Water en Bodem - De Groene Zaak

Commentaren

Transcriptie

Water en Bodem - De Groene Zaak
MEI 2014 | JAARGANG 25
NR 5/6
Water en Bodem
Botanische rwzi
Ultrasoon zuiveren
Atsma’s bodemlijstje
Regels bodemgebruik
Kabels ondergronds
Membranen troef
Nano & water
Dé afvalverwerker
Verwerker van:
Industrieel afvalwater
Oliehoudend afval
Brandstofresten
Chemisch afval
Ook verwerker van:
Verontreinigde grond en TAG
ATM
Vlasweg 12,
4782 PW Moerdijk
www.atmmoerdijk.nl
Tel: 0168-389289
Fax: 0168-389270
Contactpersonen:
Rick Leerink (06-53698983)
& Ron van Verk (06-51124004)
Een incompany-training van Kluwer voor uw organisatie….
EEN SLIMME KEUZE!
De incompany-trainingen van Kluwer zijn succesvol doordat we aansluiten op de strategie en wensen van uw organisatie
of afdeling. Het ontwikkelen van uw medewerkers in hun eigen omgeving vergroot de kwaliteit van het succes van uw
organisatie waardoor uw medewerkers de inhoud daardoor nog beter herkennen.
ƒUw opleidingspartner voor inhoudelijke opleidingen en vaardigheidstrainingen
ƒUw eigen praktijk staat centraal
ƒUw opleidingen altijd up-to-date door actuele Kluwer-content
De voordelen van een incompany-training van Kluwer
ƒHoger rendement tegen lagere kosten
ƒGroot netwerk aan hooggewaardeerde docenten
ƒUw vakspecifieke rollen en competenties als
uitgangspunten voor onze trainingen
Keuze uit opleidingen in de vakgebieden:
ƒ Juridisch
ƒ Openbaar bestuur
ƒ Ruimtelijke ordening & Milieu
ƒ Vaardigheden
www.kluwer.nl/incompany
Interesse?
Vraag dan nu een offerte aan.
T: 0172 46 6368
E: [email protected]
INHOUD
16
22
14
Water en Bodem
10
12
14
16
18
20
22
24
29
Gebiedsgericht saneren
Botanische waterzuivering
Gereguleerd schatgraven
Afvinken op de ‘Lijst Atsma’
Membranen zijn troef
Hoogspanning ondergronds
Nano & water: risico en kans
Weglekkende milieuwinst?
Ultrasone waterzuivering
29
10
Grondwatersanering
Vervuild grondwater op grote diepte is het stiefkind
van de bodemsanering. De ‘pluimen’ laten zich aanpakken met een gebiedsgerichte benadering.
12
RWZI, maar dan anders
In Boedapest zuiveren weelderige planten onder
glas stedelijk afvalwater. Zo’n zuivering wordt in de
wijk waarschijnlijk met open armen ontvangen.
18
Hergebruik van afvalwater
Een zo groot mogelijke herbenutting blijft de natte
droom in de industrie. Koploper in de aanpak:
de membraantechnologie.
24
5e Actieprogramma Nitraat
De aanpak van nitraatuitspoeling heeft vrucht afgeworpen. Maar het 5e Actieprogramma Nitraat schat
de milieueffecten te positief in, zeggen critici.
Verder
04
04
07
09
26
28
30
32
34
35
35
Hoofdredactioneel
Nieuws
Column
Internationaal nieuws
Bedrijf en product
De milieuprofessional
Modernisering milieubeleid
Bedrijfsprofiel
Forum
Agenda
Colofon
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE
3
NIEUWS | HOOFDREDACTIONEEL
Het bofkontstaatje
Wim Verhoog
Hoofdredacteur
[email protected]
En toen stond het zomaar gedrukt in m’n ochtendkrant: ‘Klimaatrampen onafwendbaar’ (Trouw), daags
na het verschijnen van het nieuwste IPCC-rapport.
Interessant om na te gaan wat zoiets met je doet.
‘Weinig’, zeg ik dan snel, omdat dat voor mij natuurlijk
al tíjden duidelijk was. (Vroeger op het schoolplein:
‘Oh dus jij vindt dat ik flaporen heb? - Nou dat wist ik
alláng joh!’). Maar ik weet ergens wel dat ik zo de
boodschap overschreeuw waar mijn diepste ‘ik’ niet
aan toe wil komen. Want op welke manier zou ik dan
over - bijvoorbeeld - de toekomst van mijn dochters
moeten denken? Of zij over hun toekomst?
Maar gelukkig: er zijn nog meer kranten op deze aardbol, zoals het gerenommeerde Metro dat een dag later
kopte met ‘Klimaatrampen gaan aan Nederland voorbij’. Ik citeer: ‘Al met al zijn de gevolgen voor Nederland wel te hanteren’ en ‘Voor ons is de opwarming
zelfs gunstig’, een uitspraak die wordt gestaafd met
‘prettiger weer’ voor de toeristen, lagere stookkosten,
een verlengd groeiseizoen voor onze gewassen (met
extra groeikracht dankzij de extra CO2), plus de mogelijkheid om gewassen te gaan kweken die hier eerst
ondenkbaar waren. En het is zelfs goed voor onze
concurrentiepositie als de kwekers in Zuid-Europa
véél meer problemen met droogte krijgen.
Kan best kloppen natuurlijk. Zeker als Nederland maar ik ben niet zo goed in economie en aardrijkskunde - een heel autonoom staatje is met nauwelijks enige afhankelijkheid van de rest van de wereld. Zo’n
zichzelf bedruipende natie mag zich terecht gelukkig
prijzen.
Zekerheidshalve toch even de bron van het goede
nieuws in Metro, het Planbureau voor de Leefomgeving, gebeld. “Ik heb het stuk nog niet gelezen”, zegt
de geïnterviewde aldaar. “Het was een kort gesprekje
met de expliciete vraagstelling wat in Nederland de
directe effecten zijn.” Hij kan zich vanuit dat perspectief dan ook wel vinden in de kop die ik hem voorlees.
“Al zijn er natuurlijk wel degelijk indirecte effecten
voor Nederland, en dat heb ik ook wel aangegeven
door bijvoorbeeld te wijzen op de consequenties voor
de landbouw buiten onze grenzen.”
Geen woord verkeerd dus. Wel jammer dan dat de
krant voor z’n lezer de specifieke vraagstelling niet
verduidelijkte. Nou ja…jammer? Het blad doet zo wel
z’n stinkende best om de potentiële struisvogel in ons
op z’n wenken te bedienen. De enige zorg die de gemiddelde Nederlander na lezing van het stuk nog zou
kúnnen hebben is dat dit bofkontstaatje, dat te midden van wereldwijde rampspoed gespaard blijft,
straks wordt overlopen door (eventueel als toeristen
verklede) gelukszoekers. En dat, nu we nét van de
strafbaarheid van illegaliteit hebben afgezien!
Ik zelf voel me met deze berichtgeving eerder als kalkoen dan als struisvogel behandeld. Alleen voelt deze
kalkoen wel aan dat er iets niet klopt. Dat het zo goed
verteerbare nieuws dat ie via deze krant krijgt voorgezet, eindigt in een hele zwarte kerstmaaltijd.
Land
dbouw en natuur
Slechts één stikstofdepositiebank telt
Het college van GS van Gelderland mag bij het verlenen
van een natuurvergunning aan
intensieve veehouderijen geen
gebruik maken van twee verschillende provinciale stikstofdepositiebanken. Aldus een
uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State, waartegen
geen beroep meer mogelijk is.
Provinciale staten van Gelderland stelden eerder (januari
2012) de provinciale stikstofverordening vast, waarbij een zogenoemde stikstofdepositiebank
werd opgericht. Deze depositiebank wordt gevuld met vrijgekomen ‘stikstofrechten’ van veehouderijen die zijn gestopt en
waarvan de milieuvergunning is
ingetrokken. In de stikstofveror-
4
dening is bepaald dat de depositiebank alleen gevuld wordt
met stikstofrechten die boven
een bepaalde drempel liggen.
Vrijgekomen stikstofrechten
beneden die drempel worden
niet meegenomen. Als een veehouderij in de buurt van een beschermd natuurgebied wil starten of uitbreiden, neemt de
uitstoot van stikstof op het natuurgebied toe. Zij kan een deel
van die vrijgekomen stikstofrechten uit de depositiebank opvragen, zolang per saldo niet
meer stikstof in het beschermd
natuurgebied terechtkomt.
Een varkens- en rundveehouderij te Angerlo kreeg echter een
natuurvergunning, zonder in
aanmerking te komen voor stikstofrechten uit de officiële pro-
MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
vinciale stikstofdepositiebank.
Het provinciebestuur maakte
daarbij gebruik van een ‘niet geregelde’ stikstofdepositiebank.
Deze tweede depositiebank’ is
gevuld met stikstofrechten die
op grond van de Gelderse stikstofverordening niet mogen worden opgenomen in de officiële
stikstofdepositiebank. De Raad
van State bekeek deze zaak
toen een aantal omwonenden
tegen de natuurvergunning in
beroep ging. Het oordeel luidt
dat de stikstofverordening een
‘uitputtende en exclusieve regeling’ bevat. Deze laat het provinciebestuur daarom geen ruimte
om daarbuiten nog een andere
stikstofdepositiebank aan te
houden. Nu de beoordeling niet
goed is uitgevoerd, heeft het
provinciebestuur niet de zekerheid verkregen dat de varkensen rundveehouderij het beschermde natuurgebied
(‘Uiterwaarden IJssel’) niet zal
aantasten. De Raad van State
heeft de natuurvergunning daarom vernietigd. Het provinciebestuur zal een nieuw besluit moeten nemen op de aanvraag van
de veehouderij.
Voor de uitspraak zie:
tinyurl.com/N-depositiebank
NIEUWS
Wind
denergie
De Commissie voor de m.e.r. heeft het
milieueffectrapport voor de Structuurvisie wind op zee beoordeeld. Ze concludeert dat er nog wel het een en ander
aan dit rapport ontbreekt.
De rijksoverheid zoekt ruimte voor nieuwe
windparken op de Noordzee binnen de
zoekgebieden ‘Hollandse Kust’ en ‘Ten
Noorden van de Waddeneilanden’. De
structuurvisie Wind op Zee legt de nieuwe
gebieden voor windparken vast.
Op verzoek van de ministers van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken
toetste de Commissie m.e.r. de kwaliteit
van het daarvoor opgestelde milieueffectrapport. Volgens de Commissie blijkt uit
het rapport dat binnen de zoekgebieden
(meer dan) genoeg ruimte aanwezig is om
het gewenste vermogen aan windenergie
te realiseren. Er is dus keuzeruimte om te
zoeken naar locaties voor windparken binnen de zoekgebieden die het beste scoren
FRANKJOE1815 | DREAMSTIME.COM
MER-rapport: er
mist essentiële
informatie
op energieopbrengst, natuur en milieu. Dit
onderzoek heeft echter niet plaatsgevonden. De Commissie m.e.r. vindt dit essentiële informatie om een goed onderbouwde afweging te kunnen maken over
locaties. Zij adviseert in een aanvulling op
het rapport de keuzeruimte in beeld te
brengen via alternatieven met verspreid
gelegen of juist zoveel mogelijk aaneengesloten windparken.
Het rapport geeft ook aan dat door het
nemen van mitigerende maatregelen de
aantasting van de natuur op de Noordzee
(vogelslachtoffers en ongewenste geluideffecten door heien voor bruinvissen en
zeehonden) beperkt zal zijn. De commissie
vindt deze uitspraak niet goed onderbouwd. Het is namelijk nog onduidelijk wat
de ecologische draagkracht van de Noordzee is. Ook stelt ze dat de consequenties
van een aantal voor het Noordzeegebied
belangrijke richtlijnen, verdragen en beleidsregels zijn niet aangegeven. Ten slotte
vereist ook de berekening van de scheepvaartveiligheid nadere toelichting.
Advies: http://tinyurl.com/zeewindmer
Gentechnolo
logie
Mutual gains bij GGO?
De patstelling over gentechnologie in de
landbouw kan deels worden doorbroken
als betrokken partijen gaan samenwerken op basis van wederzijds voordeel.
Aldus het Platform Landbouw, Innovatie
& Samenleving.
In de samenleving woedt al tijden een
verlammend pro/contra debat over biotechnologie. Er is nauwelijks ruimte voor
discussie over nieuwe biotechnologische
ontwikkelingen. Hoe kan in Nederland
ruimte ontstaan om er nuchter over te debatteren en te onderhandelen? Het Platform werkte deze vraag uit voor ontwikkelingen in de aardappelteelt, waar de ziekte
Phytophthora een groot probleem is.
Verschillende partijen werken aan initiatieven om de aardappelteelt te verduurzamen. Vier initiatieven, Bio-Impuls, DuRPh,
Solynta en het Pieperpad, zijn in opdracht
van het Platform door WUR-CTC onder
de loep genomen. Ieder initiatief past zijn
eigen denkkader toe en interpreteert
‘verduurzaming van de aardappelteelt’
verschillend. DuRPh en Solynta zoeken de
oplossing in technologische verandering
van de plant. Binnen Bio-Impuls en het
Pieperpad worden aardappelziekten als
een systeemprobleem gezien en wordt de
oplossing gezocht in maatschappelijke en
landbouwkundige verandering: groei van
de biologische sector, kortere producentconsument relaties en een actievere rol
voor boerenkwekers en aardappeltelers bij
de ontwikkeling van nieuwe gewassen.
Het onderzoek laat zien dat juist deze
diversiteit in visies kansen biedt voor dialoog. Niet door opnieuw een academische
discussie aan te gaan over pro of contra
ggo’s, maar door elkaars werkwijze te respecteren en te onderzoeken of die van de
andere partij een bijdrage kan leveren aan
de eigen benadering.
Het Platform heeft negen concrete raakvlakken benoemd tussen activiteiten van
deze initiatieven. De technieken die binnen
de verschillende initiatieven worden gebruikt, kunnen elkaar versterken. Ook kan
de maatschappelijke acceptatie worden
bevorderd. Zo zou Solynta van Greenpeace kunnen leren welke aanpassingen
van de door hen toegepaste technologie
nodig zijn om de kans op maatschappelijke acceptatie te vergroten. Met welk verdienmodel wordt gewerkt? Waar ligt de
macht in de keten? Welke keuzevrijheid
is er voor boer en consument?
Het Platform adviseert het ministerie van
EZ deze dialogen te faciliteren, om de innovatie te verbreden en maatschappelijk
in te bedden. Dat kan ook met specifieke
onderzoeksubsidies voor projecten waarin
deze interactie tussen partijen is ingebouwd. Ook heroriëntatie van de onderzoeks- en innovatieagenda is gewenst.
Het technologiebeleid kan innovatie bevorderen door niet alleen projecten met een
top-down technologiestijl te ondersteunen, maar ook bottum-up projecten. Naast
de ‘reguliere partijen’ verdienen ook nieuwe onderzoekspartijen of partijen met een
geheel andere invalshoek meer kansen.
Het ministerie kan zo bevorderen dat de
‘dialoog tussen doven’ plaatsmaakt voor
een ‘dialoog tussen horenden’’
Rapport: tinyurl.com/platform-advies-ggo
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE
5
AVSLT71 | DREAMSTIME.COM
NIEUWS
Duurrzaam ondernemen
Verwarrend woud aan keurmerken
Keurmerken kunnen een milieuvriendelijke keuze makkelijker maken, maar
er verschijnen wel érg veel fabrikantenlogo’s en keurmerken.
In de afgelopen anderhalf jaar zijn er ruim
90 duurzaamheidskeurmerken en -logo’s
in Nederland bijgekomen, aldus een inventarisatie van Milieu Centraal. Dat schept
verwarring en ze worden niet allemaal
goed gecontroleerd. Sommige logo’s zijn
misleidend. Zo staat op blikjes tonijn vaak
dat deze ‘dolfijnvriendelijk gevangen’ is.
Bij slechts één van de zeker tien verschillende logo’s van dit type is sprake is van
betrouwbare controle. Voor al deze logo’s
geldt dat bijvangst van dolfijnen alleen bij
een specifieke visserij een rol speelt: die
op de geelvintonijn in het oostelijk deel
van de Stille Oceaan. Niet voor tonijn die
elders is gevangen, en niet voor skipjacktonijn - in die gevallen heeft het logo dus
sowieso geen betekenis. Ook belangrijk:
het logo stelt geen eisen aan overbevissing van tonijn, noch aan bijvangsten van
ander zeeleven. Het is daarom beter om af
te gaan op het MSC-keurmerk.
Of neem de betekenis van het logo: ‘Ik
kies bewust’ Mensen denken dat het iets
zegt over duurzaamheid of milieu, terwijl
het gaat over gezondheid. Of het logo van
‘Der Grüne Punkt’, waarbij mensen kunnen denken dat het product bestaat uit
gerecycled materiaal. Het vertelt echter
alleen dat bedrijven voor de afvalscheiding
en -verwerking hebben betaald. Andere
voorbeelden van verwarrende boodschappen: ‘niet getest op dieren’ op cosmetica,
of het ‘chloorvrij gebleekte papier’: voor
beide claims geldt dat dit al gangbare
praktijk is in Europa en het product dus
niet onderscheidend maakt. Om meer duidelijkheid te scheppen is er nu de keurmerkenwijzer met informatie over ruim 170
duurzaamheidskeurmerken en logo’s.
http://www.milieucentraal.nl/keurmerken
Energ
rgiebesparing
Isoleren voor Groningen
Stichting Natuur en Milieu koppelt isolatie aan het terugdringen van de effecten
van de Groningse gaswinning
In Nederland zijn 2,4 miljoen huizen (nog)
niet goed geïsoleerd. Onder het motto
‘Geef uw huis een warme jas. Daarmee
sparen we Gronings gas’ is Natuur en
Milieu een isolatiecampagne gestart. Voor
elke duizendste inschrijver op de website
6
MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
Slimwoner.nl schenkt de stichting een
‘warme jas’, een gratis isolatiepakket voor
het huis van een Groninger die ook aan de
campagne meedoet. De eerste slimme
actie waarvoor mensen zich op de site
kunnen inschrijven is spouwmuurisolatie.
‘Met een investering van €750 in spouwmuurisolatie bespaar je elk jaar ruim €200
op je gasrekening’, aldus de stichting.
COLUMN | NIEUWS
Sted
delijke luchtkwaliteit
Interesse voor
sloopregeling
De Haagse sloopregeling die juli vorig
jaar van start ging wordt verlengd.
Met de sloopregeling wilde de gemeente
Den Haag bijdragen aan het verbeteren
van de luchtkwaliteit en daarmee aan de
gezondheid van inwoners en bezoekers
van de hofstad.
Inmiddels is het budget van de regeling
(1,5 miljoen euro) verdubbeld vanwege de
grote belangstelling. De looptijd van de
regeling is ook verlengd. Deze zou op 31
maart aflopen, maar dat wordt nu 1 december 2014.
Door de regeling kunnen in totaal circa
2000 vervuilende auto’s gedemonteerd
worden. De regeling richt zich op benzineauto’s van voor 1991 en dieselauto’s van
voor 2005. Wie een schonere auto terugkoopt kan meer subsidie krijgen dan wie
alleen een auto laat slopen. Het subsidiebedrag kan hierdoor oplopen tot 3.500
euro. Naast de subsidie van de gemeente
ontvangen deelnemers ook gemiddeld 200
euro per auto van het sloopbedrijf.
Inwoners en bedrijven hebben tot nu toe
1200 auto’s aangeboden waaronder 75
procent personenauto’s en 25 procent bestelwagens. 85% van de mensen die tot
nu toe van de sloopregeling gebruik maakten leverden een oude dieselauto in, een
voertuig dat relatief veel stikstofdioxiden
uitstoot. De grootste groep aangeboden
auto’s zijn de zogenoemde ‘youngtimers’
(diesels van voor 1996). Zo zijn er ruim 400
oude, vervuilende Mercedessen gesloopt.
Van alle verleende aanvragen koopt ongeveer 40% een schonere auto terug, waaronder auto’s die op elektriciteit en groen
gas kunnen rijden. Van de overige 60%
koopt 18% een dieselvoertuig terug, 42%
procent blijkt geen andere auto terug te
kopen.
Meer over de opzet van deze regeling:
http://tinyurl.com/Haagse-sloopregeling
Duurzaam
Leiderschap
Marga Hoek
Directeur De Groene Zaak
Mijn boek ‘Zakendoen in de Nieuwe Economie’ is verkozen tot
Managementboek van het Jaar. Daar ben ik natuurlijk trots op,
maar vooral ook erg blij mee. Blij, omdat de belangrijkste boodschap van dit boek nu kennelijk breed wordt onderkend. Te weten: echte verduurzaming is niet te bereiken door kleine voorwaartse stappen, bijvoorbeeld x% minder energie, y% meer
hernieuwbare energie of z% minder uitstoot. Echte verduurzaming betekent een radicaal ‘omdenken’ van je huidige business
model waarbij je vertrekpunt moet zijn dat je minimaal waarde
behoudt, maar liefst waarde toevoegt aan alle economische
assets – ecologisch, sociaal, financieel en intellectueel.
Tegelijkertijd ben ik realistisch genoeg om te weten dat een
dergelijke theorie zich niet één-op-één in de praktijk laat vertalen.
Dat blijkt ook uit een recent onderzoek onder meer dan duizend
bestuursvoorzitters wereldwijd, uitgevoerd door Accenture,
samen met de VN. Daaruit blijkt dat maar weinig leiders in staat
zijn hun onderneming daadwerkelijk te ‘kantelen’ en hun business model fundamenteel te verduurzamen. Maar liefst 67%
van de ondervraagden is van mening dat zijn of haar organisatie
onvoldoende inspeelt op de global sustainability challenges en
slechts 32% is van mening dat de wereldeconomie als geheel op
koers ligt als het om verduurzaming gaat. Deze cijfers doen op
zijn minst vermoeden dat echt ‘duurzaam leiderschap’ in het
(grote) bedrijfsleven zeldzaam is. Dat vermoeden wordt nog eens
bevestigd door het feit dat je eigenlijk altijd dezelfde paar namen
hoort als koploper: Paul Polman van Unilever, Feijke Seibesma
van DSM, Marc Bolland van Marks & Spencer, om er enkele te
noemen. Echte believers die een stip aan de horizon durven zetten en hun organisatie op sleeptouw nemen. Zij maken, om met
Simon Sinek te spreken, verduurzaming tot het why van de organisatie. Voor de meeste andere leiders blijft verduurzaming een
lastig dossier. Ze willen wel, maar doen het er teveel ‘bij’. Ze onderkennen daarmee onvoldoende dat het gaat om het realiseren
van een totale portfolio shift. Daarvoor moet het duurzaam denken en doen tot in de haarvaten van de onderneming doordringen en worden verankerd in kpi’s, integrated reporting, beloningsen promotiebeleid. Of ze beschikken eenvoudigweg over
onvoldoende intrinsieke motivatie om duurzame maatregelen te
nemen waarvan het resultaat (op z’n minst op de korte termijn)
ongewis is. Dat kan alleen als je op je eigen kompas durft te varen en opgewassen bent tegen de druk van stakeholders zoals
aandeelhouders en medewerkers. En dat niet even, maar consequent en over langere termijn. De revenuen van verduurzaming
staan niet langer ter discussie (net als de immense risico’s van
niet verduurzamen!), maar het is wel een zaak van de lange
adem. Uit het Harvard-artikel ‘How to become a Sustainable
Company’ blijkt dat het minstens drie jaar duurt voor intensief
duurzaam beleid zichtbaar financieel resultaat oplevert. En dan is
er nog de misvatting dat een verduurzamingstrategie in de top
‘bedacht’ kan worden en dan als vanzelf zal worden gerealiseerd.
Niet dus. Echte duurzame leiders geven medewerkers de ruimte
ook zélf een leiderschapsrol op zich te nemen en zich verder te
ontwikkelen. Alleen zo versterk je de innovatiekracht van de
onderneming en die is cruciaal om tot echte verduurzaming te
komen!
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE
7
Nieuw in Collectie
Omgevingsrecht
Thema’s van omgevingsrecht
Deze uitgave biedt u snel toegang tot
praktische en verdiepende informatie
met betrekking tot het omgevingsrecht.
Ieder thema bestaat uit drie onderdelen: wetgeving, jurisprudentie en commentaar.
Hierdoor krijgt u snel en diepgaand inzicht in het onderwerp over bestaande situaties.
Handige links leiden u naar bijvoorbeeld wetsartikelen, jurisprudentie en vakliteratuur.
De informatie is samengesteld door gespecialiseerde juristen met een
gedegen praktijkervaring in het omgevingsrecht. Wilt u ook gebruikmaken van
hun expertise? Neem dan een (proef)abonnement.
Bekijk onze filmpjes
en vraag een proefabonnement aan!
kluwer.nl/omgevingsrecht
Kluwer Navigator. Sneller tot essentie.
Kluwer Navigator is de online content portal (zoekmachine) die u toegang geeft tot een
omvangrijke database met vakinformatie. Eenvoudig en gericht zoeken met de Kluwer Navigator
zorgt ervoor dat u alle relevante en praktische informatie direct beschikbaar krijgt.
kluwernavigator.nl
INTERNATIONAAL NIEUWS
KLIMAAT SLAG VOOR ZEEBODEMLEVEN
LUCHTVAART VERVLOGEN KLIMAATBELEID
Opwarming van oceanen door klimaatverandering zal de
hoeveelheid voedsel die het leven op de zeebodem bereikt doen afnemen, blijkt uit recent onderzoek.
Op de diepe zeebodem zijn organismen voor hun voedsel aangewezen op dood organisch materiaal, de resten van planten en
dieren die in de bovenste lagen van de oceanen leefden en die
uitzakken naar de diepere lagen. Klimaatverandering zal naar verwachting het oppervlakkige zeewater zo opwarmen dat het temparatuurverschil met dieper water de toevoer van voedingsstoffen
uit die onderliggende lagen - de terugkeer van grondstoffen voor
de primaire productie in de bovenlaag - zal gaan hinderen. Dit
heeft invloed op de groei van fytoplankton dat aan de basis van
het mariene voedselweb staat, met, zoals gezegd, invloed op het
voedsel dat het zeebodemleven op zich af ziet komen. De onderzoekers becijferden de daaruit resulterende afname van de biomassa van het zeebodemleven op 5.2% (wereldwijd gemiddelde)
aan het eind van deze eeuw. In bepaalde zeeën kan dat veel meer
zijn, zoals in de noordoostelijke Atlantische Oceaan tot maar liefst
38%. In de Zuidelijke en de Noordelijke IJszee zal de zeebodembiomassa naar verwachting toenemen, maar niet voldoende om
tegenwicht te bieden aan de negatieve effecten elders.
Bron: Jones. et al. (2013) in Global Change Biology. DOI : 10.1111/
gcb.12480.
Vorig jaar besloot Europa de internationale luchtvaartsector voor één jaar uit te zonderen van het Europese
emissiehandelssysteem, onder de voorwaarde dat er een
mondiale aanpak van de CO2-uitstoot zou komen. Dat jaar is nu
voorbij en er is geen internationaal akkoord bereikt. De EU durft
daar echter niet de consequentie aan te verbinden dat de internationale luchtvaart nu gewoon onder het systeem gaat vallen.
D66-Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy is zwaar teleurgesteld, omdat Europa buigt voor de druk vanuit landen als China,
Rusland en de Verenigde Staten en zo haar internationale positie
ondermijnt. “Dit gaat over de geloofwaardigheid van Europa op
het wereldtoneel. De luchtvaartsector tot 2017 vrijwaren van iedere verplichting is absurd. Europa heeft het recht om eigen milieumaatregelen te nemen en had die kans moeten grijpen”, aldus
Gerbrandy.
De chantage en druk waarop Gerbrandy wijst bestond er onder
meer uit dat China en Amerika dreigden hun luchtvaartmaatschappijen te verbieden mee te betalen aan het Europese emissiehandelssysteem. Tot grote schrik van Frankrijk, Duitsland, het
VK en Spanje schortte China ook tijdelijk de bestelling van Airbustoestellen op. “Europa laat zich volledig uit elkaar spelen”, zegt
Gerbrandy. “China hoeft maar te dreigen niet meer in zee te gaan
met een groot Europees bedrijf en de lidstaten zijn opeens tot alles bereid.”
DUURZAME ENERGIE EUROPESE WINDBAROMETER
MATERIALENBELEID THEMATISCH CENTRUM EU
Het Europees Milieuagentschap is binnen Europa en de
lidstaten de voornaamste bron van informatie op het vlak
van ontwikkeling, implementatie en evaluatie van Europese milieuregelgeving. Het lanceerde vorig jaar een oproep voor
het opzetten van een ‘Europees Thematisch Centrum voor Afval
en Materialen in een Groene Economie’. Dat centrum moet het
agentschap in de periode 2014-2018 bijstaan in de omslag van
afval- naar materialenbeleid. Het thematisch centrum zal gegevens uit Europese afval- en materiaalstatistieken en data uit bevraging door lidstaten samenbrengen en modellen en indicatoren
opstellen om zo het werk van het milieuagentschap mogelijk te
maken. De Vlaamse onderzoeksorganisatie VITO diende een dossier voor zo’n centrum in, samen met de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en een consortium van partners
uit Duitsland, Italië, Tsjechië, Finland en het Verenigd Koninkrijk.
Dit voorstel werd als beste verkozen. De partijen zullen onder
meer bestuderen welke beleidsmaatregelen er het best in slagen
om kringloopsluiting te bevorderen, en een Europees afvalmodel
opstellen waarmee te voorspellen is hoeveel afval er zal zijn en
wat de economische daarvan is.
www.ovam.be, www.vito.be
Met 11,3 GW nieuw geïnstalleerd windvermogen in
2013, waarvan 1,6 GW op zee, is windenergie in de EU
het laatste jaar wat langzamer gegroeid. In 2012 kwam
er nog 12,7 MW bij. Cumulatief stond eind 2013 in de EU 117,7
GW opgesteld ( +10,2% ten opzichte van 2012). De opwekking
over het jaar 2013 wordt geschat op 234,4 TWh. Daarmee was
windenergie goed voor ongeveer 7,2% van de Europese elektrici
teitsproductie, tegenover 6,2% in 2012. Het belang van windenergie laat zich - beter dan aan de hand van geïnstalleerd vermogen
- goed aflezen aan het aantal kW per 1000 inwoners. Voor de gehele EU staat dit nu op 233 kW per 1000 inwoners. Bekeken per
land spant Denemarken de kroon (852 kW/1000 inwoners), gevolgd door Spanje (492/1000) en Zweden (468/1000).
Nederland belandt volgens deze indicator op plaats twaalf met
162 kW/1000 inwoners. (Bron: EurObserv’ER.).
Downloads op www.eurobserv-er.org/downloads.asp
BIOBRANDSTOF PRODUCTIE BEETJE GROENER
De productie van biobrandstoffen krijgt kritiek vanwege
druk op landbouwgrond, ontbossing, en de impact van
het geproduceerde afvalwater, omdat veel water wordt
gebruikt om onzuiverheden (soaps) uit het product te verwijderen.
Vijftig procent van dat vuile water belandt in het milieu. Op het
punt van watergebruik meldt het Institution of Chemical Engineers
vooruitgang. Onderzoekers van de Universiteit van Porto gebruikten catalysatoren voor een voorbehandeling, waarna onzuiverheden werden verwijderd door absorptie aan harsen of met behulp
van keramische membranen. In een watervrij proces wisten ze zo
kwalitatief goede biodiesel te produceren uit zowel nieuwe plantaardige olie als secondaire grondstoffen zoals oude frituurolie.
Het nieuwe proces kan aanzienlijke ecologische (behalve water
ook energie) en economische voordelen opleveren ten opzichte
van de traditionele productiemethoden.
www.icheme.org
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE
9
GEBIEDSGERICHT
SANEREN
Succesvolle aanpak grondwatervervuiling
Vervuild grondwater op grote diepte is het stiefkind van de bodemsanering.
De ‘pluimen’ laten zich aanpakken met een gebiedsgerichte benadering.
Eigenaren kunnen hun vuile grondwaterpluimen nu afkopen bij de overheid.
“In de oude situatie zat alles op slot.”
PIETER VAN DEN BRAND
O
p het uit 1953 daterende bedrijventerrein
Vosdonk-Noord in Etten-Leur stond een
diepe grondwatervervuiling nieuwe ontwikkelingen in de weg. De vroegere activiteiten van drukkerijen en metaalbewerkers hebben
gezorgd voor een immer wegsijpelende stroom oplosmiddelen en ontvetters richting diepere grondwaterlagen. Tal van verontreinigingen lopen door elkaar heen
en kunnen niet los van elkaar worden gesaneerd. Het
trieste resultaat: sterk verouderde opstallen, leegstand
en ongebruikte bedrijfskavels. Een gebiedsgerichte
aanpak werpt echter zijn vruchten af. Op initiatief van
de provincie Noord-Brabant en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) hebben de gemeente
Etten-Leur en vier bedrijven op het zo’n 50 hectare
tellende industrieterrein de verantwoordelijkheid voor
het verontreinigde grondwater (tot 180 meter) afgekocht. De ondiepe verontreinigingen tot vijf meter diep
pakken de gemeente en bedrijven zelf aan. Het beheer
en dus de risico’s van de grondwaterverontreiniging
zijn in handen van Bodemzorg. Dit bedrijf controleert
de grondwaterkwaliteit op cruciale plaatsen met een
meetnet van peilbuizen. “Als er iets misgaat, moeten
we maatregelen gaan treffen. Maar die kans is vrij
klein”, legt geohydroloog en projectleider Peter
Assenberg uit. “Het lijkt een risicovolle aangelegenheid, maar we weten waar we aan beginnen. Daarvoor
hebben we alle expertise in huis.” Bodemzorg is een
onderdeel van NV Afvalzorg. Aandeelhouders van dit
afvalverwerkingsbedrijf zijn de provincies NoordHolland (90 procent) en Flevoland (10 procent). “Als
overheidsgelieerde nazorgorganisatie hebben we nadrukkelijk een pre, omdat we langjarige continuïteit
kunnen bieden”, zegt Assenberg.
De bedrijven binnen Vosdonk-Noord hadden al sinds
1990 een door het bevoegd gezag goedgekeurd saneringsplan in huis. Dat ze niet tot sanering overgingen,
was de provincie altijd een doorn in het oog. In het
10 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
contract heeft het viertal bedrijven zich verplicht de
sanering van het ondiepe deel vóór 2016 uit te voeren.
“Sanering is nodig, want de vervuiling sijpelt onze kant
uit”, zegt Assenberg. De afkoopsom is in een fonds bij
de notaris gestort. Als het deelsaneringsplan voor de
ondergrond in juridische termen onherroepelijk is,
komt het geld naar Bodemzorg toe. Volgens Assenberg
blijft deze weg voor de bedrijven het meest aantrekkelijk. “De afkoopsom is substantieel minder dan wanneer ze tot individuele sanering over zouden gaan.
Bedrijventerrein Vosdonk-Noord
ARCADIS
WATER EN BODEM1
Gebiedsgerichte benadering in het Gooi
Dan zou ze vele miljoenen kosten.” De grote winst is
echter, stelt hij, dat de ondergrond weer is vrijgegeven.
“Bedrijven kunnen weer grondwater onttrekken of een
WKO installeren. In de oude situatie zat alles op slot.”
Een van de braakliggende terreinen is al door de gemeente verkocht. De vervuilde grond is reeds ontgraven en een nieuw bedrijfspand is in aanbouw.
Het Gooi
Etten-Leur heeft niet de primeur. Die eer valt het Gooi
te beurt. Daar inspireerde de gebiedsgerichte aanpak
van de diepe grondwaterverontreinigingen de Haagse
wetgever tot een verruiming van de uiteindelijk in 2012
herziene Wet bodembescherming (Wbb). De vuile
erfenis van chemische wasserijen, metaalbewerkers,
stortplaatsen en gasfabrieken, die in vele decennia
daarvoor in de grote zandbak van de gemeenten
Blaricum, Bussum, Laren, Naarden, Wijdemeren,
Hilversum en Huizen was weggezakt, liet zich niet met
een traditionele gevalsgerichte sanering aanpakken.
Op de meeste locaties was de vervuiling van de bodem
aan het maaiveld weliswaar opgeruimd of gesaneerd.
Door de specifieke bodemgesteldheid in het gebied
was de vervuiling echter in het diepere grondwater op
vijf tot tweehonderd meter diepte doorgedrongen. De
provincie koesterde de hoop de vervuilde grondwaterpluimen samen met de eigenaren van de circa honderd vervuilde locaties te gaan saneren. Voor de eigenaren werd een methodiek opgetuigd, waarmee ze de
sanering op basis van vracht per geval af konden kopen. Daar gaf geen van hen gehoor aan. Te ingewikkeld
en te duur en omgeven met onzekerheden, vonden ze.
“Ook was er veel discussie over wie voor welk deel van
de grondwaterverontreinigingen moest opdraaien.
Daardoor liep alles vast”, blikt Edwin de Vos, huidig
projectmanager bij de provincie Noord-Holland terug.
De oplossing die de provincie daarop in 2011 samen
met de zeven gemeenten, waterschap Amstel, Gooi en
Vecht, drinkwaterbedrijven Vitens en de PWN en het
rijk smeedde, was de gebiedsgerichte benadering. De
eigenaren konden kiezen tussen volledig individueel
saneren of deze opgave splitsen door zelf de bronnen
in de grond en het grondwater in het ondiepe deel (tot
vijf meter) aan te pakken en de dieper gelegen grondwatervervuiling af te kopen bij de provincie als gebiedsbeheerder. In ruil voor deze bijdrage zou de provincie de verantwoordelijkheid overnemen en een
vrijwaring aan de eigenaar verlenen. Op basis van een
gebiedsbeheerplan kon de provincie de afgekochte
grondwatervervuilingen gaan beheersen. In de nieuwe
Wbb werd de aanpak gelegitimeerd. De risicobenadering in het nieuwe beleid noopte bovendien niet langer
tot saneren, maar tot het beschermen van kwetsbare
objecten, in dit geval de drinkwaterwinning in het
Gooi. Wat voor de probleembezitters weer betekende
dat ze goedkoper afscheid konden nemen van hun vervuilde pluimen. Beheersen is immers veel minder
duur dan saneren.
De sluitende aanpak in het Gooi bestaat uit een ring
van peilbuizen rondom de plekken waar veel verontreinigde locaties liggen. Doel is het monitoren van de
verontreiniging om drinkwaterputten en natte natuurgebieden te beschermen tegen de instroom van vervuild water. Waar nodig treft men tijdig maatregelen.
De grondwaterverontreiniging vormt overigens geen
bedreiging voor de volksgezondheid, wil De Vos opmerken. “Berekeningen hebben aangetoond dat de
verontreinigingen op zijn vroegst over een eeuw aan de
oppervlakte komen. Wanneer dat gebeurt, vallen de
meeste stoffen bovendien direct uiteen. Daarnaast is
ook sprake van natuurlijk afbraak.”
Zuiver
Anno 2014 hebben de eerste vijf eigenaren afgekocht.
Onder de probleemeigenaren bevinden zich ook de
gemeenten zelf. “Dat klopt, maar dat houden we zo
zuiver mogelijk. We spreken ook hen als derde aan”,
zegt De Vos. De provincie gaat sowieso handhavend
optreden, wanneer ze de eigenaren van locaties gaat
benaderen waar sprake is van ernstige bodemvervuiling die met spoed moet worden aangepakt. “Het is de
peen of de zweep”, benadrukt De Vos. “Afkopen is een
aantrekkelijk alternatief, al moet de eigenaar wel de
middelen hebben. Soms gaat het om kleine bedrijfjes.
Voor eigenaren die het niet op kunnen brengen, gelden
de gebruikelijke vangnetconstructies uit de Wbb.”
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 11
BOTANISCHE
WATERZUIVERING
Decentrale rwzi komt zo letterlijk dichterbij
In Boedapest zuiveren weelderige planten onder glas stedelijk afvalwater. Weg met de
stinkende open bassins en nog mooi ook. Vergeleken bij de bescheiden Nederlandse
‘waterharmonica’ is de Hongaarse kas een compleet orkest. De voordelen? In ieder
geval wordt zo’n zuivering in de wijk waarschijnlijk met open armen ontvangen.
HARRY VAN DOOREN
H
oewel afvalwaterzuivering al ongeveer een
eeuw op een slimme manier gebruik
maakt van biologische processen waarin
diverse bacteriën en protozoa een belangrijke rol spelen, is het geurige aangelegenheid die je
niet in je achtertuin wilt hebben. Ook landschappelijk
zijn de open bassins en vijvers geen lust voor het oog.
Het Hongaarse bedrijfje Organica spande vijftien jaar
geleden bij wijze van experiment netten over de bassins, bedekte die met waterplanten en bouwde er een
kas overheen. De wortels van de waterplanten bleken
een grote aantrekkingskracht te hebben op nieuwe
bacteriesoorten, wormen, slakken en zelfs vissen.
Hoewel het nieuwe ecosysteem niet direct een meetbare uitwerking had op de zuivering nam de energieefficiëntie toe. De volgende stap: een serie van kleinere
bassins met elk een eigen ecosysteem, die zorgen voor
een natuurlijke cascade in de voedselketen. Daarmee
werd de zuivering daadwerkelijk efficiënter. Het was de
geboorte van de ‘biomakery’.
Medebedenker Istvan Kenyeres: “We leerden van de
natuur hoe we met filamenten en nanostructuren een
kunstmatige habitat konden creëren op plekken waar
plantenwortels niet wilden of konden functioneren.”
Volgens Kenyeres kan een goed doordachte kas met
gevarieerde ecosystemen op 30% van de ruimte hetzelfde reinigende werk verrichten als traditionele waterzuivering die vooral veel oppervlakte behoeft voor
de beluchting. Daarnaast produceren de meest efficiente units tot 50% minder slib en vragen ze maar een
derde van de energie.
De botanische benadering is inmiddels geëxporteerd
naar een 50-tal rwzi’s wereldwijd. Kenyeres: “Onze
grootste installatie in de Loire-vallei verwerkt per dag
80.000 m3 afvalwater van een half miljoen mensen.
In Shenzen in China hebben we een gesloten waterrecyclesysteem ontworpen voor de 35.000 werknemers
van de Apple-fabriek.”
12 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
Kenyeres mag graag de niet-financiële voordelen van
de biomakery benadrukken: “Een geurvrije kas met
een aantrekkelijke gevarieerde vegetatie is een plek
voor recreatie en educatie. Het bewijs dat efficiency en
ecologie samengaan, stimuleert duurzaam denken en
doen.” Het is niet moeilijk om dat te geloven. De volledig functionele kas in Boedapest doet op het oog niet
onder voor een hortus botanicus. Een biomakery midden in de woonwijk? Die wordt waarschijnlijk met
open armen ontvangen, terwijl de traditionele rwzi’s
naar de stadsranden zijn verbanden. Decentrale zuivering komt letterlijk dichterbij.
In de geest van de tijd wil Kenyeres nog meer waarde
oogsten uit stedelijk afvalwater. Het is immers een
bron van herbruikbaar water, energie en herinzetbare
grondstoffen. Kringlopen sluiten is het devies. Het
pilot-project vindt onderdak in de uitbreiding van de
dierentuin van Boedapest (ontworpen door de Nederlander Erik van Vliet). Onderdeel daarvan is de
WATER EN BODEM
deren ze de groei van mogelijk ongewenste organismen als blauwalgen. Uiteindelijk wordt het
groeioppervlak beperkend en moet er geoogst worden. Planten kunnen immers niet tot in het oneindige
voedingsstoffen blijven ophopen. Net als de ingezette
bacteriën, protozoën, wormen, slakken, schelpdieren
en vissen. Die geoogste biomassa is trouwens ook een
hersenbreker voor de traditionele zuivering. Je zult
uiteindelijk iets met de biomassa moeten doen, en
dan is de kwaliteit vaak een obstakel om het in bijvoorbeeld diervoeding af te kunnen zetten.”
Of alle reductieclaims van de biomakery kloppen kan
Verschoor niet controleren. “Puur plantaardige systemen zijn juist vaak wat minder efficiënt dan bacteriële, maar het is goed mogelijk dat de synergie-effecten
het rendement verhogen. Als uiteindelijk hetzelfde
zuiveringsrendement tegen vergelijkbare kosten kan
worden gehaald, moet je nieuwe technologie een
kans geven. In dit geval kun je positieve effecten als
ruimtebesparing en belevingswaarde in je berekening meenemen, want deze zijn niet altijd in euro’s
uit te drukken.”
Plantaardige energie
Bij Plant-é, een technologiebedrijf dat wortelt in de
Wageningen UR, ligt de focus op het winnen van energie uit planten zonder het groeiproces af te breken of te
verstoren. De energie wordt opgewekt met behulp van
de elektronen die micro-organismen afscheiden die
leven op de stoffen die de plant uitscheidt. Onderzoeker David Strik: “Een recent inzicht is dat die micro-organismen ook uitstekend gedijen als je afvalwater toevoegt aan de biotoop. Dit biedt uitgelezen kansen voor
energiewinning uit helofytenfilters die op verschillende plekken in het land centraal of decentraal een rol
spelen in de waterzuivering.”
Bioplus-toren die de dierentuin moet helpen om 95%
water, 90% afval en 65% energie te besparen.
Waterharmonica
In Nederland wordt de botanische benadering vooral
ingezet in de nazuivering. De meest bekende verschijning is de ‘waterharmonica’: moerasachtige zones met
riet en oeverplanten (helofytenfilters) en vijvers met
watervlooien. Waterharmonica’s worden vaak bij de
rwzi aangelegd, maar er zijn ook helofytenfilters bij
boeren- en landelijke bedrijven en in duurzaam ingerichte of semi-autarkische woongebieden.
Anthony Verschoor, aquatisch ecoloog bij Wetsus,
vindt het Hongaarse voorbeeld boeiend. “Planten,
dieren en micro-organismen bieden in al hun variatie
veel mogelijkheden voor oude en nieuwe waterproblemen. Succes staat of valt met de omzetting van afvalstoffen. In wortelzonesystemen als deze wordt zwevend stof afgevangen tot het systeem is verzadigd, met
het risico dat het zijn functie verliest of doorslaat. Om
dit te voorkomen dienen de biologische processen de
stoffen snel af te breken en om te zetten in iets onschadelijks of - liever nog - iets nuttigs, zoals stikstofgas, kooldioxide en biomassa. Afbraakproducten als
ammoniak en fosfaat moeten dus rap worden opgenomen, anders komen ze in het water terecht en bevor-
Uitlopers naar NL
Bioplus - het bedrijf waar Organica in is opgegaan werkt in Nederland samen met het cleantech-bedrijf
Metabolic uit Amsterdam. Metabolic werkt op dit moment onder meer aan een semi-autarkisch ‘creatiefbedrijventerrein’ in Amsterdam-Noord op het zwaar
verontreinigd terrein van scheepswerf Ceuvel de
Volharding. Omdat niemand belangstelling had voor
de gratis grond die na tien jaar weer moet worden teruggegeven aan de gemeente, bedachten de architecten Marjolein Smeele en Sascha Glasl dat je ook
net boven de grond kunt bouwen met aan land getrokken woonboten op betonnen bakken. Verhoogde
paden zorgen dat de gebruikers van het terrein geen
contact met de vervuilde bodem hoeven te maken. De
grond wordt beplant met zwarte wilg, struisgras, Engels gras en groene naaldaar die giftige stoffen aan
de bodem onttrekken; botanische zuivering. Metabolic levert de techniek voor een eigen sanitatie, grondstoffenrecycling, energie- en waterwinning in zoveel
mogelijk gesloten kringlopen.
Meer informatie:
www.organicawater.com
www.waterharmonica.nl/index.htm
plant-e.com, www.metabolic.nl
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 13
GEREGULEERD
SCHATGRAVEN
Nieuwe wettelijke procedures ter voorkoming wanorde
Regelmatig halen we iets uit de aardbodem te voorschijn, olie, zout, water of warmte, en
soms stoppen we ook weer wat terug, zoals brak water of CO2. Hoogste tijd om dit soort
activiteiten goed op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld om te voorkomen dat de verschillende toepassingen elkaar in de weg gaan zitten.
RIJKERT KNOPPERS
14 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
ziltingsprojecten met omgekeerde osmose, waarbij het
concentraat mogelijk andere chemische stoffen zou
kunnen bevatten. “De overheid stond eigenlijk op het
punt om dit soort infiltratie in tuinbouw te verbieden,
omdat het brakke afvalwater, dat na het zuiveringsproces in de bodem terecht kwam, mogelijk restanten
chemische stoffen bevat”’ aldus Van den Berg. “Ook
voor die toepassing zou ons concept interessant kunnen zijn, omdat het bij ons proces technisch onmogelijk is dat er milieuvreemde stoffen de bodem in gaan.”
Bodemenergie
Het lijkt geen overbodige luxe dat er steeds meer regels
komen met betrekking tot alles wat in de bodem gebeurt. Het winnen van delfstoffen, de opslag van CO2,
drinkwaterproductie en bijvoorbeeld het bewaren van
warmte of koude in de bodem vraagt om een nauwkeurige onderlinge afstemming. Om de recente ontwikkelingen op dit gebied beter te reguleren is de verplichte certificering van bodemenergiesystemen
OASEN
B
ij waterbedrijf Oasen in Ridderkerk is afgelopen januari in een put op 100 meter diepte
een omgekeerde osmose-installatie geplaatst.
De installatie bevindt zich halverwege de 200
meter diepe put, en is bedoeld om uit het zilte grondwater zout te filteren en schoon zoetwater te produceren. Uit het brakke grondwater ontstaat voor de helft
zoetwater, de andere helft is concentraat dat op 200
meter diepte de bodem in gaat. Het betreffende waterbedrijf verwacht dankzij de in de ondergrond aanwezige waterdruk energie te kunnen besparen ten opzichte
van een bovengronds opgestelde omgekeerde osmose
installatie. Bij dit zogeheten PURO-project (Put met
Reversed Osmose) is behalve waterbedrijf Oasen ook
onder meer de TU Delft, grondboorbedrijf Haitjema en
Logisticon Water Treatment betrokken. “Op twee andere plaatsen in ons land hebben vergelijkbare projecten
plaatsgevonden”, vertelt projectmanager Ronald van
den Berg van het in Groot-Ammers gevestigde Logisticon. “Bij alle projecten vindt zuivering van het grondwater plaats met behulp van omgekeerde osmose.
Het verschil tussen ons project en dat van de anderen
is, dat wij het omgekeerde osmoseproces in de put zelf
toepassen, terwijl bij de andere twee projecten de ROinstallatie boven de grond staat. Daardoor zijn er twee
putten met transportleidingen nodig om het water te
kunnen onttrekken, zuiveren en opnieuw te infiltreren.
Het voordeel is niet alleen, dat het door ons omhoog
gepompte water meteen geschikt is als drinkwater,
bovendien verwachten we dat bij onze aanpak het
energieverbruik ongeveer 40 procent lager ligt.” Bij alle
drie projecten komt concentraat vrij dat een hoger
zoutgehalte heeft dan het brakke water dat oorspronkelijk uit de bodem kwam, maar door dit zilte afvalwater
in diepere bodemlagen te infiltreren met een even
hoog zoutgehalte, zijn de effecten op het milieu verwaarloosbaar. Volgens Van den Berg lopen er bij verschillende tuinbouwbedrijven elders in ons land ont-
PURO-put wordt uitgerust met de RO-installatie
Put met reversed osmose (PURO)
ingevoerd, waarover het Ministerie van Infrastructuur
& Milieu officieel heeft gepubliceerd in de Staatscourant van 29 maart 2013. Hierin staat beschreven dat er
een verplichte certificering moet komen voor bepaalde
werkzaamheden aan de bovengrondse energiecentrale
en het ondergrondse deel van zowel open en gesloten
bodemenergiesysteem. Ook warmtepompsystemen
voor woningen met een gesloten bodemwarmtewisselaar vallen onder deze bepaling. De verplichte certificering moet niet alleen garanderen dat de aardwarmte-installaties betrouwbaar zijn, maar ook dat ze
daadwerkelijk energiebesparing opleveren.
“Als het gaat om bodemenergiesystemen maken we
onderscheid tussen open systemen, die grondwater
onttrekken, en gesloten systemen”, verduidelijkt Nicole
Hardon van Rijkswaterstaat. “De aanleg van open systemen was al geregeld in de Waterwet, daar is verder
niet veel aan veranderd behalve dat de procedures zijn
verkort. Met betrekking tot de gesloten systemen zijn
er nu voor het eerst algemene procedures vastgelegd.
Er is nu onder meer bepaald dat de gemeente ten aanzien van deze installaties bevoegd gezag krijgen. Voor
grote gesloten systemen is parallel aan de grote open
systemen ook een vergunning vereist, een zogenaamde
‘Omgevingsvergunning beperkte milieutoets’.”
CALIFORNIË B.V.
Diepe aardwarmte
De ontwikkeling rond de nieuwe wet- en regelgeving is
Boren naar aardwamte in glastuinbouwgebied Californië
ook relevant voor een recent project op het gebied van
diepe geothermie, dat momenteel in ontwikkeling is in
het glastuinbouwgebied Californië ten noordwesten
van Venlo. Vanuit een diepte van minstens 2.500 meter
zal een leidingstelsel voor drie tuinbouwondernemingen warm water gaan oppompen. “De grootste uitdaging ligt niet eens op het gebied van het boren van de
putten voor de aan- en afvoer van het water, want met
die techniek is met name in de olie- en gasindustrie
veel ervaring opgedaan”’ vertelt Lodewijk Burghout,
directeur van gebiedsontwikkelaar Californië B.V.. “Het
is immers van te voren goed bekend op welke locatie
het boren van een productieput het meest kansrijk is,
aan de hand van seismisch onderzoek valt dit nauwkeurig te bepalen. Een verschil is natuurlijk wel, dat het
hier om water gaat, in plaats van om olie en gas. Je
weet niet wat de kwaliteit van het water is. Als het bijvoorbeeld heel zout is heb je kans op corrosiegevaar.
Ook kan het water olie- of gas bevatten, wat een lastig
probleem kan zijn.” In het glastuinbouwgebied Californië zouden op termijn vijf tot zes dubbele putten, zogenaamde doubletten, te realiseren zijn.
Wereldwijd zijn al langer projecten op het gebied van
aardwarmte uitgevoerd, onder meer in Parijs en op IJsland. Maar in de glas- en tuinbouw is de ontwikkeling
in ons land pas rond ongeveer 2007 begonnen. Omdat
het om een voor ons land betrekkelijk nieuwe techniek
gaat, waarmee nog weinig ervaring is opgedaan, vraagt
de uitvoering om relatief veel improvisaties. Dat blijkt
volgens Burghout ook wel uit de houding van de overheid. “Alles wat je onder de 500 meter diepte doet valt
onder Staatstoezicht op de Mijnen - SodM -, een onderdeel van Economische Zaken”, vertelt Burghout.
“Maar je merkt dat de diepe geothermie ook voor dat
ministerie relatief nieuw is. Tot nu toe hebben de ambtenaren ervaring opgedaan met de olie- en gasmaatschappijen, die in de bodem gingen prikken. Maar er is
een verschil, en dat is dat wij niet alleen iets uit de
bodem halen maar we stoppen er ook weer iets in, we
circuleren nu eenmaal het water. Dit alles maakt dat de
desbetreffende regelgeving voortdurend aan actualisatie onderhevig is. Dat is voor ons heel vervelend, maar
ja, dat heb je nu eenmaal met een nieuwe techniek.”
Het gebruik van de bodem kan in veel opzichten veel
profijt opleveren. Nu maar hopen dat de pioniers op
dit terrein niet in de modder verzeild raken. Daarbij
komt het met name aan op de speelruimte die de overheid biedt.
Glastuinbouwgebied Californië
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 15
CALIFORNIË B.V.
OASEN
WATER EN BODEM1
AFVINKEN OP
DE ‘LIJST ATSMA’
Bodemsanering verloopt grotendeels volgens plan
Bodemsanering, ooit een hot item, is inmiddels een zaak van lopend beleid.
De afgesproken saneringsoperatie uit het Bodemconvenant van 2009 ‘ligt op
schema’, meldde de tussenrapportage vorig jaar. Maar de weg is nog lang,
en wie gaat investeren?
MICHEL ROBLES
D
e wethouder had het de gemeenteraad in
1982 nog zó beloofd: Nijmegen wil geen
Lekkerkerk-achtige toestanden!”. Toch zijn
nu verhoogde concentraties gechloreerde
koolwaterstoffen gemeten in twee huurwoningen,
gebouwd op het voormalige terrein van schroevenfabriek ASW (“nippelkiet” in buurtjargon) in de wijk
Bottendaal. De grond was destijds slechts gedeeltelijk
gesaneerd. Wettelijk afdoende, maar niet voldoende,
waarschuwden wijkactievoerders en de SP. De gemeente houdt de vinger aan de pols via bemonstering.
Toen vorig jaar ook eens binnenshuis werd gemeten,
stak het gifgrondduveltje de kop op. Uitgaande van de
gemeten waarden bestaat geen gezondheidsrisico,
becijfert de gemeente, en desgewenst mogen betreffende huurders zich laten checken bij de GGD. Nadere
bodemluchtmetingen volgen.
Weinig milieukwesties liggen lokaal zo gevoelig als
bodemvervuiling, vooral onder kinderrijke woonwijken. Affaires als ‘Lekkerkerk’ vormden midden jaren
tachtig zelfs mede de aanzet tot ons moderne milieubeleid. Jonge ingenieurs stortten zich gretig op het
onderwerp. Archieven werden doorgespit, nieuwe
bemonsteringmethodes en rekenmodellen zagen het
licht. In 2005 waren maar liefst 425.000 mogelijke probleemlocaties bekend.
Die rijstebrijberg heeft, zo vertellen Gerd de Kruif en
Michiel Gadella van het Uitvoeringsprogramma
Bodemconvenant, alles te maken met de industrialisatie, maar ook met het voortdurende grondverzet in
onze dichtbebouwde natte-voetendelta. De Kruif trekt
het uitvoeringsprogramma voor de gezamenlijke
convenantpartners: Rijk, provincies, gemeenten en
waterschappen. “Onze opdracht is tweeledig. We
ondersteunen zowel de afgesproken versnelling van
de bodemsanering, als het voorwerk voor een toekomstig integraal bodemontwikkelingsbeleid.”
16 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
Gadella was vorig jaar verantwoordelijk voor de jongste ‘midterm review’.
Het convenant uit 2009 is een erfenis van toenmalig
milieuminister Jacqueline Cramer, voorheen activiste
bij Milieudefensie. Eenmaal minister, wilde zij de
bodemsanering vlot trekken, die was vastgelopen in
megakosten en ingewikkelde aansprakelijkheidskwesties rond oude vervuilde locaties. Eerder, midden jaren
negentig, was reeds een uitweg gezocht: via het zoge-
Bodemsanering (Hilversum, 2009) ten behoeve van woningbouw
WATER EN BODEM
spoedlocaties. Nou ja, definitief … 414 werd sindsdien
404, later werden juist weer 133 locaties toegevoegd.
“Het zijn geen statische lijsten”, verduidelijkt Michiel
Gadella: “Nieuwe bemonstering kan soms nieuwe
locaties opleveren.”
MICHIEL WIJNBERGH
heten ‘functiegericht bodembeheer’. Grond hoefde niet
altijd meer brandschoon te zijn. Feitelijk gebruik werd
bepalend. “Realistisch” beheersen van bijvoorbeeld
uitspoelingspluimen kon voortaan desnoods ook.
Niet iedereen was er gerust op en uitkomst had functiegericht bodembeheer niet geboden, bij gebrek aan
geld en effectieve prikkels. Cramer wilde een doorbraak forceren, middels concrete wie-wat-waar-enwanneer afspraken plus een helder budget.
Diverse aanpalende beleidstrends speelden voor
Cramer mee. Zoals steeds scherpere Europese milieueisen, de decentralisatie van rijkstaken en de groeiende behoefte aan duurzaam integraal ondergrondbeleid, vanwege ons almaar ingrijpender bodemgebruik. Bodembescherming wordt straks opgenomen in
de nieuwe integrale Omgevingswet.
Trechteren
Niet dat het bodemwerk intussen had stilgelegen. Alle
bekende 425.000 locaties waren sinds 2005 op urgentie
beoordeeld. Anno 2009 had Cramer een ‘werkvoorraad’ op tafel liggen van circa 250.000 locaties waar de
bodemkwaliteit misschien ‘niet overeenkomstig de
functie’ was; daaronder 18.000 vermoedelijke ‘spoedlocaties’.
Van 425.000 naar 18.000… is dat geen politieke verdwijntruc? Gadella en De Kruif lachen: “Nee, zulk
onderzoek is als een trechter. Uitgangspunt zijn historische locatiegegevens, nader onderzoek en gesprekken
met bevoegde gezagen. Welke bedrijvigheid heeft waar
gezeten? Wat zijn modelmatig de milieurisico’s, gegeven de verwachte verontreinigingen, de (geo)hydrologische omstandigheden en huidig gebruik? Op verschillende plekken is daarnaast daadwerkelijk gemeten.”
Binnen het convenant werd, op basis van normen in
de Circulaire Bodemsanering, verder getrechterd
richting twee definitieve lijsten: ééntje met humane
‘spoedlocaties’, en één met locaties die ecologische
urgentie en/of verspreidingsrisico’s meebrengen.
Eind 2015 moest de humane-risicolijst zijn ‘afgehandeld’, hetzij door daadwerkelijke sanering, hetzij door
‘beheersing’ (monitoring en/of geleidelijk functiegericht reinigen). Tevens moesten alle ‘ecologische en
verspreidings-risicolocaties’ dan zijn geïnventariseerd.
In 2011 gaf toenmalig staatssecretaris Atsma onder
mediadruk zijn ‘definitieve’ lijst vrij met 414 humane
20=80
Wat is de tussenstand, nu de deadline nadert? Beide
heren brommen tevreden. Volgens de jongste tussenrapportage waren vorig jaar 176 van Atsma’s 404
Spoedlocaties ‘afgehandeld’. Bij veruit de meeste van
de overige 228 waren de risico’s ‘beheerst’ of was sanering gaande. Slechts voor ruim 20 locaties leek de
deadline van 2015 onhaalbaar. De Kruif: “Echt stoer
vind ik dat het ons zelfs gelukt is om de inventarisatie
van ecologische en verspreidings-spoedlocaties nu al
goeddeels af te ronden, in plaats van eind 2015. Daarmee kunnen we op tijd vervolgafspraken maken. Het
gaat om ruim 1.500 locaties, maar zelfs daar loopt soms
de uitvoering al.” De Kruif prijst de inzet van de decentrale bevoegde gezagen. “Zij zijn leidend, want
bodemontwikkeling is heel plaatselijk maatwerk.” Aan
de vroegere terriërs van de milieubeweging, daarentegen, hebben Cramers erfgenamen weinig. Vanuit die
hoek is het tegenwoordig oorverdovend stil. Een belrondje milieuclubs onthult twee hoofdoorzaken:
tekort aan subsidie, dus menskracht, maar ook een
tunnelachtige focus op klimaat- en energie. Ten dele
hebben regelgeving en marktwerking het stokje overgenomen, constateert Michiel Gadella: de schonegrondverklaring staat scherp op het netvlies van
(water)bouw- en vastgoedpartijen. “Trouwens, ook
burgers hoor je heus nog wel. En vergeet niet: 95 procent van onze Nederlandse bodem is gewoon schoon,
in ieder geval functieconform.”
Echter, daar beginnen de kanttekeningen. Immers:
functieconform schoon is niet altijd werkelijk schoon.
Dat kan in de toekomst nieuwe discussie geven.
Bovendien: de resterende 20 procent grootste locaties
- samen goed voor ruwweg 80 procent van de geraamde totaalkosten! – zijn vaak rasechte hoofdpijndossiers.
Deels schieten geoormerkte financieringspotjes tekort,
bijvoorbeeld voor voormalige stomerijen. Deels betreft
het grote, hardnekkig vervuilde terreinen. Zo lukt het
in Haarlem technisch niet om de bodem onder de
Nassaulaan tolueenvrij te krijgen. “We moeten daardoor zowel onze doelstellingen als de saneringstechniek bijstellen”, verzucht gemeentelijk beleidsmedewerker Steven van ’t Veer. Daarnaast zijn door de crisis
gebiedsontwikkelingen stilgelegd, waarin bodemsanering normaliter kan meeliften. Desondanks is hoop
gevestigd op een integrale gebiedsaanpak. Gadella:
“Soms kun je gebruik maken van nieuwe bodemfuncties, zoals warmte/koude-opslag. Onder de Utrechtse
binnenstad is de ‘biowasmachine’ bedacht: verontreinigd grondwater wordt door het WKO-systeem rondgepompt en deels verwarmd. Door toevoeging van nutrienten verbetert de bacteriële afbraak nog verder.”
Maar vervolgens komen nog de 1.500 ecologische en
verspreidingslocaties, en de ‘werkvoorraad’ van
250.000 locaties! Wie dat gaat betalen? “We gaan er
afspraken over maken voor na 2015”, verzekert men
bij het Uitvoeringsprogramma. Hoe dan ook, onze
bodemsaneerders hebben nog wel even te gaan.
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 17
MEMBRANEN
ZIJN TROEF
Industriewaterzuivering met e-zuinige membranen
Een zo groot mogelijk hergebruik van water blijft de natte droom in de industrie. Steeds
‘spannender’ water met lastige en onvoorspelbare verontreinigingen komt in beeld.
Het bedrijf dat de meest energiezuinige en efficiënte technologie levert, is spekkoper.
Koploper blijft de membraantechnologie.
PIETER VAN DEN BRAND
M
et zijn techniek van vacuümmembraan-destillatie won het Nederlandse Aquaver vorig jaar de prijs Water
Innovator of the Year en recent nog de
prestigieuze European New Product Innovation Leadership Award van het Amerikaanse advies- en onderzoeksbureau Frost & Sullivan. “We hebben drie jaar
aan de ontwikkeling en vermarkting van onze technologie gewerkt”, vertelt directeur Rob Hollering. “Het
slimme ervan is dat ze bespaart op energieverbruik
door de restwarmte uit het zuiveringsproces te hergebruiken.” Het procédé in een notendop: vervuild water
(zestig tot tachtig graden warm) wordt tussen een folie
en een waterafstotend membraan door geleid. In de
ruimte tussen folie en membraan ontstaat een dunne
waterfilm die kookt vanwege de lage systeemdruk. Het
waterafstotende membraan laat de stoom door, die op
een folie aan de andere zijde van het membraan condenseert. Het condensaat (gedestilleerd water) wordt
opgevangen in een tank. De condensatiewarmte die
vrijkomt is beschikbaar voor het opwarmen van de
volgende waterfilm. “Op deze wijze wordt de warmte
zo’n vier tot acht keer hergebruikt. Omdat het water
niet tot het kookpunt opgewarmd hoeft te worden, is
minder energie nodig.” Volgens Hollering komt de
techniek in beeld om percolaatwater van stortplaatsen
te zuiveren en zeewater tot drinkwater te ontzilten.
De waterkwaliteit voldoet aan de Europese en WHOstandaarden (World Health Organization). Inmiddels
is er wereldwijd veel belangstelling voor de energiezuinige technologie, in eerste instantie om moeilijk behandelbaar afvalwater in te dikken. Zo deed zusteronderneming Memsys in Texas in de VS een proef om het
zoutrijke afvalwater aan te pakken dat vrijkomt bij het
‘fracken’ bij de winning van schaliegas.
18 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
Aquaver-installatie op de Maldiven
Energiezuinig is onbetwist de trend, bevestigt Wilbert
van den Broek, process engineer bij Evides Industriewater. “Duurzaamheid en maatschappelijk onderne-
WATER EN BODEM
Container met proeftestopstelling CAPWA bij een energiecentrale
men zijn een belangrijke drijfveer, niet alleen voor
onszelf maar ook voor onze klanten. Energiewinst
levert immers CO2-reductie op.” Uit een onderzoek
onder de eigen klanten weet Evides dat bedrijven volop bezig zijn met onder meer het terugwinnen van
grondstoffen uit proceswaterstromen en het hergebruik van afvalwater. Niet alleen duurzaamheid is de
trigger. Bij deze volumes is een lager waterverbruik
goed voor een lagere waterrekening, dus goed voor de
bedrijfsportemonnee. “Die twee gaan hand in hand”,
beaamt Van den Broek.
E4water
Evides neemt deel aan een omvangrijk internationaal
project dat ‘E4water’ is gedoopt. ‘E4’ staat voor ‘Ecologically Economically Efficient Water Management in
the European chemical industry’. Aan dit tot mei 2016
lopende project zijn negentien bedrijven en kennisinstellingen verbonden (budget: 17 miljoen euro, waarvan 1,3 miljoen euro voor Evides). Het bedrijf voert een
aantal proeven uit bij Dow in Terneuzen en Solvic in
Antwerpen. Bij Solvic wil men twee verschillende waterstromen opwerken tot demiwater: het oppervlaktewater uit de havendokken en het afvalwater uit het
spuiwater van een koeltoren dat voor vijftien procent
uit een stroom bestaat die continu van samenstelling
wisselt. “De pH-waarde schommelt, soms zitten er
deeltjes plastic en koolstof in. Er gelden hoge kwaliteitseisen voor het demiwater, dus het is een uitdaging
deze waterstromen aan te pakken”, zegt Van den Broek.
De ambitie van Dow op zijn achttien chemiefabrieken
tellende terrein in Terneuzen is de drinkwatervoorziening – die hiervoor gebruik maakt van zoet water uit de
Maas bij de Biesbosch – zoveel mogelijk te ontzien. In
het E4-project wil het chemiebedrijf kostenefficiënte
technieken vaststellen voor het opwerken van lokale
afval- en proceswaterstromen, zoals het sterk ingedikte
spuiwater van de koeltoren, waaraan ook tal van conditioneringschemicaliën zijn toegevoegd. De zuivering
moet resulteren in multifunctioneel inzetbaar water,
toepasbaar voor het weer vullen van de koeltoren of als
grondstof voor de productie van demiwater.
Kosten
Tientallen bestaande technieken en innovaties zijn bij
E4 onderwerp van bureaustudies en labtesten. Ook de
factor ‘kosten’ speelt mee, waardoor een flink aantal
technieken is afgevallen. Van den Broek: “Het lastige
bij de nieuwe zuiveringstechnieken is dat ze nog in de
ontwikkelfase zitten. Je kunt pas installaties gaan bouwen, als ze op grote schaal zijn gerijpt.” In de proeven
bij Solvic is gekozen voor ultrafiltratie (UF) dat zwevende deeltjes, denk aan slib, verwijdert en reversed
osmosis (RO), gericht op het scheiden van zouten en
organische vervuilingen. Voor het zuiveren van het water uit de kanaaldokken wordt een dubbele RO-stap
uitgevoerd. Bij Dow viel de keus op nanofiltratie (een
stap verder dan UF om afvalwater te ontzouten en te
ontharden) en elektrodialyse reversal (EDR). Waar bij
omgekeerde osmose het water door membranen getrokken wordt en de zouten achterblijven, gaan bij
EDR juist de zouten door het membraan als gevolg van
een elektrische spanning, wat een beter scheidingsresultaat oplevert. Het gaat allemaal om reeds bewezen
technologie. Het experimentele zit hem in de samenstelling van de te behandelen afvalwaterstroom.
Onder de technieken die afvielen voor de proef bij
Dow, is CapDI van Voltea. Al drong de technologie
door tot de top vijf. Dit bedrijf is een spin-off van
Unilever, dat als wasmiddelenproducent een techniek
zocht om water te ontharden. CapDI (Capacitieve
DeIonisatie) is echter ook geschikt om water te ontzouten. De techniek is gebaseerd op elektroden die de
voor het zoutgehalte en waterhardheid verantwoordelijke ionen door een membraan heen trekken en afvoeren. Volgens Voltea onderscheidt haar technologie zich
van andere membraantechnieken, zoals RO, door een
hogere wateropbrengst en een geringer energieverbruik zonder dat chemicaliën nodig zijn. In 2012
rondde het bedrijf een eerste proef af op de afvalwaterzuivering Harnaschpolder bij Delft. Volgens R&Ddirecteur Bert van der Wal heeft de in maar liefst 33
octrooien beschermde technologie zich daar bewezen
om afvalwater geschikt te maken voor de tuinbouwkassen in het Westland. “Technisch was de pilot een
succes, alleen in economisch opzicht bleek CapDI
nog niet rendabel.” Toch krijgt de proef een vervolg,
Een Japans bedrijf wil CapDI gaan toepassen op plekken in Azië waar water schaars is, zoals in Singapore.
Water uit rookgassen
In de witte rookpluimen uit de fabrieksschoorsteen
zit nog veel water van hoogwaardige kwaliteit. Onder
leiding van DNV GL (voormalig KEMA) is een membraantechnologie ontwikkeld – CapWa (‘Water Capture’) geheten – die zo’n veertig procent van dit water
terug kan winnen. Het CapWa-proces ontwatert de
waterdamprijke gasstromen met ‘holle vezel’-membranen, die alleen watermoleculen doorlaten. Het
water wordt zo afgevangen. De rest van de (rook)gassen komt ‘ontwaterd’ in de atmosfeer terecht. De toepassing van CapWa in industriële processen, zoals
een papierdroogproces, zou tot grote besparingen
leiden, aldus DNV GL. Uit een studie van het CapWaconsortium zou blijken dat de Europese papiersector
alleen al jaarlijks één miljard euro kan besparen.
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 19
HOOGSPANNING
ONDERGRONDS
Voorschotje op Rijks Verkabelingsprogramma
In Apeldoorn-Zuid gaat drie kilometer hoogspanningslijnen ondergronds. Een uniek
huzarenstukje waarvan de stad zal opknappen Al had het - getuige het verslag in dit
artikel - qua financiering de nodige voeten in de aarde. Apeldoorn neemt hiermee een
voorschot op het Rijks Verkabelingsprogramma. Wie volgt?
S
20 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
is voor de corporatie een belangrijke reden om te investeren in het project en ook particuliere huiseigenaren verwachten dat hun huizen meer waard worden
zonder bovengrondse hoogspanningsverbindingen.
De bijval voor de verkabeling was dan ook unaniem.
In 2009 kwam de begroting van €10 miljoen rond en
konden over een afstand van drie kilometer alle kabels
door de zuidelijke stadswijken worden ingegraven.
Tegenslag
In datzelfde jaar wordt TenneT eigenaar van de hoogspanningslijnen in Apeldoorn. De nieuwe beheerder
komt met technisch zwaardere eisen. Die komen er in
het kort op neer dat de ondergrondse kabels vrije doorgang moeten krijgen en dat er dus geen plaats zou zijn
voor andere leidingen onder hetzelfde wegdek. De geraamde kosten lopen op naar €12,5 miljoen. De economische crisis, die noopt tot afwaardering van de grond,
slaat nog een krater in de begroting.
Gemeentelijk projectleiders Pauline Tiecken en Arno
Klein Goldewijk en hun team schakelen over op plan B
en verkorten op de tekentafel het project met een kilometer. Daarmee zullen in ieder geval de masten uit het
Fotografie: Rob Voss
inds 1949 voorziet het transformatorhuis in
het Vogelkwartier Apeldoorn van elektriciteit.
Aan de Oude Beekbergerweg komen de
150kV hoogspanningslijnen uit de richting
Zwolle en Arnhem samen. Hoogspanning pal boven de
woonwijk is ondenkbaar in deze eeuw. Diverse
onderzoeken hebben in voorbije jaren een verhoogde
kans op kinderleukemie en alzheimer geturfd bij mensen die in de buurt van de masten wonen. Dat elektromagnetische straling de boosdoener is, staat echter
niet vast. Niettemin zijn de regels aangescherpt en is
het voorzorgprincipe leidend: nieuwbouw in de buurt
van de masten is uitgesloten en nieuwe tracés moeten
voldoende afstand houden van woongebied.
Bestaande lijnen die te dicht bij woningen lopen, kunnen worden ingegraven om stralingsoverlast te beperken. Het ministerie van Economische Zaken heeft
daarvoor een nationaal ‘verkabelingsprogramma’ bedacht dat na de vereiste wetswijziging in 2017 van start
gaat. Maar Apeldoorn-Zuid staat aan de vooravond van
een ingrijpende transformatie. De veelal uitgeleefde
jaren ‘50 huizen worden dit jaar gesloopt en maken
plaats voor eigentijdse woningen. Om het stadsdeel
het gewenste nieuw elan te geven, brengt Apeldoorn
de kabels nu al ondergronds.
Geen eenvoudige opgave, omdat in een druk ‘binnenstedelijk wegprofiel’ tussen rioolbuizen, gasleidingen
en een wirwar van elektriciteits-, telefoon en mediakabels, ruimte moet worden gezocht voor de hoogspanningslijnen. Dat betekent onder meer dat langs
de route van de in te graven hoogspanningskabels een
compleet nieuw groot transportriool moet worden
aangelegd van glasvezel versterkt kunststof, dat bestand is tegen de door de hoogspanning veroorzaakte
hogere bodemtemperatuur.
Dat zoiets niet over een nacht ijs gaat, spreekt vanzelf.
De eerste schetsen voor een ondergronds tracé dateren
van 2005. Naast de provincie zijn ook belanghebbenden als corporatie De Goede Woning in wijk Zuid betrokken bij de financiering. Een betere woonomgeving
Fotografie: Rob Voss
WATER EN BODEM
Vogelkwartier verdwijnen en de kan de herinrichting
van die wijk doorgang vinden.
Maar plan B schiet de bewoners van de Rivierenbuurt
aan de stadsrand in het verkeerde keelgat. Daar wordt
de verkabeling immers op de lange baan geschoven.
Het actiecomité Hoogspanning eist dat de gemeente
zich aan haar oorspronkelijke belofte houdt. Hoewel
het protest de gemeentelijke planning dwarsboomt, is
er een gedeeld belang en inzicht: de verkabeling gefaseerd uitvoeren is kapitaalvernietiging omdat er tijdelijke stijgpunten nodig zijn en de enorme logistieke
operatie twee keer moet worden opgetuigd.
Keerpunt
De spanning wordt doorbroken als minister Kamp in
maart 2013 het verkabelingsprogramma aankondigt,
dat de mogelijkheid schept om 135 kilometer hoogspanningslijnen in de bebouwde kom onder de grond
te werken. De operatie uitstellen tot 2017 is voor Apeldoorn echter geen optie, omdat de medefinanciers niet
garanderen dat ze hun bijdrage drie jaar later gestand
kunnen doen en de operatie al in veel agenda’s in 2014
is ingetekend. Maar de financiële opzet van het programma, waarbij de gemeente ‘slechts’ 25% zelf hoeft
te financieren, terwijl 75% voor de rekening van
TenneT komt, betekent dat er weer voldoende budget
is om het oorspronkelijke plan uit te voeren.
Er volgen onderhandelingen op het ministerie van de
Economische Zaken om de verdeelsleutel van het
Rijksprogramma vervroegd te claimen. Keiharde toezeggingen krijgt Apeldoorn niet, maar toch voldoende
zekerheden om de gemeenteraad te overtuigen. Die
gaat vlak voor de jaarwisseling akkoord met de financiering van het oorspronkelijke plan.
Toekomst
Dat Apeldoorn voor de muziek uitloopt, wil niet zeggen
dat verkabeling elders in het land in een stroomversnelling komt. Voor gemeenten die nog geen geld hebben
vrijgemaakt, zal de eigen bijdrage van 25% nog een behoorlijk hindernis zijn. Voor projecten van Apeldoornse
schaal moet er nog altijd €3 miljoen uit de gemeentekas
komen. Toch meent Arnold Hoekjen van ingenieursbureau Arcadis - dat voor Apeldoorn de aanbesteding
begeleidde - dat er ook in financieel moeilijke tijden
win-win-situaties zijn waarbij de eigen bijdrage meer
oplevert dan hij kost: “Vooral voor gemeenten die het
op eigen kracht net niet rond krijgen, liggen de kaarten
straks heel gunstig. Verkabelen is een boost voor herstructurering van woonwijken en bedrijventerreinen,
en kan de stilgevallen woningbouw op gang helpen. Niet
alle effecten zijn in harde euro’s uit de drukken, maar ze
moeten zeker in de afweging worden betrokken.”
In alle gevallen zullen gemeenten vanaf 2017 moeten
onderhandelen met actieve buurtcomités die met het
Rijksprogramma in de hand verkabeling willen afdwingen. The game is on.
Verkabelingsprogramma
Het Rijksprogramma voor verkabeling van hoogspanningslijnen en uitkoop van huizenbezitters is van toepassing in 160 gemeenten. Vanaf 2017 krijgen ca. 400
huishoudens een uitkoopaanbod: alle huishoudens die
(deels) onder een 220/380 kV-verbinding wonen, plus
bewoners in buitengebieden die (deels) onder een
110/150 kV-verbinding wonen. Hiervoor stelt de overheid €140 miljoen ter beschikking. Daarnaast kan vanaf 2017 135 kilometer aan 110/150 kV-lijn in bebouwde
kom ondergronds gebracht worden. Het is de bedoeling dat TenneT -via een nog te regelen wetswijzigingde verkabelingskosten uit het programma voor driekwart terug mag verdienen via transporttarieven. Een
verkabeling gaat alleen door als de desbetreffende gemeente het laatste kwart zelf bijdraagt. Het programma loopt 15 jaar en zal TenneT en de gemeenten naar
verwachting €440 miljoen kosten.
Meer informatie:
http://bit.ly/1kxhU7P
www.apeldoorn.nl/hoogspanning
http://tinyurl.com/arcadishgspnng
http://tinyurl.com/roelofsgroephgspnng
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 21
NANO & WATER
RISICO EN KANS
Nano in waterland heeft twee gezichten
Nanodeeltjes in het water worden gezien als potentieel risico. Wij moeten daar iets mee
gaan doen, klinkt het vanuit waterschappen. Maar het is nog onduidelijk hoe je ze moet
meten en wat voor beleid je er op moet loslaten. Bij toepassing in (afval)waterfilters worden ze daarentegen juist gezien als kansrijk middel om efficiënter te zuiveren.
HARRY PERRÉE
Afwachtend
Waterschappen, verantwoordelijk voor de kwaliteit van
ons oppervlaktewater, zijn afwachtend in de aanpak
van nanodeeltjes. “Wij moeten daar iets mee gaan
doen. Alleen, op dit moment beschikken wij nog niet
over analysemogelijkheden om dat goed te monitoren”,
legt beleidsmedewerkster watersysteemkwaliteit
Anja Dijkstra van het Hoogheemraadschap Delfland
uit. “En het is ook nog even zoeken: stel dat wij die
data verzamelen, wat zou je er als waterschap aan
kunnen doen? Daar hebben wij nog geen uitgesproken beleid op.”
Aanleiding om de alarmbel te luiden is er niet, meent
STOWA, de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, het kenniscentrum van de waterschappen.
‘Vooralsnog lijkt het niet aannemelijk dat we ons zor22 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
gen moeten maken over nanodeeltjes in de afvalwaterketen en het ontvangende oppervlaktewater’, meldt het
rapport Nanodeeltjes in de afvalwaterketen (2013). De
deeltjes zullen, zo schat STOWA, samenklonteren of
hechten aan organisch materiaal en zo hun nanoeigenschappen verliezen. Bovendien zijn tot nu toe
geen negatieve effecten aangetoond en zijn de concentraties in de afvalwaterketen lager dan de concentraties
waarmee studies zijn uitgevoerd.
De onderzoekers houden nog een slag om de arm omdat ‘de tot op heden uitgevoerde toxicologische studies
niet altijd eenduidig zijn’. Verder ontbreken goede onderzoeksprotocollen (inclusief analysetechnieken) en
bovendien zal de hoeveelheid nanodeeltjes komende
jaren sterk toenemen. Maar bestrijdingsmiddelen en
hormoonverstorende stoffen, zo stelt STOWA, hebben
aantoonbare toxische effecten op het ecosysteem en
brengen veel meer risico’s met zich mee.
PETER DE KIEVITH | DREAMSTIME.COM
N
anodeeltjes zijn vooral bekend van hun
toepassingen in bijvoorbeeld zonnebrandcrème, antistinksokken en brandstof. Daar
worden ze gebruikt vanwege hun bijzondere kwaliteiten: omdat ze respectievelijk doorzichtig
zijn, een antibacteriële werking hebben of zorgen voor
een efficiënte verbranding. Na geleverde diensten kunnen nanodeeltjes in het water belanden. Het is nog onduidelijk of dat een probleem kan veroorzaken voor
mens en milieu.
Het RIVM houdt de vinger aan de pols door onderzoek
te volgen en zelf uit te voeren. Dat onderzoek staat volgens het RIVM echter nog in de kinderschoenen. Zo is
het niet duidelijk of nanodeeltjes (deeltjes van 1 - 100
nanometer) zich vrij - ieder voor zich - in het milieu
blijven bewegen of dat ze samenklonteren. Samengeklonterde deeltjes gedragen zich heel anders in het
milieu dan vrije deeltjes en brengen ook andere risico’s
met zich mee. Daar komt bij dat het de vraag is of de
huidige methodes van milieurisicobeoordeling bruikbaar zijn voor nanodeeltjes.
Geen aanleiding om de alarmbel te luiden over nanodeeltjes in de afvalwaterketer, meent STOWA
SERGBOB | DREAMSTIME.COM
WATER EN BODEM
´Bestrijdingsmiddelen en hormoonverstorende stoffen zijn aantoonbaar toxisch en brengen veel meer risico’s met zich mee´
Kansen
Vormen nanodeeltjes aan de ene kant een potentieel
gevaar voor het oppervlaktewater, aan de andere kant
biedt nanotechnologie kansen om water steeds verder
te reinigen. Rob Lammertink, hoogleraar Soft matter,
Fluidics and Interfaces aan de Universiteit Twente,
maakt onderscheid tussen enerzijds nanogestructureerde membranen, waarbij de poriën tot op nanoniveau
gecontroleerd kunnen worden, en anderzijds katalyse,
die “de activiteit van een katalysator benut door op nanometerniveau de samenstelling te controleren.” De
hoogleraar is binnen NanoNextNL (een consortium van
bedrijven, universiteiten en kennisinstellingen) actief
als programmadirecteur voor het onderzoek naar watertoepassingen van nanotechnologie. Een membraantechniek, zoals omgekeerde osmose, wordt, al decennialang toegepast, zo merkt Lammertink op. “Met
omgekeerde osmose ben je drinkwater aan het reinigen
van alle opgeloste deeltjes die er in zitten. Of dat nu zouten of grotere moleculen zijn, maakt niet zoveel uit.
Eigenlijk wordt alles tegengehouden behalve water. Dat
is de meest extreme stap om heel puur water te vormen.
Waar we binnen het project (NanoNextNL, red.) naar
kijken is verontreiniging katalytisch af te breken. Dat is
met name heel interessant als je kleine moleculen die
moeilijk door membranen zijn tegen te houden, wilt
verwijderen. Wij proberen deze katalytisch af te breken
tot onschadelijke stoffen. Net zoals een katalysator in
een auto werkt: niet volledig verbrande producten omzetten naar onschadelijke producten.”
Het lijkt logisch om eventuele nanoverontreiniging met
nanotechnologie uit het water te halen, maar het verband tussen deze twee is volgens Lammertink nog niet
duidelijk. “We kijken wel naar het gedrag van materialen op een heel kleine schaal. En als je het gedrag van
die deeltjes in water beter begrijpt, kun je ook betere
zuiveringsmethoden gaan ontwikkelen.” Wellicht zijn
nanodeeltjes af te vangen in membranen, “maar het
hoeft niet per se. Kijk, het probleem is dat nog niet duidelijk is wat het ‘nano zijn’ van materialen voor een invloed heeft. Bepaalt het heel klein zijn van een deeltje
het gedrag en de toxiciteit van zo’n deeltje?”
De hoogleraar onderzoekt nu alvast kleine organische
verontreinigingen in water, die al bij lage concentraties
schadelijk zijn. “Een alledaags voorbeeld zijn hormoonresten. Die komen in het riool terecht, via urine
of medicijnresten. Dat is een verontreiniging die relatief lastig is aan te pakken met conventionele filters en
methoden, juist omdat ze klein zijn en al bij lage concentraties schadelijk zijn. Wij kijken nu hoe je die met
katalyse kunt afbreken. Dus niet alles filteren, maar de
schadelijke componenten afbreken door middel van
een katalysator.”
Bulk
Daarbij dient titaniumdioxide als katalysator. “Dus hetzelfde als wat in zonnecrème en ook tandpasta zit. Dat
is een fotokatalysator: als er zonlicht opkomt, wordt
deze actief en kan die water reinigen. Het versnelt een
reactie, zonder dat ie daarbij zelf geconsumeerd
wordt.” Hoewel ‘nano’ klinkt naar kostbare hightech,
hoeft dat helemaal niet het geval te zijn. “Nanotitaniumoxide koop je in bulk, per duizend kilo. Andere stoffen die bij wijze van spreken per atoom worden opgebouwd zullen veel duurder zijn.” Lammertink wil maar
zeggen: ‘nano’ is een verzamelvat van een breed scala
aan activiteiten en stoffen. De begripsvorming daarover ziet hij met sprongen toenemen, en daarmee de
mogelijke toepassingen,.
Hoewel waterschappen aan de ene kant nog geen zicht
hebben op de nanoverontreinigingen, nemen ze aan
de andere kant al afscheid van de toegepaste nanotechnologie, althans bij membraantechnologie.
Beleidsmedewerker Hielke van der Spoel van het
Waterschap Rivierenland schat dat afgelopen jaren in
Nederland pakweg vijf rioolwaterzuiveringsinstallaties
membranen hebben toegepast. “Het werkt wel, maar
het is te hightech en te duur. We maken dan té schoon
water voor wat het oppervlaktewater nodig heeft. Die
technieken zijn deels ontwikkeld als exportproduct.
In industrie en drinkwaterproductie wordt membraantechnologie veel toegepast, in de zuivering van huishoudelijk afvalwater zijn er voldoende andere technologieën die simpeler en minder duur zijn.” Daarom zijn
de membraaninstallaties afgelopen jaren deels weer
ties.
ti
omgebouwd naar conventionele installaties.
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 23
WEGLEKKENDE
MILIEUWINST?
Verdeeldheid over 5e Actieprogramma Nitraat
De actieprogramma’s tegen nitraatuitspoeling hebben vrucht afgeworpen. Met name in
de melkveehouderij; varkens- en pluimveehouders in vooral Zuid-Nederland blijven achter. Niettemin krijgt Nederland andermaal derogatie uit Brussel. “Op termijn wordt het onontkoombaar dat we minder dieren houden”, zegt nutriëntenonderzoeker Jaap Schröder.
RENÉ DIDDE
Te positief
De milieuorganisaties krijgen steun uit onverwachte
hoek. De Commissie voor de milieueffectreportage
(Commissie voor de m.e.r.) concludeert dat de zogeheten plan-MER voor het 5e Actieprogramma Nitraat de
milieueffecten te positief inschat. De commissie concludeert bovendien dat allerlei ‘kansrijke alternatieve
opties met gebieds- en bedrijfsspecifieke maatregelen’
niet zijn bekeken. “Het milieu-effectrapport (MER) dat
het Ministerie heeft laten maken is zeer beknopt en
vertoont weinig samenhang tussen de ambities van
beleidsvoornemen en autonome ontwikkelingen zoals
het loslaten van de melkquota, het probleem van de
uitspoeling van nitraat en fosfaat naar grond- en oppervlaktewater en de neerslag van stikstof uit de lucht”,
24 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
licht secretaris Gijs Hoevenaars van de Commissie
voor de m.e.r. toe.
Op de Alma Mater van de landbouwwetenschappen,
WUR te Wageningen, lijkt een wat ander geluid te klinken. “Vanaf 1990 hebben de achtereenvolgende actieprogramma’s geleid tot een draconische afname van
de overschotten van stikstof en fosfaat”, zegt Jaap
Schröder van Plant Research International van WUR.
“Om precies te zijn, nam het overschot stikstof af van
300 kilogram per hectare per jaar tot 175 kilogram en
daalde de fosfaatuitspoeling van 50 - 70 kilogram per
hectare per jaar naar 10 – 40 kilogram.”
Vijfenzeventig procent van de melkveehouders haalt
bovendien de EU-norm van 50 milligram nitraat per
liter grondwater, er zijn er bij die de norm overschrijden maar als geheel haalt de melkveehouderij de EUnorm, aldus Schröder. Er wordt ten slotte over de hele
linie minder mest en kunstmest op het land gebracht”,
zegt Schröder, een van de hoofdauteurs van een recente evaluatie van het nutriëntenbeleid door het Planbureau van de Leefomgeving en WUR.
Achterblijvers
Er is in het Nederlandse nutriëntenbeleid slechts één
zwakke broeder, aldus de onderzoeker. “De akker-
MICHA KLOOTWIJK | DREAMSTIME.COM
H
et geldt als een van de hoofdpijndossiers
van het Nederlandse milieubeleid. Mest,
nitraatuitspoeling, fosfaatverzadiging.
Al bijna 35 jaar wordt gewaarschuwd
tegen de fnuikende gevolgen van uitspoeling van
nitraat en fosfaat als gevolg van de ongebreidelde
mestgift op de Nederlandse akkers. Vooral op zandgronden draagt die uitspoeling bij aan eutrofiëring,
vermesting, achteruitgang van kwaliteit van het oppervlaktewater en de gestage teloorgang van de biodiversiteit. De Landbouw- en Milieuministers en staatssecretarissen van de laatste pakweg tien kabinetten
moesten menige reis naar Brussel ondernemen om
uitstel te vragen (derogatie) om te voldoen aan de Europese normen voor nitraat (en fosfaat).
Criticasters uit onder meer milieuorganisaties wijzen
er op dat het loslaten van de melkquota in 2015 - één
van de succesvolle instrumenten om de milieueffecten
van mest enigszins te beteugelen - Nederland weer
achteruit zal zetten. Boeren die daartoe kansen zien,
zullen hun melkveestapel uitbreiden. De mestproductie zal navenant toenemen, aldus de ngo’s.
ZORANSIMIN | DREAMSTIME.COM
PANCAKETOM | DREAMSTIME.COM
WATER EN BODEM
bouwbedrijven, vooral die op de hoge zandgronden in
Zuid-Nederland, voldoen niet aan de normen.” Dat
komt vooral door het hoge aandeel gewassen die de
meststoffen slecht opnemen. Daarnaast speelt de jarenlange toediening van ‘bovenwettelijke’ drijfmest
een rol. “Dat is een eufemisme voor het dumpen van
frauduleuze drijfmest uit de zwarte boekhouding van
varkenshouderijen op akkerbouwgebieden. Op die
hoge zandgronden ligt het grondwater laag en vindt
nauwelijks denitrificatie plaats, dus de nutriënten
spoelen vrijwel geheel uit.”
Toch hebben het nutriëntenbeleid en de achtereenvolgende actieprogramma’s vrucht afgeworpen, concludeert Schröder. “De sector heeft, zij het knarsetandend, meegewerkt aan de harde voorschriften.”
En het loslaten van de melkquota dan?
“Dat leidt niet tot overschrijding van de normen door
de melkveehouderij. Het loslaten van de melkquota zal
leiden tot tien à twintig procent meer melk, maar dat
leidt niet tot tien à twintig procent meer mest”, doceert
Schröder. Allereerst worden koeien efficiënter naarmate ze meer melk produceren. Ze krijgen ook steeds
mineraalarmer voer. “En ten derde”, betoogt Schröder,
“zelfs al zou er meer koemest worden geproduceerd,
dan is de afzet ervan geen enkel probleem. De koemest
zal de varkensmest eruit drukken.”
‘Niet uit te leggen aan een boer’
Het vijfde actieprogramma staat bol van scherpere
stikstofnormen voor veehouders en groentetelers in
Zuid-Nederland, meer strikte handhaving, vasthouden
aan dierrechten voor pluimvee en varkens( dat is het
recht om een bepaalde hoeveelheid dieren te houden
en heeft niets met rechten van het dier te maken).
Melkveehouders moeten bovendien niet langer 70
maar 80 procent grasland hebben om meer mest op
eigen land af te mogen zetten.
Dat deze nieuwe maatregelen pittig zijn, bewijst de
felle reactie van LTO Nederland. “De politiek begrijpt
niet wat nodig is voor een goede landbouwpraktijk.
Deze voorstellen zijn niet aan een boer uit te leggen”,
aldus LTO-voorman Hans Huijbers. De lobby-organisatie overhandigde half april een petitie aan de Tweede Kamer in de hoop het tij te keren. Op de vergadering van eind april fiatteerde de European Nitrate
Committee het 5e actieprogramma. De verwachting is
dat de Europese Commissie vervolgens ook akkoord
gaat.
Bij de commissie voor de m.e.r. reageert secretaris Gijs
Hoevenaars kritisch op zowel Jaap Schröder als Hans
Huijbers. “We zien in bijvoorbeeld de aanvragen van
vergunningen voor stallen en bestemmingsplannen in
het buitengebeid dat boeren duidelijk voorsorteren op
het houden van meer dieren. En dat betekent in absolute zin meer uitstoot en meer mest. Die stallen gelden
ook koeien, want die staan steeds minder in de wei.”
Verder mag de uitspoeling van stikstof naar (grond-)
water succesvol zijn, het is jammer dat de veehouderij
de prestaties weer te niet dreigt te doen door vergroting
van de uitstoot van stikstof in de lucht in de vorm van
ammoniak, aldus Hoevenaars. “Vooral varkens- en
pluimveestallen dichtbij natuurgebieden dragen substantieel bij aan vermesting en verzuring en daarmee
aan de achteruitgang van de biodiversiteit. Hoewel verbeterd, blijft de landbouw kortom de grootste bijdrage
leveren aan stikstofuitstoot, namelijk tachtig procent.
Andere sectoren als industrie en verkeer hebben zich
sterker verbeterd.”
Ecologische principes eerst
De commissie voor de m.e.r. vindt het jammer dat er
geen bedrijfs- of gebiedsspecifieke maatregelen zijn
onderzocht. “Daarin kunnen beleidsmakers aangeven
welke bedrijven zich in welke gebieden kunnen vestigen om lekstromen naar de omgeving te minimaliseren. Bovendien wordt nu erg geleund op het bestaande
beleid, terwijl in een MER had kunnen worden onderzocht wat het betekent als ecologische principes als
leidraad voor de landbouw moeten gelden, aldus de
Commissie.
Daarmee is Jaap Schröder het eens. “Het is onontkoombaar dat er op den duur minder dieren worden
gehouden in Nederland.” De voortgaande efficiëntie en
schaalvergroting gaan ten koste van de biodiversiteit,
vindt ook Schröder. De achteruitgang van weidevogels
komt door de stelselmatige verlaging van het grondwaterpeil om vroeg te kunnen maaien met steeds zwaardere machines. Dat heeft dus niets te maken met
nutriëntenbeleid. Zo zijn er grootschalige akkerbouwbedrijven met nauwelijks nutriëntenuitspoeling en
veel biodiversiteit doordat ze akkerranden vrijlaten en
wintervoer voor vogels achterlaten.”
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 25
BEDRIJF EN PRODUCT
Verantwoord consumeren
Questionmark: het verhaal
achter de boodschappen
Met een gratis app en website geeft
Questionmark inzicht in de wijze waarop
producten worden gemaakt en wat de
invloed is op mens, dier en milieu.
Zo kunnen consumenten bij het kopen van
een biefstukje achterhalen of er regenwoud voor is gekapt. Of zien of de
hazelnoten in een reep door kinderhanden
geplukt zijn. Een score per product en een
lijst met alternatieven maakt het gemakkelijk een bewustere keuze te maken.
Het begon met 22.000 producten in de
categoriën vlees, vleesvervangers, eieren,
melk, yoghurt, kaas, boter, kwark en toetjes. Inmiddels zijn ook pindakaas en meer
dan 1000 chocoladeproducten toegevoegd. Consument kunnen de producten
met de app scannen of op de website op-
zoeken. Als een echte beweging wil Questionmark verder groeien, met 10.000 producten per jaar tot het gehele aanbod in
de supermarkt onderzocht is. Later zullen
ook producten als elektronica en kleding
meegenomen worden.
Questionmark zegt te opereren als een
neutrale, onafhankelijke organisatie die
product- en duurzaamheidsinformatie
verzamelt op basis van wetenschappelijk
geaccepteerde standaarden. Die informatie wordt op objectieve wijze beoordeeld
met de input van deskundigen van maatschappelijke organisaties, uit de wetenschap en bedrijfsleven.
Questionmark is mogelijk gemaakt door
een bijdrage van de Nationale Postcode
Loterij.
www.thequestionmark.org
Biobased
Schoonmaakmiddel uit algenolie
Ecover heeft aangekondigd om als eerste schoonmaakmiddelenproducent
wereldwijd oppervlakte-actieve stoffen
voor haar producten te gaan maken op
basis van algenolie.
Negentig procent van de grondstoffen
voor oppervlakte-actieve stoffen op basis
van plantaardige materialen is afkomstig
uit kokosnoten en - vooral - palmboompitten. Voor de productie van plantaardige
olie worden de tropische regenwouden in
regio’s als Sumatra en Borneo al decennia
lang gekapt en vervangen door commerciele palmolieplantages.
In 2009 zette Ecover al de toon door de
oppervlakte-actieve stoffen uit palmolie in
schoonmaakproducten te vervangen door
alternatieven op basis van in Europa geproduceerd koolzaad. Nu neemt ze een
volgende stap met de inzet van algenolie.
Algen, zo stelt Ecover, kunnen lokaal geproduceerd worden, en een bijkomend
voordeel daarvan is dat dit producenten
en retailers volledige traceerbaarheid binnen de supply chain geeft.
De nieuwe producten op basis van algenolie liggen later dit jaar in de supermarkt.
www.ecover.com
Duurzame energie
Warmtepomp is nét een dakraam
In Nijmegen wordt voor woningcorporatie Portaal een serie energienotaloze
woningen gebouwd. Zeven van deze
woningen zijn uitgerust met de integrale
lucht/water-warmtepomp Hydrotop van
Dutch Heatpump Solutions.
De warmtepomp voorziet de huurwoningen van warmte voor de luchtverwarming
en voor het tapwater.
In de Hydrotop zijn de buiten- en de binnenunit tot één toestel geïntegreerd. Deze
wordt door het dak in de woning geplaatst, waarbij het deel dat de buitenlucht
aanzuigt circa tien centimeter boven het
dak uitsteekt. Vanaf de buitenkant lijkt het
26 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
daarom alsof er een dakraam op het dak
ligt (de welstandscommissie was onmiddelijk overtuigd). Aan de binnenkant zorgt
het toestel er voor dat de warmte die de
warmtepomp uit de buitenlucht haalt, aan
de klimaat- en tapwaterinstallatie wordt afgegeven. De benodigde elektrische energie wordt volledig opgewekt door de 21
zonnepanelen op het dak van elke woning.
De woningen worden gerealiseerd door de
Klaassen Groep. Het installatieconcept,
waarin de Hydrotop een cruciale rol speelt,
is bedacht door de Van Losser Installatiegroep
http://www.dutchheatpump.nl
BEDRIJF EN PRODUCT
MVO
Scorekaart voor verfproducten
Sigma Coatings heeft de Product
Sustainability Indicator (PSI) geïntroduceerd. De scorecard geeft klanten inzicht in de duurzame kwaliteiten van
haar producten.
De PSI verschaft in een oogopslag duidelijkheid over de impact van de verf op het
milieu en de eventuele gezondheidsrisico’s
voor de schilder en de gebruikers van het
gebouw (emissie van vluchtige stoffen).
Bovendien geeft de PSI informatie over de
kwaliteit van de verf; zoals dekking en hoe
lang deze meegaat voordat er overgeschilderd moet worden. Alle drie de aspecten
wegen voor Sigma zwaar en moeten zoveel mogelijk met elkaar in evenwicht zijn.
Voor de nieuwe duurzame service heeft
Sigma voor alle lakken en muurverven de
duurzaamheidscores bepaald aan de hand
van erkende internationale methoden, zo-
Groene stroom
‘Stroometiket?
Zand erover!’
DONG Energy adviseert haar klanten om
het verplichte stroometiket dat op hun
mat is gevallen te begraven. Uit het
stroometiket van dit bedrijf groeit dan
dit jaar een groene plant.
Het energiebedrijf ageert al jaren tegen het
verplichte stroometiket, door de overheid
ingevoerd om te zorgen voor meer transparantie op de energiemarkt. ‘De groene
stroom die vermeld staat op het stroometiket blijkt bij veel energiemaatschappijen vaak grijzer dan het overzicht doet vermoeden’, aldus het bedrijf. ‘Nergens op
het stroometiket staat of de energieleverancier de groene stroom zelf produceert
of investeert in de productie van groene stroom. Het systeem is achterhaald en
brengt niet meer het juiste effect’. In de
woorden van marketing manager
Lennart Lallieu: “Het stroometiket in deze
niets-zeggende vorm strooit alleen maar
meer zand in de ogen van de klant. Verduurzaming vindt alleen plaats door te investeren in fysieke windmolens of zonneparken, echte fysieke verandering dus.
Wij hebben een voorzet gegeven door het
nutteloze stroometiket nu ten minste groen
te maken.”
Het Scandinavische DONG Energy (meer
dan 1,5 miljoen klanten wereldwijd) produceert momenteel ruim 28% elektriciteit
uit hernieuwbare bronnen. Ze streeft naar
85% in 2040.
www.dongenergy.com
als de levenscyclusanalyse (LCA) en intern
getoetste standaarden. Daarbij kregen de
producten een beoordeling van 1 (‘slecht’)
tot 5 (‘zeer goed’).
Sigma heeft gekozen voor een eigen PSIscorekaart, omdat het bedrijf zocht naar
een manier om alle aspecten van duurzaamheid van producten te beoordelen.
Belangrijke aspecten bij de keuze van een
verfsysteem, zoals de gezondheid van de
schilder of de verwachte levensduur, komen volgens haar in labels vaak niet terug.
‘Met de PSI kunnen die duurzaamheidsaspecten worden gekozen die voor de gebruiker of opdrachtgever relevant zijn.’
Als onderdeel van PPG, deelt Sigma
Coatings in de corporate milieudoelstellingen, onder meer om het energieverbruik
en de CO2-uitstoot jaarlijks met 1,5 procent terug te dringen tot 2020. Daarnaast
wordt er gewerkt aan vermindering van de
hoeveelheid afval door maximaal in te zetten op recycling in het productieproces.
Geïnteresseerden kunnen de PSI-scores
opvragen per e-mail: [email protected]
www.sigma.nl
Lichthinder
Vogelvriendelijk licht
Enkele jaren terug werd een nieuw type verlichting gelanceerd dat vogels
niet verstoort tijdens hun vogeltrek over de Noordzee. Ontwikkeld samen
met Philips, maar uiteindelijk niet in het assortiment van dat bedrijf opgenomen. Desalniettemin is deze verlichting nu toch weer verkrijgbaar.
Joop Marquenie, bioloog en destijds werkzaam bij de NAM voor Shell, deed
jarenlang onderzoek naar het gedrag van vogels boven zee. De onderzoeksresultaten leidden, in samenwerking met het bedrijf Philips, tot de lancering
van ClearSky. De lampen - met een rustige blauw/groene kleur - bleken niet
alleen vriendelijk te zijn voor vogels. Ook mensen hebben baat bij de verlichting: met ClearSky zie ze ’s nachts meer én hebben ze een betere perceptie
van diepte en afstanden. Nadat Philips de lampen uiteindelijk niet in het assortiment opnam zijn deze nu weer verkrijgbaar via het bedrijf IMT en de belangstelling is groeiende. Niet alleen voor de offshore-toepassing maar ook voor
het gebruik in natuurgebieden en bij openbare terreinen, en bij tijdelijke en
permanente bouw- en industriële locaties.
www.clearsky.lighting, www.IMT.eu
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 27
FE
DE MILIEUPRO
SSIONAL
Textielketens
verduurzamen
Janet Mensink
programmacoördinator
Katoen & Textiel bij
Solidaridad
www.solidaridad.nl
WIM VERHOOG
Janet Mensink (1972) werkt als programmacoördinator
bij Solidaridad aan verduurzaming van de textielproductieketens. “Ik ben zelf geen modemeisje, maar ben
wel gefascineerd door de veelzijdigheid van het product en de diversiteit aan partijen die je in deze ingewikkelde ketens tegenkomt; van de katoenboer die blij
wordt van z’n opbrengst en de designer die wild wordt
van een patroon, tot de kledingmerken met groeiende
duurzame ambities.”
Wat is je achtergrond?
“Ik studeerde Milieutechnologie in Wageningen. Na
een korte stage bij Oranjewoud werkte ik zeven jaar bij
onderzoeks- en adviesbureau CREM. Op wat eerst
‘milieu en handel’ en later ‘duurzaamheid en handel’
heette. Ik kreeg in dat werk vaak met het onderwerp
textiel te maken. Tien jaar geleden maakte ik de overstap naar Solidaridad om full time met textielketens
aan de slag te gaan.”
Ik denk dan gelijk: dat zal vooral over lonen gaan.
“Tamelijk uniek van Solidaridad is dat ze als ontwikkelingsorganisatie de problematiek zo over de hele
breedte, inclusief milieu, benadert. En dat klopt ook.
Misschien dat de consument vooral wil horen dat er
geen kinderhandjes aan zijn of haar kleding werkten,
maar er is geen scheidslijn tussen mens en milieu. Dat
wordt duidelijk als je mensen in een textielfabriek met
gevaarlijke chemicaliën ziet werken, blauw afvalwater
uit de fabriek het oppervlaktewater in ziet stromen, het
water waarop omwonenden weer zijn aangewezen. Of
als je ziet hoe het grondwatergebruik van een ververij
het peil in omgelegen waterputten jaarlijks met 2 meter doet zakken. Arbo, beloning, milieu; alles is duidelijk met elkaar verbonden.”
Je werkt samen met grote kledingmerken?
“Ontwikkelingswerk was lange tijd: aaibare projecten
doen in gemeenschapen, maar het is nu: werken aan
concrete resultaten die ook vanuit een business point
of view verstandig zijn. Solidaridad doet projecten met
zo’n 25 kledingmerken. Met koploper H&M, die al heel
vroeg net als wij in de breedte bezig ging met verduurzaming, hebben we sinds kort een meerjarig strategisch partnership. Samen met diverse kledingmerken
ondersteunen we het BCI, het Better Cotton Initiative,
28 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
dat is gericht op duurzame katoenbouw, met minder
watergebruik, inzet van andersoortige pesticiden en
andere bemestingsmethoden. Daarbij stijgt het inkomen van de boeren door de grotere opbrengst en lagere kosten. Daarnaast hebben we samen met o.a.
H&M, C&A en G-star, het Water PaCT-programma, gericht op ververijen en wasserijen in Bangladesh. Voor
soortgelijke bedrijven in China hebben we met H&M
het Better Mill Initiative opgezet. De bedrijven krijgen
advies op maat over besparing van energie en water,
afval en chemicaliën. En wat sociale kant betreft: het
BCI gaat ook over thema’s als kinderarbeid en scholing, en Solidaridad zit in een adviesorgaan van H&M,
waar we samen met academici en andere experts van
vakbonden en NGO’s adviseren over H&M’s plan van
aanpak voor betere lonen voor fabrieksmedewerkers.”
Wat moet je in huis hebben voor jouw werk?
“Ik heb zeker plezier van mijn milieutechnische achtergrond. Ik zie bijvoorbeeld snel of een zuivering die met
veel bombarie getoond wordt inderdaad zoden aan de
dijk zet. Maar het is in dit werk toch vooral veel coördineren, partijen bij elkaar brengen en daarbij flinke culturele verschillen overbruggen. Want de ketens in deze
branche zijn complex; de katoen kan uit India komen;
worden geverfd in Bangladesh; en verwerkt in naaiateliers in China. Voor de technische details schakelen
we regelmatig TNO in. En we werken samen met lokale universiteiten, bijvoorbeeld in China. Bij voorkeur wil
je ook stimuleren dat lokaal kennis wordt opgebouwd,
dat er lokale consultants komen met verstand van bijvoorbeeld energie en waterzuivering.”
Zit er schot in de verduurzaming?
“Ik noemde net het Water PaCT programma: DBL
Groep, een van de grootste textielfabrieken in Bangladesh, heeft het waterverbruik in de productie al teruggebracht van 120 liter naar 60 liter water per kilogram
textiel. Dergelijke concrete resultaten zijn geweldig,
maar er is nog een weg te gaan. Kijk naar het instorten
van de fabriek in Bangladesh, en dat, terwijl juist veiligheid al zo lang de aandacht heeft, omkleed met
codes of conduct, audits enzovoorts. Ik zie wel bij bedrijven meer transparantie, en dan ook over dingen die
nog niet goed gaan. Die groeiende transparantie en
agendering is sowieso een positieve ontwikkeling.”
WATER EN BODEM
ULTRASONE
WATERZUIVERING
Zuiveren zonder inzet van filters of chemicaliën
Geen last meer van verstopte waterfilters. Het is geen illusie als de vinding van dr. ir.
Hans Cappon werkelijkheid wordt. Hij ontwierp een systeem om deeltjes uit water te
zeven door middel van geluid. Voor zijn promotie aan de Wageningen University
bouwde hij een werkend prototype. Het wachten is op een investeerder.
MAARTEN EVENBLIJ
D
e meeste mensen kennen de staande golf
met buiken en knopen wel van de natuurkundeles met de aangeblazen orgelpijp.
De luchtdeeltjes in de pijp verdichten zich
op vaste plaatsen onder de druk van het geluid.
Hans Cappon, werktuigkundig medisch technoloog
en docent-onderzoeker aan de Delta Academy van HZ
University of Applied Sciences in Vlissingen, gebruikte
een vergelijkbaar principe om deeltjes in water te verzamelen op een vaste plaats. Afhankelijk van het formaat van het bakje water, de doorstromingssnelheid
van de vloeistof en het vermogen van het geluid, kunnen vaste deeltjes in een waterstroom worden vastgehouden, terwijl het water verder stroomt. Zo kunnen
vloeistoffen worden gezuiverd.
Een paar jaar modelleren met de computer en knutselen in het laboratorium resulteerden in een glazen bakje
van 7x3x2 centimeter dat in trilling wordt gebracht door
een piëzo-element – een miniluidspreker aan de buitenkant op het glas geplakt. Het bakje heeft verschillende
in- en uitgangen en als de deeltjes gezamenlijk zwaarder zijn dan water zakken ze naar de bodem van het
bakje, waar ze worden afgezogen. Zijn de deeltjes lichter
dan water (bijvoorbeeld vetdeeltjes) dan stijgen ze en
worden ze via de bovenkant van het bakje afgezogen.
Het klinkt als een ingewikkelde manier voor een probleem waarvoor al eeuwen geleden filters zijn bedacht.
om over naar huis te schrijven. Een reactor op basis van
dit ontwerp bestaat uit wel duizend parallel geschakelde bakjes en de energie die nodig is voor ultrasone
scheiding is vergelijkbaar met die van een hydrocycloon of een centrifuge – rond de 1,5 kWh per kuub.
“Maar dat kan zeker omlaag, want ik heb het proces nog
niet geoptimaliseerd, slechts laten zien dat de techniek
haalbaar is. Het Wetsuscentrum voor Watertechnologie
in Leeuwarden, de opdrachtgever, heeft diverse patenten op de technologie en probeert fondsen te werven
voor de opschaling van de ultrasone scheider.”
Vooralsnog verwacht Cappon kleinschalige toepassing,
zoals het wegvangen van vlokdeeltjes met een ultrasone bioreactor in plaats van ze te laten te bezinken of
een membraan te gebruiken. “We kijken ook naar het
oogsten van algen en toepassingen in de voedingsmiddelenindustrie. Misschien duurt het nog wel tien jaar
voor de technologie op grotere schaal op de markt is en
wellicht komt er opeens een hele nieuwe techniek, die
de mijne overbodig maakt. Dit is in elk geval wel een
mooi prototype.”
Geen verontreinigde reststroom
Cappon: “Het grote voordeel is dat je niets hoeft toe te
voegen, dus geen filtermateriaal of chemicaliën. Je
houdt zuiver afval of zuiver concentraat over. Je hebt
dus geen verontreinigde reststroom. Een ander voordeel is dat je geen extra pompdruk nodig hebt die de
vloeistof tegen een – dichtslibbende – filter in moet
pompen. Dat scheelt energie.” Maar er is wel energie
nodig om de vloeistof in trilling te brengen en het volume van het bakje is, met nog geen 50 milliliter, ook niet
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 29
MODERNISERING
MILIEUBELEID
‘Ik wil terug naar de essentie’
Marjan Minnesma vatte haar kritiek op het Nederlandse klimaatbeleid in MilieuMagazine (MM2014-3) kort en krachtig samen: “De overheid laat na om toereikende
maatregelen te nemen.” Voor Urgenda reden om de Staat te dagen. Tijd voor een
reactie van staatssecretaris Wilma Mansveld.
JOS VAN DER SCHOT
D
Staatssecretaris Wilma Mansveld
e rechtszaak die Urgenda tegen de Staat
der Nederlanden heeft aangespannen
vraagt om een reactie van staatssecretaris
Mansveld die verantwoordelijke is voor het
milieubeleid. Het artikel in MilieuMagazine over juridisering van het milieubeleid kwam daarvoor te vroeg.
Nu haar brief over de modernisering van het milieubeleid bij de Tweede Kamer ligt, is het tijd voor een (per
e-mail afgenomen) interview. Daarin spreekt ze, evenals in haar verweerschrift aan de rechtbank, de aantijging tegen en beroept zich op het nakomen van de
gemaakte afspraken: “Nederland voldoet aan al z’n
30 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
internationale verplichtingen en doet er alles aan om
andere landen ertoe te bewegen verder te gaan dan ze
tot dusver van plan zijn. Kijk maar naar de toezegging
van de Europese Unie: we stoten in 2020 hoe dan ook
minstens 20% minder broeikasgassen uit dan in 1990,
maar als andere landen vergelijkbare inspanningen
doen wordt dat 30% minder.” Het Nederlandse klimaatbeleid is, volgens Mansveld, met de nodige behoedzaamheid vormgegeven: “We moeten een zo ambitieus
mogelijk klimaatbeleid voeren, maar zonder dat dit
grote negatieve effecten heeft op de staatsfinanciën,
zonder dat we bang moeten zijn voor de concurrentie-
MILIEUBELEID
Over de rechtzaak van Urgenda: ‘Uiteindelijk moet de discussie over het klimaatbeleid natuurlijk in
het Parlement gevoerd worden.’
positie van het Nederlandse bedrijfsleven en zonder
dat de werkeloosheid oploopt. Urgenda heeft over dat
optimum een andere opvatting dan het kabinet.”
En dat Urgenda daarmee de rechter opzoekt……
“Urgenda heeft de rol gegrepen het maatschappelijk
debat aan te jagen, dat is nodig en ik ben blij dat ze dit
doen. Urgenda heeft met deze rechtszaak een nieuw
middel gevonden om deze verduurzaming op de agenda te zetten, en dat is op z’n minst creatief te noemen.
Uiteindelijk moet de discussie over het klimaatbeleid
natuurlijk in het Parlement gevoerd worden.”
Opgave
Mansveld is zich bewust van de enorme milieuopgave:
“We zijn er nog lang niet. (…) Voor echte gezonde en
veilige steden en dorpen is nog veel werk te doen. (…)
De aanpak van grote mondiale milieuvraagstukken,
zoals klimaatverandering, energievoorziening en
grondstoffenschaarste, is misschien nog wel ingewikkelder. Hiervoor zijn flinke veranderingen in onze manier van produceren en consumeren vereist. In zekere
zin gaat het om veel fundamentelere aanpassingen dan
we in de voorgaande periode gekend hebben.” Deze
urgentie leidt Mansveld onder andere af uit het PBLrapport ‘Wissels omzetten; bouwstenen voor een robuust milieubeleid voor de 21e eeuw’. Ze combineert
dit met het eveneens van het PBL afkomstige ‘De energieke samenleving’. “De samenleving van de 21e eeuw
bruist van initiatieven van burgers, maatschappelijke
organisaties en marktpartijen.”
Deze twee kanten van de analyse brengen haar tot een
modernisering van het milieubeleid, die ze begin
maart naar de Tweede Kamer stuurde. Gezondheid
staat daarin centraal. Mansveld: “De basis van het
milieubeleid was ooit de bijdrage die het gaf aan de
volksgezondheid. Dat is te zeer buiten beeld geraakt.
Ik wil terug naar die essentie.” Dat doet ze onder andere door in te zetten op nieuwe coalities, een internationale aanpak en eenvoudiger regelgeving.
Mondig
Uit de toegenomen mondigheid van de samenleving
trekt Mansveld de conclusie dat hier tegenover een
terughoudende Rijksoverheid past. “De tijd waarin we
vanuit Den Haag, en enkele andere hoofdsteden, alles
konden regelen ligt ver achter ons. De tijd waarin we
alles probeerden te sturen met normen en regeltjes
ook. Samenwerking en maatwerk zijn nodig om verder
te komen.” Ze toont weinig vertrouwen in een normstellende overheid: “Het is zaak om normen regelmatig
opnieuw tegen het licht te houden. (…) Van belang is
of de normen maatschappelijke innovaties niet in de
weg staan en of we met deze normen onze doelen wel
bereiken.” Ze voegt daaraan toe dat “veel van onze normen Europese normen zijn. Het kabinet is niet van
plan daar nationale koppen op te zetten.”
Mansveld kiest voor coalities met de koplopers in de
samenleving, de milieuvoorhoede bij het bedrijfsleven
en bij burgers. Met de website Duurzaam Doen “wil
het kabinet alle mensen die duurzaamheid voorop
stellen concrete handelingsperspectieven bieden en
inspireren bij het duurzaam handelen.” Binnen het bedrijfsleven zoekt het kabinet aansluiting bij de Dutch
Sustainable Growth Coalition (DSGC). “Strikt genomen heb ik geen rol in deze coalitie. Ik kan de coalitie
natuurlijk wel uitdagen door soms te applaudisseren,
dan weer te kritiseren. Ook kan ik proberen de DSGC
in te zetten in het halen van de overheidsdoelen.” Maar,
vervolgt ze, “van ‘sturen van de coalitie in duurzame
richting’ is geen sprake. Op de eerste plaats omdat de
coalitie zich niet (met een boodschap) laat sturen. En
op de tweede plaats omdat de ‘duurzame richting’ niet
eenzijdig door de overheid kan worden vastgesteld.”
Overheidsrol
Maar wat is dan nog de rol van de rijksoverheid?
Mansveld: “Dé rijksrol bestaat dus niet. (…) Het rijk
kiest de rol die het meest bijdraagt aan het resultaat dat
we willen bereiken. Dat neemt niet weg dat er soms
gekozen zal moeten worden tussen de ene functie of
de andere. De nadruk ligt steeds meer op de overheid
als instelling die ontwikkelingen mogelijk maakt, partijen bij elkaar brengt en waar nodig stimuleert.”
Maar krijgt milieu zo wel de plaats die het verdient?
Het contrast met het voormalige ministerie van VROM
is groot: dat liep in de milieustrijd van de jaren negentig voorop, omdat het dit van levensbelang achtte voor
onze toekomstige welvaart. Mansveld wijst op gezamenlijke beleidsplannen – de Klimaatagenda, de Groene Groei brief, het Energieakkoord, projecten als ‘beter
benutten’ en ‘eenvoudig beter’ – om de volwaardige
plaats van milieu in het beleid te illustreren: “Milieu
moet niet als ‘single issue’ benaderd worden maar als
onderdeel van een grote verandering. De inzet op het
gebied van ‘groene groei’ is daarvan een voorbeeld:
werkgelegenheid creëren met groene innovaties. De
integraliteit heeft niet eerder zo pregnant een plek gekregen in het milieubeleid. Nu komt het erop aan het
ook in daden waar te maken.”
Of dit voldoende tegenwicht biedt aan het verwijt van
Urgenda dat ‘de overheid nalaat om toereikende maatregelen te nemen’? Het antwoord van Urgenda laat
zich raden. De rechter zal zich hierover vermoedelijk
pas in 2015 uitspreken.
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 31
BEDRIJFSPROFIEL
Zeewier kan ons voedselpatroon verduurzamen. Het
bedrijf Zeewaar levert verantwoord geteeld Nederlands
zeewier via een korte, transparante keten.
WIM VERHOOG
DUURZAME
‘ZEEWAAR’
Een nieuwsitem over een ‘zeewierboerderij’ wekte
in 2012 nieuwsgierigheid op bij twee Amsterdamse
ondernemers, Rebecca Wiering en Jennifer Breaton,
daarvoor actief in respectievelijk de marketing en als
advocate. Nog meer toen het item over zeekraal bleek
te gaan. Maar waar was dan een zeewierboerderij te
water in Nederland?
Wiering: “We besteedden acht maanden aan onderzoek, het schrijven van een ondernemingsplan, en
overleg met provincie Zeeland, met natuurorganisaties
en vergunningverlener Rijkswaterstaat. Voor het teelttechnische deel spraken we met Wageningen UR, dat
sinds kort teeltgericht onderzoek deed in tanks en in
de Oosterschelde. Alle seinen gingen na dat werk op
groen en in juli 2013 startten we de eerste commerciële
zeewierboerderij in Nederland die duurzaam zeewier
teelt voor de consumptie.”
Hoe ziet de installatie eruit?
“Tussen vier stalen palen zijn acht 125 meter lange lijnen met boeien gespannen, waaraan onder water ons
startmateriaal hangt: afhankelijk van het seizoen telen
en oogsten we suikerwier, vingerwier en zeesla. Het
blijkt te groeien als kool. We werken ook nauw samen
met het NIOZ en Hortimare, de leverancier van het
startmateriaal.”
Waarin zit ‘m de duurzaamheid?
“Zeewier wordt in Azië veelvuldig gegeten en is een
mooie bron van vitaminen, mineralen, eiwitten, en
spoorelementen. Met name die eiwitten zijn in het
licht van voorspelde mondiale eiwittekorten interessant. Zeewierteelt legt geen beslag op schaarse landbouwgrond en zoetwatervoorraden en kan zonder
bemesting. Dat laatste punt is de crux. Vrijwel alle
zeewier komt uit Azië, waar grotendeels grootschalige
teelt plaatsvindt die juist niet duurzaam is. De herkomst is altijd moeilijk te traceren, waardoor we niet
weten hoe schoon het water is. De VN waarschuwen
dat de massateelt verstikkend werkt voor het zeeleven.
De inzet van bestrijdingsmiddelen en meststoffen in
Azië is desastreus voor het zeemilieu, en zonder interventie van overheden blijven deze praktijken gehandhaafd. Wij kunnen noch via de FOA of elders informatie vinden over de teeltmethoden.
Onze teelt vindt plaats op korte afstand van de con32 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
sumptie, in het schone water van de Jacobahaven net
binnen de Oosterscheldekering. Deze kweek is kleinschalig en biologisch, waarmee je als kraamkamer
voor het zeeleven mogelijk zelfs een positief ecologisch
effect teweeg kunt brengen - Europese studies daarnaar, waaraan wij meedoen, staan in de steigers.”
Voor welke toepassing telen jullie?
We oogsten voor verse producten en gedroogde
producten. Gedroogd zeewier is net zo knisperig en
groen als gedroogde peterselie, en een heerlijke toevoeging aan gerechten. Daarnaast zijn we met partners in gesprek om de verpakking, het transport, en
de distributie op te zetten achter een verslijn.
We zijn klein gestart, maar onze baai van 6 hectare is in
de toekomst goed voor een geschatte half miljoen kilo
per jaar! Voorlopig genoeg voor de consumptie in ons
land en wellicht een deel van de consumptie in onze
buurlanden. We werken dan ook aan het laten toenemen van de vraag naar deze geweldige zeewaar.”
www.zeewaar.nl
Wakame
“We zien op onze lijnen spontaan ook andere soorten verschijnen, zoals
Wakame en Japans Bessenwier. Maar als we die willen gaan telen, door met
startmateriaal te werken, moeten we eerst een studie laten uitvoeren. Wakame
geldt als exoot en als wij het willen gaan telen, zegt het ministerie van EZ dat
we eerst moeten aantonen dat het geen invasieve soort is. Voordat we geld
hebben voor zo’n studie, kunnen we het gelukkig wel oogsten en verkopen.”
Verplicht
beheerplan
voor Natura
2000-gebieden
Verplicht beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Op basis van artikel 6 Habitatrichtlijn heeft de Nederlandse wetgever
gekozen voor een verplicht beheerplan voor ieder Natura 2000-gebied om
natuurwaarden te beschermen en het gebruik te reguleren. Sander Kole heeft
tijdens zijn aanstelling aan de Radboud Universiteit Nijmegen de effectiviteit
van dit beheerplan onderzocht.
Analyse van de (on)mogelijkheden
In dit boek analyseert hij de (on)mogelijkheden van het beheerplan. Hij
onderzocht in hoeverre het mogelijk is Natura 2000-gebieden (mede) met
behulp van natuursubsidies, inrichtings-, bestemmings- en waterplannen te
beschermen. Omdat in Engeland vergelijkbare problemen optreden als in
Nederland, analyseert hij tot slot de Engelse werkwijze. Een unieke uitgave
voor professionals die vanuit werk of persoonlijke interesse meer willen weten
over deze specifieke materie.
Auteurs:
mr.drs. Sander Kole
Druk:
1
ISBN:
9789013123562
ISBN e-book:
9789013124323
Verschijningsdatum:
15 apr 2014
Aantal pagina’s:
452
Prijs:
€ 56,-
shop.kluwer.nl
in onze shop bestelt u zonder verzendkosten
FORUM
Schaliegas?
Eerst winning
veilig krijgen!
‘Het schaliegas zit goed opgeborgen en loopt niet weg’, zegt Europarlementariër Lambert van
Nistelrooij, die namens het CDA
deel uit maakt van de fractie van de
Europese Volkspartij.
Reageren? Stuur uw reactie naar
[email protected],
met als titel “Forum-reactie”.
LAMBERT VAN NISTELROOIJ
Het hoofdstuk energievoorziening is nog
niet gesloten. In de Verenigde Staten is
een ware schaliegasrevolutie aan de gang,
een soort goudkoorts 2.0. De Amerikaanse industrie kan hierdoor aanzienlijk goedkoper produceren dan de Europese. Ook
in geopolitieke zin speelt schaliegas een
belangrijke rol, doordat het de Westerse
afhankelijkheid van buitenlandse brandstoffen vermindert. Maar er zijn volop
vraagtekens, vooral over de belangrijkste
winningstechniek van dit moment:
‘fracking’.
Gas uit alternatieve bronnen, zoals schaliegas, wordt de komende jaren steeds
belangrijker, aldus het rapport ‘Golden
rules for a golden age of gas’ van het
Internationaal Energie Agentschap (IEA).
Volgens de directeur van het IEA, Maria
van der Hoeven, bestaat de kennis en de
technologie om schaliegas milieuvriendelijk te winnen. Wel moeten er duidelijke
afspraken komen om de winning van
gas op een maatschappelijk aanvaardbare manier te laten verlopen.
Chemisch afval
Het winnen van schaliegas, dat in Nederland onder andere in Noord-Brabant in
de bodem zit, is omstreden. Milieuorganisaties maken zich onder meer zorgen
over de vervuiling van grondwater. Het
schaliegas bevindt zich in leisteenlagen
op twee kilometer diepte of meer, dus
onder de watervoerende pakketten in
onze bodem. Het wordt gewonnen door
het ondergronds breken van de steenlagen door het inspuiten van water en
zand onder hoge druk, gemengd met oplossende chemicaliën. Het mengsel dat
bij dit ‘fracken’ ontstaat, het zogenaamde
‘produced water’ wordt omhooggepompt
om te worden afgevoerd als zwaar chemisch afval. Een deel blijft achter in de
bodem.
34 MILIEUMAGAZINE | NR 5/6 | MEI 2014
Onafhankelijk
Volgens het IEA zullen de VS en Europa
door de eigen productie minder afhankelijk
worden van buitenlands gas. De invloed
van grote producenten zoals Rusland zal
daarom afnemen. Dat is juist ook de bedoeling van het Europees Parlement en
vooral van de Oost- en Midden-Europese
landen. Tegelijkertijd wil ik de rol van fossiele brandstoffen terugdringen ten gunste van
duurzame bronnen. Daarom heb ik voor
strenge energie en klimaatdoelen voor 2030
gestemd: 40% CO2-reductie, een aandeel
van 30% van duurzame energie in de energiemix en 40% meer energie-efficiëntie.
Nationale bevoegdheid
In de VS is men volop bezig met schaliegasproductie, en ook Groot-Brittannië
heeft er wel oren naar. In beide landen is
men tegen problemen opgelopen, zoals
ontsnappend methaangas en aardbevingen. Het staat als een paal boven water
dat de huidige winmogelijkheden niet veilig zijn. De verschillende landen waar
schaliegas gewonnen wordt maken hun
eigen afweging, de delfstoffenwetgeving
valt onder de nationale bevoegdheid.
Frankrijk, Duitsland en Bulgarije hebben
een verbod uitgevaardigd voor fracken.
Nederland is er nog niet uit. Het kabinet
schuift het besluit steeds voor zich uit.
100% safe
De winningstechnieken van het schaliegas
zijn volop in ontwikkeling. Ik heb de Europese Commissie gevraagd de mogelijkheden van winning zonder het gebruik van
chemicaliën te onderzoeken. Want winning
moet wel 100% safe zijn. De positie van
de unieke Nederlandse drinkwatervoorziening moet goed beschermd blijven, dat
staat voor mij als een paal boven water.
Daarom is het nu helemaal niet erg de
schaliegasvoorraden in de bodem te laten
zitten.
‘Het staat als een
paal boven water
dat de huidige
winmogelijkheden
niet veilig zijn.’
Wildwest
In de VS, heersten er wildwest-toestanden
in deze branche, waarbij soms zelfs niet
bekend was welke cocktails van chemische middelen men gebruikte bij het
fracken. Volstrekt onaanvaardbaar.
De wetgeving en de zeggenschap zijn in
Nederland beter geregeld. We hebben een
sterke centrale overheid die een belangrijke rol speelt bij vergunningverlening en
toezicht, waardoor hier echt een serieuze
afweging wordt gemaakt, aan de hand van
strenge veiligheidseisen.
AGENDA | COLOFON
11-12 JUNI 2014
Parijs, Proxima Cité (Green
Areas & Town Planning),
www.proxima-cite.com
11-13 JUNI 2014
Madrid, TECMA-International Town
Planning and Environment Trade Fair,
http://tinyurl.com/tecmamadrid
3-6 JULI 2014
Brighton, ECSEE 2014 - Conference on
Sustainability, Energy & the Environment,
http://tinyurl.com/ecseeconfgb
4-6 SEPTEMBER 2014
Hoe verder?
Energiewinning blijft een nationale zaak.
Europa heeft niet veel te zeggen op dit
gebied, behalve dat wij in de milieuwetgeving bepalen welke stoffen niet worden
toegelaten. Bovendien heb ik gevraagd
om een EU-verplichting de best beschikbare technieken toe te passen. Bij het
Joint Research Centre in Sevilla wordt hier
nu aan gewerkt. De noodzaak om de huidige fracking-technologie verder te ontwikkelen biedt verder kansen voor innovatie en economische groei. De tijd die
gemoeid is met het ontwikkelen van veilige winningsmethoden verdient zich terug.
Volgas voor duurzame energieproductie is
ons voornaamste spoor. Het schaliegas zit
goed opgeborgen een loopt niet weg.
Daarom zeg ik nu nee, maar niet voor de
eeuwigheid.
Boekarest, Int. Workshop Environm.
Conflicts: Planning, Issues & Resolution,
http://tinyurl.com/workshop-env-romania
16-18 SEPTEMBER 2014
Birmingham, RWM 2014, resource
efficiency and waste management,
www.rwmexhibition.com
24-26 SEPTEMBER 2014
Siena, Eco-Architecture 2014,
www.wessex.ac.uk/ecoarch2014
9-10 OKTOBER 2014
Augsburg, Renexpo,
www.renexpo.de
15-17 OKTOBER 2014
Barcelona, Greenport Congress,
www.greenport.com/events/greenportcongress-2014
4-6 NOVEMBER 2014
Toulouse, TP Bat, (duurzame) bouw
en stedelijke inrichting,
www.tpbatsudouest.com
4-6 NOVEMBER 2014
Halifax, 5th International Conference
on Ocean Energy (ICOE),
www.icoe2014canada.org
volgende nummer
BORGING EN WETGEVING
Milieumagazine is een uitgave van
Kluwer B.V.
Redactie
mauritsgroen.mgmc
(hoofdredactie: Wim Verhoog,
eindredactie: Monique Bos)
Medewerkers
Pieter van den Brand, Harry van Dooren,
Maarten Evenblij, Marga Hoek, Rijkert
Knoppers, Harry Perrée, Michel Robles,
Jos van der Schot, en (forumbijdrage)
Lambert van Nistelrooij
Uitgever
Jan Wessel Ham
Basisontwerp en cover
Astrid Janssen, Amsterdam
Lay-out
Colorscan BV
Voorhout, www.colorscan.nl
Beeld cover
Elena Elisseeva | Dreamstime.com
Druk
Williams Lea
Advertentie-acquisitie
Niek-Jan van den Brink (Welbrink)
tel.: +31 6 – 105 174 00
email: [email protected]
Media order services
Marijke Hagens/ Anja Wanink
tel.: +31 570-648915/8604
email: [email protected]
Abonnementenadministratie
Kluwer, Postbus 878
7400 GW Deventer
tel.: +31 570 673344
www.kluwer.nl/klantenservice
ISSN-nr: 1384-6035
Abonnementen: € 225,- p/j (incl. btw).
Losse nummers: € 33,- (incl. btw).
Studentenabonnement: € 112,50 p/j
(incl. btw).
Abonnementen kunnen schriftelijk of per
e-mail tot uiterlijk drie maanden voor het
einde van de abonnementsperiode worden opgezegd. Bij niet-tijdige opzegging
wordt het abonnement automatisch met
een jaar verlengd.
Het complete productaanbod van Kluwer
vindt u op: www.kluwer.nl/shop
Auteursrecht
Alle rechten in deze uitgave zijn voorbehouden aan Kluwer. Niets uit deze
uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd
gegevensbestand, of openbaar gemaakt,
in enige vorm of op enige wijze, hetzij
elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere
manier, zonder uitdrukkelijke schriftelijke
toestemming van Kluwer.
Voor zover het maken van kopieën uit
deze uitgave is toegestaan o.g.v. art.16h
t/m 16m Auteurswet jo. Besluit van 27
november 2002, Stb.575, dient men de
daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (Pb 3060, 2130KB)
Hoewel aan de totstandkoming van deze
uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en
uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor
eventuele fouten en onvolkomenheden,
noch voor de gevolgen hiervan.
LONNY GARRIS | DREAMSTIME.COM
verschijnt 20 juni 2014
Boren naar schaliegas in Colorado
MEI 2014 | NR 5/6 | MILIEUMAGAZINE 35
CERTIFICERING EN TRAINING
ALS HET GOED IS,
IS HET GOED.
Maar verbetering zit in een klein hoekje.
Certificeren? Dan moet u voldoen aan de norm. DNV GL toetst
u snel en goed. Maar iedereen houdt van opstekers, niet van
standjes. Daarom kijken we bij certificering ook naar wat goed
gaat en zelfs nog beter kan. Op die gebieden die voor uw bedrijf
of organisatie belangrijk zijn. Aandachtspunten waarop u zélf
beoordeeld wilt worden. Certificering die net even verder voert.
Want verbetering zit in een klein hoekje.
U kunt ons bereiken via 010 2922 700 of www.dnvba.nl
SAFER, SMARTER, GREENER
Online beschikbaar!
Whitepapers over certificering,
training, interne audits, tips & trucs
www.dnvba.nl/whitepapers

Vergelijkbare documenten