Opzet rapport Masters - Design Academy Eindhoven

Commentaren

Transcriptie

Opzet rapport Masters - Design Academy Eindhoven
MASTERS
DESIGN ACADEMY EINDHOVEN
Een kritische dialoog
Ten behoeve van de accreditatie van de Masteropleiding Vormgeving
CROHO nummer 44759
NVAO kenmerk #5489
Januari 2011
Arjo de Vries
1
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING
1. “We dromen van de breedte”
Gijs Bakker, hoofd van de Masters over de geschiedenis en filosofie van de Masters
2. Korte kennismaking met de Masters
DEEL 1
4
POSITION
KOERS VAN DE MASTERS
1. Missie: personal statement en commitment in een global context
2. Author-designer/researcher
3. Onderwijsmodel
RESEARCHHOOFDEN AAN HET WOORD
1. “Wat vroeger neutraliteit was is nu transparantie!”
Joost Grootens over Information Design
2. “Een klein steentje verleggen in een rivier is al heel mooi!”
Jan Boelen over Social Design
3. “Zonder context heb je het nergens over...!”
Louise Schouwenberg over Contextual Design
4. “The Masters completely changed the way I was working and presenting”
Alumni over de Masters
DEEL 2
Pagina
3
6
6
7
8
12
16
21
INFORMATION
DE MASTERS IN DETAIL
1. Programma
A Structuur en inhoud
B Source lezingen/workshops
C Studeerbaarheid
D Instroom
E Discussie
2. Resultaten en beoordeling
A Mastervisie op beoordelen
B Criteria
C Beoordelingsprocedure
3. Kwaliteitszorg
A Uitgangspunt
B Kwaliteit van het programma
C Verbeteringen als gevolg van de vorige accreditatie
D Alumni - enquête 2011
4. Actuele discussiepunten binnen de Masters
24
24
26
26
26
27
27
27
28
28
29
29
29
29
30
30
BIJLAGEN
A Mastercompetenties in relatie tot Dublin Descriptoren
B Source lectures 2011 – 2012
C Literatuurlijsten
32
33
35
2
INLEIDING
1.
GIJS BAKKER, HOOFD VAN DE MASTERS 1 IN GESPREK OVER DE GESCHIEDENIS EN FILOSOFIE VAN
DE MASTERS
“We dromen van de breedte”
ALS NESTOR EN HOOFD IS GIJS BAKKER DE DRIJVENDE KRACHT ACHTER DE MASTEROPLEIDING VAN
DESIGN ACADEMY EINDHOVEN. ZIJN “WAANZINNIGE LIEFDE VOOR HET VAK” GEVEN HEM NAAR EIGEN
ZEGGEN DE GEDREVENHEID WAARMEE HIJ ZIJN WERK ALS ONTWERPER DOET EN WAARMEE HIJ HET
ONDERWIJS AAN DE ACADEMIE EEN WARM HART TOEDRAAGT. HIERONDER BIJ WIJZE VAN INLEIDING
FRAGMENTEN UIT EEN LEVENDIG GESPREK OVER DE MISSIE EN ONTWIKKELING VAN DE MASTERS.
“Toen ik met de Masters begon in 2003, een periode waarin we nog helemaal in het conceptdenken zaten,
noemden we de afdeling ‘Conceptual Design in Context’. Het belangrijkste was, maar dat vind ik nog steeds, dat
je als ontwerper vanuit een concept kunt denken. Je kunt authentiek nadenken over datgene waarmee je
geconfronteerd wordt. Door daar vragend en onderzoekend mee om te gaan ontwikkel je een centrale gedachte
die je kunt uitdrukken in woorden en beelden. Zo’n gedachte gaat dan het dragend idee vormen voor je
uiteindelijke ontwerp.
Dus er is meer dan de opdrachtgever en het probleem waar je mee geconfronteerd wordt. In mijn eigen
ontwikkeling zijn persoonlijke intuïties en verlangens altijd sturend geweest. De ontwerper is per definitie
interessanter dan het keurslijf van de industrie of de ideologie van een school.
Toch vonden we de nadruk op de persoon van de ontwerper toen te groot, vandaar ‘in Context’. De 100% toeloop
van buitenlandse studenten leerde ons al snel wat al die culturele invloeden met ons deden. Die verrijking hebben
we omgezet in een programma: een van de eerste dingen die binnen ons vak een rol speelt is de context waarin
de ontwerpuitdagingen zich aan je voordoen. Het was een volgende stap op weg naar volwassenheid van het
vak. Daar hebben we ons als afdeling bij aangesloten en dat hebben we geïncorporeerd in ons programma.
De context is inmiddels breder geworden.
Drie jaar geleden zeiden we nog dat de visionair cultureel goed onderlegd is en vanuit dat domein naar het
ontwerpvak kijkt. Nu gaan we een stuk verder. We leiden onze studenten op om zowel vanuit cultureel als
economisch, politiek en maatschappelijk perspectief sturend te zijn met hun ontwerpen. We dromen van de
breedte, waardoor het vak gelaagder en interessanter blijkt te zijn.”
“We zijn geen functiegerichte opleiding. We leren onze studenten geen kunstjes. We ‘bilden’ ze. Wat we ze
meegeven is iets wat ze bij zich houden en wat maakt tot wie en wat ze zijn, lang nadat ze alles wat ze in de
Masters aan loutere kennis hebben opgedaan, zijn vergeten…
We kweken bij onze studenten intellectuele nieuwsgierigheid, conceptuele designskills en we dagen ze uit om
een eigenstandige positie in het designveld in te nemen. We bereiden ze voor op het zoeken naar nieuwe
verbindingen tussen wetenschap, onderwijs en maatschappij, waardoor zij als ontwerper in het bedrijfsleven,
onderwijs of waar dan ook een onverwachte, maar wezenlijke rol kunnen spelen. Dat heeft niet zozeer met een
functie te maken, maar alles met een mentaliteit. Alles moet bevraagd worden. Vanuit het niet weten, de
onbeantwoorde vragen, de verwarring en het ter discussie stellen van de eigen opvattingen. Wat ik probeer is een
zienswijze te veranderen. Juist door het onderuit schoffelen van vanzelfsprekendheden ontstaan interessante
vragen en verbindingen. Daar komt bij dat we de intuïtie willen koesteren. Ik wil de intuïtie werkbaar maken en de
cultuur die onze studenten in zich dragen expliciteren. Het gaat ons om het onbenoembare, het contra rationele in
combinatie met degelijke research. We hoeven ons niet zo druk te maken over de vraag waar onze studenten
terecht komen. Dat zit wel goed zoals blijkt uit onze alumni enquête.
De author-designer/researcher die wij opleiden is in een team van interdisciplinaire vakmensen in staat is om alle
neuzen de goede kant op te krijgen en zo een leidende rol te spelen. Omdat zo iemand door zijn Bildung en
culturele achtergrond in staat is een richting uit te zetten en andere experts daarin mee te krijgen. En dat heeft in
heel veel beroepssituaties een grote waarde.”
“Ik denk dat het belangrijk is dat ik een connector ben, ik hou ervan mensen aan elkaar te verbinden. Dat heb ik
van mijn moeder. Ze had 6 kinderen en een heleboel kleinkinderen, en ze wist heel goed te verdoezelen welk
kleinkind haar het liefste was. Als we met kinderen in de buurt speelden zei ze: “Als je later groot bent dan moet
je zorgen dat ze allemaal het liefste bij jou komen spelen!” Een wijze raad die ik nog steeds in ere houd. Ik geniet
ervan om met mijn team te werken. Ik kijk met plezier naar de manier waarop Louise, Jan en Joost met elkaar
schakelen. Het is een groot plezier om met hen aan tafel te zitten. We hebben een goede en vruchtbare
samenwerking. We hebben veel gewonnen de laatste jaren. Het werkt efficiënter, ideeën gaan over en weer, voor
de coördinator van het onderwijs is het een heel overzichtelijke situatie doordat we overeenkomstige systemen
van beoordeling hanteren. Ook in dat opzicht is de kwaliteit van onze opleiding gewaarborgd!”
“We hebben de laatste jaren veel gewonnen: een brede context in combinatie met authentiek conceptueel denken
op basis van intuïtief en rationeel onderzoek, en dat met een inspirerend en goed samenwerkend team!”
1
Binnen de academie spreken we van afdelingen waar anderen praten over ‘specialisaties’ of ‘Mastervarianten’
3
2.
KORTE KENNISMAKING MET DE MASTERS
De Masters aan Design Academy Eindhoven bestaat uit 3 researchafdelingen:
CONTEXTUAL DESIGN onder leiding van Louise Schouwenberg houdt zich bezig met de vraag naar de
verhouding tussen mensen en hun fysieke en non-fysieke (digitale) context of omgeving en de rol die designers
daarin kunnen spelen. Vanuit abstracte thema’s stelt de afdeling vragen over de essentie van design, kunst en
architectuur en hun onderlinge verwevenheid; over de culturele, sociale en historisch gegroeide betekenissen die
kleven aan de dingen; over de betekenis van industriële en ambachtelijke productie; de veranderlijke betekenis
van functionaliteit en over het belang van de geografische, architectonische en sociaal-culturele context waarin
design wordt geboren en waarin het zal fungeren.
SOCIAL DESIGN onder leiding van Jan Boelen vertrekt vanuit maatschappelijke ontwikkelingen en menselijke
behoeftes en drijfveren. Centraal staat de veranderende manier waarop mensen, objecten en maatschappelijke
fenomenen met elkaar in verband staan en elkaar beïnvloeden. Zulke nieuwe sociaal-maatschappelijke
ecologieën vormen het object van studie. Social Design is meer proces- en systeemgeoriënteerd dan
objectgeoriënteerd.
INFORMATION DESIGN onder leiding van Joost Grootens richt zich op de veranderende rol van de ontwerper in
een wereld waar informatie in grote hoeveelheden aanwezig en voor iedereen toegankelijk is. En waar de rol van
de lezer is geëvolueerd naar die van gebruiker en mede vormgever van de alom aanwezige informatie. De
ontwerper verandert van een maker van een eindproduct naar de maker van een filter, een gereedschap
waarmee de gebruiker de informatie kan bewerken. Digitale technologieën en gereedschappen zijn daarbij
onmisbaar.
De Masters profileert zich als een research driven design afdeling met uitstraling naar het totale curriculum van
Design Academy Eindhoven. De in gang gezette onderwijsvernieuwing is onder meer gericht op een betere
aansluiting van de eigen Bachelors op de Masters en op meer samenhang tussen beide curricula.
2
De Masters vormt een permanente denktank tussen docenten/mentoren en internationale studenten uit
verschillende culturen. En levert zo een wezenlijke bijdrage aan de ontwikkeling van het totale onderwijs aan de
academie. Centraal staat de dynamische dialoog tussen (vooral internationale) Masterstudenten en
docenten/mentoren in het zoeken naar nieuwe concepten, naar mogelijke wisselwerkingen tussen diverse
culturele invalshoeken en het verkennen en vergroten van de mogelijkheden van het vakgebied. Bijvoorbeeld
door samenwerkingen aan te gaan met externe deskundigen uit andere (bijvoorbeeld wetenschappelijke)
vakgebieden.
Van de Masterstudent verwacht Design Academy Eindhoven dat deze sociaal geëngageerd is en cultureel
geïnformeerd, iemand die op conceptuele en soms immateriële wijze kan omgaan met relevante thema’s. De
academie draagt op deze wijze bij aan actuele ontwikkelingen en discussies op het gebied van design, zowel
binnen de school als daarbuiten.
Allereerst benadrukt de academie de combinatie van auteur - designer met een eigen design research
benadering. Binnen hun onderzoek van diverse thema’s werken de studenten zowel vanuit hun eigen fascinaties
en intuïtie, als vanuit vergaarde kennis en kritische analyse. De brede context van maatschappelijke
ontwikkelingen, waaronder culturele, sociale, economische, politieke, ecologische en technologische, is
onderdeel van ieder onderzoek en is daarom ook richtinggevend voor de opzet van het curriculum. De weg tot het
meesterschap in design loopt daarom niet via de afzonderlijke, min of meer traditionele ontwerpdisciplines, maar
komt tot stand langs een geïntegreerde conceptuele en contextuele benadering. Daarmee zijn de onderscheiden
researchafdelingen tamelijk uniek in de wereld.
Bovendien zorgt de internationale status van de hoofden van de Masters, evenals de professionaliteit en ervaring
van de mentoren en gastmentoren, voor een actuele en dynamische invulling van de opleiding. De thema’s
waaraan men werkt zijn relevant voor het vakgebied, relevant voor de wereld, en bewegen zich vaak aan de
grenzen van het vak. Met design - research als basis daagt de academie studenten voortdurend uit tot reflectie op
nieuwe maatschappelijke rollen van de ontwerper en nodigt hen bij het veroveren van nieuwe designgebieden uit
tot frontier - gedrag: autonoom, nieuwsgierig en open - minded, onafhankelijk, authentiek, argeloos, inventief, en
wars van conventies.
Centraal in de Masteropleiding staan de projecten. “Met projecten zijn we in staat om studenten te confronteren
met een aanpak van problemen waar ze uit zichzelf nooit opgekomen waren. Dat is de essentie van een project.
3
In onze ogen gaat een goed project over een relevant en actueel probleem.” Een project richt zich op het
ontwerp van een fysiek of virtueel object binnen een door de student nader te definiëren context.
2
3
95% van de studenten komen van buiten Nederland
Joost Grootens, researchhoofd van de afdeling Information Design
4
De dynamiek van elk project ligt in de ongebreidelde nieuwsgierigheid van de student, die maakt dat het doel en
de werkwijze van het project onvoorspelbaar zijn, terwijl de weg toch begaanbaar blijkt. Centrale
projectcompetenties zijn het vermogen toegepast onderzoek te doen, dat onderzoek te presenteren in een vorm
waarmee een nieuw perspectief wordt geboden op het onderzoeksgebied, en het vermogen om de
onderzoeksresultaten te vertalen in visionaire en innovatieve design voorstellen.
Gedurende de eerste drie trimesters voeren studenten projecten uit, om ze in een steeds terugkerend cyclisch
(ontwerp)proces van onderzoek en ontwerp nieuwe, en anders dan de voor hen gebruikelijke werkwijzen te laten
ontdekken.
Gedurende het eerste jaar zijn de projecten gedeeltelijk voorgeschreven. Aan de hand van gegeven opdrachten
werken studenten aan hun project. Geleidelijk aan verwerven ze steeds meer eigenheid en vaardigheid tot ze in
het tweede jaar, in nauw overleg met hun mentoren, zelfstandig gaan werken aan hun eigen thesis-designproject.
Hiervan bepalen ze zowel de vraagstelling als het uitgangspunt.
Elk derde trimester voeren studenten een project uit in samenwerking met het bedrijfsleven, de overheid of nonprofit organisaties. De resultaten van die projecten vinden hun weg naar de wereld via officiële eigen publicaties
en tentoonstellingen.
Foto met onderschrift van de tentoonstelling over Limburg in het MECC in Maastricht
Integraal onderdeel van de projecten is de eis dat studenten zich mondeling en schriftelijk moeten kunnen
presenteren. Elk trimester presenteert en verdedigt een student zich aan de hand van de projectresultaten. Is er
onder die omstandigheden nog sprake van “oefening baart kunst”, bij de uiteindelijke Graduation presenteert de
student de resultaten van zijn thesis-designproject in de vorm van een Masterproef ten overstaan van een zaal
met hoofden van de afdelingen, mentoren, gecommitteerden, belangstellenden en kritische collega’s. Projecten
eisen van studenten de geïntegreerde inzet van hun kennis en vaardigheden bij het werken aan een
ontwerpvraagstuk.
Source, het verdiepend lezingen- en workshopprogramma, is vooral bedoeld als ruggensteun voor de student om
binnen een mondiale context tot een eigen perspectief, en een eigen manier van werken, positionering en
autonome visie op design te komen. Doelstelling is de student een besef van de mondiale context van het vak bij
te brengen. Daarnaast is het programma ondersteunend aan de persoonlijke ontwikkeling van de student waar
het gaat om skills als empathie, autonomie, intuïtie en samenwerking.
Studenten krijgen onder meer les in design research, waarbij ze leren gebruik te maken van diverse
bronmaterialen, waaronder wetenschappelijk onderzoek en inzichten uit andere culturele domeinen (bijvoorbeeld
de beeldende kunst en architectuur). De academie streeft ernaar een vorm van onderzoek te creëren waarin ook
intuïtie gebruikt kan worden bij de interpretatie van, en het werken met, harde wetenschappelijk verkregen data.
Design - research is niet gelijk aan het volledig koersen op artistieke talenten, persoonlijke fascinaties en intuïtief
verkregen inzichten, maar incorporeert al deze kwaliteiten bij het analyseren en duiden van verschijnselen. De
academie wil in deze gecombineerde vorm van research en ontwerp een onderzoeksmethode creëren, die recht
doet aan de bijzondere, uitgebreide en internationale beroepspraktijk waarin Masters straks zullen opereren. Met
die onderzoeksmethode wil ze een academiebrede basis leggen voor onderzoek die ook recht doet aan het
gebruik van intuïtie binnen Design - research.
5
DEEL 1
POSITION
KOERS VAN DE MASTERS
1.
MISSIE: PERSONAL STATEMENT EN COMMITMENT IN GLOBAL CONTEXT
Hieronder schetsen we het beeld van de ideale Master student waar we in ons onderwijs actief naar streven.
Een Master designer van Design Academy Eindhoven is een autonoom en onafhankelijk ontwerper met een
brede intellectuele bagage. Zo iemand werkt vanuit een doorwrochte visie die tot uiting komt in de intellectuele
diepgang en achtergrond van zijn ontwerpen, in de manier waarop hij projecten uitvoert, regisseert, erover
4
communiceert en uit de wijze waarop hij ze presenteert. Die eigen persoonlijke stellingname in combinatie met
zijn global commitment stellen een Master designer in staat onverwachte wegen te bewandelen, en originele en
verrassende oplossingen te vinden. Met toegepast onderzoek zorgt een Master designer ervoor dat zijn ontwerp
functioneert in een brede maatschappelijke, culturele, sociale en economische samenhang, een context die hij
uiteindelijk weet aan te wenden om zijn ontwerp gerealiseerd en geïmplementeerd te krijgen.
Een Master designer van Design Academy Eindhoven is ‘leading’ specialist binnen zijn ontwerpgebied. Hij denkt
conceptueel en contextueel. Hij begint met vormgeven nadat hij zich heeft verdiept in eigen positie, stelling, blik,
reactie, werkwijze, en mogelijkheden in relatie tot de problematiek waarmee hij wordt geconfronteerd. Hij legt als
vanzelf een verband met brede en actuele maatschappelijke en ‘global’ thema’s, en is gewend aan uitgebreid en
gedegen onderzoek die zo’n wijde blik nu eenmaal met zich meebrengt. Zijn auteurschap zorgt voor eigen
benaderingen, eigen accenten en eigen kleuren als het aankomt op ontwerpen, of het nu gaat om producten,
strategieën of programma’s. Een Master designer van Design Academy Eindhoven is bij uitstek gevormd om zijn
eigen cultuur te honoreren en als authentieke invloed te integreren in zijn ontwerpen. Binnen het onderwijs daagt
elke Masterafdeling de student expliciet uit hun eigen culturele bagage te betrekken bij hun werk.
Een Master designer is ook ‘leading’ in een andere betekenis. In vaak complexe projecten is hij in staat een
multidisciplinair team van ontwerpers, technici, onderzoekers en producenten onder de paraplu van zijn
overkoepelende visie te laten werken. In die visie krijgen alle noodzakelijke werkzaamheden hun samenhang en
betekenis. Een Master designer is in staat die visie op een inspirerende manier uit te dragen. Overzicht,
communicatie en daadkracht zijn daarbij de dragers van zijn succes.
Master designers van Design Academy Eindhoven zijn richtinggevend en visionair in de nationale en
internationale maatschappelijke debatten over design in de ruimste betekenis van het woord, hetzij vanuit een
theoretische invalshoek, hetzij vanuit de ontwerppraktijk.
2.
AUTEUR-DESIGNER/RESEARCHER
Een auteur-designer/researcher is een ontwerper die vanuit eigen fascinaties en een maatschappelijke of
vakmatige thematiek werkt en zich daarbij onderscheidt van de ontwerper als loutere probleemoplosser. Hij of zij
kenmerkt zich door een sterk ontwikkelde intuïtie in combinatie met een groot analytisch onderzoekend en
beeldend vermogen. Een auteur-designer neemt een autonoom standpunt in, en is in staat een eigen visie te
creëren rekening houdend met een brede sociaal-maatschappelijke context.
Kwaliteiten van een auteurdesigner zijn in de opvatting van Design Academy Eindhoven het beste te beschrijven
met de volgende steekwoorden:
Intuïtie: volgens van Dale “door onmiddellijke aanschouwing verkregen begrip”, een zuiver kennen en begrijpen,
zonder sturing of middeling door de ratio. Intuïtie komt voort uit een grote ontvankelijkheid, iets wat
Masterstudenten zich bij uitstek dienen te verwerven, ontvankelijkheid voor onverwachte ontdekkingen.
Een sterke intuïtie veronderstelt het vermogen originele vragen te stelen over de wereld en zich op een
authentieke en originele manier te verhouden tot die wereld, voorbij vanzelfsprekendheden en platitudes. Intuïtie
rust op nieuwsgierigheid, kennis en ervaring. Dit ontwikkelt zich door die kennis en ervaring aan te scherpen, ter
discussie te stellen, te bewegen, te bekritiseren en te verdiepen. Bij uitstek de functie van de Masters aan de
5
academie: “Ik ben van de school van de confrontatie, zowel naar studenten als naar mijn collega’s.”
Beeldend vermogen: een student met een sterk beeldend vermogen kan heldere en uitdagende beelden
oproepen, verzamelen, creëren en daarmee communiceren gedurende alle fasen van het onderzoeks- en
ontwerpproces.
Onderzoek in relatie tot ontwerp: Master onderzoek binnen Design Academy Eindhoven kenmerkt zich door
een geleidelijk aan vervagende grens tussen intuïtief en systematisch onderzoek, en de vervagende grens tussen
creatief onderzoek en ontwerp. Masterstudenten onderzoeken om te ontwerpen en ontwerpen om te
4
5
Design Academy Eindhoven spreekt in dat geval van “author-designerschap”
Gijs Bakker, hoofd Masters
6
onderzoeken; het is moeilijk aan te geven waar het ene stopt en het andere begint. Met persoonlijke inzichten en
resultaten van wetenschappelijk onderzoek zal een Masterstudent zijn onderzoek staven door bijvoorbeeld een
prototype te ontwerpen, waarna het onderzoek zich verder toespitst. In dergelijk ontwerponderzoek is plaats voor
subjectieve data, voor intuïtie en creatieve inzichten die (nog) niet gestaafd zijn door harde feiten. In het brede
spectrum aan researchmogelijkheden zoekt de academie een eigen benadering in nauwe relatie met de intuïtie
en het beeldend vermogen van studenten. Ondersteund door het lectoraat Designtheorie geleid door Louise
Schouwenberg en Gert Staal, wil Design Academy Eindhoven deze manier van onderzoek bedrijven expliciteren
en integreren in zowel de Bachelor- als de Masteropleiding.
Contextueel ontwerp: onder ontwerp verstaat de Masters ‘design in context’, te karakteriseren als het
ontwikkelen van een autonome visie vanuit een sterke intuïtie, een groot beeldend vermogen en een helder
bewustzijn en kennis van de gegeven maatschappelijke en internationale context, alles ondersteund door grondig
ontwerponderzoek. Design kan de vorm aannemen van een product, maar ook van een strategie, een installatie,
een scenario of een programma, maar altijd met een persoonlijk verhaal, een eigenzinnige stellingname, of een
verrassend perspectief, in het licht van een betekenisvolle maatschappelijke context.
3.
ONDERWIJSMODEL
In lijn met de eerder genoemde missie en doelstellingen van de Masters komt het onderwijsmodel overeen met
projectonderwijs. De student als projectmedewerker of projectleider staat centraal en via reële opdrachten. In het
e
3 trimester zelfs in samenwerking met een bedrijf, overheid of organisatie, werkt hij aan de vervolmaking van zijn
competenties binnen een van de 3 researchafdelingen. Hun werkervaring, geschiedenis en verhaal, inclusief hun
opvatting over het beroep en hun persoonlijke visie op de eigen toekomst vormen evenzoveel richtlijnen voor de
inrichting en het verloop van hun studie, en de manier waarop ze hun projecten inrichten.
Leren is vooral doen, onderzoeken en ontwerpen, actief en betrokken, met steeds meer kennis van zaken, via
indringende ervaringen, door vallen en opstaan, reflecterend over wat er nodig is om dat doen te verbeteren.
Doen en denken horen bij elkaar. Samen genereren ze betrokkenheid, motivatie en toewijding. Studenten raken
zo steeds meer vertrouwd met hun groeiende identiteit als ontwerper.
Doelstellingen en de inhoud van het programma komen samen in de benadering van de student. De Masters
daagt studenten uit de richting en vorm van hun eigen nieuwsgierigheid en intenties te ontdekken. De Masters
biedt een leeromgeving die deze nieuwsgierigheid aanmoedigt, ondersteunt, bevraagt en verstevigt. Vanaf het
allereerste moment wil de academie dat elke student wezenlijk begrijpt en zich bewust is van de reden waarom hij
juist op de Masters van Design Academy Eindhoven wil zijn. Drie vragen staan daarbij centraal:



Wat is mijn persoonlijke motivatie om hier te zijn?
Wat ga ik hier doen en wil ik leren?
Wat wil ik in deze 2 jaar bereiken?
Hierdoor relativeren studenten bewust of onbewust hun achtergrond zonder die te negeren, ontdekken ze de
mogelijkheid om twee jaar in vrijheid te werken aan datgene waar ze in hun actieve werkkring niet of onvoldoende
aan toe kwamen, en nemen ze primair de verantwoordelijkheid voor het verloop en de richting van hun
Masterstudie.
Wat verstaat de Masters onder een project?
Allereerst bevat een project alle componenten van het totale ontwerpproces: vraagstelling, oriëntatie, onderzoek,
analyse, brainstormsessies, ontwerp, realisatie, communicatie en presentatie. Een project start met een briefing.
Belangrijk zijn de inhoudelijke en onderwijskundige overwegingen die een rol spelen bij de vaststelling van de
projecten.
Master projecten groeien in complexiteit naarmate de opleiding vordert. Ze vereisen een multidisciplinaire
benadering en diepgravend onderzoek naar achtergronden en context van het projectthema. De integratieve
afwisseling van onderzoek en ontwerp, van woord en daad, en van theorie en praktijk vormt een van de
hoofdbestanddelen van de opleiding. De academie lokt die afwisseling uit, om studenten zo in staat te stellen
kennis te maken met talloze methoden voor onderzoek en ontwerp en met de talloze manieren waarop je die
twee kunt combineren. Steeds weer blijkt dat het niet eenvoudig is studenten van dat noodzakelijke evenwicht te
doordringen. Onderzoek mag niet ten koste gaan van het ontwerp en andersom, een ontwerp mag niet alleen het
resultaat zijn van eerste ideeën, die nog onvoldoende leunen op kennis en analyse. Het leggen van een zinvolle
connectie tussen onderzoek- en ontwerpfases is voor de meeste studenten een grote opgave en daarmee een
terugkerend thema in het mentorenoverleg.
Studenten worden individueel gevolgd en begeleid. De groep wordt echter ook benaderd als een ‘body of
intelligence’. Door samenwerking tussen verschillende complementerende persoonlijkheden te stimuleren wil de
Masters nieuwe zienswijzen aanboren, juist ook vanwege de enorme diversiteit aan culturele achtergronden van
de studenten.
7
RESEARCHHOOFDEN AAN HET WOORD
1.
“WAT VROEGER NEUTRALITEIT WAS IS NU TRANSAPARANTIE!”
JOOST GROOTENS, RESEARCHHOOFD INFORMATION DESIGN
Where is the wisdom we have lost in knowledge
Where is the knowledge that is lost in information
Where is the information that we lost in data 6
JOOST GROOTEND ONTVING IN 2011 DE PRESTIGIEUZE GOLDEN LETTER IN DE COMPETITIE
SCHÖNSTE BÜCHER AUS ALLER WELT, VOOR ZIJN ONTWERP VAN ATLAS OF THE CONFLICT.
Als ontwerper en als docent is hij vooral geïnteresseerd in de nieuwe rol van de ontwerper in zijn verschuivende
positie tussen de gebruiker en de alom aanwezige informatie. Duidelijk moet zijn wat je als ontwerper met de
informatie gedaan hebt en hoe de gebruiker die vervolgens kan bewerken. Het ontwerpen van
ontwerpgereedschap is in zijn ogen een nieuwe taak van ontwerpers. “Het is tijd voor software gereedschap als
uitkomst van een ontwerpproces”.
Foto Joost
IS INFORMATION DESIGN DE NIEUWE LOOT AAN DE DESIGN STAM?
In zekere zin wel, ja. Information Design is meer dan graphic design, het is een nieuw vakgebied. Het beweegt
zich in twee richtingen. Aan de ene kant houdt het zich bezig met de enorme hoeveelheid data die tegenwoordig
beschikbaar is, maar die daarmee nog geen informatie verschaffen. Dus Information Design gaat over de vraag
hoe je van data zinvolle informatie kan maken.
Aan de andere kant zie je dat de gebruiker van informatie, een veel actievere rol speelt in het proces van
informatie ontdekken en ontsluiten. We hebben te maken met een enorm reservoir aan digitale informatie, die
vrijelijk toegankelijk is via internet. Die informatie is niet alleen meer geworden, maar heeft ook een veel grotere
omloopsnelheid gekregen. Het is nooit eerder in de geschiedenis zo gemakkelijk geweest om auteur of uitgever
van informatie te worden. Daardoor is de natuurlijke autoriteit van informatiedragers als kranten, boeken of
tijdschriften deels verloren gegaan. De gebruiker neemt oorspronkelijke taken van de ontwerper over en gaat zelf
spelen met de informatie en met de gereedschappen die hem toegang verschaffen tot die informatie.
IS DEZE SPECIALISATIE UNIEK IN DE WERELD?
Voor zover ik weet komt het elders ook wel voor maar dan ligt de nadruk meer op Info-graphics. Voor mij ligt dat
meer in de sfeer van illustratie, en dat is niet iets waar ik me op richt. Voor mij wordt het pas interessant als er
meer is dan het “plaatje bij het praatje”. Als het beeld zelf ook spreekt en vertelt. En de gebruiker uitnodigt om iets
met de informatie te doen. Dan praat je toch over een andere rol van de ontwerper.
WAT IS DE ROL VAN EEN INFORMATION DESIGNER DAN? WAAR LIGT ZIJN OF HAAR EXPERTISE?
Een ontwerper zit traditioneel tussen de gebruiker en het aanbod van informatie, of van data zo je wilt. Als beiden
veranderen dan betekent dat iets voor de rol van de ontwerper. Het vakgebeid is zich aan het verplaatsen. Bij het
Modernisme was neutraliteit het hoogst haalbare. Daarna kwam het idee op dat neutraliteit niet bestaat. Daarmee
is de ontwerper zich autonomer op gaan stellen en zich meer als kunstenaar gaan gedragen. Maar dat is ook
geen oplossing. Het is natuurlijk niet zo dat jij als ontwerper beslist hoe de lezer de informatie moet lezen of tot
zich moet nemen.
Nu is het zaak als ontwerper te laten zien wat jij met de informatie gedaan hebt, juist ook omdat het vaak vaag is
waar de informatie vandaan komt. Op die manier wordt de lezer of gebruiker zich ook bewust dat de informatie
überhaupt vormgegeven is.
Meer transparantie over je eigen rol en ingrepen dus. Voor je het weet ben je anders als ontwerper aan het
manipuleren. Wat vroeger neutraliteit was is nu transparantie!
De rol van de ontwerper verandert daarmee van een maker van een eindproduct naar iemand die filters voor
informatie ontwerpt, of gereedschappen waarmee een gebruiker de informatie zelf te lijf kan gaan.
DAARMEE ONTKOMT DE ONTWERPER NIET AAN EEN FLINKE DOSIS KENNIS EN VAARDIGEHEDEN OP
DIGITAAL GEBIED?
Zeker, een heel belangrijk onderdeel van Information Design heeft te maken met digitale technologieën en
digitale gereedschappen. Waar vroeger mensen als letterzetters en typografen hun ambacht moesten inzetten,
kan een persoon dat nu zelf met de computer uitvoeren als hij iets wil publiceren.
Ik vind het absurd dat we als ontwerpers afhankelijk zijn een paar bedrijven als bijvoorbeeld Adobe als het gaat
om software waarmee we kunnen werken. Juist binnen Information Design wil ik dat studenten dat soort
ontwerpgereedschap zelf gaan maken. Een ontwerp voor een software gereedschap kan dus net zo goed een
uitkomst van een ontwerpproces zijn als een product.
Tegelijk is dat een van de dingen die ik heel erg mis in Eindhoven: voldoende technologische mogelijkheden. Iets
wat te lang binnen de academie verwaarloosd is wordt van de weeromstuit als een soort fetisj op een voetstuk
6
J. Ossewold vrij naar T.S. Elliot, in: Lost in data, het belang van storytelling in een mediacultuur, lectorale rede, juni 2010
8
geplaatst door het handgemaakte te bewieroken. Begrijp me goed, het is technologisch gezien niet slecht op de
academie, maar het zou echt veel beter moeten.
WAT MAAKT INFORMATION DESIGN TOT EEN MASTEROPLEIDING?
Het is een karikatuur, maar wel verhelderend in dit verband: een Bachelorstudent van deze academie is iemand
die het handschrift op een voetstuk zet, samen met zijn eigen intuïtie. Het is iemand die soms moeite heeft om in
samenwerkingsverbanden te werken. Iemand die in geval van nood alleen kan terugvallen op zijn eigen intuïtie.
Prima ontwerpers, maar voor een Master geldt dat je vooral systematisch en analytisch moet kunnen werken. Dat
is ook een van onze uitgangspunten, dat, voor zover we er al één aanbieden, onze methodologie bestaat uit drie
dragers: de research, het concept en het design. Die vormen de basis voor een succesvol project. Het
interesseert ons niet zo waar een student instapt, als er maar wel een transparante redenering ligt onder het
proces waaruit blijkt dat de student zinvol over zijn proces kan reflecteren. Het mag best intuïtief starten, door
bijvoorbeeld met materiaal te beginnen, om dan later door onderzoek een concept te ontwikkelen om vervolgens
te eindigen door iets anders met het materiaal te gaan doen. Ons uitgangspunt is dat ontwerpen geen lineair
proces is, je kunt er op meerdere manieren in, maar de scharnierpunten tussen 3 onderdelen zijn echt cruciaal. Ik
wil duidelijk kunnen zien hoe een student van zijn onderzoek naar concepten is gekomen en vandaar naar zijn
ontwerp.
WAT BETEKENT DAT VOOR DE BEOORDELING VAN ENERZIJDS DE THESIS EN ANDERZIJDS HET
ONTWERP? LIJKT ME EEN SPANNEND GEBEUREN, OMDAT HET KENNELIJK KAN WRINGEN?
Mijn eerste eis is dat de drie cruciale onderdelen, het onderzoek, het idee en het ontwerp, in een duidelijk
verband met elkaar staan. Ik wil een kraakheldere reflectie over die scharnierpunten. Daarom vind ik de thesis
zo’n wezenlijk onderdeel. Het is natuurlijk wel de vraag of dat altijd een uit zoveel 1000 woorden bestaand
papieren geheel moet zijn. De vorm kan wat mij betreft veel vrijer zijn, zolang het uitgangspunt maar boven tafel
blijft: een thesis in welke vorm dan ook maakt het proces van research, conceptontwikkeling en vormgeving
transparant en verantwoordt de keuzes die gemaakt zijn. Een schetsboek kan dan net zoveel idee- en
conceptontwikkeling laten zien als een tekst, soms zelfs beter. En dat zal zeker gelden voor mijn specialisatie. Ik
hoop dat wij als Information Design daar andere vormen voor kunnen ontwikkelen door studenten op dat punt
meer vrijheid te geven.
Ik vind het gerechtvaardigd dat iemand slaagt als hij of zij een geniale scriptie schrijft, er in haar eindontwerp niet
helemaal uit is gekomen, maar wel een overtuigende aanzet heeft gegeven over hoe dat ontwerp zou moeten
worden.
Voorbeeld project Olivia Joost
KUN JE IETS ZEGGEN OVER DE EINDBEOORDELING VAN ONZE MASTERS TEN OPZICHTE VAN
VERGELIJKBARE OPLEIINGEN ELDERS IN DE WERELD?
Wat me altijd opvalt in de VS is dat een student met zijn eindproject niet kan zakken. Dat is daar soms een groot
probleem, maar het is daar niet anders. Wat ze doen is dat studenten een voorstel voor een eindproject laten
maken, en dat heel streng beoordelen. Soms keuren ze zo’n voorstel wel 6 keer af. Pas als het goed is mag je
verder. Je zou het kunnen vergelijken met onze roodlicht vergadering, maar dan niet 3 weken voor het
eindexamen, zoals nu, maar dan aan het begin van het eindproject. Ik heb dat bij mijn collega’s ingebracht, omdat
ik daar eigenlijk erg voor ben. Je verbindt je als opleiding met de student, vanaf de goedkeuring van het
projectvoorstel is de opleiding een gezamenlijke verantwoordelijkheid, in voor- en tegenspoed, tot de dood ons
scheidt. Ik voel het als een grote beperking dat we te weinig herkansingsmogelijkheden hebben op dit moment.
Dat kan dus betekenen dat iemand na 2 jaar zakt zonder iets op zak te hebben.
Voor ons betekent dat ongelooflijk streng zijn gedurende het 1e en 2e semester, om jezelf als opleiding te
beschermen, maar ook om de studenten tegen zichzelf te beschermen. Wij vertegenwoordigen natuurlijk ook
maar een visie op het vakgebied en het is niet gezegd dat iemand anders daar net zo over moet denken. Dus
heel streng aan de poort en genereus aan het eind. Het is heel gemakkelijk om aan het eind streng te zijn, maar
je moet ook zien hoe iemand gegroeid is. Dat is voor mij een belangrijke leidraad bij de opzet van mijn
programma en de manier waarop ik de studenten wil begeleiden. Iedereen kan een zwart vierkant op een doek
zetten, maar bij Malevitsch staat het in de lijn van zijn eerdere werk, en daarom is die keuze zo wereldberoemd.
Je moet dat toch zien in relatie met de rest!
HOE VERHOUDT ZICH HET PROCES MET HET FEITELIJKE EINDRESULTAAT TIJDENS DE
BEOORDELING?
Je hebt twee manieren van beoordelen. Aan de ene kant, dit is wat we willen en daar moet iemand aan voldoen.
Basta! Of je zegt: iemand is hier begonnen en daar geëindigd en heeft in die tijd zo’n sprong gemaakt dat er alle
vertrouwen is dat dat proces doorgaat, ook na zijn opleiding. Op de laatste manier beoordelen wij bij de Masters.
Wat je vaak ook meeneemt in een beoordeling wanneer het spant tussen het proces en het resultaat is de
potentie die iemand heeft om door te groeien naar het niveau waarvan jij vindt dat iedereen dat moet halen.
SOMS STAAT BEOORDELEN TOCH HAAKS OP HET PROCES. IEMAND KRIJGT TIJDENS ZIJN
TRIMESTER POSITIEVE FEEDBACK VAN ZIJN BEGELEIDER DIE HEM VERVOLGENS AAN HET EIND
NEGATIEF BEOORDEELT.
Dat komt vooral omdat je pas bij de beoordeling het overzicht hebt wat iemand bij andere docenten heeft gedaan.
Dan zie je bijvoorbeeld dat hij daar dezelfde fouten heeft gemaakt, en dan moet je toch een negatief oordeel
9
vellen. Tegelijkertijd denk ik dat het daarom zo belangrijk is om de beoordelingen in de eerste 2 trimesters zo
zwaar te maken. Iedereen moet doordrongen zijn van het gevoel van urgentie, mentoren en studenten. Zo gaat
het straks immers ook bij je opdrachtgevers. Bij de Masters beschouwen we de beoordelingen als een dragend
onderdeel van het leerproces.
Voorbeeld Taiwanese jongen
HOE ZIT HET MET HET NIVEAU VAN ONZE MASTERS?
Ik zie duidelijk dat we als Nederland en als Eindhoven voor liggen. We hebben een enorme voorsprong ten
opzichte van veel landen waar onze studenten vandaan komen. We leven hier in een exotisch paradijs van
vormgeving. Vanaf mijn 4e jaar heeft Wim Crouwel een rol in mijn leven gespeeld door de telefoonboeken,
schoolboeken, etc. Het zit in onze genen. Die voorsprong is moeilijk door anderen in te halen. De lat ligt daarom
hoog bij ons, we verwachten veel van onze studenten. Wat ik wel zie is dat studenten in Amerika nog veel meer
gemotiveerd zijn dan bij ons. Dat is echt van een andere klasse.
HOE ZIET EEN IDEALE MASTER INFORMATION DESIGN VAN DESIGN ACADEMY EINDHOVEN ER
STRAKS UIT? 7
Om maar even een heel concreet voorbeeld te nemen van de Graduation van vorig jaar: de cum laude van
Garder. Doordat hij vanuit IJsland hier is komen studeren kan hij op afstand en met andere ogen terugkijken op
zijn land. Hij zag globale verschijnselen die hij niet gezien had als hij er was gebleven. De fysieke en mentale
afstand tilde hem even boven de werkelijkheid uit, waardoor hij onverwachte verbanden kon leggen. Dat is
absoluut een sterk punt van onze Masters, ze komen van over heel de wereld, en dat levert hen een andere kijk
op.
Als onze studenten hier komen zijn ze al ontwerper, daar hoeven we ons geen zorgen meer over te maken. Zodra
ze hier zijn dagen we ze uit om na te gaan denken over het ontwerpen zelf. Nadenken over het vak wordt als
vanzelf onderdeel van hun latere beroepspraktijk. Je komt er anders uit dan je erin ging. Je ziet het aan Garder,
maar een Masterstudent van de academie legt onverwachte verbanden vanuit een vaak letterlijk ‘globale’ blik, en
dat gevoed en gedragen door gedegen research. Toegepast op een Information Designer afgestudeerd bij
Design Academy Eindhoven: die is in staat om analytisch te denken in de confrontatie met complexe
informatiestromen, en krijgt zo grip op de essentie ervan, die hij vervolgens kan vertalen naar een vorm, of een
instrument dat die stromen op een toegankelijke manier ontsluit voor de gebruiker. Tegelijkertijd herdefinieert hij
daarmee de rol van de ontwerper en ook nog eens wat een succesvol product van een ontwerpproces kan zijn.
Zo iemand draagt dus bij aan de ontwikkeling van het vak.
EEN VASTOMLIJND BEROEPSPERSPECTIEF IS DUS MOEILIJK TE GEVEN?
Zeker, maar ik vind een Masteropleiding ook geen beroepsopleiding. Dat is een groot verschil met een Bachelor.
Die leren een vak. Wij leren onze Masters naast het vak te gaan staan, het kritisch te bevragen, verschillende
benaderingen van het vak te analyseren en er een positie in te kiezen. Bij ons gaat het vooral over reflectie en
onderzoek, juist over jezelf als ontwerper. Die inbreng is overal van grote waarde. Of je nu in een groot
ontwerpbureau werkt als leidinggevende aan een groot en complex ontwerpproces, of als zelfstandig ontwerper in
samenwerking met opdrachtgevers, auteurs en wetenschappers. Om nog maar niet te spreken van het onderwijs
waar ook veel van onze Masters in terechtkomen.
Hoe het ook zij, wij leveren visionaire ontwerpers af met een eigen visie en een eigen standpunt.
HOE SLAGEN JULLIE ERIN STUDENTEN UIT TE DAGEN OM NAAST HET VAK TE GAAN STAAN EN HET
VERVOLGENS KRITISCH TE BEVRAGEN?
Allereerst door de samenstelling van de staf. Onze mentoren zijn bepaald geen rolmodel voor de studenten, want
een aantal ontstijgen de ontwerpdiscipline. Naast grafisch ontwerpers bestaat het docententeam uit een
informaticus, een design criticus, en een journalist.
TOT SLOT, WAT ZIJN TYPERENDE KENMERKEN VAN DE MASTERS VAN DESIGN ACADEMY
EINDHOVEN?
Onze projecten confronteren studenten met een aanpak van problemen waar ze uit zichzelf nooit opgekomen
waren. En ze gaan altijd over een relevant actueel probleem. Dat vind ik bij veel andere scholen wel eens missen.
Door het grotere aanbod van studenten kunnen we strenger selecteren en krijgen we een steeds betere
verhouding tussen wat wij als opleiding bepalen en wat de student zelf bepaalt. We nemen ze in tegenstelling tot
voorheen niet meer zo aan het handje, dat hoeft gelukkig niet meer. We kunnen steeds beter inspelen op de
grotere rol die Masterstudenten zouden moeten spelen bij de inrichting van hun opleiding. Is heel goed!
Het gaat ons erom dat studenten een eigen methodologie verwerven, in plaats van een discipline of vakgebied.
Daarbij helpt de internationale groep studenten enorm. We bieden geen mal waar studenten in moeten passen.
We houden van diversiteit, sterker nog, het is ons uitgangspunt bij onze manier van opleiden en van naar de
wereld kijken. De student die een groot esthetisch gevoel heeft, maar geen goede dingen kan maken, is net zo
welkom als een analytisch denker.
7
De specialisatie Information Design is gestart in september 2011. Voorbeelden van afgestudeerde Masters ID zijn er dus nog
niet.
10
DAT VRAAGT NOGAL WAT VAN JULLIE MENTOREN?
Daarom is het ook zo goed dat ze andere achtergronden vertegenwoordigen. En dat ze ouder zijn. Tussen de
oudere en de jongere mentoren bestaat er een goede dynamische spanning: mildheid versus streng in de leer,
sterke focus versus een brede kijk op het vak, open en bereid om met buitenissige voorstellen mee te gaan
versus een meer “zuiver op de graad”– benadering.
Het leuke is dat de diversiteit bij de internationale studenten en bij de staf een heleboel problemen helpt
relativeren. Vaak kantelen opdrachten daarom naar een richting die niemand ooit had kunnen bedenken. Never a
dull moment for anybody!
11
2.
“EEN KLEIN STEENTJE VERLEGGEN IN DE RIVIER IS AL HEEL MOOI!”
JAN BOELEN RESEARCHHOOFD SOCIAL DESIGN
Foto Jan
JAN BOELEN IS ALS HOOFD SOCIAL DESIGN VERBONDEN AAN DE DEISGN ACADMEY EINDHOVEN.
Als initiator en curator organiseert hij daarnaast samen met kunstenaars, architecten, filosofen en andere
wetenschappers tentoonstellingen rond actuele maatschappelijke thema’s. Ten tijde van het interview draait hij
een tentoonstelling rond angst onder de titel: “Architectual Fear”. Kenmerkend voor zijn benadering van het
design vak is zijn fascinatie met maatschappelijke thema’s als ingang en startpunt voor design. Hij prikkelt graag
de discussie, raakt onrustig als er tevredenheid dreigt: “dan zal ik wel de rebelse Belg zijn die zich niet wil
conformeren!”
ALS JE KIJKT NAAR WAT JIJ ALLEMAAL DOET NAAST JE HOOFDDOCENTSCHAP VAN SOCIAL DESIGN
LIJK JE MEERDERE LEVENS TEGELIJK TE LEIDEN. WAAROM TOCH JE VERBONDENHEID MET DE
ACADEMIE IN DE VERANTWOORDELIJKE POSITIE VAN HOOFD?
Het is nu meer dan een jaar geleden dat Gijs Bakker mij vroeg om Man and Humanity te gaan doen, zoals de
specialisatie toen nog heette. Hij wilde het design onderzoek naar alles wat maatschappelijk, sociaal en
mensgerelateerd is in één deel van het Master aanbod bij elkaar brengen. En dat heeft alles te maken met wat ik
in Z33 doe, alwaar ik de artistieke leiding heb en waar dat de sociale en maatschappelijke ontwikkelingen centraal
staan. Het is daarmee eigenlijk een logisch verlengstuk van mijn praktijk, die ik hiermee ook nog eens
overdrachtelijk maak. Onderwijs biedt de mogelijkheid om vanuit een wit vel te vertrekken. Dat vind ik interessant.
MAN AND HUMANITY HAD OOK WEL WAT… WAAROM SOCIAL DESIGN?
Man and Humanity is heel de wereld en nog veel meer. Tegelijk is het ook een projectie naar de Derde Wereld
waarvan ik als Belg zijnde, met ons Kongo trauma, niet geloof dat wij die suggestie vanuit deze academie kunnen
waarmaken. Als we het al zouden waarmaken vraag ik me echt af of dat het niet gewoon meer een wassing van
ons schuldgevoel is dan dat het echt tracht dingen op te lossen.
Ik kies voor een minder ambitieus uitgangspunt. Social Design is een soort speelveld waar iedereen uiteraard zijn
eigen definitie aan zal geven, maar het is wel een werkveld waarbinnen je gemakkelijk een cluster van definities
en begrippen kunt definiëren. Wij gaan niet de wereld verbeteren, maar we kunnen die wel een klein beetje
veranderen. Een klein steentje in de rivier verleggen is al heel mooi.
Door de verbondenheid van mensen, objecten en fenomenen in de maatschappij ontstaat een soort ecologie. Dat
is onze natuur geworden, die eigenlijk ook ontworpen is. Daarmee hebben we een nieuw soort cultuur gemaakt
waarin we constant onze gedragingen veranderen doordat de omgeving ook continu in beweging is.
KUN JE EEN VOORBEELD GEVEN VAN DIE SAMENHANG TUSSEN MENSEN, OBJECTEN EN
FENOMENEN WAAR JULLIE ONDERZOEK ZICH OP RICHT?
Het thema voor het eerste trimester dit jaar is “Me, myself and I”, terugkomen bij jezelf.
Als je ziet wat er deze zomer in Groot-Brittannië en in Londen is gebeurd dan gaat het in onze maatschappij over
de haves en de have-nots. Daar speel je als designer een enorm belangrijke rol in. Sommigen kunnen zich die
niet veroorloven, maar ze liggen er wel, terwijl ze uitstralen ‘pak mij!’ Ik denk dat ‘me’ het probleem is, de
individualisering, en tegelijk, als je goed naar jezelf luistert, ligt daar ook de oplossing. Het is precies het bij elkaar
brengen van dat soort contradicties waarop we ons onderzoek binnen Social Design richten.
Social Design begint bij jezelf. Er is niks zo gemakkelijk als de problemen van iemand anders oplossen. Je
externaliseert het probleem, en je verbindt je er dus niet mee. Ik denk dat je altijd eerst bij jezelf moet beginnen
en kijken hoe jij je verhoudt tot de ander en de objecten om je heen.
HOE VERTAALT DAT UITGANGSPUNT “BIJ JEZELF BEGINNEN” ZICH IN DE OPLEIDING?
We zijn op zoek naar een persoonlijke werkmethode voor elke student. Een individuele benadering dus, die erin
voorziet dat we de student handvaten en hulpmiddelen geven, en inzicht in zijn eigen handelen. Dat betekent ook
de confrontatie met zichzelf. Immers, hoe beter ik als student weet waar ik als ontwerper voor sta, vanuit welke
cultuur ik kom, welke ervaringen ik voor mezelf belangrijk vind, hoe beter ik weet welk onderzoek ik kan
aanvatten, en met welke middelen ik dat onderzoek kan gaan vormgeven en kan gaan verbeelden.
Hoe sterker wij het talent van de student kunnen blootleggen, hoe beter de student zijn eigenschappen helemaal
kan inzetten voor zijn eigen praktijk. Op die manier ontwikkelt hij zijn eigen taal en verhaal. Dat is de uitdaging!
Overigens zitten Gijs, Louise en Joost wat deze benadering betreft op dezelfde golflengte, de nuances even
daargelaten.
“VOOR ELK WAT WILS” DUS. HOE ZORG JIJ ERVOOR DAT IK ALS STUDENT AAN MIJN TREKKEN
KOM?
In 2011-2012 the following mentors and guest lecturers are involved in the programme: Aldo Bakker, Dick van
Hoff, Thomas Lommée, all three of them are designers. Liesbeth Huybrechts is a thesis mentor. Rianne Makkink
is an architect and designer. I am also a designer and artistic director of Z33-House for contemporary art.
During the year we invite several guest mentors.
12
Thus, the team we work with is a carefully balanced ‘system’ of different competences and characters. Each of
the mentors has a different profile.
SUCH AS?
First there’s Thomas Lommée, of www.intrastructures.net. His approach is analytical, he thinks in terms of
systems. Intrastructures is leading in design that starts with mapping complexity and constructing open
infrastructures in which the individual shares his thoughts and his enthusiasms. Thomas is good at seeing the big
picture, the wider implications of a project. His assignment starts at the beginning and continues in the second
term.
Dick van Hoff focuses on product. He’s in love with developing and producing ‘authentic’ products, with a strong
sense of material and form and a great love for industrial and craft-based techniques. Entrepreneurship is part of
his practice.
Then there is Aldo Bakker, who’s concern is with the details and the image; key to the way the research and the
product finally come together. Bakker believes strongly in the mastery and control of aesthetics. A situation or an
act will be the starting of his assignments.
Finally there’s Rianne Makkink, architect of Makkink & Bey Studio. She has a more intuitive stance in the way she
conducts her analyses and research. In her practice with Jurgen Bey she’s focused on the way experiment, doubt
and ‘a hodgepodge way of thinking’ can disclose hidden values and stories. She will guide and give extra input in
your design process and methodology in the first and the second year.
So, there’s a trajectory, from small to large, from research to product, from imagination to image. That’s the way
we hope to connect design research to social reality and make a change in people’s lives.
Door deze mix van docenten zijn we als afdeling in staat om studenten te stimuleren om op allerlei manieren
onderzoek te doen. Variërend van systematisch onderzoek tot intuïtief en poëtisch onderzoek waarmee ze een
verhaal of performance onderdeel van hun onderzoeksprojecten maken. Op die manier beginnen ze het proces
meer en meer als proces te zien. Dat is de richting die ik op wil.
OVER WAT VOOR SOORT ‘PROCES’ HEB JE HET DAN?
Mijn iPhone is natuurlijk als ding ontworpen, maar is in feite een platform waar heel veel mensen hun ideeën op
achterlaten. Die ideeën zijn via zo’n iPhone geconnecteerd met een heel systeem, dat continu in verandering is.
De inhoud daarvan is steeds in beweging. En net die veranderingen zijn interessant voor ons als inspiratiebron en
uitgangspunt van waaruit we het materiaal vorm gaan geven. Met andere woorden, het is niet dat ding op zich dat
belangrijk is, maar wel wat het met ons doet en hoe die veranderingen ons gedrag beïnvloeden.
IN DE DIGITALE WERELD KAN IK ME DAT VOORSTELLEN. MAAR WAT NU ALS JE DEZE REDENERING
TOEPAST OP EEN STOEL?
Een goed voorbeeld is het afstudeerproject van Anastasia vorig jaar. Ze ontwierp een stoel, een zetel waar dat je
in kon gaan zitten en die je eigenlijk helemaal inklemde. Waar dat inklemmen in eerste instantie heel benauwend
aanvoelde, werd het op den duur ontspannend. Door het inklemmen wordt het lichaam helemaal ondersteund en
komt er endorfine vrij waardoor je een gelukzalig gevoel krijgt. Dus het zitten is niet alleen een werkwoord of een
ding wat je doet omdat we dat cultureel zo doen, maar het kan ook echt een ontspannende fysieke ervaring zijn.
Vergelijk het met het inklemmen van baby’s, dat is eigenlijk net zo’n ervaring.
Natuurlijk vinden we het belangrijk hoe iets eruit ziet, maar het gaat ons vooral om wat het ding teweeg brengt.
DAT PROCES GAATEIGENLIJK OVER HOE OBJECTEN ONDERDEEL UITMAKEN VAN GROTERE
GEHELEN EN HOE JE DAAROP INVLOED KAN UITOEFENEN ALS ONTWERPER?
Ja, precies! Als je kijkt naar 70% van de afstudeerprojecten van 2010 dan zie je dat het niet over één ding gaat,
maar telkens over een systeem van dingen die met elkaar verbonden zijn. Dus dat is ook niet altijd in één beeld te
vangen. Dit gegeven ligt ook aan de basis van een soort conflict dat we hebben binnen Design Academy
Eindhoven. Het format van de Graduation en de bijbehorende catalogus past bij het design dat product- en object
georiënteerd is. Het format dicteert: een bladzijde in de catalogus, een foto, en 5 regels tekst, en dat alles op een
lifestyle georiënteerde manier. Daar krijg je onze complexe systemen niet mee gecommuniceerd! Het conflicteert
met andere woorden met een andere benadering van wat design is. In het laatste geval praat je over een ander
soort ecologie. En ik hoop dat we daar een passende presentatiemanier voor weten te vinden. Daar zijn we
overigens druk mee bezig binnen de Masters.
HOE ZIET ZO’N ANDERE MANIER VAN PRESENTEREN ER IDEALITER UIT?
Die zouden eerder systemen beeldend, beschrijvend zijn en die bieden ruimte aan bijvoorbeeld nieuwe multitouch technologieën. De geschreven thesis is bepaald niet heiligmakend wat ons betreft. Websites, links, films en
tablets zijn gerechtvaardigde middelen, waarschijnlijk betere om te laten zien hoe objecten deel uitmaken van
grotere systemen en hoe ze daardoor beïnvloed worden in tijd en ruimte.
Het is de vraag of de thesis en de Graduation in hun huidige vorm de juiste en duurzame strategie is. Voor een
deel van de school misschien wel, maar voor een ander, groter deel zul je daar op een andere manier installaties
moeten maken die eerder een soort relevantie hebben in de ruimte. Daar moet je het juiste medium voor kiezen.
Dat is iets wat nu nog te weinig gebeurt binnen de academie.
Vergeet niet dat we hier concepten ontwikkelen die hun waarde pas over 5 á 10 jaar gaan bewijzen, want dat is
de termijn waarop we werken. De relevantie is niet altijd direct aan datgene wat je ziet af te meten. Daar is
bemiddeling voor nodig, die we nu nog te vaak missen door het opgelegde format.
13
WAT ZIJN BELANGRIJKE EISEN WAAR EEN STUDENT SOCIAL DESIGN AAN MOET VOLDOEN?
De belangrijkste eis voor een Master is dat je een onderzoekende attitude moet hebben. Dat iemand zin heeft om
te onderzoeken en kritisch ingesteld is. Zelfs als zo iemand alleen maar aan het maken is, is hij aan het
reflecteren: waarom is dit relevant? Als hij hier vertrekt heeft hij een verhaal te vertellen waar hij misschien wel de
rest van zijn leven mee verder kan. Onderzoek, reflectie en verhaal zijn één. Hij is in staat om zijn ongebreidelde
nieuwsgierigheid en zijn door ons geprikkelde fascinatie om te zetten in een onderzoekstraject. Contemporary life
is a complex hybrid system and in these times form the context we live in. It is an ecology between people, things
and environments. New models and products have to respond and relate to this reality. We believe that form
follows context. Meaningful social design is responding to the needs, and has to fit into the new context of society,
form follows content in context.
The strategies, products and services that are designed are part of a system. The research output of the
department will vary from product design to system design.
We analyse the systems and contexts and formulate scenarios, prototypes and models that fit.
Our methodology is that form follows content in context through process. In this department the analytical
approach and the emotional approach are united. Rational and irrational aspects cognitive and intuitive
knowledge’s, science and design (approaches) methodologies are integrated in the design process. Above all,
through the making, thinking will inspire you and define the design process. We believe that making is thinking.
The design process is iterative. True experimental e.g. (trial and error) goes beyond ‘interest shopping’.
We expect a self-critical, reflective and constructive attitude.
HOE VERLOOPT DE SELECTIEPROCEDURE? WAARAAN MOETEN DE INSTROMENDE STUDENTEN
VOLDOEN?
Het belangrijkste is hun motivatie. Ik wil weten wat hun fascinaties zijn en met welke motivatie ze kiezen voor
ónze Masterafdeling. We vragen ze dat schriftelijk te doen. Overigens, het enige volledig foute antwoord daarop
is: “Dutch Design”. Dat is waarschijnlijk omdat ik Belg ben… De cruciale vraag is of je zin hebt om als ontwerper
je verhaal te schrijven en dat te onderzoeken, daar gaat het om.
Een kritische houding dus, weten waar dat je mee bezig bent, als het kan graag mensen die al veel verschillende
andere dingen gedaan hebben en die bewust bezig zijn met wat ze willen en waar ze naar toe op weg zijn.
Mensen die het reflecteren in zich hebben. Het is niet per definitie dat elke Bachelor student zomaar door kan
stromen naar de Master. Hoeft ook niet, een goede Bachelor is een goede designer. Maar daarmee dus nog geen
potentiële Master.
HOE LEIDEN JULLIE DE STUDENT NAAR ZIJN EIGEN ONDERZOEK IN HET 2E JAAR?
Dat gaat eigenlijk trapsgewijs. Het eerste trimester krijgen ze van drie docenten elk een vaste opdracht. Naarmate
het jaar vordert worden de mentoren eerder consultant. Het initiatief komt steeds meer bij de student te liggen. Zo
krijgen ze in het tweede trimester twee opdrachten en één mentor, waar dat de tweede opdracht zelf volledig
geformuleerd moet worden. Daartoe wordt ze gevraagd in de kerstvakantie een eerste tekst te schrijven over hun
eigen designactiviteiten en over de manier waarop ze die willen omzetten in een eigen onderzoek tijdens het
tweede trimester. In het derde trimester krijgen de studenten te maken met een opdracht van een externe
opdrachtgever, en worden ze geacht hun eigen thesisproject te gaan formuleren.
Daarnaast neemt de schaal en de complexiteit van de opdrachten per trimester toe. Naarmate de studie vordert
worden de opdrachten ingewikkelder en meeromvattend. Dat moet zich uiteindelijk ook vertalen in hun eigen
designonderzoek tijdens het tweede jaar.
En vooral oppassen dat het niet allemaal te braaf wordt. Soms vind ik dat nu wel eens, het is dan allemaal zo
verantwoord, zo juist. Maar wij zijn er ook om juist de fout binnen te brengen, de twijfel te zaaien. Dan gebeurt er
iets onverwacht. De tegenstelling, de discussie en het debat. Niet akkoord gaan, daar gaat het ook over bij de
vorming van de student.
ER GEBEUREN DUS TWEE DINGEN: STUDENTEN LEREN VAN DE PROJECTEN DIE ZE MOETEN DOEN,
EN ZE MOETEN ZICH VORMEN ALS PERSOON: AUTONOOM, REFLECTIEF EN ZELFBEWUST. HOE
REALISEREN JULLIE HET EEN IN RELATIE TOT HET ANDER?
Ik denk dat de feedbackmomenten de eigenlijke leermomenten zijn voor de persoonlijke ontwikkeling van de
student. We pakken dat nu anders aan dan voorheen. Voorheen lieten we de student presenteren, en vervolgens
lieten we onze feedback daar voor een groot deel van afhangen. Nu willen we als mentoren onze kritiek al op
voorhand klaar hebben. Dat lijkt contradictoir, maar dat is het niet. Er liggen weliswaar resultaten van opdrachten
en projecten, maar dat is niet de eerste insteek. We verwachten van een student dat hij aangeeft waar hij het met
ons over wil hebben. Bijvoorbeeld een probleem waar hij tegenop gelopen is. Een student moet met andere
woorden goed reflecteren waar hij feedback over wil hebben, wat hij met ons wil bespreken. Minder afwachtend
dus.
Vervolgens confronteren we hem met onze kritiek. Daarbij kijken we natuurlijk naar de totstandkoming en het
resultaat van de opdracht of het project maar vooral ook naar de persoon van de student. Persoon en project
moeten in onze ogen met elkaar kloppen. Waar dat er een verschil zit tussen die twee, confronteren we die
student daarmee. Dat zijn belangrijke leermomenten kan ik je vertellen.
14
WELKE EISEN STELLEN JULLIE AAN HET UITEINDELIJKE THESISPROJECT WAARMEE STUDENTEN
AFSTUDEREN?
We vragen van een student dat hij of zij een bepaald onderzoeksthema of een bepaald kennisgebied heeft
uitgespit op zo’n manier dat er nieuwe verbanden naar voren zijn gekomen. Verbanden die door de gehanteerde
denkwijze en methodiek anders niet naar boven waren gekomen. Daarnaast verwachten we dat alles op een
transparante en overdrachtelijke wijze gepresenteerd wordt, zodat er echt sprake is van nieuwe kennis en nieuwe
inzichten. Dat anderen daar verder mee kunnen.
Het mag bij een hypothese blijven als hij maar voldoende uitdaagt en voldoende beargumenteert in woord of
beeld. Het mag ook een kritische reflectie zijn op het onderzoeksgegeven. Het gaat ons er uiteindelijk om dat
iemand diep kan gaan en goed reflecteert door het leggen van onverwachte connecties. Daar leert iedereen van
en daar zit ook de innovatie.
IEMAND DIE DE GRENZEN VAN HET VAK OPREKT?
Vaak zitten studenten wel te wroeten aan de randen van het designvak. Maar ik denk niet dat we met het vak zelf
bezig zijn. Als ik kijk naar de thema’s van de afgelopen jaren dan gaat het ons vooral om maatschappelijke
ontwikkelingen. Het startpunt, en dat is voor mij een evidentie, is eerder bijvoorbeeld angst of stress dan het
design object an sich.
THESIS IN WOORD OF BEELD ZEI JE NET. LICHT EENS TOE.
Niet iedereen kan het woord aan, de geschreven thesis. We zijn een opleiding voor mensen die voornamelijk in
beelden denken en argumenteren. Wat we nu doen, een geschreven thesis is niet wat we willen. Ik heb vorig
academiejaar de visuele aspecten van een thesis ingebracht. Ik hoop dat we verder gaan op die weg op zo’n
manier dat iemand ook kan afstuderen met een film als thesis. Zoals Lucas die is afgestudeerd met zijn
tijdrestaurant. Die maakte en maakte maar, elke week kwam er weer iets nieuws af. Tijd, eten, voedsel alles werd
met elkaar verbonden. Elke week schreef hij daarover, een column in de krant, een pagina op Facebook of op zijn
blog. Wat hij ook schreef waren reflecties over de reflecties die hij neerschreef, en dat ook nog op een heel
poëtische manier. Dat is de ene kant van het spectrum van een mogelijke thesisvorm.
Thesisproject Lucas
opnemen.
Aan de andere kant, the design can be a conclusion of the preliminary research. It can also be a starting point for
the research. Both are intertwined. Like the research also the design can take many forms. The most obvious
form would be a product, a strategy or a service. The student starts this education as a designer, it’s only logical
he concludes it as a designer, who has improved his and her analytical skills. However, during the masters
studies students will discover their specific strengths and weaknesses. If they succeed in writing a very good
thesis, whereas their designproposals don’t reach that same level, they might end their studies with a theoretical
project. If on the other hand their designtalent exceeds their writing skills, they might end their studies with a
research and design, of which the main ingredients are visual.
WAAR KOMEN JOU SOCIAL DESIGNERS TERECHT?
Wat ik kan zeggen is dat heel veel van onze alumni in netwerken zullen functioneren en dat de producten en
processen die ze mee monitoren en ontwerpen ook in zo’n groter systeem zullen functioneren. Zij maken nu
eenmaal deel uit van het nieuwe denken, de nieuwe netwerkmaatschappij, veel meer dan in de afgescheiden
wereld waarin zij groot geworden zijn.
HOE KIJK JE TERUG OP HET AFGELOPEN JAAR DAT JE NU BEZIG BENT ALS HOOFD VAN SOCIAL
DESIGN?
In het begin heb ik gezegd: “direct moeten we hier structuur binnenbrengen”. Iedereen moet weten waar hij aan
toe is. Er was grote behoefte aan duidelijkheid, bij iedereen. Daarmee is de koers helder geworden en vaart het
schip. We gaan nu voor de eerste keer mensen opleiden die zelf voor Social Design hebben gekozen en niet voor
Man and Humanity. Er is relatieve tevredenheid, maar van politiek correcte projecten word ik ongerust!
Ik ben er ook om de foute ideeën in te brengen, om te provoceren, zeker als we het allemaal zo goed proberen te
doen. Dan ben ik maar de rebelse Belg die zich niet wil conformeren.
15
3.
“ZONDER CONTEXT HEB JE HET NERGENS OVER…!”
Foto Louise
LOUISE SCHOUWENBERG, RESEARCHHOOFD CONTEXTUAL DESIGN
LOUISE SCHOUWENBERG IS BINNEN DESIGN ACADEMY EINDHOVEN WERKZAAM ALS LECTOR
DESIGNTHEORIE EN HOOFD VAN DE MASTER OPLEIDING CONTEXTUAL DESIGN.
Buiten haar werk voor de academie publiceert zij over design en beeldende kunst, is curator van
tentoonstellingen op het snijvlak van design en kunst en is werkzaam in diverse adviesfuncties. Een recente
publicatie is een monografie over ontwerper Hella Jongerius. Momenteel werkt ze aan een monografie over
beeldend kunstenaar Robert Zandvliet en, in samenwerking met designcriticus Gert Staal, aan een publicatie
waarin het internationale succes van Nederlands design wordt verklaard. In haar ogen dient een goede opleiding
alle ruimte te bieden aan het discours over het vakgebied, vanuit uitgesproken (soms controversiële) visies en
invalshoeken. In de dynamiek die zodoende ontstaat worden de mogelijkheden van het vakgebied opgerekt en de
culturele en maatschappelijke relevantie vergroot.
WAAROM “CONTEXTUAL”DESIGN?
GOED DESIGN HOUDT TOCH ALTIJD REKENING MET DE CONTEXT?
Ik zie design als een terrein dat antwoordt geeft op behoeftes in de samenleving die raken aan de directe
leefsfeer van mensen. Design is een gebonden vakgebied, het houdt zich bezig met vragen over de relaties die
mensen in hun dagelijkse leven hebben. Dat betekent automatisch dat men niet alleen kan denken in termen van
geïsoleerde producten, maar altijd in een context waarin alle elementen aan bod komen: producten, gebruikers,
producenten, de architectonische, private of publieke omgeving, de sociaal-maatschappelijke verbanden waarin
ontwerpen fungeren. Binnen Contextual Design stappen we daarom af van een nauwe benadering van design:
het bedenken van een gerichte oplossing voor een specifiek probleem. We zijn niet uit op de zoveelste
ingenieuze kurkentrekker. Het veld dat wij beslaan is groot. We werken daarom meestal vanuit abstracte thema’s,
die volgens ons voor het vak van de ontwerper én voor de huidige wereld van belang zijn. Onze studenten
verdiepen zich zo in die thema’s dat ze uiteindelijk een nieuw perspectief bieden, zowel op het thema of de
vraagstelling, als op mogelijke antwoorden. Die antwoorden kunnen bestaan uit fysieke producten, maar ook uit
visionaire strategieën, imaginaire modellen of kritische denkwijzen. Context houdt voor mij in dat je alle vormen
van context bij je proces van ontwerpen en onderzoeken betrekt: maatschappelijk, historisch, cultureel,
filosofisch, economisch, antropologisch, beeldend, enz.
IJsland project met foto’s en toelichting
DIE CONTEXT IS HEEL ERG GROOT. WAAR ZIT DE BEPERKING, DE AFBAKENING, WAARBINNEN ZICH
TOCH UITEINDELIJK DE MEESTER TOONT?
Ik kan niet afbakenen waar de resultaten van Contextual Design in uitmonden. Die kunnen heel divers zijn, kijk
maar naar de afstudeerwerken van de afgelopen jaren. Wat je wel ziet is dat het altijd gaat over thema’s die een
actuele maatschappelijke en culturele relevantie hebben.
Dit jaar zijn we begonnen met “Living as a physical being in a digitalized world”, omdat we merkten dat studenten
nadenken over de vraag hoe ontwerpers als gevolg daarvan hun rol gaan aanpassen? In de keuze van thema’s
varen wij als team van mentoren op onze eigen voelsprieten, we varen op de visies van ontwerpers en theoretici,
en we varen ook zeker op de signalen die we opmerken bij onze studenten. Als een bepaalde generatie zich
opeens zorgen maakt over hun eigen rol omdat digitale media het vak als het ware democratiseren, dan geeft dat
aan dat het een belangrijk onderwerp is. Aan de projecten van onze studenten, ook die van de Bachelor
opleidingen of andere ontwerpopleidingen in de wereld, kun je zien wat er kennelijk op dit moment in de
maatschappij aan de hand is.
Hoe de studenten die thema’s vervolgens aanpakken is in principe vrij. Het mag een puur culturele of artistieke
aanpak zijn, het kan een humanitair of ecologisch project worden, of een nieuwe visie representeren op de markt.
We belemmeren niet bij voorbaat een bepaalde richting. Wel wijzen we de studenten op de consequenties van
bepaalde keuzes.
EN HOE IS DAT TE ONDERSCHEIDEN VAN WAAR SOCIAL DESIGN ZICH MEE BEZIG HOUDT?
Onze benadering verschilt wel van die van Social Design, daar begin je als student altijd met een sociaal
probleem, een maatschappelijk issue. Bij ons is dat minder strikt, vaak werken we met een abstracter thema, wat
wel raakvlakken heeft met maatschappelijke problemen, maar daarmee niet persé samenvalt. Voor ons staat
altijd de vraag centraal: ‘wat is design?’ In het verlengde daarvan: ‘welke rol kan (een) design(er) spelen binnen
deze specifieke context?’
De afbakening zit ‘m dus niet in de richting die een project kan inslaan, maar eerder in de uitgangspositie.
Vervolgens vragen we bij ieder thema dat de studenten het zowel vanuit persoonlijke interesses en talenten, als
vanuit kennis en onderzoek analyseren voordat ze met antwoorden komen.
Daar komt bij dat de thema’s bij ons niet bij voorbaat moreel geladen zijn, iets wat bij Social Design eerder het
geval is. Ik vermoed dat de creativiteit wordt gekneveld als je van een designopgave een moreel project maakt.
Ironie en humor mogen bij ons een belangrijke rol spelen. Graag zelfs. Ook schuwen we geen projecten die
ogenschijnlijk amorele aspecten in zich dragen. Zo hadden we bijvoorbeeld discussies over de associaties die
16
een project zou oproepen met dierenmishandeling of een project dat herinnert aan dubieuze Nazipraktijken met
de menselijke huid. Dat laatste project stelt voor dat er plastics ontwikkeld worden van dood haar. Uiteraard moet
die student zich bewust zijn van de associaties die hij oproept met zijn project, maar dat hoeft niet in te houden
dat hij het vaarwel moet zeggen uit angst dat het verkeerd valt. Zijn motieven zijn in onze ogen immers anders en
legitiem. Het is belangrijk om morele vooroordelen los te laten, pas daarna ontwikkel je immers een oprecht soort
van eigen moraal.
STUDENTEN DIE NADENKEN OVER HUN TOEKOMSTIGE ROL, OVER ABSTRACTE THEMA’S ALS
UITGANGSPUNT VOOR DE ONTWERPOPDRACHTEN EN OVER ALLE MOGELIJKE MULTIDISCIPLINAIRE
CONTEXTEN: JULLIE OPEREREN AAN DE RANDEN VAN HET DESIGNDOMEIN. WELKE KEUS LIGT
DAARAAN TEN GRONDSLAG?
Contextual Design neemt niet bij voorbaat een afgesloten standpunt in, in de discussie over de rol van de
ontwerper. Ik denk dat dit geldt voor alle Master afdelingen. We leggen de rol van ontwerpers niet vast, maar door
een gevarieerd aanbod proberen we de studenten uit te dagen om de grenzen af te tasten en waar mogelijk te
tarten. Ik vind het heel belangrijk dat mijn docenten wel een standpunt vertegenwoordigen. Ik nodig ze uit, sterker
nog, ik kies ze uit vanwege hun uitgesproken, en vaak met elkaar tegenstrijdige standpunten. Binnen de afdeling
komt zo het discours tot stand.
En dat discours spitst zich toe op de vraag wat design kan betekenen in de relatie van de mens met zijn fysieke
en digitale, of liever non-fysieke omgeving. Welke plek kan design daar innemen? Als alles smart wordt in onze
omgeving wat voor relatie hebben we dan überhaupt nog met die omgeving? Nou, zo’n abstracte vraag brengt je
binnen de kortste keren naar onverwachte en onontgonnen gebieden waar design een rol kan spelen.
Dus ja, we vertonen frontier-gedrag, we tasten de grens van het designvak af, en met veel plezier: onderzoekend,
nieuwsgierig, onafhankelijk, optimistisch, authentiek, argeloos, inventief, en vooral wars van conventies. Dat
gedrag is trouwens kenmerkend voor de hele afdeling: hoofd en docenten/mentoren zijn steeds opnieuw bezig de
grenzen van het vak te verleggen en nieuwe rollen van designers in kaart te brengen.
Hier het voorbeelden van
“frontier” projecten: kort en
instructief: o.a. “Fungi” van
Montalti en “Material Obesitas”
KUN JE VOORBEELDEN GEVEN VAN WAAR DAT TOE GELEID HEEFT?
Het interessante is, dat studenten de uitdaging die wij ze bieden vaak voluit aannemen en ons dan verrassen met
hun eigen invalshoeken. Zo hebben we de afgelopen jaren een aantal studenten zien samenwerken met
wetenschappers, waaronder biologen en landbouwwetenschappers. Dat heeft tot onverwachte resultaten geleid,
waar niet alleen wij, maar ook die wetenschappers heel erg blij mee waren. Een project verkende bijvoorbeeld in
samenwerking wetenschappers van Landbouw Universiteit Wageningen nieuwe mogelijkheden voor de groei van
paddenstoelen tijdens het transport. Een andere student onderzocht hoe de bacterielaag op de menselijke huid
nieuwe relaties kan aangaan met kleding. Samen met biologen van de Universiteit van Utrecht onderzocht een
student hoe ‘fungi’ tot een natuurlijk ontbindingsproces van lijken kan leiden.
Deze ontwerpers fungeerden als het ware als vertalers van wetenschappelijke inzichten waar die
wetenschappers zelf niet op zouden komen omdat hun focus anders gericht is.
Projecten opnemen van Agata
Jaworszka en Sonja Bäumel en
Maurizio Mantalti
IS DAT VOOR JOU HET ONDERSCHEIDEND KENMERK VAN EEN MASTERSTUDENT: DAT HIJ OF ZIJ DE
GRENZEN VAN HET VAK OPREKT?
Niet in de eerste plaats. Een Master is bovenal iemand die systematisch onderzoek doet, en die precies kan
aangeven hoe hij dat gedaan heeft, en op grond waarvan hij bepaalde keuzes gemaakt heeft. Zo iemand is in
staat te reflecteren over zijn eigen ontwerp- en onderzoeksproces. Bij ons moet je je als Master kunnen
verdedigen met woorden, zowel op schrift als verbaal. Niet iedereen kan dat, zoals we tijdens de laatste
Graduation zagen, maar we zijn onderweg.
En misschien nog belangrijker: we zijn onderweg in onze zoektocht om voor dat onderzoek en die noodzakelijke
reflectie en analyse diverse formats te zoeken. Wat wetenschappelijk onderzoek precies inhoudt is voor
wetenschappers uiteraard voortdurend onderwerp van discussie, maar grotendeels kan men zich vinden in de
belangrijkste eisen van bijvoorbeeld objectiviteit en neutraliteit. We weten ondertussen ook aardig wat
‘praktijkonderzoek’ inhoudt en met welke criteria je dat kunt beoordelen. Maar wat artistiek onderzoek, of designresearch, precies inhoudt is feitelijk nog nauwelijks ontgonnen gebied. Hoe combineer je rationele kennis, harde
data, kritische analyse met intuïtie, passie, gevoel, idealisme? Samen met docenten en studenten onderzoeken
we de valkuilen en de nog onbekende mogelijkheden. Ik hou van die zoektocht omdat er nog zoveel te ontdekken
valt.
17
“NIET IEDEREEN KAN DAT” ZEG JE. WAT DOEN JULLIE MET IEMAND DIE DE KUNST VAN DE VERBALE
EN SCHRIFTELIJKE VERDEDIGING NIET VERSTAAT? SLAAGT ZO IEMAND DAN TOCH?
We willen aan zijn ontwerp en zijn verslag van het onderzoek zien dat hij systematisch en logisch te werk is
gegaan. Stel iemand ontwerpt bij ons een serie geweldige stoelen, maar zijn thesis rammelt. Dat willen we toch
zien dat hij zijn onderwerp heeft doorgrond en dat hij heldere keuzes heeft gemaakt. Zo iemand slaagt soms
kantje boord. Dat roept overigens het grote dilemma op: hoe ga je met zwakke ontwerpresultaten om. Zo lang het
nog niet mogelijk is om een herexamen te doen, wat op universiteiten bijvoorbeeld wel kan, is het nogal
hardvochtig om iemand twee jaar lang vertrouwen te geven en hem dan op het eind naar huis te sturen zonder
diploma. We gaan daar zorgvuldig mee om. Als wij kunnen verantwoorden dat iemand wel een ontwikkeling heeft
doorgemaakt telt ook dat mee in de eindbeoordeling.
Soms is het trouwens zo dat iemand die verbaal of onderzoekend niet sterk is toch een overtuigend ontwerp
neerzet. De Spider factory leunde bijvoorbeeld vooral op de verbeeldingskracht van de student zelf, niet op een
heel uitgebreid onderzoek naar de uitvoerbaarheid van zijn project. Hij is er zelf van overtuigd dat zijn project kan
slagen, en dat geloven we graag, ook al had hij voor zijn examen daarvan nog niet het harde bewijs geleverd.
Voorbeeld opnemen: Spider project:
prima project ook al ontbrak het aan
voldoende reflectie over de
consequenties
Andersom komt overigens ook voor: mensen die uitstekend kunnen onderzoeken, die goed kunnen schrijven,
maar slecht zijn in het vertalen van hun visies naar ontwerpen. Ik zou er goed mee kunnen leven als iemand een
goede scriptie heeft geschreven in combinatie met de verantwoording waarom hij/zij toch een designopleiding
heeft gevolgd. Dat is natuurlijk gevaarlijk wat ik nu zeg, want je zit hier tegen de rand van de academische wereld,
maar stel dat zo iemand designcriticus wil worden…! Of galeriehouder, of organisator. Zulke mensen kunnen er
heel veel aan hebben dat ze op een designopleiding hebben gestudeerd en niet op een puur theoretische
opleiding. Je neemt toch altijd in de beoordeling mee het perspectief waarmee iemand afstudeert, en de mate
waarin hij tijdens de opleiding gegroeid en gerijpt is. Ambities van een student spelen bij het afstuderen zeker een
rol.
MAAR WAT IS DAN NOG HET ‘DESIGN’ ALS IEMAND MET LOUTER EEN BRILJANTE THESIS
AFSTUDEERT?
Nou, dat zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat iemand zijn eigen toekomst ontwerpt, of een briljante nieuwe visie op
het vakgebied opent, die andere designers een flinke aanzet geeft tot nieuwe richtingen. Er is iemand bij ons
afgestudeerd met een visie op tentoonstellen, ze had daarvoor ook een ontwerp gemaakt in het Van
Abbemuseum, maar ik vond de kracht van haar examen vooral schuilen in haar voorstellen voor alternatieve
vormen, niet zozeer in het visuele ontwerp zelf.
Maar hoe het ook zij, beoordelen blijft altijd lastig. We blijven zoeken naar geëigende vormen als iemand de kunst
van het woord niet machtig is. Beeldend onderzoek, grafisch onderzoek, dat soort dingen. En we blijven zoeken
naar geëigende vormen als iemand de kunst van het ontwerpen niet heel goed beheerst, terwijl zijn analytische
vermogens wel goed zijn.
EN WAAR KOMEN ZE TERECHT, DE ALUMNI VAN CONTEXTUAL DESIGN?
Onze alumni worden productontwerper, organisator, soms sturen ze ingewikkelde designprocessen aan, komen
op hoge posten in bedrijven terecht of geven les. Tal van alumni zijn doorgedrongen tot het ontwerponderwijs en
zelfs tot universitair onderwijs. Voor sommigen geldt dat ze hun eigen functie uitvinden, omdat het gebied dat ze
bestrijken nog geen officiële naam heeft. Dat zou je bijvoorbeeld kunnen zeggen van de eerder genoemde Sonja
Bäumel en Maurizio Montalti, die vooral een multidisciplinaire samenwerking zoeken en aangaan.
OP WELKE MANIER EN IN HOEVERRE HOUEN JULLIE REKENING MET DE AMBITIE VAN JULLIE
STUDENTEN BIJ DE INRICHTING VAN HET CURRICULUM? HOE FLEXIBEL ZIJN JULLIE DAARIN?
Het sturend principe, en dat geldt ook voor Social en Information Design, is dat we heel precies in de gaten
houden hoe elke student zich ontwikkelt in een bepaalde richting. En daar passen we onze begeleiding en ons
programma op aan.
Als je naar de historie van de Masters kijkt komen we van ver. In de beginjaren hadden we 10 aanmeldingen en
moesten er bij wijze van spreken 9 aangenomen worden. Tijdens de laatste accreditatie in 2007 zaten we nog
steeds volop in een concurrentieslag met de Bachelors van de academie, waar het de visuele uitstraling van de
ontwerpresultaten betreft. De internationale aanmeldingen waren niet overvloedig, bovendien kwamen de
Masterstudenten hier om Dutch Design te leren, en daar waren onze Bachelors nou eenmaal veel beter in. Toen
hadden we de neiging ze teveel aan het handje te houden tot ze goed genoeg waren. Feitelijk was het
uitgangspunt van de opleiding nog niet goed geformuleerd. Bachelors en Masters zijn nu eenmaal wezenlijk
verschillende opleidingen. De Master opleiding heeft een eigen dynamiek en kleur, een eigen relevantie en
daarmee ook een eigen studentenprofiel. Die eigenheid moesten we leren te koesteren en versterken en dat is
ons aardig gelukt.
18
EN HOE IS DE SITUATIE NU?
Nu reageren we proactief. Het aanbod aan studenten is veel groter, we kunnen de besten kiezen, en die kwaliteit
leidt inmiddels tot een studentenpopulatie die we vrij ideaal vinden: studenten die zonder meer design skils
hebben, en die vooral goed na kunnen denken over zichzelf en hun werk, over hun plek in de wereld, en dus ook
een groot aandeel kunnen hebben in de inrichting van hun eigen opleiding. Je zou kunnen zeggen dat we de
vrijheid en de ruimte hebben gekregen en genomen om volwassen te worden! De Bachelor opleidingen richten
zich op de persoonlijke ontwikkeling van studenten. De Master opleidingen leren om het venster naar buiten open
te zetten, waarmee ze vanuit hun eigen bagage kijken naar de grotere context, naar de grotere thema’s die in de
huidige wereld van belang zijn.
WAT BETEKENT DIE GROEI EN VOLWASSENHEID VOOR DE HUIDIGE STUDENTEN?
Ik heb de huidige eerstejaars tijdens de afgelopen kerstvakantie gevraagd een A4tje te schrijven over hoe de
student zichzelf ziet als ontwerper. Welke rol wil hij of zij spelen? Welke fascinatie en ambities spelen een rol?
Hoe zie je de toekomst voor je als ontwerper? Welke relevantie speelt een rol?
Na de vakantie zijn de teksten gelezen door alle docenten van het 2e trimester. Aan de docenten de taak om elke
student een opdracht te geven binnen het door de student beschreven A4tje en passend in het overkoepelende
e
thema voor het 2 semester: Message and the Medium.
Ja, we spreken de student dus meer aan op zijn volwassenheid. Ze komen hier niet blanco naar toe, maar met
een ambitie en een richting die ze op willen. Vaak ook al met een richting voor hun onderzoek. We proberen daar
zo flexibel mogelijk mee om te gaan, maar ze wel te herinneren aan de consequenties van bepaalde keuzes en
de eisen die zij zichzelf, en die wij als mentoren, kunnen stellen.
HOE ZIE JIJ DE VERHOUDING TUSSEN DE STUDENTEN EN JOU EN JE STAF IN TERMEN VAN JULLIE
AANBOD EN CURRICULUM?
Laat ik vooropstellen dat het een levendige verhouding en een dynamisch discours is. Geen twee studiejaren zijn
gelijk. Daarin schuilt naar mijn mening juist ook onze kwaliteit.
Het leuke aan een designopleiding is dat je aan studenten merkt welke thema’s er in de lucht hangen. Je kunt dat
als opleiding frustreren of dat koesteren en daar ruimte aan geven. Wij willen als Masters die ruimte volop bieden.
Het discours tiert welig doordat we uitgesproken visies aan boord halen. We genereren het discours, het schuurt
en schaaft, soms doet het pijn, maar het levert altijd iets bruikbaars op, al is het maar hetgeen je niet wil. Maar
dan weet je ook waarom! Zie hoe de beoordelingsgesprekken van de opleiding verlopen en hoor met hoeveel
passie iedere mentor projecten verdedigt of aanvalt, dan weet je dat je niet met iets onbelangrijks bezig bent.
Deels geven we als mentoren onze sturende rol op, of liever: we richten hem meer op de leeromgeving van de
student zelf. Ik zoek onze autoriteit niet in wat wij als Contextual Design weten, maar meer in het organiseren van
een permanente dialoog tussen wat studenten willen en wat wij als team van diverse mensen te bieden hebben.
Daarmee is de veiligheid voor een deel weg, zowel voor de studenten als de mentoren, maar misschien moet ik
eerder zeggen “schijnveiligheid’, want dat is het natuurlijk. Wat we ervoor terugkrijgen is een voortdurend
inspirerend gesprek over de invulling van het vak en over de relevantie van thema’s, zowel voor onze studenten
als voor onze mentoren.
HOE ZORG JE VOOR DE KWALITEIT VAN JE AFDELING?
Natuurlijk allereerst door de kwaliteit van de mentoren te waarborgen. Uit een pool van deskundigen kies ik
zorgvuldig de mentoren die binnen een bepaalde fase van de studie of binnen een bepaald thema veel in te
brengen hebben. Ieder van hen heeft een actieve beroepspraktijk naast het lesgeven, voor niemand is lesgeven
hun belangrijkste baan. Dat garandeert dat zij voeling hebben met hetgeen er in de wereld van dat moment
gebeurt. Diversiteit is het toverwoord hier: oudere ervaren mentoren en jongere mentoren die vanuit hun prille
enthousiasme bezig zijn met het vak. Ook wat betreft hun achtergrond zijn de mentoren divers: het zijn
ontwerpers, kunstenaars, architecten en theoretici, en in ieder trimester is het team anders samengesteld.
De studenten werken in nauw contact met hun mentoren, daarmee proberen we de kwaliteit van het
afstudeerwerk en de projecten van het eerste jaar te waarborgen. Daarnaast spreek ik regelmatig met mijn groep
studenten over wat ze van onderwijs, de mentoren en alles eromheen vinden. Ik wil dat de boel goed loopt, en ik
hou de vinger aan de pols. Datzelfde doe ik regelmatig met mijn docenten, soms individueel, soms als groep.
e
Tijdens het 2 jaar, dus het jaar van hun thesis/ontwerp onderzoek, zijn we in september begonnen met de
presentaties van hun onderzoeksthema. Daarna kregen ze twee design docenten toegewezen en een thesis
docent. Zelf zit ik daar ook zwaar op. Elke student praat wekelijks met een van de drie docenten en zelf ben ik
met grote regelmaat aanwezig. Dit jaar hebben we dat zo gedaan omdat er vorig jaar klachten waren over de
organisatie: iedere student was toen gekoppeld aan een mentor, daarnaast konden ze andere mentoren
raadplegen maar in de praktijk liep dat niet optimaal. We hebben goed geluisterd naar de klachten en daarna
gehandeld. En zo blijf ik schaven en schuren. Vanuit de gedachte dat geen opleiding ooit af is, je moet open
blijven staan voor nieuwe ontwikkelingen en nieuwe inzichten.
HOE HAAL JE STUDENTEN EN MENTOREN OP GEZETTE TIJDEN UIT HUN COMFORTZONE?
Het is bij ons regel dat alle docenten van een bepaalde dag, zeg de dinsdag docenten, het eerste uur (10.0011.00 uur) gezamenlijk met alle studenten vullen, dus zowel iets doen voor de eerste als de tweede jaars
studenten. Een soort sharing time. Dat mag over alles gaan zolang het maar voor iedereen interessant en
relevant is en het varieert van lezingen en workshops tot discussies en gezamenlijk kijken naar documentaires.
19
Het is bedoeld om studenten meer te bieden dan waar ze op dat moment mee bezig zijn. Ter inspiratie, maar ook
om onverwachte wendingen te creëren waardoor de creativiteit losgemaakt wordt. Bovendien geeft dit een
prachtige mogelijkheid om de verschillende expertises van de mentoren optimaal te benutten. Als een architectmentor met een bouwkundig probleem worstelt en dat bespreekt met de studenten, opent dat hun blik op de
conventies en de thema’s van een ander vakgebied. De inzichten uit het ene vakgebied kunnen werken als
inspiratie voor het andere vakgebied, zelfs als dat niet onmiddellijk helder is. Telkens weer blijkt het voor zowel
studenten als docenten een uitdaging te zijn om inhoud en vorm aan die ochtendprogramma’s te geven.
Studenten mogen de inleiding ook verzorgen als ze dat willen.
Het zijn kostbare uurtjes waarin je als docent de mogelijkheid hebt iets heel anders van jezelf, je werk of je
fascinaties te laten zien. Het is een heel samenbindende activiteit die de sfeer in de groep en tijdens de lessen
vaak erg ten goede komt.
20
4.
“THE MASTERS COMPLETELY CHANGED THE WAY I WAS WORKING AND PRESENTING”
ALUMNI OVER DE MASTERS
EEN GEANIMEERD GESPREK MET 5 ALUMNI VAN DE MASTERS LEIDT TOT EEN ZORGVULDIGE
ANALYSE VAN DE STERKE EN ZWAKKE PUNTEN VAN DE MASTERS IN DE JAREN 2009 EN 2010. HET IS
EEN MIN OF MEER SPONTAAN GESPREK, ONDERDEEL VAN EEN GESPREK WAT VAKER PLAATSVINDT
OP VERZOEK VAN DE ACADEMIE, EN NORMAAL GAAT HET OVER HET WEL EN WEE OVER EN WEER.
DEZE KEER ZOEMEN WE IN OP DE SITUATIE DIE ZIJ AAN DEN LIJVE HEBBEN MEEGEMAAKT. ZE
VERWOORDEN NIET ALLEEN HUN EIGEN MENING, UIT VERSLAGEN UIT DIE TIJD BLIJKT DAT ZIJ HET
MERENDEEL VAN DE STUDENTEN IN DEZE VERTEGENWOORDIGEN.
Om te beginnen maar eens de vraag, wat de Masters hun hebben gebracht. Wat heeft de Masters hun
vooral geleerd? Dat blijkt toch vooral te gaan over hun manier van werken en de benadering van de
designprofessie:
“So, what I learned was how to present work along the process. Never to make it tangible if it’s not, don’t
print and cut a book well if it’s not done. I learned how to present my work to designers. That’s an
important skill to come up with, I do it all the time now. Don’t tell everything, because it seems that as
soon as you put something on the table they criticize it and they don’t understand that it might be a little
seed. Then the seed gets completely dug up and pushed away before it gets the chance to sprout.”
-
“I got a lot more guts to dare to go with my vision much more further. To believe in my abilities and to
see my abilities more clearly. I think also because this was an international group I saw much more
clearly where I’m strong and where I’m weak.”
-
I think I learned a lot in terms of process of design and presenting which is really much connected.
Because here you don’t use for example always computers which was something I didn’t know from
home. And it changed completely the way I was presenting and the way I was working. It created a
different kind of design process which I really like. I think also in terms of story telling in presentations. It
costs me a lot of energy because I really didn’t like it and I still have a lot to say about how the academy
is demanding you to present your story. But I also learned a lot from it, how to sum up your story well
and how to be able to present very briefly to other people in a way they have patience to listen to you.”
-
“The masters give you the opportunity to work on your own stuff without thinking about the future. I have
two years to follow this project and then working for myself.”
-
“Regardless of the academy it’s a time, it’s like being in a meditation for two years because you are
completely in yourself. So, your ability to see yourself is much higher than in a normal situation. All your
senses towards yourself are much more open en sensitive so in that sense you hear yourself better. The
situation in the academy where you have an international group, mentoring and this kind of energy you
learn a great deal about yourself quite fast.”
-
“I feel that in the struggles and the things that went smoothly in the academy, that pushed my own
personal growth. I was challenged a lot. Maybe not in the right things but it forced me to sharpen my
opinion, sharpen the way I communicate and sharpen a lot of things and that wouldn’t have happened in
a school what already understood what I was doing.”
Er is ook een andere kant die aan de orde komt. Het beeld van die kant van de Masters is minder rooskleurig.
Een korte situatiebeschrijving als schets van de context van de opmerkingen die daarover worden gemaakt.
Tot 2010 bestond de Masters uit twee afdelingen: IM, de voorloper van wat nu Contextual Design heet, en Man
and Humanity, Het plotselinge vertrek van het hoofd van Man and Humanity was de apotheose van een al langer
bestaande onvrede onder de studenten over de inhoud en organisatie van die afdeling, die helaas zijn weerslag
had op het geheel van de Masters. Zowel voor als na het vertrek vond er intensief overleg plaats tussen College,
hoofden, docenten en studenten. De kritiek van de studenten was niet mals, de gesprekken soms heftig, maar de
houding volwassen: deze problemen moesten de wereld uit en dat kon alleen maar door stevige organisatorische
ingrepen. De huidige opzet en organisatie van de Masters is daarvan het gevolg.
Waaruit bestond de kritiek van de studenten? Een greep uit de opmerkingen:
-
“I think the people who are in charge of the Masters, they do not know how to be teachers. A teacher
should back up and support his student. He should try to get out of each one of them his own
personality and creativity and help them to achieve it in their own way. And he should not try to push
himself, his thoughts or his style on their design.”
-
“You get the feeling that they are very busy and that you should be thankful for this one hour that they
meet you”.
21
-
Een formuleert het nog preciezer: “There is definitely a lack of the word mentor. That’s what they are
called. But I find that there were some that understood the word mentor and there were some that were
just there as a critique and they didn’t took time to invest.”
-
“I came here with an agenda and with a will and desire to do research projects. To practice shape is
something you do in the bachelors! It doesn’t need to be in a Masterstudy, at least not in my case!”
Over de huidige opzet van de Masters worden ook noten gekraakt.
Voor de Masters was het aanleiding om regelmatige gesprekken met studenten te organiseren om hun
ideeën en ervaringen te horen, waar mogelijk te honoreren en waar nodig te corrigeren vanuit de filosofie
van de Masters. Wederzijdse feedback blijkt heilzaam en constructief.
Over de manier van exposeren tijdens de Graduation Show zijn de studenten het in veel opzichten eens met
de hoofden van de 3 Masterafdelingen. Net als zij voelen ze zich gedwongen in een keurslijf dat vooral
gericht is op het tentoonstellen van het werk van Bachelors.
-
“When you take a step forward to the exhibition and you compare the exhibition of the master here to
the exhibition of the bachelor. It seems like the exhibition of the master wants to be the exhibition of the
bachelor. Personally I feel that it’s not the way because the nature of the project is totally different. But
all through the year you are asked to create objects, this is one. On the other hand they can ask you to
come up with a solution that can be system, that can be website, that can be many things. But on the
last point they will demand to see an object. The object is traditional Design Academy. There is no place
or a small place to do something completely different.”
Die kritiek gaat verder als het gaat over de actualiteit van het programma van de Masters:
“Contextual Design is about a field of content that everyone is talking about nowadays. About open
design, system design and how design has become more flexible. The Design Academy for me
represents something more traditional design in the sense of space, furniture, the basic elements of
design. I find it’s really connected in that point to mentoring and building a team. In a way the mouth of
Contextual Design is saying one thing but the hands of Contextual are not able to do what the mouth is
saying. In a way the academy knows that the direction is going to some place but it still is not able to
bring all the content there. As a student you are much more flexible. You want to be there already and
there’s a gap between you and the mentor in terms of content. So, you have mentors now that match to
these fields and are able to follow you and your ideas quit fast. And you have mentors that are still in the
other step and there is a tension there. This tension I think creates a lot of issues.”
Wat denken de studenten van het Source programma?
“The concept is amazing but sometimes it depends on the lectures. Sometimes they press all the
lectures before presentations, it makes no sense, there’s no correlation between schedules. There was
one trimester that the program was really boring and that’s a problem because it demands a lot from us.
But in general I think it is an amazing program.”
-
“You have to have it but in a much higher level.”
-
“I am like the source program number one fan. I thought it was fantastic. Ok, sure some of the lectures
were completely irrelevant to what I did. But to listen and to see other perspectives was really good. I
acknowledge the difficulty in bringing speakers in. I think it needs to be on a higher organizational level,
it needs more hours and more time. It doesn’t even have to be high speakers. I don’t care if it are all
people speaking from the Netherlands. I don’t need to see the biggest names. There are some more
interesting people out there doing things. It just needs a bit more effort and more investment from the
academy. It’s one of the things that brought me here. Because it was told to me that there were monthly
lectures for the masters and weekly lectures for the bachelors that you could also join. I missed a lot of
lectures from the bachelors because I didn’t know.”
-
“There is a need for a program like that brings content, not always that relevant to your work in a direct
way, but it’s very inspiring. It’s really valuable. There is a lot of hunger for knowledge among the
masters.”
22
DEEL 2
INFORMATION
DE MASTERS IN DETAIL
23
1.
PROGRAMMA
A STRUCTUUR EN INHOUD
Trimester
Contextual Design
Overall thema: living as a physical being in a digitalized
world.
Doel: kennismaking met de benadering van het
vakgebied binnen Contextual Design: vanuit een min of
meer abstract thema onderzoek doen en design
concepten ontwikkelen.
1
Inhoud: onderzoek van de nieuwste
productiemogelijkheden, onderzoek van visies op ‘leven’,
verkenning van de rol van design in het digitale tijdperk
Tijdens kerstvakantie krijgt student opdracht voor essay:
wie ben ik als ontwerper? Vormt uitgangspunt voor
begeleiding student tijdens 2e trimester, waarin het thema
is: the message and the medium.
Werkvormen: kritisch discours, socratisch gesprek,
groepsdiscussies, individuele en groepsopdrachten,
individuele en groepsbegeleiding, externe consultatie.
Steekwoorden: confrontatie, systematisch onderzoek,
identiteit van de ontwerper en van het vak, fysieke en
digitale omgeving, confrontatie, loskomen van eigen
culturele achtergrond, verwarring, bewustwording,
reflectie en zelfkennis.
Overall thema: the message and the medium.
Doel: onderzoek naar welke boodschap welk medium
vereist, en andersom, welk medium lokt welke boodschap
uit?
2
Inhoud: Bewustzijn en gevoeligheid vergroten voor het
feit dat iedere visie vraagt om zijn eigen materialen,
productietechnieken en contexten. Afhankelijk van de
uitkomsten van essay leren studenten specifieke kennis
en vaardigheden, die verzorgd worden door gastsprekers.
Information Design
Social Design
Overall thema: Tools, het pallet van de ontwerper.
Overall thema: Me, myself and I.
Doel: ontwerpen van ontwerpgereedschappen,
positiebepaling: wie ben ik en wat wil ik worden.
Doel: zelfonderzoek, eigen identiteit, talenten en
kwaliteiten, losmaken van eigen context en cultuur,
design attitude in relatie tot producten: objectniveau.
Inhoud: Twee lange onderzoeksopdrachten. Vier
workshops: Programmeren(Processing), intuïtieve en
poëtische workshop over letterontwerpen, een
experimentele workshop gericht op het proces, een
workshop over taal als gereedschap van de ontwerper.
Opdrachten: 2 trimesterlange opdrachten. 4 korte (2-4
dagen) workshops.
Werkvormen: kritisch discours, socratisch gesprek,
groepsdiscussies, individuele en groepsopdrachten,
individuele en groepsbegeleiding, externe consultatie.
Steekwoorden: systematisch onderzoek, confrontatie,
loskomen van eigen achtergrond, verwarring,
bewustwording, reflectie, zelfkennis.
Overall thema: Interface: de overgang van data naar
informatie.
Inhoud: materialiteit, systeem en analyse, actie en
handeling, intuïtief onderzoek.
Opdrachten: gericht op eigenhuis, buurt, en
omgeving, hier of in thuisland, en van een beperkte
complexiteit. De tools en de methodologie die
studenten hanteren zijn belangrijke
gespreksonderwerpen.
Werkvormen: kritisch discours, socratisch gesprek,
groepsdiscussies, individuele en groepsopdrachten,
individuele en groepsbegeleiding, externe
consultatie.
Steekwoorden: bewustzijn van jezelf, van je eigen
reacties op omgeving, producten etc. Wat laat je
zien van jezelf (branding), waarom? Waarmee?
Zelfexpressie.
S
O
U
R
C
E
L
E
Z
I
N
G
E
N
Overall thema: We.
Doel: organiseren van informatie, tussen informatie en user,
positiebepaling: verantwoordelijkheid van ontwerper naar
auteur en gebruiker van informatie.
Doel: kiezen van het juiste medium voor de eigen
boodschap, proces en systeem als object van
onderzoek, ontdekken van potentiële gevaren van
gangbare participerende benaderingen van design.
Opdrachten: Drie trimesterlange opdrachten die de
interface op verschillende manieren bekijken: ruimtelijk,
concreet; digitaal - analoog, experimenteel; grafisch,
conceptueel. Daarnaast werken de studenten aan een eigen
onderzoek dat valt binnen dit thema.
Inhoud: in plaats van het zoeken naar oplossingen
voor anderen, staat de persoonlijke benadering van
elke student centraal: de reactie en de reflectie van
de student als ontwerper en als persoon voordat hij
gaat ontwerpen. Aandachtspunt: spanning tussen
24
Opdrachten: aansluitend bij de essays van studenten
ontwikkelen de docenten specifieke opdrachten waarmee
ze hun onderzoek kunnen verdiepen en verbreden.
Werkvormen: begeleiding van individuele opdrachten,
groepsdiscussies, externe feedback, presentaties
Werkvormen: kritisch discours, socratisch gesprek,
groepsdiscussies, individuele en groepsopdrachten,
individuele en groepsbegeleiding, externe consultatie
Steekwoorden: onderzoekend ontwerpen en ontwerpend
onderzoeken, proces, presentatie.
Steekwoorden: bewustwording, verdieping, verbreding,
kennis en vaardigheden samenhangend met hun eigen
ambitie en verhaal.
3
individu en collectief, kritisch herdefiniëren van
huidige Design ontwikkeling naar sharing,
participation en co-creation.
Opdrachten: werken in concrete buurt in Luik,
Wallonië: strategische buurtontwikkeling.
Opdrachten van grotere complexiteit.
Werkvormen: kritisch discours, socratisch gesprek,
groepsdiscussies, individuele en groepsopdrachten,
individuele en groepsbegeleiding, externe
consultatie.
Steekwoorden: relaties tussen, verbindingen met
en effecten van mensen, dingen en de ontworpen
wereld.
Wat en waarom delen we met elkaar, en waarom
zouden we inclusive en participative moeten zjin?
Overall thema: “for real”, opdracht in samenwerking met
reële opdrachtgever.
Overall thema: “for real”, opdracht in samenwerking met
reële opdrachtgever.
Overall thema: “for real”, opdracht in samenwerking
met reële opdrachtgever.
Doel: werken met en binnen een reële context
Opdrachten: 3 projecten die door 3 mentoren zijn
geformuleerd binnen de overall opdracht.
Doel: werken met en binnen een reële context.
Doel: werken met en binnen een reële context,
voorstel voor eigen thesisdesign ontwikkelen.
Werkvormen: kritisch discours, socratisch gesprek,
groepsdiscussies, individuele en groepsopdrachten,
individuele en groepsbegeleiding, externe consultatie.
Steekwoorden: onderzoekend ontwerpen en ontwerpend
onderzoeken, complexe processen en situaties,
communicatie en presentatie.
Voorbereiding: voor de zomervakantie bespreken
eerstejaars studenten hun eerste ideeën voor hun eigen
thesisonderzoek met hun mentoren. Tijdens de vakantie
werken ze hun onderzoeksvoorstel verder uit.
Opdrachten: één door een docent gegeven project, verder
meerdere eigen projecten in de context van een reële
ontwerpopdracht.
Werkvormen: kritisch discours, socratisch gesprek,
groepsdiscussies, individuele en groepsopdrachten,
individuele en groepsbegeleiding, externe consultatie.
Steekwoorden: onderzoekend ontwerpen en ontwerpend
onderzoeken, complexe processen en situaties,
communicatie en presentatie.
Voorbereiding: eigen thesis voorstel.
Opdrachten: één door een docent gegeven project,
verder meerdere eigen projecten in de context van
een reële en complexe ontwerpopdracht.
Werkvormen: kritisch discours, socratisch gesprek,
groepsdiscussies, individuele en groepsopdrachten,
individuele en groepsbegeleiding, externe
consultatie.
S
O
U
R
C
E
L
E
Z
I
N
G
E
N
Steekwoorden: onderzoekend ontwerpen en
ontwerpend onderzoeken, complexe processen en
situaties, communicatie en presentatie,
Voorbereiding: eigen thesis voorstel.
4
Thesis-design project
Thesis-design project
Thesis-design project
5
Thesis-design project
Thesis-design project
Thesis-design project
6
Thesis-design project
Thesis-design project
Thesis-design project
25
B SOURCE LEZINGEN/WORKSHOPS
Worldwide developments influence the meaning, function and position of design practice and its definition. As
design is omnipresent and a powerful force in shaping our (material) world: it breathes our culture, embodies
societal values and thereby both translates and influences human behavior.
New approaches of consequential thinking in the field of design are surfacing. Within their work, designers are
moving towards a more autonomous or critical position by means of engaging in processes that question the
underlying (inter)relational structures or behavior patterns of our society…
Designers who dare formulate visionary plans for alternative scenarios need an understanding of the global
context, paired with a firm position within the creative process. This balancing act requires the designer to be an
author, infiltrator, entrepreneur, adventurer, mediator, director, collaborator or/and hermit at the same time. Thus
the designer not only poses (and possesses) an outsiders’ critique, but also needs to have the skills to analyze
and integrate a criticism from within. It is the aim of the Source Program to help participants to understand, to
strengthen their knowledge and confidence in the cultural field.
The Source Program consists of weekly lectures and/or workshops by (internationally) renowned professionals.
Source will program by weaving different lines of thought, topics, trends and speakers into a patchwork of
relevance for designers now. Within the Source Program we aim to generate a (pro)active dialogue and exchange
on topics such as ethics and aesthetics, technique and technology, crafts and concepts, activism and
anthropology. Source is aiming to inspire designers within their practice and (beyond) their discipline, focusing on
deepening and broadening the Master students’ understanding of the complex context they work in and refining
their own design attitude. Through literature suggestions, excursions - visiting designers’ studios and relevant
exhibitions - a deeper understanding of the practice and cultural landscape will be further developed. Opportunity
and potential are woven into one to stimulate the participants’ curiosity and develop his or her own initiative.
The set up of the Source lectures and/or workshops will be in keeping with the themes relevant to three Master
research programs: social, contextual and information design.
Zie bijlage 3 voor het programma van Source tijdens het eerste trimester van het studiejaar 2011 – 2012.
C STUDEERBAARHEID
In tegenstelling tot de semesterstructuur van de bacheloropleiding kent de Masters een trimestersysteem. Dit
systeem garandeert de student 6 in plaats van 4 evaluatie- en beoordelingsmomenten, gelet op de duur van
Masters geen overbodige luxe. Daarnaast verdeelt de academie de druk op de werkplaatsen en expositieruimtes
op deze manier gelijkmatiger.
Eigen aan het artistiek proces loopt de planning van studenten niet altijd gelijk op met het op zich goed
gedoseerde aanbod van het programma. Natuurlijk zijn de periodes vlak voor de beoordeling in meerdere
opzichten voor studenten piektijden, toch blijkt uit de evaluaties van studenten dat de verdeling van de studielast
in het algemeen goed gespreid is. De tussentijdse Midterm en Groenlicht - besprekingen over de voortgang van
de projecten spelen daarbij een belangrijke matigende rol.
De officiële studiepunten tabel is te vinden in het Onderwijs Examen reglement.
Als een student een trimester van het eerste jaar niet heeft gehaald, dan moet hij of zij een vergelijkbaar project
herhalen en dat presenteren bij de Midterms van het volgende trimester. Zo’n herkansing mag slechts een keer
plaatsvinden. Faalt een student tijdens twee trimesters in het eerste jaar dan volgt een dringend advies de studie
te staken. Bij eventuele voortzetting dient in principe het hele eerste jaar te worden overgedaan.
Als een student het derde trimester niet haalt, werkt hij/zij aan de herkansing gedurende de zomervakantie en
presenteert het project bij aanvang van het tweede jaar. Hij of zij kan pas aan het tweede jaar beginnen als het
herkanste project met een voldoende is afgesloten.
D INSTROOM
De vooropleiding van de Masterstudenten aan Design Academy Eindhoven varieert van design opleidingen en
architectuuropleidingen tot kunstacademies. Veruit de meeste studenten volgden echter een design opleiding op
bachelorniveau. Veel van de bacheloropleidingen zijn gericht op probleemoplossend ontwerpen, een benadering
die haaks staat op die van Design Academy Eindhoven, zoals hierboven verduidelijkt.
Design studenten, architecten, beeldend kunstenaars of interieurarchitecten zijn toelaatbaar tot de academie
zodra uit hun portfolio blijkt dat ze over het talent en het vermogen beschikken om zich te bekwamen in het
conceptueel ontwerp, een belangrijke karakteristiek van de academie.
Van meet af aan staat de Masterstudent een zwaar programma te wachten. De lat ligt hoog, de eisen zijn zwaar,
de manier van werken intensief; motivatie en inzet worden tot het uiterste aangesproken. Na een of hoogstens
twee trimesters weet elke student of hij in Eindhoven op zijn plaats zit.
De zeer heterogene groep nieuwe studenten stellen hoge eisen aan de flexibiliteit van docenten/mentoren en
staf. Het is door de koppeling van het alles overheersende thema “loslaten” met confronterende werkvormen - de
‘harde hand in de fluwelen handschoen’ - dat Design Academy Eindhoven een programmatische ingang heeft
gevonden die toegang verschaft tot de grote culturele diversiteit die de academie elk jaar weer binnen de Masters
verwelkomt.
Het wervingsbeleid van Design Academy Eindhoven gaat hand in hand met haar internationale uitstraling.
Inmiddels zijn de Master alumni even zo vele ambassadeurs voor de opleiding, en in het kielzog van hun succes
melden hun collega’s en studenten zich aan voor de Masteropleiding in Eindhoven. Navraag leert dat studenten
26
Design Academy Eindhoven kiezen vanwege verschillende redenen: de open cultuur van Nederland, en de
internationale uitstraling van de academie en omdat de academie financieel gezien een relatief goedkope
Engelstalige opleiding is.
Een van de taken van de hoofden van de Masterafdelingen is de beslissing over de toelating. Hun uitgebreide
netwerk van collega ontwerpers, hun kennis en ervaring stelt hen in staat om de 350 portfolio’s die jaarlijks in
totaal binnen komen, te beoordelen op de volgende toelatingscriteria:

kwaliteit van de presentatie

de ambitie, persoonlijke doelstellingen en motivatie van de kandidaat

(zelf)kritische onderzoeksinstelling

het beeldend vermogen en de ruimte die dat - nog - toelaat voor groei en ontwikkeling

de potentiële kwaliteit van ideeën, concepten, en gedachten die met het volgen van de Masteropleiding
verder aangescherpt, verdiept en verrijkt kunnen worden

een goede beheersing van de Engelse taal

referenties
Gezien de grote hoeveelheid aanmeldingen voor de Masters is het nodig de toelatingsprocedure voor de nieuwe
instroom van 2012 aan te passen. De belangrijkste wijzigingen gaan over de volgende punten:

de verantwoordelijkheid voor de beoordeling van portfolio’s wordt gespreid over de researchhoofden van de
afdelingen

het organiseren van intakegesprekken

het instellen van een toelatingscommissie per onderzoeksafdeling

handhaven van een stabiele instroomnorm

scheiding van de inhoudelijke en organisatorische kant van de toelating
E DISCUSSIE
Op welke manier ga je de vrijheid van de student gedurende zijn opleiding geleidelijk aan honoreren? De ervaring
van de laatste jaren heeft geleerd dat studenten tijdens het tweede jaar van hun opleiding niet één thema voor
een heel jaar aankunnen. Dat vraagt kennelijk teveel van ze als het gaat om concentratie, betrokkenheid en
planning. Vaak bleven ze te lang hangen in het onderzoek, zonder dat te ondersteunen met ontwerpen. Juist in
de afwisseling van onderzoek en ontwerp ligt de toegevoegde waarde van de Masters.
e
e
Afgelopen jaren hebben de mentoren de studenten tijdens het 1 trimester van het 2 jaar nog een opdracht
e
gegeven met hetzelfde thema als waar de 1 jaars mee startten. Dit jaar is dat nog meer aangepast. Iedere
student krijgt nu op basis van een zelfgekozen thema op maat geformuleerde opdrachten. Die opdrachten zijn
uiteindelijk bedoeld om ze niet te lang in het onderzoek te laten verwijlen en eerder aan het ontwerpen te krijgen.
2.
RESULTATEN EN BEOORDELING
A MASTERVISIE OP BEOORDELEN
Voor de Masters blijft beoordelen een complexe onderneming, zowel voor studenten als ook voor docenten. De
vraag is of wat we “meten” belangrijk is, en of we daar het belangrijke mee ‘gemeten’ hebben. Trouwens, het is
ook niet altijd duidelijk wat “meten” in het verband van het programma van de Masters eigenlijk is? Het is een
poging om met woorden een realiteit te vangen die niet alleen, en misschien wel op essentiële momenten juist
niet, met woorden tot stand is gekomen. Meten kan ook betekenen de verwachting uitspreken over de
toekomstige ontwikkeling van de student, of over de groei die hij tijdens een essentiële periode tijdens zijn
opleiding heeft doorgemaakt. En wat dat vervolgens betekent ten opzichte van het gerealiseerde eindresultaat.
Hoofden en mentoren van de Masters gaan uit van de volgende realiteit tijdens de beoordelingen:
8
-
Er is altijd sprake van een mix van objectieve criteria, die voor iedereen evident zijn, en subjectieve
criteria die aanleiding vormen voor debat totdat gezamenlijke overeenstemming is bereikt.
-
De academie streeft een persoonlijke en authentieke uitwerking van opdrachten na. Tijdens het werken
aan opdachten kunnen andere criteria voor de beoordeling gaan gelden. Niet alles is immers op
voorhand in beoordelingscriteria te vangen. “Individuele en subjectieve beoordelingen en het hanteren
van criteria achteraf zijn eigenlijk onontbeerlijk”. 8
-
Niet alleen het werk van de student wordt beoordeeld, maar ook zijn individuele werkproces en zijn
individuele artistieke ontwikkeling. Bij het eindexamen kan het perspectief voor de eigen toekomst van
de student eveneens een belangrijke rol in de beoordeling meespelen.
-
De nadruk op eigen creaties en eigen benaderingswijzen brengt soms als consequentie de
betrekkelijkheid van gehanteerde normen en beoordelingscriteria met zich mee.
citaat uit: Je bent goed bezig, uitgave HKU 2004.
27
-
Streven naar het ongewone en ontvankelijkheid voor het verrassende zijn binnen de Masters
gewaardeerde uitgangspunten.
Juist vanwege de onvermijdelijke mate van subjectiviteit bij beoordelingen kiest de Masters voor een beoordeling
waarbij alle mentoren en het hoofd van de Masters en de betreffende afdeling tegelijkertijd betrokken zijn.
Intersubjectiviteit is een groot goed, en blijkt telkens weer noodzakelijk om persoonlijke stokpaardjes en
oogkleppen te vermijden.
B BEOORDELINGSCRITERIA
Uitgangspunt voor de beoordelingen zijn de 6 competenties zoals in bijlage 1 verwerkt:

Vermogen tot research en analyse

Conceptueel vermogen in context

Ontwerpend vermogen

Vermogen tot mondelinge en visuele presentatie

Leidinggevend vermogen, de communicatieve aspecten daarvan

Vermogen tot groei en vernieuwing
Deze competenties zijn op het beoordelingsformulier van de Masters verwerkt tot de volgende criteria:

Research en analyse

Visie en concept

Mondelinge presentatie

Ontwerp/visuele presentatie

Geschreven thesis
Om het gewenste eindniveau van de Masters verder aan te scherpen beschrijven we hier de criteria die gelden
voor een cum laude afstudeerproject. Daarmee wordt op een andere manier duidelijk welke visie er ten grondslag
ligt aan de opzet en inrichting van de drie Masterafdelingen.
Voor een cum laude gelden de volgende criteria:

een voorbeeldige score op de 5 beoordelingscriteria

met het afstudeerproject realiseert de student niet alleen binnen de academie maar vooral daarbuiten
belangstelling en uitstraling

thesis en ontwerp vormen één geheel en zijn van zeer goede kwaliteit

het project kent een sterke contextuele en inhoudelijke relevantie

het project voegt een nieuwe dimensie toe aan het domein van design of de rol van de ontwerper

het project nodigt uit tot een vervolg in de vorm van onderzoek en design

het project verraadt een sterk maatschappelijk en professioneel engagement

het studietraject van de student was van een continu hoge kwaliteit
C BEOORDELINGSPROCEDURE
Naast deze min of meer formele eisen die samenhangen met de beoordeling van de projecten, maakt de student
bij elk project expliciet welke persoonlijke doelen hij met dat betreffende project wil bereiken. Onder begeleiding
van een mentor evalueert de student later zelf in hoeverre hij die persoonlijke doelen gehaald heeft, wat daaraan
positief heeft bijgedragen en wat lastig was. Dergelijke reflecties acht de Masters onmisbaar om te komen tot
bewustwording van, inzicht in, en sturing van de eigen groei en ontwikkeling.
Mede daarom heeft de Masters de afgelopen jaren met zelfbeoordelingen door studenten geëxperimenteerd.
Voor een Masterstudent is het van wezenlijk belang dat hij zichzelf eerst beoordeelt aan de hand van het
hetzelfde formulier als waarmee docenten/mentoren het werk en het proces van de student beoordelen.
Zelfbeoordeling maakt deel uit van de beoordeling bij de Masters. De kritische reflectie over eigen groei en
ontwikkeling voordat de formele beoordeling door de examencommissie plaatsvindt, geeft de student een kans
zich te bezinnen op zijn eigen competentieontwikkeling in relatie met de doelstellingen die hij zich had
voorgenomen bij de start van de opleiding. Het is immers die zelfkritische en evaluatieve houding die tijdens de
latere carrière kan zorgen voor vernieuwing en groei.
Van elk project maken studenten een eigen verslag. Onderdeel van dat verslag zijn de zelfreflectie en
zelfevaluatie. Ook wordt aangeven op welke manier de gevolgde onderdelen van Source terugkomen in het
proces- en productresultaat van het project. Via zo’n beschrijving is gemakkelijk na te gaan op welke manier de
student het onderdeel van Source heeft geïnterpreteerd, beschreven en gebruikt.
Elk trimester sluit af met een beoordeling. Aan de hand van een door gedegen onderzoek gerealiseerd ontwerp
en een visuele en verbale presentatie daarvan stelt de beoordelingscommissie (de voltallige staf) in aanwezigheid
van alle Masterstudenten vast in hoeverre de student voldoet aan het vereiste competentieniveau. Na afloop
spreken de mentoren de resultaten met de betreffende studenten door en stellen gezamenlijk een schriftelijk
advies op over aandachtspunten voor het komende trimester. Bijvoorbeeld over de manier waarop de student
Source kan benutten om geconstateerde leemtes in kennis en vaardigheden aan te vullen, of om bepaalde
onderwerpen uit te diepen. Studenten maken van die gesprekken een verslag, dat als evaluatie dient bij de
eerstvolgende beoordeling.
28
Door deze opzet garandeert Design Academy Eindhoven dat de beoordeling een integraal onderdeel vormt van
het leertraject van elke student, veel meer dan de afsluiting van een studieperiode. De ervaring leert dat zowel
studenten als docenten/mentoren die aanpak als inspirerend, intensief en waardevol bestempelen.
e
Het introductiejaar (1 studiejaar) van de opleiding, overeenkomend met de eerste 3 trimesters, wordt afgesloten
met een eindbeoordeling.
De eindfase (2e studiejaar) van de opleiding bestaat uit:

Trimester 4 en 5 waarin de student onderzoek doet en het thema en het globale concept van zijn thesisdesignproject vaststelt.
e
e

Het 6 eindexamentrimester resulterend in het afsluitend examen. Dit 6 trimester start met een zogenaamde
e
“Groenlicht - evaluatie” van het 5 trimester. De beoordelingscommissie deelt een groen licht uit waarmee zij
haar vertrouwen uitspreekt dat de kandidaat met het voorgenomen thesis-designproject het afsluitend
examen naar verwachting gaat halen. Bij rood licht doet de student module 5 opnieuw.
Na het behalen van het 5e trimester heeft de student het recht op deelname aan het afsluitend examen, dat wordt
afgenomen door de staf aangevuld met een externe examinator. Het afsluitend examen bestaat uit:

Een thesis-designproject.

Een schriftelijke en mondelinge presentatie van 20 minuten voor een publiek van vakgenoten en
Masterstudenten, inclusief het beantwoorden van kritische vragen van aanwezigen: de uiteindelijke
masterproof.
Met zijn afsluitende examen toont de student vooral het vermogen om een uitgebreide en diepgravende
onderzoeksfase te koppelen aan een visueel en/of tastbaar resultaat, hetzij een product, een strategie of een
dienst. 9
3.
KWALITEITSZORG
A UITGANGSPUNT
Zorg voor kwaliteit blijkt uit de aandacht voor en het contact tussen studenten, docenten, hoofden, medewerkers
en College van Bestuur. Dat uitgangspunt is de laatste jaren leidend geweest in de manier waarop de academie
vorm is gaan geven aan haar systeem voor kwaliteitszorg. Periodiek houden we enquêtes onder medewerkers,
Bachelor en Masterstudenten en alumni.
De uitgebreidheid van de enquêtes, de tijd die het kost om de resultaten te verwerken en te analyseren en op
waarde te schatten, werden door ons als weinig effectief ervaren. Inmiddels zijn we gestart met de ontwikkeling
van een vereenvoudigde vorm van vooral korte enquêtes die de basis gaan vormen voor waar het ons eigenlijk
om te doen is: het gesprek tussen betrokkenen op gang brengen. Bij de Masters zijn die gesprekken al langer
onderdeel van de normale gang van zaken.
B KWALITEIT VAN HET PROGRAMMA
Bij de start van elk studiejaar en semester overlegt elk researchhoofd met zijn of haar mentoren en Source
coördinator over invulling van het programma.
Trimesterbeoordelingen en eindbeoordelingen gelden ook als evaluatiemoment voor mentoren waar het gaat om
de kwaliteit van hun opdrachten en begeleiding. Mentoren binnen de Masters hebben een grote mate van
autonomie en hebben soms licht tegendraadse trekjes. In onze ogen een voorwaarde voor vernieuwend
onderwijs. De autonomie wordt begrensd door de gezamenlijke beoordelingen, daar moet de kwaliteit van de
opdrachten van elke mentor blijken. Daar moet duidelijk worden wat elke opdracht heeft bijgedragen aan de
ontwikkeling van de student als individu en ontwerper. Met andere woorden: resultaten tellen voor zowel de
student als voor de mentor/docent.
Pasgeleden is het contract met een mentor verbroken omdat ze onvoldoende in staat was haar kritiek op een
voor studenten inzichtelijke manier te verwoorden.
Elke afdeling van de Master organiseert 2 á 3 keer per jaar een evaluatiegesprek met studenten. Wat gaat in hun
ogen goed, wat kan beter, wat vinden ze van ons onderwijs e.d. Een van die evaluatiegesprekken volgt op de
jaarlijkse afname van de studentenenquête. De resultaten worden met de studenten besproken, aangescherpt,
gerelativeerd en verduidelijkt.
C VERBETERINGEN ALS GEVOLG VAN DE VORIGE ACCREDITATIE
De belangrijkste punten die zijn verbeterd naar aanleiding van de vorige accreditatie:

Het algemene niveau werd gekarakteriseerd als voldoende met inachtneming van het feit dat het ging om
een relatief jonge opleiding. Inmiddels volwassen geworden heeft de opleiding een niveau bereikt horend bij
een internationaal goed aangeschreven Masteropleiding.

Het aantal mentoren met zelf een Master of PhD graad is op een goed niveau gebracht.

Een vaste lijst met aanbevolen literatuur maakt deel uit van de opleiding.

De afstemming tussen de researchafdelingen binnen de Masters is sterk verbeterd.
9
Deze procedure is uitgebreid beschreven in het huidige onderwijs examen reglement van de Masters.
29
D ALUMNI ENQUETE 2011
In november 2011 heeft de academie de Masters alumni via een uitgebreide enquête gevraagd hun mening te
geven over hun opleiding. De rapportage over de conclusies is als ondersteunend document in te zien via de
website van de academie. Hierna een paar illustratieve resultaten van de alumni – enquête. Waarbij aangetekend
dat de resultaten een betrouwbaarheid van 61% hebben.
De eerste figuur heeft betrekking op de tijd die een student nodig had om een baan te vinden.
Het tweede figuur toont in welke arbeidssituatie de student werkzaam is.
Het volgende figuur laat zien binnen welke segmenten van het designveld alumni studenten van de Masters actief
zijn.
4.
ACTUELE DISCUSSIEPUNTEN BINNEN DE MASTERS
Masterstudenten van Design Academy Eindhoven zijn primair creatieve, veelal visueel ingestelde mensen, in
tegenstelling tot Masterstudenten aan universitaire opleidingen. Veel van onze studenten hebben weinig ervaring
met het schrijven van teksten.
Hun kracht ligt in het visualiseren van onderzoeksresultaten. Door de eis van een geschreven thesis als blijk van
hun systematisch onderzoek dwingen we studenten in een mal waar ze niet altijd in passen, terwijl ze op andere
manieren wel degelijk in staat zijn de systematiek van hun onderzoek te verantwoorden.
De vraag waar we als Master mentoren voor staan is op welke manier we recht kunnen doen aan de bijzondere
kwaliteiten van de studenten en tegelijkertijd aan de eisen ten aanzien van de verantwoording van hun
systematisch onderzoek dat heeft geleid tot hun uiteindelijke ontwerpresultaat. Iedere Masterstudent moet in onze
ogen kunnen aantonen en verantwoorden dat hij de regels voor systematisch onderzoek nauwgezet heeft
toegepast zodat zijn onderzoek herhaalbaar en inzichtelijk is. De manier waarop kan variëren: van een film, een
puur visueel beeldverslag door middel van foto’s, animaties en dergelijke. In lijn met de ontwikkeling van het
designvak kan het ontwerpresultaat van zijn onderzoek een gereedschap zijn, een dienst of een strategie zijn. De
eisen die we stellen aan een dergelijke verantwoording zijn onderwerp van gesprek.
De beschikbare technologie op de academie staat in schril contrast met de vereisten die tegenwoordig aan
bijvoorbeeld een Information Designer worden gesteld. De Masterhoofden zoeken samenwerking met onder
andere de TU Delft om op dit punt studenten de gelegenheid te bieden kennis te nemen van de laatste
ontwikkelingen op technologisch gebied. Een terugkerende vraag blijft in welke mate we zelf in staat moeten zijn
om studenten dergelijke mogelijkheden te bieden.
30
DEEL 3
BIJLAGEN
A MASTERCOMPETENTIES IN RELATIE TOT DUBLIN DESCRIPTOREN
B SOURCE PRGORAMMA 1E TRIMESTER 2011
C LITERATUURLIJST VAN DE GEZAMENLIJKE AFDELINGEN
31
A MASTERCOMPETENTIES IN RELATIE TOT DUBLIN DESCRIPTOREN
Dublin
descriptoren
→
Masters
competenties↓
vermogen tot
research en
analyse
conceptueel
vermogen in
context
ontwerpend
vermogen
vermogen tot
mondelinge en
visuele
presentatie
Communicatief
leidinggevend
vermogen
vermogen tot
groei en
vernieuwing
Kennis en inzicht
toepassen kennis en
inzicht
De student kent de ins en outs van verschillende
soorten onderzoek en past de geëigende
onderzoeksmethodiek toe bij de ontwikkeling en
uitwerking van de eigen, vernieuwende concepten
De student bezit een kritisch begrip en
gedetailleerde kennis van enkele actuele
discussies binnen het ontwerpdomein en
kan daarin de eigen positie verantwoorden
oordeelsvorming
Leervaardigheden
communicatie
De student doet systematisch en intuïtief onderzoek naar complexe
problemen en maakt gefundeerde, tactische, strategische en creatieve
keuzes die hij helder kan verwoorden en verantwoorden ten overstaan
kritische toehoorders
Rekening houdend met de vaak globale context
integreert de student de eigen intuïtie als drijvende
kracht achter zijn conceptontwikkeling en benut zijn
culturele achtergrond als waardevolle inspiratiebron
Designvoorstellen van de student geven blijk van geavanceerde kennis van en
inzicht in het actuele internationale werkveld en maatschappelijke realiteit, van
een gefundeerd oordeel over de resultaten van zijn systematisch en intuïtief
onderzoek en van originele manier om de resultaten uit te dragen
Vanuit een mondiaal perspectief
zijn studenten in staat hun eigen
ontwikkeling als ontwerper
autonoom te verdiepen en te
verbreden gericht op verdere
ontwikkeling van het vak en
daarmee samenhangende
kennisdomeinen
De student kan zijn presentatievaardigheden doelgericht inzetten ten
dienste van zijn ontwerpproces en weet door woorden en beelden
anderen te winnen voor zijn designconcept. Daarbij weet creatief
gebruik te maken van de eigen sterke en zwakke kanten
Als leading designer kan de student complexe designprocessen zo
aansturen dat verschillende groepen belanghebbenden (opdrachtgever,
andere disciplines, gebruikers e.d.) zich herkend en erkend weten in het
ontwerpresultaat
Studenten zijn zich bewust van zichzelf, van eigen sociaal-maatschappelijke en ethische
verantwoordelijkheden en van zijn culturele achtergrond als authentieke invloed op zijn designvoorstellen en
kan zowel vanuit de context, achtergrond en perspectieven van anderen als vanuit een ‘global’ perspectief
zijn eigen specialistische kennis en oordelen ten dienste stellen voor de ontwikkeling van het ontwerpvak in
relatie tot aangrenzende kennisdomeinen
32
B SOURCE PRGORAMMA 1E TRIMESTER 2011
Contextual design: Living as a Physical being in a Digitalized world
Social design: Me, Myself & I
Information design: Tools
Week 37 – SOURCE 01
Monday 12 September 15.30- 17.00
Timo de Rijk - Design Challenges – On design, Culture and Unchangingness
Lecture and Q&A
Week 38 – SOURCE 02
Monday 19 September 15.30- 17.00***
Martijn de Waal – The Influence of New Media on our (urban) Culture - Historical overview, approaches of
digital media and public spheres
Lecture, Q&A and one on one talks
*** Wednesday 28 September 14.00 - 15.00
Martijn de Waal will do one on one talks on your project with 4 students (approx 15 minutes each), please email
Kim at [email protected] before Monday 19th to subscribe, first come, first serve!
Week 39 – SOURCE 03
Thursday 29 September 10.30 – 15.30
LUST (graphic design studio)– How tools become form/strategy
Lecture and Q&A, workshop
Week 40 – SOURCE 04
Tuesday 4 October 15.30 – 17.00
Robin Brouwer On Contemporary hedonism: the culture of Me, Myself and I
Lecture and Q&A
Week 41 – SOURCE 05
Thursday 13 October 10.00 - 18.00
Excursion – New Craft and Old technology ( and vise versa)
to Audax textielmuseum Tilburg / EKWC Den Bosch
Visit to the Textile Lab and the Europees Keramisch Werkcentrum
http://www.textielmuseum.nl/
Week 42 – SOURCE 06
Wednesday 19 October 10.30 – 14.30
Partisan Publik Analyzing and building on the social & empowering the community
Lecture and Q&A, workshop
Week 43 – SOURCE 07 Dutch Design Week
Public lecture in collaboration with White Lady (date, time and place will be communicated)
Week 44 – SOURCE 08
Tuesday 1 November 15.30 – 17.00
Bik van der Pol - How can (artistic) research be translated into representation and/or a projects?
Lecture, Q&A and workshop
Week 44 – SOURCE 09
Thursday 3 November 10.30 – 15.30
Inga Cholmogorova – ‘GO!’ by tandem (Giorgio and Giorgina)
Lecture, performance and Q&A
Week 45 – Week 44 – SOURCE 10
Tuesday 8 November 15.30 – 17.00
Nanna Verhoeff – Mobile Media Screens (interface for new communities)
Lecture and Q&A
Week 46 – Midterms (no Source)
Week 47 – SOURCE 11
Thursday 22 November 10.30-17.00
Studio Joris Laarman (Joris Laarman)
How research and idea translates into from and craft (beyond portfolio+design attitude)
Lecture, Q&A and workshop
33
Week 48 – SOURCE 12
Tuesday 29, Wednesday 30 November or Thursday 1 December
Lecture organized by the students (4 pax)
Lecture and Q&A or..?
Dates to be confirmed
Keynote lecture Ethics& Aesthetics
Konstantin Grcic
Skype lecture by Paola Antonelli
On the MOMA exhibition Talk to Me: Design and the Communication between People and Objects
34
C LITERATUURLIJST VAN DE GEZAMENLIJKE AFDELINGEN
Richard Sennett, The Craftsman, Yale University Press, 2008
John Thackara, In the Bubble, Designing in a Complex World, Mitt Press, 2005
Victor Papanek, Design for the Real World: Human Ecology and Social Change, New York, Pantheon Books,
1971.
Walter Benjamin, The Work of Art in the Age of Mechanical Reproduction, 1936
Martin Heidegger, The origin of the work of art, 1935-1937
Marshall McLuhan, The Medium is the Massage, 1967
Vilem Flusser, The shape of things, 1999
Robert Grudin, Design And Truth, 2011
Christopher Alexander, A Pattern Language: Towns, Buildings, Construction, Oxford University Press, 1977
Juhani Pallasma, The Eyes of the Skin, Academy Press, 2005
Bruce Mau, Massive Change, 2004
Paul Hawkins & Amory Lovins, Natural Kapitalism, 1999
Jane Jacobs, Death and rise of great American cities, New York: Random House and Vintage Books, 1961
Jared Diamond, Collapse: How Societies Choose to Fail or Succeed, 2004
Reading List First Year project Master Research Programme Contextual Design 2011 - 2012:
Walter Benjamin, The work of art in the age of mechanical reproduction, 1936
Jos de Mul, The World in the age of its digital manipulation - A virtual exercise in derealization, 2010
Marianne van den Boomen, The Metaphor Thing. Representing social movements by network metaphors, 2004
Peter Sloterdijk, Rules for the Human Zoo: a response to the Letter on Humanism, 2001
Stacy Jo Scott, At Home 3D Printing, The Journal of Modern Craft
Chris Anderson, In the next Industrial Revolution, Atoms are the new Bits, Wired Magazine
Jos de Mul, Cyberspace Odyssey, 2010 (or chapter via the internet, see links below) http://www.c-sp.org/flyers/978-1-4438-2127-8-sample.pdf
RealSpace in QuickTimes. RealTime in QuickSpace: http://static.nai.nl/www_riq/essay_intro.html
Michael Heim, The Erotic Ontology of Cyberspace, 1993:
http://project.cyberpunk.ru/idb/erotic_ontology_of_cyberspace.html
35
Reading List First Year project Master Research Programme Information Design 2011 - 2012
Roland Barthes
Camera Lucida. 0809033402*
The Neutral. 0231134045
Walter Benjamin
The Work of Art in the Age of Mechanical Reproduction. 0141036199
John Berger
Ways of seeing. 0140135154 (BBC television series available on youtube)*
Hugues Boekraad
My Work is Not My Work (Pierre Bernard). 037780879
Kees Broos and Paul Hefting
Dutch Graphic Design. 0262522500*
Elias Cannetti
Crowds and Power. 0374518203
Le Corbusier
The Modulor. 3764361883
Umberto Eco
Mouse or Rat? Translation as negotiation. 0297830015
Hal Foster
Design and Crime. 1859846688
Karl Gerstner
Compendium for Literates. 0262070618
Designing Programmes. 037780930
James Gleick
The Information. 0375423729*
Stephen Jay Gould
Bully for Brontosaurus (especially: The Median Isn't the Message, pp. 473) 039330857X
Robin Kinross
Modern Typography. 0907259057
The Transformer. With Marie Neurath 0907259405
Ewan Lentjes
Kleur. kaAp (in Dutch)
Hans-Rudolf Lutz
Today's Hieroglyphs. 3721206398
Scott McCloud
Understanding Comics. 9780060976255
Marshall McLuhan
Understanding Media. 9780262631594
The Medium is the Massage. 1584230703*
The Gutenberg Galaxy. 0802060412
The Mechanical Bride. 9781584232438
War and Peace in the Global Village. 1584230746
Jan Middendorp
Dutch Type. 9064504601
Stanley Morison
First Principles of Typography. 052105768X
Politics and Script. 0198181469
36
Josef Muller-Brockmann
Grid Systems in Graphic Design. 9783721201451
Eadweard Muybridge
Animals in Motion. 0486202038
Otto Neurath
From Hieroglyphics to Isotype. 0907259448
Heidrun Osterer, Philipp Stramm (Ed.).
Adrian Frutiger Typefaces. 9783764385811
Raymond Queneau
Exercises in Style. 0811207897
Susan Sontag
On Photography. 0312420099
Edward Tufte
Size & Democracy. With Robert Dahl. 0804708347
Data Analysis for Politics and Policy. 0131975250
Political Control of the Economy. 0691075948
The Visual Display of Quantitative Information. 0961392142*
Envisioning Information. 0961392118*
Visual Explanations: Images and Quantities, Evidence and Narrative. 0961392126*
The Cognitive Style of PowerPoint. 0961392169
Beautiful Evidence. 0961392177*
Robert Venturi, Denise Scott Brown and Steven Izenour
Learning from Las Vegas. 026272006X
Reading List First Year project Master Research Programme Social Design 2011 - 2012
Richard Sennett, The Craftsman, Yale University Press, 2008
John Thackara, In the Bubble, Designing in a Complex World, Mitt Press, 2005
Victor Papanek, Design for the Real World: Human Ecology and Social Change, New York, Pantheon Books,
1971.
Walter Benjamin, The Work of Art in the Age of Mechanical Reproduction, 1936
Martin Heidegger, The origin of the work of art, 1935-1937
Marshall McLuhan, The Medium is the Massage, 1967
Vilem Flusser, The shape of things
Robert Grudin, Design And Truth
Christopher Alexander, A Pattern Language: Towns, Buildings, Construction, ( Oxford University Press)
Juhani Pallasma, The Eyes of the Skin (Polemics)
Bruce Mau, Massive Change
Paul Hawkins & Amory Lovins, Natural Kapitalism
Jane Jacobs, Death and rise of great American cities
Jared Diamond, Collapse
Ehn, P. & Badham, R. (2002). Participatory design and the Collective Designer. In:
Proceedings of the Participatory design Conference. Malmš, Sweden: PDC02, pp. 1-10.
37
Gold, R. (2007). The Plenitude: Creativity, Innovation, and Making Stuff (Simplicity: Design, Technology,
Business, Life). Cambridge, Mass.: MIT Press
Laurel, B. (2003). Design Research. Methods and perspectives. USA Cambridge: MIT Press.
Norman, D. (2010). The Transmedia Design Challenge: Co-Creation. California: Jnd.
org. Available at: http://www.jnd.org/dn.mss/the_transmedia_design_challenge_co-creation.html
Sanders, L. (2008). An Evolving Map of Design Practice and Design Research. In: Interactions XV 6.
Von Hippel, E. (2005). Democratizing Innovation. Cambridge: MIT Press, p. 133. Available on:
http://web.mit.edu/evhippel/www/democ1.htm
Bowen, S. J. (2009). A Critical Artefact Methodology: Using Provocative Conceptual
Designs to Foster Human-centred Innovation [Phd thesis]. Sheffield: Sheffield Hallam University, p. 57.
Hutchinson, H. , Mackay, W. , Westerlund, B. Bederson, B., Druin, A. , Plaisant,
C., Beaudouin-Lafon, M. , Conversy, S. , Evans, H. , Hansen, H., Roussel, N. &
Eiderback, R. (2003). Technology probes: inspiring design for and with families.
In: Proceedings SIGCHI conference on Human factors in computing systems, ACM, pp. 17 – 24.
Jensen, R. & Lenskjold, T. (2004). Designing for social friction: Exploring ubiquitous
computing as means of cultural interventions in urban space. Denmark: IT University
of Copenhagen.
Raijmakers, B. (2007). Design Documentaries. Using documentary film to inspire
design. [Phd Thesis]. London: Royal College of Art, pp. 1-11.
Gaver, W. W., Dunne, T. and Pacenti, E. (1999). Design: Cultural probes. In:
Interactions, 6 (1), pp 21-29.
Gaver, B. & Martin, H. (2000). Alternatives: Exploring information appliances
through conceptual design proposals. In: CHI ’00: Proceedings of the SIGCHI
Conference on Human Factors in Computing Systems, ACM Press, pp 209-216.
Gaver, W., Beaver, J., Bendford, S. (2003). Ambiguity as a Resource for Design.
In: CHI Letters. p. 233. Available at: http://www.blasttheory.co.uk/bt/documents/
ambiguity_CHI_2003.pdf.
38