3.2.2 CAT 1314

Commentaren

Transcriptie

3.2.2 CAT 1314
A
VUmc-compas
toetsing
Toets
CAT B 3.2 13-14 / Cursus-afhankelijke toets
Cursus
B Neurologie 13-14
Cursuscoördinator (vice-)
dr. B.W. van Oosten / mw. prof. dr. H.E. de Vries
Gelegenheid
1
Toetsdatum
28 februari 2014
Tijd
08:45 – 10:45 uur (11:15 uur voor extra-tijd studenten)
Plaats
TenT
Aantal en type vragen
60 meerkeuzevragen: 12 tweekeuzevragen, 9 driekeuzevragen,
e
36 vierkeuzevragen, 3 vijfkeuzevragen
Druk
tweezijdig bedrukt, kleurendruk
Toegestane hulpmiddelen
geen
Studentinstructie:
MC-toets: kies het beste (volledig juiste en meest complete) antwoord
•
•
•
•
•
•
•
•
•
mobiele telefoons uit en in de tas onder de stoel
alléén toetsbenodigdheden op tafel
vul je studentnummer en naam duidelijk in op het formulier
kras NIET in de barcode rechtsonder; ook GEEN doorhalingen
zo nodig foutieve hokjes corrigeren door zeer goed te gummen
vragen over de inhoud van de toets worden NIET beantwoord
commentaren na afloop naar de JVC van je cursus
toiletbezoek NIET toegestaan
fraude wordt bestraft.
Succes!
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 1 van 20
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 2 van 20
1
Een patiënt klaagt over pijn die vanuit de rug uitstraalt naar de voor-zijkant van het linker
bovenbeen en via de knie tot halverwege het scheenbeen. Bij neurologisch onderzoek zijn
er geen afwijkingen van motoriek, sensibiliteit of reflexen.
Welke test moet u doen om te zien of er sprake is van radiculaire prikkeling?
a. Proef van Lasègue
b. Gekruiste proef van Lasègue
c.
Gemodificeerde proef van Lasègue
d. Omgekeerde proef van Lasègue
2
Een patiënt bezoekt de huisarts met sinds twee weken bestaande matig ernstige pijn,
vanuit de rug uitstralend in het rechterbeen, achterlangs via de kuit tot in de kleine teen.
Bij onderzoek vindt de huisarts aan de zijde van de pijn een afwezige achillespeesreflex,
een verminderde sensibiliteit van de laterale voetrand en positieve
wortelprikkelingsproeven. Er zijn geen paresen of aanwijzingen voor een caudasyndroom.
In deze omstandigheden is het beste advies:
a. volledige bedrust
b. fysiotherapie volgens opbouwschema
c.
gedoseerd bewegen met pijnstilling
d. neurochirurgische ingreep
3
In een familie komt een erfelijke spinocerebellaire ataxie voor. Deze begint bij de getroffen
familieleden op de kleuterleeftijd.
Stelling: deze beginleeftijd suggereert eerder een autosomaal recessieve dan een
autosomaal dominante spinocerebellaire ataxie.
a. Juist
b. Onjuist
4
Welke aandoening gaat gepaard met een verhoogd risico op cardiovasculaire
aandoeningen?
a. Amyotrofe laterale sclerose
b. Multipele sclerose
c.
Narcolepsie
d. Obstructief slaapapneusyndroom
5
Een toerist wordt tijdens een nachtelijke safari in Oost-Afrika door een vleermuis in de pink
gebeten. Het is niet mogelijk om een spoedige ‘post-exposure’-vaccinatie te laten
plaatsvinden om de mogelijke ontwikkeling van rabiës te voorkomen.
Welke behandeling zou in theorie ook het ontstaan van rabiës kunnen voorkomen?
a. Direct slikken valaciclovir
b. Direct slikken amoxicilline
c.
Direct onderbinden v. ulnaris in de onderarm
d. Direct doorsnijden n. ulnaris in de onderarm
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 3 van 20
6
Een kenmerk van de aanvallen die optreden bij absence epilepsie is dat deze
a. bij jongvolwassenen het meest frequent optreden
b. gepaard gaan met piekgolven op het EEG
c.
slechts geringe bewustzijnsdaling geven
d. vooral worden uitgelokt door lichtflitsprikkeling
7
Van een patiënt die korter dan een minuut buiten kennis is geraakt heeft u alleen
metingen van de bloeddruk tot uw beschikking. Er blijkt sprake van een uitgesproken
bloeddrukdaling tijdens de bewustzijnsdaling.
Welke oorzaak van de wegraking past hierbij het beste?
a. Epilepsie
b. Hypoglykemie
c.
Transient ischemic attack (TIA)
d. Vasovagale syncope
8
Waardoor wordt de signaalwaarde op een CT-beeld bepaald?
a. Absorptie van Röntgenstraling, genormeerd op de absorptie in water
b. Longitudinale relaxatietijd T1 en de transversale relaxatietijd T2
c.
Sterkte van het magneetveld, de repetitietijd en de echotijd
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 4 van 20
9
Figuur 1
In deze doorsnede van de hersenen (Figuur 1) is een belangrijk gedeelte omcirkeld van
de capsula interna. Indien hier een infarct optreedt, welke van de volgende functies heeft
dan de grootste kans gestoord te zijn?
a. Geheugen
b. Reuk
c.
Vitale sensibiliteit
d. Zien
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 5 van 20
10
Gammahydroxyboterzuur (GHB) staat bekend als ‘partydrug’, maar kent ook een
serieuze toepassing in de geneeskunde.
Voor welke aandoening is behandeling met GHB soms geïndiceerd?
a. Bruxisme
b. Drop attacks
c.
Juveniele myoclonus epilepsie
d. Narcolepsie
11
Bij multiple sclerose (MS) zijn verschillende stadia van lesies te herkennen bij immunohistochemische kleuringen voor myeline (PLP) en ontstekingscellen (MHC klasse II).
In Figuur 2 ziet u deze kleuringen om een gebied (gemarkeerd met *) te karakteriseren.
Wat voor gebied betreft het?
Figuur 2
Bron kleuringen: Jack van Horssen
a. Een actieve lesie
b. Een chronisch actieve lesie
c.
Een chronisch inactieve lesie
d. Normaal ogende witte stof
12
Welke bevinding bij het neurologische onderzoek wijst met de grootste waarschijnlijkheid
op een functiestoornis van het zenuwstelsel?
a. Afwezige masseterreflex
b. Anisocorie
c.
Lichte asymmetrie van het gezicht in rust
d. Scheefstand van de uvula
e. Voetzoolreflex volgens Babinski
13
Wat is de mediane overleving van onbehandelde hersenmetastasen ongeveer?
a. 1 - 3 maanden
b. 3 - 6 maanden
c.
6 - 12 maanden
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 6 van 20
14
Een patiënt met een in de laatste vijf jaar recidiverende neuritis optica en myelitis heeft bij
recent MRI-onderzoek een lesie in het ruggenmerg die vijf wervelsegmenten omspant,
maar in de hersenen geen enkele afwijking.
In deze omstandigheden is het nuttig serologisch onderzoek te verrichten naar antistoffen
tegen:
a. acetylcholinereceptor
b. aquaporine-4
c.
ganglioside
d. myeline geassocieerd glycoproteïne
15
Een driejarig meisje heeft een kortdurende (korter dan één minuut) tonisch-clonische
epilepsieaanval op de eerste dag van een virale luchtweginfectie, waarbij haar
temperatuur snel is opgelopen naar 39,8ºC. Zij was altijd gezond en ontwikkelde zich
normaal.
Stelling: de kans dat zij later epilepsie zal krijgen is met deze gebeurtenis duidelijk
gestegen.
a. Juist
b. Onjuist
16
Een patiënt bezoekt de huisarts wegens tintelingen in de tweede tot en met vierde vinger
van de linkerhand. De huisarts vermoedt dat de patiënt een carpaal tunnelsyndroom heeft.
Welke vraag kan de huisarts het beste stellen om deze diagnose meer of minder
waarschijnlijk te maken?
a. Gebruikt u medicijnen tegen depressie?
b. Leunt u vaak met de ellebogen op tafel?
c.
Nemen de klachten toe bij hoesten, niezen of persen?
d. Wordt u ’s nachts wakker van de klachten?
17
Een patiënt met gemetastaseerd bronchuscarcinoom heeft ook twee cerebrale
metastasen, beide met een diameter van vier centimeter.
Wat is de aangewezen behandeling?
a. Bestraling gehele schedelinhoud
b. Stereotactische bestraling
18
Wat is een vroeg symptoom van frontotemporale dementie?
a. Myoclonieën
b. REM-slaapstoornissen
c.
Verlies aan empathie
d. Visuospatiële stoornissen
19
Het is bekend dat na afloop van een epileptische aanval bewustzijnsverlies kan optreden
(postictaal coma).
Welk type epilepsie leidt vooral tot een postictaal coma?
a. Absence epilepsie
b. Eenvoudig partiële epilepsie
c.
Primair gegeneraliseerde epilepsie
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 7 van 20
20
Een vrouw van 76 jaar meldt zich bij de huisarts nadat zij die ochtend ontwaakte met een
blind rechteroog. Zij had de laatste weken totaal geen visusklachten, maar wel hoofdpijn
rond het rechteroog, en heeft verder geen noemenswaardige medische voorgeschiedenis.
Bij inspectie van het oog vindt de huisarts geen afwijkingen.
Welke diagnostiek moet nu direct worden ingezet?
a. Bezinking (BSE)
b. Duplexonderzoek van de arteria carotis interna rechts
c.
Glucosedagcurve
d. Oogboldruk meten
21
Een driejarig jongetje heeft de laatste maanden driemaal een voor zijn ouders
angstaanjagende aanval gehad op momenten dat hij erg van streek of boos was. Hij leek
zijn adem in te houden en liep blauw aan. Bij één van de aanvallen raakte hij even buiten
kennis, waarbij hij slap aanvoelde. Na een halve minuut kwam hij weer bij en al snel leek
hij volledig hersteld.
Stelling: bij dit jongetje is er een indicatie voor een EEG.
a. Juist
b. Onjuist
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 8 van 20
22
Figuur 3
Op Figuur 3 ziet u gebieden met cerebrale infarcering.
Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak daarvan, gelet op de verdeling van deze
gebieden?
a. Cardiale emboliebron
b. Pulmonale emboliebron
c.
Stenose a. basilaris
d. Stenose a. carotis interna links
e. Stenose a. carotis interna rechts
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 9 van 20
23
Figuur 4
In welke twee frontale doorsneden van deze hersenen (Figuur 4) treft u in ieder geval de
nucleus caudatus aan?
a. A en B
b. B en C
c.
24
C en D
In de liquor van een patiënt die wordt verdacht van meningitis is het glucosegehalte 3,9
mmol/l, terwijl dit in het serum 6,0 mmol/l is.
Stelling: deze bevindingen ondersteunen de diagnose ‘bacteriële meningitis’.
a. Juist
b. Onjuist
25
Een patiënt met een verlaagd bewustzijn opent de ogen niet op aanspreken maar wel
kortdurend op pijnprikkels, strekt met de armen op een pijnprikkel en maakt daarbij geen
geluid.
De Glasgow Coma Score bedraagt:
a. 4
b. 5
c.
6
d. 7
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 10 van 20
26
Een patiënt bezoekt de ‘TIA-service’ van het ziekenhuis, een dag nadat hij gedurende
enkele minuten een dysarthrie en cerebellaire ataxie van rechterarm en rechterbeen had.
Er wordt nog dezelfde dag een Duplex van de halsvaten verricht, waarbij de enige
afwijkende bevinding een 80% stenose van de linker a. carotis interna is.
Welke handelwijze is nu het meest aangewezen?
a. Aanvragen CT-angiografie van de halsvaten
b. Consult vaatchirurg voor carotisendarterectomie
c.
27
Thrombocytenaggregatieremmers voorschrijven
Een bejaarde vrouw, van wie al bekend is dat zij een degeneratieve vernauwing van het
cervicale deel van het wervelkanaal heeft, valt van de trap en heeft hierna direct
neurologische uitval. Er wordt een MRI van de cervicale wervelkolom gemaakt, waarin
een signaalverhoging centraal in het myelum opvalt (Figuur 5).
Welke neurologische uitval is het meest waarschijnlijk op basis van deze gegevens?
Figuur 5
a. Stoornissen van de gnostische sensibiliteit
b. Stoornissen van de mictie en defecatie
c.
Zwakte van de armen
d. Zwakte van de benen
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 11 van 20
28
Figuur 6
Op deze hersencoupe (Figuur 6) ziet u rechts een detail van een frontale doorsnede door
het cerebrum. De pijltjes geven de sulcus lateralis aan. Op het oppervlak van de insula (I)
bevindt zich een aantal bloedvaten.
Van welke arterie zijn deze bloedvaten aftakkingen?
a. a. cerebri media
b. a. cerebri posterior
c.
a. choroidea anterior
d. a. choroidea posterior
29
Een patiënt heeft torticollis spasmodica.
Wat is de aangewezenbehandeling?
a. Cognitieve gedragstherapie
b. Fysiotherapie
c.
Injectie van de meest actieve spieren met botulinetoxine
d. Orale toediening van clonazepam
30
De behandeling bij migraine bestaat uit medicatie die gebruikt kan worden als
aanvalsbehandeling en profylactische behandeling.
Welk geneesmiddel is geïndiceerd als aanvalsbehandeling bij migraine?
a. Topiramaat
b. Sumatriptan
c.
Metoprolol
d. Natriumvalproaat (valproïnezuur)
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 12 van 20
31
Een met hypertensie bekende 59-jarige patiënte wordt op de spoedeisende hulp
onderzocht wegens acuut ontstane draaiduizeligheid en braken. Ongeveer twee uur na
het ontstaan van de klachten wordt een CT-hersenen gemaakt (Figuur 7). De patiënte
gebruikt geen antistolling en is verder gezond.
Stelling: er bestaat een indicatie voor intraveneuze trombolyse met rt-PA.
Figuur 7
a. Juist
b. Onjuist
32
Bij een patiënt met een sterke verdenking op een bacteriële meningitis moeten
diagnostiek en behandeling snel verlopen.
Wat is de aangewezen volgorde van handelen?
a. Antibiotica starten, hierna lumbaalpunctie verrichten, tenslotte bloedkweek afnemen
b. Bloedkweek afnemen, hierna antibiotica starten, tenslotte lumbaalpunctie verrichten
c.
Lumbaalpunctie verrichten, hierna bloedkweek afnemen, tenslotte antibiotica starten
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 13 van 20
33
Een 78-jarige alleenstaande man heeft het laatste jaar lichte inprentingsstoornissen.
Desalniettemin functioneert hij zelfstandig en ziet hij er verzorgd uit, evenals zijn woning.
Enkele maanden geleden is hij gedurende een week licht verward geweest en is hij een
keer verdwaald toen hij boodschappen deed. Hij bleek een urinewegontsteking te hebben
en de verwardheid verdween na behandeling.
Stelling: bij deze man is er sprake van dementie.
a. Juist
b. Onjuist
34
Welke van de drie bekende theorieën of hypotheses over het ontstaan van migraine wordt
ondersteund door experimenten die laten zien dat ‘calcitonin gene-related peptide’antagonisten effectief zijn in de behandeling van migraine?
a. De ‘brain hypothesis’
b. De ‘inflammation hypothesis’
c.
35
De ‘vascular theory’
Op de spoedeisende hulp wordt een comateuze man binnengebracht. Hij heeft geen
koorts en geen zichtbaar uitwendig letsel. Glasgow Coma Scale: E=2; M=4; V=2.
Circulatoir en respiratoir zijn er geen problemen.
Welke volgorde van handelen is de beste?
a. Bloedafname → neurologisch onderzoek → CT-hersenen → EEG
b. CT-hersenen → EEG → bloedafname → neurologisch onderzoek
c.
EEG → CT-hersenen → neurologisch onderzoek → bloedafname
d. Neurologisch onderzoek → bloedafname → EEG → CT-hersenen
36
Bij de ziekte van Parkinson treden vaak bradykinesie en hypokinesie op.
Waarvan is dit het gevolg?
a. Afname van het aantal D2 dopaminereceptoren in het ventrale tegmentum
b. Toename van het aantal D2 dopaminereceptoren in het ventrale tegmentum
c.
Tekort aan dopamine in het corpus striatum
d. Tekort aan dopaminereceptoren in het corpus striatum
37
Een patiënt bezoekt de polikliniek neurologie wegens brandende pijnen aan de voeten. De
neuroloog denkt aan een polyneuropathie, met name aan een dunnevezelneuropathie.
Welke bevinding bij het neurologische onderzoek maakt een dunnevezelneuropathie
waarschijnlijker dan een axonale polyneuropathie?
a. Afwezige vibratiezin aan de voeten
b. Behouden achillespeesreflexen
c.
Behouden vitale sensibiliteit aan de voeten
d. Ontbreken van autonome verschijnselen
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 14 van 20
38
Een 20-jarige man is uit een auto geslingerd, toen deze met 90 km/uur tegen een boom
tot stilstand kwam. Hij is 20 minuten buiten kennis geweest en had een urenlange
posttraumatische amnesie. Er is fors uitwendig letsel van het hoofd met een Battle sign,
maar geen brilhematoom of liquorrhoe uit de neus.
Als er bij deze patiënt hersenzenuwuitval ontstaat, welke hersenzenuw is dan het meest
waarschijnlijk aangedaan?
a. n. I (nervus olfactorius)
b. n. II (nervus opticus)
c.
n VII (nervus facialis)
d. n. X (nervus vagus)
e. n. XII (nervus hypoglossus)
39
Een vrouw van 31 jaar oud is net hersteld van een neuritis optica links. Haar
voorgeschiedenis is blanco. Er is bij haar een MRI-scan van de hersenen gemaakt, die
twee periventriculaire en twee juxtacorticale afwijkingen laat zien, verdacht voor MSlesies. Er is wel intraveneus contrast toegediend (gadolinium), maar geen van de lesies
kleurt aan.
Stelling: deze patiënte voldoet aan de diagnostische criteria voor multipele sclerose (MS).
a. Juist
b. Onjuist
40
Stelling: een patiënt met een lumbale kanaalstenose zal in het algemeen meer last van de
benen hebben bij het beklimmen dan bij het afdalen van een lange trap.
a. Juist
b. Onjuist
41
Welk patroon van spierzwakte past het best bij een myopathie?
a. Distaal en asymmetrisch
b. Distaal en symmetrisch
c.
Proximaal en asymmetrisch
d. Proximaal en symmetrisch
42
Bij de registratie van het elektro-encefalogram (EEG) van een proefpersoon ziet u dat
occipitaal het alfaritme ontbreekt.
Welke conclusie kunt u hieruit trekken?
De proefpersoon:
a. heeft de ogen gesloten
b. heeft de ogen open
43
Bij een patiënt met spierzwakte wordt bloedonderzoek gedaan. Het CK blijkt sterk
verhoogd te zijn.
Welke aandoening is hiermee zo goed als uitgesloten?
a. Myasthenia gravis
b. Polymyositis
c.
Ziekte van Duchenne
d. Ziekte van Becker
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 15 van 20
44
Welke neuro-oftalmologische bevinding maakt deel uit van het syndroom van Wallenberg
(infarct van de laterale medulla oblongata)?
a. Hippus pupillae
b. Ipsilaterale miosis en ptosis
c.
45
Nervus oculomotorius uitval
Dyskinesieën en ‘on-off’-effecten zijn bijwerkingen bij de langetermijnbehandeling van de
ziekte van Parkinson, die vaker optreden bij gebruik van oraal l-dopa dan bij dopamineagonisten.
Welke farmacokinetische eigenschap van l-dopa verklaart dit verschil?
a. De renale excretie van l-dopa neemt toe bij chronisch gebruik waardoor de
plasmaspiegels dalen
b. Het transport van l-dopa over de bloed-hersenbarrière neemt toe bij chronisch gebruik
waardoor de concentratie in de hersenen stijgt en toenemende activatie van
dopaminereceptoren plaatsvindt
c.
L-dopa heeft een relatief korte plasma-eliminatiehalfwaardetijd waardoor de
plasmaspiegels zeer sterk schommelen in de tijd
d. L-dopa is zeer lipofiel waardoor het stapelt in de hersenen en overactivatie van
dopaminereceptoren plaatsvindt
46
Een polyneuropathie is op basis van anamnese en neurologisch onderzoek te vermoeden.
Welk anamnestisch gegeven is een argument vóór het bestaan van een polyneuropathie?
a. Tintelingen vooral distaal in ledematen
b. Tintelingen vooral proximaal in ledematen
47
Een 57-jarige man bezoekt de polikliniek neurologie met een sinds twee maanden
bestaande en nog steeds in ernst toenemende klapvoet. Hij heeft geen pijn in de rug of in
het been. Bij onderzoek is er behalve de klapvoet ook in opvallende mate sprake van
fasciculaties in de m. peroneus en quadriceps rechts, bilspieren beiderzijds, tong en
m. masseter links.
Welk aanvullende onderzoek is nu als eerste geïndiceerd?
a. Bloedonderzoek (DNA)
b. Elektromyografie (EMG)
c.
Lumbaalpunctie (liquor)
d. MRI-myelum
48
Vele aandoeningen kunnen radiculaire pijnsyndromen veroorzaken.
Daartoe behoort niet:
a. diabetes mellitus
b. leptomeningeale metastasering
c.
motor neuron disease
d. neuroborreliose
49
Bij een wedstrijd hardlopen vertrekt een renner 69 milliseconden na het startsignaal.
Stelling: dit is een valse start, gezien de normale reactietijd van een mens.
a. Juist
b. Onjuist
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 16 van 20
50
Figuur 8
Op deze coupe van een CT-scan (Figuur 8) die werd gemaakt van een man die met licht
schedel-hersenletsel werd onderzocht ziet u aan de linkerzijde, intracraniaal, een gebied
met verhoogde absorptie hetgeen wijst op een bloeding.
Welke arterie is het meest waarschijnlijk betrokken bij deze bloeding?
a. a. cerebri media
b. a. choroidea posterior
c.
a. meningea media
d. a. temporalis superficialis
51
Wat zijn de belangrijkste determinanten bij een besluit tot verpleeghuisopname bij de
ziekte van Parkinson?
a. Balansproblemen en freezing
b. Depressie en angst
c.
Responsfluctuaties en dyskinesieën
d. Dementie en psychose
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 17 van 20
52
Een 72-jarige man wordt verwezen naar de neuroloog. Volgens zijn vrouw loopt hij de
laatste jaren steeds langzamer en met kleinere pasjes. Bij deuropeningen of drempels lijkt
hij volledig te blokkeren. Hij staat ook steeds meer voorovergebogen en is snel uit balans.
De achteruitgang is niet geleidelijk opgetreden maar verloopt stapsgewijs. Zijn stem is niet
veranderd en hij kan nog goed altblokfluit spelen. Hij is al jaren bekend met hypertensie
en diabetes mellitus, en heeft tweemaal een TIA doorgemaakt. Bij onderzoek komt hij
moeilijk overeind uit een stoel en loopt met zeer kleine pasjes. Wanneer hij de drempel
van de spreekkamer probeert te passeren staat hij als aan de grond genageld en kan
moeilijk weer op gang komen. Bij het lopen beweegt hij zijn armen opvallend goed mee.
Hij voert ook alle bewegingsopdrachten met zijn handen vlot uit. Er is geen tremor. De
oogvolgbewegingen zijn ongestoord.
Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
a. Ziekte van Parkinson
b. Multipele systeem atrofie (MSA)
c.
Progressieve supranucleaire paralyse (PSP)
d. Vasculair parkinsonisme
53
De huisarts van een patiënt met frequente aanvallen van ‘tension type headache’ wil een
preventieve behandeling starten.
Van welk middel is aangetoond dat het in deze omstandigheden een gunstig effect kan
hebben?
a. Amitriptyline
b. Metoprolol
c.
Valproïnezuur
d. Verapamil
54
Een patiënt wordt op de polikliniek neurologie onderzocht vanwege dubbelzien. Er blijkt
sprake te zijn van ptosis links, terwijl de pupil links duidelijk groter is dan rechts.
Bij onderzoek van de oogstand zal het meest waarschijnlijk blijken dat het oog staat naar:
a. binnen en boven
b. binnen en onder
c.
buiten en onder
d. buiten en boven
55
Een patiënt met actieve relapsing-remitting multipele sclerose (MS) is door zijn neuroloog
gedurende enkele jaren achtereenvolgens behandeld met interferon-bèta en
glatirameeracetaat. Helaas bleef hij relapses houden en neemt het aantal cerebrale lesies
bij herhaald MRI-onderzoek sterk toe. De neuroloog heeft bloedonderzoek laten
verrichten, waarbij er serologisch geen aanwijzingen waren voor aanwezigheid van het
JC-virus.
Met welke medicatie kan de behandeling het beste gestart worden?
a. 4-aminopyridine
b. Corticosteroïden
c.
Natalizumab
d. Pyridostigmine
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 18 van 20
56
Een bejaarde patiënt klaagt over een bijna continu licht gevoel in het hoofd, dat verergert
als hij overeind komt. De patiënt gebruikt veel medicijnen.
Welk van onderstaande klassen van medicijnen is hiervan de minst waarschijnlijke
oorzaak?
a. Alfa-blokker
b. Bèta-blokker
c.
Statine
d. Tricyclisch antidepressivum
57
Door de kwantitatieve verdeling van serotonine (5-hydroxytryptamine) en serotoninereceptoren in het lichaam is goed te begrijpen dat ‘selective serotonin reuptake inhibitors’
(SRRI’s) bijwerkingen kunnen veroorzaken in de:
a. blaas
b. darm
c.
nier
d. schildklier
58
Op de CT-scan van een patiënt die onder invloed van alcohol van een trap viel, is er zowel
extracranieel als intracranieel letsel zichtbaar (Figuur 9).
Via welk traumamechanisme is het intracraniële letsel bij deze patiënt ontstaan?
Figuur 9
a. Coup-contrecoup
b. Diffuse axonal injury
c.
Direct impact injury
d. Rotatietrauma
Let op! De vragen 59 en 60 staan op het volgende blad!
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 19 van 20
59
Een jonge vrouw heeft al enkele jaren ongeveer twee keer per maand aanvallen van
hoofdpijn, bijna altijd linkszijdig, die gemiddeld 12 uur aanhouden. De hoofdpijn is
kloppend van aard, en is dusdanig hevig dat zij niets anders kan dan in bed gaan liggen.
Welk gegeven is nog nodig om aan de diagnostische criteria voor migraine te voldoen?
a. Afname van de pijn na gebruik van triptanen (5-HT1-agonisten)
b. Auraverschijnselen voorafgaand aan de hoofdpijn
c.
Fonofobie en fotofobie
d. Normale bevindingen bij MRI-hersenen
60
Een patiënt met bekende primair gegeneraliseerde tonisch-clonische epilepsie bezoekt de
spoedeisende hulp met een verstuikte enkel, ontstaan bij zaalvoetbal. Tijdens het
onderzoek door de arts krijgt de patiënt een voor hem typische epileptische aanval. De
arts legt de patiënt zo neer dat deze zich niet kan beschadigen.
Wat kan de arts hierna het beste doen?
a. Afwachten, maar ingrijpen als de aanval langer dan vijf minuten duurt
b. Een rolletje verband tussen de kiezen plaatsen om tongbeet te voorkomen
c.
Meteen een benzodiazepine nasaal of rectaal toedienen
CAT NEU / afname 28 februari 2014
Pagina 20 van 20