Lerarenhandleiding - Vos Xios 2012-2013

Commentaren

Transcriptie

Lerarenhandleiding - Vos Xios 2012-2013
Lerarenhandleiding
VAKOVERSCHRIJDENDE STAGE
Van 25 tot en met 28 maart 2013
KTA2 Villers Hasselt
Contactpersoon: Liesbet Vaes
Thema: cultuur
Gertjan Slegers, Joke Stokmans, Thomas Stans, Kadir Degeling,
Jean Smeets, Hadrien Cuypers en Jana Caspers onder begeleiding van
Ilse Hornikx
Inhoudstafel
Pagina nummer



Inhoudstafel
Algemene weekplanning
Cultuur
o Energizer een nieuwe identiteit
o Energizer uniek en toch gemeenschappelijk
o Kennismakingsbingo
o Wat cultuur
o Quiz
o Inleiding fragment globalisering
o Cultuspel
o Stellingen
o Energizer moordenaar en detective

Subcultuur Hiphop
o Theoretisch kader
o Inleiding hiphop
o Rap ( Rhymes and poetry)
o Hiphop Dans
o Collage Graffiti
25
25
26
28
31
33

Subcultuur Punkers
o Theoretisch kader
o Inleiding Punkers
o Energizer “hallo, ik ben … en jij ?
o De muziek en dans van punk
o Energizer “het orkest + ritme klappen”
o De kleding van punk
o Energizer “contact + post”
o Energizer “ ui – model van hofstede”
35
35
37
39
41
43
45
47
49

Subcultuur Hippies
o Energizer Stoelendans
o Hippe Hippies – een introductie
o Energizer Bananenrace
o Hippies en drugs
o Energizer ballonnenoorlog
51
51
53
57
59
61

Een nieuwe jeugdcultuur
o Theoretisch kader
o Uitwerking
o Presenteer je subcultuur
o Theoretisch kader
o Uitwerking
o Presentatie van de fragmenten
o Uitwerking
63
63
64
65
65
66
67
68
0
0
2
4
6
10
12
14
20
23
1
Algemene weekplanning
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Les uur 1
08.30 – 09.20
Introductie + energizer
Inleiding Workshop
subcultuur
Inleiding Workshop
subcultuur
Inleiding opdracht
Lesuur 2
09.20 – 10.10
Energizer
Workshop subcultuur
(Ronde 1)
Workshop subcultuur
(Ronde 3)
Maken van cultuur
Lesuur 3
10.20 – 11.10
Fotospel
Workshop subcultuur
(Ronde 1)
Workshop subcultuur
(Ronde 3)
Maken van eigen cultuur
Lesuur 4
11.10 – 12.00
Quiz
Workshopsubcultuur
(Ronde 1)
Workshop subcultuur
(Ronde 3)
Maken van eigen cultuur
Lesuur 5
12.50 – 13.40
Cultuspel
Workshop subcultuur
(Ronde 2)
Maken van eigen cultuur
+ ontwikkelen van filmpje
Lesuur 6
13.40 – 14.30
Cultuspel
Workshop subcultuur
(Ronde 2)
Maken van eigen cultuur
+ ontwikkelen van filmpje
Lesuur 7
14.40 - 15.30
Stellingen + energizer
Workshop subcultuur
(Ronde 2)
Presentatie van ontworpen
culturen
Cultuur
ENERGIZER
EEN NIEUWE IDENTITEIT
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 3: sociorelationele ontwikkeling
Doelstelling 1: de leerlingen kunnen een relatie opbouwen, onderhouden en
beëindigen.
Doelstelling 3: de leerlingen accepteren verschillen en hechten belang aan
respect en zorgzaamheid binnen een relatie.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen hanteren een gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:





zoeken spontaan toenadering tot elkaar;
werken samen als groep;
stellen beknopte en correcte vragen;
leren elkaar beter kennen;
kennen elkaars naam.
0
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
Tijdens deze activiteit spelen we de energizer ‘een nieuwe identiteit’. Met deze
energizer willen we het groepsgevoel bevorderen. Ook besteden we hierbij
aandacht aan het kennen van elkaars naam.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Voor deze activiteit is er geen achtergrondinformatie nodig.
BENODIGDHEDEN


Materiaal
stickers
WERKWIJZE
De namen van de leerlingen worden op stickers geschreven. Deze gaan in een
doos. Iedere leerling neemt er één uit en kleeft deze op de rug van zijn
buurman. Zorg er wel voor dat niemand zijn eigen naam krijgt. De leerlingen
gaan op zoek naar hun identiteit door aan iedereen vragen te stellen. Er mag
enkel geantwoord worden met ‘ja’ of ‘neen’. Indien de leerling de naam op zijn
of haar rug weet, stapt hij naar de bewuste leerling toe en vraagt hij of het juist
is. Indien dit zo is, blijft hij bij deze leerling. Zo vormen er zich rijen. Uiteindelijk
wordt er een cirkel gevormd.
DUUR
15 minuten
BRONNEN
Leefsleutels vzw, Energize!; Leefsleutels, 2001
1
ENERGIZER
UNIEK EN TOCH GEMEENSCHAPPELIJK
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 3: sociorelationele ontwikkeling
Doelstelling 1: de leerlingen kunnen een relatie opbouwen, onderhouden en
beëindigen.
Doelstelling 3: de leerlingen accepteren verschillen en hechten belang aan
respect en zorgzaamheid binnen een relatie.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen hanteren een gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:






werken samen als groep;
maken kennis met elkaar;
treden spontaan in interactie met elkaar;
stellen zich open voor anderen;
ontdekken dat er in de groep veel verschillen zijn;
ontdekken dat er in de groep veel gelijkenissen zijn.
2
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
Tijdens deze activiteit spelen we de energizer ‘uniek en toch gemeenschappelijk’.
Met deze energizer willen we de focussen op de verschillen en gelijkenissen
tussen de leerlingen.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Voor deze activiteit is er geen achtergrondinformatie nodig. Het is wel echter
aangeraden om enkele voorbeelden van een creatieve voorstelling te geven:
zingen, gedicht, tekening, verhaal, …
BENODIGDHEDEN



Kaarten
Papier
Stiften
WERKWIJZE
Elke leerling krijgt een kaart met hierop een letter. Meerdere leerlingen hebben
dezelfde letter gekregen. Vervolgens vormen de leerlingen groepen aan de hand
van de letter op hun kaart. Leerlingen met eenzelfde letter vormen één groep.
In het gevormd groepje gaan ze op zoek naar dingen die ze gemeenschappelijk
hebben. Al deze dingen moeten echter beginnen met de letter op hun kaart. De
leerlingen krijgen even de tijd om gemeenschappelijke dingen te zoeken. Hierna
stellen de leerlingen de gemeenschappelijkheden op een creatieve manier voor
aan de andere groepen.
DUUR
15 minuten
BRONNEN
Leefsleutels vzw, Energize!; Leefsleutels, 2001
3
KENNISMAKINGSBINGO
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 3: sociorelationele ontwikkeling
Doelstelling 1: de leerlingen kunnen een relatie opbouwen, onderhouden en
beëindigen.
Doelstelling 3: de leerlingen accepteren verschillen en hechten belang aan
respect en zorgzaamheid binnen een relatie.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen de leerlingen hanteren gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:




treden spontaan in interactie met elkaar;
stellen zich open voor elkaar;
interviewen elkaar;
kunnen voorbeelden geven van cultuurelementen.
4
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
Tijdens deze activiteit wordt de werkvorm ‘kennismakingsbingo’ gespeeld. In de
werkvorm kennismakingsbingo zitten onbewust cultuurelementen geïntegreerd.
Het doel van deze werkvorm is leerlingen aan te zetten tot het spontaan in
interactie treden met elkaar.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Voor deze activiteit is geen extra informatie nodig.
BENODIGDHEDEN


Bingoformulieren
Pennen
WERKWIJZE
Elke leerling krijgt een papier met hierop vakjes. In deze vakjes staan vragen.
De bedoeling is om zo snel mogelijk in elk vakje een naam van een leerling te
noteren die voldoet aan de vraag. Om in elk vakje een naam in te vullen, mogen
de leerlingen rondlopen en elkaar interviewen. De leerlingen stellen om de beurt
elkaar een vraag. Bijvoorbeeld: ‘Eet je graag een ijsje?’ Indien de andere leerling
‘ja’ antwoord op jouw vraag, mag je zijn of haar naam noteren in het vakje.
Vervolgens stelt de andere leerling zijn vraag. Elke naam mag slechts één keer
worden ingevuld. De eerste die zijn formulier vol heeft, roept ‘bingo’. Vervolgens
ga je na of aan elke naam is voldaan. Hierna wordt een klassikale bespreking
met de leerlingen gehouden.
DUUR
20 minuten
BRONNEN
BIJKERK L., VAN DER HEIDE W.; Het gaat steeds beter! - Activerende
werkvormen voor de opleidingspraktijk; Bohn Stafleu Van Loghum; 2006
5
WAT IS CULTUUR?
THEORETISCH KADER
Wat is cultuur? Hoe breed gaat cultuur? Het is erg moeilijk om cultuur te
omvatten. We kunnen zeggen dat cultuur al hetgeen is van menselijke
activiteiten waaraan we een zekere betekenis hebben gegeven. Cultuur kan
gaan van normen en waarden tot een bepaald symbool. Bovendien is cultuur
plaats – en tijdsgebonden.
We kunnen cultuur ontleden aan de hand van het ui –model van Hofstede.
Volgens Hofstede bestaat een cultuur uit verschillende lagen. Je kan het
vergelijken met de laagjes van een ui. Hoe dieper je in deze ui gaat, hoe
moeilijker het is om deze laag te veranderen.

Symbolen: dit zijn de meest oppervlakkige kenmerken van een cultuur of
subcultuur: woorden, afbeeldingen, gebaren of voorwerpen met een
betekenis.

Helden: zijn personen die in de cultuur een hoog aanzien hebben.

Rituelen: zijn activiteiten die overbodig zijn om het gewenste doel te
bereiken, maar die als sociaal essentieel worden beschouwd binnen een
cultuur. Voorbeelden van rituelen zijn: manier van begroeten, feestdagen, …

Waarden: vormen de kern van de cultuur. Deze geven aan welk gedrag
beschouwd wordt als goed of slecht, normaal of abnormaal.
6
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 1: de leerlingen beschrijven de dynamiek in leef- en
omgangsgewoonten, opinies, waarden en normen in eigen en andere sociale en
culturele groepen.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 4: de leerlingen zijn mondeling assertief: ze kunnen
informatie inwinnen, samenvatten en meedelen.
Leerplandoelstelling 6: de leerlingen kunnen eigen mening en gevoelens uiten.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen de leerlingen hanteren gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:







kunnen hun mening geven over een bepaalde foto;
treden spontaan in interactie met elkaar;
stellen zich voor elkaar open;
luisteren naar de andere;
kunnen een omschrijving geven van cultuur;
kunnen voorbeelden opsommen die typisch zijn aan de Belgische cultuur;
kunnen samenwerken met anderen.
7
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
Tijdens deze activiteit worden er twee werkvormen gehanteerd: placemat en
fotospel. Het doel hierbij is de leerlingen te laten nadenken over wat cultuur nu
precies inhoudt en hun een definitie te laten formuleren van cultuur.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Je moet kennis hebben van het model van Hofstede (zie achtergrondinformatie).
BENODIGDHEDEN



Placemat
Foto’s
Model van Hofstede
WERKWIJZE
Placemat
De leerlingen krijgen in groep een blad met daarop het begrip cultuur. Elke
leerling schrijft voor zichzelf in een hokje wat hij denkt bij het begrip ‘cultuur’.
Hierna wordt in groep overlegt welke woorden ze gaan houden. Dit zullen
voornamelijk gemeenschappelijke woorden zijn. Deze woorden worden
genoteerd in het midden van het blad. Elke groep mag deze woorden noteren op
bord. Vervolgens worden de woorden op bord klassikaal besproken.
Fotospel
De leerlingen zijn al in groepen verdeeld van de bij de placemat. Per groep
krijgen de leerlingen foto’s die iets te maken hebben met België. De leerlingen
bekijken in groep de foto’s en selecteren de tien foto’s die volgens hun de
Belgische cultuur het beste voorstellen. Hierna stellen de groepen de gekozen
foto’s aan elkaar voor. Bij elke foto wordt kort vertelt waarom de foto gekozen is.
Tijdens het voorstellen wordt er ook gekeken naar gemeenschappelijke foto’s die
8
de leerlingen geselecteerd hebben. Hierna wordt een kort leergesprek gehouden
omtrent de bevindingen van leerlingen. Vervolgens krijgen de leerlingen het ui –
model van hofstede. De gekozen foto’s worden hierop geplaatst. Hieruit wordt
een definitie van cultuur geformuleerd.
DUUR
50 minuten of 1 lesuur
BRONNEN
OLTMANS A.; PADIN C.; VAN AERSCHOT H.; Cultuurgek 4; De Boeck; 2011
9
QUIZ
THEORETISCH KADER
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 1: de leerlingen beschrijven de dynamiek in leef- en
omgangsgewoonten, opinies, waarden en normen in eigen en andere sociale en
culturele groepen.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: actualiteit en dagelijkse leven
Leerplandoelstelling 30: de leerlingen kunnen op grond van de actualiteit en de
eigen ervaringen illustreren dat hun leven ingebed ligt tussen verleden en
toekomst.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:






werken samen als groep;
stellen zich open voor elkaar;
luisteren naar elkaar;
spelen het spel sportief en eerlijk;
kunnen omgaan met verlies;
kunnen cultuurelementen benoemen.
10
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
Tijdens deze activiteit wordt met de leerlingen een quiz gespeeld. Deze bestaat
uit verschillende rondes. Een ronde representeert steeds een laag van het ui –
model.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Voor deze activiteit is er geen achtergrondinformatie nodig
BENODIGDHEDEN



PowerPoint quiz
Computer
Beamer
WERKWIJZE
Voor de quiz dienen er groepen gevormd te worden. De groepsindeling van het
vorige uur bij het fotospel kan behouden worden. Elke groep kiest een quiznaam.
Deze worden op bord genoteerd. Vervolgens wordt er gestart met de quiz. Na
elke ronde worden de scores op bord genoteerd en kan er gekeken worden naar
de tussenstand. De groep die na alle rondes de meeste punten heeft behaald,
wint de quiz.
DUUR
50 minuten of 1 lesuur
BRONNEN
11
INLEIDEND FRAGMENT
GLOBALISERING
THEORETISCH KADER
Door toename van transport – en communicatiemiddelen is de wereld één groot
dorp geworden. De technologische vernieuwingen bevorderen de contacten
tussen verschillende culturen, waardoor culturen elkaar bestuiven. Dit fenomeen
noemen we globalisering.
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: kijk – en luistervaardigheid
Leerplandoelstelling 2: de leerlingen kunnen informatief luisteren.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:


kunnen een omschrijving geven van globalisering;
kunnen gericht kijken naar een fragment.
12
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
De leerlingen bekijken een fragment omtrent globalisering. Dit vormt de inleiding
op Cultuspel.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Je weet wat globalisering is.
BENODIGDHEDEN



Fragment
Beamer
Computer
WERKWIJZE
De leerlingen krijgen een kort fragment te zien over globalisering. Hierna
sommen de leerlingen voorbeelden op van globalisering die in het fragment zijn
aan bod gekomen. Dit wordt gedaan in de vorm van een wedstrijdje. De
leerlingen plaatsen zich in groepen van 4 personen. Elke groep geeft om beurt
een gezien voorbeeld. Wanneer een groep geen voorbeeld meer weet of een
eerder gezegd voorbeeld aanhaalt, valt deze groep af.
DUUR
10 minuten
BRONNEN
OLTMANS A.; PADIN C.; VAN AERSCHOT H.; Cultuurgek 4; De Boeck; 2011
13
HET CULTUSPEL
THEORETISCH KADER
Culturen komen onderling met elkaar in contact. Wanneer twee culturen intensief
met elkaar in contact komen, gaat de samenleving zich de vreemde cultuur of
elementen hiervan eigen maken. Dit verschijnsel noemen we acculturatie. Bij het
contact hanteert men een acculturatiestrategie. Men kan er om kiezen om de
vreemde cultuur wel of niet over te nemen en om de eigen cultuur wel of niet te
behouden.
Model Berry: contact/participatiemodel
Model Bourhis: cultuurovernamemodel
Acculturatiestrategie
Cultuurbehoud
Aanpassing
Ja
neen
Ja
INTEGRATIE
SEPARATIE
Neen
ASSIMILATIE
MARGINALISATIE
Integratie
We spreken van integratie wanneer een bevolkingsgroep als gelijkwaardige
speler wordt opgenomen in een andere culturele samenleving. De
minderheidsgroep behoudt haar waarde – en normenstelsel, maar weet in te
passen in de dominante cultuur. De samenleving respecteert de culturele
eigenheid van de minderheidsgroep. Integratie veronderstelt respect, tolerantie,
een open dialoog en goede communicatie tussen de verschillende groepen.
14
Assimilatie
We spreken over assimilatie wanneer een sociale groep zich in verregaande mate
weet aan te passen aan een vreemd cultureel milieu. Vaak verwarren mensen
assimilatie met integratie. Bij assimilatie wordt de oorspronkelijke cultuur
(grotendeels) opgeofferd. Nationalistische partijen en groeperingen menen al te
vaak dat assimilatie de enige mogelijkheid is om samen te leven met mensen uit
andere culturen en miskennen de rechten van minderheden in de maatschappij.
Separatie
Bij separatie is er geen aanpassing. Men neemt geen elementen van de andere
cultuur over. Er wordt enkel de eigen cultuur behouden. Met segregatie staat
men apart van de rest van de samenleving. Er kan gemakkelijk de eigen cultuur
worden behouden, vermits er geen uitwisseling is met de gastsamenleving.
Marginalisatie
Marginalisering betekent dat een groep zich niet meer herkent in de eigen
cultuur, noch in de cultuur van het gastland. Deze ontwortelde mensen hebben
geen enkel houvast meer en zijn op zoek naar een identiteit . Ze zijn cultuurloos.
Kortom er is geen behoud en geen overname van cultuur.
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 2: mentale gezondheid
Doelstelling 8: de leerlingen herkennen de impact van cultuur- en kunstbeleving
op het eigen gevoelsleven en gedrag en dat van anderen.
Context 3: sociorelationele ontwikkeling
Doelstelling 1: de leerlingen kunnen een relatie opbouwen, onderhouden en
beëindigen.
Doelstelling 3: de leerlingen accepteren verschillen en hechten belang aan
respect en zorgzaamheid binnen een relatie.
Context 7: socioculturele samenleving
15
Doelstelling 1: de leerlingen beschrijven de dynamiek in leef- en
omgangsgewoonten, opinies, waarden en normen in eigen en andere sociale en
culturele groepen.
Doelstelling 2: gaan constructief om met verschillen tussen mensen en
levensopvattingen.
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 4: de leerlingen zijn mondeling assertief: ze kunnen
informatie inwinnen, samenvatten en meedelen.
Leerplandoelstelling 6: de leerlingen kunnen eigen mening en gevoelens uiten.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen de leerlingen hanteren gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:







hebben inzicht in het proces van acculturatie;
kunnen een onderscheid maken tussen de vier acculturatiestrategieën:
integratie, assimilatie, separatie en marginalisatie;
proeven van verschillende culturen;
treden spontaan met elkaar in interactie;
kunnen in groep samenwerken;
luisteren naar elkaar;
hebben respect voor elkaars mening.
16
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
We komen in contact met andere culturen. Bij een intensief contact is de kans
reëel dat we van deze cultuur elementen gaan overnemen of zelfs de gehele
cultuur. Gaan we onze eigen cultuur behouden? Gaan we ons aanpassen aan de
vreemde cultuur? Het antwoord hierop verschilt. We onderscheiden vier
acculturatiestrategieën: integratie, assimilatie, separatie en marginalisatie. Met
dit spel willen we de leerlingen inzicht geven in deze vier strategieën. Dit is het
hoofddoel van het spel. Daarnaast wordt er ook gedaan aan cultuuroverdracht.
Doorheen het spel komen zowel de Belgische cultuur, als die van andere landen
aan bod. De leerlingen kruipen gedurende het spel in de huid van een persoon.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Je moet inzicht hebben in de vier acculturatiestrategieën (zie theoretisch kader).
Dit is nodig om de verwerking van het spel te kunnen uitvoeren.
BENODIGDHEDEN

Paspoorten

Spelfiches paspoorten

Spelopdrachten

Paperclips: rood en blauw

Affiches

Bladen A3

Kranten en tijdschriften

Stiften

Lijm

Scharen
17
WERKWIJZE
Deze activiteit kunnen we opsplitsen in twee deelactiviteiten: het spelen van het
spel en de verwerking via het maken van een moodbord (collage).
Spelen van het spel
Elke leerling krijgt een paspoort en een bijhorende spelfiche. Er zijn verschillende
kleuren paspoorten in het spel. Elke kleur verwijst naar een bepaalde strategie.
Een rood paspoort staat voor integratie, een blauw staat voor assimilatie, een
groen voor separatie en een paars paspoort voor marginalisatie. Gedurende het
spel treden de leerlingen steeds in interactie met een andere leerling. In de
spelfiches staan steeds twee thema’s. Elke leerling stelt zijn twee thema’s voor
aan de andere speler. Een leerling start met kiezen van een thema van de ander.
Vervolgens kijkt de leerling met de spelfiche naar het paspoort van zijn
medespeler en leest de bijhorende opdracht voor. De opdracht wordt uitgevoerd.
Als de opdracht voltooid is, neemt de leerling de bijhorende paperclips (dit staat
vermeld op de spelfiche). De rode paperclips staan voor cultuurbehoud en de
blauwe paperclips voor aanpassing. Hierna worden de rollen omgedraaid. Als
beide een opdracht hebben uitgevoerd, wordt er een nieuwe leerling gezocht en
wordt het proces terug herhaald. Hierbij wordt er steeds gekozen voor een
andere leerling. Ga niet samen met een leerling waarbij je al eens mee gespeeld
hebt.
Nabespreking spel
Dit wordt gedaan aan de hand van een kringgesprek. Hier wordt gepolst naar de
bevindingen van de leerlingen bij het spel. Wat was leuk of minder leuk aan het
spel? Vond je de opdrachten makkelijk of moeilijk? Ben je iets nieuws te weten
gekomen? Hierna breng je de paperclips ter spraken. Je vraagt om aan de
leerlingen eens te kijken hoeveel paperclips ze zelf hebben en om vervolgens
eens te kijken de andere leerlingen. Je vraagt hierna aan de leerlingen welke
verschillen en gelijkenissen ze opmerken. Hierna start je met de verwerking van
het spel.
Verwerking spel
Bij de nabespreking van het spel is het verschil paperclips al ter sprake gekomen
bij de leerlingen. Tijdens deze fase zoeken de leerlingen uit wat hun paperclips
betekenen aan de hand van de vier bladen die opgehangen zijn in de klas.
Bijvoorbeeld veel rode paperclips en weinig blauwe paperclips staat voor
separatie. Zo worden de leerlingen verdeeld in vier groepen. Vervolgens lezen de
18
leerlingen de korte informatie door die op de achterkant van het opgehangen
papier hangt. Hierop staat voor wat hun strategie inhoudt. Vervolgens maken de
leerlingen een moodbord (een soort van collage) over de hen toegewezen
strategie. Dit doen de leerlingen in groepen van 7. De resultaten worden
gepresenteerd aan de andere leerlingen.
Schema
Tijd
10’
Activiteit
Je geeft een korte kadering van het spel. Je legt hierbij de nadruk op
het ontmoeten van culturen en dat je in de huid kruipt van een bepaald
persoon. Hierna verdeel je de nodige materialen over de leerlingen en
leg je de spelregels uit.
 Kader het spel, maar verklap hier nog niet de vier strategieën bij.
 Deel de paspoorten en spelfiches uit
 Overloop de spelregels
 Overloop waar de spelopdrachten liggen
 Beantwoorden van nog eventuele vragen.
30’
Spelen van het spel.
5’
Nabespreking spel (kringgesprek)
40’
Verwerking van spel (moodbord)
DUUR
85 minuten
BRONNEN
OLTMANS A.; PADIN C.; VAN AERSCHOT H.; Cultuurgek 4; De Boeck; 2011
http://nl.wikipedia.org/wiki/Acculturatie
http://hiw.kuleuven.be/ned/lessen/cursusmateriaal/0607/vanbeselaere_pres.pdf
http://www.flw.ugent.be/cie/CIE/loobuyck2.htm
19
STELLINGEN
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 2: mentale gezondheid
Doelstelling 8: de leerlingen herkennen de impact van cultuur- en kunstbeleving
op het eigen gevoelsleven en gedrag en dat van anderen.
Context 3: sociorelationele ontwikkeling
Doelstelling 10: de leerlingen beargumenteren, in dialoog met anderen, de
dynamiek in hun voorkeur voor bepaalde cultuur- en kunstuitingen.
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 1: de leerlingen beschrijven de dynamiek in leef- en
omgangsgewoonten, opinies, waarden en normen in eigen en andere sociale en
culturele groepen.
Doelstelling 2: gaan constructief om met verschillen tussen mensen en
levensopvattingen.
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 6: de leerlingen kunnen eigen mening en gevoelens uiten.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen de leerlingen hanteren gepaste taal en
omgangsvormen.
20
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:






hebben inzicht in het proces van acculturatie;
kunnen een mening innemen;
kunnen hun mening geven over een stelling;
kunnen hun mening onderbouwen met argumenten;
kunnen luisteren naar elkaar;
brengen respect op voor elkaars mening.
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
Tijdens deze activiteit wordt er een stellingenspel gehouden. De leerlingen
krijgen een aantal stellingen en geven hieromtrent hun mening.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Je kan op voorhand al eens nagaan welke antwoorden er kunnen volgen op de
stellingen.
BENODIGDHEDEN

PowerPoint met stellingen
WERKWIJZE
De stellingen worden steeds geprojecteerd. Zijn de leerlingen het eens met de
stelling gaan ze links in het lokaal staan, zijn de leerlingen het oneens gaan ze
rechts in het lokaal staan. Indien de leerlingen zowel eens als oneens zijn met de
stelling blijven ze in het midden staan. Vervolgens worden een aantal leerlingen
aan het woord gelaten om hun mening te geven. Andere mogen hier dan op
reageren.
21
DUUR
20 minuten
BRONNEN
OLTMANS A.; PADIN C.; VAN AERSCHOT H.; Cultuurgek 4; De Boeck; 2011
22
ENERGIZER
MOORDENAAR EN DETECTIVE
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 3: sociorelationele ontwikkeling
Doelstelling 1: de leerlingen kunnen een relatie opbouwen, onderhouden en
beëindigen.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen de leerlingen hanteren gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:





stellen zich open voor elkaar;
durven elkaar aan te kijken;
kijken naar non – verbale signalen;
observeren elkaar;
hebben oog voor wat rond hun gebeurt.
23
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
Tijdens deze activiteit wordt de energizer ‘moordenaar en detective gespeeld’.
Hierna volgt een korte reflectie op de energizer. De bedoeling van deze energizer
is het groepsgevoel tussen de leerlingen te verhogen.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Je hebt geen extra informatie nodig.
BENODIGDHEDEN
Geen materiaal nodig.
WERKWIJZE
De leerlingen vormen allen een cirkel met de ogen dicht. De spelbegeleider loopt
achter de leerling. Hij tikt bij een leerling eenmaal op de schouders. Deze leerling
is de moordenaar. Hij tikt twee andere leerlingen tweemaal op de schouder. Deze
leerlingen zijn detectives. Hierna openen alle leerlingen terug de ogen. Als de
moordenaar naar een leerling knipoogt, is deze uitgeschakeld en gaat deze
zitten. Als de moordenaar naar de detective knipoogst is deze ook uitgeschakeld.
Het is aan de detectives om zo snel mogelijk de moordenaar aan te wijzen. Deze
energizer kan indien tijd over een tweede maal gespeeld worden.
DUUR
20 minuten
BRONNEN
Leefsleutels vzw, Energize!; Leefsleutels, 2001
24
Subcultuur HIPHOP
THEORETISCH KADER
De geschiedenis van de HipHop
Hip Hop is ontstaan in The Bronx in New York. Dit begon rond het midden van de
jaren 70. In de ghettos (sloppenwijken/achterstandswijken) ontwikkelden zich
een grote beweging die onder andere het gevoel voor ritme, de beats, met elkaar
gemeen hadden. Verder waren er nieuwe dansbewegingen en ontstonden er
rappers. Ook was er een kunstvorm in de vorm van graffiti. In het begin had het
Hip Hop gebeuren nog geen naam, maar daar kwam verandering in op 12
november 1974. Hip Hop is eigenlijk het verzamel woord voor: rappen,
breakdancen, Dj zijn en graffiti spuiten. Maar wat is dat nou allemaal?
Rappen
Rappen is eigenlijk iets zeggen op het ritme van de muziek. Vaak wordt er bij het
rappen gebruik gemaakt van rijm. Dit hoeft zeker niet altijd het geval te zijn,
maar om het lekker te laten lopen (te laten flowen) is het heel erg handig.
Rappen gaat meestal over wat er om je heen gebeurd, bijvoorbeeld als je
verliefd bent rap je daarover.
Breakdancen
Breakdance is een stijl waar je het dansen combineert met een soort
acrobatische stijl. De oorsprong van breakdance komt van de Afrikaanse
vechtvorm Martial-arts. Niemand weet precies wie de echte eerste breakdancer
was. De New Yorkse groep B- Boys hebben het hiphop populair gemaakt. Bij
deze dansstijl zijn er heel erg veel verschillende moves zoals: de freeze, de
airflare, de headspin, de windmill en de float.
DJ
Een DJ is oorspronkelijk iemand die cut en scratcht, dat is met de plaat bewegen
zodat hij rare geluiden maakt. Tegenwoordig gebeurt dit niet meer. DJ’s staan nu
in discotheken of draaien op de radio. Ze hebben hier meestal 2 cd spelers en
een paneel waarop ze het volume kunnen regelen en de nummers mooi in elkaar
kunnen laten overlopen.
Graffiti
Graffiti is ontstaan in de begin jaren 70 omdat de jongeren in New York zich
wilden uiten naar de regering toe. Dit deden ze door teksten op muren, bussen
en in de metro’s te schrijven. De teksten waren meestal heel sierlijk en met felle
25
kleuren. Tegenwoordig worden met spuitbussen korte teksten en afbeeldingen
gespoten. Het is ook een kunstuiting, maar helaas wordt het door de regering en
bepaalde groepen gezien als vandalisme.
INLEIDING HIPHOP
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen hanteren een gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:



kunnen zich een beeld vormen over de subcultuur hiphop;
kunnen een collage maken;
kunnen samenwerken.
26
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
Tijdens deze activiteit worden de leerlingen in grote lijnen ingeleid in de HipHop
cultuur.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Voorkennis activeren van de leerlingen. Door hen te laten nadenken en te laten
noteren van wat ze weten van de hiphopcultuur.
BENODIGDHEDEN
-
Flap-over
8 stiften
WERKWIJZE
Op een groot flap-over blad wordt er een mindmap gemaakt van wat de
leerlingen weten van hiphop opgesteld.
DUUR
25 minuten
27
RAP (RHYMES AND POETRY)
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen hanteren een gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:

De leerlingen kunnen een rap opstellen;

De leerlingen kunnen rijmen;

De leerlingen kennen de belangrijkste kenmerken van een rijm.
28
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
De leerlingen gaan zelf een RAP creëren
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Wat is RAP?
Muziekstijl die bestaat uit een beat met daarop ritmisch uitgesproken tekst.
Hoe moet je rappen?
Iedereen kan leren rappen als je je aan een paar basisregels houdt. Als je goed
bent in teksten bedenken en als je een lekkere stem hebt, is dat natuurlijk wel in
je voordeel. Veel oefenen is altijd nodig om succes te hebben. Het is heel
belangrijk dat je gevoel hebt voor ritme. En je rap moet flowen op dat ritme. Dat
wil zeggen dat het precies op het ritme van de beat moet kloppen. Als de flow
niet lekker loopt, moet je je tekst bijschaven tot het wel lekker loopt op de beat.
BENODIGDHEDEN
-
Laptop
Muziekinstallatie
Microfoon
WERKWIJZE
-
-
Hoe begin je met rappen?
Rap hoeft niet te rijmen, maar rijm geeft wel extra steun aan de flow.
Daarom wordt er wel vaak rijm toegepast. Je kunt ook gebruikmaken van
binnenrijm, dat zijn woorden die rijmen middenin een zin in plaats van aan
het einde of het begin van een zin.
Eindrijm: de laatste woorden van elkaar opvolgende zinnen rijmen op
elkaar
Middenrijm: een woord in het midden in een zin rijmen op een woord in
het midden van een zin daarna
Beginrijm: het eerste woord van een zin rijmt op het eerste woord van de
zin daarna
29
-
Ook alliteratie (woorden die met dezelfde letter beginnen) voegen ritme
aan een tekst toe.
Bedenk een tekst en check of die op de beat past, als de tekst een beetje
rammelt of uit de beat loopt, moet je de tekst aanpassen en bijschaven
totdat het lekker vloeit. Als een woord te lang of te kort is voor de flow,
vervang het dan voor een woord wat wel lekker glijdt.
DUUR
50 minuten
30
HIPHOP DANS
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 3: sociorelationele ontwikkeling
Doelstelling 1: de leerlingen kunnen een relatie opbouwen, onderhouden en
beëindigen.
Doelstelling 3: de leerlingen accepteren verschillen en hechten belang aan
respect en zorgzaamheid binnen een relatie.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2003/003 (Lichaamlijke Opvoeding)
Cluster: Ritmisch bewegen
De leerlingen:
MOC1: voeren eenvoudige bewegingen uit op een maatstructuur (LO 17)
MOC2: kunnen verschillende basisbewegingen uit één dansvorm uitvoeren (LO
18)
MOC3: kunnen oorzaken van lukken en mislukken van de beweging aangeven(LO
6)
GVL: ontwikkelen en verbeteren hun motorische basiseigenschappen (LO 27)
ZSF: leren expressief bewegen (VS1)
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:


de leerlingen kunnen een zich ritmisch voort bewegen;
de leerlingen kunnen een dans aanleren
31
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
De leerlingen krijgen een initiatie HipHop dans
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Hip hop is een kruising tussen breakdance en streetdance. Het is iets losser dan
streetdance en er worden ook geen acrobatische kunsten uitgehaald zoals bij
breakdance. Hip hop is ook net iets meer “up-to-date”. Voor hip hop moet je wel
gevoel hebben, je moet het ritme kunnen aanvoelen. Ook is hip hop heel
intensief, na een uurtje les ben je aardig vermoeid. Bij een les hip hop leer je als
eerste bouncen op het ritme van de muziek. Als dat goed lukt kan je steeds
verder gaan met danspassen. De passen zijn vaak los en erg apart. Ook krijg je
veel verschillende opstellingen bij de dansen en moet je de bewegingen “groot”
maken.
BENODIGDHEDEN
-
Externe lesgeefster.
Muziekinstallatie
Microfoon
Ruimte waar we kunnen dansen ( bij goed weer buiten)
WERKWIJZE
-
Externe lesgeefster
DUUR
50 minuten
32
COLLAGE (GRAFFITI)
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 1: de leerlingen beschrijven de dynamiek in leef- en
omgangsgewoonten, opinies, waarden en normen in eigen en andere sociale en
culturele groepen.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 4: de leerlingen zijn mondeling assertief: ze kunnen
informatie inwinnen, samenvatten en meedelen.
Leerplandoelstelling 6: de leerlingen kunnen eigen mening en gevoelens uiten.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen de leerlingen hanteren gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:



kunnen hun gevoelens duiden;
kunnen een collage maken;
kunnen hiphop toelichten en samenvatten.
33
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
De leerlingen maken een collage met wat voor hun raakvlakken zijn in verband
met HipHop.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Voorkennis van HipHop, wat ze bij de vorige activiteiten geleerd hebben.
BENODIGDHEDEN
-
Grote A3 bladen( 30per sessie)
8 Pritt-stiften
Tijdschriften
Tekenmateriaal
Stiften
WERKWIJZE
-
Leerlingen gaan opzoek naar hun eigen identiteit binnen hiphop
 wat heb ik geleerd? wat vond ik leuk?
Leerlingen zoeken naar kenmerken van hiphop in tijdschriften.
 maak hier een collage van.
DUUR
50 minuten
34
Subcultuur Punkers
THEORETISCH KADER
WAT ZIJN PUNKS?
Rockmuziek
Green day, good Charlotte, blink 182, simple plan, Dashboard confessional,
Special when lit, Trapt, sex pistols was een band die met zijn muziek, uiterlijk en
gedrag duidelijk liet merken dat hij het niet eens was met de samenleving.
Kledij
Soms kleren met veiligheidsspelden vast gemaakt. Dragen veel T-shirts, maar
werden aan hun stijl aangepast (mouwen vaak afgescheurd, boodschappen
opgeschreven). Broeken die met chloor bewerkt zijn. De broeken van de Punks
zijn meestal strak om de benen en daarom werden de pijpen ook strakker
gemaakt.
Het haar van de punks is opvallend en belangrijk verschijnsel. Verschillende
soorten: geverfd in alle kleuren van de regenboog en in de meest vreemde
vormen. Punks hadden lokken, pieken, kleuren, delen kaal en getoupeerd haar.
Getoupeerde haar kwam het meeste voor. Het meest opvallende kapsel was de
hanenkam (insmeren met zeep).
Qua sierraden ontbreken de spikes natuurlijk niet. De piercings zaten niet alleen
in de oren. De piercings lieten ze meestal door vrienden zetten, en de tatoeages
ook. Deze zaten meestal op hun bovenarm of schouder, maar er waren er ook
veel die ze op hun vingers hadden. Ook rare gebruiksvoorwerpen werden als
antisieraad gebruikt. Een voorbeeld hiervan is een babyspeen. Sommige extreme
Punks droegen SM-pakken, vol met ritssluitingen en vaak in combinatie met
grote zwarte laarzen.
De meisjespunker konden ook dezelfde kleding als de jongens dragen, maar
kozen ook vaak voor strakke korte leren rokjes? Daaronder werden vaak panty’s
gedragen; netpanty’s met gaten of roze, rode en groene panty’s. Vaak moesten
de Punks zich aan de kledings aan de ‘kledingscode’ houden, anders werden ze
door de andere Punks als Hippies aangezien.
35
Waarom punker worden?
Meestal omdat ze er niet goed voor staan.
Punkers zitten meestal in kraakpanden en hebben geen geld. Ze zijn aan de
drugs en dat soort dingen. Tegenwoordig worden ze punker omdat ze de kleding,
het haar en de muziek leuk vinden.
Dans
Dans van de Punks was de Pogo, dit was het op en neer springen op muziek.
Drank en hygiëne
In de kraakpanden waar ze woonden hadden ze geen warm water. Ze maakt zich
weinig zorgen over hun lichaamsverzorging, ze wasten zich niet vaak.
Bier was de drank voor Punks, maar ook jenever en Wodka. Veel Punks
gebruikten ook drugs.
Make-up
De make-up was ook erg belangrijk. Vooral meisjes droegen opvallende makeup: lange lijnen om de ogen en ook tekeningen op hun gezicht. Om de ogen
zaten vaak extremere kleuren: roze, paars en rood. Op het gezicht werd alles
met een zwart potlood ‘getekend’. De lippen werden zwart, of met zwarte lijnen
eromheen. Vooral bij concerten werd de make-up extra overdreven. Ook veel
jongens zijn er dan opgemaakt. Een bekend iets is de ster boven het oog en
zwarte verfstempels.
Wat zijn/waren de bedoelingen van deze subcultuur?
Veel Punks hadden dezelfde bedoelingen. Maar er waren ook veel verschillende
Punkgemeenschappen die zelf ook een eigen mening over dingen hadden.
met als doel de grenzen tussen kunst en leven op te heffen. Ze vonden de steeds
commerciëlere samenleving verschrikkelijk.
Het verzet tegen de maatschappij was sterk agressief. De Punk ideologie legde
sterk de nadruk op persoonlijke autonomie en individualisme.
Een gemeenschap uit Londen, de King Mob, wou alle grenzen tussen kunst en
leven weg hebben en maakte zich klaar voor een feestelijke maar gewelddadige
revolutie tegen de steeds commerciëler wordende samenleving. King Mob
vormde volgens de bevolking een constante bedreiging voor de openbare orde en
voor het net nieuwe fabriekssysteem.
De sinds 1972 bij elkaar komende Punks in Detroit vonden dat de maatschappij
op een aantal punten moest invoeren:
· De cultuur omzetten in Rock&Roll, drugs en sex.
36
· Afschaffing van geld
· Vrije verschaffing van voedsel, kleding, huisvesting en medische zorg
· Vrije toegang tot alle media en technologieën
· Dekolonisatie van het onderwijs en het strafrecht
· Afschaffing van het leger
· Steun aan het verzet
Het merendeel van deze punten zijn erg onrealistisch, maar toch zagen de Punks
het zo.
De Punks wilden ook totaal niet de oude normen en waarden van de arbeiders
terugbrengen. De Punks waren ook Anarchisten, iemand die er voor is geen wet
te gehoorzamen en geen overheidsgedrag te erkennen, hierdoor zijn ze niet in
een hokje te stoppen en staan ze los van alle politieke partijen.
37
INLEIDING PUNKERS
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen hanteren een gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:
•
maken kennis met elkaar.
38
UITWERKING
ENERGIZER ‘HALLO, IK BEN….EN JIJ?
WAT HOUDT DEZE OPDRACHT IN?
We willen de leerlingen laten kennis maken met elkaar. Dit willen we doen aan
de hand van energizers.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Geen informatie nodig.
WERKWIJZE
Alle spelers wandelen door elkaar. Op een teken van de begeleider zetten de
spelers zich per twee en stellen zich voor aan de hand van de volgende zin: “
hallo, ik ben…en jij?” Bij elk nieuw teken van de begeleider zoeken de spelers
een nieuwe partner op.
BENODIGDHEDEN
Stickers met naam op
DUUR
20 minuten
39
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen hanteren een gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:
•
We willen de leerlingen laten kennis maken met de Punk cultuur door
muziek en dans te laten zien en horen en uit te voeren.
40
DE MUZIEK EN DANS VAN PUNK ‘
WAT HOUDT DEZE ACTIVITEIT IN?
Tijdens deze activiteit worden de leerlingen ingeleid in de Punk cultuur.
Wij gaan muziek beluisteren van enkele bekende punk bands. Ook gaan wij naar
de “dans” kijken en deze zelf “proberen” uit te voeren.
WAT MOET JE VOORAF WETEN
Wat is punkmuziek ? : Zoals iedere subcultuur hield ook punk zijn eigen
muziekstijl er op na. Het is ‘een ruwere vorm van rockmuziek die opkwam in de
tweede helft van de jaren zeventig van de twintigste eeuw’.
De punkmuziek bestaat vaak uit een gitaar die powerchords, een vereenvoudigd
akkoord, achter elkaar speelt, harde drums, een bas die in de rustige delen
loopjes speelt en een zanger die vaak met een wat schreeuwerige en rauwe stem
zingt.
Natuurlijk vinden de fans van de eerste punk dat de huidige punk geen punk
meer is. Maar ze worden er nog steeds onder ingedeeld omdat ze wel in dezelfde
stijl spelen, alleen zijn ze met hun tijd mee gegaan.
Wat is punk dans ? De dans bij deze muziekstijl was de zogenaamde "pogo-dans"
het zo hoog mogelijk op en neer en tegen elkaar opspringen.
WERKWIJZE
Wij kijken naar de verschillende muziek groepen en luisteren naar de Punk –
muziek. In het lokaal gaan we ook de pogo dans bekijken en zelf uitvoeren.
BENODIGDHEDEN
-
Laptop
Beamer
Boksen voor de muziek
41
DUUR
20 minuten
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen hanteren een gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:
•
We willen de leerlingen laten kennis maken met elkaar. Dit willen we doen
aan de hand van energizers.
42
ENERGIZER ‘HET ORKEST + RITME
KLAPPEN ‘
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
We willen de leerlingen laten kennis maken met elkaar. Dit willen we doen aan
de hand van energizers.
WAT MOET JE VOORAF WETEN
Geen informatie nodig.
WERKWIJZE
Het orkest: Iedere speler moet zich inbeelden dat hij een instrument is en mag
zelf het geluid en het ritme kiezen dat hij ( met zijn lichaam, stem, handen,
voeten,…) voortbrengt. Samen vormen de spelers een orkest. Ze zetten zich in
een kring en beginnen allemaal geluid te maken : ieder houdt zijn geluid en
ritme vol. Dan wordt er een orkestleider aangeduid die zich in het midden van de
cirkel zet, hij mag het ritme en geluid van de instrumenten opdrijven of
afzwakken…aan het einde van de oefening moet het geluid langzaam afsterven.
Variant: geluiden van de jungle – iedere speler bootst een geluid uit de jungle na
( dieren, wind, water…).
Ritme klappen: De spelers maken een kring en kijken elkaar aan. Een persoon
start met het aangeven van een ritme door in de handen te klappen, de groep
volgt het ritme. Een ander persoon kan op een gegeven moment een ander ritme
beginnen te klappen. Wanneer de andere dit opmerken, volgen ze het nieuw
ritme enz…
BENODIGDHEDEN
stoelen
DUUR
15 minuten
43
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen hanteren een gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:
•
We willen de leerlingen laten kennis maken met elkaar. Dit willen we doen
aan de hand van energizers.
44
DE KLEDING VAN PUNK.
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
Tijdens deze activiteit worden de leerlingen ingeleid in de Punk cultuur.
Wij gaan over kledij en hygiëne praten, ook gaan wij eigen kledij maken, een Tshirt
WAT MOET JE VOORAF WETEN
Hoe ziet Punk kledij er uit ? : Punkkleding is voornamelijk te herkennen aan:
vele veiligheidsspelden op gescheurde shirts of broeken. Maar ook in de huid als
statement of sympathie.
het gebruik van verf of make-up op het lichaam en/of gezicht, vooral zwarte
oogschaduw, maar ook andere kleuren. Meestal verwijzend naar oorlogskleuren
die gebruikt werden in oude tribale systemen.
Gebruik van kettingen, hangslotjes en veel studs (sierspijkers).
Het anarchieteken dat op kledingstukken wordt gestift of genaaid.
Strakke broeken met opvallende prints erop. Deze broeken werden ook vaak
binnenstebuiten gedragen, evenals andere kledingstukken.
Leren jassen met buttons of afbeeldingen van punkbands, of met geverfde (
politieke) kreten erop.
Gebruik van militaire kleding (meestal broeken en zwaar schoeisel) en
patroonbanden.
Fluorescerend, zwart, wit, rood of groen gekleurd haar. Vooral de hanenkammen,
in het Engels Mohawk genoemd, naar het gelijknamige indianenvolk, waren
populair. Verder waren ook gekleurde lokken haar en asymmetrische snit
populair. Baard en snor zijn geen deel van de stijl.
Punks proberen voornamelijk met kleding te uiten dat ze "tegen
mainstream/doorsneedingen zijn." Ze zetten zich af tegen de gevestigde
maatschappij en de mensen die de regering blindelings en klakkeloos zouden
volgen. Ze proberen daartegenover op te vallen en hún mening te uiten.
Daardoor is de kleding erg extreem.
WERKWIJZE
Praten over kledij, vele materialen liggen klaar om een T-shirt te maken, iedere
leerling krijgt 1 T- shirt.
45
BENODIGDHEDEN
-
Stiften,pennen, knutsel materiaal, …
T-shirt
DUUR
40 minuten
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen hanteren een gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:
•
We willen de leerlingen laten kennis maken met elkaar. Dit willen we doen
aan de hand van energizers.
46
ENERGIZER ‘CONTACT + POST!’
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
We willen de leerlingen laten kennis maken met elkaar. Dit willen we doen aan
de hand van energizers.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Geen informatie nodig.
WERKWIJZE
Contact: De spelers staan in een kring . Ze moeten oogcontact zoeken met één
van de medespelers . Eens er oogcontact is, wisselen beide spelers van plaats en
gaan op zoek naar nieuw oogcontact . Eerst gebeurt de oefening in stilte, nadien
begroeten beide spelers elkaar in het midden van de kring
Post!: Alle spelers zitten op hun gewone plaats in het lokaal. Zij leggen hun
hoofd op hun armen op tafel. Iedereen start met drie punten. Éen speler heeft
van de begeleider een voorwerp gekregen (bijvoorbeeld een pen…) en moet dat
gaan bezorgen bij een van de andere spelers. Het voorwerp moet achter de
persoon in kwestie op de grond worden gelegd. Wie denkt dat het pakketje
achter zich werd neergelegd, roept: POST! Klopt dit niet, dan verliest die persoon
één punt, klopt dit wel, dan krijgt hij er een punt bij. Als hij het goed heeft,
neemt hij de rol van ‘postverdeler’ over.
BENODIGDHEDEN
Pennen
DUUR
20 minuten
47
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LEERPLANDOELSTELLINGEN
Leerplan: 2012/017 (Project Algemene Vakken)
Cluster: spreekvaardigheid
Leerplandoelstelling 3: de leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
Leerplandoelstelling 7: de leerlingen hanteren een gepaste taal en
omgangsvormen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:
•
We willen de leerlingen laten kennis maken met elkaar. Dit willen we doen
aan de hand van energizers en de werkvorm Bingo. Een energizer is een
speelse groepsactiviteit. De werkvorm Bingo is gericht op kennismaking
verweven met cultuurelementen.
48
ENERGIZER ‘UI –MODEL VAN HOFSTEDE ‘
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN ?
De leerlingen gaan doormiddel van de werkvorm bingo ( een energizer ) kennis
maken met het “ui model van hofstede”.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Wat is het “ui – model van hofstede” ? : Volgens Hofstede bestaat een cultuur uit
verschillende lagen. Je kan het vergelijken met de laagjes van een ui. Hoe dieper
je in deze ui gaat, hoe moeilijker het is om deze laag te veranderen.
WERKWIJZE
Elke leerling krijgt een kaart met hierop een letter. Meerdere leerlingen hebben
dezelfde letter gekregen. De leerlingen zoeken uit tot welke groep ze behoren
aan de hand van de letter op hun kaart. In het gevormd groepje gaan ze op zoek
naar dingen die ze gemeenschappelijk hebben. Al deze dingen moeten echter
beginnen met de letter op hun kaart. De leerlingen krijgen even de tijd om
gemeenschappelijke dingen te zoeken. Hierna worden de
gemeenschappelijkheden op een creatieve manier voorgesteld aan de andere
groepen.
BENODIGDHEDEN
Steekkaarten. Voor een groep van 30 leerlingen zes maal 5 kaartjes. (vb. vijf
kaartjes met de letter K, vijf letters met de letter L)
49
Afsluiten met het uienmodel: aan de hand van posters hun het laten
opplakken waar het hoort en ook zeggen waarom.
Alles wat ze die dag hebben geleerd, linken aan het uienmodel.
DUUR
25 minuten
BRONNEN
http://journalisten2012c.wordpress.com/tag/punk/
http://forum.girlscene.nl/forum/fashion/kledingstijlen....-uitleg-please240221.0.html
http://www.scholieren.com/spreekbeurt/9420
http://www.scholieren.com/werkstuk/11347
http://www.florainfo.be/IMG/pdf/mareriel_NL_OK.pdf
50
Subcultuur Hippies
ENERGIZER 1 - STOELENDANS
THEORETISCH KADER
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 1: Lichamelijke gezondheid en veiligheid
Doelstelling 3: De leerlingen vinden een evenwicht tussen werk en ontspanning.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:


Leren samenwerken als groep;
Stellen zich probleemoplossend op.
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
Deze energizer bestaat uit twee delen:
A. Een traditionele stoelendans
B. Alfabetische stoelencirkel
51
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
/
BENODIGDHEDEN


Locatie (lokaal)
Eén stoel per leerling
WERKWIJZE
A. Traditionele stoelendans: door de grootte van de groep nemen de
leerlingen deel in paren, met één actief en één passief lid in het paar.
B. Alfabeitsche stoelencirkel: De leerlingen gaan allen op een stoel staan, alle
stoelen staan in kringvorm. De leerlingen moeten dan van stoel naar stoel
manouvreren zodat ze alfabetisch op volgorde staan. Ze doen dit terwijl
telkens maar één persoon aan het woord is om de strategie te bepalen.
DUUR
20 minuten
BRONNEN
Leefsleutels vzw, Energize!; Leefsleutels, 2001
52
HIPPE HIPPIES – EEN INTRODUCTIE
Hippies
Make love, not
war!
Ontstaan
De naam hippies is overgenomen uit Amerika.
Daar ontstonden de hippies in 1965 in Californië
en New York. Deze hippies waren in zichzelf
gekeerd en ze hadden niet zo de drang om de
wereld te verbeteren. Deze beweging ontstond
toen door de Vietnam-oorlog. De jongeren
vonden het natuurlijk maar niks en ze begonnen
met protesteren tegen de oorlog. Rond
1970/1975 werd de hippiecultuur mainstream.
Uiterlijk
De hippies hadden lang haar, het liefst geverfd in (oranje-) rood met henna. De
mannen hadden vaak ook een snor of een baard, omdat ze niet verwijfd wilden
lijken. Ze hadden een scheiding in het midden of een ponytail. Ook waren
kroezende krullen in een bolvorm met een zo groot mogelijke diameter erg in.
Dit waren de zogenaamde afrokapsels, die voor antiracisme stonden. Het lange
haar symboliseerde de vrijheid. De hippies droegen weinig of geen make-up.
Bodypaint en oosterse make-up was wel in.
Onder de hippies zijn vier kledingstijlen te herkennen:
1. Felle kleuren: Fel gekleurde kleding, effen of met geometrische patronen.
Vaak waren er ook oosterse figuren of bloemen prints opgedrukt. Veel mensen
hadden broeken met wijde pijpen, of ultrakorte rokjes en jurkjes met grote
zonnebrillen. De mannen droegen jasjes, overhemden en dassen. Later kwamen
er ook nog plateauzolen bij.
2. Sobere stijl: Bij deze stijl zag je veel versleten spijkerbroeken en
overhemden. Alles was tweedehands.
53
3. Exotische stijl: Bij deze stijl zag je veel indiakleding. Alles was lang, en
enkel-, armbanden en kettingen waren in. Je zag veel mooie stoffen, en de
kleding had een specifieke geur. De jongens zagen eruit als een prins uit een
sprookjesboek.
4. Opa- en omakleding: de meisjes droegen omajurken. De kleding was duur
en van mooie stof gemaakt. De mensen droegen echte bontjassen, wat toen nog
gewoon kon. De jongens droegen opabroeken en oude overhemden. Ze hadden
ook ouderwetse sieraden om.
Hippie-idealen
De hippies hadden veel verschillende idealen. Zo wilden zij zich inzetten voor
wereldvrede en milieubescherming. Het belangrijkste in deze tijd was dus het
stoppen van de Vietnam-oorlog. Zij waren tegen deze oorlog, omdat elke dag
weer de verschrikkingen van de oorlog duidelijk werden door de media. Zij
toonden soldaten die in Vietnam probeerden te overleven, zwaar gewond of
verlamd. Omdat mensen zo geconfronteerd werden met de oorlog, kwamen er
protesten op. Zo ontstond één van de grootste idealen van de hippies: vrede.
Make love, not war. De hippies waren één van de vele groepen die geloofden in
deze vrede en die hoop hadden in een goede afloop. Zij geloofden in respect voor
anderen en rekening houden met anderen. Hippies verwierpen ook de
massaproductie, vandaar dat zij veel van hun kleding zelf maakten. Bovendien
waren hippies vegetarisch, in verband met hun liefde voor alle levende wezens.
Het eigen bewustzijn was erg belangrijk, deze moest je leren kennen en
verruimen. Dit deed je door middel van innerlijke zoektochten, deze zoektochten
werden echter ook vaak als wereldreizen gemaakt, waarin mensen op zoek
gingen naar zichzelf. Zo bereikte je een goede communicatie met anderen.
Onderlinge concurrentie moest uitgebannen worden, er mocht nergens sprake
zijn van geweld. Er moest gedeeld worden. Hippies voelden zich bovendien één
met de natuur, vandaar dat ze vaak in open velden zaten om daar te blowen of
thee te drinken.
Muziek
Muziek was in de hippiecultuur een belangrijk element. Behalve dat de hippies
constateerden dat protestliederen uitstekend gebruikt konden worden om zich te
distantiëren van de rest van de maatschappij, gingen hippies ervan uit dat de
sfeer die muziek schept, mensen samen kan brengen. Zo organiseerden zij onder
het motto '3 days of peace and music' het Woodstock-festival, waar meer dan
400.000 mensen voor drie dagen samen kwamen, zonder dat er vechtpartijen
uitbraken. Het bekendste hippie muziekfestival is Woodstock (1969). Hiervan is
een film (documentaire) gemaakt. Ook het eerdere popfestival in Monterey,
54
gehouden in de zogenaamde Summer of Love (1967) werd later gezien als een
beroemde "Hippiehappening".
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 2: De leerlingen gaan constructief om met verschillen tussen mensen
en levensopvattingen.
Doelstelling 3: De leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:



De leerlingen kunnen het ontstaan van de hippiecultuur situeren.
De leerlingen kunnen minstens drie kenmerken van hippies geven.
De leerlingen kunnen verschillen doorheen de tijd duiden.
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIVITEIT IN?
De leerlingen starten met een brainstorm, gevolgd door een kort en educatief
digitaal intermezzo.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
De leerlingen geven zelf aan wat we ze wel en niet weten over hippies vooraleer
we van start gaan met de inhoudelijke component. Voorkennis wordt toegejuicht,
maar is geen vereiste
55
BENODIGDHEDEN




Beamer
Afspeelscherm
Computer
Internetaansluiting
WERKWIJZE
De brainstorm is een goede manier om te testen wat de leerlingen reeds weten
over hippies. Zo kunnen we ook an enkele vooroordelen omtrent hippies noteren
en later ontkrachten. Daarna tonen we het filmpje ‘Hippies in het Vondelpark’,
waarin wordt uitgelegd welke impact de hippiecultuur had op het culturele leven
in Nederland. Het filmpje is in het Nederlands. Daarna bespreken we dit met de
leerlingen en geven we achtergrondinformatie.
DUUR
20 minuten
BRONNEN
Hippies in het Vondelpark (http://www.youtube.com/watch?v=OcwSj4iYJE8)
56
ENERGIZER 2 - BANANENRACE
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 1: Lichamelijke gezondheid en veiligheid
Doelstelling 3: De leerlingen vinden een evenwicht tussen werk en ontspanning,
rust en beweging.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:

De leerlingen kunnen m.b.v. het motorisch vermogen een parcours
afleggen.
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
De leerlingen leggen een parcours af in groep.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Geen informatie nodig.
BENODIGDHEDEN



Touw
Banaan
Bal (groter dan golfbal, kleiner dan voetbal)
57
WERKWIJZE
De leerlingen worden in kleine groepjes verdeeld. Het lokaal wordt opgedeeld in
twee (of drie indien mogelijk) delen die evenlang zijn. De eerste leerling van elke
groep krijgt dan een touw rond het middel gebonden met daaraan een object,
meer dan waarschijnlijk een banaan. Het doel is om een ballatje met behulp van
de banaan rond het middel van de ene kant van het lokaal naar de andere kant
te krijgen, en dit zonder het gebruik van handen, voeten, enz. Bij aankomst
wordt het touw snel rond het middel van de tweede persoon gebonden, enz.. De
snelste groep is uiteraard winnaar.
DUUR
20 minuten
BRONNEN
/
58
HIPPIES EN DRUGS
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 1: Lichamelijke gezondheid en veiligheid
Doelstelling 8: De leerlingen schatten de risico’s en gevolgen in bij het gebruik
van genotsmiddelen.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:


De leerlingen kennen de verschillende groepen drugs en voorbeelden uit
deze groepen
De leerlingen kunnen op gezonde en volwassen wijze omgaan met en
praten over genotsmiddelen.
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
De leerlingen vullen samen met de begeleiding werkblaadjes in omtrent drugs.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Geen informatie nodig.
BENODIGDHEDEN




Beamer
Afspeelscherm
Computer
Kopies van de werkblaadjes
59
WERKWIJZE
De leerlingen vullen onder het wakend toezicht van de begeleiding de
werkbundel in. Deze bundel wordt ondersteund door een PowerPoint. De nadruk
ligt op het creëren van een open sfeer om diepgaand te kunnen praten over het
gebruik van genotsmiddelen. Daarna wordt vergeleken met de hippiecultuur en
de genotsmiddelen die zij gebruikten.
DUUR
60 minuten
BRONNEN
http://www.druglijn.be/
http://www.vad.be/alcohol-en-andere-drugs/feiten-en-cijfers/illegale-drugs.aspx
http://www.belgium.be/nl/gezondheid/gezond_leven/drugs_en_verslaving/
60
ENERGIZER 3 - BALLONNENOORLOG
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 1: Lichamelijke gezondheid en veiligheid
Doelstelling 3: De leerlingen vinden een evenwicht tussen werk en ontspanning,
rust en beweging.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:

De leerlingen kunnen m.b.v. het motorisch vermogen een parcours
afleggen.
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
De leerlingen strijden in groep in een ballonnenoorlog.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Geen informatie nodig.
BENODIGDHEDEN


Touw
Ballonnen
ZE
61
WERKWIJZE
De leerlingen worden in kleine groepjes verdeeld. Twee teams gaan de strijd aan
met elkaar. Elk groepslid krijgt een ballon om de enkel gebonden. Het is de
bedoeling om als laatste over te blijven zonder dat jouw ballon wordt stuk
getrapt. Omdat dit in groep gebeurt is enige strategie nodig. Er zijn ook strenge
regels i.v.m. veiligheid.
DUUR
20 minuten
BRONNEN
/
62
EEN NIEUWE JEUGDCULTUUR
THEORETISCH KADER
Zie vorige thema’s
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:


De leerlingen kunnen hun eigen subcultuur creëren;
De leerlingen kunnen een collage maken over hun gecreëerde subcultuur.
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
De leerlingen gaan een eigen jeugdcultuur creëren, dit mag een samenraapsel
zijn van alle subculturen die ze de voorbije dagen hebben ontdekt.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
De leerlingen hebben de voorkennis nodig die ze de afgelopen dagen hebben
opgedaan. Zo moeten ze weten wat een subcultuur inhoud en wat ze hiervoor
allemaal moeten doen.
63
BENODIGDHEDEN






Schmink
Kledij
Tijdschriften
A3 formulieren
Camera’s
Beamer
WERKWIJZE
De leerlingen worden in de voormiddag geïnformeerd over wat de bedoeling is
van de opdracht. Ze blijven in hun groepjes van de andere dagen. Ze mogen aan
de hand van informatie die ze nog onthouden hebben van de voorbije dagen een
eigen subcultuur ontwikkelen. Hiervoor mogen ze hun wildste fantasieën
gebruiken. De leerlingen worden door de begeleiders steeds opnieuw herinnerd
aan het feit dat ze op alle vlakken een eigen identiteit mogen ontwikkelen. Zo
blijft de keuze van Muziek, Kledij, Gewoontes,… vrij te kiezen. Dit laatste gaan
de leerlingen proberen te verwoorden in een collage die ze op het einde gaan
maken. Er zijn weeral geen specifieke opdrachten meegegeven, de leerlingen zijn
hier heel vrij in. De collage moet wel duidelijk hun subcultuur beschrijven.
DUUR
125 minuten
64
PRESENTEER JE SUBCULTUUR ADHV
EEN FILMFRAGMENT
THEORETISCH KADER
Zie vorige thema’s
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
Doelstelling 7: illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en
techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:


De leerlingen kunnen een camera gebruiken
De leerlingen kunnen hun subcultuur beschrijven en uitbeelden
65
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
De leerlingen maken een filmfragment over hun subcultuur.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Hoe werk ik met camera’s?
Wat moet in het fragment voorkomen?
Hoe lang moet het fragment duren?
BENODIGDHEDEN






Camera’s
Kledij
Locatie (lokaal)
Pc
Boxen
Beamer
WERKWIJZE
De leerlingen krijgen de tijd om hun subcultuur te presenteren aan de hand van
een filmfragment. De bedoeling is dat ze hun subcultuur gaan proberen te
promoten aan de andere groepjes. Om zo te proberen dat hun subcultuur op het
einde van de dag de populairste cultuur wordt. Ze mogen zelf invullen hoe ze dit
doen. De begeleiders helpen bij het maken van het fragment en proberen het
proces een beetje te sturen en te begeleiden zodat het niet uit de hand loopt.
DUUR
100 minuten
BRONNEN
/
66
PRESENTATIE VAN DE FRAGMENTEN
DOELSTELLINGEN
VOETEN
Context 2: mentale gezondheid
Doelstelling 8: de leerlingen herkennen de impact van cultuur- en kunstbeleving
op het eigen gevoelsleven en gedrag en dat van anderen.
Context 7: socioculturele samenleving
Doelstelling 1: de leerlingen beschrijven de dynamiek in leef- en
omgangsgewoonten, opinies, waarden en normen in eigen en andere sociale en
culturele groepen.
Doelstelling 2: gaan constructief om met verschillen tussen mensen en
levensopvattingen.
Doelstelling 3: de leerlingen illustreren het belang van sociale samenhang en
solidariteit.
LESDOELSTELLINGEN
De leerlingen:



kunnen kritisch nadenken over hun fragment;
kunnen hun keuze goed staven;
kunnen de kenmerken van een subcultuur herkennen in een filmfragment.
67
UITWERKING
WAT HOUDT DEZE ACTIV ITEIT IN?
De leerlingen krijgen al de fragmenten te zien van de andere groepen, daarna
gaan ze kritische reflecteren over wat ze gezien hebben. Op het einde van dit
alles mogen ze een keuze maken tot welke cultuur ze zich het meest tot
aangetrokken voelen.
WAT MOET JE VOORAF WETEN?
Aan welke criteria moet het fragment voldoen?
Hoe kan je kritisch reflecteren?
BENODIGDHEDEN



PC
Beamer
Programma om fragmenten af te spelen
WERKWIJZE
De leerlingen krijgen al de fragmenten te zien van de andere groepen, daarna
gaan ze kritische reflecteren over wat ze gezien hebben. Op het einde van dit
alles mogen ze een keuze maken tot welke cultuur ze zich het meest tot
aangetrokken voelen.
DUUR
50 minuten
BRONNEN
/
68

Vergelijkbare documenten

File - Vos Xios 2012-2013

File - Vos Xios 2012-2013 dezelfde letter gekregen. Vervolgens vormen de leerlingen groepen aan de hand van de letter op hun kaart. Leerlingen met eenzelfde letter vormen één groep. In het gevormd groepje gaan ze op zoek na...

Nadere informatie