Antwoorden kast 1 groepen 3 en 4

Commentaren

Transcriptie

Antwoorden kast 1 groepen 3 en 4
Antwoorden kast 1
groepen 3 en 4
deel 2
www.eduboek.nl
inhoud
blad
blz.
.
blad
blz.
47. Groente
3
69. Gereedschap
25
48. Het fotoboek
4
70. Melk
26
49. Zoet
5
71, Drijven
27
50. Kun je me zien?
6
72. Dierendag
28
51. Kou
7
73. De egel
29
52. Water
8
74. Ik ontdek
30
53. Lucht
9
75. Winter
31
54. Roofdieren
10
76. Het paard
32
55. Vleugels
11
77. De zon
33
56. Haar
12
78. De maan
34
57. Ik maak muziek
13
79. Het ei
35
58. Met de trein
14
80. Bijen
36
59. Kunst
15
81. Brillen
37
60. Huisdieren
16
82. Tijd
38
61. Wielen
17
83. Het kasteel
39
62. Hier woon ik
18
84. Allemaal botten
40
63. Waarom?
19
85. De wereld rond
41
64. Insecten
20
86. De ijsbeer
42
65. Eten
21
87. Glijden
43
66. Apen
22
88. Help de vogels
44
67. Op zee
23
89. Textiel
45
68. Het hondenboek
24
90. Striphelden
46
Bekijk hier de boeken met een korte beschrijving
www.eduboek.nl
Antwoorden 47 Groente
Groente
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
.
de wortel
.
het blad
.
het zaad
.
de bol
de knol
de bloem
.
.
.
de peen
.
de bloemkool
.
F
spinazie
B
zaden
D
vruchten
.
de wortels
.
.
.
A. Ik zuig het water uit de grond.
B. Die zitten altijd in vruchten.
C. Hiermee maakt een plant zijn eigen
eten.
D. Die groeien altijd uit bloemen.
E. Die zorgt dat de plant stevig staat.
F. Van die groente eet je het blad.
G. Van die groente eet je de steel.
A
C de bladeren
G rabarber
.
.
2. Wat weet je over groente?. Zoek het
goede woord bij de zin. Zet de letter
van de zin voor het woord.
.
.
.
.
de andijvie
.
.
de sla
.
.
de stengel
.
.
de boon
de vrucht
.
.
.
.
3. Welk deel eet je van de plant. Trek een lijn
naar het goede woord
47
E de steel
www.eduboek.nl
Antwoorden 48 Het fotoboek, Verdwenen beroepen
Het fotoboek, Verdwenen beroepen
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
3. De kruidenier verdween. Nu ga je naar de supermarkt. Zoek de 7 verschillen tussen de platen.
Zet er een pijltje bij.
.
.
de tonnenman
de putjesschepper
de lantaarnopsteker
de voddenman
de melkboer
de scharensliep
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
A. Ik gebruikte een kan van een liter.
B. Ik maakte elk mes weer scherp.
C. Ik gebruikte riet of takken.
D. Ik weeg de suiker in mijn winkel . C
E. Ik haalde alle oude kleren op.
F. Ik haalde de poep op bij mensen.
G. Ik droeg zware zakken op mijn rug.
H. Wat ik ophaalde werd gebruikt als
veevoer.
A
de melkboer
F
de tonnenman
D
de kruidenier
de mandenvlechter
E de voddenman
G de kolenboer
H de schillenboer
B
de scharensliep
www.eduboek.nl
48
Antwoorden 49 Zoet
49
Zoet
1. Maak de puzzel
Puzzel
Van links naar rechts
1. De vier smaken zijn: zout, zoet, bitter en......
7. Dit sap uit een boom is nodig voor kauwgom.
8. Hier proef je mee.
9. Chocolade wordt gemaakt van een.......
10. Dit droeg Zwarte Piet vroeger bij zich.
Van boven naar beneden
2. Hierdoor krijg je zoet water in een sloot.
3. Dit krijg je als je veel snoept en niet goed je tanden poetst.
4. Een man die bijen houdt.
5. Dit wordt door een bij gemaakt
6. Zoethout heb je nodig voor het maken van.........
2
Zoet water smaakt zoet.goed/fout
Een ander woord voor zoet is hartig goed/fout
In je mond verandert zoet in zuur.goed/fout
Bijen halen nectar uit een bloem.goed/fout
3
Z U U R
E
6
9
2. Zijn de zinnen goed of fout?
A. Bijen stoppen de honing in een raat. goed/fout
B. Alle honing smaakt hetzelfde.goed/fout
C. Suiker wordt gemaakt uit het blad van een plant. goed/
D.
E.
F.
G.
1
D
R
goed
/fout
fout
snoep
7
EclipseCrossword.com
www.eduboek.nl
I
A
G O M
E
B O O N
P
4
K
E
G
A
8
5
H
O
T O N G
J
10
I
R O E
N
S
G
Antwoorden 50 Kun je me zien?
1. Kies de goede woorden bij de plaatjes. Trek een lijn.
.
.
de kudde
.
.
.
.
.
.
.
.
de
bidsprinkhaan
.
de
kameleon
de takken
.
.
.
.
.
.
de
bot
de
zebra
.
.
de
roerdomp
.
.
de
luidpaard
.
3. Waardoor is dit dier moeilijk te zien? Trek
een lijn van het plaatje naar het goede woord.
.
.
50
Kun je me zien?
het riet
F. De roerdom eet vooral insecten.waar/niet waar
G. Bij een platvis zitten allebei de ogen aan één kant.
.
de bodem
.
2. Zijn deze zinnen goed of fout?
A. Leeuwen zien alles zwart wit. waar/niet waar
B. Een bidsprinkhaan kan ver springen.waar/niet waar
C. Een kameleon is groen. waar/niet waar
D. De steenvis heeft op zijn rug stekels.waar/niet waar
E. De luipaard eet zijn prooi op in een boom.
.
goed
/fout
waar/niet waar
waar/niet waar
.
de waterplanten
www.eduboek.nl
Antwoorden 51 Kou
1. Kies de goede woorden bij de plaatjes. Trek een lijn.
.
de
pinguin
.
.
de
thermometer
.
Ik heb koorts
.
.
de
eskimo
.
Ik leef op de Zuidpool.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
het
koutje
.
.
de
koelkast
.
.
de
ijsbeer
Ik word nu warmer.
.
.
3. Welke zin hoort bij het plaatje. Trek een lijn.
.
.
51
Kou
goed
/fout
2. Is de zin goed of fout?
A. Het vriest. De thermometer staat onder nul.
G. Als je verkouden bent, moet je steeds goed je handen
wassen. goed/fout
www.eduboek.nl
.
Ik zie dat het vriest.
Ik leef op de Noordpool
.
goed/fout
.
B. Een koutje vat je door het koude weer. goed/fout
C. Pinguins eten vooral planten. goed/fout
D. Eten in een koelkast blijft veel langer goed dan in een
vriezer. goed/fout
E. Groen en blauw zijn koude kleuren. goed/fout
F. Een ijsbeer wacht bij een luchtgat op een pinguin.
.
goed/fout
Antwoorden 52 Water
1. Kies de goede woorden bij de plaatjes. Trek een lijn.
.
.
de
zeep
.
de
druppel
de
vloeistof
.
.
.
.
.
.
.
het
ijs
.
.
.
het
drinkwater
.
.
de
damp
3. Puzzel Waterpret. Zoek de zeven verschillen.
.
.
Water
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
C
vloeistof
zin voor het woord.
B
damp
A. Als het vriest, wordt water ………...
B. Als water kookt, wordt water ……...
D
zeep
C. Water is een ……...
D. Samen met water trekt……. het vuil uit G grondwater
een broek
wolk
F
E. Water in de zee is …….
E
zout
F. Een plas water verandert in een…...
A
ijs
G. Ik graaf een gat in de tuin. Ik kom …..
tegen.
www.eduboek.nl
52
Antwoorden 53 Lucht
53
Lucht
1. Maak de puzzel
Van links naar rechts
3. Een blaasinstrument van koper.
4. Als je lucht ....... maakt, gaat die lucht omhoog.
7. Mensen wilden graag vliegen. Vliegen begon eerst
met .........
10. Als lucht ........ is, gaat die lucht naar beneden.
Van boven naar beneden
1. Lucht die beweegt noemen we........
2. Lucht die uit je maag ontsnapt. Er komt geluid uit je
mond. Je noemt dit een.......
5. Je haalt .......... als je lucht door je mond of neus binnenlaat.
6. Als je de wind ....... hebt, hoef je niet te trappen op je
fiets.
8. Het zeepsop om bellen te blazen wordt taaier door.........
9. Door dit muziekinstrument van hout blaas je lucht.
1
W
2
3
E
4
5
D
6
W A R M
D
7
V L I
E
8
E G E R S
U
I
2. Lees de zinnen goed. Is de zin goed of fout?
A. Bij boosheid ga je sneller ademhalen. goed/fout
B. Bij een luchtballon hoort een brander. goed/fout
C. In een dorp is de lucht viezer dan in een stad.
9
F
L
10
K O U D
goed/fout
D. Ben je zenuwachtig? Probeer dan rustig te
ademen. Je wordt dan rustiger. goed/fout
E. Lucht is sterk. Aan een zuignap kun je een
handdoek ophangen. goed/fout
I
H O O R N
M
goed
/fout
B
EclipseCrossword.com
www.eduboek.nl
E
I
R
T
Atwoorden 54 Roofdieren
Roofdieren
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
..
.
.
de ijsbeer
.
de leeuw
.
de bruine beer
Ik eet zeehonden.
..
.
.
.
de tijger
.
.
.
de wolf
Rennen houd ik lang vol.
.
.
.
.
.
de luipaard
.
.
3. Welke zinnen horen bij het plaatje? Trek een
lijn.
.
.
Ik eet vis.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin voor
het woord.
.
de ijsbeer
www.eduboe
Ik heet ook wel panter
.
Alle dieren die hun jongen melk geven.
A zoogdieren
Ik ben familie van de kat. Ik heb manen.
C de wolf
Ik leef in een roedel.
Ik wacht op een prooi bij een gat.
B de leeuw
Ik sleep mijn prooi een boom in.
G de tijger
Ik eet ook vruchten.
Ik ben familie van de kat. Ik ben niet bang E de luipaard
voor water.
F de bruine beer
Ik ben de grootste kat.
.
D
A.
B.
C.
D.
E.
F.
G.
54
Ik leef samen met welpjes
Antwoorden 55 Vleugels
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
.
.
Ik ben een zoogdier
.
.
de ooievaar
de pinguin
.
.
.
de boemerang
.
.
.
de rups
De mens maakte mijn vleugels bol
.
.
.
de duif
3. Zoek de goede zin bij de plaatjes. Trek een lijn.
.
.
55
Vleugels
.
Ik word geboren zonder vleugels
de vleermuis
A
E
Ik reis met de wind
de postduif
G de linde
F
de pop
www.eduboek.nl
.
de struisvogel
.
C
de reiger
de pinguin
D
B
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
A. Ik vlieg in de nacht.
B. Ik vlieg zo naar mijn hok terug.
C. Ik ben te zwaar om te vliegen.
D. Ik zwem met mijn vleugels.
E. Ik zweef met mijn vleugels.
F. Ik ben het huisje van een rups.
G. Mijn zaadjes zitten aan een vlieger.
Ik kom weer terug
Antwoorden 56 Haar
Haar
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
.
.
de tondeuse
.
het scheermes
.
.
.
de kameel
.
.
.
de kapper
.
.
.
de wenkbrauw
3. Zoek de zeven verschillen.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
A. Ik ben behaard. Ik geef mijn jong melk.
B. Mijn haren werden stekels.
E de hond
C de brandnetel
C. Mijn blad heeft haren.
B
D. De kleur van mijn haren helpt mij om
A
een prooi te vangen.
E. Ik ben boos. Mijn haren staan omhoog. F
het zoogdier
F. Ik ben een zoogdier zonder haar.
de egel
het nijlpaard
D de leeuw
www.eduboek.nl
56
Antwoorden 57 Ik maak muziek
Ik maak muziek
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
slaginstrument
snaarinstrument
blaasinstrument
de trompet
E
de xylofoon
B
de gitaar
D
het drumstel
F
de tuba
G
de piano
A
de klarinet
www.eduboek.nl
.
C
.
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
A. Op mij moet je blazen. Ik heb gaten
en kleppen
B. Op mij kun je tokkelen.
C. Ik ben een blaasinstrument met ventielen. Ik klink hoog
D. Ik heb veel trommels: grote en kleine.
E. Ik ben een slaginstrument van hout.
F. Ik ben een blaasinstrument met ventielen. Ik klink laag
G. Ik heb snaren, hamertjes en toetsen
.
.
de harp
.
.
.
de bekkens
..
.
de pauk
.
.
.
de viool
.
.
de saxofoon
.
.
.
3. Zoek het goede plaatje bij het woord. Trek een
lijn.
57
Antwoorden 58 Met de trein
Met de trein
1. Zoek het goede woord bij het plaatje.
Trek een lijn.
.
de stoptrein
de intercity
.
het station
.
het sein
.
.
.
.
de rails
.
.
.
het perron
.
goed
/fout
.
.
3. Kleurplaat Intercity-trein
2. Lees de zinnen goed. Is de zin waar of niet waar?
A. De Intercity stopt op elk station. waar/niet waar
B. De machinist bestuurt de trein. waar/niet waar
C. De conducteur sluit de deuren van de trein.
waar/ niet waar
D. Bij het loket kun je een kaartje kopen.
waar/niet waar
E. Bij een wissel gaat de trein altijd rechtdoor..
waar/niet waar
www.eduboek.nl
58
Antwoorden 59 Kunst
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
het beeld
.
de maquette
.
de camera
.
.
.
.
de kwast
.
.
.
.
het palet
59
3. Dit zijn tekeningen van een beroemd schilderij.
Ze zijn niet precies hetzelfde. Zoek de 7 verschillen.
.
.
Kunst
.
2. Wat weet je kunst?. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
D de regisseur
A. Ik ontwerp gebouwen.
C boetseren
B. Op mij schildert de schilder.
C. Een ander woord voor een vorm in klei
E de studio
maken.
B het doek
D. Ik ben de baas bij het maken van een
film.
A de archtitect
E. Daar neemt de zanger zijn muziek op.
G
brons
F. Ik bedenk een dans.
G. Daar kun je een beeld van maken
F de choreograaf
www.eduboek.nl
Antwoorden 60 Huisdieren
1. Kies de woorden bij de huisdieren. Trek een lijn.
.
de
fret
de
rat
.
.
de koe
de geit
de kanarie
de eekhoorn
het hert
de
parkiet
.
.
.
.
.
.
.
.
de
cavia
.
.
.
de
hamster
.
3. Allemaal dieren. Maar welke dieren zijn
huisdieren? Zet een kruis in het hokje bij de
huisdieren.
.
de
witte muis
.
60
Huisdieren
het paard
.
goed
/fout
2. Zijn deze zinnen goed of fout?
A. Een fret eet veel groente en noten. waar/niet waar
B. Een hond moet je goed uitlaten. waar/niet waar
C. Ratten leven in groepen. waar/niet waar
D. In het hok van een konijn doe je hooi of zaagsel.
de kangoeroe
de vos
het varken
de kip
de dolfijn
waar/niet waar
E. De papegaai eet vooral zaden. waar/niet waar
F. Witte muizen slapen „s nachts.waar/niet waar
G. Geef een goudvis nooit te veel voer. waar/niet waar
de tijger
www.eduboek.nl
Antwoorden 61 Wielen
de
spaak
het
rad
.
.
de
katrol
.
de
kruiwagen
.
de fiets
de rolschaats
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
de
luchtband
.
het
tandwiel
.
.
.
.
.
.
3. Waar horen deze wielen bij?. Trek een lijn.
.
.
1. Kies de goede woorden bij de plaatjes. Trek een lijn.
61
Wielen
goed
/fout
2. Welke van de twee woorden is goed?
A. Een kar veert beter met een luchtband / houten wiel.
B. Het eerste wiel hoorde bij de pottenbakker / wagen.
C. Een wiel draait rond een spaak / as.
D. Met een tandwiel / katrol kun je iets optakelen.
E. Een draad van wol maak je met een wolwiel /
.
de trein
de stoel
spinnewiel.
.
F. Tandwielen vind je ook in klokken / balpennen.
G. Een auto heeft meer / minder dan vijf wielen.
www.eduboek.nl
de auto
Werkblad 62 Hier woon ik
Hier woon ik
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
3. Waar woont dit dier? Trek een lijn naar de
woorden.
.
.
de specht
.
de spin
.
de bruine beer
in een holletje
.
.
.
.
.
de vos
.
.
.
de slak
.
.
.
.
de kreeft
.
.
.
in een stal
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
voor het woord.
in een huis
de slak
de vos
de merel
de bij
de bruine beer
A de anemoonvis
www.edu
.
Ik leef tussen de anemonen.
Ik neem mijn huis altijd mee.
Ik verhuis als ik groter word.
Ik woon in een burcht.
Ik woon in een grot.
Ik woon in een nest met raten.
Ik bouw mijn huis van gras, mos en
modder in de struiken.
.
A.
B.
C.
D.
E.
F.
G.
in een hok
in een kom
62
Werkblad 63 Waarom?
63
Waarom?
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
3. Maak de puzzel.
1
3
.
de zebra
.
het spruitje
.
.
.
.
Ik
Ik
Ik
Ik
Ik
Ik
word gegeten met Oud en Nieuw.
ben alleen te zien als het donker is.
smaak bitter.
fladder heen en weer.
geef melk maar heb geen uier.
ben een deel van een herenfiets.
W A A R O M
N
L
N A V E L
N
EclipseCrossword.com
Van links naar rechts
4. Dit woord staat aan het begin van
een vraag.
5. Een litteken op je buik.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede woord
bij de zin. Zet de letter van de zin voor het
woord.
A.
B.
C.
D.
E.
F.
5
B
4
O
.
de oliebollen
.
.
.
de navel
.
.
het varken
.
.
.
de vlinder
.
.
.
Z
M
2
D de vlinder
E het varken
B
de ster
F
de stang
Van boven naar beneden
1. De haren rond de kop van een leeuw.
2. Als glas ..... is, lijken dingen groter.
3. Een ster die je overdag kunt zien.
C de witlof
A
de oliebol
www.eduboek.nl
Antwoorden 64 Insecten
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
de wesp
.
de huisvlieg
.
.
de pop
Ik ben geen insect
.
.
.
.
.
.
de libel
.
.
.
.
de rups
Bij gevaar doe ik een geel plasje.
.
.
.
de mug
.
3. Zoek de goede zin bij de plaatjes. Trek een lijn.
.
.
64
Insecten
.
Ik steek met mijn angel.
Ik vang insecten in mijn web .
Ik kom uit het eitje van een huisvlieg.
Ik heb een tang aan mijn achterlijf.
Ik leg mijn eitjes in de buurt van water.
Ik zit op poep, maar ook op eten.
In mij wordt de rups een vlinder.
Ik heb een roltong.
de spin
D
de libel
C de oorwurm
E
de huisvlieg
G
de vlinder
B
de made
F
de pop
Ik heb bloed nodig voor mijn eitjes.
.
A.
B.
C.
D.
E.
F.
G.
A
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
Je kunt mij niet goed zien
www.eduboek.nl
Werkblad 65 Eten
65
Eten
Puzzel
1
Van links naar rechts
5. Een ander woord voor voedsel.
6. De eerste maaltijd van de dag.
8. De naam voor een vork, mes en lepel samen.
Van boven naar beneden
1. Kaas, boter, melk en yoghurt bij elkaar noem
je ......
2. Een ander woord voor restaurant.
3. Iemand die kookt in een restaurant.
4. Iemand die het eten brengt in een restaurant.
7. Hier kauw je je eten mee.
U
I
2
3
6
K
4
5
O
O N T B
K
I
J
E
V
E T
E N
T
L
E
H
R
U
I
8
goed
/fout
2. Lees de zinnen goed. Is de zin goed of fout?
A. Alle eten komt van planten en dieren. goed/fout
B. Met je tong kun je je eten proeven. goed/fout
C. In Japan eten mensen met stokjes. goed/fout
D. Een menu is een soort eten. goed/fout
E. Lunch is een ander woord voor avondeten.
goed/fout
Z
B E S T
7
G
E K
B
I
T
EclipseCrossword.com
F. Een voorgerecht eet je altijd eerst. goed/fout
www.eduboek.nl
Antwoorden 66 Apen
Apen
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
de chimpansee
de gibbon
.
.
.
.
.
.
.
.
de orang oetan
.
de bonobo
.
.
.
de gorilla
..
.
.
3. Zoek de 7 verschillen tussen de twee plaatjes.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin voor
het woord.
A.
B.
C.
D.
E.
Ik
Ik
Ik
Ik
Ik
ben de grootste van alle apen.
ben een echte slingeraap
leef niet echt in een groep.
lijk het meest op de mens.
maak wel eens ruzie om eten.
E
de chimpansee
C
de orang oetan
D
de bonobo
B
de gibbon
A
de gorilla
www.eduboek.nl
66
Antwoorden 67 de zee
De zee
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
zeilen
.
het strand
.
de ijsbreker
.
.
.
.
.
de golf
.
.
de kust
.
.
.
.
surfen
.
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
A de branding
F
A.
B.
C.
D.
E.
F.
3. Zoek de zeven verschillen tussen de twee platen.
Daar waar de golven op land rollen .
Plastic en andere troep in de zee.
Ik woon op de Noordpool.
Ik woon op de Zuidpool.
De smaak van de zee.
Hier wonen mensen die naar olie
zoeken.
G. Zo noem je een grote zee.
het booreiland
B
het afval
C
de ijsbeer
de pinguin
D
G
de wereldzee
E
zout
www.eduboek.nl
67
Antwoorden 68 Hondenboek
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
de bloedhond
. .
Ik ben een Duitse herder
Ik ben een Golden Retiever.
A de chihuahua
.
.
C
de wolf
A. Ik ben de kleinste rashond .
G
de Whippet
B. Ik ben een teckel. Ze noemen me ook…
E
de poedel
C. Ik ben eigenlijk de vader van alle
honden.
D
de Husky
D. Ik ben een echte trekhond.
B de dashond
E. Ik ben een jachthond met krullen.
F. Ik ruik nog heel oude sporen.
F
de bloedhond
G. Ik ben een snelle hond.
Ik ben een gezelschapshond.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
voor het woord.
Ik ben dol op water,
www.eduboek.nl
.
.
de boxer
.
.
.
de whippet
.
.
de teckel
Ik ben een Franse Bulldog
.
.
.
de wolf
3. Zoek twee goed zinnen bij de plaatjes.
Trek een lijn.
.
.
.
68
Hondenboek
Ik ben een goede politiehond.
Antwoorden 69 Gereedschap
Gereedschap
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
.
Ik
Ik
Ik
Ik
Ik
Ik
Ik
C
.
.
De ragebol haalt spinnenwebben weg
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin A
voor het woord.
A.
B.
C.
D.
E.
F.
G.
.
.
de ringsleutel
de fietspomp
de schoffel
pomp lucht in de band .
E
de liniaal
maak de haren van klanten droog.
F
de pollepel
haal het onkruid uit de tuin.
maak de vloer nat en schoon.
B
de föhn
ben handig om iets te meten.
G het schuurpapier
ben van hout en roer in de pan.
maak ruw hout mooi glad.
D
De snoeischaar knipt takken door.
de mop
www.eduboek.nl
De verfkrabber haalt verf weg.
.
.
de schaaf
.
.
de ezel
De passer maakt cirkels.
.
.
.
het palet
.
.
.
.
.
de spa
De garde roert in sausjes.
.
.
3. Zoek de goede zin bij het plaarje.
Trek een lijn.
69
De spuit verdooft de pijn.
Antwoorden 70 melk
Melk
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
de kaas de zeug
.
het schaap
.
de slagroom
.
.
.
.
.
.
.
de geit
.
.
.
.
de melk
.
.
.
3. Zoek de zeven verschillen tussen de twee platen.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
voor het woord.
C
A. Zo noem je het hard kloppen van
melk .
B. Ik ben wrongel. Ik word later…….
C. Ik geef mijn jongen melk.
D. Ik ben slagroom. Klop maar door. Ik
word…..
E
E. Ik smaak een beetje zuur.
F. Ik ben de eerste melk voor een kalf.
G. Ik ben een stof die in melk zit.
karnen
A
het zoogdier
G
de kalk
D
de boter
F
de biest
de karnemelk
B
de kaas
www.eduboek.nl
70
Antwoorden 71 Drijven
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
.
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
A.
B.
C.
D.
E.
F.
G.
Ik leer kinderen drijven .
Ik kan drijven en zinken.
Ik zit vaak aan een hengel vast.
Ik smeer vet. Zo drijf ik beter.
Als ik vers ben, drijf ik in water.
Ik drijf in zee en wijs de weg
Ik zit om je lijf. Nu drijf je.
.
.
het luchtbed
de fuut
Ik zink.
.
.
.
de otter
.
.
de dobber
3. Kijk naar de plaatjes. Bij welke zin hoort het
plaatje.
Trek een lijn.
.
.
de boei
71
Drijven
A de badmeester
E
het ei
de boei
F
het zwemvest
G
C
B
D
de dobber
de duikboot
de eend
www.eduboek.nl
Ik drijf.
Antwoorden 72 Dierendag
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
de kip
.
Franciscus
.
.
.
de nerts
.
.
.
de aap
.
.
.
3. Zoek de zeven verschillen.
.
.
de vis
Dierendag
.
2. Zoek het goede woord bij de zin. Zet
de letter van de zin voor het woord.
A. Dat vieren we elk jaar op 4 oktober.
D de plofkip
B. Deze man heeft iets met dierendag te
B Franciscus
maken.
C. Ik word gebruikt voor het maken van
E
de vis
een bontjas.
C de nerts
D. Ik moet veel te snel groeien.
E. Ik vind die haak niet fijn.
A dierendag
F. Ik hoor niet in een kooi, maar in de
F de aap
vrije natuur.
G. Wij zorgen ervoor dat kippen een goed
G
Wakker Dier
leven hebben.
www.eduboek.nl
72
Antwoorden 73 De egel
De egel
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
.
.
.
de slak
.
.
.
de egel
.
.
.
de das
3. Zoek de 7 verschillen.
.
.
de oorwurm
de pissebed
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
voor het woord.
A. Wij zitten op het lijf van de egel.
B. Ik eet af en toe een egel.
C. Hier zoek ik vooral mijn eten mee.
D. Dan kun je mij vooral tegenkomen.
E. Op die plek is voor de egel veel gevaar.
F. In dat jaargetijde eet ik me vol en rond.
D in de nacht
E
de weg
B
de uil
A de stekels
C
mijn neus
F in de herfst
www.eduboek.nl
73
Antwoorden 74 Ik ontdek
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
het hart
.
het spoor
Z
E
2
3
.
de magneet
4
B
.
.
.
.
het insect
1
.
.
.
.
de ogen
3. Maak de puzzel.
.
.
74
Ik ontdek
K
L
M U
I
S
I
O
O
E
D
R
.
P
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin A
voor het woord.
E
T
de spin
EclipseCrossword.com
het ijzer
A. Ik heb acht poten en ben geen insect .
B
het hart
B. Ik klop in je borst.
D de vingerafdruk
C. Met je ogen kijk je, maar wij zorgen
dat je het plaatje ziet.
F
het konijn
D. Ik ben een spoor van kleine lijntjes.
C
de hersenen
E. Een magneet trekt aan mij.
F. Ik leg een spoor van keutels.
G het papier
G. Een magneet trekt mij niet aan.
Van links naar rechts
2. Een klein dier dat maar kort leeft.
4. Het is rood. Het hart pompt het door je lijf.
Van boven naar beneden
1. Ik ben een inscect. Hoeveel poten heb ik?
2. Ik ben een insect zonder vleugels. Ik leef in een
grote groep.
www.eduboek.nl
Antwoorden 75 Winter
75
Winter
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
3. Puzzel
1
.
.
.
de slee
.
.
.
de muts
2
.
.
.
de sjaal
L
.
.
S
N
.
.
E
E
3
U W
E
de sneeuwman
de wanten
S
I
N
4
W O
R
S
T
.
.
E
5
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
voor het woord.
A. Je kunt mij eten in de winter.
B. In dit seizoen is het koud.
C. Ik ben wit en koud.
D. Ik slaap in de winter.
E. Als het sneeuwt, krijg ik honger.
F. Ik ben een gat in het ijs.
B
de winter
de stamppot
A
D
de egel
C de sneeuw
F
het wak
H
E
R
EclipseCrossword.com
T
Van links naar rechts
2. Witte vlokken die uit de lucht vallen.
4. Dit vlees eet je bij boerenkool.
5. Dit dier heeft in de winter een dikke vacht.
Van boven naar beneden
1. Je zit erop en glijdt door de sneeuw
3. Dit is een koud seizoen.
E de vogel
www.eduboek.nl
Werkblad 76 Het paard
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
de koetsier
.
.
het hoofdstel
het zadel
.
.
.
.
de cap
.
.
.
.
de ezel
3. Zoek de 7 verschillen
.
.
Het paard
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
voor het woord.
A.
B.
C.
D.
D
de stijgbeugel
Ik ben een paard met strepen .
A
de zebra
Ik zit op een paard.
Ik ben de ijzeren schoen van het paard. E de motor
Ik word gebruikt om op een paard te
B
de ruiter
stappen.
C
het hoefijzer
E. Ik zorgde ervoor dat veel paarden
verdwenen
de pony
F
F. Ik ben een kleine paard.
www.eduboek.nl
76
Antwoorden 77 De zon
De zon
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
.
.
.
.
.
de baan het zweet
.
.
.
de parasol
.
de aarde
.
.
.
de ster
3.
.
de schaduw
Zoek de zeven verschillen tussen de twee platen.
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
A de zonnemelk
voor het woord.
A. Ik bescherm je tegen verbranden .
D de schaduw
B. Ik ben een ster
B
de zon
C. Ik ben een planeet.
D. Ik ben de plek waar het zonlicht niet
E
de nacht
komt,
E. Ik ben de kant van de aarde met scha- C
de aarde
duw.
G
de plant
F. Ik ben de kant van de aarde met licht.
F
de dag
G. Ik maak mijn eigen eten met zonlicht.
www.eduboek.nl
Antwoorden 78 De maan
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
78
3. De ruimtevaarder is de weg kwijt. Help jij hem om
zijn raket te vinden.
De maan
WEG 1
.
de maanlander
.
de maan
.
de ruimtevaarder
.
.
.
.
de aarde
.
.
.
.
de raket
.
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin A
de maan
voor het woord.
G
A. Ik ben een soort spiegel als de zon op
eb
mij schijnt.
C volle maan
B. Ik ben een groot gat in de bodem van
F
de maan.
vloed
C. De zon schijnt nu vol op mijn kant.
B de krater
D. Ik reis naar de maan.
E nieuwe maan
E. De zon schijnt niet op mijn kant.
F. Het water van de zee is hoog.
D de ruimtevaarder
G. Het water van de zee is laag.
www.eduboek.nl
Antwoorden 79 Het ei
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
het reptiel
.
het insect
.
de spin
.
.
.
.
kikkerdril
.
.
.
.
de dooier
.
3. Zoek de 7 verschillen.
.
.
Het ei
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin C de dooier
voor het woord.
F de pop
A. Ik kom uit het ei van een insect.
B. Ik word geboren uit kikkerdril.
G de spin
C. Ik zit in een ei. Ik ben het eten voor
E de struisvogel
het jong.
D. Door mij gaat het eten van de baby.
A
de larf
E. Ik leg het grootste vogelei.
D de navelstreng
F. In mij wordt de rups een vlinder.
G. Mijn nest is gemaakt van draad.
B het donderkopje
www.eduboek.nl
79
Antwoorden 80 Bijen
Bijen
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
3. Zoek de 7 verschillen
.
.
.
.
het stuifmeel
de raat
.
.
.
de bijenkorf
.
.
.
de imker
.
.
.
de honing
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin A de imker
voor het woord.
A. Ik verzorg de bijen.
G de cel
B. Ik leg alle eitjes.
E
de raat
C. Zo noem je een grote groep bijen.
C het volk
D. Ik ben een mannetje.
E. Ik ben gemaakt van was.
D
de dar
F. Ik haal honing en stuifmeel.
de werkster
F
G. Ik ben een klein doosje in een
raat.
B
de koningin
www.eduboek.nl
80
Antwoorden 81 Brillen
Brillen
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
de duikbril
.
de oogarts
.
de leesbril
.
.
.
.
de zonnebril
.
.
.
.
de lasbril
.
.
.
3. Zoek de 7 verschillen
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
F
wazig
voor het woord.
A
A. Van mij komt de naam bril.
beril
B. In mij zitten de glazen van de bril.
de opticien
E
C. Met mij kun je onder water kijken.
D. Dat ben je als je het verschil tussen
D kleurenblind
rood en groen niet ziet.
G de zonnebril
E. Bij mij ga je een bril uitzoeken.
C
de duikbril
F. Zo zie je alle dingen als je
ogen niet goed zijn.
B het montuur
G. Mij draag je vooral in de zomer.
www.eduboek.nl
81
Antwoorden 82 Op tijd
Op tijd
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
de zon de maand de maan de wijzer
.
de kalender
.
.
.
.
.
de klok
.
.
.
3. Kees komt niet op tijd op school. Hij verslaapt
zich. Zoek de 7 verschillen.
.
juni
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
F de slinger
A
de klok
A.
B.
C.
D.
E.
F.
Ik geef de tijd aan.
C de kalender
Ik ben eens in de maand vol.
E de gtote wijzer
Ik heb meestal 12 blaadjes.
Ik geef op de klok de uren aan.
G het tamdwiel
Ik geef op de klok de minuten aan.
B de maan
Ik zwaai onder oude klokken heen en
weer.
D de kleine wijzer
G. Ik zit binnenin een klok.
www.eduboek.nl
82
Antwoorden 83 Het kasteel
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
k a s t e e l d r o p
.
n a a r b r a n d e n
.
.
het kasteel
de toren
de valk
a p p e l e n r o u w
.
.
.
.
de poort
.
.
.
de nar
.
.
.
.
de ridder
.
3. Ridder Rik wil graag de mooie
jonkvrouw Jannie redden.
Zoek het goede pad over de letters.
De ridder mag alleen langs kasteelwoorden en ridderwoorden. Begin bij
het woord kasteel. Nu jij verder!
.
.
83
Het kasteel
p h a r n a s z e e a
.
w e l w a t e r o p r
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
voor het woord.
e e n w e b w a a r m
C
F
de heer
b r i d d e r z e r e
de nar
A. Ik ben een oud gebouw met dikke
G het toernooi
muren en torens.
D de binnenplaats
B. Ik lig over de gracht.
C. Ik ben de baas van het kasteel.
A het kasteel
D. Ik ben het plein binnen het kasteel.
E de boer
E. Ik werk op het land rond het kasteel.
F. Ik ben de grappenmaker,
B de ophaalbrug
G. Ik ben een soort wedstrijd voor ridders.
Red me!!!!
www.eduboek.nl
Antwoorden 84 Allemaal botten
Allemaal botten
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
het bot
.
de ribben
.
de schedel
.
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
voor het woord.
4
5
1
.
.
.
de voet het skelet
.
.
.
.
.
.
de hand
6
.
.
3. Ken jij alle namen van de gewrichten? Schrijf
het goede nummer bij de naam.
2
B
3
de spier
C de spons
A.
B.
C.
D.
E.
F.
G.
Ik
Ik
Ik
Ik
Ik
Ik
Ik
ben een ander woord voor skelet.
laat botten bewegen.
lijk een beetje op het bot van binnen.
heb geen skelet,
bescherm de hersenen.
bescherm het hart en de longen,
heb een skelet aan de buitenkant.
A het geraamte
2
De knie
5 De elleboog
D
de kwal
3
De enkel
4 De pols
E
de schedel
1
De heup
6 De schouder
F
de ribben
G
de kreeft
www.eduboek.nl
84
Antwoorden 85 De wereld rond
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
3. Zoek de goede woorden bij het plaatje.
de Eiffeltoren
.
.
.
.
85
Antwoorden De wereld rond
.
het stokbrood
.
.
de iglo
...
.
de piramide
de piramide
G
.
C
de safari
de koala
B de Eiffeltoren
.
.
E de Grote Muur
het Vrijheidsbeeld
D de toren van Pisa
F de eskimo
.
A de buffel
..
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het
goede woord bij de zin. Zet de letter
van de zin voor het woord.
A. Ik ben één van “de Grote Vijf”.
B. Ik ben van staal en sta in Parijs.
C. Ik sta in de woestijn in Egypte.
D. Ik sta een beetje scheef.
E. Ik ben van steen en sta in China.
F. Ik woon in Groenland.
G. Ik ben een buideldier uit Australië.
.
.
.
.
de boemerang
.
.
sushi
.
.
de neushoorn
de toren van Pisa
de panda
Antwoorden 86 De ijsbeer
De ijsbeer
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
de Noordpool
het luchtgat
.
.
de zeehond
.
.
.
.
het ijs
.
.
.
.
de ijsbeer
.
.
.
3. Deze ijsbeer is haar jongen kwijt. Help een
handje en zoek de goede weg.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
voor het woord.
E
het hol
A. In dit deel van de wereld is het altijd
D
ijs
koud.
B. Zo noem je een dier dat andere dieren B het roofdier
opeet.
C
het luchtgat
C. Hier haalt een zeehond adem.
A de Noordpool
D. Dit is bevroren water.
E. Hier woont de ijsbeer met haar jongen.
F
de zeehond
F. Dit dier past op voor de ijsbeer.
www.eduboek.nl
?
86
Antwoorden 87 Glijden
Glijden
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
.
.
de glijbaan
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de zin
voor het woord.
A.
B.
C.
D.
E.
F.
Met dit spul loopt alles gesmeerd.
Op deze latten glijd je heel goed
Ik glijd graag op mijn buik.
Dit is bevroren water.
Ik laat ijs en sneeuw smelten.
Ik sta in de speeltuin
.
slippen
.
.
de sjoelbak
.
.
.
de schaats
.
.
de slee
.
.
de ski
.
.
.
3. Zoek de 7 verschillen.
F
C
B
de ski‟s
A
de olie
E
het zout
D
het ijs
de glijbaan
de pinguin
www.eduboek.nl
87
Antwoorden 88 Vogels helpen
.
de spreeuw
.
.
de doppinda
.
.
.
de vetbol
.
.
de zaden
de reiger
..
.
.
.
het klokhuis
.
.
.
.
3. Zoek de goede namen bij het plaatje.
.
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
de voerplank
85
De wereld rond
.
.
.
de merel
de gans
.
.
A de eend
de koolmees
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
G de worm
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
B
het wak
A. Ik ben een watervogel.
F de voerplek
B. Ik ben een gat in het ijs.
C. Hier breng je een zieke vogel heen.
E
de zwaluw
D. Ik eet in de winter gewoon muizen.
E. Ik ben in de winter in een warm land. C de vogelopvang
F. Ik ben de plaats waar het eten ligt.
D
de uil
G. De merel trekt mij uit de grond.
.
.
het roodborstje
Antwoorden 89 Textiel
89
Textiel
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
3. Maak 2 woorden aan het goede plaatje vast.
Trek een lijn.
.
.
..
de trui
..
. .
A
.
E de handdoek
linnen
het vlas
C
het schaap
B
textiel
D
de zijderups
G
de servet
F
de draad
wol
de theedoek
.
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
A. Ik ben een plant die linnen geeft.
B. Ik ben alles wat geweven is van stof.
C. Ik zorg voor wol.
D. Ik maak een dunne draad.
E. Ik ben gemaakt van katoen.
F. Ik ben de andere naam voor garen.
G. Ik ben gemaakt van linnen.
de spijkerbroek
katoen
spinnen
textiel
.
.
.
weven
.
.
breien
.
.
het garen
.
. .
.
.
. .
de stropdas
zijde
Antwoorden 90 Striphelden
90
Striphelden
1. Kun je de goede namen bij de plaatjes vinden?
Trek een lijn.
3. Maak 2 woorden aan het goede plaatje vast.
Trek een lijn.
.
.
.
.
Suske
Obelix
Jolly Jumper
.
.
.
.
Kuifje
.
.
.
Lucky Luke
.
.
.
Zorro
toverdrank
.
.
.
de Daltons
. .
groene steen
Batman
A
Bobby
masker
B
Kuifje
C
Superman
D
Asterix
G
Wiske
. .
F Spiderman
Krypton
.
E
everzwijn
.
. .
..
.
.
.
2. Lees de zinnen goed. Zoek het goede
woord bij de zin. Zet de letter van de
zin voor het woord.
A. Ik ben het hondje van Kuifje
B. Ik schrijf voor een krant.
C. Ik kan door muren kijken.
D. Ik drink van de toverdrank.
E. Ik rijd in een zwarte auto.
F. Ik plak vast aan de muur.
G. Ik ben een beroemd meisje uit een
strip.
de Daltons
vos

Vergelijkbare documenten

Werkbladen kast 1 groepen 3 en 4

Werkbladen kast 1 groepen 3 en 4 1. De vier smaken zijn: zout, zoet, bitter en...... 7. Dit sap uit een boom is nodig voor kauwgom. 8. Hier proef je mee. 9. Chocolade wordt gemaakt van een....... 10. Dit droeg Zwarte Piet vroeger ...

Nadere informatie