Status Co `Groei`, jaargang 30 nummer 1, maart 2012 - Ko

Commentaren

Transcriptie

Status Co `Groei`, jaargang 30 nummer 1, maart 2012 - Ko
Status Co
Magazine voor coassistenten
Jaargang 30 - nummer 1 - MAART 2012
JE LOOPBAAN START MET HET
MEDISCH STUDENTEN PAKKET
Volg je een medische studie? Dan weet jij als geen ander dat jouw opleiding
langer duurt dan de meeste andere. Je bankzaken regel je dus liever in één
keer goed, zodat je er tijdens je studie geen omkijken naar hebt. Voor jou is
er daarom het Medisch Studenten Pakket van ABN AMRO; speciaal voor
studenten geneeskunde, tandheelkunde, diergeneeskunde en farmacie. Ook
een Medisch Studenten Pakket afsluiten? Je regelt het snel bij een ABN AMRO
vestiging bij jou in de buurt. Of bij een van de medische faculteitsshops in de
studentensteden. Vraag onze adviseurs om meer informatie of kijk op
abnamro.nl/medischestudent
210009175 0991 Adv medisch studenten pakket.indd 1
- pagina 2 -
06-04-11 10:08
Colofon Status Co
Inhoud
Periodiek voor coassistenten
Jaargang 30, nummer 1, maart 2012
Al wat groeit, dat boeit
Uit! Agenda
Klein, kleiner, kleinst
Resencie: Harold Ellis - Operations that made History
Column: Persoonlijke groei en ontwikkeling
Groeistoornis
Specialisme uitgelicht: Kindergeneeskunde
Zelf dingen laten groeien? Bouw een windowfarm!
Reistip: Cambridge!
Klein versus groot: Een tour door de evolutie
Ko-raad
Graft versus Host
Wat zie jij?
Groei en bloei van de Technische Geneeskunde
Groeipuzzel
Prader-Willi syndroom: Een horizontale groeispurt
Wat zie jij? - Oplossing
Groeipuzzel - Oplossing
Recensie: Green Lantern
Column: Groei???
HAAR!
Abstract
Diagnostiek van alledaagse dingen: Babyvoeding
Groeten uit... Kenia
Buitensporigheden op de buis
Status Co is een periodiek tijdschrift voor en
door de coassistent van de Radboud Univer­
siteit Nijmegen, en verschijnt vier keer per
jaar. Status Co wordt verzonden naar alle
coassistenten en geaffilieerde ziekenhuizen
waar Nijmeegse coassistenten stage lopen.
Redactieadres
Stichting Status Co Nijmegen
Universitair Medisch Centrum St Radboud
Geert Grooteplein-Noord 15, kamer 3.06
6525 EZ Nijmegen
telefoon: 024-3616901
e-mail: [email protected]
website: www.ko-raad.nl > status co
Redactie
Amilie Boonstra, Maartje Cissen, Vicky van
Duijnhoven, Irene Frenay, Marleen van
Houdt, Sabine Janssen, Karlien Mul, Mijke
Pelkman, Angelique Slot, Ivo Verhagen
Co-auteurs
Eefje van der Heijden, Nicole Huijbregts, Bas
Oude Ophuis, Lidewij Overweg, Sharon
Vrooijnk
Hoofdredactie
Sabine Janssen
Eindredactie & lay-out
Maartje Cissen, Irene Frenay, Marleen van
Houdt, Karlien Mul
Secretaris
Irene Frenay
Penningmeester
Vicky van Duijnhoven
Drukwerk
Jonge Helden bv, Giesbeek (oplage: 1100)
4 4
5
6
6
7
8
11
12
13
14
16
16
17
18
20
20
20
21
21
22
23
24
25
26
De redactie bedankt iedereen die heeft
meegewerkt aan deze Status Co.
De volgende Status Co verschijnt in juni
2012, de deadline voor deze editie is op
20 mei 2012. Het aanleveren van kopij
wordt zeer op prijs gesteld.
De redactie van Status Co is onafhankelijk;
plaatsing van artikelen, mededelingen of
brieven houdt niet noodzakelijkerwijs in dat
de redactie de boodschap, doelstellingen of
meningen van de instelling of persoon in
kwestie onderschrijft.
De eindredactie houdt zich het recht voor
artikelen, brieven of mededelingen te wijzi­
gen, in te korten of niet te plaatsen.
Het is niet toegestaan om, zonder vooraf­
gaande toestemming van de redactie, ge­
publiceerde artikelen of gedeelten daarvan
over te nemen, te (doen) publiceren of an­
derszins openbaar te maken of te verveel­
voudigen.
© 2012, Stichting Status Co Nijmegen
- pagina 3 -
"Al wat groeit, dat boeit"
Uit! Agenda
“Al wat groeit, dat boeit.” Dit was het korte antwoord op mijn kinderlijk onbeschaamde vraag
aan een hobby plantenkweker wat er zo boeiend was aan simpele groene kamerplanten.
Destijds, ik was een jaar of vijf, categoriseerde ik deze wijsheid onder het kopje ‘dat valt nog
te bezien...’, maar met de jaren blijkt hier een steeds grotere kern van waarheid in te zitten.
Koopzondag, Nijmegen
4 maart, 1 & 9 april, 6 & 28 mei
Drukdrukdruk, die coschappen, je komt
aan winkelen bijna niet toe! Gelukkig maar
dat de winkels enkele zondagen en feest­
dagen hun deuren voor je openen.
Toegegeven: ik loop nog steeds niet warm voor kamerplanten, maar ik (h)erken steeds meer
groeiprocessen welke ronduit boeiend zijn. Denk bijvoorbeeld aan de evolutietheorie,
boordevol groei, waar wetenschappers maar niet over uitgepraat raken. Of het scala aan
groeistoornissen, variërend van dwerggroei tot afwijkende haargroei, welke in de media
veelvuldig aan bod komen. Ook artsen worden met afwijkende groei geconfronteerd, bij­
voorbeeld in het kader van syndromen, zoals het Prader-Willy syndroom. Soms kan men
ingrijpen in de groei, bijvoorbeeld met groeihormoonbehandeling. Ook de geneeskunde
zelf groeit gestaag door, wat betreft kosten, maar bovenal wat betreft technische mogelijk­
heden. Hierdoor heeft zich in korte tijd een geheel nieuw vakgebied gevormd: de technische
geneeskunde. En waar dit jonge vakgebied steeds groter wordt, worden de gebruikte
technieken juist steeds kleiner. Maar klein is weer niet altijd fijn, vandaar dat kinderen zo
graag willen groeien en zich dapper door potjes kant-en-klare babyvoeding heen werken.
Kortom: voldoende inspiratie voor een editie van de Status Co over al wat groeit, hopende
dat dit je boeit!
Sabine Janssen, voorzitter Status Co
Villa Kakelbont, VillaLUX
18 maart, 15 april & 20 mei
15.00 uur, €10.00
Iedere derde zondagmiddag van de
maand is het een dolle boel in VillaLUX
tijdens Villa Kakelbont. Filmexpert Con­
stant Hoogenbosch (Movie Machine) stelt
iedere maand een ludiek programma van
korte films en clips, klassieke en onverge­
telijke filmscènes en hilarische filmcom­
mercials uit het heden en verleden samen
rond een bepaald thema.
www.lux-nijmegen.nl
Draisine - fietsen op het spoor
Vanaf 30 maart
Ma t/m Do €10.00 Vr t/m Zo €12.00
Paniek! Je ouders komen bij je op bezoek
en ze willen ‘iets leuks gaan doen’, maar
niet met je mee naar het café. Stel hun
bezoek uit tot na 30 maart 2012, want dan
wordt het fietsdraisine-seizoen weer geo­
pend. Met fietslorries voor 4 of 14 perso­
nen kun je over het spoor van Groesbeek
naar Kranenburg en Kleve. Jubelende ou­
ders gegarandeerd.
http://www.grenzland-draisine.eu
Red Hot Chili Peppers, Goffertpark
28 juni 2012
Exact vijf jaar nadat ze in het Goffertpark
stonden zijn ze terug: de Red Hot Chili
Peppers! Het concert is onderdeel van de
Europese tour van de Peppers en staat in
het teken van het album ‘I’m With You’. De
aankondiging lijkt misschien wat vroeg,
maar de kaartjes kosten € 64,90, kun je vast
gaan sparen...
Oproep
De Status Co wil groeien!
De redactie van de Status Co:
V.l.n.r.: Sabine Janssen, Ivo Verhagen, Vicky van Duijnhoven, Irene Frenay, Amilie Boonstra, Marleen van
Houdt, Angelique Slot, Mijke Pelkman en Maartje Cissen. Op de foto ontbreekt Karlien Mul.
- pagina 4 -
Lijkt het jou leuk onderdeel uit te maken van
onze enthousiaste redactie en mede zorg
dragen voor het vullen en vormgeven van
de Status Co, stuur dan een e-mail naar
[email protected]
Klein, kleiner, kleinst
De geneeskunde heeft technologisch ge­
zien een enorme ontwikkeling doorge­
maakt. Een van de gevolgen hiervan is dat
veel apparaten en hulpmiddelen specta­
culair in omvang zijn afgenomen.
Door: Eefje van der Heijden
De pacemaker
Al ruim een eeuw geleden ontstond het idee
om het hart bij ritmestoornissen met een ex­
tern apparaat bij te sturen. De Australische
arts Mark C. Lidwill (1878-1968) staat te boek
als de bedenker van dit idee. Op basis van het
gegeven dat de hartspier gecontracteerd kan
worden door elektrische stimulatie wilde hij
een apparaat ontwikkelen dat met elektrici­
teit stoornissen in de circulatie kon verhelpen.
Zijn eerste pogingen hiertoe resulteerden in
ingewikkelde en moeilijk te hanteren appara­
ten. Na verscheidene verfijningen van het
ontwerp slaagde hij erin een draagbaar appa­
raat te ontwerpen. Eén pool werd met een
huidpad, gedrenkt in een sterke zoutoplos­
sing, op de huid aangebracht, de andere pool
bestond uit een geïsoleerde naald die enkel
bij de punt vrij was van isolatie. Deze naald
werd direct ingebracht in de desbetreffende
hartkamer waarna het hart elektrisch gesti­
muleerd kon worden.
In 1926 lukte het Lidwill om een baby die
zonder enig levensteken geboren werd aan
te sluiten op de machine, het juiste voltage te
vinden en de circulatie op gang te brengen.
Het eerste succes was geboekt!
Dit prototype van de pacemaker was qua
omvang en vorm niet te vergelijken met de
huidige pacemaker. Het apparaat bevond
zich buiten de patiënt en was zo groot dat het
op een karretje vervoerd moest worden. In
1958 werd de eerste implanteerbare pacema­
ker ontwikkeld. Deze had het formaat van een
ijshockeypuck. Gaandeweg werd het appa­
raatje steeds kleiner, de huidige pacemaker
heeft een omvang van circa 4,5 bij 5,0 centi­
meter en is 0,7 centimeter dik. De kunstnier
Ruim 6000 Nederlanders zijn afhankelijk van
een apparaat dat uitgevonden is door de
Nederlandse internist Willem Kolff (1911-2009):
de kunstnier. Een kunstnier is een onderdeel
van het dialyseapparaat en functioneert
hierin als de zuiverende eenheid. Er zijn vele
soorten kunstnieren met elk een vergelijkba­
re opbouw: een dunne buis (capillair) die is
opgebouwd uit een verzameling van vele
semipermeabele kunststof membranen, waar
het bloed van de patiënt doorheen geleid
wordt. De capillair wordt omspoeld door
dialysaat, een oplossing van zouten met een
samenstelling vergelijkbaar met die van
bloedplasma. Afvalstoffen verlaten het bloed
van de patiënt via de membranen en worden
opgenomen door het dialysaat.
Gedreven door het lot van zijn patiënten met
een nieraandoening ging Kolff tijdens en kort
na de Tweede wereldoorlog aan de slag met
het idee van de kunstnier. Samen met ir. Berk
van de emaillefabrieken Berk werkte hij aan
de realisatie van een werkend prototype,
hetgeen in 1943 resulteerde in de eerste
kunstnier. Dit apparaat bestond uit een grote
trommel die gewikkeld was in veertig meter
cellofaan, materiaal dat eigenlijk bestemd
was voor de worstfabrieken. Dit cellofaan
fungeerde als het membraan van de kunst­
nier. De onderste helft van de roterende
trommel bevond zich in een geëmailleerd
bad gevuld met spoelvloeistof. Het mechani­
sche gedeelte van de machine bestond uit
fietsonderdelen en een oude Ford motor. Al
met al had het apparaat een behoorlijke
omvang! Een 67-jarige vrouw, die Kolff in
1945 behandelde, was de eerste patiënte die
dankzij de kunstnier in leven bleef.
De huidige kunstnier is vergeleken met het
apparaat van Kolff heel wat afgeslankt. Nog
steeds heeft het totale dialyseapparaat een
flinke omvang, de kunstnier zelf echter be­
staat tegenwoordig uit een buisje van onge­
veer tien centimeter lang.
Ook nu is de kunstnier nog volop in ontwik­
keling. Het gaat hierbij vooral om de ontwik­
keling van een implanteerbare kunstnier, die
in het lichaam de functies van de zieke nieren
overneemt.
Vanzelfsprekend is dit een uiterst complex
traject dat slechts met kleine stapjes vordert.
De eerste stap waar de wetenschap zich nu
op richt is de ontwikkeling van een draagbaar
dialyseapparaat. Een dergelijke kunstnier zou
de kwaliteit van leven van nierpatiënten
enorm verbeteren: niet langer drie keer per
week urenlang naar het ziekenhuis! Het idee
van de draagbare kunstnier is gebaseerd op
de ontwikkeling van een nieuw soort mem­
branen waarin absorptiematerialen verwerkt
zijn. De kunstnier zal bestaan uit een kastje
met daarin filters en sensoren, dat naar ver­
wachting de omvang van een melkpak heeft.
Het bloed wordt via een permanente katheter
door het kastje geleid. De sensoren zijn ver­
bonden aan een soort smartphone. Het gehe­
le systeem zal enkele kilo’s gaan wegen.
Het gehoorapparaat
Als laatste een techniek die veelvuldig ge­
bruikt wordt: het gehoorapparaat. De eerste
‘gehoorapparaten’ werden in de zeventiende
eeuw uitgevonden in de vorm van hoorns.
Hun vormen en afmetingen waren uiteenlo­
pend en ze werden gemaakt van plaatijzer,
hout, zilver, slakkenhuizen en dierenhoorns.
De eerste elektrische versterkers werden in
het begin van de twintigste eeuw gemaakt.
Snel hierna volgde de uitvinding van het
hoortoestel. Door de zich ontwikkelende
technologieën nam het formaat van de hoor­
toestellen snel af: in de jaren twintig konden
de toestellen in een handtas gedragen wor­
den en in de jaren veertig verschenen de
eerste hoortoestellen in zakformaat. Nog zo’n
twintig jaar later werd het hoortoestel dat
achter het oor gedragen kon worden uitge­
vonden. Sindsdien heeft de ontwikkeling van
gehoorapparaten zich voortgezet. Met name
door de toenemende kennis rondom micro­
chips is de afmeting van de apparaatjes ver­
der afgenomen. Zo kan het zo maar voorko­
men dat je al een tijd met iemand in gesprek
bent voordat je in de gaten hebt dat diegene
een hoortoestel draagt! Een heel verschil met
de enorme hoorns uit de zeventiende eeuw!
Literatuur
1. www.nierstichting.nl
2. www.museumboerhaave.nl
Overige referenties zijn op te vragen bij de
auteur
- pagina 5 -
Recensie: Harold Ellis - ‘Operations that made History’
Mogelijk is er bij sommige mensen al een
belletje gaan rillingen na het lezen van de
titel of het zien van de omslag. Dit is name­
lijk het boek dat door drs. E.J. van Hasselt
en drs. A. van Linge maandelijks wordt
uitgereikt aan een van de coassistenten op
de laatste dag van CKO3v. De coassistent
die dit boek krijgt/wint/verdient, dat laat
ik even in het midden, wordt de trotse ei­
genaar van in een mijn ogen interessant en
illustratief historisch boek.
Door: Amilie Boonstra
Dit boek gaat over de groei en ontwikkelin­
gen in de chirurgie rond de 19de en 20ste
eeuw. Het bevat naast feiten, leerzame en
persoonlijke verhalen, een scala aan beeld­
materiaal. De schrijver, professor Harold Ellis,
heeft in dit boek de achttien kleine hoofdstuk­
ken onderverdeeld in drie categorieën. Deze
heeft hij Ellis type I t/m III genoemd. Het eerste
deel, Ellis type I, bestaat uit grote doorbraken
in de geschiedenis zoals de eerste behande­
ling van ectopische zwangerschap en de
eerste niertransplantatie.
Het tweede deel bevat verhalen die de eerste
aanzet zijn geweest tot een belangrijke ont­
wikkeling in chirurgische technieken, zoals
anesthesie en elektrochirurgie. Het laatste
deel bevat verhalen over beroemde personen
waarbij een aandoening geconstateerd werd
waarvoor de hulp van de chirurg werd ge­
vraagd.
Eén van mijn favoriete hoofdstukken is het
hoofdstuk over de geboorte van de anesthe­
sie, een verhaal dat mij aan het denken zette
over de chirurgie vóór de invoering van anes­
thesie. Voorafgaand aan de invoering van
anesthesie was de belangrijkste competentie
van een chirurg een zo snel mogelijke opera­
tietechniek en vaardigheid. Dit correlleerde
niet alleen direct met de patienttevreden­
heid, maar had ook grote invloed op de mor­
taliteit van de ingreep. Met de invoering van
de anesthesie konden operaties rustiger en
nauwkeuriger uitgevoerd worden.
Het was in 1846 dat William Morton, tandarts
en toen 27 jaar, een tandextractie deed onder
verdoving van ether. Daarop werd dr. Morton
verzocht zijn werk te tonen in het operatie­
theater van het Massachusetts General Hos­
pital. In het hoofdstuk wordt de invoering van
anesthesie verder verteld, daarnaast bevat
het persoonlijke herinneringen, portretten
en een schilderij van de theaterzaal tijdens
een ‘voorstelling’ waarbij anesthesie voor het
eerst wordt toegepast bij een amputatie. Het
hoofdstuk sluit af met een beschrijving van
het verdere leven en overlijden op 48-jarige
leeftijd van dhr. Morton.
Het enige minpuntje aan dit boek is dat er in
een aantal hoofdstukken een opsomming
plaatsvindt van personen die mij niet bekend
voorkomen. Mogelijk ligt dit aan ons Neder­
landse onderwijs waarbij de Engelse historie
wat minder op de voorgrond staat. Het
hoofdstuk over Napoleons broers is daaren­
tegen wel weer makkelijker te volgen.
Kortom een prachtig boek met korte histori­
sche verhalen over de beginjaren van de
chirurgie en de groei van nieuwe technieken.
Een ideaal boek om kort even wat te lezen
voor het slapengaan en daarna verder te
dromen over mogelijke vernieuwingen en
ontdekkingen die wij in de toekomst te weeg
gaan brengen.
Column: persoonlijke groei
Daar loop ik dan. Voor het eerst echt in het ziekenhuis met mijn witte jas aan. Eerst snel alle spullen in mijn zakken doen. Rechts alle instru­
menten. Links alle boekjes. Het past maar net. Oh, en dan moeten mijn Sultana’s er nog ergens bij. Je weet namelijk maar nooit wanneer je
staat te duizelen en snel wat voeding nodig hebt. Een probleem dat menig vrouw waarschijnlijk herkent. Goed, nu uitzoeken waar ik heen
moet. Met wat zweethandjes loop ik de gangen door en hoop ik dat ik de ruimte op tijd kan vinden. Stiekem hoop ik dat ik vandaag nog
een dagje rustig aan kan doen en nog niet meteen allemaal patiënten hoef op te nemen.
Nu, bijna een jaar later: op het laatste moment kom ik het ziekenhuis binnen gerend, trek snel een witte jas aan en gooi alles in mijn zakken.
Mijn collectie met boekjes is aanzienlijk afgenomen en ik doe er ook weinig mee. Sultana’s beho­
ren nog wel standaard tot de collectie in mijn jas, maar de veneuze boog is gesneuveld tijdens
interne. Ik hoop dat ik vandaag meteen vlot van start kan, misschien een aantal patiënten zien of
in ieder geval zelf iets uitvoeren. Want van dat meekijken val je alleen maar in slaap.
Eenmaal nadenkend over het thema 'groei' , besefte ik dat bovenstaande het verschil was tussen
een jaar geleden en nu. Eigenlijk dus een wereld van verschil en dat is in één jaar gebeurd. Veel
handelingen gebeuren ondertussen op automatische piloot en gelukkig maar, want nu kost het
geen energie meer. Steeds meer is het mogelijk om te concentreren op de inhoudelijke kant van
de specialismen en steeds minder zenuwen over patiënten zien, presentaties houden en beoor­
deeld worden.
Onlangs vergeleek een bekende van mij coschappen met steeds opnieuw in een nieuwe baan
beginnen. Normaal heb je twee tot drie maanden nodig om te wennen in een nieuwe baan. Deze
tijd is ons meestal niet gegund. Ik merk zelf dat ik steeds vaardiger word mezelf aan te passen aan
nieuwe situaties. Al snel ben je gewend aan een andere manier van doen op een nieuwe plaats.
Zo kan ik voortaan binnen een week gewend zijn op een nieuwe locatie. Soms ben je echter maar een week op een afdeling en tegen de
tijd dat je dus weet hoe alles werkt, is het tijd om weer naar de volgende afdeling te gaan.
Vicky van Duijnhoven
- pagina 6 -
Groeistoornis
Nadat een zuigeling geboren wordt, wordt
de groei in het eerste jaar vooral bepaald
door de hoeveelheid voeding die hij krijgt.
Na het eerste jaar worden het groeihor­
moon en het schildklierhormoon de be­
langrijkste factoren. Bij een teveel of te­
kort aan groeihormoon kan er een groei­
stoornis ontstaan.
Door: Valerie Feskens
Kleine gestalte
Er zijn veel oorzaken voor een afbuigende
groeicurve bij kinderen. Naast een groeihor­
moondeficiëntie, -ongevoeligheid of biolo­
gisch inactieve groeihormoonproductie zijn
enkele andere oorzaken: hypothyreoïdie,
syndromen (bijvoorbeeld Turner), small for
gestational age (SGA), skeletdysplasieën en
chronische ziekten. groeihormoon. Indien goedkeuring is gege­
ven, kan de behandeling met subcutane in­
jectie van somatropine starten.
Discussie behandeling
Bij een groeihormoondeficiëntie moet be­
handeld worden om lange termijn complica­
ties te voorkomen. Bij SGA kinderen leidt
langdurige behandeling tot een normale
volwassen lengte bij 85% en ook bij andere
groeivertragingen normaliseert de lengte
zich. Wat is echter een normale volwassen
lengte? In Chili zijn de gemiddelde volwassen
vrouw en man respectievelijk 1,54 en 1,68
meter. In India is dit 1,52 en 1,65 meter. Gaan
we misschien te ver door in de behandeling
van kinderen waarbij geen groeihormoonte­
kort is en die in andere landen een normale
lengte zouden hebben? Of wegen psychoso­
ciale redenen en voordelen in het dagelijks
functioneren hoger?
Grote lengte
Een lengte groter dan 2,13 meter wordt gi­
gantisme genoemd en wordt meestal veroor­
zaakt door een hypofysetumor, waardoor
acromegalie ontstaat. Minder grote lengtes
kunnen ook worden bereikt door geslachts­
gebonden chromosomale afwijkingen (bij­
voorbeeld syndroom van Klinefelter), syndro­
men zoals Marfan, adrenogenitaal syndroom
of door een constitutioneel grote lengte. Een
grote voorspelde volwassen lengte kan een
reden zijn voor wens tot behandeling vanuit
sociaal opzicht en uit praktisch oogpunt,
maar het kan ook allerlei gezondheidsproble­
men met zich meebrengen, waaronder klach­
ten van het bewegingsapparaat en hart- en
vaatziekten.
Robert Wadlow (1918 – 1940) is de langste
mens in de geschiedenis. Door hypertrofie
van de hypofyse heeft hij een lengte van 2,72
meter bereikt. Toen hij op 22-jarige leeftijd
overleed aan een sepsis toonde hij nog geen
duidelijke afbuiging van de groeicurve. Er kan
dus alleen maar gespeculeerd worden over
zijn eindlengte.
Mogelijkheden voor behandeling
Biosynthetisch groeihormoon, verkregen uit
genetisch gemodificeerde bacteriën, is sinds
1985 op de markt. Voorheen was er beperkt
groeihormoon te verkrijgen door extractie
van groeihormoon uit de hypofyse bij autop­
sie. Bij een totale groeihormoondeficiëntie
kan behandeling een normale lengte geven.
Patiënten met het Turner syndroom worden
onbehandeld gemiddeld 1,46 meter. Behan­
deling kan de volwassen lengte met 10-13 cm
vergroten indien er voor het 9e levensjaar
wordt gestart. Bij latere start en bij andere
indicaties is de lengtewinst echter veel min­
der groot. De stichting 'Kind en Groei' beoor­
deelt of er een indicatie is voor het starten met
Mogelijkheden voor behandeling
Indien een hypofysetumor de oorzaak is voor
de te grote lengte, moet deze chirurgisch
verwijderd worden. Bij andere oorzaken kun­
nen bij meisjes oestrogenen of progestage­
nen worden gegeven, bij jongens een andro­
geenpreparaat. Deze behandeling duurt on­
geveer 2 jaar. In verscheidene onderzoeken
wordt een lengteverschil variërend van 2,0 tot
7,5 cm gevonden ten opzichte van de voor­
spelde eindlengte. Hoe vroeger wordt be­
gonnen met de hormoonbehandeling, hoe
beter de uitkomsten. Bij epifysiodese worden
de epifysen van de proximale tibia bescha­
digd. Deze operatie wordt later in de puber­
teit verricht dan de hormonale behandeling
en na ongeveer drie maanden is het kind
volledig hersteld. De operatie levert gemid­
deld 5,5 cm tot 7 cm op (spreiding 1,2-13,8
cm). De keuze tussen hormonale behande­
ling en epifysiodese ligt bij het kind en de
ouders.
Discussie behandeling
Bij hormoonbehandeling moet twee jaar lang
behandeld worden met medicijnen, terwijl
het effect beperkt blijft. Bij epifysiodese kun­
nen er, naast de algemene complicaties van
operaties, beschadigingen van bloedvaten,
zenuwen of het gewricht ontstaan of asym­
metrie van de restgroei in de benen, waar­
door genu valgus of varus ontstaat. In Neder­
land wordt een grens gehanteerd voor be­
handeling van 1,85 meter bij meisjes en 2,05
meter bij jongens. Dr. van Alfen-van der Vel­
den, kinderendocrinoloog uit het UMC St
Radboud: “Voorheen kwamen ouders met
meisjes met een voorspelde lengte van 1,80
meter bij ons, omdat ze niet wilden dat hun
kind zo lang zou worden. Dit valt nog binnen
de normale spreiding en je moet jezelf altijd
goed afvragen wanneer behandeling nodig
is.” De balans tussen goed doen en teveel
doen is niet altijd even duidelijk en het is goed
om te blijven nadenken over een “normale”
lengte. Is de waardering van lengte in de
maatschappij misschien een punt waaraan
gewerkt moet worden of is behandeling toch
vaak een goede optie?
Literatuur
1 Groei, groeistoornissen en groeihormoon­
behandeling bij te klein geboren kinderen.
Prof. Dr. A.C.S. Hokken-Koelega, kinderarts, ­
directeur Nederlandse Groeistichting.
2. Deaton, A. Height, health, and inequality:
the distribution of adult heights in India.
Center for Health and Wellbeing, Princeton
University.
3. Drop S.L.S. et al. Sex Steroid Treatment of
Constitutionally Tall Stature.
Overige referenties zijn op te vragen bij de
auteur.
- pagina 7 -
Specialisme uitgelicht: Kindergeneeskunde
Iedereen heeft het vast wel eens van zijn/
haar oma of tante te horen gekregen: “­
kind wat groei je toch hard!”. Inderdaad
kinderen groeien, en hard ook. Een kleuter
groeit gemiddeld namelijk zo’n 8 cm per
jaar! Maar niet alleen kinderen groeien,
ook het aantal artsen dat kinderen behan­
delt stijgt. Zo waren er in 2010 nog 30 va­
catures vrij en waren er in totaal ruim 1400
kinderartsen werkzaam in Nederland. Tijd
om dit groeiende specialisme eens onder
de loep te nemen.
Aantrekkelijke aspecten
Veelal wordt het werken met kinderen als
meest aantrekkelijk aspect van het specialis­
me genoemd, ook wel “het zicht op de nieuwe
generatie”. Verder is het vak erg breed en
veelzijdig, je behandelt een patiënt altijd in
zijn geheel, en is het niet beperkt tot één or­
gaansysteem. Ook de (psycho)sociale kant
wordt als een positief punt gezien, zoals later
ook besproken zal worden zijn niet alleen het
kind, maar ook de ouders vaak een uitdaging.
Minder aantrekkelijke aspecten
Tweederde van de specialisten noemt de
werkdruk en de daarmee gepaarde stress als
minst aantrekkelijk aspect. Het wordt veelal
als een zwaar beroep ervaren, waar met name
de nachtdiensten veel energie kosten. Ook
vergt dit specialisme een goede coping met
moeilijke omstandigheden; boze/verdrietige
families, overlijden etc. Kindergeneeskunde
is ook een vak van lange diensten met daarbij
een lage financiële beloning. Dit is dan ook
Door: Mijke Pelkman
Het merendeel van geneeskunde studenten
dat begint aan hun zesjarige studie geeft aan
kinderarts te willen worden, en dan spreek ik
met name over vrouwelijke studenten. Uit­
eindelijk zijn van de specialisten 42% man, en
58% vrouw. Bijna 75% van deze artsen wisten
al tijdens de studie dat zij kindergeneeskunde
wilden gaan doen. Maar wat maakt dit vak zo
boeiend, wat zijn de kwaliteiten waarover een
kinderarts in spé moet beschikken en zijn er
rauwe randjes in het vak waar je zeker reke­
ning mee moet houden wanneer je ervoor
kiest? Verderop zullen senior coassistent
kinderhemato-oncologie, Frank van de
Kracht, en AIOS in het UMC st. Radboud, An­
nelieke van der Linden, hun verhaal doen.
Maar eerst wat algemene feiten over een
specialisme dat letterlijk en figuurlijk groeit:
kindergeneeskunde.
Waarom kindergeneeskunde?
Best lastig om te vertellen waarom kindergeneeskunde nou zo leuk is. Zeker als je alweer een tijdje in “het vak” zit, moet je weer even terug
naar wanneer het begon. Ik heb zelf niet al vanaf jongs af aan dat ik dokter wilde worden of nog specifieker kinderarts. Tijdens de studie
geneeskunde, vond ik de vakken die betrekking hadden op kindergeneeskunde altijd al erg boeiend, maar ik werd pas echt gegrepen tijdens
de coschappen.
De overredingskracht die je nodig hebt om kinderen na te kunnen kijken is al een uitdaging op zich. Ik kan me nog goed herinneren dat ik
als coassistent een puber na wilde kijken op de poli en dat hij het maar stom vond dat ik hem na moest kijken, want dat had de huisarts ook
al gedaan, dus… Maar ja, ik kon toch ook niet mijn patiënt gaan overleggen en dan moeten zeggen dat ik het lichamelijk onderzoek niet
verricht had. Dus dan maar een grapje en kijken of je de discussie gewonnen krijgt. En zo gaat het niet alleen bij pubers, ook peuters zijn
een uitdaging op zich. Braaf op de onderzoeksbank liggen is er meestal niet bij en als ze dat wel doen, ga je je weer zorgen maken over
waarom ze zo stilletjes zijn. Een angstig kind zich op z’n gemak laten voelen en uiteindelijk een lachje tevoorschijn kunnen toveren, maakt
ook je dag. Een puber van 15, die midden in de nacht binnen wordt gebracht met een alcohol intoxicatie tijdens de zomerfeesten wordt,
moeten vertellen dat alcohol echt heel slecht is voor je brein, brengt weer een heel andere uitdaging met zich mee. En zo zijn er 1001
verschillende ziektebeelden en manieren om om te gaan met kinderen van 0 tot 18 jaar. Elke leeftijd zijn eigen uitdaging en eigen spectrum
aan ziektebeelden. Bovendien krijg je het gezin er gratis bij en blijft het niet bij je eigen mening, maar moet je ook overleggen met allerlei
andere disciplines.
Een ander aspect van de kindergeneeskunde is dat je ook met acute situaties te maken krijgt, hetgeen op een heel ander vlak weer voor
veel uitdagingen zorgt. Het komt gelukkig niet zo vaak voor, maar des te spannender is het wanneer zich wel een dergelijke situatie
voordoet.
Kortom kindergeneeskunde is een breed vak, met veel ruimte voor verdieping, aandacht voor psychosociale omstandigheden, de moge­
lijkheid om zelf verrichtingen te doen en opvang tijdens acute situaties. Het zijn dus eigenlijk een heleboel verschillende dingen en dat
maakt het ontzettend leuk en boeiend.
Annelieke van der Linden, AIOS kindergeneeskunde
- pagina 8 -
Wat een uitdaging!
Kindergeneeskunde, een specialisme waar veel studenten wel oren naar hebben. Dit met gevolg dat het in opleiding komen ook gelijk erg
lastig is. Iets wat ik nog vaak benadrukt krijg als ik vertel dat ik kinderarts wil worden… Net als de mededeling dat er dan ook geen hoog
salaris op je staat te wachten (dan maar geen Maserati met lichtmetalen velgen). Nu, alle negatieve vooroordelen daar gelaten over naar
waarom het dan wel leuk is.
Sinds mijn coschap kindergeneeskunde in het Jeroen Bosch Ziekenhuis ben ik helemaal om. Het idee om chirurg te worden en alle daarbij
behorende CV-building uit de eerste drie jaar gingen opzij en er was een nieuw doel in zicht: kinderarts worden! Maar waarom?
Het is een specialisme met een uitdaging. En wat voor één! Het ervoor zorgen dat je later als arts kinderen van 0 tot 19 jaar kan behandelen.
De eerste twee/drie jaar dealen met het feit dat ze geen woord terugzeggen. Daarna zeggen ze een paar jaar alleen maar “nee” op alles en
doet zelfs ausculteren pijn. En zodra ze Tanner stadium P3 bereikt hebben kan het ze allemaal geen &#*@ schelen; de pubers dus. Om dan
toch een diagnose te kunnen stellen en ze te behandelen en ze daarbij geen trauma voor het leven aan te doen vind ik een behoorlijke
uitdaging. Dat maakt het zo leuk! En zoals je bij geriatrie last hebt van de kinderen van de patiënt, zijn bij de kindergeneeskunde de ouders
soms (lees: vaak) de grootste uitdaging. Ook de altijd zeer gevatte en directe opmerkingen van kinderen spreken mij erg aan. Waardoor je
vervolgens ook erg rekening moet houden met hoe je sommige ziekten en behandelingen uitlegt, want het abstractie vermogen is niet bij
elk kind even snel ontwikkeld. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de tekeningen, knuffels, koekjes en high-fives die je krijgt als ze
je aardig vinden! Wat wil je nog meer?
In opleiding komen tot kinderarts staat er om bekend erg lastig te zijn. Het aantal opleidingsplaatsen staat/stond in Nederland op ongeveer
40 per jaar. Echter, vanuit mijn huidig coschap heb ik vernomen dat dit aantal plaatsen de komende jaren sterk zal toenemen. Goed nieuws
dus! Dan nog een update vanuit de carrière-dag: het is inderdaad een voordeel om man te zijn en met betrekking tot promoveren is het
niet noodzakelijk, maar het geeft je waarschijnlijk wel meer kans. Evenals klinische ervaring. Eventuele subspecialisaties tot bijvoorbeeld
neonatoloog, oncoloog of cardioloog duren gemiddeld tweeënhalf tot drie jaar na de basisopleiding van vijf jaar.
Op dit moment loop ik mijn seniorcoschap bij de kinderhemato-oncologie in het
Radboud. Een subspecialisatie die mij erg aanspreekt. En hoewel erg zeldzaam
(500 kinderen per jaar worden nieuw gediagnosticeerd met een maligniteit) zie
je er in het Radboud toch relatief veel. Ook de snelle ontwikkelingen vanuit we­
tenschappelijk onderzoek en de relatief hoge genezingspercentages na behan­
deling maken het een interessante specialisatie. Het vele overleggen met de
andere (para)medici en in sommige gevallen ook ziekenhuizen buiten Nederland
maken het dat echt geen enkele patiënt hetzelfde is en er steeds weer een
nieuwe (persoonlijke) strategie gekozen moet worden. Maar natuurlijk zijn er ook
nog steeds casussen waarbij helaas geen genezing mogelijk is. Op zulke momen­
ten is het uitgebreide multidisciplinaire team dat er omheen staat erg belangrijk.
Tijdens dit specialisme merk je echter ook hoe volwassen en realistisch sommige
kinderen (al) kunnen denken. Tot 12 jaar hebben de ouders het voor het zeggen
natuurlijk, maar als een kind aangeeft dat het gewoon niet meer wil, op is en niet opnieuw maandenlang ziek wil zijn van de chemothera­
pie dan moet je dat ook respecteren. Al met al is het een hele drukke en moeilijke afdeling, maar tegelijkertijd ook weer heel interessant en
erg leuk!
Frank van de Kracht, senior coassistent kinderhemato-oncologie
iets waar coassistenten volgens de specialis­ IC en neonatologie. In het laatste jaar draait
ten van nu rekening mee moeten houden het om verdieping en profilering. Daarnaast
wanneer ze voor dit vak kiezen.
moet de AIOS voldoen aan verschillende
eisen, welke onder andere bestaan uit het
Opleiding
publiceren van ten minste één artikel, deelna­
De opleidingsduur is 5 jaar en is ingedeeld in me aan refereer/onderwijsbijeenkomsten in
verschillende thema’s. Zo is er in de eerste vier de regio en deelname aan congressen.
jaar het thema algemene pediatrie, maar ook
Literatuur
1. Medisch Profielenboek KNMG, 2006
Meest voorkomende ziekte 2. www.knmg.nl
beelden
3. Facst and figures about physicians M/F
2011, VNVA
- neonatologische problematiek
- astma
- psychosociale problematiek
- gastro-intestinale klachten
- groei-en ontwikkelingsproblematiek
- infectieziekten
- luchtweginfecties
- pagina 9 -
Ontdek wat JIJ belangrijk vindt
in je toekomstige werkomgeving
• Studiecentrum UMC St Radboud, Medische Faculteit, Zaal Majoor B
• Geert Grooteplein Noord 21, 6525 EZ, Nijmegen
• Dinsdag 24 april van 18.00 tot 20.30 uur
Er is van 18.00 tot 19.00 uur ETEN en DRINKEN en vrije inloop
• Aanmelden voor de workshop kan door een e-mail te sturen naar
[email protected]
Wat is SMZ?
SMZ is het centrum voor sociaal medisch beoordelen. Met ruim 700
verzekeringsartsen is SMZ de grootste medische werkgever van Nederland.
Wil je meer weten over SMZ en jouw carrière-perspectief?
Ga naar uwv.nl/werkenbij
- pagina 10 -
Ontdek Sociaal Medische Zaken
Kom naar de interactieve workshop van
SMZ voor co-assistenten
Zelf dingen laten groeien? Bouw een Windowfarm!
Waarmee associëren mensen groente uit
eigen tuin? Eigenlijk is die vraag niet zo
eerlijk. Er zijn namelijk tal van gedachten
die bij hen door het hoofd schieten. Ze
kunnen denken aan hoe gezond dergelijke
groenten zijn en aan de overheerlijke volle
smaak van echt verse groenten, die on­
danks de beweringen van reclames niet in
de supermarkt te vinden zijn. Ze kunnen
denken aan hoe trots ze zijn als ze gasten
eten uit eigen tuin voorschotelen en nog
veel meer. Vrijwel altijd positieve gedach­
ten. Geconfronteerd met de vraag waarom
ze dan zelf geen groenten verbouwen zijn
er eigenlijk maar drie genoemde argumen­
ten om het niet te doen: "Dat is te moeilijk
voor mij", "dat kost te veel tijd" en het
onder studenten veel gehoorde probleem
is "ik heb geen tuin". Tegen dat laatste ar­
gument was tot voor kort weinig in te
brengen. Maar recent is er een manier van
tuinieren ontwikkeld speciaal voor men­
sen zonder tuin die toch groene vingers
hebben.
Door: Ivo Verhagen
Wat is een windowfarm?
Graag laten wij u kennis maken met het vol­
gende: de windowfarm. En nee, dit heeft niets
met farmville op een windows-pc te maken,
het gaat over echte planten bij echte ramen.
Nu schiet er natuurlijk door jullie gedachten:
planten voor de ramen, dat is toch niets
nieuws? Nee inderdaad, al zolang als er ramen
zijn, zijn er mensen die er planten voor zetten,
maar dat zijn nog geen windowfarms. In een
windowfarm wordt van het volledige opper­
vlak van het raam gebruik gemaakt om
groente, fruit en kruiden te verbouwen.
Hoe het begon
Deze rage is in 2009 losgebroken nadat Britta
Riley de allereerste windowfarm bouwde in
haar appartement in New York. Zij was gegre­
pen na het lezen van een betoog in New York
Times Magazine over je eigen voedsel ver­
bouwen om bij te dragen aan de strijd tegen
het klimaatprobleem. Maar omdat ze in een
appartement woonde, moest ze een manier
vinden om voedsel te verbouwen zonder een
tuin. Zij bedacht dat haar ramen meer dan
genoeg zonlicht opvingen en dat het vooral
belangrijk was om een manier te vinden om
de afmetingen van het raam goed te benut­
ten. Hiervoor bouwde ze een stellage waarin
halve petflessen hingen, vier in de breedte en
vier in de lengte van het raam. Zo had ze 16
"plantenbakjes" om iets in te planten. Dit
concept is sindsdien verder ontwikkeld, met
toevoegingen van pompjes om continu
water en voedingsstoffen rond te pompen,
LED groeilampjes om je plantjes sneller te
laten groeien en eventueel zelfs een mini-ver­
warmingsinstallatie voor het water zodat je
plantjes niet doodvriezen.
Een windowfarm voor jezelf
Nu klinkt dit misschien duur, moeilijk en
tijdsintensief, maar dat is het zeker niet. Veel
van de benodigdheden zijn huis- tuin- en
keuken materialen en de overige benodigd­
heden zijn te krijgen bij doe-het-zelf zaken of
eventueel growshops (de planten waarvoor
de windowfarm bedoeld is zijn een stuk
minder veeleisend dan de planten waar
growshops in gespecialiseerd zijn).
Toen de windowfarm-community vorm
begon te krijgen en de fanatiekelingen bouw­
den, verbeterden en experimenteerden,
bleek de windowfarm geschikt voor zeer veel
planten. De beste resultaten werden geboekt
met boerenkool, sla, aardbeien, basilicum,
erwten, salie, dille, pompoenen, courgettes,
kamille, stevia (biologische zoetstof die als
alternatief voor aspartaam wordt gebruikt),
tuinkers en snijbieten. Van al deze planten zijn
op de windowfarm site ook de ideale groei­
omstandigheden terug te vinden.
Achtergrond
Wat betreft de achtergrond van het window­
farmen, is het nog belangrijk te weten, dat de
planten worden gekweekt in een hydrocul­
tuur. Ze zijn dus afhankelijk van een speciale
vloeistof met voedingsstoffen die worden
rondgepompt. Er wordt vooral gewerkt met
steenwol of geëxpandeerde kleikorrels (de
roestbruine harde bolletjes die ook te vinden
zijn in veel ziekenhuis plantenbakken). Het
doel van deze materialen is stevigheid bieden
aan de planten en zorgen dat de vloeistof met
voedingsstoffen goed verdeeld wordt. Zand
is hiervoor minder geschikt vanwege het ge­
wicht en de relatief lage wateropname capa­
citeit. Het meest praktische voordeel van deze
manier van kweken is dat je planten bijzonder
makkelijk te onderhouden zijn. Je hoeft im­
mers alleen het reservoir met de vloeistof op
pijl te houden, zolang je dat doet, blijven al je
planten goed groeien.
De techniek van hydroponics, zoals dit heet,
wordt wereldwijd steeds meer toegepast
omdat het veel voordelen heeft boven het
verbouwen van gewassen in aarde. Er is geen
(pot)grond nodig, water kan worden herge­
bruikt, de groei is stabiel, makkelijk te oogsten
en de opbrengst is hoog. Tenslotte is er geen
milieu schade door pesticiden omdat het
systeem gesloten gehouden kan worden.
Met deze korte inleiding in het windowfar­
men hopen wij te laten zien dat elke student
(behalve die enkeling die letterlijk een stu­
dentenkamer in een bezemkast heeft) op een
makkelijke en goedkope manier groente uit
eigen tuin kan produceren. Dus, wat houd je
tegen? Probeer het zelf!
Literatuur
1. www.ted.com/talks/britta_riley_a_garden_in_­
my_apartment.html
2. www.windowfarms.org/whatisawindow­
farm
3. www.windowfarms.org/buildyourown
Benodigdheden
Petflessen
Grote plastic fles als waterreservoir
Draad (bijvoorbeeld vislijn)
Spijker of schroef
Duct tape
Lange tie ribs
Planten of zaden om te planten
Naalden van ballenpomp (2)
Rubberen slangetjes
Pluggen (3)
PTFE tape
"Net cups" (3) (plantenbakjes die er min of
meer uit zien als een vergiet)
Geëxpandeerde kleikorrels
Vloeibare plantenvoeding
Aquariumpomp (+/- 2 watt, voor €7,50 te
koop in de dierenwinkel)
Als je werkt met zaden in plaats van jonge
planten heb je vulling nodig
- pagina 11 -
Reistip: Cambridge!
In deze editie bestaat de reistip uit één van
mijn leukste ondernomen citytrips: Cam­
bridge. Ik ben vorig jaar rondom de paas­
dagen in Cambridge geweest en heb daar
naast het prachtige voorjaarsweer van
veel verschillende activiteiten genoten.
Hieronder een greep uit de activiteiten die
ik ondernomen heb.
Door: Amilie Boonstra
Historische (stads)rondleiding
Eén van mijn mooiste ervaringen was de
rondleiding door het stadscentrum. We ver­
trokken met een typische Engelsman bij het
tourisme informatiecentrum langs Market
Square, een markt met allerlei kraampjes die
al bestaat sinds 1830. Vervolgens liepen we
over King’s Parade, een straat waaraan ver­
schillende colleges liggen, de Great St Mary
Church staat waaruit je heel de skyline van
Cambridge af kunt kijken en ze een ijswinkel
hebben met heerlijk eigen gemaakt ijs. Een
stuk verderop bleven we staan bij de ingang
van het Trinity College waar boven de poort
Henry VIII als standbeeld hangt. De gids ver­
telde dat als je goed kijkt er geen staf in zijn
rechter hand zit maar een tafelpoot, dit heb­
ben studenten ongeveer 50 jaar geleden als
grap verwisseld. In het tweede deel zijn we
langs verschillende colleges gegaan. Wat
opvalt, is het goede onderhoud, de prachtig
aangelegde tuinen en het duidelijke verschil
in ontwerp tussen de colleges. Ik raad jullie
zeker aan om een rondleiding met een gids
te doen, naast extra uitleg hebben ze vaak
mooie verhalen en kun je vragen stellen over
bijvoorbeeld het huidige studentenleven in
Engeland.
Punten
Wie Cambridge bezoekt moet zeker gaan
punten. Punten is jezelf , of jezelf laten voort­
bewegen door een gids, middels een lange
stok in een smalle platte boot. Dit gebeurt op
de River Cam, een rivier die midden door
Cambridge stroomt. Op deze manier kan je
de vele mooie historische plekjes van Cam­
bridge vanuit het water bekijken en aanme­
ren op mooie picknick plekken. Tijdens een
tocht kom je veel historische bruggen tegen,
waaronder de bekende Mathematical Bridge.
Deze brug behoort tot het Queens’s College
en is gebouwd volgens wiskundige principes,
waardoor je geen spijkers nodig hebt. Mocht
je geen behoefte hebben aan een boottocht­
- pagina 12 -
je dan is het gaande slaan van de vele bootjes
op een droge dag zeker de moeite waard. Zo
zat ik op een middag heerlijk te picknicken,
uiteraard met Starbucks koffie en cookies, en
zag ik een gezin dat de boot maar niet de
goede kant op kreeg, waardoor alle andere
moesten wijken, hetgeen maar deels lukte.
Uiteindelijk kwamen ze vooruit, maar hadden
andere mensen onenigheid en viel er op weer
een andere boot iemand overboord.
Wandelen
In en rondom Cambridge is er veel natuur. In
het stadscentrum bestaat dit voornamelijk uit
een wandelpad naast de River Cam, een groot
aantal parken en prachtig aangelegde tuinen.
Vanaf het wandelpad langs de Cam heb je een
goed uitzicht over de achterzijde van de col­
leges, dit gebied wordt ook wel de ‘the Backs’
genoemd.
Aan de rand van het stadscentrum ligt Cam­
bridge University Botanic Garden, een grote
tuin met onder andere een kas met tropische
planten. Er schijnen zeldzame plantensoor­
ten en prachtige bloemen te groeien, maar in
verband met de niet eeuwig durende vakan­
tie heb ik dit niet met eigen ogen kunnen
aanschouwen.
Een vaste gewoonte van mij is om tijdens
vakanties al hardlopende de omgeving te
verkennen. Al joggend kom je zo plaatsen
tegen waar weinig toeristen komen, zie je hoe
lokale bevolking leeft en zorg je ondertussen
voor behoud van je conditie. In Cambridge
gebruikte ik deze loopjes om de verschillende
parken af te gaan. Wat me opviel is dat er veel
activiteiten waren: spelende kinderen, re­
laxende pubers, studerende studenten en
hele sportteams. Tijdens een verfrissende
ochtendloopje had ik mijn ogen nog niet
helemaal open, ik had de avond ervoor in een
lokale pub een typisch Engels voetbalwed­
strijd avondje beleeft, toen ik door ‘Coldhams
common’ park liep. Een park iets buiten het
stadshart naast het voetbalstadion. Het stadi­
on zag er van buiten niet bijzonder uit, maar
even later kreeg ik wel een indruk voor het
leven. Voor mij uit het niets, stond ik opeens
midden in een kudde wilde koeien. Later
hoorde ik dat er op meer plekken rondom het
stadscentrum wilde koeien lopen.
Fietstochten
Wat ik vooral erg leuk vind aan Cambridge is
dat een fiets een heel gewoon vervoersmid­
del is. Dat voelt toch een beetje als thuis en je
hoeft niet steeds uit te zoeken met welk ver­
voersmiddel je het beste van A naar B komt.
De fietspaden zijn net wat slechter onderhou­
den dan in Nederland en doordat alles an­
dersom gaat in het verkeer (kant van weg –
inhalen – stoplichten) moet je wel alert blij­
ven. Maar gelukkig krijg je bij elk fietsverhuur­
bedrijf gratis een helm mee, zodat je lekker de
show kunt stelen.
Naast het gemak om tussen slaaplocatie en
toeristenattracties te pendelen heb je ook
mooie fietstochten rondom Cambridge. Ik
zelf ben via de River Cam naar Elly gefietst
waar één van Engelands grootste kathedra­
len staat.
Een andere mooie fietstocht is richting ‘Cam­
bridge American Cemetery and Memorial’.
Deze imposante gedenkplaats ligt op bijna
vijf mile van Cambridge centrum en heeft
naast 3800 graven (waaronder 24 onbeken­
de) een prachtige gedenkmuur met stand­
beelden en een lijst met namen van 5127
vermisten. In de kapel en in een bezoekers­
ruimte is meer informatie te lezen en zien over
de strijd die de Amerikanen vanuit Cambrid­
ge hebben geleverd.
Bijzondere contacten
Wat mij persoonlijk nog goed is bijgebleven
is hoe vriendelijk en beleefd de Engelse men­
sen waren, en dan niet alleen de beleefde
groetjes, taalgebruik en het deur openhou­
den. Vooral ook de openheid voor nieuwe
contacten. Opvallend was dat er in Cambrid­
ge veel Engelse toeristen waren die een dagje
Cambridge bezochten. Ze waren erg toegan­
kelijk om mee te praten, zo heb ik met een
jong stel uitgebreid over het Engelse univer­
siteiten systeem gepraat. Opvallend was het
grote verschil in toegankelijkheid en toch ook
het elitesysteem wat duidelijk tot uiting komt
bij het wonen op een campus.
Een ander opvallend contact was met twee
jonge vrouwen die ik in een bibliotheek tegen
kwam. Ze bespraken enkele medische onder­
werpen en hadden het over EHBO onderwijs.
Na even met ze in gesprek te zijn geweest,
werd ik meteen uitgenodigd voor een vereni­
gingsbijeenkomst die avond in een pub. Die
avond belande ik echt in een bijzonder we­
reldje: midden tussen de football wedstrijden
en het bier werd er druk gediscussieerd over
EBM binnen de SEH en het EHBO onderwijs.
Het gespreksniveau lag ver boven de kroe­
genpraatjes die ik in Nederland gewend was.
Opvallend dat dit in Cambridge wel gewoon
is.
Algemene reistips voor Cambridge
1. Vanaf Londen-Stansted kun je met de bus
of trein goedkoop en snel in Cambridge
komen. Let wel op dat de trein sneller is, maar
dat het treinstation buiten het stadscentrum
lig (25 minuten lopen).
2. Leesvoer: over Cambridge zijn een aantal
interessante boeken te kopen. De twee leuk­
ste boeken die ik gekocht heb waren ‘Cam­
bridge student pranks’ en ‘The story of Cam­
bridge’. Het eerste boek bevat verhalen over
studentengrappen, die door de jaren heen
zijn uitgehaald. Het tweede boek gaat over de
geschiedenis en het huidige Cambridge, bo­
vendien bevat het boek veel illustraties.
3. In Cambridge en omgeving speelt toerisme
een grote rol, regelmatig zijn er leuke festivals
of activiteiten gepland!
Klein versus groot: Een tour door de evolutie
GHRH, HGH, en IGF-1. Deze groeihormo­
nen klinken ons allemaal wel bekend in de
oren. Maar er zit veel meer achter de groei
van de mens dan alleen de genetica en de
daarbij behorende groeifactoren. De om­
geving speelt namelijk ook een grote rol in
het groeiproces. Dit kun je onder andere
zien aan de lengteverschillen door de
eeuwen heen, maar ook aan de lengtever­
schillen tussen verschillende volken op
aarde. Denk maar aan de lage deurposten
in middeleeuwse huisjes, aan de kleine
Pygmeeën en lange noorderlingen. Maar
waardoor komen deze lengteverschillen?
Zit er mogelijk een evolutionaire reden
achter?
Door: Angelique Slot
Invloed op de groei
Natuurlijk speelt de genetica een grote rol in
de groei van de mens. De lengte van een kind
wordt voor ongeveer 75% bepaald door de
lengte van de ouders. De eindlengte ligt dus
vast in je genen, maar of deze bereikt wordt
hangt af van een aantal andere factoren. De
factoren die het meeste invloed hebben zijn
voldoende gezonde voeding en de afwezig­
heid en behandelbaarheid van infectieziek­
ten.
Terugblik op de groeiende Nederlander
Met de factoren van invloed in ons achter­
hoofd kunnen de schommelingen in lengte
in de afgelopen eeuwen makkelijk verklaard
worden. Een flashback naar het begin van
onze jaartelling. De gemiddelde Nederlandse
man was destijds 1,76 meter, wat helemaal
niet extreem verschilt van ons huidige gemid­
delde van 1,85 meter. In de eeuwen erna zijn
er kleine schommelingen, maar pas vanaf de
elfde eeuw gaat het bergafwaarts met de
lengte. Door de toename van de bevolking
was er vaak onvoldoende voedsel, wat ver­
sterkt werd in tijden van oorlog en misoog­
sten. Daarnaast ging de bevolking steeds
dichter op elkaar wonen waardoor besmette­
lijke ziekten makkelijker verspreid werden en
er steeds vaker epidemieën ontstonden. Op­
merkelijk in deze tijd is wel het lengteverschil
tussen de burgerij en de elite. De elite was
gemiddeld langer, wat waarschijnlijk te ver­
klaren valt door de beschikking over voedza­
mer eten. Ondanks dat daalde de gemiddel­
de lengte in het jaar 1500 door honger en
ziekte tot 1,60 meter.
Na de middeleeuwen nam de lengte nauwe­
lijks toe, totdat de leefomstandigheden aan
het begin van de twintigste eeuw verbeter­
den. De voedselproductie nam toe en de
ziektes konden beter bestreden worden.
Vanaf dat moment is de lengte van de Neder­
landers alleen maar toegenomen om uitein­
delijk de hoogste gemiddelde lengte ter we­
reld te bereiken.
Een blik over de wereld
Het verschil in lengte tussen verschillende
volken wordt over het algemeen ook ver­
klaard door het verschil in welvaart. Terwijl de
groei in andere landen stagneert, neemt deze
in Nederland nog steeds toe. De oorzaak
hiervoor ligt waarschijnlijk in de genetica. De
Nederlanders hebben hun maximale lengte
vooralsnog niet bereikt.
In andere stammen, zoals de Pygmeën en de
Masaï, wordt nog wel gedacht dat er een
evolutionaire oorzaak zit achter de gemiddel­
de lengte van het volk.
De Pygmeën zijn mensen waarvan de man­
nen een gemiddelde lengte hebben van
maximaal 1,55 meter. Ze leven voornamelijk
in de jungle van Centraal Afrika, maar komen
ook in Australië, Thailand, de Fillipijnen en
Brazilië voor. Eerst dacht men dat het voor dit
volk een voordeel had om klein te blijven
vanwege het makkelijker voortbewegen in
het oerwoud en een betere thermoregulatie.
Er zijn echter ook enkele Pygmee volken die
buiten het oerwoud leven of in koele, droge
gebieden leven.
Een andere theorie legt de oorzaak bij andere
omgevingsfactoren. Een optie is dat de bot­
vorming beperkt wordt door de beperkte
UV-straling in het bos of door lage calcium-­
consumptie. Een andere mogelijkheid is een
adaptatiemechanisme tegen schaarste. Door
de kleine statuur is het volk minder vatbaar
voor verhongering en ondervoeding.
Recent onderzoek toont weer een totaal an­
dere oorzaak voor het kleine gestalte van de
Pygmeeën. Uit het onderzoek blijkt dat dit
volk een kortere levensduur heeft in vergelij­
king tot langere Afrikaanse volkeren. Waar­
schijnlijk ligt de oorzaak hiervan bij de tropi­
sche ziekten en schaarse voeding in de leef­
omgeving van de Pygmee. Naast het feit dat
de Pygmeeën een kortere levensduur heb­
ben, blijkt ook dat de groeispurt korter is dan
in langere Afrikaanse volkeren.
Er wordt gesteld dat er gecompenseerd
wordt voor de kortere levensduur door zo
vroeg mogelijk kinderen te krijgen. De puber­
teit eindigt dus eerder dan in andere volken
en hiermee is ook de groeitspurt verkort. Dit
leidt ertoe dat er een lagere lengte wordt
bereikt.
Al met al geven deze verschillende theorieën
een goed beeld over de mogelijke voordelen
van een korte lichaamslengte, maar zijn er
ook voordelen aan een langere lichaamslengte?
Voor nomadenvolkeren als de Masaï in Tan­
zania heeft het zeker zijn voordelen. Door hun
grote lengte hebben ze goed uitzicht over de
savanne. Daarnaast hebben ze goed over­
zicht over hun kuddes. Een van de theorieën
waardoor de Masaï zo lang zijn, beschrijft dat
zij veel calciumhoudende producten consu­
meren. Een ander voordeel van grotere en
langere mensen is dat ze vruchtbaarder zijn
en ze een meer capabele nazaten hebben.
Lengte hangt dus veelal samen met welvaart
en het is afhankelijk van de omgeving of je
beter lang of kort kan zijn. In de verschillende
situaties heeft het ieder zijn voordeel.
Literatuur
1. Migliano, A.B., Vinicius, L., Lahr, M.M. (2007).
Life history trade-offs explain the evolution of
human pygmies.
2. http://www.verreverwanten.nl/afleveringen
3. http://www.worldorder.nl
- pagina 13 -
2011-2012: v.l.n.r.: Amilie Boonstra, Anne de Veer, Henri
Vallen, Myrthe de Vrijer, Margriet de Bont.
2010-2011: v.l.n.r.: Myrthe de Vrijer, Margriet de Bont,
Amilie Boonstra, Suzanne van Cromvoirt, Henri Vallen
V.l.72009-2010 n.r.: Eef Hendriks (Bestuurslid Website en
PR), Saskia van Berkel (Bestuurslid Status Co), Tom
Arends (Voorzitter), Myrte Hulleman (Penningmeester),
Emmi Broenen (Secretaris)
2008-2009 V.l.n.r.: Caroline Kruijdenberg (Secretaris),
Denise Doomernik (Penningmeester), Saskia van Berkel
(Bestuurslid Status Co), Floor de Bont (Bestuurslid Website
en PR) Afwezig: Dirk Ottink (Voorzitter)
2007-2008 V.l.n.r.: Denise Doomernik (Penningmeester),
Dirk Ottink -(Voorzitter), Christine Timmer (Bestuurslid
Status Co), Caroline Kruijdenberg (Secretaris), Floor de
Bont (Bestuurslid Website en PR)
2006-2007 V.l.n.r.: Karlijn Ravenshorst (Penningmeester),
Floortje Vlemmix (Voorzitter), Elke Nuijen (Bestuurslid
Website en PR), Christine Timmer (Bestuurslid Status Co),
Caroline Kruijdenberg (Secretaris)
- pagina 14 -
Beste coassistent,
Een aantal van jullie zullen mij al als voorzitter hebben gezien bij een vaan de Ko-Raad acti­
viteiten, maar toch wil ik beginnen met mezelf voor te stellen. Ik ben Anne de Veer en sinds
december ben ik de nieuwe voorzitter van de Ko-Raad Nijmegen. Als cogroepvertegenwoor­
diger vond ik het altijd al leuk en nuttig om me bezig te houden met klachten of opmerkin­
gen over een coschap of het onderwijs tijdens de voor- en naweken. Daarnaast was de ALV
op de eerste maandag van het blok ook vaste prik. Toen ik hoorde van de vrijkomende
functie als voorzitter van het Ko-Raad bestuur, heb ik dan ook bijna niet getwijfeld! Nou ja,
een beetje twijfel was er wel natuurlijk; bang zijn dat het te veel tijd kost of dat het misschien
toch niets voor mij blijkt te zijn. Maar niets is minder waar, vanaf mijn inwerkperiode zet ik
me met veel plezier in als bestuurslid van de Ko-Raad en het levert me veel op!
Toch was er iets waar ik tegenop zag… een stukje schrijven in de Status Co! Creativiteit is
niet mijn sterkste punt, maar gelukkig heb ik daar ook de andere bestuursleden voor. Het
Ko-Raad bestuur heeft de laatste maanden een hele groei doorgemaakt, we hebben twee
nieuwe bestuursleden, namelijk Sanne van Hoeckel en Marlies van Altvorst. Zij nemen res­
pectievelijk de functies ‘Website en PR’ en ‘Algemeen bestuurslid en Status Co’ over. Huidig
bestuurslid Amilie Boonstra wisselt van functie, ze wordt namelijk de nieuwe Penningmees­
ter en zal zich gaan ontfermen over de cursussen. Daarmee nemen wij afscheid van Margriet
de Bont en Henri Vallen. Ik wil hen bij deze dan ook bedanken voor het al het werk wat zij
hebben geleverd. Van Margriet zullen jullie nog vaker horen, zij is sinds begin 2012 namelijk
de Penningmeester van het Landelijk Overleg Coassistenten, het LOCA. Samen met 5 coas­
sistenten van andere medische faculteiten zet zij zich in voor het belang van coassistenten
op landelijk niveau. Voor meer informatie over het LOCA neem een kijkje op de website www.
loca.nu.
Zoals jullie hierboven hebben kunnen lezen maakt de Ko-Raad een hele groei door. Op de
fotopagina hiernaast staan oudbesturen van de Ko-Raad. Wie weet kom je een van hen nog
wel tegen tijdens je coschappen! Terwijl ik hier met een fleecedeken omgeslagen en een
grote kop thee op de bank zit te bibberen, haal ik al mijn creativiteit naar boven om deze
pagina te vullen. Ja, een fleecedeken en bibberen, omdat mijn huisbaas zo attent is om op
de eerste dag dat het nét niet meer vriest een renovatie aan de radiatoren in mijn studen­
tenhuis te plannen. Dus de CV-ketel is de hele dag uitgeschakeld… En dat nog wel in mijn
vakantie! Toch heeft de koudegolf ook veel leuke dingen met zich meegebracht, dagjes
schaatsen op natuurijs met koek & zopie en het vooruitzicht op een Elfstedentocht. Helaas
was voor dit laatste de ijsaangroei net iets te weinig op sommige plaatsen. Laten we duimen
voor volgend jaar!
Toen ik vernam dat het thema van deze Status Co ‘ groei’ zou worden, dacht ik direct aan
mijn coschap Kindergeneeskunde en alle ‘groeiers’ die lagen opgenomen op de neonatolo­
gie. In januari heb ik 4 weken in het cohuis in Winterswijk vertoefd en meegelopen op de
kinderafdeling van het ziekenhuis aldaar. Alhoewel ik er een beetje tegenop zag, heb ik het
er erg naar mijn zin gehad! Een heel verschil met het grote Radboud hier in Nijmegen was
het wel hoor. Een klein streekziekenhuisje, geen arts-assistenten op de kinderafdeling en een
rustige, prettige werksfeer. Gelukkig voor mij was het in januari een erg drukke periode en
heb ik veel kinderen gezien op de poli, de spoed en de afdeling. Het is even reizen en in een
ander bed slapen, maar het coschap Kindergeneeskunde in Winterswijk is zeker aan te raden!
Zoals jullie op deze pagina kunnen zien hebben we weer een volle agenda voor de komen­
de maanden. Zoals cursussen over promoveren, de intensive care en het antibioticabeleid.
Op 2 maart organiseert de CoStaCie weer een prachtig feest en op 30 maart een heuse
Cantus. Ik kijk er al naar uit!
Tenslotte wil ik Suzanne van Cromvoirt nog bedanken voor al haar energie die ze heeft ge­
stoken in de Ko-Raad en tevens voor de fijne inwerkperiode. Bedankt!
Succes met jullie coschappen!
Anne de Veer
Voorzitter Ko-Raad Nijmegen
Check onze website
www.ko-raad.nl
Bestuur 2011 - 2012
V.l.n.r. Amilie Boonstra, Anne de Veer, Henri Val­
len, Myrthe de Vrijer, Margriet de Bont.
Agenda
Maart
02-03-12 CoStaCie feest
05-03-12 ALV Ko-Raad
13-03-12 Cursus ‘Promoveren’
30-03-12 Cantus
April
02-04-12 ALV Ko-Raad
10-04-12 Cursus ‘Intensive Care’
30-04-12 Breekweek (t/m 4 mei)
Mei
07-05-12 ALV Ko-Raad
10-05-12 Cursus ‘Antibioticabeleid’
23-05-12 Voortgangstoets
Heb je vragen, tips, klachten,
op- of aanmerkingen?
Je kunt ons mailen via [email protected]
En kijk voor meer informatie, het laatste
nieuws, geplande activiteiten, coschap-tips
en nog veel meer op www.ko-raad.nl!
- pagina 15 -
Graft versus Host
Groei is een natuurlijk fenomeen waar wij
in de geneeskunde veel mee te maken
hebben. Jonge mensen groeien, organen
groeien, cellen groeien, en bij al die soor­
ten groei kunnen er problemen ontstaan.
Kinderen kunnen te weinig of juist te veel
groeien, een hart kan door hypertrofie
(groei) een diastolische dysfunctie ontwik­
kelen en cellen kunnen ongecontroleerd
gaan groeien. Al deze bovenstaande voor­
beelden van groei(pathologie) zijn inte­
ressant, maar dit artikel zal aandacht be­
steden aan een heel speciale groeisituatie,
namelijk de recolonisatie van beenmerg in
een patiënt na een allogene stamceltrans­
plantatie.
Door Ivo Verhagen
Stamceltransplantaties
In Nederland worden jaarlijks bijna 600 allo­
gene stamceltransplantaties uitgevoerd om
patiënten met hemato-oncologische aan­
doeningen de kans te geven een nieuw im­
muunsysteem op te bouwen. Allogeen bete­
kent dat de stamcellen die bij de patiënt
worden geïnfundeerd van een donor komen
en niet van de patiënt zelf (autologe trans­
plantatie).
Het feit dat er een donor in het spel is heeft
voor- en nadelen. De belangrijkste daarvan
zijn: bij allogene transplantatie is het recidiefrisico gelijk aan het bevolkingsrisico, terwijl er
bij een autologe transplantatie altijd een
kleine kans bestaat dat er maligne cellen
terug worden geplaatst die een recidief ver­
oorzaken. Voordelen van autologe transplan­
tatie zijn onder andere dat de immuunfunctie
snel terugkeert en dat het immuunsysteem
geen reactie geeft tegen weefsels van de
ontvangers, de zogenaamde graft-versushost disease (GVHD).
Graft-versus-host disease
Na een allogene stamceltransplantatie ont­
staat bij de patiënt vaak een GVHD. Na een
transplantatie met cellen van verwante HLAidentieke donoren is de kans op acute GVHD
19-66% (afhankelijk van een aantal risicofac­
toren) en er is 49% kans op een chronische
GVHD. Bij niet-verwante HLA-identieke dono­
ren ontstaat in 70-90% een acute GVHD en in
- pagina 16 -
64% van de gevallen een chronische GVHD.
De ziekte kan een heel scala van organen
aantasten en de ernst varieert sterk. Al met al
mag gesteld worden dat de GVHD een keer­
zijde is voor de allogene stamceltransplanta­
tie tegenover de autologe waarbij slechts
zelden een GVHD ontstaat. Daarom wordt er
veel onderzoek gedaan naar de preventie en
behandeling van deze aandoening.
Preventie
Om de kans te reduceren dat patiënten GVHD
ontwikkelen zijn tot nu toe al enkele moge­
lijkheden aanwezig. Zo is gebleken dat het
mogelijk is de kans te verkleinen door alle
cellen die CD134 tot expressie brengen te
verwijderen (zogenaamde CD134 depletion).
Daarnaast is het mogelijk gebleken om een
zogenaamde safety switch in te bouwen. Een
safety switch is een gen dat met behulp van
een virale vector wordt ingebouwd in het
DNA van de stamcellen die getransplanteerd
zullen worden. Dit nieuwe gen zorgt ervoor
dat de artsen een aangrijpingspunt hebben
om de cellen te vernietigen wanneer de cellen
anders reageren dan de bedoeling was.
Safety switches
Het idee van deze safety switches bestaat al
enige tijd en er zijn al enkele genen in de ex­
perimentele setting toegepast. Recent werd
er een nieuwe safety switch beschreven in het
New England Journal of Medicine (3 novem­
ber 2011) die zeer veelbelovende resultaten
liet zien. Het gen in kwestie zorgt voor de
expressie van een gemodificeerd caspase 9,
een eiwit dat in het geval van dimerisatie de
mitochondriale apoptose pathway in gang
zet. Het gemodificeerde deel zorgt ervoor dat
een stofje genaamd AP1903 aan het caspase
kan binden, dimerisatie veroorzaakt en zo
apoptose induceert. Hoewel de reeds beken­
de safety switches ook al in staat waren om
cellen te vernietigen is deze manier een stuk
effectiever en veiliger. Het AP1903 is namelijk
een bio-inerte stof (reageert niet met stoffen
die van nature in het lichaam voorkomen) en
vanwege de directe aangrijping op de apop­
tose pathway worden vrijwel alle cellen zeer
snel opgeruimd. Zo snel zelfs dat na 30 minu­
ten 90% van de cellen waren geëlimineerd.
De HSV-TK safety switch die ook veelbelo­
vend was had er ongeveer 7 dagen voor nodig
om dit te bereiken en vereiste daarnaast dat
de patiënt een antiviraal medicijn (ganciclo­
vir) slikt. Er zijn dus hoge verwachtingen voor
deze nieuwe behandeling.
In vivo studie
Het artikel in het NEJM beschreef ook de ex­
perimentele studie die is uitgevoerd bij 5
patiënten die van HLA-identieke donoren een
stamceltransplantatie ondergingen. De cel­
len werden eerst CD134 depleted en daarna
werd het gen (icasp9; inducible caspase 9)
ingebouwd in de cellen. Na de behandeling
werd bepaald bij hoeveel cellen het inbou­
wen gelukt was. Dit gaf resultaten tussen de
90 en 93%. Na de transplantatie ontwikkelden
4 van de 5 patiënten (ondanks de CD134 de­
pletie) een GVHD. Toen deze werd vastge­
steld werd AP1903 toegediend. Dertig minu­
ten na de gift werd bij alle 4 de patiënten
een afname van meer dan 90% gezien van het
aantal cellen met het icasp gen en gedurende
de 24 daarop volgende uren zette de afname
nog door. De cellen waarbij het inbouwen
niet was gelukt werden niet geëlimineerd
door de toediening van het AP1903. Binnen
48 uur verdwenen in alle 4 de patiënten de
symptomen van GVHD. In de follow up van 1
jaar ontwikkelde geen van de 4 een recidief
van de GVHD.
Al met al zijn de resultaten van deze nieuwe
safety switch zeker veelbelovend te noemen.
De auteurs uit de NEJM hopen dat door de
verbeterde veiligheid van de allogene stam­
celtransplantaties het ook mogelijk zal wor­
den om in de kliniek eerder en vaker gebruik
te maken van dit soort stamceltransplanta­
ties. Wat de rol van deze techniek werkelijk zal
worden is natuurlijk nog niet te zeggen. Dat
zal waarschijnlijk afhangen van verder onder­
zoek met grotere groepen patiënten en een
langere follow up.
Literatuur
1. Di Stasi A, Tey SK, et al. Inducible apoptosis
as a safety switch for adoptive cell therapy. N
Engl J Med. 2011 Nov 3;365(18):1673-83.
2. L. Mevius, Ontspoorde T-cellen zijn uit te
schakelen. NTvG 2011;155:C1157. Wat zie jij?
Door: Vicky van Duijnhoven
Een 40-jarige man wordt gezien op de SEH
nadat hij op zijn werk klem heeft gezeten
tussen een ijzeren plaat en de werktafel.
Hierbij heeft hij een snijwond opgelopen
ter hoogte van het PIP-gewricht. Daarna
was de man niet meer in staat om zijn
vinger in normale positie terug te bewe­
gen. Het resultaat is deze foto. Wat zie jij?
Geplaatst met toestemming van de patiënt.
Groei en bloei van de Technische Geneeskunde
Technische ontwikkelingen binnen de ge­
neeskunde gaan razendsnel. Zó snel, dat
de technische complexiteit het kenniska­
der van de klinisch geneeskundige is ont­
groeid. Om de hierdoor ontstane niche in
te vullen heeft de Universiteit Twente in
2003 de studie Technische Geneeskunde
(TG) in het leven geroepen. Over deze
studie zegt de universiteit: ‘TG leidt pro­
fessionals op die in staat zijn om met be­
hulp van complexe technologie vernieu­
wende oplossingen te bedenken en toe te
passen om diagnostische en therapeuti­
sche processen rondom de patiënt te ver­
beteren’. Mooie verwoording, maar even
zo abstract. Martijn van Mourik, vijfde­
jaars student Technische Geneeskunde
loopt momenteel stage op de intensive
care van het UMC St Radboud. Hij licht de
opleiding en het vakgebied Technische
Geneeskunde toe. vakgebieden: “Zou je een lijn trekken tussen
techniek en kliniek, dan zijn werktuigbouw­
kunde en biomedische technologie primair
gericht op de techniek, terwijl de ‘reguliere’
en technische geneeskundige zich direct
bezig houden met patiëntenzorg. Een arts
kan een technisch geneeskundige consulte­
ren met een vraagstelling omtrent een pa­
tiënt. De technisch geneeskundige zal de
patiënt verder analyseren en met behulp van
een scala aan technieken tot een diagnose
en/of therapieplan proberen te komen.” Een
mooi voorbeeld hiervan is het ‘ontwennings­
kernteam’ van het het UMC St Radboud. Dit
team, waar een technisch geneeskundige
deel van uit maakt, brengt patiënten in kaart
die problemen ondervinden bij het ontwen­
nen van beademingsapparatuur. Door ge­
bruikmaking van verschillende technologiën
wordt gepoogd de oorzaak van de proble­
men te achterhalen om hier het beleid op aan
te passen.
venapuncties en catheteriseren. In het twee­
de jaar verspreiden de studenten zich over
het land om viermaal een tienweekse stage in
een ziekenhuis te lopen. Hierbij besteden zij
de helft van de tijd aan een eigen onderzoeks­
project, de andere helft doen zij ervaring op
in de kliniek. Dit gedeelte vertoont veel over­
eenkomsten met de coassistentschappen,
maar Martijn ziet ook verschillen: “Je merkt
dat coassistenten algemener zijn opgeleid en
een homogenere groep vormen. Technisch
geneeskundigen specialiseren zich al in een
vroeger stadium, en bovendien zijn er grote­
re verschillen in interesses en toekomstvisies
onder de studenten. Hierdoor zijn bijvoor­
beeld ook de vragen die zij stellen anders.” De
masterfase wordt afgesloten met een klini­
sche specialisatiestage van een jaar, waarin
de student een technisch geneeskundige
vraag geheel analyseert en oplost.
Door: Sabine Janssen
Brug tussen twee werelden
Zoals de naam al doet vermoeden, staat de
Technische Geneeskunde met één been in de
techniek, met het andere in de geneeskunde.
Door de enorme groei in technische ontwik­
kelingen is er vraag ontstaan naar professio­
nals die kennis hebben van de kliniek, maar
ook weten welke technieken voorhanden zijn
en hoe deze toe te passen. “Er zijn veel tech­
nologieën ontwikkeld die in de kliniek niet
worden toegepast. Door onbekendheid met
de techniek bij artsen, maar ook doordat er
simpelweg geen vraag naar is. Andersom zijn
er vaak juist ook klinische problemen waar­
voor de juiste toepassing van technologie
nog niet gevonden is. Een technisch genees­
kundige kan helpen nieuwe technologieën te
implementeren in de patiëntenzorg en te­
vens de vraag uit de kliniek doorspelen naar
het bedrijfsleven”, aldus Martijn. “Natuurlijk
zijn er ook veel reguliere clinici die zich bezig­
houden met het optimaal gebruiken van
nieuwe technieken. Voor hen zijn dit vaak
nevenprojecten naast hun normale werk­
zaamheden. Wij doen eigenlijk iets soortge­
lijks, maar pakken het structureler aan”.
Positie in het veld
Martijn legt uit hoe Technische Geneeskunde
zich verhoudt ten opzicht van gerelateerde
Onder vuur
Omdat Technische Geneeskunde zo’n jong
vak is, is het ook onderhevig aan kritiek. “In­
novatieve artsen vinden het geweldig wat we
doen, sommige conservatieve artsen vinden
het maar niks. Zij menen dat de opleiding zo
breed is dat je zowel (te) weinig weet van
geneeskunde, als ook van technologie”, aldus
Martijn. Hij merkt wel dat de opleiding meer
bekendheid krijgt en dat duidelijker wordt
wat hun rol in het spel is: “Toen ik net begon
en me voorstelde als student Technische
Geneeskunde kreeg ik nog wel eens de op­
merking: ‘dus jij zorgt voor de knopjes?’ In­
middels is dat niet meer zo, mezelf voorstellen
is vaak voldoende en ze weten steeds beter
wat je aan ons kunt hebben.”
Opleiding
Wat drijft iemand om voor zo’n jonge en rela­
tief onbekende studie te kiezen? Martijn
twijfelde op de middelbare school al tussen
geneeskunde en natuurkunde. “Het techni­
sche aspect van natuurkunde sprak me aan,
maar het menselijk contact van geneeskunde
wilde ik ook niet missen. Op de studiebeurs
kwam ik voor het eerst in aanraking met de
studie Technische Geneeskunde, die mijn
interesses perfect combineerde”. In de drieja­
rige bacheloropleiding worden de systemen
van het menselijk lichaam en de essentie van
ziektepatronen onderwezen, gekoppeld aan
technologiën voor de diagnosestelling en
behandeling van aandoeningen. Hiernaast
krijgen studenten ook communicatietrai­
ning, oefening van het lichamelijk onderzoek
en lopen ze bijvoorbeeld in het eerste jaar een
verpleegstage. In de eveneens driejarige
master kiezen studenten één uit drie specia­
lisatierichtingen. Het eerste masterjaar be­
staat uit masterspecifieke vakken volgen en
oefening van praktische vaardigheden zoals
Toekomst
Eenmaal afgestudeerd, wat dan? “De mees­
ten kiezen voor een promotietraject in het
ziekenhuis, bijvoorbeeld op de afdeling in­
tensive care, radiologie, neurologie, cardiolo­
gie of klinische fysiologie, maar je kunt ook
het bedrijfsleven in. Er zijn genoeg mogelijk­
heden maar je zult ze zelf moeten ontdekken:
het pad is nog niet geëffend.” En wat wil
Martijn zelf? “Ik denk dat ik eerst ervaring wil
opdoen in de kliniek, misschien dat ik daarna
overstap naar het bedrijfsleven.” Mijn vraag
of technisch geneeskundigen ook als arts
kunnen werken, bleek niet zo vreemd als
verwacht. “Momenteel kan dat niet, aange­
zien de volgens de wet BIG geregistreerde ‘­
Technisch Geneeskundige’ slechts negen van
dertien voorbehouden handelingen mag
verrichten. Toch zou het mij niks verbazen als
het in de toekomst mogelijk wordt als tech­
nisch geneeskundige in opleiding te gaan
voor (technisch-geneeskundig) medisch spe­
cialist.”
Kortom: de Technische Geneeskunde is een
jong vakgebied gericht op de integratie van
technologie in de geneeskunde en het oplos­
sen van geneeskundige problemen met be­
hulp van technologie. Vroeg of laat zal iedere
arts in aanraking komen met technisch ge­
neeskundigen. Wil je ze te vriend houden,
onthoud dan goed: ze kunnen meer dan
knopjes bedienen.
- pagina 17 -
Groeipuzzel
Zoek de juiste afbeelding bij het juiste woord
A
B
C
Acromegalie
E
Foetale groei
Adipositas
Hypertrichose
Bacteriële overgroei
Macrodactylie
Bevolkingsgroei
G
Dwerggroei
F
Medisch technische
ontwikkeling
Persoonlijke groei
H
Syndroom van
Marfan
Economische groei
Elefantiase
Tumorgroei
I
K
D
J
L
M
N
Oplossing: zie pagina 20
- pagina 18 -
Anios gezocht
aantrekkelijke functies in STZ Ziekenhuis in de Randstad
Intermediair voor medici
Waarom in zee met ViaMedica?
Samen kiezen we een ANIOS plaats die past bij jouw individuele wensen
Werving en selectie
Een marktconform salaris
Loopbaanbegeleiding tijdens jouw ANIOS periode
Clinical leaders
Het netwerk van ViaMedica verhoogt je kansen op een opleidingsplaats
Intensivistenpool
Anesthesiologenpool
Waar staat ViaMedica voor?
Wij zijn dé partner voor medici die kiezen voor een dynamische carrière die ze zelf kunnen regisseren. Uit ervaring weten we dat
medici beter en met meer plezier presteren, als zij in iedere fase van hun ­loopbaan actief de balans vinden tussen ­professionele
ontwikkeling, werk en privé. Wij combineren uw persoonlijke wensen met de door u ­gewenste carrièrestappen. Daarbij is steeds
Waarneming
ons uitgangspunt `de juiste professional op de juiste plaats´.
ANIOS bemiddeling
Belangstelling gewekt?
IFMS Support
Mail je CV naar [email protected] of bel 035 699 75 75.
Of kijk op onze site www.viamedica.nl. ViaMedica staat garant voor discretie.
Maatschapscoaching
Loopbaanbegeleiding
Consultancy
Werken zonder zorgen!
Weet jij al wat voor arts
je wordt?
Open dagen
Vacatures
Medische bijbaan
Ervaringsverhalen
Meeloopdagen
Klankbord
Traineeship
Loopbaanwijzer
Solliciteren
Kennisbijeenkomsten
BKV helpt je kiezen!
Neem contact op
+31 (0)888 - 22 55 88 of [email protected]
www.vacaturesvoorartsen.nl
- pagina 19 -
Prader-Willi syndroom: Een horizontale groeispurt
“Och, wat ben je toch groot geworden.”
Velen zullen vroeger ongetwijfeld met
deze opmerking geconfronteerd zijn. Wijt
het aan je genenpakket, wijt het aan de
Calvé pindakaas. Feit blijft dat je als kind
als een paddenstoel uit de grond schiet.
Dat verre neven, nichten en oudtantes zich
daar in onveranderde mate over blijven
verbazen neem je op die leeftijd maar voor
lief. Het is immers van tijdelijke aard.
ghreline gevonden, dat verantwoordelijk is
voor het opwekken van de eetlust. En hoe!
PWS patiëntjes eten letterlijk alles wat los en
vast zit. Zelfs stukken zeep, krijtjes en afval
kunnen op het menu staan, wanneer de
koelkast niet bereikbaar is.
Door: Bas Oude Ophuis
Steeds vaker is er tijdens de kinderjaren naast
verticale groei echter ook sprake van een
horizontaal groeiproces. Wie kent ze niet, de
Eric Cartmannetjes die in de rij voor de Aldi
kassa moederlief de oren van het hoofd zeu­
ren, waarna moeder uit angst voor een woe­
de-uitbarsting van haar verwende kroost een
greep doet uit het snoepassortiment. Het
belang van opvoeding en discipline vloeit
hieruit voort. Maar wat nu als ouders hun kind
de meest Spartaans mogelijke opvoeding
meegeven, maar desalniettemin dijt hun na­
geslacht aan alle kanten uit. Sterker nog, het
zijn levende happy meals. Dan zou er wel eens
sprake kunnen zijn van een zeldzame (preva­
lentie ongeveer 1:10.000), maar ernstige
aandoening:het Prader-Willi syndroom (PWS).
PWS is de meest voorkomende erfelijke vorm
van obesitas, waarbij de paternale genen op
een deel van chromosoom 15 niet tot expres­
sie komen ten gevolge van een deletie. Er kan
ook sprake zijn van maternale disomie. In de
meeste gevallen heeft het een sporadische
oorzaak. Een dergelijke variëteit resulteert in
een hypothalame en hypofysaire ontrege­
ling, waardoor er onder meer een tekort aan
groeihormoon (GH) ontstaat. Hierdoor blijft
de groei van kinderen achter en vindt de
groeispurt gedurende de puberteit niet
plaats of deze treedt verlaat op. De gemiddel­
de eindlengte ligt bij mannen en vrouwen
respectievelijk rond de 155 en 149 cm. Door
de ontregeling van de hypothalamus functi­
oneert bovendien het verzadigingscentrum
minder goed en daarnaast worden er ver­
hoogde concentraties van het hormoon
- pagina 20 -
Naast de korte lichaamslengte, obesitas en
hyperfagie (vraatzucht) zijn de klassieke ver­
schijnselen van PWS mentale retardatie en
hypogonadisme, vaak met infertiliteit tot
gevolg. Kinderen hebben meestal een rustig
karakter, maar plotselinge woede-uitbarstin­
gen in het kader van een antisociale persoon­
lijkheidsstoornis komen veelvuldig voor.
Ondanks dat vroege symptomen (met name
hypotonie, hypogonadisme en faciale dys­
morfie met onder andere een smal promine­
rend voorhoofd en dunne bovenlip) al bij
zuigelingen aanwezig zijn wordt de diagnose
veelal pas rond het vijfde of zesde levensjaar
gesteld. Complicaties die bij PWS voorkomen
zijn het slaapapneusyndroom, diabetes mel­
litus type 2, bijnierschorsinsufficiëntie, (lucht­
weg)infecties, hypothyreoïdie, scoliose, oste­
oporose en epilepsie. De hoeksteen van de
behandeling is strikte controle van de voed­
selinname, al dan niet middels opname in een
bepaalde instelling. Wanneer er bovendien
bewijs is voor het achterblijven van de groei
is bij bijna alle patiënten GH-therapie geïndi­
ceerd. Dit resulteert uiteindelijk in verbete­
ring van de lichaamssamenstelling, vetver­
mindering, spierversterking, verbeterde cog­
nitieve vaardigheden en motorische presta­
ties. Desondanks normaliseren deze parame­
ters nooit volledig. Daarnaast versterkt het de
ademhalingsspieren en resulteert het in een
normale insuline sensitiviteit, waardoor res­
pectievelijk het risico op het slaapapneusyn­
droom en diabetes mellitus type 2 sterk ver­
mindert. Er zijn echter ook contra-indicaties
voor GH-therapie, zoals morbide obesitas,
diabetes mellitus type 2, respiratoire aandoe­
ningen en een ernstig slaapapneusyndroom.
Enkele patiënten zijn tijdens een dergelijke
therapie komen te overlijden. Eenieder van
hen had een of meer van de bovengenoemde
contra-indicaties. Desalniettemin is GH-the­
rapie een belangrijke interventie in de behan­
deling van PWS. Een zeldzame aandoening of
niet, het bewijst hoe essentieel het onder­
werp groei is. Een kink in die groeikabel leidt
tot vreemde resultaten.
Literatuur
1. UpToDate: Clinical features, diagnosis and
treatment of Prader-Willi Syndrome
2. Cassidy SB et al. (2012) Genet Med,14; pp.
10-26
3. Schüle B, Albalwi M, et al. Molecular break­
point cloning and gene expression studies of
a novel translocation t(4;15)(q27;q11.2) asso­
ciated with Prader-Willi syndrome. BMC Me­
dical Genetics
Oplossing - Wat zie jij?
Er is een boutonniere stand van de vinger
te zien. Dit houdt in dat het PIP gewricht in
flexie staat en hyperextensie van het DIP
gewricht. Dit is veroorzaakt door peeslet­
sel ter plaatse van de snijwond ter hoogte
van het PIP gewricht. Hierbij is de exten­
sorpees ter hoogte van het PIP gewricht
beschadigd. Hierdoor gaat alle kracht naar
de intacte extensorpees welke doorloopt
naar het DIP gewricht. Hierdoor komt deze
in hyperextensie terwijl het PIP gewricht
niet meer in staat is tot extensie en de
flexiepees de overhand heeft.
Als behandeling kan zowel een spalk voor
6 weken gedragen worden waarbij het PIP
gewricht in extensie wordt gebracht zodat
de pees aan elkaar kan groeien of kan
chirurgisch ingegrepen worden. Bij deze
patiënt werd voor een operatie gekozen.
Oplossing - Groeipuzzel
A. Bacteriële overgroei
B. Acromegalie
C. Dwerggroei
D. Adipositas
E. Elefantiase
F. Tumorgroei
G. Bevolkingsgroei
H. Foetale groei
I. Economische groei
J. Hypertrichose
K. Macrodactylie
L. Syndroom van Marfan
M.Medisch technische ontwikkeling
N. Persoonlijke groei
Recensie: Green Lantern
Miljarden jaren geleden kreeg een onster­
felijk ras de grootst mogelijke krachtbron
in handen: wilskracht. Dit ras werd de be­
schermer van het universum en zij gaven
elke sector van het universum een ring van
wilskracht. Elke ring kiest een leider die
onbevreesd moet zijn. Samen vormen de
leiders de intergalactische ordehandha­
ving a.k.a. ‘the green lantern corps’. Zij
hebben de kracht om door middel van
wilskracht met hun gedachten uit het niets
dingen kunnen laten groeien. Echter komt
er een dreiging: Parallax, de door de gele
kracht van angst gedreven vijand, komt
vrij en is in staat het universum te vernie­
tigen.
aard wel een van de vele superhelden-clichés
die in deze, op het stripboek gebaseerde film,
voorkomen. Natuurlijk is er dan ook een
meisje in het spel, Carol Ferris (Blake Lively).
Zij kent Hal al van kinds af aan en is bij de
luchtmacht zijn wingman. Ze staat in de film
Door: Angelique Slot
Het verhaal begint bij Hal Jordan (Ryan Rey­
nolds), ook wel Eyeball. Hij zit bij de lucht­
macht en is testpiloot en wordt de eerste
menselijke green lantern. In het begin van de
film is hij nog onverantwoord en loopt hij uit
angst vaak weg uit lastige situaties. In de film
komt het goed naar voren hoe de acteur
groeit naar een moedig personage die verant­
woordelijkheid durft te nemen. Dit is uiter­
niet sterk op de voorgrond, maar ze spreekt
Hal wel moed in, zodat hij de green lantern
wordt zoals hij zou moeten zijn.
De derde belangrijke personage is Dr. Hector
Hammond (Peter Sarsgaard), een man die
onzeker is over zichzelf en voelt alsof hij ge­
faald heeft. Hij ontwikkelt zich tot een ware
slechterik, maar heeft veel karaktereigen­
schappen die overeen komen met onze su­
perheld. Ze zijn overeenkomende persona­
ges, maar Hal kiest voor de goede kant terwijl
Hector juist voor de slechte kant kiest. Ook
weer iets wat in de meeste superheldenfilms
voorkomt.
Ondanks alle clichés en de voorspelbaarheid
van het verhaal, is het een prima film om een
avondje mee door te brengen. De film zit vi­
sueel sterk in elkaar en je kan zien dat er veel
moeite in is gestoken om de scènes er mooi
uit te laten zien. Daarnaast is het zeer mooi
gedaan dat de minder relevant lijkende stuk­
jes aan het begin van de film op het eind weer
terug komen en de film tot het passende eind
brengen. Wacht aan het eind van de film wel
nog even op de toegift, want die beloofd een
mooi sequel!
Column: Groei???
In het kader van het thema groei, gingen mijn gedachten al snel richting een thema als ‘persoonlijke groei’ van de coassistent. Ik vrees
echter dat het me niet gaat lukken daar een hele (of halve) pagina mee te vullen. Niet omdat ik wil beweren dat ik geen persoonlijke groei
heb doorgemaakt als co, maar vooral omdat ik jeuk krijg van de gedachte jullie in je vrije tijd lastig te vallen met een onsympathiek verhaal
over hoe je verandert, hoe je sterker in je schoenen komt te staan en hoe je naar je rol als arts toegroeit. Sorry, dit is niet aan mij besteedt!
Ik blijf liever zuur en bewaar dit soort dingen gewoon voor de intervisiebijeenkomst.
Veel interessanter vind ik de geruchten over lichaamsdelen die altijd blijven groeien, zoals bijvoorbeeld je oren en je neus. Met name dat
laatste steekt me. Persoonlijk vind ik neuzen (ook die van mezelf) niet het mooiste lichaamsdeel en de gedachte dat deze alleen nog maar
groter wordt baart me ernstige zorgen. Mijn zus wist onlangs deze angst te versterken door te vertellen dat zij, met het verstrijken van de
jaren, steeds vaker ervaart dat haar neus klem komt te zitten als ze uit een smal glas drinkt. Niet echt een gunstig vooruitzicht dus. Of de
‘grote boosdoener’ nou daadwerkelijk een familiaire grote neus is of meer een familiaire neuzenobsessie blijft natuurlijk de vraag, maar
vooralsnog helpt dit niet echt mee. Mijn angst voor neushypertrofie wordt ook nog eens versterkt door de media. Al vanaf kinderleeftijd
wordt ingepeperd dat het hebben van een grote neus gekoppeld is aan slechte
karaktereigenschappen. Denk maar aan een liegende Pinokkio en boze heksen
die steevast worden afgebeeld met grote kromme neuzen, bij voorkeur met
harige wratten erop.
Op Pubmed en UptoDate is weinig te vinden over het fenomeen van de almaar
groter wordende neus, hooguit wat ingewikkeld geneuzel over het gebruik van
chondrocyten uit neus en oren voor kraakbeen tissue engineering, niet echt the
issue at stake here dus. Via Google (uiteraard) stuitte gelukkig ik wel op het ver­
lossende antwoord op mijn prangende vraag. Er wordt gesuggereerd dat de
hoeveelheid kraakbeen in de neus niet toeneemt met de leeftijd, maar zelfs af­
neemt en wordt vervangen door bindweefsel. Dat oudjes toch vaak een enorme
fok hebben kan verklaard worden door het feit dat de huid aan vocht en elasti­
citeit verliest. Goed nieuws dus voor mij en mijn familie. Onze neuzen worden
helemaal niet groter! Ze worden alleen prominenter en gaan hangen, wat een
opluchting! Nu maar hopen dat tegen de tijd dat de zwaartekracht ook mijn neus
gaat treffen, ik door mijn coschappen dusdanig veel persoonlijke groei heb
doorgemaakt dat ik over mijn neusobsessie heen ben gegroeid.
Nicole Huijbregts
- pagina 21 -
HAAR!
De één is trots op zijn volle bos, de ander
is het liever kwijt dan rijk. En dan is er nog
de groep die het veel te snel of te vroeg
verliest: haar. In onderstaand artikel be­
spreek ik de verschillende eigenschappen
van haar, met de daarbij behorende feiten
en fabels.
Door: Mijke Pelkman
Functioneel HAAR
Haar kent een tal van functies: isolatie tegen
lage temperaturen, en bij sommige soorten,
tegen warmte. Het overgrote deel van het
haar van mensen heeft eigenlijk niet echt een
duidelijke functie, het is voornamelijk esthe­
tisch.
Groeiend HAAR
Onder de haarcyclus verstaat men het proces
van de productie, groei en uitval van het haar.
Deze cyclus bestaat uit drie fasen:
1. Anagene fase: In deze fase groeit er een
nieuwe haarwortel, waarmee de productie
van een nieuwe haar is begonnen. De anage­
ne fase, ook wel groeifase genoemd, duurt
twee tot zes jaar en hangt af van genetisch
bepaalde factoren. Ongeveer 85 tot 90 pro­
cent van de haren bevindt zich in de anagene
fase, wat (logischerwijze) betekent dat er al­
tijd haar op het lichaam aanwezig is.
2. Catagene fase: In deze twee tot drie weken
durende overgangsfase neemt de groei van
het haar af en bereidt het zich voor om uit te
vallen. Ongeveer één tot drie procent van alle
haren bevindt zich in deze fase.
3. Telogene fase: In de telogene fase of rust­
fase vindt nauwelijks activiteit plaats en komt
het haar zodanig los te zitten dat het uit kan
vallen. Na de uitval kunnen nog tien tot twaalf
haren uit dezelfde wortel groeien. Ongeveer
13 procent van de haren bevindt zich in deze
rustfase.
Soorten HAAR
Men onderscheidt drie soorten haar:
1. Vellushaar: een dun, niet-gepigmenteerd
soort haar dat op bijna alle plaatsen van het
lichaam groeit. In de puberteit verandert het
vellushaar op sommige plaatsen in het beter
zichtbare terminaal haar.
2. Terminaal haar: in tegenstelling tot vellus­
haar wel gepigmenteerd en is daarnaast ste­
viger, dikker en dus beter zichtbaar. Vanaf de
puberteit begint de ontwikkeling van termi­
naal haar op het menselijk lichaam. Mannen
hebben meer van dit soort haar dan vrouwen.
3. Lanugo: net als vellushaar dun en niet-ge-
- pagina 22 -
HAARfeiten
- Mannen hebben gemiddeld meer haar dan vrouwen
- De trekkracht van 1 cm2 vrouwenhaar is circa 1600 kilo,
terwijl dit bij mannenhaar 'slechts' 720 kilo zou zijn.
- De dikte van een mensenhaar is ongeveer 50 μm (=0,05 mm).
- Gezonde haren hebben een levensduur van twee tot zeven jaar.
- “smoothie” een term is voor het ontharen van het hele lichaam
- 13 procent van de Schotse bevolking heeft rood haar.
pigmenteerd. Het bedekt de huid van foetus­
sen. Rond de geboorte verandert het haar in
vellushaar.
SchaamHAAR
Ook wel pubarche genoemd. De gemiddelde
leeftijd waarop dit begint te groeien is bij
meisjes 11/12 jaar, bij jongens 13/14 jaar. De
hypothese gaat dat schaamhaar evolutionair
ontstaan is om onze voorouders te bescher­
men tegen de kou, maar waarom is het in de
loop van de eeuwen dan niet verdwenen?
Daar zijn twee ideeën over, namelijk dat het
hebben van schaamhaar ansich een aanwij­
zing is van seksuele rijpheid. Verder zou
schaamhaar samenhangen met geur, wat een
belangrijke rol speelt bij de seksuele aantrek­
king tussen mensen. De haren onder de ok­
sels, tussen de billen en rond de geslachtsor­
ganen kunnen geuren vasthouden en ver­
spreiden, die andere mensen volledig onbe­
wust via hun vomeronasaal reukorgaan zul­
len waarnemen.
Wanneer je op zoek gaat naar informatie over
het scheren van schaamhaar kom je bijzonde­
re dingen tegen. Het idee gaat de ronde dat
het verwijderen van je genitaal haar invloed
heeft op de sexuele beleving en overgave. De
Grieken en Romeinen in de oudheid zagen
het verwijderen van schaamhaar als een
teken van reinheid, schoonheid en vitaliteit.
In Korea wordt daarentegen weelderig
schaamhaar als aantrekkelijk beschouwd. Zij
het niet dat het Aziatische ras vaak dun haar
heeft, met als gevolg dat schaamhaarpruikjes
daar erg in trek zijn. In verschillende islamiti­
sche culturen scheren zowel mannen als
vrouwen het schaamhaar om redenen van
religie.
Teveel HAAR
Eén van de meest gevreesde cosmetische
problemen onder de dames: hirsutisme. Het
is een vorm van overbeharing bij vrouwen,
waarbij het beharingspatroon typisch man­
nelijk is. Terminaal haar groei in de snor- en
baardstreek, op de borst, de buik en boven­
benen.
Het is meestal erfelijk bepaald (door een te
hoge gevoeligheid van de haarzakjes voor
het hormoon dihydrotestosteron) maar er
kan ook een androgene oorzaak aan ten ­
grondslag liggen (bijvoorbeeld PCOS).
Er bestaat geen absolute grens tussen nor- male beharing en overbeharing. Of er sprake
is van overbeharing is dus ook vaak een per­
soonlijke opvatting.
Te weinig HAAR
En dan de schrik van de jonge mannen onder
ons; kaal worden, ook wel alopecia. Er zijn
verscheidene vormen van alopecia:
1. Alopecia androgenetica: dit is de meest
voorkomende vorm bij mannen. Androgenen
spelen een rol bij deze kaalheid, en de vuist­
regel geldt: hoe jonger het haarverlies op­
treedt, hoe groter de kans op volledige kaal­
heid. Deze vorm van haarverlies komt ook bij
vrouwen voor, al is het haarverlies dan voor­
namelijk boven op het hoofd en wordt het
haar vooral dunner.
2. Alopecia diffusa: het haarverlies vindt hier­
bij meestal over de hele hoofdhuid plaats en
niet op één enkele plek. Over het algemeen is
het tijdelijk, maar een precieze prognose kan
nooit gegeven worden. Het kent tal van oor­
zaken, van een overdosering vitamine A tot
het gebruik van cystostatica. Ook hypothyre­
oïdie en onvoldoende werking van de hypo­
fyse behoren tot deze groep.
3. Alopecia areata: hierbij wordt een persoon
vrij plotseling gedeeltelijk kaal. Deze aandoe­
ning kan op elke leeftijd optreden, bij zowel
mannen als vrouwen. De oorzaak van alope­
cia areata is niet bekend. Wel is er een statis­
tische relatie gevonden met het atopisch
syndroom, psoriasis, stoornissen in het endo­
crien systeem en met auto-immuunziekten.
Het kan ook tot uiting komen na een ingrij­
pende emotionele gebeurtenis of na een
periode van verhoogde stress.
Genoeg HAAR
Tot zo ver een korte opfriscursus over haar. En
kijk eens een keer goed om je heen, één op
de 1000 mensen lijdt namelijk aan alopecia,
waarbij de eerste verschijnselen al vóór het
30e levensjaar zijn te zien….
Literatuur
www. uptodate.com
www. huidarts.nl
Abstract
In deze Status Co een interview met Sami­
ra Achouitar. Zij heeft onderzoek gedaan
naar kinderen met congenital disorders of
glycosylation (CDG), met als resultaat een
artikel op haar naam waarvan hieronder
het abstract. Omdat we nieuwsgierig wer­
den, hebben we Samira nog een aantal
vragen gesteld.
Door: Ivo Verhagen
Waar heb je je onderzoek uitgevoerd?
"Mijn onderzoek heb ik gedaan in het Rad­
boud ziekenhuis, bij de werkgroep metabole
ziekten van de afdeling kindergeneeskunde.
Ik ben er tijdens mijn bachelor aan begonnen
en dr. Morava heeft mij begeleid."
Het was dus geen wetenschappelijke
stage?
"Nee klopt, ik heb het als 'extraatje' gedaan."
geen symptomen passend bij CDG miste.
Vervolgens moesten we het meetinstrument
gaan toepassen in de praktijk om de validiteit
ervan te toetsen. Vier onafhankelijke onder­
zoekers (waaronder ook ik) onderzochten en
scoorden in totaal twaalf CDG-patienten. Al
deze resultaten zijn statisch geanalyseerd op
onder andere variabiliteit. De analyse beves­
tigde dat de opzet en resultaten van het on­
derzoek goed waren."
Waar hield jij je vooral mee bezig binnen dit
onderzoek?
"Ik ben eigenlijk bij het hele 'proces' betrok­
ken geweest, dus van literatuurstudie, naar
opstellen van vragenlijsten, toepassen in de
praktijk, resultaten verzamelen en tenslotte
het schrijven van een artikel. Dit allemaal met
hulp van dr. Morava en collega's.
Het artikel is gepubliceerd in de 'journal of
inherited metabolic diseases'. En als kers op
de taart mocht ik ook het onderzoek presen­
teren op een internationaal congres: 'Conge­
nital disorders of glycosylation and related
disorders' dat gehouden werd in Leuven. Dit
was natuurlijk supervet!"
Heeft het onderzoek nog consequenties
voor de klinische praktijk?
"CDG is een systeemziekte die erg variabel is
in ernst. Tot op heden is het natuurlijk beloop
nog niet goed in kaart gebracht. Met ons
meetinstrument willen we de kindjes vervol­
gen om hier meer inzicht in te krijgen. Dus wij
adviseren alle kinderartsen die CDG patien­
ten behandelen om de NPCRS te gebruiken.
Het is makkelijk te gebruiken, kost weinig tijd
en het geeft je veel informatie."
Hoe ben je bij dit onderzoek terecht
gekomen?
"Lang geleden ben ik naar een meeting "kin­
dergeneeskunde" geweest, georganiseerd
door stichting Hippocrates. Daar hoorde ik
over het project "excellent student traject
" binnen de kindergeneeskunde. Hierbij wor­
den studenten gekoppeld aan een mentor
die de student begeleidt bij een onderzoek.
Ik heb toen gesolliciteerd en na aangenomen
te zijn kon ik direct beginnen."
Wat heb je precies onderzocht?
"Ik heb gewerkt aan de ontwikkeling van The
Nijmegen Paediatric CDG Rating Scale (NP­
CRS). Dit is een meetinstrument waarmee je
aan de hand van een vragenlijst kunt scoren
hoe ernstig een kindje met CDG is aangedaan.
Voor het opstellen van de vragenlijst moest
ik de literatuur induiken ter controle van de
volledigheid. Ook om ervoor te zorgen dat ik
Bron: Radbode 4, 2010. Geplaatst met toestemming van de fotograaf.
Nijmegen paediatric CDG rating scale: a novel tool to assess disease progression
Achouitar S, Mohamed M, Gardeitchik T, Wortmann SB, Sykut-Cegielska J, Ensenauer R, de Baulny HO, Õunap K, Martinelli D, de Vries M, McFarland
R, Kouwenberg D, Theodore M, Wijburg F, Grünewald S, Jaeken J, Wevers RA, Nijtmans L, Elson J, Morava E.
Institute for Genetic and Metabolic Disease, Radboud University Nijmegen Medical Centre, Nijmegen, The Netherlands.
Congenital disorders of glycosylation (CDG) are a group of clinically heterogeneous inborn errors of metabolism. At present, treatment is
available for only one CDG, but potential treatments for the other CDG are on the horizon. It will be vitally important in clinical trials of such
agents to have a clear understanding of both the natural history of CDG and the corresponding burden of disability suffered by patients.
To date, no multicentre studies have attempted to document the natural history of CDG. This is in part due to the lack of a reliable assessment
tool to score CDG's diverse clinical spectrum. Based on our earlier experience evaluating disease progression in disorders of oxidative
phosphorylation, we developed a practical and semi-quantitative rating scale for children with CDG. The Nijmegen Paediatric CDG Rating
Scale (NPCRS) has been validated in 12 children, offering a tool to objectively monitor disease progression. We undertook a successful trial
of the NPCRS with a collaboration of nine experienced physicians, using video records of physical and neurological examination of patients.
The use of NPCRS can facilitate both longitudinal and natural history studies that will be essential for future interventions.
J Inherit Metab Dis. 2011 Aug;34(4):923-7. Epub 2011 May 4.
- pagina 23 -
Diagnostiek van alledaagse dingen: babyvoeding
‘Lekkere bolle toet heeft ‘ie!’, ‘Wat is ie flink
gegroeid!’, ‘Stevig menneke is ’t toch, hè?
’ , eigenlijk grove beledigingen, maar ou­
ders van jonge kinderen horen het maar
wat graag. Vooral in de eerste paar levens­
jaren is ‘groeien’ zo ongeveer prioriteit
nummer één. Groeien in lengte (en breed­
te), maar ook in de smaak ontwikkeling.
Ouders met weinig tijd voor huisvlijt kun­
nen kiezen uit een groot assortiment kanten-klare babyvoedingen, maar hoe ge­
schikt zijn deze prakjes om kinderen mee
op te laten groeien? De Status Co redactie
stelde de zintuigen op scherp en onder­
wierp enkele babyvoedingen aan een test.
Door: Sabine Janssen
Olvarit groene groenten met aardappel en
rundvlees, 6-7mndn, €0.99
Inspectie/ ‘Ranzige, (snert)groene smurry’,
was de unanieme mening van de testperso­
nen.
Geur/ Een enkeling rook boontjes uit blik, een
ander herkende erwtjes of zelfs ingeblikte
tonijn. De rest van het testpanel hield het bij
beschrijvingen als ‘raar luchtje’, ‘weeïg’ en ‘­
muffe oude groenten’.
Palpatie/ Wederom een eenstemmig ant­
woord: ‘gladde, homogene structuur, smeuïg’.
Smaak/ De smaak leek mee te vallen ten op­
zichte van geur en uiterlijk. In de verte werden
nog vleugjes erwten, boontjes, wortel en
knolselderij herkend.
Diagnose/ aardappel met groene groenten
DD: aardappel, broccoli, sperziebonen, dop­
erwten, wortel, knolselderij, boerenkool, spi­
nazie, andijvie en gehakt.
Conclusie/ ‘Oer-hollands zonder grootmoe­
ders recept’.
Eindcijfer/ 5.3 (range: 3-7)
Beleid/ Eén testlid vindt dit product geschikt
voor kinderen, vier testleden zijn pertinent
tégen en drie testleden zien dit product enkel
als alternatief bij ernstige tijdnood.
- pagina 24 -
pel, perzik en fruit NOS.
Conclusie/ Ondanks de chemische smaak
best lekker, wel jammer van de klontjes.
Eindcijfer/ 6.5 (range: 6-7.5 )
Beleid/ Eén panellid is vóór deze voeding,
twee leden enkel wanneer de melktanden
nog niet door zijn, drie leden twijfelen en één
panellid is pertinent tégen.
AH groenten, aardappels en rundvlees,
6-7mndn, €0.89
Inspectie/ Aan de ene kant van het spectrum
‘groen en brokkelig’, aan de andere kant ‘­
groene vomitus’ en ‘groen-gele klei’, de ove­
rige meningen hier tussen in.
Geur/ Eenstemmig: ‘weeïge, onaangename
conservenlucht’. Een enkeling rook erwten(­
soep).
Palpatie/ ‘Papperig’, ‘glad’, ‘zacht’ en ‘s­
meuïg, in de negatieve zin van het woord’.
Smaak/ Enkelen classificeerden dit als ‘sma­
keloos’, de meesten als ‘niet-lekker’ of ‘onde­
finieerbaar’. Een enkeling proefde (kikker)­
erwten.
Diagnose/ erwten
DD: erwten, bonen, aardappel, wortel, kikker­
erwten
Conclusie/ Vies maar voedzaam.
Eindcijfer/ 4.5 (range: 4-5)
Beleid/ Vier panelleden vinden dit product
ongeschikt voor kinderen (en zichzelf), vier
panelleden overwegen deze voeding enkel
bij dreigende ondervoeding of als voorberei­
ding op een studentenleven met conserven­
groenten.
Olvarit Fruityoghurt banaan en druif,
8mndn, €0.99
Inspectie/ Unaniem ‘geel’. Enige twijfel of het
meer op vla, custard of appelmoes lijkt.
Geur/ ‘Zoetig’, ‘artificieel’ en een ‘vleugje
fruitig, mogelijk appel, aardbei, perzik en/of
banaan’.
Palpatie/ Als uit één mond: ‘glad!’, nader
gespecificeerd als ‘slijmerig’ en ‘drillerig’.
Smaak/ ‘Zoet’ en ‘fruit’ voeren de boventoon,
maar de hele fruitafdeling passeert de revue.
Diagnose/ appel en banaan
DD: appel, banaan, aardbei en sinaasappel
Conclusie/ Kunstmatig fruitig
Eindcijfer/ 6 (range: 5-7)
Beleid/ Zes panelleden zouden dit fruitpapje
met een gerust hart geven, één ‘als ’t moet’
en één panellid stemt voor een enkeltje prul­
lenbak.
Conclusie: een eigen blender is een musthave als je kleine kinderen hebt. In uiterste
nood vormen kant-en-klare fruithapjes een
alternatief, maar de aardappel-groente-­
vlees-combinatie scoort in onze test onvol­
doende om kinderen mee op te laten groeien.
AH puur&eerlijk biologisch fruithapje
yoghurt/banaan, 8mndn, €0.89
Inspectie/ Volgens zes panelleden ‘gelig met
stukjes’, één persoon herkende ‘whiskeysaus
met klontjes’ en één persoon ‘flink beschim­
melde aardappelpuree, na goed doorroeren’
(dus...).
Geur/ Er barst een discussie los of dit nu zoet
of zuur ruikt. Eindconclusie: ‘zoet-zure kunst­
matige bananenlucht’.
Palpatie/ ‘Zacht’, ‘slijmerig’, ‘melig’ en ‘iew,
klontjes!’ voeren de boventoon.
Smaak/ ‘Appel!’, door enkelen aangevuld
met banaan, aardbei, peer en sinaasappel.
Diagnose/ Appel-bananen prakje
DD: appel, banaan, aardbei, peer, sinaasap­
Groeten uit... Kenia
…Dit is het meest bizarre land wat ik tot
nog toe heb gezien. Zodra je bij mijn ac­
commodatie even buiten Mombasa de
zwaar beveiligde poort uit gaat, kom je
direct in de banlieu’s terecht. Echt 30 cen­
timeter vanaf ons hek begint de sloppen­
wijk. En de mensen die daar wonen hebben
geen idee wat er achter de poort zit waar
wij uit komen.
Door: S.T.P. Kouwenhoven
Na 10 minuten met de matatu (een soort
omgebouwd busje ‘des doods’) met 80 km/h
over een hobbelige weg scheur je langs een
luxe supermarkt waar blanken en onderne­
mende Afrikanen hun boodschappen doen.
Terwijl de mensen een paar kilometer verder­
op in de bosjes wonen en soep maken van
verschillende grassen, uitgekauwde maïspap
en soms kip. Of aap, hoewel dat eigenlijk bij
wet niet mag. Dan heb je behalve de armen
en de rijken ook nog de traditionele stammen,
zoals de Masaï, welke een hoge ‘cool’-factor
hebben. Zij zijn behalve gerespecteerde krij­
gers ook oude schnabbelaars en bovendien
geliefd bij Britse post-menopauzale vrouwen.
Blanken, zoals ik, zijn Mzungu’s. Mzungu’s
poepen in de ogen van de meeste Kenianen
geld, en dat moeten ze dus delen. De kans om
afgezet te worden en vrienden te maken met
een dubbele agenda is groot. Daarom droeg
ik altijd ranzige oude kleren en nooit iets bij
me, behalve wat losgeld in de zak. Leer tevo­
ren een beetje de taal; dat is leuk en super­
handig om niet afgezet te worden door
straatverkopers. Het kost niet zo gek veel tijd
om je aan te passen aan de sfeer, tempera­
tuur, manier van continue scherp zijn. Aan de
andere kant is het ook een open en relaxed
land. De mensen zijn vrolijk en meestal harte­
lijk. Via kennissen, die een weeshuis voor
kinderen met aids runden heb ik een stage
geregeld in het grootste overheidziekenhuis
van Het Zuidoosten van Kenia. Om een breed
beeld van de gezondheidszorg te krijgen heb
ik ook in een privé ziekenhuis voor welvaren­
de mensen rond gekeken en in een klein
veldkliniekje in de Rimboe. In het Coast Gene­
ral Hospital was de zorg een factor 1000
slechter dan in Nederland en een factor 100
dan in het Pandya Private Hospital in dezelfde
stad. Er is geen stromend water, er liggen
mensen met open wonden, uitwendige fixa­
teuren en HIV al over the place in de gangen,
op zalen, op de balustrade en op geen 20
meter afstand ligt een enorme vuilnisbelt,
waar bovenop de aaseters lijken te wachten
tot er iemand dood gaat. Iedere ochtend visi­
te lopen met de internist en de chirurg en een
groepje assistenten, veelal Pakistanen of In­
diërs strijdend om de beste cijfers. Het beeld
van doodzieke mensen en ook kinderen
onder de brandwonden staat nog op mijn
netvlies gebrand. Baby’s die uitgemergeld of
opgedroogd doodgaan aan de Malaria. De
familie en vrienden van patiënten waren
verantwoordelijk voor de voeding van de
patiënten, dus sommige mensen moesten
dagelijks kilometers heen en weer om hun
zieke familielid te verzorgen.
de richting van een appendectomie zette.
Infusen leren prikken als een pro op de uitge­
droogde bruine huiden.
Een van de meest leerzame zaken was mis­
schien nog wel om tijdens een stage in een
out post kliniek zelf patiënt te zijn: Malaria.
Gedurende de maanden in Kenia was ik in­
middels 1000 keer gestoken. Van Lariam ga je
spoken zien en tegen Malarone is veel resis­
tentie. Ik zag de enge paarse bolletjes in mijn
eigen ‘dikke druppel’. Gelukkig ben ik voor
2,50€ uitstekend behandeld.
Omdat het percentage HIV aan de kust rond
de 20% ligt, mede door de prostitutie, heb ik
daarna om bij te komen een week HIV patiën­
ten bezocht om medicatie te delen en voor­
lichting te geven.
Er bestaat in Kenia bij een groot deel van de
Op de eerste hulp en ook in de nachtdiensten
is altijd iets te beleven. In de rij voor de SEH
staan altijd een miljoen mensen en de rij
houdt nooit op. Als mensen heel lang moeten
wachten dan gaan ze naar huis en komen de
dag erna terug. Er worden wel doodzieken
meteen toegelaten, dus er is een vorm van
triage.
Er zijn veel ongevallen, door een nooit ophou­
dende stroom busjes die met 1000km/h over
zandweggetjes rijden en mensen aanrijden of
elkaar. Machetes in hoofden, doodgeschoten
patiënten, you name it.
Alcohol is er ook veelal in het spel. Het coma-­
zuipen is door de Afrikaanse man uitgevon­
den en door Nederlandse tieners geperfecti­
oneerd. Op de operatiekamer heb ik het
meeste plezier beleefd. Met tweedehands
instrumentarium en veel creativiteit kunnen
ze heel wat bereiken. De anaesthesioloog zit
de gehele OK rustig te beademen op de
pomp, terwijl de vliegen vrolijk rond de tafel
zoemen. De elektriciteit valt nogal vaak uit.
Het was dan ook hier dat ik onder strenge
supervisie van dr. Mwangi de eerste stapjes in
bevolking nog steeds het beeld dat de tove­
naar of sjamaan het beter weet dan de dokter.
En dan is er nog altijd een scala aan kruiden­
thee, voodoo, god en middelen om van je
ziekten te genezen.
Pas bij grote ulcererende tumoren van bij­
voorbeeld de mamma, niet reagerend op
geitenmest, gaat men naar het ziekenhuis.
Ook de natuur en de wildparken, zoals de
Masaï Mara hebben me niet koud gelaten.
Het was een te gekke en spannende tijd en
plaatst je leven even in een heel ander per­
spectief.
Het heeft me geen wereldverbeteraar ge­
maakt op de lange termijn.
Nog eens denk ik terug aan die laatste avond
op het strand in een openlucht disco in
Mombasa.
Supermooie Afrikaanse vrouwen, waarschijn­
lijk te huur, proberen in de zwoele hitte op de
dansvloer tegen je aan te dansen.
Ijskoude biertjes voor een dollar. Salsa dan­
send tot diep in de nacht, maar dan wel met
de blonde toeristen, want die proberen min­
der je portemonnee te pakken. - pagina 25 -
Buitensporigheden op de buis
Van Adam’s Family’s Lurch tot Mini Me, de
media schenkt volop aandacht aan het fe­
nomeen groeistoornissen. Ook schijn je
tegenwoordig via internet een midget
waiter te kunnen bestellen voor op je ver­
jaardagsfeestje, als je in Engeland woont
tenminste. Het uitbuiten en uitlichten van
groeistoornissen lijkt dus de normaalste
zaak van de wereld. Maar hoe zit het met
het beeld dat de media geeft van groei­
stoornissen? Zijn mensen met een groei­
stoornis al helemaal geaccepteerd of wor­
den ze voornamelijk afgeschilderd als
freaks?
Door: Nicole Huijbregts
Mini Me en andere Lilliputters
Eén van de bekendste voorbeelden van be­
roemdheden met een groeistoornis is toch
wel Verne Troyer, beter bekend als Mini Me,
de rechterhand van dr. Evil in Austin Powers.
Hoewel Mini Me een parodie is op Nick Nack
uit James Bond film The Man with the Golden
Gun, is hij een stuk bekender dan zijn even­
knie. Op Net5 is onlangs de nieuwe realityse­
rie The Little Couple gestart, je raadt het al, het
gaat over een liefdespaar waarvan beiden aan
dwerggroei lijden. Ook is ooit de tv-serie Life’s
too Short gemaakt over een dwerg die een
poging doet bekend te worden en audities
gaat doen. Van alle groeistoornissen is achon­
droplasie dus verreweg het best vertegen­
woordigd. Hoewel met Life’s too Short een
goede poging is gewaagd het gebrek van
mensen met een groeiafwijking in de media
in een kritisch daglicht te stellen, blijft het
toch redelijk oppervlakkig. De serie weet wel
af te rekenen met het stereotype ‘ach-gossiehij-is-zo-klein-en-dus-aandoenlijk’ door van
de hoofdpersoon een mopperende cynicus
te maken, maar de grapjes komen helaas niet
- pagina 26 -
veel verder dan kleine mensjes die niet bij het
bovenste plankje kunnen. The Little Couple
geeft een aardig beeld over hoe normaal het
leven van twee dwergen kan zijn. Hij is zaken­
man, zij is kinderarts en als pasgetrouwd stel
willen ze graag kinderen. Niet alleen willen ze
graag laten zien hoe gewoon hun leven ei­
genlijk is, ook maken ze zich sterk tegen
pestkoppen, waar zij allebei de nodige erva­
ring mee hebben. Mini Me en Nick Nack zijn
daarentegen allesbehalve normaal te noe­
men en hun kleine gestalte doet vooral een
schepje bovenop de ridiculiteit van hun ka­
rakter. Het scheelt dat in vergelijking met de
andere karakters in Austin Powers Mini Me niet
eens zo heel erg vreemdsoortig is. Uitzonde­
ringen daargelaten lijkt het dus vooralsnog
mee te vallen met de freakiness van achond­
roplasten in de media.
Lurch
Een ander voorbeeld van een beroemdheid
met een groeistoornis is Carel Struycken, de
Nederlander die in de film The Adams Family
de rol vertegenwoordigd van Lurch, de
grootse butler. Naast Lurch heeft hij ook rol­
len van andere excentrieke karakters ge­
speeld zoals The Giant in Twin Peaks. Dat hij
vaak te zien was als monster of reus heeft
honderd procent te maken met zijn uiterlijke
verschijning. Hij is twee meter en dertien
centimeter lang en heeft acromegalie, je weet
wel, die aandoening waarbij een teveel aan
groeihormoon ervoor zorgt dat sommige li­
chaamsdelen buitenproportioneel groot
worden. Dat Struycken zijn rollen met name
te danken heeft aan zijn looks ontkent hij niet.
In een interview zei hij zelfs dat ze hem mee­
stal rollen gaven waarin hij alleen maar hoef­
de te kreunen (denk aan The Adams Family),
omdat hij eigenlijk gewoon niet kan acteren.
In vergelijking met de achondroplasten lijkt
het freakgehalte van hoe acromegalen in de
media te zien zijn dus een tikkeltje hoger te
liggen.
Obese
Obesitas valt strikt genomen natuurlijk niet
echt onder de groeistoornissen, maar je kunt
wel degelijk spreken over groei in de verkeer­
de richting. Dat dit onderwerp enorm onder
de aandacht van de
media staat moge duidelijk zijn. Big Diet, I Used
to be Fat, Obese en ‘Help, mijn kind is te dik’, zijn
slechts een aantal voorbeelden van tv-pro­
gramma’s over dikke mensen, allemaal met
min of meer dezelfde strekking: laten zien dat
obesitas niet alleen ontstaat door ‘gewoon te
veel eten’, maar dat het vaak een complex
probleem is waar zonder uitzondering veel
emotionele problemen aan ten grondslag
liggen. En bovenal: dat het een probleem is
waar je van af kunt komen. Naast program­
ma’s die voornamelijk ter voorlichting die­
nen, zijn er ook talloze documentaires die een
iets minder genuanceerd beeld laten zien van
obesitas en niet veel minder een ‘freakshow’
zijn dan Mini Me en Lurch. Denk maar aan de
ongeveer 300 kilogram wegende man die
niet meer door de deur paste en uit zijn huis
getakeld moest worden. Met name het laatste
type programma dankt een deel van zijn po­
pulariteit aan het leedvermaak dat er aan te
ontlenen valt. Die vervelende lovehandles
waar de gemiddelde persoon door geplaagd
wordt, verbleken ernstig in het licht van de
koplampen van de takelwagen.
Hoewel de media meer aandacht schenken
aan groeistoornissen, is het beeld nog steeds
overwegend stigmatiserend. Natuurlijk is de
achterliggende gedachten van programma’s
als The Little Couple en Obese juist niet om een
beeld te schetsen van deze mensen als afwij­
kend. Zij slagen hier echter niet volledig in.
Als The Little Couple namelijk niet zo little was
geweest, was de kans dat dit programma ooit
uitgezonden zou worden bijzonder klein ge­
weest. Je kunt er niet omheen dat er bij dit
soort programma’s altijd een soort gevoel
blijft bestaan van anders-zijn. Het gevoel van
‘eigenlijk zijn het normale mensen’ ondanks
het feit dat ze klein, reusachtig groot of ex­
treem dik zijn. Dit zou pas echt verdwijnen als
mensen met een bijzonder uiterlijk ook zou­
den worden gecast voor normale rollen in
films en tv-series zonder dat hierbij de nadruk
ligt op hun afwijkende postuur.
Pro Persona
Pro Persona geestelijke gezondheidszorg, is een organisatie met vestigingen in
de regio’s Arnhem, Ede, Nijmegen en Tiel. Wij bieden geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen, volwassenen en ouderen met psychische en psychiatrische
problemen. Deze zorg wordt aangeboden in een klinische situatie, in deeltijdbehandeling of ambulant en is altijd zo licht als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk.
Een breed pakket aan behandelingen zorgt ervoor dat wij optimaal tegemoet kunnen komen aan
de vraag en behoefte van cliënten. Onze behandelingen helpen cliënten beter te worden of zich
beter te voelen en zelf keuzes te maken die de kwaliteit van hun leven verbeteren.
Hebt u vragen of wilt u meer weten over het zorgaanbod van Pro Persona?
Kijk dan op www.propersona.nl of neem contact op met Astrid Bransen, Pro Persona in Tiel,
telefoonnummer (0344) 65 61 11.
- pagina 27 -
De volgende coassistenten hebben hun artsenbul ontvangen:
Indien onbestelbaar retour: Stichting Status Co, Geert Grooteplein-Noord 15, Kamer 3.06, 6525 EZ Nijmegen
Geslaagden december 2011
Geslaagden januari 2012
Geslaagden januari 2012
Mw. S.M.J. Broers
Mw. F. Büyükçetin
Mw. A. Halilović
Dhr. E.P. van der Hoeve
Dhr. W.M. Lock
Mw. S.J. Mulder
Dhr. M. de Ridder
Mw. D.M. Snijders
Dhr. J.M. ter Voert
Mw. S. Abdullah
Mw. J. Alberts
Mw. E.M. Assenberg van Eijsden
Dhr. Y. Atasoy
Mw. C. Beemsterboer
Dhr. B. te Boekhorst
Mw. C. Brouwer
Mw. S. Bulten
Mw. N.N. Cheung
Mw. M.E.J. Cottaar
Mw. B.M. Croonen
Mw. V.V.W.H. Diederen
Dhr. P.R. van Dijk
Mw. D.A.F. van Dreuten
Dhr. P. Gal
Mw. M.J. van Geel
Mw. J.J.A. de Groot
Mw. J.N.M. van Hoof
Mw. M.M.T. van Hoof
Mw. E.G. de Jong
Mw. S.E. Kok
Mw. I.J.H. Konings
Dhr. R.A.J. Kurvers
Dhr. D. Lip
Mw. M.E.M. Melchels
Dhr. P.C.R. Mulders
Dhr. S.P. Peeters
Mw. A. Pelikan
Dhr. P.J.H. van Rensch
Mw. R.W.M. Rombouts
Mw. E. Scholten
Mw. P. Sezgi
Mw. M. Smits
Mw. D.A.C. Snik
Mw. L.S. Spee
Mw. J.T. Steenbergen
Dhr. M.A.J. Te Stroet
Mw. M.A.M.M. van Tongerloo
Mw. S.E.S. Vrijaldenhoven Mw. R.J.P.M. van Vugt
Mw. Y.C. Williams
Mw. S.F. Wilting
Van harte gefeliciteerd!
Wij wensen jullie heel veel succes met jullie verdere carrière.
De redactie van Status Co
- pagina 28 -
Geslaagden februari 2012
Mw. J. Aalbers
Mw. J.A.M. Altena
Mw. D.L. Arnoldussen
Mw E. Broenen
Mw. I.E. Buunk
Dhr. R.L. den Dekker
Mw. E.C. Ek
Dhr. J.B.W. Elbers
Mw. S. Fox
Dhr. H. Ghaeminia
Mw. D.A.M de Gier
Mw. K.M.T. Goutier
Dhr. H. Habibi
Mw. E.A. Harenberg
Mw. I. Heeres
Mw. K. Hullegie
Mw. S.W.M. de Jong
Mw. M.G.J te Kolste
Mw. A.M. Liefferink
Mw. A. Limpers
Dhr. S.F.K. Lubeek
Mw. L. Meerwaldt
Mw. C.A. Nagtzaam
Mw. A.H. van der Ploeg
Mw. V.L.M.N Soomers
Dhr. R.S. Vinke
Dhr. S.G.M. Weenders
Dhr. H. de Witte
Mw. E.A.M. Zegger

Vergelijkbare documenten