouwe verzamelaars uit België (Nederlandstalig en Franstalig),
Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. Antica Namur blijft de niet te missen afspraak, en dat
zowel voor grote huizen als jonge handelaars. De jonge antiquairs zijn eveneens goed
vertegenwoordigd, en garanderen de beurs een publiek van jonge liefhebbers.
Thema « De vrouw »
Antica Namur leeft op het ritme van de passies en ‘coups de cœur’ van verzamelaars en
kunstliefhebbers. Deze herfst brengt de beurs een eerbetoon aan de vrouw. Muze, icoon,
nimf, Venus,… de vrouw is een eeuwige bron van inspiratie voor kunstenaars. De
vrouwelijke elegantie en schoonheid heeft ook aangezet tot de creatie van uitzonderlijke
stukken, waaronder juwelen of ook nog bijzondere decoratieobjecten. Doorheen alle
artistieke registers belicht Antica Namur de vrouw als inspiratie maar ook als mecenas of
kunstenares. Bij de meest gedurfde Belgen Anna Boch (1848-1936), Marthe Donas
(1885-1967), Akarova (1904- 1999), Evelyne Axell (1935-1972) of ook nog de bekende
mezzosopraan La Malibran, echtgenote van de Belgische violiste Charles-Auguste de
Bériot.
Enkele vrouwelijke antiquairs die aanwezig zijn op de beurs
- Véronique Malaise (België), gespecialiseerd in oude juwelen.
- Bie Baert (Antwerpen) die elk jaar in Namen een van de meest elegante en originele
curiositeitencabinetten van de beurs voorstelt.
- Catherine Lassus (Bordeaux), gespecialiseerd in zilverwerk en smeedijzer. Haar twee
dochters, Raphaëlle en Ludivine, werken als duo.
- Galerie De Pauw-Müller (Gent) : moeder en dochter, Hedwig Müller en Inge de Pauw
zijn gespecialiseerd in sculpturen van de middeleeuwen tot de XVIIIe eeuw, meubilair
van de XVIe tot de XVIIIe eeuw en kunstobjecten van de XVIe tot de XVIIIe eeuw.
- Galerie Dus’art (Namen), geleid door de kunstgeschiedkundige Anne-Catherine Simon,
experte in moderne schilderijen en gravures en een gerespecteerde specialiste in Félicien
Rops.
- Godelieve Sigal (Brussel, Zavel), die met haar echtgenoot Patrick de galerie Ciels mes
bijoux leidt. De galerie is gespecialiseerd in juwelen, tassen en vintage accessoires van
grote ontwerpers.
- Sylvie de Spa, die met haar echtgenoot Arnaud de Spa een selectie kunstobjecten en
oude meubelstukken voorstelt uit alle tijdperken.
- The Old Treasury, uit Nederlands Limburg, geleid door Miriam en Pierre Schmitz alsook
hun dochter Laura van Kerkhoff, gespecialiseerd in zilverwerk en oude juweelstukken.
- Florence de Voldère, specialiste in Vlaamse schilderkunst (VXII en XVIIIe eeuw) die in
Parijs gevestigd is.
- Galerie Ming’ ki, gespecialiseerd in Aziatische kunst (Tibetaanse objecten)
- Galerie Famarte, eveneens gespecialiseerd in Aziatische kunst maar meer specifiek in
oud aardewerk.
Een concentratie van zeldzame objecten van alle registers op één enkele plaats
De beurs trekt elk jaar circa 27000 bezoekers aan. Behalve liefhebbers en verzamelaars
wordt Antica Namur bezocht door talrijke Belgische en Europese handelaars en
professionals. Enerzijds selecteren de antiquairs werken van grote kwaliteit, zoals
schilderijen van Belgische scholen of Europees porselein uit de XVIIIe eeuw. De prijzen
kunnen oplopen tot verschillende tienduizenden euro’s. Aan de andere kant zijn er
dagelijkse charmeobjecten die toegankelijker zijn en een groot aantal bezoekers blijven
fascineren. Antica Namur verzamelt een maximum van eclectische objecten uit
verschillende landen op één enkele plaats. Het is ook een van de meest coherente en
visueel overtuigende beurzen. De exposanten worden uitgenodigd om geen uitstalramen
te gebruiken, maar hun collecties voor te stellen in spectaculaire ensceneringen, zoals
« interieurscènes». ». Noteer ook alvast de aanwezigheid van nieuwe deelnemers: voor
België, Le Couvent des Ursulines, Jean-François Régis, America Antigua, de moderne
galeries: NF Art Gallery, Francis Noel en René Claeys. Voor Frankrijk, Patrick Martin,
Florence De Voldère, Ludovic Pellat de Villedon, Laurence Fayolle, Joëlle Lasry en J.C.
Scalabrino.
Expertise en raad
De controle van de echtheid van alle stukken wordt uitgevoerd door een groep van negen
onafhankelijke experts voor de opening van de beurs. Tijdens de duur van Antica
Namur blijven er drie experts ter beschikking van de kopers. Ze voorzien de
tentoongestelde stukken van commentaar en schrijven echtheidscertificaten op
aanvraag. Deze specialisten kunnen gratis worden geconsulteerd in het Expertbureau,
gelegen in de beurs zelf.
Pers contact
CARACAS public relations - Hélène van den Wildenberg
[email protected] - T/F +32/4/349 14 41
Noteer alvast – De sleutelmomenten van Antica Namur 2013
Data en uren
Van 9 tot 17 november 2013
Van maandag tot vrijdag: van 14 tot 19 uur
De weekends en maandag 11 november, van 11 tot 19 uur.
Vernissage cocktail op uitnodiging op vrijdag 8 november van 17 tot 23u.
« Ladies Day » - gratis toegang voor dames : dinsdag 12 november van 14 tot 19 uur
Plaats
Namur expo
2, avenue Sergent Vrithoff
5000 Namen
Aantal exposanten
120
Aantal experts
9 voor de vetting, 3 tijdens de hele duur van de beurs
Prijs
Toegang : 15 € - Gratis bezoekersgids.
Informatie
Tél. : +32(0)81/32.11.68
Fax : +32 (0)81/31.12.91
[email protected]
http://www.antica.be
Organisatie
ARTEXIS EXPO SPRL
Luc Darte – Exhibition Manager
+32(0)81/36.00.41 - [email protected]
Avenue Gouverneur Bovesse 117 bte 9
5100 Jambes
Pers contact
CARACAS public relations
Hélène van den Wildenberg
T/F +32/4/349.14.41- [email protected]
THEMA VAN ANTICA NAMUR : DE VROUW
VROUWELIJKE ANTIQUAIRS EN VERZAMELAARSTERS
De editie 2013 van Antica Namur brengt een eerbetoon aan de vrouw. En zet ertoe aan
om vele vragen te stellen. Wat is vandaag de plaats van de vrouw in de antiekwereld?
Waar is het vrouwelijk cliënteel naar op zoek ? Wat is het profiel van verzamelaarsters
van vandaag en van morgen ? Wat zijn hun interesses en ‘coups de cœur’ in een wereld
die voortdurend evolueert? De getuigenissen van de vrouwelijke antiquairs die zijn
uitgenodigd in Namen, bieden de mogelijkheid om een aantal conclusies te trekken. De
vrouw van tegenwoordig schrikt er niet voor terug om te investeren in oude of vintage
juwelen of ook lederwaren van de grote luxehuizen in Parijs. Algemeen gesteld kan men
concluderen dat de huidige vrouw, in tegenstelling tot sommige mannen, geen geboren
verzamelaarster is. Ze waardeert weliswaar de schoonheid en verfijning van objecten,
maar verkiest toch hun praktische, nuttige of decoratieve kant. De smaken en trends zijn
de laatste jaren sterk veranderd en de jonge vrouwen zijn minder aangetrokken door
antiek van de XVIIIe en XIXe eeuw. De dochters van antiquairs daarentegen, die
gefascineerd zijn door geschiedenis, zetten de familietradities verder. Een andere
uitzondering zijn de rijpere vrouwen die geïnteresseerd zijn in vaste waarden van het
Belgisch erfgoed, zoals ‘jolités de Spa’ of poppen uit Mechelen. Maar vaak laten ze zich
liever een uitzonderlijk stuk aanbieden door hun echtgenoot dan er zelf één te kopen.
Véronique Malaise, het unieke juweel in al haar glans
Véronique Malaise, de grote specialiste van het oude Franse juweel, kent de smaak van
vrouwen van vandaag goed. « Alles begint bij de verlovingsring. In de jaren 60-70, werd
die gekozen door de schoonouders. Tegenwoordig is de aankoop een gemeenschappelijke
beslissing en zijn de jonge vrouwen steeds aanwezig. Na een lange prospectie in
verschillende boetieks richten de jonge vrouwen zich tot « antiquairs » om een uniek
model van een ring te vinden. Zo maken ze de overstap en keren ze vaak terug. Ze
hebben begrepen dat het oude juweel altijd uniek is en dat men nooit hetzelfde model
terugvindt. Tegenwoordig heeft men zin om zich te onderscheiden, door zijn wagen of
kleren te personaliseren. Oude juwelen vereisen die benadering niet. Wanneer een vrouw
bijvoorbeeld goed de geest en de techniek van de Art déco stijl heeft begrepen, gaat ze,
na de ring, ook oorbellen zoeken, een halsband en een armband om een coherent geheel
samen te stellen. De vrouw tussen 25 en 35, die financieel onafhankelijk is, koopt haar
juwelen zelf of met haar vriendinnen en waakt erover dat elk een ander model kiest. En
zo begint de kunst van het verzamelen. Wat betreft het geboortecadeau informeert de
helft van de koppels zich op voorhand, terwijl het verrassingseffect een belangrijke rol
speelt voor de andere helft. Mannen tussen 35 en 45 jaar blijven juwelen aan hun
echtgenotes schenken, het vaakst een ring, het mooiste cadeau dat een man een vrouw
kan geven. »
Bie Baert, op zoek naar het bijzondere object
In het begin van haar carrière was Bie Baert gespecialiseerd in Engels meubilair. Ze heeft
ook een aardige reputatie verworven op gebied van snuisterijen, met name objecten in
hout. «Twintig, dertig jaar geleden besteedden de mensen veel aandacht aan hun
interieur. Tegenwoordig zijn de huizen, zoals de mode het voorschrijft, meer uitgepuurd.
De keuze van verleidingen is uitgebreider en meer divers geworden. Oudere mensen,
rond de 65, hebben teveel objecten en verminderen hun aankopen. Bij de jongeren gaan
vrouwen van 30 jaar een schilderij of zes stoelen kopen, eerder vintage en niet echt
meer antiek uit de XVIIIe of XIXe eeuw. Mijn vrouwelijk cliënteel is tussen de 45 en 65
jaar. Het gaat om antiquairs en decoratrices die in Amerika werken. Wanneer je beroep
verandert, moet je inventief en creatief zijn. Tegenwoordig werk ik veel via internet, wat
me de mogelijkheid biedt om een nieuwe cliënteel te vinden, waaronder ook vrouwen,
met name in China, waar de grote verzamelaars vaak vrouwen zijn. Mijn aanbod is
eveneens geëvolueerd. Het Engels meubilair, in acajou, verleidt minder. Ik heb me
gericht op licht meubilair, Zweeds, met een echt patina. De smaken op gebied van
materiaal van objecten zijn niet meer dezelfde. In het verleden hadden vrouwen een
‘coup de cœur’ voor « mooie » objecten. Tegenwoordig verkiezen ze speciale,
buitengewone objecten. Men is bijvoorbeeld op zoek naar hout uit de XVIIIe eeuw met
een zeer bijzondere patina en vorm. »
Godelieve Sigal, de vintage tas in de mode
De bekende Brusselse zaak « Ciel, mes bijoux ! » heeft tegenwoordig verschillende
gezichten. Patrick Sigal stelt in zijn boetiek in de Koninginnegalerij steeds een keuze van
juwelen van mode- ontwerpers voor, unieke stukken die vaak historisch zijn. Zijn
echtgenote Godelieve is, sinds drie jaar, gespecialiseerd in de vintage tas. De zoon heeft
aan de Zavel een boetiek geopend met juwelen van hedendaagse kunstenaars. « Ik kan
de verzamelaarsters indelen in drie categorieën», zegt Godelieve Sigal. « De zeer jonge
vrouwen, van 18 tot 20 jaar, laten hun eerste tas schenken door hun ouders. Het gaat
vanzelfsprekend om het model 2.55 van Chanel, in zwart leer met verzilverde kettingen,
die nooit verguld zijn. De jonge vrouwen tussen 25 en 30 jaar, die financieel
onafhankelijk zijn, kopen hun tassen zelf. Hun voorkeur gaat uit naar Le Birkin d’Hermès
of een Louis Vuitton. Maar steeds een « collector’s item » in beperkte oplage,
bijvoorbeeld beschilderd door Murakami, Kusama of Stephen Sprouse. Ze laten zich
daarentegen door hun partners juwelen schenken van Chanel of Yves Saint Laurent. Deze
categorie vrouwen is zeer leuk aangezien ze tassen aandurven of meer zeldzame
juwelen, zoals een halsband van Christian Astuguevielle, oorbellen van Hervé van der
Straeten die tot op de schouders hangen of ook nog de tas Her Bag van Hermès, een
minder bekend model in doek en leer. Vrouwen tussen 30 en 35 jaar, zonder
professionele activiteit, laten zich verwennen door hun echtgenoten door zich vintage
tassen of vintage juwelen van Chanel of Hermès te laten aanbieden, dus vaste waarden.
Gehuwde mannen zijn meer ingehouden en durven zich niet al te gewaagd of avantgarde te vertonen. »
Raphaëlle en Ludivine Lassus, duizend facetten van zilverwerk
In een feestelijk universum heeft de boetiek van de zusters Raphaëlle en Ludivine Lassus
(bijgestaan door hun moeder) in Bordeaux alle troeven om de liefhebbers van zilverwerk
en kunst van de tafel van de XVIIIe tot de XXe eeuw te verleiden. « Onze verzamelaars
zijn mannen. Vrouwen kopen zilverwerk om het te gebruiken», zegt Raphaëlle Lassus.
«De mannen, van wie de gemiddelde leeftijd ongeveer 50 jaar is, investeren eerder in
kunst. Ze zoeken vitrineobjecten of buitengewone stukken, verzamelobjecten zoals
bijvoorbeeld eierdopjes uit de XVIIIe eeuw, of ook nog stukken uit een bepaalde regio of
van een bekende zilversmid. De vrouwen daarentegen zijn meer bezig op gebied van
decoratie en de kunst van de tafel. Ze gaan bijvoorbeeld bestek kiezen. Zij zijn het die
het laatste woord hebben over de aankoop van doopcadeaus: bekers, servetringen of
bestek voor kinderen. Onze klanten hebben middelen. Het zijn opgeleide vrouwen die
ervan houden gasten te ontvangen en een mooie tafelschikking te hebben. Ze verkiezen
dus het nuttige en het praktische. De ruimte waarover men beschikt is natuurlijk ook
belangrijk. Sommige oude kandelaars zijn bijvoorbeeld decoratief en « kleden » een
interieur mooi aan. Maar hun volume heeft plaats nodig. Ons cliënteel is zeer breed en
we willen het meer vertrouwd maken. Om een zekere coherentie te behouden, passen we
ons aan alle budgetten aan, door bekers voor te stellen uit de XVIIIe eeuw aan 1500
euro (gekocht door mannen) en meer recente bekers, aan 150 euro, die eerder vrouwen
zullen verleiden. Men moet ook de trends en evoluties van de levensstijl volgen. Speciale
kannen vallen nog steeds in de smaak, vooral als decoratief object, terwijl
koffieserviezen en koffiekannen geen liefhebbers meer vinden. Theekannen daarentegen
hebben veel succes (de trend van de thee), maar niet de volledige theeserviezen. Het
huidige cliënteel mijdt ook serviezen met een volledig bestek en sommige accessoires,
zoals grote soeplepels. Die verkopen niet meer! »
Florence de Voldère, Oude Vlaamse kunst
Florence de Voldère, die sinds het begin van haar parcours gepassioneerd is door postimpressionnisme, heeft zich vervolgens gericht tot de kunst van de Lage Landen van de
XVIe en XVIIe eeuw, « de profane schilderkunst van het geluk die een zeer sterke
gedachte en een humanistische strijd heeft begeleid en waarvan de kleuren ons in
vervoering brengen ». De schilderijen uit die periode zijn kostbaar. Het gaat dus niet om
een impulsaankoop, maar een beredeneerde aankoop. Dit gezegd zijnde dringen de
vrouwen aan bij schilderijen van bloemen, hun lievelingsonderwerp. Zo bemerken we een
overeenkomst tussen de smaak van de vrouwen van vandaag en de favoriete
onderwerpen van vrouwelijke schilders uit Nederland. Rachel Ruysch (1664-1750),
bijvoorbeeld, wijdt heel haar leven aan bloemstillevens. De Nederlandse Judith Leyster
en de Française Louise Moillon (respectievelijk geboren in 1609 en 1610) waren
eveneens grote schilders van stillevens. Maria Theresa van Thielen (1640-1706) is
bekend geworden dankzij haar schitterende boeketten. De kunstenares Mayken Verhulst
(1518-1599), schoonmoeder van Pieter Bruegel de Oude, zou dan weer, volgens
sommige specialisten, de eerste meester zijn van haar kleinkinderen : Pieter Bruegel II
de Jonge en Jan Bruegel de Oude, de Fluwelen. Vrouwen waren dus zeer aanwezig als
kunstenaressen of als mecenassen in Noord- Europa, landen die progressiever waren ten
opzichte van vrouwen. Die kunstenaars, die in het verleden gemarginaliseerd werden,
genieten tegenwoordig een hernieuwde interesse. Sinds 1981 is een museum aan hen
gewijd. Het National Museum of Women in the Arts werd in Washington gecreëerd door
Wilhelmina Cole Holladay. In Namen stelt Florence de Voldère onder andere een
‘Bloemenboeket’
van
Jan-Baptist
van Fornenburgh
(1585-1650)
voor,
een
‘Bergpanorama’ van Jan Bruegel de Oude en Josse de Momper (1564-1625) en een
‘Dorpscène’ van Joseph van Bredael (1688-1739).
Sylvie de Spa, specialiste in ‘jolités de Spa’
Sylvie de Spa, die een algemeen aanbod heeft van klassiek antiek (Lodewijk XV en
Lodewijk XVI, zilverwerk, …), betreurt het feit dat er maar weinig jonge verzamelaars en dus weinig jonge verzamelaarsters - zijn. « Het is een kwestie van middelen», zegt
ze. «Er is toch een uitzondering: de dochters van antiquairs die steeds hebben gebaad in
de cultus van het verfijnde object van het verleden en die van plan zijn zich eveneens te
wijden aan het beroep. Om de 25e verjaardag van mijn dochter te vieren, heb ik
voorgesteld om haar een mooie tas te schenken. Ze had liever een fraai klassiek meubel,
met name een bureau in de stijl van Lodewijk XVI. Haar vriendinnen daarentegen richten
zich eerder op hedendaagse of « vintage » objecten van de XXe eeuw, op voorwaarde
dat ze origineel zijn en boven de rest uitsteken. Ze houden van schilderijen, juwelen en
beeldhouwwerken, maar willen per se dat ze mooi en decoratief zijn. De esthetiek gaat
altijd voor. Speculatie of investering zijn nooit de eerste doelstellingen. Rijpere vrouwen
houden ervan om zich door hun man of partner een « jolité de Spa » waarvan we de
grote specialisten zijn te laten aanbieden. We stellen er een mooie selectie van voor op
Antica Namur. Het gaat om kunstvakmanschap dat typisch is voor Spa : de « Bois de
Spa ». Oorspronkelijk, vanaf het begin van de XVIIe eeuw, waren deze beschilderde
koffers bestemd voor « bobelins », mensen die op kuur gingen om water te halen uit
Spa. Hun functie was meervoudig en deed dienst als naaidoosje, theedoosje, doosje voor
juwelen, snoep, enz. Sommige antiquairs en verzamelaars beschouwen ze als toppunt
van Waalse savoir-faire op gebied van decoratieve kunsten en plaatsen ze op hetzelfde
niveau als het kristal van Val Saint-Lambert. Dit vakmanschap heeft stand gehouden en
wordt nog steeds toegepast, ook al hebben de technische en stilistische kenmerken een
grote evolutie ondergaan ». Bij de sleutelwerken die Sylvie de Spa voorstelt in Namen
zijn er onder andere een paar beeldjes in gebakken aarde uit de XVIIIe eeuw, afkomstig
uit Zuid- Frankrijk (ongeveer 100 cm hoog) en een kabinet uit het midden van de XVIIe
eeuw, uitgevoerd in Zuid- Duitsland.
Hedwig Muller en haar dochter Inge De Pauw, ereplaats voor de Mechelse
popjes
Hedwig Muller (de moeder) en Inge De Pauw (de dochter) werken als duo en zijn
gerichte antiquairs die zweren bij prachtige beeldhouwwerken uit de periode tussen de
XIV en XVIIe eeuw. « Onze collectie richt zich tot welingelichte verzamelaars», zegt Inge
De Pauw. « Het zijn geen « coups de cœur » objecten. Men moet een bepaalde cultuur,
opvoeding en kennis hebben om deze beeldhouwwerken te waarderen. Ons cliënteel
bestaat voornamelijk uit mannen van een bepaalde leeftijd. Soms komen ze als koppel,
maar we hebben nauwelijks vrouwelijke klanten. Vrouwen, daarentegen, laten zich
verleiden door de Mechelse poppen. Vanaf de XVe eeuw was de stad bekend voor de
productie van beelden van ongeveer 30 cm, die de Mechelse poppen werden genoemd.
Ze worden gekenmerkt door een sterke « popachtige» uitdrukking, een mooie, sensuele
mond, ogen in amandelvorm en een groot voorhoofd. Ze werden gebruikt voor privé
devotie of werden opgesteld in retabels met een tuin en ingesloten door twee zeer mooie
panelen die met olieverf beschilderd waren. De tuin werd versierd met vlinders en
bloemen in papier mâché. Die tuinen (« besloten hofjes ») werden gemaakt door de
begijnen en de augustijnen van Mechelen. Deze beeldjes, die bekend zijn over heel de
wereld, zijn moeilijk te vinden en fel begeerd, vooral door vrouwen. De prijzen zijn dan
ook hoog (vanaf 15 000 euro) en trekken uiteraard alleen een welgesteld publiek aan van
een zekere leeftijd. In Namen, waar we voor de derde keer deelnemen, stellen we ook
beelden voor van de heilige Marguerite en de Heilige Barbara (einde van de XVe eeuw)
afkomstig van een retabel in Zuid- Duitsland.»
Anne-Catherine Simon, een volledig vrouwelijk universum
De jonge antiquair is gevallen voor de vrouwelijke charmes, verheerlijkt (maar elke keer
op andere wijze) door drie Belgische schilders: Félicien Rops, Paul Delvaux en Armand
Rassenfosse. « Mijn cliënteel bestaat voornamelijk uit jonge koppels tussen 35 en 50
jaar. Soms komen vrouwen die over de veertig zijn me alleen bezoeken. Ze zijn
professioneel succesvol, onafhankelijk en autonoom. Jongere vrouwen hebben andere
prioriteiten. Tijdens een aankoop denkt een vrouw meer dan een man. Ze is minder vlug
en direct. Ze is vlugger verleid door een juweel of een tas, zichtbare accessoires die haar
schoonheid versterken. Een schilderij is discreter. Alvorens ze overgaat tot de aankoop,
moet een vrouw eerst een ‘coup de cœur’ hebben. Door een gravure te kopen of een
prent tussen 500 en 1000 euro, doet ze zichzelf plezier. Maar van zodra we naar het
duurdere segment gaan (tussen 5 en 10 000 euro), is ze uiteraard op zoek naar
schoonheid, maar verliest ze geen meerwaarde uit het oog of de mogelijkheid om het
schilderij later duurder te verkopen of er haar nakomelingen van te laten genieten. Ik
herinner me die dame van een vijftigtal jaar die een schilderij bij mij heeft gekocht
omdat die aankoop haar plezier deed en ze het kon nalaten aan haar kinderen. Men kan
ook een schilderij kopen als geschenk. Maar dat is eerder uitzonderlijk. Op een dag heeft
een man de tekening « Moederschap» van Armand Rassenfosse bij mij gekocht voor zijn
vrouw die juist was bevallen. Het was de ideale gelegenheid.»
SCHOONHEID, LIEFDE, VERLEIDING …
Antica Namur brengt een eerbetoon aan de vrouw als inspiratie maar ook de vrouw als
mecenas of kunstenares, waaronder, bij de Belgen, als meest gedurfde Anna Boch
(1848-1936), Marthe Donas (1885-1967), Akarova (1904- 1999), Evelyne Axell (19351972) of ook nog de bekende mezzosopraan La Malibran, echtgenote van de Belgische
violist Charles-Auguste de Bériot.
Anna Boch (1848-1936), kunstenares en mecenas
Naast een inspiratiebron of geliefde, werd de vrouw ook gesacraliseerd als kunstenares of
mecenas. In België neemt de pionnier Anna Boch een bevoorrechte plaats in. Ze is de
dochter van Victor Boch, een van de oprichters van Royal-Boch-Kéramis in La Louvière.
Ze is ook de nicht van Octave Maus, een bekende advocaat, schrijver en kunst- en
muziekcriticus. Als hartstochtelijk muziekliefhebber initieert Anna Boch hem in muziek,
onder andere die van Wagner (Maus zal zo een van de eerste Wagnerianen zijn en een
van de eerste bedevaarders naar Bayreuth). Octave Maus introduceert haar vanaf 1886
in de groep van “les XX” waar ze de enige vrouw is. Ze ontmoet er Théo van
Rysselberghe die een zekere invloed zal hebben op haar werk. Anna Boch is ook een
nauwgezette leerlinge van Isidore Verheyden en neemt deel aan de neoimpressionistische beweging. Haar werk omvat meer dan 900 schilderijen
(bloemboeketten, intimistische scènes, natures mortes, landschappen, portretten). Voor
de aardewerkfabriek Royal-Boch-Kéramis schildert ze ook enkele zeldzame landschappen
op faïence en een servies voor eigen gebruik. Anna Boch is ook een verzamelaarster en
mecenas. Haar collectie van impressionistische schilderijen werd beschouwd als één van
de meest belangrijke van haar tijd. In haar atelier heeft men tientallen schilderijen van
Belgische en buitenlandse kunstenaars aangetroffen die bij “les XX” hebben
tentoongesteld. Ze heeft « Russische muziek » van James Ensor geschonken aan het
Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van Brussel, vervolgens aan hetzelfde museum
« La conversation dans les prés » van Gauguin nagelaten, « La Seine à la Grande Jatte »
van Seurat en « La Calanque » van Signac. Het is tenslotte Anna Boch die « La vigne
rouge » zou hebben gekocht van Vincent Van Gogh (een vriend van haar broer Eugène
Boch, eveneens schilder), het enige schilderij dat de Nederlandse kunstenaar heeft
kunnen verkopen in heel zijn leven! Anna Boch is overleden in 1936 en ligt begraven op
het kerkhof van Elsene.
Akarova (1904-1999), een echte kunstenares
Dans, zang, muziek, schilderkunst, poëzie, beeldhouwkunst … Marguerite Acarin, bekend
als Akarova, heeft met haar veelzijdig talent een stempel gedrukt op de XXe eeuw. Ze is
geboren in Sint-Joost-ten-Node en volgt, als vroegtijdig kunstenares, vanaf haar 13e
zanglessen aan het Conservatorium van Brussel en, parallel, lessen piano en dans. Ze
wordt aangenomen bij het ballet van de opera van Antwerpen. Maar dat is slechts van
korte duur wegens een conflict met de directrice Sonia Korty. Ze is gefascineerd door
dans en neemt deel aan de conferenties van de danser Raymond Duncan, broer van de
bekende Isadora waar ze Marcel-Louis Baugniet ontmoet, schilder en kunstcriticus. Ze
wordt zijn model en huwt hem. Hij bedenkt haar artiestennaam: Akarova.
Vanaf 1926 wijdt ze zich uitsluitend aan dans en ontdoet ze die van alle attributen van
klassiek ballet. Wat haar de bijnaam van « Belgische Isadora Duncan » oplevert.
Geïnspireerd door de Ballets russes maar ook door de avantgarde beweging die
beeldende kunst, muziek, theater en literatuur omvat, maakt Akarova talrijke stukken op
muziek van componisten die in de mode zijn: Claude Debussy, Maurice Ravel, Darius
Milhaud of Igor Stravinski. Ze is een veelzijdige kunstenares en ontwerpt eveneens
decors en kostuums. Op asymmetrische motieven komen gedurfde kleurpaletten voor,
zoals de trend van die tijd het wil, beïnvloed door het Russische constructivisme en het
Italiaanse futurisme. Verstoken van enige internationale ambitie blijft Akarova trouw aan
haar Brussel en maakt er stukken in verschillende theaters. Ze is veeleisend en
perfectionistisch en wenst haar eigen zaal waar ze haar stukken van A tot Z in de kleinste
details kan voorbereiden. Architect Jean-Jules Eggericx ontwerpt speciaal voor haar een
ruimte in de Renbaanlaan 72 in Elsene. Het is hier dat, tussen januari 1937 en 1957 (het
jaar van de sluiting), de carrière van Akarova haar hoogtepunt bereikt. Ze danst er « Les
Biches de Poulenc », de « Boléro van Ravel », « Prélude à l’après-midi d’un faune » van
Claude Debussy en « L’Amour sorcier » de Manuel de Falla.
Akarova is een echte kunstenares die zich vanaf 1938 ook richt op beeldhouwkunst, door
de buste te maken van haar tweede echtgenoot, Louis Lievens, een expert in literatuur
en geneeskunde. Ze wijdt zich volledig aan schilderkunst en beeldhouwkunst na de
sluiting van haar zaal in 1957. Religieuze onderwerpen, portretten en zelfportretten staan
centraal in haar picturaal œuvre. Haar sculpturen bevinden zich in het Museum van
Elsene maar ook in openlucht, in Brussel en in Bergen. In de jaren 1990 krijgt ze twee
zeer mooie hommages. Michel Jakar heeft een schitterende documentairefilm aan haar
gewijd. En in 1994 heeft de choreograaf Michèle Noiret een stuk aan haar opgedragen in
de Biennale Charleroi-Danses.
Marthe Donas (1885-1967), pionnier van de abstracte kunst De jonge Marthe
Donas, die geboren is in Antwerpen en van een bourgeois familie komt, is een echte
kunstenares die al op zeer jonge leeftijd moet vechten tegen haar vader die zich verzet
tegen haar wens om schilder te worden. Desondanks slaagt ze erin lessen te volgen aan
de “Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen”. Eerst in 1902, dan in 1912-1913.
Wanneer de oorlog uitbreekt, vlucht de familie naar Nederland. Marthe Donas slaagt erin
om te ontsnappen naar Dublin waar ze zich de techniek van glasramen eigen maakt. Ze
maakt drie glasramen voor Ierse kerken. In 1916 komt Dublin in opstand tegen de
Engelsen. Marthe Donas vlucht naar Parijs. Dankzij een tentoonstelling van André Lhote
ontdekt ze het kubisme. Haar eerste werken kunnen onmiddellijk op veel interesse
rekenen. Ze getuigen van een originele vormenspel en de combinatie van verschillende
technieken: schilderkunst, pasta in reliëf, elementen die gekleefd worden. Als lid van de
groep La Section d’Or (ook bekend onder de naam « groupe de Puteaux), die nauw is
verbonden met het kubisme, frequenteert Marthe Donas befaamde kunstenaars zoals
Fernand Léger, Georges Braque, Albert Gleizes, Franz Kupka, Jean Metzinger of de
Russische beeldhouwer Alexandre Archipenko. Beetje bij beetje neemt haar werk afstand
van het kubisme en evolueert het naar abstractie. In 1921 stelt ze tentoon in Berlijn, in
de galerie Der Sturm van Herwarth Walden. De bekende handelaar koopt haar hele
collectie en verkoopt een deel aan Katherine Dreier (1877-1952), een Amerikaanse
mecenas van de Dada beweging. Katherine Dreier creëert vanaf 1920 het museum
gewijd aan hedendaagse kunst, dat Société Anonyme, Inc wordt gedoopt. De catalogus
van het museum bezingt het lof van Marthe Donas, en omschrijft haar als « the first
woman abstract painter ». Vanaf 1927 neemt ze door familiale omstandigheden een «
carrière pauze » van twintig jaar. In 1947 neemt ze haar palet en penselen weer op en
schildert ze zonder onderbreking tot aan haar overlijden, in 1967. Na een korte
figuratieve periode die terug aanknoopt bij de beweging van de vormen, kleuren en
lijnen, keert ze terug naar de abstractie. Het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel wijdt
haar in 1960 een grote tentoonstelling. In haar werk onderzoekt ze « wat verder gaat
dan de materie » op zoek naar het « oneindige in het eindige ». Volgens de kunstcriticus
Michel Seuphor maakt Marthe Donas deel uit van de pioniers in de abstracte kunst. In
2006 wijdt de stad Ittre waar ze zoveel van houdt, een museum aan haar. Het is
gevestigd in een kleine kapel die grenst aan het cultureel centrum.
Evelyne Axell (1935-1972), grote figuur van de Pop Art
Evelyne Axell, geboren als Evelyne Devaux, is afkomstig uit Namen. Ze volgt eerst
keramiek in de “Ecole des Beaux-Arts” van Namen en gaat vervolgens naar het
“Conservatoire d’Art Dramatique” in Brussel. Gedurende zeven jaar, tussen 1955 en
1962, richt ze zich op een carrière van actrice en verhuist ze naar Parijs. In 1956 huwt ze
de Belgische regisseur Jean Antoine die haar laat spelen in zijn film « Le crocodile en
peluche ». André Cavens, een andere Belgische regisseur, biedt haar in 1961 een rol aan
in « Il y a un train toutes les heures ». In 1963 vestigt Evelyne Axell zich in Brussel. Na
twee sabbatjaren begint ze een carrière als schilder, die zeven jaar later brutaal wordt
onderbroken door een dodelijk auto-ongeval in Zwijnaarde. In 1965 is de hele wereld in
de ban van « pop ». De beweging van de « Pop Art », die is ontstaan in een buurt in New
York, vertaalt zich ook naar popmuziek en een stedelijke levensstijl. In Europa laat het
“nouveau réalisme” sterk van zich horen. Tinguely en Martial Raysse staan op het
toppunt van hun kunst. Niki de Saint-Phalle is een icoon van het heersende feminisme.
César maakt furore met zijn autocompressies en expansies in polyurethaan. Mei 68
kondigt een verandering aan van de maatschappij: de postindustriële wereld neemt het
langzaam over van de industriële wereld. Het is een stimulerende periode. De
kunstenaars hebben zin om er helemaal deel voor te gaan. Het is in deze dynamische en
revolutionaire context waar kunst zich begint te vermengen met de stedelijke, industriële
en mediacultuur dat Evelyne Axell haar œuvre ontwikkelt. Ze maakt zich meester van de
materialen van haar tijd, in dit geval hars, vooral plexiglas, maar ook olie voor koetswerk
van wagens, synthetische stoffen in fluokleuren. Het lichaam van de vrouw en vooral het
hare dat ze blijft opvoeren, staat centraal in haar werk. Het « concept » van Evelyne
Axell is duidelijk : doorheen vormen en houdingen zegt de kunstenares ons dat het
lichaam van de vrouw geen consumptieobject is. Haar naakten reflecteren het beeld van
een vrije vrouw, zonder complexen, zeker van zichzelf en van haar vrouwelijkheid, klaar
voor erotisch plezier en seksueel geluk. Gedurende haar korte carrière, heeft Evelyne
Axelle de utopie aangeprezen van liefde en de terugkeer naar de natuur door een
lichamelijke fusie van elementen. Marcel Moreau, de grote Belgische schrijver, heeft
gezegd dat « Evelyne de tijd niet heeft gehad om ervoor te zorgen dat het vrouwelijke
zich richt tot het goddelijke, in de komende hartklopping van een orgastisch project ».
Haar werken bevinden zich in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, in
het museum van Oostende en talrijke galeries en privé collecties.
La Malibran (1808-1836), « prima donna assoluta »
María de la Felicidad García is geboren in Parijs als de dochter van de Spaanse tenor
Manuel García. Al zeer vroeg voelt hij aan dat haar stem van mezzosopraan een
uitzonderlijk groot register heeft. De zanger legt haar een schrikwekkend muzikaal
onderricht op en duwt haar de scène op terwijl ze maar zes jaar is. Een paar jaar later
brengen haar schoonheid, haar gebaren en buitengewoon dramatisch talent, haar
energie, haar passie, haar « expressionistisch » gezang en haar présence op het podium
haar naar de top. Ze wordt « la » Malibran, naar de naam van haar eerste echtgenoot en
belichaamt de diva bij uitstek. Haar talent en charisma maken een einde aan de
heerschappij van castraten en brengen het publiek het beeld van de « prima donna
assoluta ». Bellini en Rossini schrijven de mooiste operarollen voor haar. Ze maakt een
triomf door New York en door heel Europa, van Londen tot Milaan, van Rome tot Parijs.
Naar het beeld van Franz Liszt voor mannen (die trouwens een van haar vrienden was),
is María Malibran de eerste « pop star » diva. Iedereen kent haar gezicht dankzij …
« afgeleide producten » van die tijd. Het figureert op tassen, schoteltjes, koffiekannen,
theekannen afkomstig uit de porseleinefabriek (verzameld door Balzac), maar ook op
pendules in verguld brons en zelfs op een tafel in inlegwerk (waar ze wordt afgebeeld als
een Egyptische priesteres) die vandaag toehoort aan Cecilia Bartoli. Alle mannen worden
verliefd op haar stem en haar schoonheid: Chateaubriand, Dumas, Balzac, Vigny,
Lamartine, Hugo, Delacroix, Chopin, Berlioz … María Malibran huwt, voor een tweede
keer, met de talentvolle Belgische pianist Charles-Auguste de Bériot. Het koppel besluit
zich te vestigen in Brussel. De architect Charles Vander Straeten wordt aangesteld voor
de bouw van een villa in Elsene. Het eigendom is een klein kasteel in neoklassieke sfeer,
met een groot rond salon en talrijke kamers. In 1836 – la Malibran is dan 28 – slaat het
noodlot toe. Na een zware val van een paard, leidt deze volleerde ruitster dagenlang pijn.
Maar ze blijft zingen. Haar overlijden, dat wordt ervaren als een shock, leidt tot een ware
stroom van gedichten, biografieën en teksten en inspireert Musset tot zijn bekende
« Stances à la Malibran ». De diva rust op het kerkhof van Laken in Brussel. Ook
vandaag nog leggen anonieme handen vaak bloemen op haar graf. Een paar decennia na
haar dood is de woning dat Charles-Auguste de Bériot voor haar liet bouwen nog steeds
het stadhuis van Elsene.
DE MUZE, DE VROUWELIJKE KUNSTENARES, DE VERZAMELAARSTER
De vrouw en de kunst
« Spiegeltje, spiegeltje aan de wand »… Eeuwenlang hebben dichters de charmes van de
vrouw bewonderd en hebben schilders en beeldhouwers de onvergelijkbare figuur van
Venus vereeuwigd. Maar het is niet altijd zo geweest. Niet alle maatschappijen hebben de
vrouwelijke schoonheid geprezen. Het « mooie geslacht » is een uitvinding of
« constructie » die relatief recent is, ontstaan op de vooravond van de moderne tijden. In
primitieve tijden vierde men niet de schoonheid maar de vruchtbaarheid. Onvruchtbare
vrouwen, ongeschikt om « de taak van nakomelingen » te verzorgen, werden omgeven
door misprijzen. De man zag zichzelf trouwens als superieur aan de vrouw en werd ook
zo aanzien: hij kreeg nobele en waarderende activiteiten, zij minder belangrijke en
ondergeschikte functies. In die context was de verering van de vrouw uiteraard
ondenkbaar. Het verschijnen van het fenomeen van verheerlijking valt samen met het
opkomen van sociale klassen, rijken en armen. Vrouwen afkomstig uit nobele lagen,
vrijgesteld van werk en « inactief », brengen hun vrije uren door met zich opmaken, zich
aankleden en opdoffen om zich te ontspannen en hun echtgenoot te behagen. De sociale
ongelijkheid, rijkdom en het nietsdoen liggen aan de oorsprong van de cultus van het
mooie geslacht.
Pandora, Aphrodite, Athena en de anderen
In de antieke oudheid stellen sommige auteurs dat een « mooie » vrouw bevrijd is van
productief werk en haar tijd doorbrengt met de perfectionering van haar schoonheid.
Sommige « specialisten » leggen de eerste codes vast van schoonheid, synoniemen van
een sociale superieure rang: een doorschijnende tint, de cultus van de kleine voetjes in
China, gebruik van make- up, verfijnde kapsels, verfijnde juwelen en hoge hakken.
Dichters verheerlijken de vrouwelijke schoonheid (met name die van de godinnen van
het Pantheon : Hera, Artemis, Athena, Aphrodite), beschouwd als de « kwintessens van
schoonheid ». Hesiodus bezingt het lof van de eerste vrouw, Pandora, gecreëerd door
Hephaistos met « een mooi begerenswaardig lichaam van een maagd » op schitterende
wijze van juwelen voorzien door Athena. Voor de dichteres Sappho is het
vrouwenlichaam « het mooiste ter wereld ». De beeldhouwers (de bekende Aphrodite van
Praxiteles, onthaald door de cité van Cnide) stellen het vrouwenlichaam eerst volledig
gedrapeerd voor, vervolgens naakt, met ideale proporties: een weelderige boezem, een
fijne taille, « gebalanceerde» heupen die het gewicht van het lichaam op één enkel been
doen rusten. De Griekse Oudheid heeft zeker de vrouwelijke charmes geprezen en
begroet. Maar men moet evenwel constateren dat ze nooit de vrouw in het toppunt van
de schoonheid heeft geplaatst. Eenvoudigweg omdat de heersende homoseksuele cultuur
steeds de viriele fysieke schoonheid heeft verkozen en de schoonheid van jonge mannen.
Bovendien werd de vrouwelijke schoonheid steeds omgeven door negatieve attributen,
zoals sluwheid, bedrog of leugens. Dat vooroordeel zal zich blijvend verankeren in de
joods- christelijke traditie (de schoonheid van Sarah, Salomé of Judith wordt het
onderwerp van vijandigheid en wantrouwen) en gedurende de hele middeleeuwen.
Behalve de code van de hoffelijke liefde, beschouwt de cultuur van die tijd de vrouw als
« wapen van de duivel ».
Het « mooie geslacht » tijdens de Renaissance
De verering van « het mooie geslacht » en de erkenning van de « esthetische
superioriteit van het vrouwelijke » is een uitvinding van de Renaissance. In de XVe en
XVIe eeuw blijft men haar esthetische suprematie vieren en haar « goddelijke»
schoonheid. De vrouw wordt verheven tot de stand van « engel ». Dichters en schrijvers,
zoals Erasmus en Montaigne schrijven lofredenen die steeds meer bombastisch worden.
Chevalier de l’Escale roept uit: « u bent het meesterwerk van God, het beeld van de
goddelijkheid, het mirakel van de natuur, de hemel in het klein en de versiering van de
aarde ». De vrouw dringt zich op als de kwintessens van schoonheid, het mooiste wezen
van de goddelijke schepping. Volgens Baldassare Castiglione, een Italiaans dichter en
schrijver « is de uiterlijke schoonheid het ware teken van de innerlijke schoonheid ».
Goddelijk mooi wordt de vrouw een synoniem van morele maar ook spirituele perfectie,
uitstekend geïllustreerd door « De geboorte van Venus » van Botticelli. In de Renaissance
wordt de vrouwelijke schoonheid bezongen door schilders, dichters en schrijvers. Het
vrouwelijk naakt wordt het favoriete onderwerp van kunstenaars. Minder majestueus en
« nobel » als bij de Grieken, reflecteert het daarentegen de sensualiteit, het smachtend
verlangen en « dromen van plezier ». Het slapend naakt is een andere manier om de
vrouwelijke schoonheid te vereren. « Slapende Venus » van Giorgione (1505) dient als
model en zal de hele geschiedenis van de schilderkunst beïnvloeden. Het spreekt voor
zich dat de cultus van « het mooie geslacht » een elitaire dimensie heeft en alleen
betrekking heeft op de rijke en gecultiveerde sociale lagen.
De vrouw muze
Van de XVIe tot de XVIIIe eeuw bezingen de « aanhangers van vrouwen » hun
schoonheid, verdiensten en deugden. In de eeuw van de Verlichting legt men het accent
op de positieve invloed van de vrouw op de zeden, beleefdheid en levenskunst. De XIXe
eeuw ontwikkelt de cultus van de echtgenote, de moeder en de opvoedster. De vrouw
wordt op een troon geplaatst. Ze wordt dichter bij het goddelijke beschouwd dan de man.
Schrijvers vereren, idealiseren en aanbidden haar : een hemels en goddelijk schepsel,
het « doel van de mens » (Novalis), « toekomst van de mens » (Aragon), « het eeuwige
vrouwelijk leidt ons omhoog » (Goethe). Sinds een aantal eeuwen en, vooral, sinds de
XVIIIe eeuw, is de vrouw de hoogste incarnatie van de liefdespassie, van absolute liefde.
Balzac verklaart dat « het leven van de vrouw liefde is ». Michelet bepaalt zo de missie
van de vrouw: « de eerste : beminnen; de tweede: houden van één; de derde, voor
altijd houden van ». Dit verheerlijkte gedrag is ook een onuitputtelijke bron van inspiratie
voor kunstenaars. De verliefde vrouw, de muze, heeft Salvador Dali, Pablo Picasso,
Fernand Léger of ook nog Henri Matisse geïnspireerd tot verbluffende meesterwerken.
Die laatste heeft 90 doeken gewijd aan Lydia Delektorskaya, zijn model en gezellin voor
het leven.
De moderne tijd
In de loop van de XXe eeuw wordt schoonheid democratischer. De vrouwenpers,
reclames, film en modefotografie dragen de ideale vrouwelijkheid uit naar alle soorten
publiek en het dagelijkse leven. Indien de verheerlijking van het schone geslacht,
gedurende eeuwen, het « exclusieve domein » was van dichters en kunstenaars, leeft ze
voortaan voort bij de pers, cinema, mode en cosmetica. Het vrouwelijke ideaal wordt
bepaald door nieuwe « vereisten » : slankheid en jeugd. De moderne vrouw moet slank
en rijzig zijn. Het sleutelwoord is « de lijn », ook in moderne kunst. Kubistische hoeken,
abstracte oppervlaktes, constructivistische visgraten, het functionalistische ontwerp heeft
onze blik gewoon gemaakt en opgevoed voor de schoonheid van eenvoudige vormen,
gestroomlijnd en minimalistisch, ontdaan van ornament. Parallel zijn het niet meer de
dichters of romanschrijvers die de vrouwelijke verschijning bezingen, maar de
vrouwentijdschriften. De vrouwenpers speelt de rol van agent van de democratisering
van de esthetische rol van de vrouw. En de vrouwelijke schoonheid is een dagelijks
spektakel met op de achtergrond glanspapier. Het is een permanente uitnodiging om te
dromen, om jong te blijven en haar vorm te verfijnen …