De bio-ingenieur op de werkvloer

Commentaren

Transcriptie

De bio-ingenieur op de werkvloer
De bio-ingenieur
op de werkvloer
Een waaier van beroepsmogelijkheden dankzij een brede opleiding.
© Januari 2006
De bio-ingenieur op de werkvloer
Inleiding
Zie jij door het bos de bomen nog? Het secundair onderwijs kent geen geheimen meer voor jou, maar wat
ga je straks studeren? De keuze is niet gemakkelijk, want het aanbod om verder te studeren is immers
heel groot. Het is dus des te belangrijker om je goed te informeren en zo de juiste keuze te maken.
De studie van de “ingenieur van de levende materie” leidt tot verschillende beroepsmogelijkheden. Dankzij een brede en stevige basis kan je nog allerlei richtingen uit. Aan de hand van een vijftigtal concrete
voorbeelden willen wij, de drie faculteiten bio-ingenieurswetenschappen in Vlaanderen, je hiervan overtuigen. De hierna beschreven functies worden ingevuld door bio-ingenieurs zowel in binnen- als buitenland, zowel in de privé-sector als bij de overheid, zowel in het onderzoek als in commerciële sectoren en
dit zelfs in verschillende combinaties.
Bij het lezen van de individuele profielen, zal je merken dat de bio-ingenieurs zeer sterk staan in de
maatschappij en boeiende en afwisselende jobs uitoefenen. De bio-ingenieurs zijn flexibel, gaan om
met complexe problemen en kunnen zichzelf en hun omgeving voortdurend bijsturen. Levenslang leren
is voor hen een evidentie. Kortom, bij een bio-ingenieur past niet één bepaalde job, maar hij/zij kan vele
verschillende jobs aan.
Hoe komt dat? Tijdens de opleiding sla je de unieke brug tussen de kennis van de biologische wereld
en de ingenieurswetenschappen. Het is een veelzijdige opleiding met een mix van wetenschappelijke en
maatschappelijke vakken, van theorie en practica vanaf het eerste Bachelorsjaar. Het niveau is zowel
breed als diepgaand. Het studietraject ligt niet vast van bij het begin, maar door de jaren heen stel je als
student je eigen pakket samen uit een ruim aanbod.
De bio-ingenieur denkt probleemoplossend en gaat iedere dag nieuwe uitdagingen aan in een hoogtechnologische omgeving. Ben jij geïnteresseerd? Dan hopen we je bij ons te mogen verwelkomen!
Prof. P. Coppin
Decaan FBIW
Prof. H. Van Langenhove
Decaan FBW
Prof. T. D’Hondt
Decaan FBW
Katholieke Universiteit
Leuven
Universiteit Gent
Vrije Universiteit Brussel
pagina 3
De bio-ingenieur op de werkvloer
INDEX
Ingenieur
6
Technology Manager
7
Werkleider – Conservator
8
Projectingenieur
9
Quality and Food Safety Manager
10
Projectdirecteur
11
Policy Officer
12
Biomedisch Onderzoeker
13
Groepsdirecteur Land- en Tuinbouw / Adjunct-directeur-generaal
14
Attaché voor ontwikkelingssamenwerking
15
Bekkenverantwoordelijke
16
Research Coordinator – Project Engineer
17
General manager
18
Onderzoeker
19
Consulent – Projectleider
20
Science Manager
21
Production Engineer
22
Account Manager
23
R&D Trainee
24
Diensthoofd
25
Directeur Directie Transformatie en Distributie van Voedingsmiddelen
26
R&D/Oil Application Coordinator
27
R&D-Quality manager
28
Planning Manager Klinische Bevoorrading
29
Quality, Environmental & Ethical Manager
30
Monitoring officer
31
Coördinator Natuurrapport
32
Schoolbegeleider
33
European Manager Environmental and Health Science
34
Stafmedewerker milieu en natuurbeleid
35
pagina 4
De bio-ingenieur op de werkvloer
Diensthoofd industriële hygiëne en milieu
36
Supply Chain Consultant
37
Afdelingshoofd Organische Analyses
38
Patent Examiner
39
Leerkracht fysica en laboverantwoordelijke
40
Vicepresident
41
Directeur Gemeentelijke Directie van Milieu
42
Large Scale Production Coordinator Oeganda & Tanzania
43
Commercieel & Marketing Directeur
44
Coördinator
45
Principal Scientist
46
Groepsleider
47
Bedrijfsleider
48
Projectleider internationale samenwerking
49
Assistant Manager-Kwaliteitsverantwoordelijke
50
Coöperant in GIS - Assistent onderzoeker
51
Algemeen Directeur
52
Dagelijks Bestuurder
53
Adjunct Diensthoofd IVF
54
Group Director of Operations
55
Ontwikkelingshulp
56
(Hoofd)redacteur – journalist
57
Ingenieur - Afdeling Monitoring en Studie
58
Plant Manager
59
Exportmanager
60
Directeur
61
Projectmedewerker
62
Kwaliteitsdeskundige
63
Planning / management
64
Algemeen coördinator
65
pagina 5
De bio-ingenieur op de werkvloer
JAN BAETEN
Ingenieur
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie
Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer (AMINAL)
Na mijn studies als bio-ingenieur in de Scheikunde aan de VUB koos ik voor de publieke sector en kwam
ik terecht bij de Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer (AMINAL) van het Ministerie van
de Vlaamse Gemeenschap. Ik werd tewerkgesteld bij de afdeling Milieuvergunningen te Brussel. De
afdeling heeft ook buitendiensten te Antwerpen, Gent, Leuven, Brugge en Hasselt en telt ongeveer 100
personeelsleden.
De milieuvergunnings- of meldingsplicht zoals vastgelegd in het VLAREM (Vlaams Reglement betreffende
de Milieuvergunning) en het bijhorende handhavingsbeleid (milieu-inspectie) voor inrichtingen, die hinderlijk
of risicovol worden geacht voor de mens en het leefmilieu, is een belangrijk instrument in het Vlaamse
milieubeleid. Voor de exploitatie van een inrichting in de meest hinderlijke of risicovolle categorie (eerste
klasse) dient er een milieuvergunning te worden aangevraagd bij de bestendige deputatie van de provincieraad. Er is na de uitspraak nog beroep mogelijk bij de Vlaamse minister bevoegd voor Leefmilieu.
De beslissing over de toekenning van een milieuvergunning en over de vergunningsvoorwaarden wordt
genomen op basis van de adviezen van verschillende overheidsdiensten. Eén van mijn belangrijkste taken bestaat uit het onderzoek en de advisering van dergelijke milieuvergunningsaanvragen. Vaak is een
onderzoek ter plaatse aangewezen, waarbij je in overleg treedt met bijvoorbeeld de milieucoördinator
van het bedrijf of omwonenden. De verenigbaarheid van het bedrijf met de lokale omgeving word geëvalueerd, net als de door de aanvrager voorgestelde maatregelen om de hinder en risico’s te beperken. Je
zoekt mee naar de best mogelijke oplossing voor bedrijf, leefmilieu en omwonenden.
De bedrijven en de regelgeving die aan bod komen zijn zeer divers. Dit zorgt er enerzijds voor dat het
werk zeer afwisselend is, anderzijds betekent dit ook dat er van je verwacht wordt dat je een zeer brede
technische maar ook juridische kennis opbouwt.
Daarnaast wordt je ook geacht je in enkele domeinen te specialiseren. Gezien mijn studieachtergrond
koos ik voor de scheikundige industrie en veiligheidsrapportage- en milieueffectrapportageplichtige bedrijven. In je specialisatiedomein volg je wetenschappelijke, technische en juridische evoluties op via
studiedagen en zelfstudie.
Er wordt vaak samengewerkt met milieustudiebureaus en collega’s van andere overheidsdiensten zoals de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse
Gewest (OVAM). Ook het beantwoorden van allerhande vragen van bedrijven en burgers behoort tot het
takenpakket.
Als informatiebeheerder van de afdeling volg ik daarnaast tevens enkele ICT- en e-government projecten
op. Ik kreeg de kans om verschillende ICT-opleidingen te volgen.
Samengevat: mijn wetenschappelijke en technische opleiding als bio-ingenieur vormde de ideale basis
voor mijn functie.
pagina 6
Jan Baeten
afgestudeerd in 1999
bio-ingenieur
in Scheikunde
optie Milieutechnologie
Koning Albert II-laan 20
bus 8
B-1000 BRUSSEL
www.mina.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
HUGO BAUWELEERS
Technology Manager
DSM Nutritional Products, Citrique Belge NV
Citrique Belge N.V., gevestigd te Tienen, produceert meer dan 100 000 ton citroenzuur en citraten
per jaar en maakt deel uit van de Nederlandse groep DSM. Hoewel vroeger bekend omwille van haar
energie- en petrochemische activiteiten, heeft DSM zich in het laatste decennium ontwikkeld tot een
vooraanstaande groep actief in chemische ‘specialties’ en is onderverdeeld in vier business groepen:
‘Life Sciences Products’ (farma, fine chemicals, antibiotica en food specialties); ‘Performance Materials’
(engineering plastics, elastomeren, coating- en composite resins); ‘Industrial Chemicals’ (melamine, fibre
intermediates, agro en energy) en last but not least, ‘DMS Nutritional Products’ (vitamines, carotenoïden,
... en citroenzuur) www.dsmnutritionalproducts.com. Wereldwijd telt DSM ongeveer 24 000 personeelsleden waarvan 6 000 in Nutritional Products en 300 in Tienen.
Hugo Bauweleers
Als Technology Manager ben ik verantwoordelijk voor een portfolio van projecten van technologische
veranderingen of vernieuwingen van het productieproces. Om die projecten tot een goed einde te brengen doe ik beroep op de verschillende R&D groepen van DSM, onze eigen ontwikkelgroep binnen het
bedrijf en indien nodig externe onderzoeksinstituten of universiteiten. Dit houdt dus in dat ik me goed
op de hoogte houd van de activiteiten en competenties van al die groepen, de nodige contacten leg
en tijdens de uitvoering van een project de timing en het budgetbeheer. Bij contacten met zoveel verschillende onderzoekers en in verschillende landen merk ik toch telkens dat we aan onze faculteit een
opleiding van hoog niveau hebben gekregen!
Pastorijstraat 249
afgestudeerd in 1986
major/minor:
Industriële biochemie
en Industriële microbiologie /
Voedingsmiddelentechnologie
B-3300 TIENEN
www.dsm.com
In Tienen is de afdeling Technologie Management tevens verantwoordelijk voor de stamverbetering en
opgroei van de productieschimmel, Aspergillus niger. Deze stam is zeer specifiek voor ons proces en
we slagen erin om jaar na jaar door klassieke mutaties deze stam te verbeteren en aan te passen aan
de wisselende productieomstandigheden of grondstof. Binnen DSM is er trouwens heel veel kennis over
deze schimmel (de volledige genoomsequentie inclusief connotatie en gene-chips) waarvan we gebruik
maken om ons productieproces te verbeteren. Eens een goede productiestam gevonden, produceren
we de sporen op grote schaal om in te zetten in de industriële fermentatiekamers.
Op economisch vlak volg ik tevens de ontwikkelingen op in verband met citroenzuur-productie en –gebruik, onze concurrentiepositie (vooral op technologisch vlak en qua productie-kosten) en vertegenwoordig ik Citrique Belge binnen FediChem (werkgroep BelgoBiotech, www.belgobiotech.be) en binnen
Cefic (in de sectorgroep ECAMA, European Citric Acid Manufacturers Association, www.cefic.be; www.
ecama.org).
Na enkele maanden als tijdelijk assistent aan de faculteit, werk ik al 16 jaar voor Citrique Belge en ben
actief geweest in R&D, productie en in internationale projecten (o.a. ontwikkeling en bouw van onze
citroenzuurfabriek in China). Mijn eerste project was de ontwikkeling van een proces voor de aërobe
waterzuivering en dat zou me nooit gelukt zijn zonder de brede en tegelijk diepgaande opleiding aan
onze faculteit!
pagina 7
De bio-ingenieur op de werkvloer
HANS BEECKMAN
Werkleider - Conservator
Laboratorium voor Houtbiologie en Xylarium,
Koninklijk Museum voor Midden-Afrika
Een xylarium is een wetenschappelijke referentiecollectie van houtstalen. Het xylarium van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika herbergt 60.000 specimens van 13.000 verschillende houtige planten,
afkomstig van over heel de wereld. Met deze aantallen is de collectie de tweede grootste in haar soort
ter wereld.
Hans Beeckman
De functie van conservator komt neer op het organiseren van het xylariumbeheer, het wetenschappelijk
houtbiologische onderzoek en de maatschappelijke dienstverlening op het gebied van de houtanalyses.
optie Waters en Bossen
Wekelijks worden houtstalen toegevoegd aan de collectie. Deze stalen zijn afkomstig van eigen expedities in de tropen, uitwisselingsprogramma’s met andere houtcollecties of samenwerking met botanici of
bosbouwers die zeer goed vertrouwd zijn met de flora van het land waar ze werken. Opdat deze stalen
microscopisch kunnen bestudeerd worden, is het nodig om ervan preparaten te maken in een gespecialiseerd laboratorium. Een collectie van dergelijke omvang en complexiteit laat zich maar goed beheren
indien er een databank bestaat. Een gedeelte van de databank werd online gepubliceerd: (http://www.
metafro.be/xylarium). Maandelijks is er een update.
Het wetenschappelijk onderzoek van het Laboratorium voor Houtbiologie situeert zich binnen het algemene kader van duurzaam bos- en houtgebruik. Zo zijn er projecten die de studie van de groeiprofielen
van tropische bomen als voorwerp hebben. In de tropen is houtanalyse en meer in het bijzonder groeiringanalyse dikwijls de enige manier om de productie van bomen en bossen in te schatten. Zonder gegevens hierover is het bijzonder moeilijk om een beheersplan op te maken dat duurzame houtproductie
voor ogen heeft.
Hout is qua omvang veruit het belangrijke biologische weefsel in de terrestrische ecosystemen. Bovendien is de associatie tussen de mens en het materiaal hout altijd bijzonder sterk geweest. Zelfs in
onze sterk geïndustrialiseerde samenleving bestaan er niet minder dan 10.000 verschillende soorten
toepassingen met hout als basismateriaal. Het wekt dan ook geen verwondering dat heel wat disciplines
beroep doen op de expertise van het Laboratorium voor Houtbiologie: technologie en bosbouw, maar
ook archeologie en kunstgeschiedenis. Een expertise komt meestal neer op de identificatie van een
houtmonster, maar ook worden opleidingen gegeven voor b.v. diensten die betrokken zijn bij de controle
van CITES dossiers (handel in bedreigde soorten) en niet in het minst in het kader van ontwikkelingssamenwerking.
pagina 8
afgestudeerd in 1982
landbouwkundig ingenieur
Doctor in landbouwkundige
wetenschappen (1992)
Leuvense steenweg 13
B-3080 TERVUREN
www.africamuseum.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
MARLEEN BEKE
Projectingenieur
Hooibeekhoeve
Als diensthoofd van het provinciebedrijf ‘de Hooibeekhoeve’ ben ik verantwoordelijk voor het technisch
en financieel management van het bedrijf. Dit houdt onder andere in: begroting en jaarverslag opmaken,
personeelsbeheer van 14 personeelsleden, eindverantwoordelijkheid over de werking van het melkveebedrijf, nodige verantwoording afleggen aan de Bestendige Deputatie van de provincie Antwerpen, prospectie naar nieuwe projecten, …
Aan de werking van de Hooibeekhoeve zijn ook twee vzw’s verbonden. De vzw Landbouwcentrum voor
Voedergewassen staat in voor de coördinatie van het praktijkonderzoek en –voorlichting inzake voedergewassen voor gans Vlaanderen. Vanaf de opstart van deze vzw ben ik aangesteld als hoofdonderzoeker. De praktische uitbouw van de vzw behoorde toen tot één van mijn opdrachten, dit in samenspraak
met de raad van bestuur. Dit bestond vooral uit de opmaak van jaarprogramma’s in samenwerking met
een 30 tal verschillende instellingen in Vlaanderen (Hogescholen, Universiteiten, landbouwscholen, …),
maar ook uit de financiële afrekening van deze projecten. Binnen deze vzw wordt er nauw samengewerkt
met het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, ABKL Afdeling voorlichting. Op dit ogenblik ben ik
voorzitter van het overkoepelende coördinatie-comité van de vier landbouwcentra (granen, aardappelen,
bieten en cichorei, voedergewassen).
Marleen Beke
afgestudeerd in 1995
major/minor:
Fytotechnie / Bodemkunde
Hooibeeksedijk 1
B-2440 GEEL
www.provant.be/hooibeek
De vzw Plattelandsactie Kempen +, ook verbonden aan de Hooibeekhoeve, is een samenwerking tussen
de provincie Antwerpen en de Landelijke Gilden. Deze vzw geeft invulling aan het Europees programma
Leader+ in de Kempen. Er wordt actief samengewerkt met lokale actoren zoals gemeentebesturen,
Vlaamse Landmaatschappij, Toerisme Provincie Antwerpen. Ik ben aangesteld als co-secretaris van
de vzw en neem het personeelsbeheer van de coördinator, tewerkgesteld op deze vzw, ter harte. Als
provincie zijn wij ook actief betrokken bij een aantal projecten die lopen binnen de werking van deze vzw.
Zo zal er bijvoorbeeld in de loop van 2005 een educatief centrum uitgebouwd worden op de Hooibeekhoeve.
Om het demonstratieve onderzoek van de Hooibeekhoeve inzake melkveehouderij verder uit te bouwen
zal dit jaar ook een nieuwe melkveestal gebouwd worden. De voorbereiding en opvolging van deze
bouwwerken behoort ook tot mijn opdracht.
In het kader van mijn functie verzorg ik grotendeels de contacten met het beleid (Vlaams, provinciaal,
gemeentelijk) en de pers. Via onze werking organiseren wij jaarlijks demonstraties en voorlichtingsvergaderingen voor de landbouwsector. Voor de promotie van onze werking nemen wij ook deel aan beurzen
zoals Agribex, Agriflanders en de Werktuigendagen.
pagina 9
De bio-ingenieur op de werkvloer
ALAIN BOCKSTAELE
Quality and Food Safety Manager
Danone Northern Europe
Na het afstuderen ben ik mijn loopbaan gestart in de vleessector waar ik gedurende vier jaar tewerkgesteld was als kwaliteitsverantwoordelijke bij de firma’s Schots nv en De Belie nv. Hierbij was ik verantwoordelijk voor het opstellen en het in stand houden van kwaliteitssystemen zoals BRC en IFS.
Alain Bockstaele
Eind 2004 heb ik dan de overgang gemaakt naar de zuivelindustrie. Na een uitgebreide sollicitatieprocedure kon ik aan de slag bij DANONE nv als Quality en Food Safety Manager voor de regio Noord-Europa.
Mijn takenpakket bestaat uit drie grote hoofdstukken:
bio-ingenieur
1. Verantwoordelijk voor de kwaliteit en de voedselveiligheid van de ingrediënten die gebruikt worden in de
fabriek te Rotselaar: opstellen van specificaties, kritische opstellen van procedures, kritische analyse van
de door de leverancier ingevulde documenten, screening naar de mogelijke risico’s die bij het gebruik
van een bepaald ingrediënt kunnen optreden (zoals aanwezigheid van vreemde voorwerpen (glas, metaal, …), allergene stoffen, GMO’s etc..
Stationsstraat 170
2. Ondersteuning geven aan de fabriek te Rotselaar (hier wordt hoofdzakelijk Actimel geproduceerd; het
geproduceerde volume bedroeg vorig jaar meer dan 200.000 ton). Deze ondersteuning vindt plaats
onder de vorm van het bijstaan van het lokale kwaliteitsteam van de fabriek bij het uitvoeren van audits
en het betrokken zijn bij of het leiden van projectgroepen m.b.t. kwaliteitsaspecten in deze fabriek.
3. Verantwoordelijk voor de interne onderaannemers. Aangezien Danone België slechts enkele producten zelf produceert (uitsluitend ‘drinks’ waaronder Actimel, Danacol en Petit Gervais), worden
alle andere Danone producten (yoghurts, desserts, kaasspecialiteiten, …) aangekocht in één van de
andere Danone fabrieken uit Europa. De opvolging bestaat enerzijds uit de behandeling van de consumentenklachten voor deze producten, het opmaken van de balans op regelmatige tijdstippen en
indien nodig het opstellen en het opvolgen van een actieplan met de betrokken fabriek. Anderzijds ben
ik verantwoordelijk voor de Food Safety- en kwaliteitsaspecten bij de lancering van nieuwe producten
op de Belgische markt.
Aangezien mijn werkgebied niet alleen in België ligt, horen korte verblijven in het buitenland uiteraard bij
deze job (uitvoeren van audits, brengen van kwaliteitsbezoeken etc.), wat ervoor zorgt dat ik op korte
tijd heel wat ervaring opdoe, heel veel producten en productieprocessen leer kennen en dat mijn horizon
en visie heel ruim worden. Samen met de grondige interne opleidingsmogelijkheden zorgt dit voor een
stevige basis bij de dagdagelijkse uitvoering van mijn job.
pagina 10
afgestudeerd in 2002
in de Scheikunde
B-3110 ROTSELAAR
www.danone.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
LEO CARDINAELS
Projectdirecteur
EU project
Als directeur van het PRRAC Desarrollo Local project in Honduras, ben ik verantwoordelijk voor de financiële en technische planning, de supervisie van de verschillende componenten, en de coördinatie met
ministeries, gemeentebesturen, NGO’s, bilaterale en multilaterale agentschappen.
Het project maakt deel uit van het Regionaal Reconstructieprogramma voor Centraal Amerika, en is
opgezet en gefinancierd door de EU, in de nasleep van de orkaan Mitch die in 1998 bijna 20.000 doden
en vermisten naliet. In de hoofdstad Tegucigalpa werken we met 19, onder wie 10 experts. Het grootste deel van ons budget (± 24 miljoen euro) gaat naar 8 satellietprojecten uitgevoerd door ministeries,
parastatalen en NGO’s, waarvoor in totaal 170 mensen werken, en als directeur stop ik veel tijd in hun
opvolging.
Leo Cardinaels
afgestudeerd in 1979
specialisatie:
Tropische Bodemkunde – Tropische Landbouw
Calle Paris 4034
PRRAC Desarrollo Local is een 4 jaar durend multisectoriëel project en heeft als doelstellingen:
• Integrale steun aan 25 gemeenten (275.000 inwoners) die zwaar getroffen werden door de orkaan
Mitch, m.b.t. (1) het ondersteunen van de gemeentelijke overheden op het vlak van financiële administratie, milieubeheer, ruimtelijke ordening en kadaster, gewestplanning, rampenpreventie en burgerbescherming, (2) het versterken van het basis- en beroepsonderwijs in 550 scholen, (3) beroepsvorming voor werkloze jongeren en volwassenen, (4) de financiële en technische ondersteuning van
KMO’s en boerencoöperaties, (5) natuurbeschermingscampagnes en (6) de bouw van 1500 sociale
woningen voor gezinnen met een inkomen onder 70 euro/maand.
• Het ontwerpen van een nieuw pedagogisch model, inclusief nieuwe tekstboeken, voor het lager technisch onderwijs, in overeenstemming met het nieuwe Nationaal Basis Curriculum,
• evenals het versterken van de milieu-educatie (bijscholing van leraren, nieuwe interactieve leermethodes) en dit alles in het kader van een samenwerkingsakkoord met het Ministerie van Onderwijs.
• Het opzetten van een nationale milieusensibiliseringscampagne via radio, TV, Internet en geschreven
pers, in samenwerking met het Ministerie van Milieubeheer.
• Het organiseren van een Centraal Amerikaans netwerk gericht op Burgerbescherming en Impactreductie van Natuurrampen (aardbevingen, overstromingen, vulkaanuitbarstingen, grondverschuivingen
en tropische stormen).
Tegucigalpa
MDC Honduras, CA
www.ueprrac.org
Sinds 1980 heb ik vnl. in de ontwikkelingssamenwerking gewerkt, in Latijns Amerika, de Caraïben, Afrika en Azië, voor o.a. FAO, ABOS, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en nu al 12 jaar voor de EU. Daarbij
heb ik een heel scala activiteiten uitgevoerd zoals research, project design & management, monitoring
& evaluation, bodemconservering & watershed management, veeteelt, koffieteelt, wegen- en bruggenbouw, drinkwater en irrigatie, scholenbouw, milieubeheer, tot zelfs logistics & procurement manager voor
electoral observation missions van de EU en het Europarlement ...
Het boeiende in mijn job is de uitdaging om telkens opnieuw in een ander land, met een andere cultuur
en andere gewoontes, soms complexe projecten tot een goed einde te brengen.
pagina 11
De bio-ingenieur op de werkvloer
JEROEN CASAER
Policy Officer
Europese Commissie, Directoraat-Generaal Milieu
De Europese Commissie is één van de Europese instellingen die deelneemt aan het besluitvormingsproces in
de Europese Unie. De Commissie is zowat de motor van de EU-wetgeving. Zij stelt de wetgeving voor waarover het Parlement en de Raad een besluit nemen. Daarnaast behartigt ze het algemeen belang van de Unie
en ziet ze toe op een correcte implementatie van de Europese regelgeving in alle lidstaten. De Commissie is
ook verantwoordelijk voor de uitvoering van het gemeenschappelijk beleid (zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid), ze verdeelt de begrotingsmiddelen en beheert de programma’s van de Unie.
De Commissie is – in tegenstelling tot het beeld dat bij velen bestaat – een relatief kleine administratie waar
ongeveer evenveel mensen werken als bij de Vlaamse overheid. Het gamma van activiteiten daarentegen is
zeer uitgebreid en strekt zich uit over alle lidstaten, waardoor je nagenoeg van bij het begin van je loopbaan
taken krijgt die gekendmerkt worden door een hoge graad van verantwoordelijkheid, welke functie je ook
uitoefent.
Jeroen Casaer
afgestudeerd in 1996
major/minor:
Bodemkunde / Landbouwkunde
van de tropische
en subtropische streken
BU - 9
4/95
Zelf werk ik als policy officer binnen het Directoraat-Generaal Milieu, meer bepaald op de nitraatrichtlijn. Deze
richtlijn heeft als doel het beschermen van grond- en oppervlaktewater tegen verontreiniging door nitraten uit
agrarische bronnen.
B-1049 BRUSSEL
Mijn voornaamste taak is het toezien op een correcte implementatie van deze richtlijn in de lidstaten. Dit
betekent concreet evalueren of de lidstaten op een correcte wijze kwetsbare gebieden voor nitraatvervuiling
hebben afgebakend en evalueren of de actieprogramma’s om nitraatvervuiling in grond- en oppervlaktewater te voorkomen of terug te dringen in overeenstemming zijn met de nitraatrichtlijn (voor Vlaanderen is dit
het welbekende mestactieplan (MAP)). Indien een lidstaat in belangrijke mate de nitraatrichtlijn niet correct
heeft geïmplementeerd leiden we in nauwe samenwerking met juristen en advocaten van de Commissie
een ingebrekestellingsprocedure in, wat uiteindelijk kan leiden tot een rechtszaak bij het Europese Hof van
Justitie. Daarnaast ben ik nauw betrokken bij het algemene waterbeleid van de Unie, de uitwerking van een
bodemstrategie en het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor wat betreft de implementatie van agro-milieumaatregelen.
ronment/index_nl.htm
Een belangrijk deel van mijn tijd besteed ik aan het technisch evalueren van documenten, intern/extern overleg
en het voeren van onderhandelingen met de verschillende lidstaten. Daarnaast zijn er ook de contacten met
de andere Europese instellingen, het formuleren van antwoorden op parlementaire vragen en het verlenen van
technische ondersteuning in dossiers voor de Europese Commissaris verantwoordelijk voor het milieubeleid.
De job brengt ook met zich mee dat ik regelmatig moet reizen om projecten en regio’s te bezoeken, deel te
nemen aan studiedagen en contacten te onderhouden met de verschillende lidstaten.
Het boeiende aan de job is de multiculturele werkomgeving met veel contacten met mensen in binnen- en
buitenland met totaal verschillende achtergronden, zowel op cultureel als professioneel vlak en de jobinhoud,
die zich situeert op het raakvlak milieu-landbouw waar we proberen om een gezond leefmilieu te verzoenen
met een leefbare landbouw en dit in Europese context.
pagina 12
www.europa.eu.int/comm/envi-
De bio-ingenieur op de werkvloer
EVA CZERWIEC
Biomedisch Onderzoeker
Havard Medical School – Brigham and Women’s Hospital
Harvard Medical School is een van de oudste en meest gerenomeerde medische scholen in de Verenigde Staten, verbonden aan Harvard University. De technologische en intellectuele omgeving van
Harvard Medical School zijn uniek. Harvard Medicine volgt nauwgezet de laatste ontwikkelingen op het
gebied van wetenschappelijke technologie alsmede de wetenschappelijke trends die belangrijk zijn voor
de toekomst. HMS trekt tevens wereldklasse onderzoekers aan en er is dus een fantastische opportuniteit voor wetenschappelijk “brain picking”, temeer daar al die topwetenschappers op loopafstand van
mekaar werken en heel bereikbaar zijn. Er is tde bijkomende bonus dat Boston niet enkel “home” is voor
Harvard, maar ook voor MIT, The Broad Institute, NEMC, en een hele resem “teaching hospitals”- vergelijkbaar met onze universiteitsziekenhuizen. Een van die universiteitsziekenhuizen van Harvard Medicine
is Brigham and Women’s Hospital, het ziekenhuis waarvoor ik werk.
Sinds mijn vertrek uit België in 1996 ben ik als postdoctorale onderzoeker aan verscheidene onderzoekslaboratoria van universiteitsziekenhuizen – onder andere van HMS- verbonden geweest. Ik heb aan
verscheidene projecten gewerkt en met zeer verschillende mensen. Ondanks die verscheidenheid zijn er
een aantal belangrijke gemeenschappelijke kenmerken. Communicatie is een sterk en belangrijk punt. Of
het nu de regelmatige labvergadering of een occasionele emailvraag betreft, er is een constante en snelle
communicatie flow. Individueel “problem solving”en snel initiatief nemen zijn twee andere kenmerken.
Er wordt tevens een hoge graad van onafhankelijkheid verwacht zelfs als je – zoals ik – werkt voor een
Principal Investigator.
Eva Czerwiec
afgestudeerd in 1985
ingenieur voor scheikunde en
landbouwindustrieën
optie Biotechnologie
25 Shattuck Street
Boston, MA 02115USA
http://hms.harvard.edu
Een van de meest positieve aspecten van de medische school - en van Amerikaanse universiteiten in het
algmeen –is het belang dat wordt gehecht aan uitstraling en mentoring. Onderzoekers interageren op
regelmatige basis met scholen – zowel op het niveau van de lagere school als het secundaire onderwijs
– helpen leerlingen met het opzetten van kleine wetenschappelijke projecten, geven uitleg over hun werk
en over wetenschappelijk onderzoek in het algemeen. Op het niveau van de universitaire studie, zowel
Bachelors als Masters, is er dan weer meestal een goed mentor netwerk aanwezig.
Een ietwat zwak punt van de Amerikaanse universitaire opleiding is het ontbreken van intensieve praktische laboratoriumopleiding. Dit wordt echter goedgemaakt door het bestaan van de zomerstages,
waarbij een student gedurende de zomermaanden in een actief onderzoekslaboratorium tewerkgesteld
wordt en betrokken is bij alle aspecten van het wetenschappelijk onderzoek. Als onderzoeker in de VS
ben ik dus: een projectmanager, een onderzoeker, een mentor en een spreekbuis. Stresserend, jawel,
maar ik zou het voor geen geld willen missen.
Ik ben altijd uitermate dankbaar geweest voor de onafhankelijkheidszin en de “problem solving” opleiding
die ik heb gekregen aan de VUB. Ik heb er geleerd methodisch te denken om praktische problemen op
te lossen. evenals het “out of the box” denken wat cruciaal is voor wetenschappelijk onderzoek. Als dr.
ir. kan ik dan weer terugvallen op een gezonde combinatie van wetenschappelijke onderzoekservaring
en een zin voor toegepast onderzoek. Tenslotte nog dit: het mag gezegd worden dat Belgie wetenschappers aflevert van een uitstekend niveau; ik ben zeker niet de enige Belg die stand houdt aan een
gerenommeerde Amerikaanse onderzoeksinstelling.
pagina 13
De bio-ingenieur op de werkvloer
ETIENNE COSYNS
Groepsdirecteur Land- en Tuinbouw
Adjunct-directeur-generaal
Groep Aveve
Groep Aveve is de belangrijkste toeleverancier aan de land- en tuinbouw in België, maar is ook actief
in de sector van de tuincentra, voeding en voedings-industrie, engineering en IT. Deze groep telt een
vijftigtal bedrijven, stelt 2.400 mensen tewerk en realiseert een zakencijfer van 900 miljoen euro. Qua
omzetcijfer behoort Aveve tot de vijftig grootste bedrijven van België.
Na een specialisatiejaar (Industrieel Beleid), legerdienst en een jaar in de proeftuin van Rillaar startte ik in
1979 in de Groep Aveve als stafmedewerker teelten. Dit is een ondersteunende functie bij de productmanagers van zaden, plantenvoeding en bescherming. Tevens was ik verantwoordelijk voor de marketing
van de producten voor ruwvoeder- en akkerbouwteelten. Vandaag starten jonge bio-ingenieurs in een
gelijkaardige functie waarbij ze bezig zijn met de aanleg van proefvelden, contact met proefstations,
landbouwfaculteiten en hogescholen, evaluatie van het aanbod van leveranciers, schrijven van artikels,
geven van voordrachten, uitwerken van marketingcampagnes, … Vanuit die functie krijgen ze later de
kans om door te groeien in management- en directiefuncties.
Via enkele tussenstappen werd ik in 1996 directeur en afgevaardigd bestuurder van Lebrun SA. Het was
een interessante ervaring om dit familiaal, Waals bedrijf met 65 werknemers en 20 regionale depots, te
integreren in de Groep Aveve.
Op 1 januari 2002 werd ik divisiedirecteur Landbouw en sedert januari 2003 kreeg ik als groepsdirecteur
de leiding van de volledige Groep Land- en Tuinbouw, die bestaat uit 28 bedrijven. Met 400 medewerkers realiseert deze groep een omzet van 335 miljoen euro. Sinds oktober 2005 werd ik tevens adjunctdirecteur-generaal van de Groep Aveve.
Groep Aveve is de belangrijkste toeleveraar voor zaden, pootgoed, plantenbeschermingsmiddelen,
mest-stoffen en machines in België. De toelevering beperkt zich niet tot de professionele gebruikers,
maar is er ook voor de consument met een eigen tuintje. Voor de zaden hebben we een distributie- en
productiefunctie; voor de overige producten beperken we ons tot de distributie. Aveve is de exclusieve
invoerder en verdeler van de John Deere machines die gebruikt worden in landbouw, tuin, park en golf.
Als belangrijkste groep op het vlak van graanontvangst participeren Aveve en Wal.Agri (de holding van
Aveve in Wallonië) in Alco Bio Fuel die de eerste Belgische productie-eenheid voor bio-ethanol in Gent
bouwt. Voor de intensieve tuinbouw is Aveve eveneens de partner voor de uitrusting en automatisering
van deze bedrijven. Hortiplan ontwikkelde het Mobiel Gotensysteem (MGS) voor de sla- en kruidenteelt
op relatief grote schaal. Voor MGS hebben we ook klanten in Nederland, USA en Australië. Investeren is
belangrijk en dat doen we o.a. in vijf centrale magazijnen, gelegen aan het water voor het transport van
meststoffen en granen via schip en dit naar binnen- en buitenlandse klanten. In andere magazijnen worden de plantenbeschermingsmiddelen gestockeerd voor de distributie naar de meer dan 70 regionale
magazijnen. Voor bio-ingenieurs met interesse voor land- en tuinbouw, is en blijft Aveve een bedrijf met
een waaier van mogelijkheden.
pagina 14
Etienne Cosyns
afgestudeerd in 1976
major/minor: Veeteelt
Minderbroedersstraat 8
B-3000 LEUVEN
www.aveve.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
KATHELYNE CRAENEN
Attaché voor ontwikkelingssamenwerking
FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse handel en
Ontwikkelingssamenwerking (DGOS)
Wie me ooit verteld zou hebben, toen ik in 1983 samen met mijn man Dirk Vuylsteke naar Nigeria vertrok, dat
ik 22 jaren later nog steeds op het Afrikaans continent zou vertoeven had ik waarschijnlijk voor gek verklaard.
Maar Afrika is ondertussen onze thuis geworden. Via consultatiewerk, een doctoraat (in bananen!) en een
tussenstap bij BTC (Belgische Technische Coöperatie) ben ik terecht gekomen als assistent-attaché voor
ontwikkelingssamenwerking en dit voor het Belgisch, federaal Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (DGOS), actief in Kampala, Oeganda.
Oeganda is één van de 18 partnerlanden voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking. In januari 2005
werd er een 3-jarige overeenkomst ondertekend voor een totaal bedrag van 24 miljoen euro. De enveloppe voor ontwikkelingssamenwerking op de Belgische ambassade in Kampala, wordt verdeeld over
3 verschillende medewerkers. Mijn taak bestaat in het opvolgen van de ENR-sector (Environment and
Natural Resources of milieu en natuurlijke rijkdommen). Dit brengt me in nauw contact met het Ministerie van Leefmilieu en de andere donoren die daaraan bijdragen. Het Ministerie is gevestigd in een oud
gebouw in Kampala en laat veel te wensen over qua infrastructuur maar maakt dit zeker goed door
zijn grote inzet met weinig middelen. Ik heb er dan ook vele vrienden gemaakt. Op het vlak van de
decentralisatiepolitiek zijn we zowel bilateraal als via algemene sectorondersteuning actief. De bilaterale
projecten in Kasese en Bundibugyo in het Zuidwesten van Oeganda bestaan uit een directe financiële
ondersteuning van het lokaal bestuur. Ik reis dan ook regelmatig naar deze gebieden waar ik samen met
de technisch assistent van BTC de programma’s opvolg. Het is een fantastisch mooi gebied, bergen
(Rwenzori’s), bossen en open vlakten waar ook de nationale parken liggen. Het gebied leeft voornamelijk
van de landbouw maar er wordt opnieuw kobalt ontgonnen.
Kathelyne Craenen
afgestudeerd in 1982
major/minor:
Plantenbescherming
Royal Belgian Embassy
P.O. Box 7043
KAMPALA / OEGANDA
www.dgos.be
Verder is België de voorzitter van de ENR-donorgroep en vanaf begin januari 2006 zitten we ook de
groep over decentralisatie voor. Dit houdt vooral in: het leiden van de vergaderingen, het verzamelen van
informatie, de contactpersoon zijn met de respectievelijke ministeries.
Met de verkiezingen in zicht begin volgend jaar monitoren we, samen met de andere donoren, het verkiezingsproces en het daarbij horend referendum. Dit doen we door in de verschillende districten samen
met andere donoren de lokale regering en bevolking te ondervragen over de correctheid van het proces
en of ze onderricht worden in dit gebeuren. Mijn taken brengen me dan ook in nauw contact met de
lokale bevolking, de regeringsambtenaren, zowel op lokaal als op ministrieel niveau en de andere donoren. Via onze conflict-preventielijn kom ik vaak in contact met de oorlogssituatie in het Noorden en de
schrijnende toestanden aldaar. De kinderen in het centrum, dat door België gesponsord wordt, geven
hun ervaringen weer in tekeningen. Ook dit hoort bij het werk, en laat elke keer opnieuw een wrange
nasmaak achter.
Samenvattend kunnen we zeggen dat ik een landbouwkundig ingenieur met een veelzijdig tintje ben
geworden en geniet van mijn werk en leven in Afrika.
pagina 15
De bio-ingenieur op de werkvloer
GRIET CUMPS
Bekkenverantwoordelijke operaties Demerbekken
Aquafin
Ondanks het feit dat ik afgestudeerd ben met een diploma in de voedingsrichting, ben ik steeds werkzaam
geweest in de afvalwaterzuiveringsector, eerst bij de Vlaamse Milieu Maatschappij, later bij Aquafin.
Bij Aquafin ben ik verantwoordelijk voor de exploitatie van de zuiveringinfrastructuur in het rivierbekken
van de Demer. Voor de dagdagelijkse exploitatie zorgen de technisch medewerkers. Zij doen de analyses, bijsturingen, lossen technische problemen op, ... Zij werken in een team dat geleid wordt door een
teamcoördinator en zorgen zo voor een achttal zuiveringsinstallaties met de bijhorende pompstations en
collectoren. Het Demerbekken telt 4 van deze teams. Ikzelf draag de eindverantwoordelijkheid over de
vooropgestelde kwaliteitsdoelstellingen, de budgetopvolging en de veiligheid binnen het Demerbekken.
Griet Cumps
afgestudeerd in 1989
major/minor:
Levensmiddelentechnologie /
Landbouweconomie
Dijkstraat 8
In overleg met de teamcoördinatoren en de technisch medewerkers zorg ik voor een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering van enerzijds de zuiveringsinfrastructuur om zo de opgelegde kwaliteitsnormen
voor het gezuiverde water te halen en van anderzijds de slibverwerkingsinstallaties voor de verwerking
van slib volgens de interne behoeftes. Ik begeleid hen bij het oplossen van technische of procesmatige
problemen en verbeteringen.
Hierbij is niet alleen de kwaliteitsborging van belang maar ook de budgetopvolging. Door het bijsturen
van uitgaven en inkomsten en door het zo efficiënt mogelijk inzetten van de beschikbare middelen wordt
er gestreefd naar een kostenoptimalisatie.
Uit dit alles worden regelmatig projecten geïnitieerd. Deze worden uitgevoerd in samenwerking met de
dienst onderzoek en ontwikkeling of projectingenieurs.
Voor grote infrastructuurwerken is er een nauwe samenwerking met onze collega bekkenverantwoordelijke infrastructuur. Samen met hen worden nodige optimalisaties en renovaties besproken en geïnitieerd.
Regelmatig overleg met verschillende overheidsdiensten wordt afhankelijk van de problematiek onder
elkaar verdeeld.
Een belangrijke deel van mijn job bestaat uit personeelsmanagement. Gezien er in teamverband nauw
wordt samengewerkt, is een goede teamgeest en een goed samengestelde groep van gemotiveerde en
gekwalificeerde technische medewerkers de basis om tot goede resultaten te komen. Zo zorg ik voor
het coachen van de teamcoördinatoren, begeleid ik hen in het organiseren van hun team, het motiveren
van hun teamleden, het opstellen van een opleidingsplan, … Ook voor de noodzakelijke aanpassingen
van de personeelsstructuur of van de organisatie tussen verschillende teams zorg ik door aanwerving,
mutaties, …
Vanuit onze dagdagelijkse expertise zorg ik samen met mijn collega’s voor een ondersteuning bij het
beleid van de directie operaties. Bekkenoverschrijdende problemen, strategieën en ervaringen worden
uitgewisseld en leiden tot het uitwerken van verdere verbeteringen.
pagina 16
B-2360 AARTSELAAR
www.aquafin.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
PATRICK DEBELS
Research Coordinator – Project Engineer
Centre for Environmental Sciences EULA-CHILE,
University of Concepción
Sinds september 1997 werk ik aan het Centrum voor Milieuonderzoek EULA-CHILE, gelokaliseerd in de
Biobío Regio (Centraal Chili). Het is een interdisciplinair centrum dat deel uitmaakt van de Universiteit van
Concepción. Het werd opgericht in 1990 in het kader van de Italiaanse ontwikkelingssamenwerking, en
heeft sindsdien een samenwerkingsnetwerk uitgebouwd met tal van universiteiten uit Latijns-Amerika, de
VS en Europa (waaronder de Vlaamse Universiteiten UGent, VUB en KULeuven).
Naast toegepast wetenschappelijk onderzoek worden er aan het centrum technische dienstverlening,
onderwijs en extensieactiviteiten verricht. Er wordt nauw samengewerkt met de diverse actoren die
betrokken zijn bij de milieuproblematiek in Chili: overheidsinstellingen zoals de Chileense Nationale Milieucommissie (CONAMA), de Wateradministratie (DGA) en het Ministerie van Landbouw, maar ook privé
bedrijven (bvb. uit de bosbouwsector, de papierindustrie, petrochemie, hydropower) en NGO’s zoals
bvb. het Nationale Comité voor de Bescherming van Fauna & Flora CODEFF, The Nature Conservancy
en organizaties die de inheemse bevolkingsgroepen vertegenwoordigen.
Patrick Debels
afgestudeerd in 1995
bio-ingenieur
in de Milieutechnologie
Universidad de Concepción
Casilla 160-C
Concepción
Chile
Tussen 1997 en 2003 bekleedde ik een functie als expert, uitgezonden door de Vlaamse Vereniging voor
Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand VVOB vzw. In deze periode was ik verantwoordelijk
voor de uitbouw & implementatie van een GIS-laboratorium, en voor onderwijs en capacity building in
het gebruik van GIS- en modelleringstechnieken in het milieuonderzoek, meer specifiek m.b.t. land-en
waterbeheer.
Onderzoeksactiviteiten hielden o.m. verband met: landgebruikconversie en fragmentering van oerbossen in Chili, invloed van landgebruik op de hydrologische cyclus, experimentele dispersiestudies (tracers)
en waterkwaliteitsmodellering, en modelleren van diffuse verontreiniging (erosie).
Momenteel coördineer ik de activiteiten in het raam van 2 multilaterale onderzoeksprojecten gericht
op het integraal stroombekkenbeheer. Deze projecten worden o.m. gefinancierd door het 6de Kaderprogramma van de Europese Commissie (6th FP; Global Change & Ecosystems). Partnerlanden zijn:
Zweden, Denemarken, Verenigd Koninkrijk, België, Zuid-Afrika, Kazakstan, Brazilië, Peru, Ecuador, Colombia en Nicaragua.
pagina 17
De bio-ingenieur op de werkvloer
PAUL DE BRUYCKER
General manager Benelux-regio
Indaver NV
Een ingenieur wil steeds oplossingen aanreiken. Oplossingen die geboren worden uit de combinatie van
enerzijds een sterk analytisch denkvermogen, waardoor tot de essentie van het probleem wordt doorgedrongen, en anderzijds een grote creativiteit in het uitwerken van antwoorden zonder daarbij geremd
te worden door het bestaande kader.
Paul De Bruycker
afgestudeerd in 1983
landbouwkundig ingenieur
Dit is wat ik dagdagelijks in mijn functie als general manager bij INDAVER NV moet waarmaken. Als
general manager voer ik de directie over een vijftal afvalverwerkingsfabrieken in de Benelux waarin voor
meer dan een half miljard euro werd geïnvesteerd en die per jaar bijna 1,5 miljoen ton afvalstoffen verwerken. Daarnaast hebben wij met INDAVER NV talrijke samenwerkingsverbanden met gemeenten, steden
en Intercommunales voor het beheer en/of de verwerking van de op hun grondgebied ingezamelde
huishoudelijke afvalstoffen. Alle installaties die wij bedrijven zijn hoogtechnologische installaties waarin
afvalstoffen verbrand worden met energie- en/of materiaalrecuperatie, vergist of gecomposteerd worden
of gerecycleerd worden.
Vanuit mijn functie kom ik dan ook met heel veel mensen in contact. Ik geloof dat je een organisatie maar
kunt aansturen wanneer je én tussen uw medewerkers én tussen uw klanten staat. Ik ben dus veel onderweg. Het regelmatig inspecteren van de diverse plants, het bijwonen van technische en commerciële
meetings, het voorbereiden en leiden van de directievergaderingen en het praten met mijn medewerkers
vereist veel tijd. Belangrijk daarbij is dat je de problemen op de werkvloer begrijpt.
Dat is evenzeer zo met onze klanten. Het luisteren naar uw klanten en het goed aanvoelen van wat
zij werkelijk belangrijk vinden is essentieel. Onze klanten zijn vooral de grootindustrie en de steden en
gemeenten. Door het feit dat ik dagelijks in contact wil staan met mijn klanten, kom ik dan ook veel in
contact met onze Vlaamse bedrijfsleiders en met de burgemeesters en schepenen van onze Vlaamse
Gemeenten. Met hen werken wij innovatieve oplossingen uit voor het beheer van hun afvalstoffen. Op
vandaag slagen we daar wonderwel in want Vlaanderen hoort tot de wereldtop op het vlak van duurzaam afvalbeleid.
Nochtans wordt tot op vandaag de afvalverwerkingsector nog steeds argwanend bekeken. Ik dien dan ook
veel aandacht te hebben om aan de bevolking en de politiek uit te leggen wat wij eigenlijk doen en vooral
hoeveel inspanningen wij doen op het vlak van het nemen van milieubeschermende maatregelen.
Hoewel ik vandaag dus hoofdzakelijk mensen motiveer, organisaties aanstuur, en wik en weeg over de
te volgen strategieën, blijf ik toch een ingenieur. De mij aangeleerde analytische denkwijze en technische
bagage die ik heb meegekregen, die ik ook later in mijn job verder heb ontwikkeld, laten mij als manager
toe om nog steeds goed te begrijpen hoe onze installaties werken en wat hun impact op mens en milieu
is. Enkel zo kan ik met mijn medewerkers, klanten en alle andere stake holders met kennis van zaken
overleggen en samen met hen innovatieve oplossingen uitwerken.
pagina 18
optie Waters en Bossen
Dijle 17 a
B-2800 MECHELEN
www.indaver.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
TOM DECKERS
Onderzoeker
Proefcentrum voor de fruitteelt (PCF)
Na een korte stage op de fruitboomkwekerijen R. Nicolai in Alken was ik gedurende een half jaar steenfruitonderzoeker in de Tuinbouwstichting Hageland-Zuiderkempen in Rillaar. Vervolgens werkte ik gedurende drie jaar in het studiecentrum voor hydrocultuur aan de ‘landbouwfaculteit’ in Leuven en onderzocht ik de forcerie van asperges buiten het normale oogstseizoen. Sinds 1981 ben ik onderzoeker
op het Opzoekingsstation van Gorsem, vandaag een onderdeel van het Proefcentrum voor de fruitteelt
(PCF) in St. Truiden, waartoe ook de proeftuinen van Velm en Tongeren behoren.
De fruitteelt is een belangrijke economische activiteit binnen de Vlaamse tuinbouwsector en bij het PCF
lopen er verschillende IWT onderzoeksprojecten, gefinancierd door de Vlaamse overheid. Binnen de
provincie Limburg is de fruitteelt een kernactiviteit en ook vanuit die hoek wordt het PCF ondersteund.
De Vlaamse fruitteelt is zonder twijfel één van de speerpunten van de Belgische tuinbouw. In het verleden
lag de nadruk bij appel op kleurmutanten van Jonagold met een verbeterde rode vruchtschil. Vandaag
worden vanuit een Belgisch kruisingsprogramma twee nieuwe appelrassen gelanceerd namelijk een
nieuwe groene appel ‘Greenstar’ en een nieuwe rode ‘Kanzi’. Bij de peren is de Conference uitgegroeid
tot één van de belangrijkste troeven van de Belgische fruitteelt.
Tom Deckers
afgestudeerd in 1976
major/minor:
Fytotechnie / Tuinbouw
De Brede Akker 13
B-3800 SINT-TRUIDEN
www.pcfruit.be
Binnen het PCF heb ik de leiding over de afdeling teeltonderzoek. Er worden proeven uitgevoerd rond
vruchtzetting en vruchtdunning bij appel en peer, rond het gebruik van groeiregulatoren en rond de voeding van de fruitbomen. In feite kan mijn job het best omschreven worden als die van de huisarts van de
fruitbomen. Op mijn bureautafel komt een grote variatie van fruitteeltproblemen terecht: vorst-problemen
op de bloemen en/of de bomen, fruittelen onder sterk variabele klimaatsomstandigheden bij ons of onder
tropische klimaatsomstandigheden met onvoldoende winterrust, verschillende onderstam-/tussenstam
combinaties in verband met groeibeheersing, meerjarige snoeiredeneringen in verschillende plantsystemen gekoppeld aan het opbrengstniveau en aan de regelmaat van opbrengst, bacteriële infecties zoals
bacterievuur bij appel en peer, …
Er is een goede wisselwerking tussen het PCF en de Vlaamse overheid (IWT-projecten). Maar er wordt
ook samengewerkt met de fytofarmaceutische industrie in de zoektocht naar milieuvriendelijke producten voor de fruitteelt. Er worden biologische dossiers aangemaakt die gebruikt worden bij de erkenning
van nieuwe moleculen voor de Belgische fruitteelt. Er wordt in dit verband samengewerkt met een twintigtal industriële partners uit de hele wereld. Een uitgebreide talenkennis bij deze internationale contacten
is hierbij een groot voordeel.
Binnen de International Society for Horticultural Science (ISHS) ben ik actief geweest als voorzitter van
de ‘international working group on fire blight’ en als voorzitter van de ‘international pear working group’.
Beide functies hebben me de mogelijkheid gegeven om de eigen onderzoeksresultaten te positioneren
in een bredere internationale context. Netwerking is hierbij zeer belangrijk.
pagina 19
De bio-ingenieur op de werkvloer
JONATHAN DECKMYN
Consulent - Projectleider
Ancitel Sardegna
Mijn eerste job was, in 1994, het resultaat van een Europese beurs (Socrates) die mij in het onderzoekscentrum CRS4 bracht (een partner van onze faculteit in een toenmalig europees project). Na twee
boeiende en vooral leerrijke jaren in dit centrum, vertrok ik in 1996 voor een periode van twee jaar naar
Ecuador met het VVOB en sinds 1998 werkte ik voor Intergraph (één van de belangrijkste GIS multinationals): 2 jaar in Brussel en bijna 3 in Rome.
Na 4 verschillende jobs en 4 verhuizingen (in een periode van +/- 10 jaar), besloot ik vorig jaar naar Cagliari (Sardinië), de locatie van mijn eerste job, terug te keren.
Jonathan Deckmyn
afgestudeerd in 1994
bio-ingenieur
in de Landbouwkunde
Via Caboni 3,
Sinds 1 januari 2005 werk ik als consulent/projectleider voor Ancitel Sardegna. Deze organisatie is de
operationele arm van de “Associazione Nazionale dei Comuni Italiani” (ANCI) in Sardinie. ANCI is een
politieke organisatie die quasi de totaliteit van de Italiaanse gemeentes vertegenwoordigt.
I-09125 CAGLIARI
Ancitel Sardegna werkt op drie niveaus: lokaal/regionaal, nationaal en Europees. De organisatie ontvangt
geen overheidsgeld en dient dus voortdurend projecten voor te stellen om haar activiteiten, die tot doel
hebben de gemeentes te ondersteunen in hun veelzijdige opdracht, te kunnen financieren.
www.ancitel.sardegna.it
Vorig jaar bereidde ik als “freelance” samen met mijn huidige collega’s een Europees project voor. Dit
project, ICHNOS (voor meer informatie www.ichnos-project.org), werd in november 2004 goedgekeurd
binnen het europese programma Interreg. Van 1 januari tot 1 maart 2005 leidde ik de discussies met de
andere partners uit Tsjechië en Spanje, en sinds 1 maart coördineer ik de projectactiviteiten.
Naast deze functie als projectleider, werk ik in samenwerking met het multidisciplinaire team van Ancitel Sardinië (collega’s met diploma’s in rechten, politieke en sociale wetenschappen, economie en
informatica) nieuwe projectvoorstellen uit en help ik een handje in de andere projecten (assistentie bij de
invoering van de elektronische identiteitskaart, cursussen over IT-GIS, enz.).
Daarnaast ben ik nog actief als consulent voor Intergraph en probeer ik GIS projecten bij de lokale overheid te promoten.
Ik ben eveneens verantwoordelijk (dankzij mijn talenkennis en projectervaring) voor de internationale contacten van de organisatie, contacten die essentieel zijn voor het succes van Europese projecten.
Wie weet lukt het ons om nog een Europees project in samenwerking met de faculteit te doen, en wie
weet ontdekt een andere bio-ingenieur dan dat je naar Sardinië moet komen om de echte liefde te
vinden.
pagina 20
Italia
De bio-ingenieur op de werkvloer
BART DEGEEST
Science Manager
Yakult Belgium NV/SA
Yakult is pionier en innovator op het vlak van preventieve gezondheidszorg en probiotica. Het product
Yakult werd reeds in 1935 ontwikkeld door de Japanse arts Minoru Shirota. Dr. Shirota geloofde sterk
in preventief aan je gezondheid werken via voeding. De bedrijfsfilosofie van Yakult is wereldwijd werken
aan een gezonde samenleving.
Bart Degeest
afgestudeerd in 1995
bio-ingenieur
Yakult heeft meer dan 70 jaar ervaring in onderzoek met goede bacteriën en krijgt wereldwijde erkenning
voor haar ontwikkelingen op het vlak van voeding, cosmetica en farmaceutische toepassingen. Het onderzoek gaat verder in het Yakult Central Institute in Japan en in het Yakult Honsha European Research
center dat dit jaar in Gent opgestart werd. Wereldwijd werken de wetenschappelijke afdelingen van Yakult samen met wetenschappelijke en medische gemeenschappen om de rol van goede bacteriën voor
onze algemene gezondheid verder te onderzoeken. Het product Yakult kwam in 1994 als één van de
eerste probiotische zuiveldranken op de Europese markt in Nederland en vervolgens in 1995 in België.
Cel- en Genbiotechnologie
Internationalelaan 55
B-1070 BRUSSEL
www.yakult.be
Als science manager van Yakult België maak ik deel uit van het algemene management van het bedrijf,
alsook het ganse Europese science team. De voornaamste taak van de science manager is het organiseren en opvolgen van onderzoeksprojecten in samenwerking met universiteiten, ziekenhuizen, instituten,
enz. Goede relaties met vooraanstaande wetenschappers, alsook een goed inzicht in het recente onderzoek in het domein van probiotica en functionele voeding (via deelname aan congressen en symposia,
opvolgen wetenschappelijke literatuur, ...) zijn daarvoor van groot belang. Daarnaast is de science manager verantwoordelijk voor een gemengd team (wetenschap/PR) dat instaat voor (wetenschappelijke)
communicatie naar verschillende doelgroepen: wetenschappers, artsen, verpleegkundigen, diëtisten,
journalisten en ook de modale consument. Een derde belangrijk luik is het opvolgen van de snel
veranderende nationale, Europese en wereldwijde wetgeving rond functionele voeding. Deze taak omvat
deelname aan verschillende werkgroepen van organisties als FEVIA, ILSI, IDF, ..., maar ook het bijwonen van internationale vergaderingen en actief input leveren voor o.a. Codex Alimentarius sessies, EU
werkgroepen, ... Tenslotte is er de dagelijkse leiding van het bedrijf: de algemene strategie, personeel,
opstellen en opvolgen van de budgetten, ...
Gezien het (grotendeels) wetenschappelijk karaker van mijn functie bij Yakult, ben ik uiteraard zeer tevreden dat ik kan terugvallen op een diploma van bio-ingenieur. De opleiding bevatte een unieke mix van:
fundamentele kennis van biologische systemen, een goede technische basis (ingenieurswetenschappen), een grondige kennis van productiesystemen in o.a. de voedingsindustrie en een goed inzicht in
nieuwe ontwikkelingen binnen de life-sciences in het algemeen (bv. immunologie). Uniek aan de bio-ingenieur opleiding zijn ook de vele practica, in kleine groepen, binnen ultramodern uitgeruste labo’s. De
link theorie-praktijk is er bijna vanaf het begin van de opleiding.
Meer bedrijfsmatige aspecten, leerde ik voor een stuk tijdens mijn opleiding (bv. cursus economie), maar
zeker ook tijdens de voorbereiding van mijn doctoraatsthesis binnen de onderzoeksgroep IMDO. Ik behaalde een docoraat in de toegepaste biologische wetenschappen aan de VUB in 2001. Door de sterke
banden tussen de onderzoeksgroep waar ik promoveerde en de industrie, maakte ik bijna vanzelf de
overstap naar Yakult. Yakult is een internationaal bedrijf, een samensmelting van verschillende culturen.
Daarmee omgaan vergt een zekere kennis en ingesteldheid.
Indien ik vandaag mijn studies opnieuw zou moeten aanvatten, zou ik voor mijn huidige functie kiezen
voor een Bachelor of Master in de bio-ingenieurswetenschappen.
pagina 21
De bio-ingenieur op de werkvloer
CARL-PHILIPPE DELBEKE
Production Engineer
Tessenderlo Chemie, PB Gelatins
Van kinds af aan werd ik al geïntrigeerd door alles wat zich afspeelde in mijn directe omgeving en de
natuur in zijn algemene vorm. Op de schoolbanken werden al die onverklaarbare zaken stap voor stap
een beetje duidelijker en logischer, andere dan toch weer niet. De interesse die me in taal onbrak werd
ruimschoots gecompenseerd door de wetenschappelijke vakken. Bio-ingenieur was dan ook een evidente studiekeuze voor mij. Dat heel je studietraject nog niet vanaf het begin vastligt maar je door de
jaren heen je weg kan vinden in het ruime aanbod vond ik bovendien een belangrijke troef. Mijn keuze
voor scheikunde, meer bepaald interfase chemie lag in de lijn met mijn interesses en de affiniteit met
reacties en hoe deze kunnen gestuurd worden. Als minor koos ik voor economie, dit kon later altijd nog
van pas komen in het bedrijfsleven.
Carl-Philippe Delbeke
afgestudeerd in 2003
major/minor:
Interfasechemie / Economie
M. Duchéstraat 260
B-1800 VILVOORDE
Bij de start van mijn loopbaan had ik voor mezelf al uitgemaakt in een productie-omgeving in de chemische sector te willen starten en zo ben ik terechtgekomen bij de Tessenderlo Group als productieingenieur, de functie die ik tot op vandaag nog altijd invul.
De activiteiten van de internationale chemiegroep Tessenderlo Chemie zijn onderverdeeld in 3 hoofdtakken, nl. Chemie, Specialties en Kunststof-verwerking. PB Gelatins valt onder de divisie Specialties en
heeft vestigingen in Vilvoorde, Treforest (UK), Nienburg (Duitsland), Santa Fé (Argentinië) en Davenport
(USA). Samen zijn deze goed voor 37 000 ton gelatine op jaarbasis (3e grootste wereldwijd). Tessenderlo
Group biedt met zijn diverse activiteiten in 21 verschillende landen heel wat carrièremogelijkheden.
Gelatine is een proteïne en wordt vervaardigd uit collageenrijke grondstoffen namelijk beenderen en
huiden van varkens en runderen. Gelatine bevat 18 aminozuren waarvan 9 van de 10 essentiële die
niet door ons lichaam aangemaakt worden. Het kent heel wat toepassingen in de voeding (bereidingen,
chocomousse, snoep, energie-bars, …), farmacie (capsules, plasma expander, …) en de foto-industrie
(filmrolletjes, fotopapier, …).
Mijn taak bestaat uit het opvolgen van de productielijn en het bijsturen waar nodig. Daarnaast plan ik
het preventieve en curatieve onderhoudswerk van onze afdeling en sta ik in voor het implementeren van
veiligheidsaspecten, wetgeving en kwaliteit op de werkvloer door middel van specifieke opleidingen. We
streven naar het optimaliseren van de productie zijnde effectiviteit, gebruiksvriendelijkheid, veiligheid, …
dit in de vorm van verschillende projecten maar nu vooral naar energie-efficiëntie. Met de Kyoto-normen
en de hoge brandstofprijzen in het achterhoofd wordt het altijd maar belangrijker energie te besparen
waar mogelijk. Mijn job is zeker niet louter passief, regelmatig moet ik zelf eens de handen uit de mouwen steken. Ook het sociale aspect, het in team naar oplossingen zoeken, komt ruimschoots aan bod
in deze functie.
pagina 22
www.tessenderlo.com
De bio-ingenieur op de werkvloer
VALENTIJN DE LILLE
Account Manager
Adifo
Adifo NV, met hoofdzetel te Maldegem, is al sinds 1974 actief als softwarehuis in de feed en food sector.
Dankzij de inzet van 80 actieve en creatieve medewerkers, waaronder 15 bio-ingenieurs hebben we momenteel meer dan 900 klanten in alle werelddelen. Adifo levert software om verschillende bedrijfsprocessen te automatiseren: diermanagement, receptuurbeheer en optimalisatie, kwaliteitsbewaking en labmanagement, administratie en logistiek. Adifo heeft dochterondernemingen in Nederland en Duitsland.
Het leeuwendeel van de bio-ingenieurs werkt als project manager. Ikzelf zit meer in de verkoop, mijn
voornaamste verantwoordelijkheden zijn accountmanagement van bestaande klanten, business development en business consultancy. De grote afwisseling tussen deze verschillende functies en de variatie
in projecten bij verschillende klanten zorgen ervoor dat mijn job uitdagend en prettig blijft.
Als Accountmanager van bestaande klanten vorm ik een brug tussen de klant en het bedrijf door het
onderhouden van de relatie met de klant, het opvolgen van de status van de lopende projecten, het polsen naar interesse en budget voor nieuwe projecten; hen op de hoogte houden van de ontwikkelingen
van het bedrijf, het oplossen van commerciële problemen zoals klachten over facturen of medewerkers,
het opmaken en verdedigen van offertes voor nieuw aan te schaffen stukken software of diensten en het
afsluiten van contracten.
Valentijn De Lille
afgestudeerd in 2003
major/minor:
Veeteelt / Landbouweconomie
Industrielaan 11b
B-9990 MALDEGEM
www.adifo.be
Daarnaast houd ik me ook bezig met Business Development; relaties leggen via overkoepelende organisaties en relaties leggen bij nieuwe bedrijven, de zogenaamde prospecten. Hierbij wordt het bedrijf
en de productportfolio voorgesteld aan de prospecten en de karakteristieken van de prospecten geïnventariseerd (grootte/tonnage veevoer per diersoort, aantal werknemers, huidige bedrijfsautomatisatie
en tevredenheid daaromtrent, key-contactpersonen, ...). Verder gaan we dan producten aanbieden,
demonstraties organiseren, uitnodigingen voor seminars, offertes opmaken, offertes verdedigen en contracten afsluiten.
Tenslotte vervul ik ook gedeeltelijk de rol van Business Consultant, ik ben verantwoordelijk voor de
implementatie van het product BESTMIX (least cost formulation software) bij onze klanten in ZuidoostAzië. Andere taken die Business Consultants bij Adifo uitvoeren zijn het organiseren van demonstraties
bij de klant/prospect, het installeren van het programma, de opleiding en implementatie van het project,
de projectleiding naar budgetopvolging en facturatie, het sturen van ontwikkelingen, het opmaken van
werkbonnen interne ontwikkeling, het opvolgen van supportpunten, de functionele analyse van de behoeften van de klant en het vertalen ervan in de software-oplossing en de professionele business consultancy aan de klant omtrent nutritie.
pagina 23
De bio-ingenieur op de werkvloer
SAM DELYE
R&D Trainee
GlaxoSmithKline Biologicals
Op zoek naar een eerste uitdaging na mijn studies heb ik de kans gekregen een traineeship te volgen
bij GlaxoSmithKline (GSK) Biologicals, één van de grootste humane vaccinproducenten, gevestigd in
Rixensart, België. Gezien de enorme uitbreiding van het bedrijf, heeft men op korte termijn nood aan
gemotiveerde en goed opgeleide krachten, bereid om in de nabije toekomst actief mee te werken aan
de wereldwijde expansie.
Als trainee word je gedurende 2 jaar ondergedompeld in het boeiende bad van de vaccin-ontwikkeling
en -productie. In vier verschillende departementen krijg je buiten een persoonlijke begeleider alle middelen en de tijd om je in alle aspecten van dat departement op te leiden. Buiten het vergaren van kennis
en ervaring, krijg je ook de ruimte om in ieder departement een eigen onderzoeksproject te plannen en
te coördineren en samen met een team van technici en arbeiders te verwezenlijken.
Beginnend bij ‘Research & Development’ word je vertrouwd gemaakt met het onderzoekswerk op industrieel niveau. Een beetje te vergelijken met het maken van een thesis maar dan gesteund door een
uitgebreid team en beschikkend over alle denkbare middelen. Vervolgens leer je in je stage in ‘Industrialization’ hoe men van de ontwikkeling van een vaccin tot de grootschalige vaccinproductie komt. Een
complex maar boeiend proces waarbij je elke dag samen met een team van ingenieurs, technici en
arbeiders voor nieuwe uitdagingen komt te staan. Tijdens je stage in ‘Production’ leer je al snel dat de
productie van een vaccin allesbehalve saai bandwerk is.
Een goede samenwerking tussen arbeiders, technici en supervisors is vereist om iedere dag creatief om
te gaan met onverwachte problemen. Iedereen heeft wel al eens gehoord van kwaliteitsnormen, maar
pas wanneer je met beide voeten in de productie staat weet je waarom Quality Control (QC) en Quality
Assurance (QA) welgekomen zijn. Tijdens je stage in ‘QC/QA’ krijg je meer inzicht in de complexiteit van
de richtlijnen waaraan een productieproces moet voldoen vooraleer het vaccin in een bepaald land verkocht mag worden. Als intern ‘controle orgaan’ sta je naast de productie om ze te helpen voldoen aan de
verplichte normen, het voorzien van de nodige documentatie en het verzorgen van de vereiste testen.
Grondig opgeleid en met 2 jaar relevante werkervaring krijg je na je stage de kans om je verantwoordelijkheden op te nemen in een baan binnen het departement dat het beste aansluit bij jouw achtergrond, persoonlijkheid en interesse. Werken in een dergelijke hoogtechnologische omgeving, is iedere dag opnieuw
de uitdaging aangaan om in teamverband creatief oplossingen te zoeken. Werken in een internationaal
vaccinproducerend bedrijf geeft je de mogelijkheid om wereldwijd mee te werken aan het sparen van
vele kinderlevens door grootschalige vaccinatieprogramma’s in ontwikkelingslanden en jouw bijdrage te
leveren in de strijd tegen nieuwe en bestaande dreigingen zoals HIV, SARS en vogelpest.
pagina 24
Sam Delye
afgestudeerd in 2003
major/minor:
Cel- en genbiotechnologie /
Landbouweconomie
Rue de l’Institut 89
B-1330 RIXENSART
www.gsk-bio.com
De bio-ingenieur op de werkvloer
FILIP DE NAEYER
Diensthoofd
OVAM
Filip De Naeyert
In 1989 studeerde ik af als landbouwkundig ingenieur - optie biotechnologie en volgde nadien een bijkomende opleiding tot ingenieur in de milieusanering (1992).
In het voorjaar 1992 ben ik aangeworven bij de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse
Gewest (OVAM) en werd verantwoordelijk voor de opvolging en beoordeling van bodemonderzoeken
en saneringen op diverse verontreinigde locaties. Sedert de inwerkingtreding van het bodemsaneringsdecreet in 1995 is de personeelsbezetting binnen de OVAM sterk toegenomen en heb ik de dagelijkse
leiding over een team, van op heden een 30-tal medewerkers.
Samen zijn we verantwoordelijk voor de opvolging van de bodemsanering van verontreinigde locaties.
Specifieke taken weggelegd voor dit team van medewerkers zijn onder meer de coördinatie en opvolging van de bodemsanering van verlaten bedrijfsterreinen (Brownfields), evenals het bewerkstelligen van
bodemsanering via fondsvorming.
afgestudeerd in 1989
landbouwkundig ingenieur
optie Biotechnologie
Stationsstraat 110
B-2800 MECHELEN
www.ovam.be
Naast een in hoofdzaak coördinerende en sturende functie rond deze items omvat de jobinhoud eveneens het bijdragen aan het verder ontwikkelen van het beleidskader rond bodemsanering in Vlaanderen.
Overleg en contact met de diverse betrokken actoren, in casu probleembezitters (bedrijven, sectoren,
…), studiebureau’s , aannemers, overheidsinstellingen, e.d. behoort tot het dagdagelijkse werk.
De opleiding tot bio-ingenieur en mijn bijkomende opleiding gaven me de nodige bagage om mijn huidige
fucntie uit te voeren.
pagina 25
De bio-ingenieur op de werkvloer
GEERT DE POORTER
Directeur Directie Transformatie
en Distributie van Voedingsmiddelen
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
Ik ben gestart in 1990 als kwaliteitsverantwoordelijke bij het toenmalige Ministerie van Landbouw in het
Rijksontledingslaboratorium in Antwerpen. Een job bij de overheid lijkt misschien saai maar dat was en
is het zeker niet. De mogelijkheden tot bijscholing en het bijwonen van seminaries in het buitenland zijn
talrijk aanwezig.
Geert De Poorter
In 1999 ben ik op het hoofdbestuur van de Grondstoffeninspectie beginnen werken als coördinator en
bij het uitbreken van de dioxinecrisis kreeg ik de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van binnen- en
buitenlandse laboratoria die tienduizenden analyses dienden uit te voeren op dioxines en PCB’s. Daar
heb ik leren werken onder zware stresserende omstandigheden maar dit had ook een keerzijde: je creeert een formidabel netwerk op professioneel en privé-vlak.
in de Scheikunde,
afgestudeerd in 1989
landbouwkundig ingenieur
optie Industriële Microbiologie
WTC III
Simon Bolivarlaan 30
In 2000 werd ik verantwoordelijke van de Consum- en TSE Gegevensbank om in 2002 door te groeien
tot centraal crisiscoördinator van het nieuw opgerichte Federaal Voedselagentschap. Begin 2003 heb
ik gepostuleerd voor de functie van N-2 (Directeur) in het kader van de Copernicushervorming bij het
Bestuur Controlebeleid.
Ik ben verantwoordelijk voor het uitstippelen van het controlebeleid in de transformatie- en distributiesector van de voedselketen. Dit omvat ca. 70 % van de totale voedselketen. Mijn directie staat in voor
het opmaken van de jaarlijkse controleprogramma’s (gebaseerd op risico-analyse), het creëren van een
transparante wetgeving (op het vlak van procesnormen) zodat de voedingsindustrie in België een stabiel
kader heeft waarin zij kan opereren. In die functie kan je dus grote verantwoordelijkheden koppelen aan
steeds innoverende items.
Als directeur vertegenwoordig ik tevens België op internationaal vlak (Europese Unie, Food Law Enforcement Practioners, Codex Alimentarius, …).
Er zijn zeer frequente contacten met de verschillende beroepsfederaties (Fedis, Fevia, Febetra, …) waarbij er moet onderhandeld worden over de toepassing van nieuwe wetgeving, het invoeren van gidsen
i.v.m. autocontrole, … . Een belangrijke taak is ook het afsluiten van protocollen tussen het FAVV en
andere overheidsinstellingen (Douan, FOD Economie, Gewesten) voor materies die een impact hebben
op het Voedselagentschap (afval, etikettering, …).
Zoals je ziet: als ingenieur kan je bij de overheid een zeer mooie carrière opbouwen die financieel zeker
de vergelijking met de privé-sector kan doorstaan.
pagina 26
20e verdieping
B-1000 BRUSSEL
www.favv-afsca.fgov.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
CONNY DEQUEECKER
R&D/Oil Application Coordinator
ASSOCIATED OIL PACKERS
Nadat ik afgestudeerd was in 1997 als bio-ingenieur in de scheikunde aan de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent, startte ik in de R&D-afdeling van Vandemoortele, intussen
ASSOCIATED OIL PACKERS (aOP) genoemd.
Conny Dequeecker
Als R&D/Oil Application Coordinator ben ik er verantwoordelijk voor het ontwikkelen en verbeteren van
producten en processen en het bijstaan van klanten met hun specifieke vragen binnen aOP Europe.
Nieuwe producten worden ontwikkeld afhankelijk van trends in de markt, vragen van klanten en eigen
onderzoek. Productontwikkeling komt ook soms tot stand om de productieprocessen te optimaliseren
of kosten te reduceren met dezelfde of een beter kwaliteit als resultaat.
Het kan gaan over nieuwe types van olie, nieuwe combinaties van olie, nieuwe additieven, nieuwe verpakkingsmaterialen, …
bio-ingenieur in de Scheikunde
afgestudeerd in 1997
Albertlaan 12
B-8870 IZEGEM
www.oilpackers.com
Verder ben ik verantwoordelijk voor alles wat met klantspecificaties te maken heeft: de klant moet voor
zijn product voorzien worden met de juiste technische specificaties. Bovendien organiseer en coördineer
ik klantenaudits.
Een ander belangrijk aspect van de job is de technische ondersteuning van klanten bij het vinden van de
juiste producten voor hun toepassing, de klant informeren over de belangrijkste technische kwaliteiten
van onze producten en hem adviseren bij het verbeteren van zijn productieprocessen.
Een laatste luik van mijn functie bestaat erin de Belgische en Europese wetgeving met betrekking tot
onze producten op te volgen en hun impact na te gaan en indien nodig corrigerende maatregelen te
nemen.
pagina 27
De bio-ingenieur op de werkvloer
ANNY DE SMEDT
R&D-Quality manager
Imperial Meat Products nv
Afgestudeerd in juni1985, als toenmalig ingenieur in de scheikunde en de landbouwindustrieën, ben ik
aan de landbouwfaculteit blijven werken op verschillende projecten. In november 1987 ben ik gestart bij
Imperial Meat Products, dat toen nog een familiebedrijf was. Mijn eerste functie was eerder een productiefunctie nl . Logistiek Manager . In deze functie heb ik als jong afgestudeerde heel wat bedrijfservaring
opgedaan. In 1990 heb ik dan de overstap gemaakt naar de R&D-QA afdeling van het bedrijf. Inmiddels
is het bedrijf totaal van uitzicht veranderd. Het werd ondertussen overgenomen door een Amerikaanse
Multinational, en door verdere acquisities werden nog een aantal bedrijven toegevoegd aan de groep.
Mijn huidige functie is R&D-QA manager (Research and Development-Quality Assurance manager) voor
Imperial Meat Products nv. Het bedrijf telt vijf vestigingen in België (Imperial, Cornby, Dacor, Amando
en Champlon) en maakt international gezien dus deel uit van de Sara Lee Foods Company. Mijn functie
is eerder vooral een coördinerende functie, er zijn een twintigtal medewerkers in mijn dienst. Een aantal
medewerkers werken in het centrale labo, waar de analyses voor de vijf vestigingen worden uitgevoerd.
Het labo voert jaarlijks zo’n tachtigduizend analyses uit; deze analyses zijn zowel microbiologische en
chemische analyses als hygiëne controles. De andere medewerkers bevinden zich in de kwaliteitsdienst
van de verschillende bedrijven, het zijn de kwaliteitsverantwoordelijken per bedrijf. Zij verzorgen het kwaliteit- en R&D aspect in de individuele bedrijven. Verder zetel ik ook in tal van overlegvergaderingen
en wederzijdse informatie-uitwisselingen tussen R&D en de andere departementen in het bedrijf. Ook
zetel ik in tal van representatieve organisaties zoals Fenavian, Fevia en Clitravi en is er heel wat samenwerking met externe onderzoekscentra op nationaal en internationaal vlak, op gebied van technologie,
food safety, wetgeving en kwaliteit. Voor wat food safety betreft vertegenwoordig ik Imperial in de Sara
Lee’Center of Excellence for Quality and Food Safety’. Dit is een Sara Lee overlegorgaan waar de SL
normen voor food safety worden vastgelegd. Verder voer ik ook een aantal food safety audits uit in de
verschillende Sara Lee vestigingen in Europa. Wat de functie natuurlijk een internationaal tintje geeft. Dus,
alles bij elkaar genomen, heb ik het geluk, dank zij mijn veelzijdige opleiding een uiterst boeiende job te
kunnen uitvoeren.
pagina 28
Anny De Smedt
afgestudeerd in 1985
ingenieur voor scheikunde en
lanbouwindustrieën
Grote Baan 200
B-9920 LOVENDEGEM
www.imperial.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
THOMAS DE VIS
Planning Manager Klinische Bevoorrading
Janssen Pharmaceutica
Janssen Pharmaceutica, gevestigd in België, werd in 1953 opgericht door een jonge dokter, Dr. Paul
Janssen. Anders dan bij de meeste farmaceutische bedrijven werd dit bedrijf niet opgericht als een filiaal
van een chemische fabriek, maar enkel met de bedoeling om farmacologisch onderzoek te verrichten en
door de voortdurende ontwikkeling van betere geneesmiddelen de levenskwaliteit te verbeteren. In 1961
sloot Janssen Pharmaceutica zich aan bij de Johnson & Johnson-groep van bedrijven. Met meer dan 80
geneesmiddelen op zijn naam is Janssen één van de meest vernieuwende farmaceutische bedrijven ter
wereld en zijn producten hebben belangrijke toepassingen gevonden in de humane geneeskunde. Alleen
al in België heeft het bedrijf meer dan 4000 medewerkers.
Thomas De Vis
Als een nieuw geneesmiddel veilig wordt bevonden, kan het onderzoek naar zijn effect bij patiënten en
doeltreffendheid beginnen. Deze testen gebeuren achtereenvolgens bij gezonde vrijwilligers, bij kleine
groepen patiënten en bij grote groepen patiënten. Na de succesvolle beëindiging van deze fasen wordt
een registratiedossier ingediend en kan het product op de markt gebracht worden.
Turnhoutseweg 30,
afgestudeerd in 1999
major/minor:
Waterconservering / Bodemconservering
B-2340 BEERSE
www.janssenpharmaceutica.be
Ik werk in de afdeling klinische bevoorrading, een globale service-organisatie van Johnson & Johnson
waar de testmedicatie voor het klinisch onderzoek verpakt en verdeeld wordt. Als Planning Manager
Klinische Bevoorrading ben ik verantwoordelijk voor de capaciteitsplanning van 3 sites in België, Zwitserland en de VS in samenwerking met de detailplanners van deze sites. Ook bepaal ik of we bepaalde
producties buiten onze 3 eigen sites alloceren en volg ik deze op in samenwerking met een team van 2
Belgen en 2 Amerikanen. Daarnaast volg ik de ‘on time delivery’ op en ga ik de accuraatheid van onze
planning na. Naast dit operationeel werk ben ik ook betrokken bij een aantal projecten.
Wat mij in deze snel veranderde complexe omgeving vooral van pas komt uit de opleiding tot bio-ingenieur is naast de wetenschappelijke achtergrond ook de manier van redeneren en het leren aanpakken
van bepaalde zaken. Ook de multiculturele sfeer van de opleiding is een troef in deze zeer internationale
omgeving. En last but not least, tijdens de studies bio-ingenieur zijn er talrijke mogelijkheden om sociale
en management ervaringen te verwerven.
pagina 29
De bio-ingenieur op de werkvloer
KRISTIEN DE WAELE
Quality, Environmental & Ethical Manager
Bonita Europe
Leon Van Parys is een dochterbedrijf van de Ecuadoriaanse firma Exportadora Bananera Noboa, gespecialiseerd in de export van exotisch fruit. Wereldwijd is onze firma de 4e grootste exporteur van de
dessertbanaan onder de merknaam ‘Bonita’; daarnaast importeren we in Europa ook ananas, mango,
yuca en een aantal minder gekende bananenvariëteiten zoals de babybanaan, de bakbanaan en de rode
banaan. In Europa is het hoofdkantoor gevestigd in Antwerpen, een logische keuze aangezien hier de
grootste haven van fruit en groenten is gehuisvest. Van hieruit vertrekt het fruit naar klanten, gaande van
Finland tot Spanje.
Als Quality Manager Northern Europe spreekt het voor zich dat mijn hoofddoel erin bestaat onze klanten
een kwalitatief hoogstaand product te leveren. Bij de wekelijkse aankomsten wordt er telkens een strenge kwaliteitscontrole uitgevoerd, dewelke ik superviseer en analyseer. Het maken van ‘werkjes’ tijdens
mijn opleiding komt mij hier dikwijls van pas, aangezien ik naar ons team in Ecuador rapporteer met het
doel de nodige aanpassingen te doen. Dit deel van mijn job gaat ook gepaard met dagelijkse ‘problem
solving’, zowel aan de haven als bij de klanten, het laatste gaat dan voornamelijk over het behandelen
van klachten. Mijn functie houdt verder ook het analyseren en opvolgen van experimenten in, dit kan
gaan van een nieuw soort design tot staalname voor residu-analyse.
Verder draag ik het laatste jaar steeds meer de hoed van ‘Environmental and Ethical Manager’. Door de
groeiende vraag van de consument naar sociaal en ethisch verantwoorde producten, wordt er in ons
bedrijf ook steeds meer aandacht aan besteed. Zo zijn er diverse projecten rond GAP (Good Agricultural
Practices) en minimaal gebruik van pesticiden, is onze firma in Ecuador actief in het BSF (Banana Social
Forum) dat ijvert voor het verbannen van kinderarbeid en hebben verschillende van onze leveranciers het
certificaat EurepGAP behaald.
Noem mij maar gerust een bananenfreak. Hoewel mijn collectie bananenattributen beperkt blijft, ben ik er
ook zo eentje die opstaat en gaat slapen met een banaan (een ananas en een mango) in het achterhoofd.
Ik geloof niet in liefde op het eerste gezicht, maar sinds een cursus ‘Tropische Plantenteelt’ heb ik daar
stilaan mijn twijfels over …
pagina 30
Kristien De Waele,
afgestudeerd in 2000
major/minor:
Bosbouw en Natuurbeheer /
Tropische Landbouw
Zeevaartstraat 2
B-2000 ANTWERPEN
www.bonita.com
De bio-ingenieur op de werkvloer
MARISA DI MARCANTONIO
Monitoring officer
BMM (Beheer van het mariene milieu)
De beheerseenheid van het mathematische model van de Noordzee en het Schelde-esturarium, kortweg
BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor natuurwetenschappen (KBIN), een
federale wetenschappelijke instelling die valt onder het federaal wetenschapsbeleid (vroeger bekend
onder de naam DWTC.
Marisa Di Marcantonio
afgestudeerd in 1995
bio-ingenieur
De BMM werkt volgens een MMM-strategie: modelering, monitoring en management.
De BMM bestudeert de ecosystemen van de Noordzee d.m.v. mathematische modelleringtechnieken,
bedoelt om een beter inzicht te verwerven in die ecosystemen en om voorspellingen te kunnen maken.
Ze verzamelt gegevens die noodzakelijk zijn om de toestand van het mariene milieu te evalueren om de
mathematische modellen te valideren en aan te passen. De BMM vertegenwoordigt België in diverse
intergouvernementele conventies die handelen over het beschermen van het mariene milieu.
Verder werkt de BMM de Belgische standpunten uit die verdedigd moeten worden, alsook de toepassing van de genomen beslissingen
in de Milieuwetenschappen
Gulledelle 100
B-1200 BRUSSEL
www.mumm.ac.be
De BMM staat voor een team van een 50-tal mensen, dat er alles aan doen om de kennis van de Noordzee te verbeteren en om wetenschappelijke mariene diensten aan te bieden.
Momenteel coördineer ik dossiers van projecten op zee. Het hoofdaandeel daarvan zijn milieueffectenbeoordelingen. Hierbij wordt veel tijd besteed aan het geplande offshore windmolenpark en de bijhorende
monitoring van het mariene milieu. Ook kust/zee interacties worden opgevolgd zoals bvb. de geplande
uitbreiding van de haven van Oostende. Samenwerking gebeurt voornamelijk met de bevoegde federale
kabinetten, Vlaamse overheid en de projectontwikkelaars.
Het meer praktische werk bestaat erin om geregeld uit te varen met de RIB (Rigid Inflatable Boat) van
de BMM voor marien toezicht, waarbij ook geregeld apparatuur getest wordt of stalen genomen. Een of
twee weken per jaar scheep ik in op het oceanologische onderzoekschip de Belgica voor deelname aan
verschillende wetenschappelijke campagnes.
Op maandbasis ben ik 3 à 4 werkdagen bezig met het luchttoezicht van de Noordzee. Aan boord van
een klein vliegtuig bedien ik de apparatuur (IR, UV, radar) op zoek naar al dan niet illegale olielozingen
en andere verontreiniging van de zee. Controle van de visserij en zand- en grindwinning wordt eveneens
uitgevoerd.
Jaarlijks worden er verschillende nationale en internationale oefeningen op zee georganiseerd met o.a.
de Marine, de Scheepvaartpolitie, andere buitenlandse wetenschappelijke instellingen en overheidsadministraties waarbij ik reeds verschillende malen instond voor de logistiek en coördinatie van de oefeningen.
pagina 31
De bio-ingenieur op de werkvloer
MYRIAM DUMORTIER
Coördinator Natuurrapport
Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
Het decreet op het natuurbehoud (1997) legt aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek op om
tweejaarlijks te rapporteren over de toestand van de natuur in Vlaanderen en het beleid terzake. Het rapport vormt een wetenschappelijke ondersteuning voor de overheid. Het wordt opgemaakt door een permanent multidisciplinair team van 7 wetenschappers (cel Natuurrapport), met de tijdelijke medewerking
van meer dan 300 externen per rapport. Er wordt gebruik gemaakt van gegevens van een groot aantal
wetenschappelijke instellingen, administraties, openbare instellingen en particuliere organisaties en uit de
internationale literatuur. Het werk aan het natuurrapport houdt in:
- overleg met de overheid over de kennisnoden;
- overleg met andere rapporteringen in binnen- en buitenland in functie van afstemming en ruimere
bruikbaarheid van de resultaten;
- sturing van gegevensverzameling en wetenschappelijk onderzoek;
- kwaliteitscontrole, integratie en verwerking van gegevens;
- interpretatie van de resultaten en aanbevelingen naar het beleid;
- opmaak van teksten in overleg met en na review door talrijke betrokkenen;
- communicatie over de vaststellingen in het rapport met de overheid, belangengroepen en sectoren,
de wetenschap en de media.
Materie die in het rapport aan bod komt is de toestand van de biodiversiteit en van ecosystemen, de oorzaken
van verandering, functies van ecosystemen, de voortgang, efficiëntie en effectiviteit van beleidsinspanningen en
maatschappelijke aspecten. Tot nu toe verschenen 4 rapporten (1999, 2001, 2003 en 2005). Ze zijn beschikbaar op www.nara.be. Cijfermateriaal kan worden opgezocht op www.natuurindicatoren.be.
De cel Natuurrapport is een subentiteit binnen het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Dit nieuwe instituut
is in 2006 onstaan door de fusie van het voormalige Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer en het Instituut voor
Natuurbehoud. Met zijn 250 medewerkers heeft het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek als voornaamste
taakstelling wetenschappelijk onderzoek te verrichten ten behoeve van de vlaamse overheid.
Na mijn afstuderen in 1985 verrichtte ik onderzoek rond natuurbeheer in graslanden aan het Laboratorium voor Plantecologie (UGent, Bio-ingenieurswetenschappen), hetgeen in 1990 tot een doctoraat leidde.
Vervolgens koos ik voor ontwikkelingssamenwerking in Nepal (3 jaar community forestry specialist, via
Voluntary Services Overseas, UK) en Sri Lanka (2 jaar agronomist, via Grondmij Belgroma en de Europese
Commissie). Vanaf 1996 voerde ik diverse kortlopende opdrachten uit rond milieuzorg in Tunesië (Grondmij
Belgroma) en rond planning van bosuitbreiding en natuurontwikkeling (Intercommunale Leiedal, Vereniging
voor Bos in Vlaanderen en het Laboratorium voor Plantkunde (UGent, Wetenschappen)) om in 1998 opnieuw aan wetenschappelijk onderzoek te gaan doen, nu rond biodiversiteit in bossen aan het Laboratorium voor Bosbouw (UGent, Bio-ingenieurswetenschappen). In 2000 stapte ik over naar het Instituut voor
Natuurbehoud als wetenschappelijk medewerker aan het Natuurrapport en in 2002 nam ik de coördinatie
van het rapport (en de cel Natuurrapport) op mij.
pagina 32
Myriam Dumortier
afgestudeerd in 1985
landbouwkundig ingenieur
optie Waters en Bossen
Kliniekstraat 25
B-1070 BRUSSEL
www.inbo.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
LIEVE FIVEZ
Schoolbegeleider
Vlaams verbond voor katholiek secundair onderwijs
(VVKSO)
Ik werk in deze functie sinds december 2000. Mijn loopbaan is begonnen in een tijd van grotere werkloosheid (en dus veel nepstatuten) en is gegaan via de privé, het ministerie van landbouw (tijdelijke opdracht), 12 jaar leerkracht in een land- en tuinbouwschool, 6 jaar tijdelijke directie in deze school, 2 jaar
adjunct-directie in een ASO school, om maar te zeggen: een leven lang leren én nog steeds boeiend.
Lieve Fivez
afgestudeerd in 1978
major/minor:
Mijn opdracht omschrijven is niet eenvoudig omdat ze heel veelzijdig is en regelmatig bijgestuurd
wordt.
Ik werk voor de begeleidingsdienst binnen het katholiek secundair onderwijs, met als regio Oost Vlaanderen (bisdom Gent).
In mijn huidige functie heb ik anderhalf jaar uitsluitend beleidsmatig gewerkt met groepen van scholen,
vooral directies (de schoolgemeenschap en hun schoolbesturen. Scholengemeenschap-pen waren een
nieuw gegeven en om deze groepen te ondersteunen en het leren samenwerken te stimuleren, kregen zij
van het departement onderwijs externe begeleiders. De job hield 2 zaken in: kennis van de onderwijswereld en de wetgeving én kennis van mensen. Intussen is daar een groot stuk weg afgelegd en werd mijn
taak nog een klein stukje beleidsmatig en een groter deel pedagogisch (steeds met groepen mensen).
Fytotechnie
Marialand 31
B-9000 GENT
www.vvkso.be
Enkele concrete voorbeelden: een school wil werk maken van anders leren en anders evalueren. Al dan
niet samen met vakcollegae proberen wij scholen te ondersteunen. Veranderingen doorvoeren is immers
niet zo evident en zij vragen tijd.
Een ander concreet voorbeeld: in een schoolgemeenschap wil men de samenwerking van basis en
secundair onderwijs opstarten, men vraagt onze hulp (1 persoon uit de begeleiding). Wat die hulp dan
inhoudt, hangt af van wat de scholen zelf kunnen en willen. Onze ondersteuning kan dus van heel minimaal gaan tot heel betrokken, kan van korte of lange duur zijn. Het is wel voortdurend schipperen met tijd
en het kunnen en durven stellen van prioriteiten. We brengen ook mensen samen met een min of meer
dezelfde taak die een vorming krijgen (op hun vraag).
Als dienst werken wij samen met hogescholen, CLB-centra, nascholingsdiensten, departement onderwijs, …
pagina 33
De bio-ingenieur op de werkvloer
WOUTER GHYOOT
European Manager
Environmental and Health Science,
Europian Nickel Industry Association - Umicore
Na het afstuderen als ir. in de scheikunde en landbouwindustrieën, het afwerken van een post-graduaat
milieusanering en een half jaar stage in een onderzoeksinstituut te Noorwegen behaalde ik in 1998 een
doctoraat in de milieutechnologie aan het Laboratorium voor Microbiële Ecologie van prof. dr. ir. W. Verstraete. Van 1998 tot 2000 werkte ik als projectleider milieutechnologie aan de Vito te Mol op het gebied
van waterzuivering en membraanfiltratie.
Wouter Ghyoot
afgestudeerd in 1992
landbouwkundig ingenieur in de
Scheikunde, optie Industriële
Daarna stapte ik over naar Umicore waar ik van 2000 tot 2004 werkzaam was als projectleider milieutechnologie op de onderzoeksafdeling. Ik was er verantwoordelijk voor labo- en pilootproeven op het
gebied van waterzuivering, bodemsanering en stabilisatie van afvalstoffen.
Microbiologie en Biochemie
Sinds 2004 ben ik gedetacheerd naar de vertegenwoordiging van de Europese Nikkelindustrie te Brussel
waar ik verantwoordelijk ben voor technisch-wetenschappelijke aspecten in verband met nikkel, milieu
en gezondheid. Mijn werk houdt in dat ik projecten uitvoer die nikkelproducenten en nikkelgebruikers
toelaten om adequate oplossingen te bieden voor uitdagingen die zich stellen omtrent milieu- en gezondheidsaspecten bij productie en gebruik van nikkel en nikkelcomponenten. We volgen eveneens
de ontwikkelingen op in Europese en nationale wetgeving, waarbij ik de technisch-wetenschappelijke
bijdragen lever om industriestandpunten te ondersteunen.
B-1000 BRUSSEL
In deze functie maak ik dagelijks gebruik van aspecten die komen uit zowel de milieutechnologie, productietechnologie, ecotoxicologie als humane toxicologie. Mijn studies en werkervaring zijn belangrijk
geweest om deze functie te kunnen uitoefenen. Niettemin blijft regelmatige bijscholing nodig zowel via
zelfstudie als via opleidingen.
Dankzij het internationale karakter van de nikkelindustrie kan ik regelmatig reizen en bouwde ik een internationaal netwerk uit binnen de metaalindustrie. Het is een boeiende internationale job, bestaande uit een
combinatie van wetenschap en technologie en binnen een snel evoluerende regulatorische context.
pagina 34
Broekstraat 31
www.umicore.com
De bio-ingenieur op de werkvloer
SOFIE HEIRMAN
Stafmedewerker milieu en natuurbeleid
WES vzw, Brugge
Momenteel ben ik 2,5 jaar aan de slag bij het studiebureau WES vzw. Ik werk er op de afdeling milieu en
natuurbeleid. Deze afdeling houdt zich hoofdzakelijk bezig met beleidsondersteunend onderzoek op het
vlak van integraal waterbeheer, natuur en milieu. Concreet zijn we momenteel bezig met diverse waterhuishoudingsplannen, milieueffectrapporten, milieubeheerplannen en andere studies.
Sofie Heirman
afgestudeerd in 2002
bio-ingenieur
Mijn rol hierin is enerzijds inhoudelijke ondersteuning en invulling op het vlak van bodem- en wateraspecten. Door mijn opleiding (optie bodem- en waterbeheer) heb ik hiervoor immers de geschikte inhoudelijke
kennis. Dit betekent dat ik insta voor de disciplines bodem, grondwater en oppervlaktewater bij een
aantal milieueffectenrapporten en dat ik bij andere studies mijn collega’s bijsta op het vlak van bodemen wateraspecten. Dit laatste gaat van de karakterisering van bodem/geologie/hydrogeologie/hydrologie
binnen een bepaald studiegebied tot ‘deskundig’ advies met betrekking tot specifieke bodem- of watergerelateerde problemen. Ik ben dan ook verantwoordelijk voor het opvolgen van deze vakdomeinen.
in Land-en Bosbeheer optie
Anderzijds sta ik in voor de coördinatie, en deels de opmaak en uitwerking, van een aantal waterhuishoudingsplannen voor de West-Vlaamse Polders. Waterhuishoudingsplannen zijn waterbeheerplannen
op maat van een Polder of Watering. De opmaak ervan vraagt een goede basiskennis van het watersysteem, met specifieke aandacht voor het typische polderwatersysteem. Daarnaast is er heel wat overleg
nodig met de betrokken partijen. Ik organiseer dit overleg en tracht dit in goede banen te leiden. Hierbij
kom ik vaak in contact met ambtenaren van de diverse overheidsinstellingen (AMINAL, VLM, VMM,…)
en met vertegenwoordigers van belangenorganisaties (landbouworganisaties, natuurvereningen). Het
uiteindelijke waterhuishoudingsplan moet uitgeschreven worden in een vlot leesbare tekst, dus er komt
ook nog heel wat redactiewerk aan te pas.
www.wes.be
Bodem- en Waterbeheer
Baron Ruzettelaan 33
B-8310 ASSEBROEK-BRUGGE
Naast bovenstaande zaken, ben ik ook GIS-verantwoordelijke binnen WES. Dit houdt in dat ik de evoluties in het ‘GIS-wereldje’ opvolg en deze waar mogelijk en nuttig ‘binnenbreng’ en implementeer in WES
zodat bij de diverse studies het kaartmateriaal aan de hand van GIS optimaal benut wordt. Het tekenbureau zorgt voor de opmaak van de kaarten en op het vlak van software wordt ik ondersteund door de
informaticus zodat ik me kan concentreren op het echte GIS-werk.
Samengevat is mijn functie bij WES dus zeer gevarieerd: coördinatie, redactie, overleg, inhoudelijke
opvolging en uitwerking op het vlak van bodem en water, GIS,…
pagina 35
De bio-ingenieur op de werkvloer
REGINE KEYMEULEN
Diensthoofd industriële hygiëne en milieu
LANXESS Rubber NV
Na ongeveer acht jaar als wetenschappelijk navorser aan de Vakgroep Organische Chemie van de FBW
te Gent (periode waarin ik ook een doctoraat behaalde), stapte ik over naar de industrie. Ik werkte
gedurende ruim vijf jaar op de milieuafdeling van een staalproducerend bedrijf en ben nu werkzaam bij
Lanxess Rubber NV. Lanxess Rubber NV behoort tot de chemische industrie waar butylrubber wordt
geproduceerd. Butylrubber wordt o.m. gebruikt voor de productie van banden voor voertuigen.
Momenteel ben ik diensthoofd industriële hygiëne en milieu en tevens milieucoördinator. Mijn dienst
maakt deel uit van de afdeling HEQ (gezondheid - milieu – kwaliteit) en is bemand door drie personen
(twee medewerkers en ikzelf).
Voor wat industriële hygiëne betreft, sta ik in voor het verstrekken van informatie, de opvolging en bescherming van de medewerkers op het gebied van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Hiervoor werk
ik ook samen met de preventie- en beschermingadviseur en de arbeidsgeneesheer.
Als milieucoördinator zorg ik ervoor dat het bedrijf aan alle milieuverplichtingen voldoet. Ik volg de huidige
en toekomstige milieuregelgeving op en voer milieu-audits en controles uit in het bedrijf. Ik sta eveneens
in voor de contacten met de milieuoverheden en voor de diverse milieuonderzoeken en -rapporteringen.
Daarnaast verleen ik ondersteuning, maak ik deel uit van het projectteam of ben projectleider van milieurelevante investeringsprojecten. Aangezien dergelijke projecten steeds door een team van mensen
worden uitgevoerd, werk ik nauw samen met de project-, productie- en onderhoudsingenieurs.
Uit deze korte samenvatting kunt u opmaken dat mijn job zeer afwisselend is en ook zeer boeiend. De
opleiding tot bio-ingenieur heeft me de nodige basis gegeven om mijn huidige functie uit te voeren.
pagina 36
Regine Keymeulen
afgestudeerd in 1989
landbouwkundig ingenieur
optie Waters en Bossen
www.lanxess-europe.com
De bio-ingenieur op de werkvloer
STEVE KOLL
Supply Chain Consultant
OM Partners
OM Partners ontwikkelt software voor korte- en lange termijn supply chain planning. De taak van de
consultant hierin is het aanpassen van de software aan de specifieke behoeften van de klant.
De verschillende softwaremodules werken met een standaard datamodel. Een eerste verantwoordelijkheid is de vertaling van de data van de klant naar het standaardmodel. Vervolgens wordt met de klant
besproken welke functionaliteiten aan de software zouden moeten toegevoegd worden (bvb. de integratie met hun ERP-systeem, SAP e.d.) en wordt raad gegeven over hoe de supply chain het beste gepland
zou moeten worden. Ten slotte kan het luik rapportering ook gecustomiseerd worden.
De consultants van OM Partners werken hiervoor in teams, elk met hun eigen specialisatie, afhankelijk
van de sector van de klant. Zo is er een team voor de papiersector, de flow-shop klanten (vb. metaalindustrie) en de semi-process industrie (chemie, farmacie, voeding…). Ik maak deel uit van het semiprocess team.
Steve Koll
afgestudeerd in 2000
bio-ingenieur
in Cel- en Genbiotechnologie
Koralenhoeve 22
B-2160 WOMMELGEM
www.ompartners.com
Beginnende consultants krijgen taken toegewezen binnen een project en krijgen na verloop van tijd meer
verantwoordelijkheden. Dit varieert van verbindingspersoon te zijn tussen de klant en de firma bij een rollout (opvangen van problemen, opvolging ervan, taken doorspelen naar collega’s) tot algemeen project
management. De hiërarchie bij OM Partners is echter zeer vlak, de collegialiteit groot.
Naast het typische consultancy werk wordt ook tijd besteed aan het geven van demonstraties aan prospecten, firmavoorstellingen op job- en vakbeurzen.
Klanten in de semi-process sector zijn ondermeer: BASF (verschillende sites in België en Duitsland),
Danone, Kraft Foods, L’Oréal, Procter&Gamble, ExxonMobil, …
Vóór OM Partners was ik iets meer dan 2 jaar werkzaam bij Schering België als Internet Content Manager, en daarvoor heb ik 2,5 jaar gewerkt aan een doctoraat aan de UGent, weliswaar zonder dit te
voleindigen.
Bij het drukken van deze brochure hebben we vernomen dat Steve Koll zopas een nieuwe uitdaging
aangenomen heeft als Web Traffic Coördinator bij ThomasCook in Zwijnaerde.
pagina 37
De bio-ingenieur op de werkvloer
MARC KWANTEN
Afdelingshoofd Organische Analyses
Lisec NV
Het Lisec (Limburgs Studiecentrum voor Ecologie en Bosbouw) werd in 1948 opgericht door K.U.Leuven
en de Provincie Limburg. Het onderzoek omvatte een zo efficiënt mogelijk gebruik van de magere NoordLimburgse zandgronden voor bosbouw en dit voor toepassingen in de mijnindustrie zoals het stutten
van mijngangen. Vanaf de jaren ‘70 nam het leefmilieu meer en meer in belang toe en daarom werd een
afdeling milieu-advies en -analyse opgericht. Deze afdeling kende de laatste jaren een sterke groei. Sinds
2002 is Lisec een volledig zelfstandig privé-bedrijf met meer dan 100 medewerkers in haar hoofdzetel
in Genk en kantoren in Antwerpen en Frankrijk. Het activiteitendomein van Lisec strekt zich uit over een
brede waaier van milieugerelateerde dienstverleningen. Lisec heeft in Genk een eigen analytisch laboratorium waar zowel organische en anorganische analyses als ecotoxiciteitstesten uitgevoerd worden.
Onze klanten zijn zowel industriële bedrijven en KMO’s (wettelijke controle afvalwater, klantspecifieke
analyses) als overheidsdiensten (OVAM, Aminal, VMM voor controle van waterkwaliteit van de waterlopen), gemeentebesturen, architecten en bouwfirma’s (verontreinigingsanalyse van weggevoerde bouwgrond) en studiebureaus (saneringen).
Na mijn studies startte ik een doctoraatsonderzoek aan de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen. Dit
was een extra troef omdat ik gedurende die 4 jaren een ruime analytische ervaring kon opbouwen rond
de analyse en karakterisatie van organische componenten.
Binnen Lisec ben ik als afdelingshoofd organische analyses verantwoordelijk voor de planning en coordinatie van organische analyseopdrachten: ik sta in voor het op een correcte wijze uitvoeren en het
respecteren van de termijnen van de door de klant gevraagde analyses. Het staalaanbod kan van week
tot week, en zelfs van dag tot dag sterk variëren, dus de planning vraagt dagelijks bijsturing.
Hiernaast organiseer ik de opleiding van de medewerkers van het organisch labo, zowel intern als extern.
Om tegemoet te komen aan de verscheidenheid van het dagdagelijks staalaanbod is goed opgeleid en
flexibel inzetbaar personeel immers onmisbaar.
Voor een erkend en geaccrediteerd laboratorium is het van essentieel belang dat de analyses en bijhorende handelingen strikt uitgevoerd worden volgens het ISO 17025 kwaliteitssysteem. Samen met de
QA-verantwoordelijke is hier een belangrijke taak weggelegd. Door volgens dit systeem te werken kan
de klant op betrouwbare en kwaliteitsvolle analyseresultaten rekenen.
Een modern analytisch laboratorium kan niet stil blijven staan en moet meegaan met en op de hoogte
blijven van de tendensen en evoluties op de markt. Marktprospectie aangaande analytische apparatuur
en het implementeren van nieuwe technieken op de werkvloer zijn dan ook een belangrijk onderdeel
van mijn takenpakket. Vooraleer deze apparatuur operationeel ingezet kan worden moet ze uitvoerig
gevalideerd worden om wetenschappelijk betrouwbare resultaten te garanderen. Het formuleren van de
analytische vereisten, het coördineren en opvolgen van deze validatieprojecten zijn dan ook van groot
belang voor de toekomst.
pagina 38
Marc Kwanten
afgestudeerd in 1999
major/minor:
Interfasechemie/ Milieu (water)
Craenevenne 140
B-3600 GENK
www.lisec.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
ROBERT LEJEUNE
Patent Examiner
European Patent Officer (EPO)
De Europese Octrooiorganisatie onstond in 1973 op basis van de Europese Octrooiconventie. De conventie werd van kracht voor België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en het
Verenigd Koninkrijk in 1977. In 2005 telde de Europese Octrooiorganisatie 31 lidstaten en werden door
het Europese Octrooibureau (European Patent Office, EPO) bijna 200.000 octrooiaanvragen ontvangen.
Het EPO heeft twee hoofdvestigingen, in Munchen en in Rijswijk, en telt ruim 6300 werknemers waarvan
ongeveer 3500 patent examiners, afkomstig uit de 31 lidstaten van de Europese Octrooiorganisatie.
De taak van het EPO is vastgelegd in de Europese Octrooiconventie. Deze conventie is de wettelijke
basis om met één octrooiaanvraag (een “Europese Octrooiaanvraag”) een geldig octrooi in alle lidstaten
te bekomen.
Een octrooi moet aan drie eisen voldoen: de uitvinding waarvoor een octrooi wordt aangevraagd moet
nieuw, inventief en industriëel toepasbaar zijn.
Robert Lejeune
afgestudeerd in 1992
ingenieur voor scheikunde en
landbouwindustrieën
Doctor in de
Toegepaste Biologische
Wetenschappen in 1996
Postbus 5818
Het werk van een patent examiner bestaat in hoofdzaak in het behandelen van octrooiaanvragen en dus
in het beoordelen van nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid. Dit gebeurt in twee fasen:
NL-2280 HV RIJSWIJK
De eerste fase, na het indienen van een aanvraag is het vooronderzoek. Het vooronderzoek bestaat uit
het opzoeken van documenten die nuttig zijn voor het beoordelen van nieuwheid en inventiviteit. Alle publiek beschikbare documenten moeten gezocht worden: andere octrooiaanvragen, wetenschappelijke
literatuur, internetpublicaties, presentaties op congressen, gegevensbanken met DNA- et aminozuursequenties, etc.
www.epo.org
De tweede fase bestaat uit een briefwisseling tussen de patent examiner en de octrooiaanvrager (doorgaans is deze vertegenwoordigd door een octrooigemachtigde). Tijdens deze briefwisseling worden
door de patent examiner de tekortkomingen van de octrooiaanvraag met betrekking tot nieuwheid,
inventiviteit, industriële toepasbaarheid (en nog enkele in het Europese Octrooiconventie vastgelegde
eisen) uitgelegd. De octrooiaanvrager tracht door wijzigingen in de aanvraag en argumentatie de patent
examiner te overtuigen dat zijn aanvraag aan alle wettelijke eisen voldoet. Wanneer de aanvrager en patent examiner het eens zijn, wordt het octrooi verleend en wordt het van kracht in de lidstaten waarvoor
de aanvraag ingediend werd.
Als bio-ingenieur kan je in een brede waaier van technische domeinen werkzaam zijn. De voornaamste
domeinen zijn fermentaties, voedingstechnologie, enzymen en eiwitten, diagnostische en medische
methodes en pharmaceutische toepassingen.
pagina 39
De bio-ingenieur op de werkvloer
MARIE-HÉLÈNE (MILEEN) MALBRAIN
Leerkracht fysica en laboverantwoordelijke
Sancta Maria-instituut
Voor velen lijkt het overduidelijk wat een leerkracht doet: lessen voorbereiden, lesgeven, toetsen en taken
verbeteren en vakantie nemen. Toch wil ik graag mijn taken eens op een rijtje zetten: nuttig voor mezelf
en wie weet leerrijk en verrassend voor anderen.
Marie-Hélène (Mileen) Malbrain
Inderdaad draait alles om de eigenlijke lesopdracht (22/21/20 lesuren in de week voor een voltijdse job in
de eerste/ tweede/derde graad van het secundair). Aangezien de leerplannen regelmatig wijzigen blijven
voorbereidingen toch wel een must, al gaat dit zeker vlotter met de jaren. De uren wetenschappen zijn
meer dan ooit verspreid over een groot aantal klassen vermits er nu door de onderwijsvernieuwingen
slechts maximum twee lesuren per week en per klas van een wetenschapsvak kunnen gegeven worden.
Al ons protest ten spijt moeten ook de leerlingen die echt – met volle overgave! – kiezen voor wiskunde
en/of wetenschappen het met veel minder uren doen. Vele scholen blijven toch zoveel mogelijk het oude
pakket aanbieden in de zogenaamde vrije ruimte (3 - 4 uren door de school in te vullen en waarbij vernieuwde onderwijsvormen aangewend moeten worden). Maar of de overgang naar vooral de ingenieursrichtingen even vlot zal gebeuren, zullen we maar te weten komen bij de resultaten van het academiejaar
2006-2007.
major/minor:
Om al deze groepen gemotiveerd aan het werk te krijgen, is een voortdurende opvolging (al dan niet met
evaluatie) via lesopdrachtjes en huistaken wel aan te raden: liefde voor het vak verkrijg je als je engagement vraagt en er zelf ook geeft.
Verder zijn er nog bijkomende taken: wachturen ter vervanging van zieke collega’s, titularisschap en
opvang van je leerlingen, remediëring, onderhoud van het laboratorium, stagiairs opleiden, werkgroepen
omtrent leermoeilijkheden/ gedragsproblemen/ thuisproblemen, klassenraden, directieraden, vakvergaderingen, projectvergaderingen, vakbijscholingen, didactische bijscholingen, aangepaste trainingen
(omgaan met agressie, ...) internationale workshops, ...
Men zegt dat het onderwijs een vlakke loopbaan geeft maar de verscheidenheid aan taken en de vrijheid
om je eigen stijl te ontwikkelen zijn enorme grote pluspunten. En ja, de vakanties zijn mooi meegenomen:
dat stukje loon dat we tekortkomen in vergelijking met de privésector wordt ons in natura uitbetaald.
Mag ik de bedrijven, die investeren in interessante toepassingen van de basiswetenschappen of in nieuwe technologieën, oproepen om ook te investeren in de jeugd en alzo de scholen te ondersteunen met
documentatiemateriaal en als het even kan met bedrijfsbezoeken!
pagina 40
afgestudeerd in 1981
Fytotechnie
Ch. Deberiotstraat 14
B-3000 LEUVEN
www.sancta-mariainstituut.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
JORIS MERCKX
Vicepresident
Automotive Europe
Henkel
Als Vicepresident van de Automotive Divisie EMEA binnen Henkel Technologies, ben ik verantwoordelijk
voor een omzet van 450 miljoen en ongeveer 800 personen. Henkel Technologies is één van de twee
grote bedrijfstakken van Henkel, naast de Consumer Divisie, die opgesplitst is in drie takken: wasmiddelen, cosmetica en lijmen.
Joris Merckx
afgestudeerd in 1987
major/minor:
Producten van deze Consumer divisie zijn zeker niet onbekend: Pritt, Pattex, Fa, Persil, Dixan, Rubson,
Loctite, Diadermine, Poly, ... De afdeling Technologies heeft dan weer als doelgroep de Industrie, zoals
de verpakkings-, tabaks- en houtverwerkingsindustrie, alsook de metaalverwerkende industrie in al zijn
segmenten. B2B, zoals dat heet.
Boerderijbouw / Fytotechnie
Henkelstraße 67
D-40191 DÜSSELDORF
Mijn afdelingsklanten zijn de Europese auto-assemblagebedrijven en de automobieltoeleveranciers en dit
wereldwijd. Het productgamma is zeer breed, gaande van industriële reinigers, koelsmeerstoffen, multimetaal oppervlaktebehandelingproducten, waterbehandelingsproducten, adhesives en sealers, maar
ook akoestische- en structuurschuimen.
www.henkel-technologies.com
Voor mijn job moet ik zeer veel reizen. In het dagdagelijkse leven ben ik vooral bezig met het bepalen van
de juiste strategische beslissingen op middellange termijn, alsook met het opvolgen van de cijfers zodat
tijdig de juiste maatregelen kunnen geïnitieerd worden om de business objectieven te halen. Mijn team
bestaat uit Key Account Managers, die verantwoordelijk zijn voor één klant (bv. BMW, DaimlerChrysler,
Renault-Nissan, ...) en daarnaast uit technische specialisten in zeer verschillende domeinen. Eén van de
meest boeiende aspecten in mijn job, is het omgaan met mensen uit zeer verschillende culturen over heel
de wereld. Switchen van Duits naar Frans en Engels is voor mij dagelijkse kost.
Ik begon bij Henkel in 1988 als Sales Engineer voor de Ford klanten in België en Duitsland. In 1993 werd
ik benoemd tot Sales Manager voor de Staal & Coilcoating industrie in de Benelux, waarna ik in 1996
naar Frankrijk verhuisde. In Frankrijk was ik General Manager van een klein filiaal met 35 personen en een
omzet van 20 miljoen euro. In 1999 ben ik dan naar het moederbedrijf van Henkel in Düsseldorf gekomen
en heb ik gedurende 5 jaar het Key Account Management in de autodivisie geleid. Op 1 januari 2005
maakte ik dan de stap naar mijn huidige functie.
pagina 41
De bio-ingenieur op de werkvloer
DIRK NELEN
Directeur Gemeentelijke Directie van Milieu
Gemeente Arica
Sinds eind 2003 werk ik als hoofd van een gemeentelijk milieudienst in Chili. De Directie Milieu van de
gemeente Arica, de droogste stad ter wereld, werd gecreëerd in 1998. In het noorden van Chili is milieubeheer een vrij recent begrip en wordt milieu veelal enkel geassocieerd met verontreiniging. Het nagenoeg ontbreken van een beleid terzake maakt het werk uitermate boeiend. De Milieudienst bestaat enkel
uit ondergetekende en een secretaresse die ook terreinwerk doet, wat voor een havenstad van 180.000
inwoners natuurlijk volkomen ontoereikend is. Er zijn meestal een tweetal thesisstudenten werkzaam op
de Dienst. Mijn verantwoordelijkheden kunnen worden opgesplitst in drie grote blokken:
1) uitwerken van eigen projectvoorstellen en opvolging van de uitvoering daarvan door de Milieudienst,
2) deelname in de evaluatie en opvolging van projecten van derden die worden voorgelegd aan het
Systeem voor Evaluatie van Milieu Effecten (SEIA), en
3) voorlichting en educatie van de bevolking inzake milieu.
Er wordt samengewerkt met de verschillende diensten van de Regionale Overheid, voornamelijk met het
Regionaal Ministeriëel Secretariaat voor Gezondheidszorg en de regionale diensten van de Nationale
Commissie voor Milieu en met plaatselijke organisaties.
De belangrijkste projecten voor 2005 van de Milieudienst zijn, het oprichten van een gemeentelijk natuurreservaat in de monding van de Lluta-rivier, de regularisatie van de gemeentelijke stortplaats, het
uitgeven van een vogelgids en de bestrijding van een vogelplaag (Phalacrocorax brasilianus). De meeste
projecten die door derden worden voorgelegd aan het SEIA hebben betrekking op de mijnbouw, het
vervoer en de doorvoer van mineralen en chemische stoffen.
Verder werk ik ook enkele uren per week als docent in de opleiding van preventie-ingenieurs, met de
vakken Milieunormen en Milieueffecten; dit op het Nationaal Instituut Opleidingen (INACAP). Ik ben ook
inspecteur en liquidateur voor een verzekeringsmaatschappij, voor schadegevallen op landbouwbedrijven die te wijten zijn aan weersomstandigheden.
In 2001 richtte ik mijn eigen bedrijfje op, Agrícola Amberes Ltda., gespecialiseerd in de verkoop van
landbouwinputs en het ontwerp en de uitvoering van irrigatieprojecten. Na enkele voorspoedige jaren,
vielen vorig jaar de bedrijfsactiviteiten tot een minimum terug, voornamelijk vanwege het gebrek aan
privé-investering in de streek en het grote betalingsrisico.
pagina 42
Dirk Nelen
afgestudeerd in 1991
major/minor:
Bodemkunde /
Ruimtelijke Ordening
Ilustre Municipalidad de Arica
Sotomayor 145
Arica
CHILI
www.municipalidaddearica.cl
De bio-ingenieur op de werkvloer
HARALD PEETERS
Large Scale Production Coordinator Oeganda & Tanzania
Advanced Bio-Extracts/East African Botanicals Uganda Ltd
Advanced Bio-Extracts met zijn dochterondernemingen East African Botanicals (Kenia en Oeganda) en
African Artemisia (Tanzania) produceert artemisinine en derivaten uit de plant Artemisia annua. Deze
worden gebruikt voor de aanmaak van Artemisinin-based Combination Therapies (ACT), anti-malaria
geneesmiddelen, zoals Coartem van Novartis. De oprichters van het bedrijf experimenteerden reeds 10
jaar met het cultiveren en extraheren. Toenemende resistentie tegen de klassieke anti-malariamiddelen
noodde de Wereld Gezondheids Organisatie (W.H.O.) ertoe, ACT-drugs als eerstelijns behandeling tegen
malaria te verklaren. Dat deed de vraag naar artemisinine enorm toenemen en bracht het bedrijf in een
stroomversnelling.
Harald Peeters
Uit historisch landbouwkundig oogpunt gezien, is dit een opwindende periode. Waar Artemisia annua
voorheen uit het wild geoogst werd in China en Vietnam, wordt het nu dus ‘gedomesticeerd’, en dit
niet alleen in Afrika. Heel wat onderzoek moet nog gebeuren of is aan de gang. Zo is men op zoek naar
betere variëteiten, optimalisatie van de teelt, oogst- en verwerkingstechnieken.
Arusha
afgestudeerd in 1988
major/minor:
Bosbouw / Bodemkunde
P.O. Box 90
Tanzania
www.abextracts.com
Met een processing-eenheid in Oeganda en één in aanbouw in Kenia is de toelevering van de ruwe
grondstof (gedroogde artemisia-bladeren) vanuit Uganda en NW Tanzania, één van mijn taken. Na 10
jaar in de ontwikkelingssamenwerking in Tanzania en vervolgens 4 jaar als Estate Manager op een grote
koffieboerderij in Arusha (Tanzania), was het tijd voor een nieuwe uitdaging. Mijn taak is het coördineren
en assisteren van de grote boeren in de productie van artemisia, het beschikbaar maken en doen toepassen van de nieuwste ontwikkelingen in het landbouwonderzoek en het organiseren van de logistiek
en kwaliteitscontrole voor de oogst en het vervoer naar de verwerkingseenheid.
pagina 43
De bio-ingenieur op de werkvloer
KURT PERSOONS
Commercieel & Marketing Directeur
Hessenatie Logistics NV
Hessenatie Logistics NV is een logistieke dienstverlener die zich toelegt op het sturen en optimaliseren
van logistieke processen voor hun klanten. Logistiek moet heel breed worden geïnterpreteerd. Het gaat
veel verder dan de klassieke logistieke activiteiten (magazijnoperaties, transport, expeditie en douaneactiviteiten, ...). De volledige organisatie van de goederenstroom van zand tot klant (of van korrel tot borrel) wordt in onze handen gelegd, zodat onze klanten zich kunnen focussen op hun kernactiviteiten zoals
onderzoek & ontwikkeling, de productie en de commercialisatie van hun producten.
Zo staan wij ondermeer in voor de levering van de pralines van één van Belgisch meest gerenomeerde
chocoladefabricanten aan alle Europese en Amerikaanse luchthavens; zorgen wij dat tal van zuivelproducten in de rekken van de supermarkt gelegd worden; testen wij wagens van één van de autofabricanten in België, beheren wij hun wagenpark en zorgen tot slot dat elke wagen op een trein, vrachtwagen
of boot gezet wordt naar de eindklant. Zo halen wij ook de tijdschriften op bij een drukker en zorgen via
een sorteerinstallatie dat deze terechtkomen in een krantenwinkel.
Kurt Persoons
afgestudeerd in 1996
major/minor:
Bodemkunde /
Waterconservering
Schaliënstraat 3
B-2000 ANTWERPEN
www.hessenatielogistics.be
Als commercieel directeur wordt van mij verwacht de strategie van het bedrijf mee uit te stippelen en
vervolgens te vertalen in een dienstenpakket dat beantwoordt aan de logistieke uitdagingen van onze
klanten, bedrijven in een globaliserende markt.
Daarnaast stuur ik de sales managers aan. Dit komt in hoofdzaak neer op de prioriteitsbepaling en de
opvolging van de commerciële acties die iedere sales manager wenst te nemen. Om succesvol te zijn
in het commerciële traject in de logistieke wereld, is het essentieel creatieve oplossingen uit te werken.
Hiervoor moeten door de sales managers heel wat analyses worden uitgevoerd om verschillende alternatieven af te wegen en zo tot een zeer competitieve prijszetting te komen. Aangezien ik hierin de eindverantwoordelijkheid heb, vraagt dit inzage in de oplossingen die worden uitgewerkt en de berekeningen
die ertoe geleid hebben.
Dankzij mijn opleiding als bio-ingenieur is het definiëren van de problemen en het oplossingsgericht
denken sterk onderlegd. Daarnaast kan ik door de veelzijdigheid van de opleiding een aardig mondje
meepraten in diverse sectoren zoals de voedingssector en de chemische sector. Beide aspecten komen
zelfs in een commerciële functie aardig van pas.
pagina 44
De bio-ingenieur op de werkvloer
HANS SCHEIRLINCK
Coördinator
Bosgroep Vlaamse Ardennen
Mijn huidige functie omvat de dagelijkse coördinatie van de vzw Bosgroep Vlaamse Ardennen. Een
bosgroep is een vrijwillig samenwerkingsverband tussen verschillende boseigenaars, zowel openbaar
als privé. Zo’n bosgroep treedt op als organisator bij allerhande gezamenlijke beheerswerken. Het grote
voordeel voor de eigenaar is dat hij/zij beheerswerken kan laten uitvoeren aan economisch gunstigere
voorwaarden.
De meerwaarde van de bosgroep bestaat erin een samenwerkingsverband te creëren tussen verschillende boseigenaars met het oog op efficiënter bosbeheer en –gebruik. Ook op vlak van recreatie en
ecologie kunnen afspraken gemaakt worden.
Hans Scheirlinck
afgestudeerd in 1994
bio-ingenieur
in Land- en Bosbeheer
De Biesestraat 5
B-9600 RONSE
De Bosgroep neemt steeds een neutrale positie in tussen overheid, eigenaars en bosgebruikers. Daarnaast verstrekt een bosgroep bosbouwkundige informatie aan de eigenaars onder de vorm van advies,
cursussen en excursies.
www.bosgroep.be
Mijn takenpakket omvat volgende zaken:
- het verlenen van zowel technische als juridisch advies inzake bosbeheer;
- het verlenen van administratieve ondersteuning van boseigenaars bij het invullen van aanvragen voor
kapmachtigingen, het invullen van subsidieaanvragen en hulp hij het opstellen van bosbeheerplannen;
- het leggen van contacten met zowel openbare als privé-boseigenaars;
- het organiseren en opvolgen van gezamenlijke bosbeheerwerken en houtverkopen;
- het organiseren van demonstraties, informatievergaderingen, wandelingen en cursussen;
- het verzorgen van een driemaandelijks informatieblad voor boseigenaars;
- het creëren van een overlegplatform tussen alle betrokken partijen (boseigenaars, administraties, overheden) waarbinnen een continue dialoog gecreëerd wordt;
- het coördineren van de dagelijkse werking van de vzw: organiseren bestuursvergaderingen en algemene vergadering, financieel beheer en boekhouding, ledenbeheer.
pagina 45
De bio-ingenieur op de werkvloer
DIEDERIK SCHOWANEK
Principal Scientist
Procter & Gamble, Brussels Innovation Center
Sinds 1991 werk ik als Milieudeskundige bij P&G. P&G produceert detergenten, cosmetica, papierproducten, voedingswaren en farmaceutica. Het innovatiecentrum in Strombeek-Bever stelt ongeveer 1500
mensen te werk, voornamelijk in onderzoek en ontwikkeling.
Diederik Schowanek
Mijn huidige functie bestaat er in om –in overleg met mijn management in de US- de Europese activiteiten
van P&G te leiden op het op het vlak van milieuonderzoek, veiligheid van chemicaliën, levenscyclusanalyse en eco-efficiëntie. Alle chemicaliën, producten en verpakkingen worden grondig geëvalueerd
vooraleer ze op de markt komen. De milieuaspecten van de productiesites vallen niet onder onze bevoegdheid.
landbouwkundig ingenieur
afgestudeerd in 1983
optie Toegepaste Hydrologie
Temselaan 100
B-1853 STROMBEEK - BEVER
Een flink stuk van mijn tijd gaat ook naar samenwerkingsverbanden binnen de chemische industrie in
Europa, US en Japan. Met collega’s uit multinationale firma’s zoals Exxon, Unilever, BASF, etc., stippelen wij een gezamenlijke onderzoeksstrategie uit die een aantal gemeenschappelijke vragen op het
vlak van milieu en veiligheid tracht te beantwoorden. Dit werk wordt gedreven door de vele Europese en
internationale ontwikkelingen op het vlak van chemische wetgeving (b.v. REACH) en duurzaamheidsdenken. Het onderzoekswerk zelf besteden we uit aan ’s werelds beste onderzoeksgroepen, een beperkt
deel gebeurt nog binnen de industrie. Daarnaast hebben we ook frequente contacten met de Europese
Commissie in het kader van door Europa gesponsorde onderzoeksprojecten, bij onderhandelingen over
milieu- of registratiedossiers.
Hoewel ik binnen P&G steeds in dezelfde afdeling gewerkt heb –wat in de industrie tegenwoordig eerder
uitzondering dan regel is – heb ik mij nog geen moment hoeven te vervelen; zowel intern als erbuiten is
het ‘landschap’ (de vragen, de manier van (samen)werken) op die 15 jaar spectaculair veranderd. De
wisselende projecten en de diversiteit aan persoonlijke contacten binnen en buiten P&G blijven boeien.
De opleiding tot bio-ingenieur en vervolgens een doctoraat hebben een prima technische bagage meegegeven voor dit soort werk, met die bedenking dat parate kennis hooguit een tiental jaar actueel blijft
en men levenslang moet blijven bijscholen. Ik hoop dat het huidige curriculum van de bio-ingenieur naast
pure wetenschap en technologie ook aandacht besteedt aan management- en communicatietechnieken.
pagina 46
De bio-ingenieur op de werkvloer
JOOST SCHYMKOWITZ
Groepsleider
VIB Switch Lab
Het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB) streeft ernaar in Vlaanderen een excellentiecentrum te vormen voor onderzoek in de levenswetenschappen. In 2003 werd een internationale
oproep gelanceerd om jong wetenschappelijk talent naar Vlaanderen te brengen. Drie nieuwe groepsleiders werden gezocht die de kans zouden krijgen om een laboratorium op te zetten en gedurende vijf
jaar hun onderzoek te ontplooien.
Op dit moment was ik als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Europees Moleculair Biologie
Laboratorium (EMBL) in Heidelberg. De oproep was de eerste van zijn soort in Vlaanderen en gaf een
verrassende wending aan mijn carrière: voor het eerst was er een reële kans om mijn onderzoek in
Vlaanderen voort te zetten en dus naar huis te keren na een verblijf van verscheidene jaren in het buitenland. Met mijn collega bio-ir Frederic Rousseau heb ik dan ook aan de oproep gevolg gegeven met
een gezamelijk interdisciplinair projectvoorstel dat technieken uit de bio-informatica, de biofysica en de
moleculaire en cellulaire biologie combineert om tot nieuwe biologische inzichten te komen.
Joost Schymkowitz
afgestudeerd in 1997
bio-ingenieur in de
Cel- en Genbiotechnologie
pleinlaan 2
B-1050 BRUSSEL
www.vib.be
Sinds september 2003 is het Switch laboratorium actief aan de Vrije Universiteit Brussel als een van
de nieuwe groepen van het VIB. Het team is ondertussen uitgegroeid tot meer dan tien onderzoekers
en onze opstartperiode lijkt achter de rug, het lab begint op volle toeren te draaien. De focus van ons
onderzoek is eiwitaggregatie, een fenomeen dat recent sterk in de pers kwam door de toenemende
aandacht aan ziektes zoals Alzheimer, Parkinson en katarakt, die door de vergrijzing van de bevolking
steeds toenemen. De ontdekking van de priongebaseerde ziektes zoals Creutzfeld-Jacob en scrapie en
de daaraan verbonden wijdverspreide bezorgdheid om de veiligheid van onze voedselketen heeft hieraan
natuurlijk ook sterk bijgedragen.
Het Switch lab is een zeer stimulerende werkomgeving. De groep is internationaal samengesteld met
mensen met zeer verschillende achtergronden, zowel cultureel als professioneel. Het interdisciplinair
karakter van ons onderzoek houdt in dat er zowel informatici en fysici als biologen met elkaar moeten
praten en samenwerken. Daarnaast is het toepassen van de onderzoeksresultaten met het oog op
valorisatie een belangrijke doelstelling van het VIB, wat wil zeggen dat patentering en het vertalen van
basisonderzoek naar een industriële omgeving een belangrijk deel van onze taak inhoudt. Wanneer er
belangrijke wetenschappelijke resultaten worden geboekt, is het VIB er heel snel bij om dit aan de pers
mee te delen, zodat een stuk interactie met de media deel uitmaakt van deze zeer gevariëerde job.
Mijn basisopleiding als bio-ingenieur laat toe om zowel dieper in te gaan op meer theoretische aspecten
van het werk, maar biedt tevens voldoende bagage om een oog voor toepassingen te ontwikkelen. Bij
Switch werken er zowel bio-ingenieurs in het wetlab als achter de computer. Onze rol in dit divers team
is vooral het bij mekaar brengen van de verschillende disciplines en het integreren van de resultaten en
de kennis van de verscheidene achtergronden.
pagina 47
De bio-ingenieur op de werkvloer
PHILIPPE SNICK
Bedrijfsleider
Snick Ingredients BVBA
Afgestudeerd en gestart in 1977 als jong onderzoeker in een klein slachtbloedverwerkend bedrijf in Wallonië, ben ik
in 1978 voor 2 jaar naar Brazilië gestuurd via een FAO/UNDP-project als associate researcher in het kader van een
ontwikkelingsproject vleestechnologie. Daarna heb ik gedurende 10 jaar gefungeerd als technisch directeur van
Belgische filialen van een drietal internationale en leidinggevende bedrijven op het gebied van geur- en smaakstoffen. Van 1989 tot 1993 was ik application & product manager bij het Delftse (NL) bedrijf Gist brocades (nu DSM), oa
één van de belangrijkste producenten van gistextracten, die gebruikt worden om soepen, sauzen, aardappelchips,
snacks en bouillonblokjes op smaak te brengen.
Mijn kennismaking met de wereld van geuren en smaken, die toch voor vele landbouwkundig of bio-ingenieurs
een nagenoeg onbekend terrein is, heeft mij van in het begin zo geïntrigeerd dat het mijn verdere loopbaan heeft
bepaald en omzeggens mijn hele professionele en privé-leven verder is blijven beheersen. Via een simpele geur en
smaaktest bij een van deze internationale bedrijven werd mij verteld dat ik een scherpe reukzin en een analytisch
geurorgaan bezat. Dergelijk talent is zeer gegeerd bij bedrijven die met geur en smaak hebben te maken en zeker
als je daarbovenop de trotse bezitter bent van een diploma van levensmiddelentechnoloog. Deze combinatie heeft
mij de kans gegeven om een zeer uitgebreide en unieke bedrijfsopleiding te genieten in dit vakgebied. Daarom kon
ik ook mijn sensorische talenten verder ontwikkelen en het tot een aroma-ontwikkelaar of “flavourist” schoppen.
Een boeiend beroep en uitermate zeer creatief! De combinatie van “Senior Flavourist” en “Master in Food Science
& Technology” op een visitekaartje opent heel wat mogelijkheden om een stevige carrière uit te bouwen in deze
sector of in de levensmiddelensector in het algemeen. Met de opgedane kennis besloot ik in 1993 een eigen bedrijf
op te richten. In het begin ben ik gestart met enkele consultancy-contracten voor internationale bedrijven. Het werd
mij vrij snel duidelijk dat de handel, productie en verkoop van smaakgevende ingrediënten ook een lucratieve en
boeiende activiteit was. Met mijn ervaring wist ik de juiste keuzes te maken voor de klant en zijn product. Op korte
termijn heb ik een assortiment van grondstoffen samengesteld, waarmee ik nu industriële fabrikanten van bereide
maaltijden, soepen, sauzen, vlees- en visproducten en snacks kan bekoren om producten van mij af te nemen.
Mijn producten vind je onrechtstreeks terug in de maaltijden of andere voedingsmiddelen van bvb. een Delhaize,
Carrefour, Aldi, Colruyt of Albert Heyn in Nederland. Mijn internationale expertise en contacten heeft mij geen windeieren gelegd en helpt mij vandaag nog steeds aan nieuwe leveranciers en klanten.
Vandaag halen wij onze grondstoffen uit Brazilië, Mexico, USA, Noorwegen, Ijsland maar ook uit Nederland, GrootBritannië of Frankrijk. Het is voor ons bedrijf uitermate belangrijk om samenwerkingsverbanden te hebben met
grote en internationale bedrijven. Daarmee blijven wij op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen en trends. Het
geeft mij ook de mogelijkheid om internationaal actief te blijven en een stuk van de wereld te zien. Het nuttige met
het aangename te kunnen paren blijft ook voor een bedrijfsleider en ingenieur een stimulans om door te gaan.
Intussen zijn we met een vijftal werknemers en zijn we ook producent geworden van eigen creaties en mengsels
meestal speciaal ontwikkeld op vraag van een klant voor een heel specifieke toepassing. Kennis van technologie
is in deze uiteraard zeer welkom. Kortom, wij blijven technologisch en creatief bezig en zijn gebeten door de
“smaak”.
pagina 48
Philippe Snick
afgestudeerd in 1977
landbouwkundig ingenieur
in de Scheikunde optie
Levensmiddelentechnologie
Sint Jorisstraat 85e
B-8730 BEERNEM
www.snick.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
JOHAN STESSENS
Projectleider internationale samenwerking
Hoger Instituut Voor de Arbeid, K.U.Leuven
De lokroep van mijn eerste Afrika-ervaring via mijn eindwerk in Nigeria was te sterk om lang als technisch
en economisch consulent voor de gespecialiseerde melkveehouderij in België te blijven werken. Na een
jaar belandde ik dan ook als projectleider in West-Afrika waar K.U.Leuven samen met een Ivoriaans
landbouwkundig onderzoekscentrum (IDESSA) een project opzette om samen met de lokale onderzoekers toegepast landbouwkundig onderzoek te doen bij de lokale boeren. Via participatieve onderzoeksmethodes, formele enquêtes, interviews, observaties en veldproeven bij de boeren werden de diverse
aspecten van de landbouwsystemen in het noorden van Ivoorkust bestudeerd en nieuwe technologieën
getest. Na vier jaar veldwerk valoriseerde ik de opgedane kennis in een doctoraat aan K.U.Leuven waar
ik al die tijd als assistent onderzoeksprojecten in Afrika begeleidde.
Johan Stessens
afgestudeerd in 1993
major/minor:
Landbouweconomie / Veeteelt
Parkstraat 47
B-3000 LEUVEN
De opgedane ervaring was geknipt om als projectleider internationale samenwerking te starten aan
het Hoger Instituut voor de Arbeid. Beleidsvoorbereidend en beleidsrelevant onderzoek is de hoofdbezigheid van het HIVA dat tevens deel uitmaakt van K.U.Leuven. Momenteel doe ik samen met een
interdisciplinair team van 7 onderzoekers (sociologen, econoom, politoloog, landbouwkundig ingenieur)
onderzoek en evaluatie-onderzoek met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking. Ik ben belast met het
aantrekken, uitvoeren en opvolgen van studies. Hierbij gaat het over thema’s die betrekking hebben op
de sociale economie, de gezondheidszorg, de organisatiekunde, de voedselzekerheid, de vermarkting
en de landbouw. Verder evalueren we programma’s en projecten voor NGO’s en andere ontwikkelingsorganisaties. Daarnaast neem ik de coöperaties, de implementatie en de gevolgen van Internationale
akkoorden onder de loep.
www.hiva.be
Opdrachtgevers zijn naast universitaire onderzoeksfondsen ook NGO’s, Belgische en Vlaamse overheden, stichtingen en internationale organisaties zoals FAO, ILO, OESO, …. Er wordt vaak samengewerkt
met andere faculteiten (sociologie, landbouw, economie, rechten), andere onderzoeksinstellingen en
consultancy bureaus.
pagina 49
De bio-ingenieur op de werkvloer
RUTH STOFFELEN
Assistant Manager-Kwaliteitsverantwoordelijke
BIG vzw
Het Brandweerinformatiecentrum gevaarlijke stoffen (BIG) is een kenniscentrum voor gevaarlijke stoffen.
BIG staat ten dienste van brandweer en civiele bescherming en heeft goede contacten met zowel de
overheidsinstellingen als met de bedrijfswereld. BIG heeft een 24 op 24 uur interventiedesk die informatie
en advies geeft bij ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De BIG-databank omvat informatie over 50.000 chemicaliën met 1 miljoen bijbehorende synoniemen. De chemische bedrijven hebben meer en meer nood aan technische hulp om te kunnen voldoen aan de steeds strenger wordende
wetgevingen betreffende gevaarlijke stoffen. BIG startte daarom met de opmaak van veiligheidsinformatiebladen, transportgevarenkaarten en andere wettelijk vereiste documenten in verband met gevaarlijke
stoffen. Bedrijven hebben bovendien nood aan een gids doorheen de wetgeving, een onafhankelijke
instantie die hen kan helpen om een klaar beeld te krijgen daar waar er twijfel heerst.
Op dit moment telt BIG 35 medewerkers met diverse specialiteiten in verband met gevaarlijke stoffen
zoals transport, milieustudies, toxicologie en interventie bij ongevallen.
In mijn taak als Assistant Manager heb ik geregeld contact met klanten. Diverse chemische bedrijven
contacteren BIG voor het opmaken van wettelijk verplichte documenten. Na een eerste evaluatie van de
noden van de klant, wordt een prijsofferte op maat gemaakt. Zodra een bestelling binnenkomt, verdeel ik
het werk binnen mijn team van 6 scheikundigen. Zij voeren risicobeoordelingen uit op basis van diverse
literatuurbronnen en de Europese wetgevingen omtrent gevaarlijke stoffen. Zodra deze evaluaties zijn
opgenomen in de BIG-databank, kan deze informatie worden omgezet naar diverse documenten zoals
veiligheidsinformatiebladen in alle Europese talen.
Klanten hebben ook regelmatig vragen over etikettering en registratie van producten die men op de
markt wenst te brengen. Momenteel is de wetgeving omtrent registratie nog niet geharmoniseerd binnen
Europa en moeten ook de nationale wetgevingen gevolgd worden. Samen met 2 collega’s hebben we
ons gespecialiseerd om deze vragen te beantwoorden en registeren we gevaarlijke preparaten in diverse
Europese landen.
Naast mijn functie van Assistant Manager, heb ik ook een interne opdracht als kwaliteitsverantwoordelijke. Na het invoeren van een kwaliteitssysteem kreeg BIG in 2004 het ISO 9001 certificaat. De continue
wijzigingen van Europese richtlijnen en verordeningen moeten omgezet worden in ISO instructies om zo
steeds actuele en correcte informatie te kunnen verstrekken aan onze klanten. BIG is voortdurend op
zoek naar nieuwe producten en diensten. Om kwaliteit te kunnen aanbieden moeten ook deze nieuwe
processen opgenomen worden in ISO procedures. Regelmatig breidt het personeelsbestand zich uit en
krijgen de nieuwe werknemers een opleiding over het kwaliteitssysteem.
Het is een zeer afwisselende en gevarieerde job. Met de intrede van het REACH-project (Registration,
Evaluation and Authorisation of CHemicals) van de Europese Commissie hetgeen de wetgeving van
gevaarlijke stoffen grondig zal wijzigen, wacht BIG nog een grote uitdaging.
pagina 50
Ruth Stoffelen
afgestudeerd in 1994
major/minor:
Plantenbescherming / Landbouwkunde van de Tropische en
Subtropische Streken
Technische Schoolstraat 43A
B-2440 GEEL
www.big.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
CAROLIEN TOTE
Coöperant in GIS - Assistent onderzoeker
PROMAS, Universidad de Cuenca, Ecuador
Drie jaar geleden kwam ik voor het eerst naar Ecuador, in het kader van mijn thesis over bodems in
de hoge Andes. Zo leerde ik PROMAS (Programa para el Manejo del Agua y del Suelo) kennen, het
programma voor bodem- en waterconservering van de ‘Universidad de Cuenca’. Nadat ik afstudeerde waagde ik de stap, liet familie en vrienden achter in België en ging bij PROMAS solliciteren. Sinds
maart 2004 werk ik bij PROMAS als GIS-specialist – assistent onderzoeker, samen met 40 ingenieurs,
bio-ingenieurs en computeringenieurs, sociologen en economen aan diverse projecten van bodem- en
waterbeheer op perceels-, project- en stroombekkenniveau. De problematiek van bodem en water is in
de Andes zo mogelijk nog belangrijker dan ergens anders. Ondanks de zeer complexe topografie is de
streek vrij dicht bewoond en is de druk op het fragiele natuurlijke aanbod van bodem en water dus zeer
groot. Water wordt gebruikt als drinkwater, voor irrigatie en voor het aandrijven van hydro-elektrische
centrales. De concurrentie is groot en conflicten zijn schering en inslag. PROMAS is uniek in Ecuador en
vult een leemte in het Ecuadoriaanse universitaire landschap.
Carolien Tote
Met mijn werkopdrachten word ik in verschillende projecten betrokken, als deel van een interdisciplinaire ploeg. Enerzijds zijn er de projecten van wetenschappelijk onderzoek over evolutie in landgebruik,
bodemdegradatie, ... waar ik voornamelijk insta voor de interpretatie van satelliet-beelden en luchtfotografie. Bovendien besteed ik ook wat tijd in het begeleiden van Belgische en Ecuadoriaanse thesisstudenten. Ook ben ik betrokken bij verschillende dienstverleningsprojecten: beheer van waterbekkens,
irrigatieprojecten, studie van hydro-elektrische centrales, ... Een deel van de geografische informatie
wordt door mij beheerd, en ik werk mee aan milieu-impactstudies, analyse van problemen en de formulering van projecten en beheersplannen. Ten slotte draag ik ook mijn steentje bij tot de vorming van lokale
overheden en NGO’s in Geografische Informatiesystemen en ‘Remote sensing’.
Ecuador
afgestudeerd in 2003
major/minor:
Landinrichting / Landbouwkunde
van de Tropische en de Subtropische Streken
Av. 12 de Abril s/n,
Cuenca
http://promas.ucuenca.edu.ec
Het belangrijkste studiegebied van PROMAS is het waterbekken van de Paute-rivier, in het centrum van
Ecuador, dat deel uitmaakt van het Amazone-bekken. Omdat de stuwdam die door de Paute-rivier gevoed wordt heel belangrijk is voor de nationale energieproductie, besteedt PROMAS aan dit waterbekken
bijzondere aandacht. De enorme sedimentproductie door ontbossing, fragmentatie van het landgebruik,
geomorfologische eigenschappen van het gebied, ... bedreigt immers de werking van de stuwdam.
Mijn job is heel afwisselend, dankzij de verschillende projecten en de interdisciplinaire ploeg waar ik
deel van uitmaak. Bovendien beperken mijn taken zich niet tot bureauwerk en doe ik vaak ‘veldwerk’,
waardoor ik telkens wat meer van dit mooie land met prachtige natuur en cultuur kan verkennen. Het
gebied waarin we werken gaat van barre hoogten van 4500 meter boven de zeespiegel tot op zeeniveau.
Ondertussen is het Spaans al lang geen obstakel meer, en is Ecuador een tweede ‘thuis’ geworden.
pagina 51
De bio-ingenieur op de werkvloer
JO VAN ASSCHE
Algemeen Directeur
International Society for Horticultural Science (ISHS)
De ISHS heeft tot doel het wetenschappelijk tuinbouwkundig onderzoek te promoten. De vereniging is
wereldwijd actief op alle continenten en in bijna alle landen. Om haar doel te realiseren organiseert zij
een 40-tal symposia per jaar en publiceert wetenschappelijke tijdschriften en een ledenblad, zowel op
de traditionele methode op papier, als via ICT en multimedia toepassingen. De ISHS is financieel selfsupporting en onafhankelijk, en genereert haar inkomsten zowel uit ledenbijdrage als uit marketing van
haar publicaties.
Als algemeen directeur sta ik in voor de dagelijkse leiding van het secretariaat van de vereniging en ‘het
bedrijf’ ISHS, en dit in samenspraak met de internationaal samengestelde ‘Board of Directors’, het Bureau. De directeur coördineert de ledenadministratie -het werven van landenleden, organisatie-leden en
individuele leden- en andere zaken/vragen die eigen zijn aan elke organisatie, gesteund op een ‘leden’structuur. In samenspraak met onze vijfkoppige staf coördineren wij de agenda van de wetenschappelijke symposia en voeren wij de onderhandelingen tussen de organisatiecellen in de verschillende landen
en de vereniging. De algemeen directeur staat tevens in voor het dagelijks overleg met de voorzitters van
een 20-tal secties en commissies (wetenschappelijke comités) en een 90-tal werkgroepen die waken
over de wetenschappelijke invulling van deze agenda. De globale, voorbije en toekomstige, programmatie wordt eenmaal per jaar geëvalueerd en gecoördineerd op een vergadering met alle voorzitters van
de wetenschappelijke comités. De logistiek van deze coördinatiemeetings valt ook onder de taken van
de algemeen directeur.
Naast de verantwoordelijkheid van het verenigingsaspect, is de directeur de coördinator van de ‘productie’ en de ‘commercialisering’ van de publicaties van de vereniging. Deze taak omvat supervisie van de
editoriale taken, de onderhandelingen met de leveranciers, de prijszetting, de marketing en de algemene
bedrijfsvoering zoals budgettering, auditing en rapportering voor jaarvergaderingen e.a.
De externe partners van de vereniging, dus de dagdagelijkse contacten van de directeur, zijn andere
wetenschappelijke en sectoriële verenigingen, internationale organisaties (CGIAR, FAO, EU), nationale
onderzoeksinstellingen in de verschillende landen, en ministeries en universiteiten. Klanten zijn bibliotheken, groothandelaars en -de laatste jaren zeer belangrijk- de on line-klant (al dan niet lid) via internet. Het
interessante aan de functie is dus de combinatie van het wetenschappelijke luik met de andere elementen zoals bedrijfsvoering, human resources en internationale aspecten zoals development, policy, etc.
Gezien het wetenschappelijk domein waarbinnen de ISHS werkzaam is, ben ik zeer tevreden dat ik kan
terugvallen op een diploma landbouwkundig ingenieur, met ondervermelde specialisaties. Het bedrijfsmatig aspect heb ik geleerd door zelfstudie en ervaring in het buitenland. Tot slot pleit ik voor een brede
talenkennis, daar dit een toegangspoort is tot de waaier van culturen waaruit mijn dagelijkse habitat
bestaat. Onnodig te vermelden dat het aanbod talen aan de K.U.Leuven niet te versmaden is in combinatie met de wetenschappelijke vorming die jij misschien ook zal kiezen aan de faculteit. Je bent steeds
welkom voor een ISHS-babbel!
pagina 52
Jozef (Jo) Van Assche
afgestudeerd in 1983
major/minor:
Tuinbouw / Landbouweconomie
W. de Croylaan 42
room 01.21
B-3001 LEUVEN
www.ISHS.org
De bio-ingenieur op de werkvloer
BART VAN BELLEGHEM
Dagelijks Bestuurder
Ecoval International Trading nv
Ecoval International Trading is gespecialiseerd in de handel van industriële zuivelgrondstoffen. Wij verhandelen van melk afgeleide grondstoffen zoals melk-en weipoeder, boter, boterolie, kaas, melkeiwitten
en andere derivaten op de wereldmarkt. Onze klanten situeren zich vooral in de voedingsindustrie. Met
een sterk team van 12 medewerkers realiseerden wij in 2004 een omzet van 200 miljoen euro.
Bart Van Belleghem
afgestudeerd in 1991
ingenieur voor scheikunde
Als dagelijks bestuurder is mijn functie zeer gevarieerd en uiteenlopend. In eerste instantie ben ik verantwoordelijk voor het opvolgen van de handelsactiviteiten en het uitstippelen van de commerciële strategie
van Ecoval International Trading. Dit kan samengevat worden als het gericht opbouwen, met de traders,
van commerciële relaties met klanten en leveranciers.
en landbouwindustrieën
Eikelenbergstraat 20
B-1700 DILBEEK
Naast het commerciële aspect komt ook het financiële aspect aan bod. Omwille van het specifieke karakter van onze activiteiten is het onderhandelen van financieringsmodaliteiten met de banken eveneens
belangrijk. Daarenboven sta ik als bestuurder in contact met de aandeelhouders die door middel van
raden van bestuur en maandelijkse rapportering op de hoogte worden gebracht van het reilen en zeilen
van de onderneming. Dit laatste vereist voldoende financiële kennis.
www.ecoval.com
Daarnaast vergen ook het beheersen van de logistieke opdrachten en het beheren van de commerciële
risico’s mijn aandacht.
Als laatste aspect mag ik ook het personeelsbeleid onder mijn bevoegdheid rekenen omwille van de
beperkte grootte van de onderneming.
pagina 53
De bio-ingenieur op de werkvloer
NATHALIE VAN BRUAENE
Adjunct Diensthoofd IVF
Labo Medische Analyse- CRI bvba, afdeling IVF
Onmiddellijk na mijn studies ben ik begonnen als assistent aan de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen aan de Universiteit Gent in het vakgebied celbiologie en moleculaire cytologie. Aangezien mijn doctoraat handelde over de dynamiek van structuren in de levende plantencel, was de overgang naar de
medische IVF-wereld (in vitro fertilisatie) onverwacht maar toch niet geheel onlogisch. De uitgebreide
praktische kennis van microscopie en het inzicht in het functioneren van de levende cel kwamen goed
van pas.
Als verantwoordelijke van het labogedeelte van het IVF centrum in het Jan Palfijn Ziekenhuis kreeg ik de
opdracht de bestaande procedures te verbeteren en nieuwe te introduceren. Naast de wetenschappelijke bijdrage, sta ik ook in voor het management van het labo.
Gedurende de eerste maanden heb ik me vooral verdiept in technieken zoals embryocultuur en micro-injectie. Nu, een jaar na de start van de nieuwe functie ben ik klaar met uitzoeken van geschikte apparatuur
en uittesten van de protocols voor de introductie van een nieuwe techniek, nl. pre-implantatie genetische
diagnose. Deze techniek behelst het delicate biopteren van één of twee cellen van een embryo op de
derde dag na bevruchting. Op deze cellen wordt vervolgens een genetische test uitgevoerd met als doel
het beste embryo terug te plaatsen in de baarmoeder.
De komende maanden zal ik mij vooral toeleggen op de nieuwe richtlijnen op het gebied van kwaliteitscontrole en ethiek.
Kortom, de job is heel gevarieerd en vereist een nauwe samenwerking met dokters, verpleegkundigen,
laboranten en andere wetenschappers in het domein, wat de job nog boeiender maakt. In de nabije
toekomst hoop ik ook nog ruimte te vinden voor onderzoek om zo ook een wetenschappelijke bijdrage
te kunnen leveren in de vorm van publicaties. Intussen krijg ik de kans om nieuwe verwikkelingen op te
volgen via symposia en andere werkgroepvergaderingen.
pagina 54
Nathalie Van Bruaene
afgestudeerd in 1997
bio-ingenieur
in de Cel- en Genbiotechnologie
Industriepark Zwijnaarde 3B
B-9052 ZWIJNAARDE
www.cri.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
HELENA VANDEBEECK
Group Director of Operations
nv Siat sa
Siat is een Belgisch bedrijf met dochterondernemingen in Afrika, namelijk in Ghana, Nigeria en Gabon.
Dit zijn plantage-bedrijven voor de productie van palmolie en rubber. In totaal gaat het om een beteelde
oppervlakte van 50.000 ha. Siat tracht zoveel mogelijk toegevoegde waarde te creëren door verticale
integratie. Zo produceert zij specialiteitsoliën en -vetten voor de voedingsindustrie en zal ze tegen eind
2005 ook margarine op de markt brengen. In Gabon heeft Siat een rundvee-ranch van om en bij de
100.000 ha met productiepotentieel voor 20.000 runderen. De Siat groep geeft werk aan grosso modo
10.000 mensen.
Als Group Director of Operations spendeer ik de helft van mijn tijd op het hoofdbureau in Brussel en de
andere helft op de dochterondernemingen in Afrika. Onder mijn verantwoordelijkheden vallen:
1. Hoofd van het bureau in Brussel:
Het bureau in Brussel heeft twee belangrijke departementen, namelijk een financieel-administratief
en een logistiek departement (aankoop van goederen voor de dochter-ondernemingen in Afrika). Siat
Brussel telt 6 werknemers. Ik onderhoud tevens de relaties met bankiers en vertegenwoordig het
bedrijf op officiële gelegenheden.
Helena Vandebeeck,
afgestudeerd in 1999
major/minor:
Landbouweconomie / Tropische
Landbouw
Schilderachtige dreef 81
B-1180 BRUSSEL
www.siat.be
2. Het personeelsbeleid van de expats/consultants van de groep:
Dit gaat van rekrutering en aanwerving tot het beheer van de contracten en verzekeringsdossiers
alsook tot het implementeren (en vastleggen) van regels i.v.m. bijvoorbeeld reizen en onkosten. Ik ben
ook verantwoordelijk voor het financieel beheer van de rekeningen courant van de expats/consultants.
Ik regel tevens de interventies van externe experts op onze dochterondernemingen in Afrika en onderhoud de contacten met hun instellingen (bijvoorbeeld CIRAD uit Montpellier).
3. Publicaties van de Siat Groep:
Huismagazines, websites, huisstijlen, logo’s, advertenties, productetiketten, en dergelijke.
4. Business Plans:
Ik werk mee aan het opstellen van de ‘10 year - business plans’ voor de dochterondernemingen en
voor de geconsolideerde Siat groep.
5. Grote beleidslijnen van de groep:
Ik ben verantwoordelijk voor het harmoniseren van de grote beleidslijnen van de bedrijven van de
groep, zoals bijvoorbeeld op vlak van corporate governance.
pagina 55
De bio-ingenieur op de werkvloer
INGE VAN DEN BERGH
Ontwikkelingshulp
International Network for the Improvement of Banana and Plantain (INIBAP)
Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand (VVOB)
Tijdens mijn eindwerk maakte ik kennis met het wetenschappelijk onderzoek rond bananen en zo ook
met ontwikkelingssamenwerking. Dankzij die ervaring ben ik dan ook professioneel in die sector beland.
Eerst in Noord-Vietnam en sinds 2002 in de Filippijnen. Ik maak deel uit van een project dat een duurzaam productiesysteem voor bananen uitbouwt, waarbij we ons baseren op het gebruik van milieuvriendelijke teeltmethoden en ziekteresistente variëteiten.
Dit project is het resultaat van een samenwerking tussen VVOB en INIBAP. VVOB is een vzw met als
kerntaak technische bijstand verlenen in projecten en programma’s die in Afrika, Azië en Latijns-Amerika
in medebeheer uitgevoerd worden met fondsen van de federale en Vlaamse overheid. De missie van
INIBAP is de levenssituatie van kleinschalige bananenboeren te verbeteren.
In de Filippijnen werk ik in het regionale kantoor van INIBAP voor Azië en de Stille Oceaan. Ik ben onder
meer medeverantwoordelijk voor de opvolging van het ‘International Musa Testing Program’, een programma waarin verbeterde bananenvariëteiten worden uitgetest in het veld en dit op verschillende locaties in de regio. Veelbelovende nieuwe variëteiten worden verdeeld onder de boeren en we verzamelen
gegevens over hoe de variëteiten aanvaard worden door de boeren en de consumenten.
Daarnaast ben ik verantwoordelijk voor de ontwikkeling van geïntegreerde bestrijdingsmethoden voor
de duurzame en milieuvriendelijke productie van bananen. Ik ontwikkel extensiemateriaal en leer wetenschappers en kleine boeren uit de regio deze technologieën aan.
Naast het puur wetenschappelijk werk maken het schrijven van projectvoorstellen, het opstellen van
werkplannen, het opvolgen en evalueren van het verloop van een project en het rapporteren deel uit van
mijn dagelijkse activiteiten. Het organiseren van meetings, workshops en cursussen, alsook het begeleiden van jonge wetenschappers, vormen eveneens een onderdeel van mijn opdracht.
Tijdens de voorbije jaren ben ik ondergedompeld in de lokale cultuur en samenleving van Vietnam en de
Filippijnen en heb ik leren samenwerken met de lokale bevolking en dit onder de plaatselijke omstandigheden. In functie van mijn opdracht reis ik geregeld naar andere landen in de regio. ‘Networking’ vormt
de basis van de activiteiten van INIBAP, en samen met mijn 4 Filippijnse collega’s onderhouden we
regelmatige contacten met wetenschappers in alle delen van de wereld.
pagina 56
Inge Van den Bergh
afgestudeerd in 1997
major/minor:
Fytotechnie/Landbouwkunde van
de Tropische en de Subtropische
Streken
INIBAP
Parc Scientifique Agropolis II,
34397 Montpellier
Frankrijk
www.inibap.org
VVOB
Handelsstraat 31
B-1000 BRUSSEL
www.vvob.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
ANNE VANDENBOSCH
(Hoofd)redacteur - journalist
Boerenbond / afdeling communicatie
Na enkele jobs met tijdelijk karakter in het onderzoek (Monsanto) en in het kwaliteitslaboratorium van een
brouwerij (Alken Maes), zette ik mijn eerste journalistieke stappen bij de Landelijke Uitgeverijen. Hier was
ik verantwoordelijk voor het maandblad Top-Techniek Varkens en schreef ik tevens voor het weekblad
Landbouwleven.
Ondertussen werk ik sinds april 1999 op de redactie van de bladen van Boerenbond, de wekelijkse
krant Boer&Tuinder en het tweewekelijkse magazine Landbouw&Techniek. Sinds november 2002 ben ik
tevens hoofdredacteur van Landbouw&Techniek.
Met een team van een zestal journalisten coveren we zoveel mogelijk het nieuws over de landbouw en
het platteland. Voor de krant is dit vooral actueel en syndicaal nieuws. Het magazine geeft eerder technische en wetenschappelijke informatie. Alle grote landbouwsectoren worden hierin gevolgd.
Elke journalist is verantwoordelijk voor de opvolging van bepaalde sectoren. In mijn geval is dit voor de
veehouderij de varkenssector en voor de akkerbouw de suikerbiet- en cichoreiteelt. Vermits we als een
team nauw samenwerken, zullen we elkaars werk ook ondersteunen en voor elkaar invallen waar nodig.
Divers nieuws en actualiteiten worden verdeeld onder de journalisten naargelang de beschikbaarheid.
Het werk zelf is erg gevarieerd. Elke week is dus anders. Een gedeelte van het werk verloopt buiten
kantoor, een gedeelte is bureauwerk. Enerzijds komt nieuws op ons af, bijvoorbeeld omwille van de actualiteit of door uitnodigingen vanwege de overheid, een organisatie, een firma, uit binnen- of buitenland,
… voor persconferenties, bezoeken, beurzen of studiedagen ... Anderzijds gaan wij zelf op zoek naar
nieuws bij wetenschappers, firma’s en gewoonweg naar verhalen uit de praktijk door reportages bij landen tuinbouwers. Bij de meeste opdrachten nemen wij zelf foto’s om het artikel te illustreren.
Anne Vandenbosch
afgestudeerd in 1991
major/minor:
Veeteelt / Voeding
Minderbroedersstraat 8
B-3000 LEUVEN
www.boerenbond.be
Nadien start het werk op kantoor: de verkregen informatie moet in een leesbare tekst gegoten worden.
Regelmatig gebeurt dit met de nodige tijdsdruk want we werken natuurlijk met deadlines.
Naast het maken van eigen teksten, moet er ook steeds redactioneel werk verricht worden.
Boerenbond beschikt over heel wat medewerkers die vanuit hun functie teksten aan de redactie bezorgen. Daarnaast zijn er ook externen die teksten voor ons maken. Al het materiaal dat binnenkomt, wordt
aan ons kritisch oog onderworpen en verwerkt tot een publiceerbare tekst.
Als hoofdredacteur van het magazine Landbouw&Techniek zorg ik voor de coördinatie van dit blad.
Wekelijks wordt een redactievergadering gehouden voor de planning van de inhoud van de komende
nummers. In nauw overleg met de redactie-coördinator en de grafische vormgevers wordt het blad dan
telkens om de twee weken samengesteld en ingevormd. Dit vergt ook samenwerking met de collega’s
van de commerciële dienst die de advertenties werven. De afwerking van het blad vergt een vijftal dagen,
waarna het naar de drukker vertrekt.
pagina 57
De bio-ingenieur op de werkvloer
AN VAN DEN BOSSCHE
Ingenieur - Afdeling Monitoring en Studie
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap,
administratie Land- en Tuinbouw
De Afdeling Monitoring en Studie (AMS) is een recent opgerichte afdeling binnen de Administratie Landen Tuinbouw (ALT) van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Samen met de Administratie Beheer en Kwaliteit Landbouwproductie (ABKL), een wetenschappelijke instelling (ILVO) en de VLAM vormt
de ALT het beleidsdomein Landbouw en Visserij, onder de bevoegdheid van de Vlaamse Minister van
Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid.
De ALT heeft als opdracht het Vlaamse landbouwbeleid voor te bereiden, uit te voeren en op te volgen.
De afdeling Monitoring en Studie (AMS) zorgt hierbij voor onderbouwde beleidsvoorbereidende analyses
en evaluaties en rapporteert over de situatie en trends in de Vlaamse land- en tuinbouw. Dit studieen rapporteerwerk baseert zich zowel op eigen gegevens die verzameld worden door middel van het
Vlaams Landbouwmonitoringsnetwerk als op externe relevante gegevens die door AMS in kaart worden
gebracht.
Als ingenieur van de afdeling Monitoring en Studie sta ik, samen met de andere ingenieurs, in voor het
bestuderen en beantwoorden van vragen in verband met het landbouw- en visserijbeleid. Om beleidsvragen van een gefundeerd antwoord te kunnen voorzien bestaat mijn taak uit het opvolgen van het
landbouwbeleid op verschillende niveaus en van de evoluties binnen de landbouwsector. Dit doe ik
door studiewerk te verrichten en evaluaties uit te voeren. Hiervoor raadpleeg ik vakliteratuur, verzamel ik
informatie en gegevens en neem ik deel aan symposia en studiedagen. Voor bepaalde opdrachten zoek
ik ondersteuning bij de universiteiten. Het opmaken van een rapport dat direct bijdraagt tot het beleid,
vind ik het interessantst. Met behulp van de verzamelde en verwerkte gegevens, de verworven kennis en
inzichten lever ik mijn bijdrage tot de rapportering over de Vlaamse land- en tuinbouw.
Een belangrijk deel van de data voor studie en evaluatie wordt verzameld door het Landbouwmonitoringsnetwerk van onze afdeling. Het Landbouwmonitoringsnetwerk is het vakgebied waarop ikzelf het
meest werkzaam ben. Dit houdt onder andere in dat ik de gegevensverzameling bij een representatieve
selectie van Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven door onze buitendiensten coördineer, en ervoor zorg
dat de representativiteit en de kwaliteit van gegevens en resultaten gewaarborgd en verbeterd worden.
Het interpreteren van de resultaten en het meewerken aan de tijdige rapportage is iedere keer een uitdaging.
Binnen onze afdeling zijn we met een jonge, dynamische groep van collega’s, de werksfeer binnen de
Vlaamse overheid is goed en er zijn veel mogelijkheden om bij te leren en te ontplooien.
pagina 58
An Van den Bossche
afgestudeerd in 1999
bio-ingenieur in de
Landbouwkunde
Leuvenseplein 4
B-1000 BRUSSEL
De bio-ingenieur op de werkvloer
GUY VANDENBROUCKE
Plant Manager
Fjord Seafood Pieters
Na een aantal productiefuncties binnen de voedingsindustrie (zoals Ter Beke, Crops), ben ik in 1997
gestart bij het toenmalige Pieters Visbedrijf, nu Fjord Seafood Pieters, gevestigd op het industrieterrein
Blauwe Toren in Brugge.
Guy Vandenbroucke
Het visbedrijf is gespecialiseerd in de secundaire (verdere) verwerking van vis en visproducten met hoge
toegevoegde waarde en gebruiksgemak voor de Belgische maar ook buitenlandse foodservice en retailmarkten. Het bedrijf telt in België zo’n 420 medewerkers waarvan 2/3e productiearbeiders zijn en haalt
een omzet van 150 mio Euro in 2004.
major/minor:
Ik begon in 1997 als productieverantwoordelijke voor de afdeling ‘verse-visproductie’. Na deze ervaring
werd ik productieverantwoordelijke voor de volledige productie, dus zowel vers, diepvries, gerookt, MAP
(modified atmosphere packaging) en coated.
– en voedingsindustriën
Eind 2003 kreeg ik de opdracht om de algemene leiding van het bedrijf in Brugge voor mijn rekening te
nemen voor wat betreft aankoop, financiën, productie, kwaliteit, IT, techniek, logistiek en personeelsbeleid.
De afdeling ‘verkoop’ bevindt zich onder de vleugels van mijn collega Jo Dekeyzer als EVP-divisie Europe.
B-8000 BRUGGE
afgestudeerd in 1991
Landbouwscheikunde en
– natuurkunde / Technologie en
bedrijfsleiding van landbouw
Kolvestraat 4
www.fjordseafood.com
In mijn functie word ik bijgestaan door een team van managers die wekelijks samenkomen om de operationele zaken in het bedrijf te bediscussiëren en beslissingen te nemen. Dit team vormt samen met de
productieleiding, mijn rechtstreekse reports.
Aangezien Fjord Seafood Pieters de nummer één in België is op gebied van visverwerking en innovatie,
ben ik tevens ook voorzitter van de Groepering van de Belgische visnijverheid, een overkoepelend overlegorgaan bestaande uit verschillende visverwerkende firma’s.
Fjord Seafood Pieters maakt deel uit van Fjord Seafood ASA, een beursgenoteerd Noors bedrijf, gespecialiseerd in de kweek, de productie en de verkoop van voornamelijk zalm. Zalm maakt in de Belgische
afdeling een belangrijk deel uit van onze producten, naast witvis en platvis.
Mijn job bestaat erin om op een kostenbewuste manier een maximale efficiëntie en een maximaal rendement te realiseren binnen processing teneinde het financiële resultaat (Ebit) veilig te stellen.
Naast het sturen van het productieproces, bepaal ik, samen met het managementteam, strategische
doelstellingen inzake kwaliteitsnormen en investeringen.
Naast de eindverantwoordelijkheid inzake HR-activiteiten (personeeelsbeleid), zetel ik in de Ondernemingsraad en het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk, en vervul ik ook een PR-functie
zowel binnen als buiten de firma.
pagina 59
De bio-ingenieur op de werkvloer
KOEN VAN ELSEN
Exportmanager
Lemagro NV
Het is altijd mijn wens geweest om een groot deel van de wereld te zien. Na mijn studies als bio-ingenieur
heb ik dit doel nooit uit het oog verloren. Aanvankelijk ben ik gestart in de farmaceutische sector. Al snel
ontdekte ik dat deze desk-job mij niet kon boeien. Vervolgens vond ik een job in Hawai als onderzoeker
in de biologische gewasbescherming. Maar ook labowerk gaf mij niet genoeg voldoening. Steeds weer
opnieuw heb ik gezocht naar een functie met variatie en met meer internationale flair. Sinds september
2004 werk ik voor Lemagro NV te Rumst als export verantwoordelijke.
Lemagro is een familiale KMO, opgericht in 2002. Onze hoofdactiviteit is de productie van wateroplosbare meststoffen (poeders, vloeistoffen en suspensies) voor de professionele tuinbouw-sector. Onze
meststoffen worden toegediend via irrigatiesystemen (fertigatie) of via bladvoeding. Vooral voor drogere
klimaten betekent dit een aanzienlijke besparing van water en nutriënten. De voortdurende druk op de
land- en tuinbouw om zuiniger en efficiënter met water en meststoffen om te springen biedt steeds
nieuwe perspectieven voor onze producten. Momenteel produceren we in Italië, Syrië en België en exporteren we naar meer dan 25 landen in Europa, Afrika, Azië en sinds kort Latijns-Amerika.
Als exportmanager ben ik verantwoordelijk voor het exportgebeuren. In de meeste landen werken we op
exclusieve basis met een vaste verdeler die onze producten invoert. Zij verdelen vervolgens onze producten verder naar de professionele tuinders, dit via eigen winkels of via andere distributiekanalen.
Een groot deel van mijn taak bestaat uit prospectie en het ontwikkelen van nieuwe markten, waaronder
landen als Algerije, Bulgarije, Roemenië en Uzbekistan. Dit is uitermate leerrijk aangezien ik de volledige
verantwoordelijkheid draag voor mijn afzetgebieden. De eerste stap is het screenen van potentiële verdelers. Vervolgens worden de nodige contacten gelegd waarbij ik onze producten voorstel en overga
tot het opstellen van een businessplan (leveringsvoorwaarden, betalingsvoorwaarden, het bepalen van
het productgamma, ...). Hiervoor is een persoonlijk contact erg aangewezen. Een volgende stap is de
uiteindelijke verkoop met als laatste stap het opvolgen van onze producten in de markt.
Een ander aspect van mijn job bestaat uit marketing en technische ondersteuning. Op gebied van marketing ga ik op zoek naar de juiste middelen om onze producten zo goed mogelijk te promoten (updaten
van de website, deelname aan beurzen, opmaak van brochures en posters, ontwikkeling van verpakkingen, ...). Verder geef ik technische begeleiding aan de professionele boeren ter plaatse door o.a.
voordrachten te geven tijdens informatiedagen.
Gemiddeld reis ik 1 week per maand. De afwisseling van culturen, talen en gebruiken maken dit soort
werk uitermate boeiend. Ook de afwisseling tussen bureauwerk en het reizen met hieraan gekoppeld de
veldbezoeken zorgen voor een ideale balans.
pagina 60
Koen Van Elsen
afgestudeerd in 2001
major/minor:
Plantenbescherming / Landbouwkunde van de tropische en
subtropische streken
Rumstsestraat 4,
B-2840 RUMST
www.lemagro.com
De bio-ingenieur op de werkvloer
TOON VAN ELST
Directeur
PRG Odournet nv
Na mijn studies kreeg ik de kans om binnen de Universiteit als wetenschappelijk medewerker actief te
zijn in het kader van adviesverlening aan industrie, en dit specifiek rond het thema geurhinder. Tijdens
de vijf jaren waarin ik deze functie uitgeoefend heb, heb ik veel praktijkervaring opgedaan, met een
toch sterk wetenschappelijke inslag. Op het moment dat de structuur waarin ik toen werkzaam was,
opgeheven werd, was de tijd rijp om een onafhankelijk bedrijf, PRG Odournet, op te richten. In 1999
werd dit bedrijf opgestart met in het totaal vier personeelsleden. In de loop der jaren groeide het bedrijf
binnen het Vlaamse landschap aan milieuadviesbureaus uit tot een gevestigde waarde op het vlak van
luchtverontreiniging en geurhinder.
Toon Van Elst
PRG Odournet nv levert een uitgebreid pakket consultancy diensten i.v.m. geurhinder en luchtverontreiniging bij industriële en agrarische activiteiten. Alle projecten worden begeleid door erkende deskundigen in de discipline ‘lucht’. Typische voorbeelden van studies die doorgevoerd worden, zijn ondermeer
sensorische omgevingsstudies, geuraudits, chemisch en olfactometrisch emissieonderzoek, dispersiemodellering en schouwhoogteberekeningen, advies rond ventilatie, controle van de luchthuishouding,
laboratoriumtesten, advies bij keuze van geschikte procesgeïntegreerde en nageschakelde technieken,
opvolging en evaluatie van de genomen geurreducerende technieken, leefomgevingsonderzoeken, opmaken van milieu-effectrapporten (MER) en decretale milieu-audits, enz.
B-9030 MARIAKERKE (GENT)
afgestudeerd in 1994
bio-ingenieur
in Milieutechnologie
Brugsesteenweg 591
www.odournet.com
PRG Odournet werkt regelmatig samen met andere diensten en bedrijven. Zo wordt een deel van de
analyses uitbesteed aan de Universiteit Gent, aan onze zusterbedrijven in Nederland of het Verenigd Koninkrijk of aan andere gespecialiseerde analyselaboratoria in Vlaanderen. PRG Odournet werkt ook vaak
samen met andere adviesbureaus, waarbij wij dan binnen een bedrijfsdossier specifiek het deel rond de
geurproblematiek voor onze rekening nemen. Verder worden regelmatig studieopdrachten uitgevoerd in
opdracht van de Vlaamse Overheid (o.a. beleidsvoorbereidende en –ondersteunende studies).
Mijn huidige functie bestaat uit de algemene bedrijfsleiding van PRG Odournet. Dit houdt in dat de dagelijkse beslissingen door mij genomen worden; meer ingrijpende beslissingen zoals aanwervingen of
zwaardere investeringen worden genomen in de Raad van Bestuur. Naast de eindverantwoordelijkheid
op financieel vlak, betekent dit ook de eindverantwoordelijkheid op technisch/wetenschappelijk vlak, en
dit door het uitvoeren van de concrete projectopvolging van de verschillende medewerkers. Verder omvat mijn functie tevens het personeelsbeleid, met ondermeer het omschrijven van verantwoordelijkheden,
functies, groeidoelen en het doorvoeren van evaluaties.
pagina 61
De bio-ingenieur op de werkvloer
ANNICK VAN HYFTE
Projectmedewerker
Ecolas NV
Na het beëindigen van mijn opleiding als bio-ingenieur (1997) ging ik aan de slag bij het Centrum voor
Milieusanering (CMS) aan de UGent als coördinator. Dit hield in dat ik ondersteuning gaf bij de dagelijkse
werking van het CMS. Vrij vlug maakte ik de overstap naar de Vakgroep Organische Chemie (prof. Van
Langenhove), eveneens aan de UGent. In opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij voerde ik daar een
studie uit rond het opstellen van een methode voor het inventariseren van emissies van vluchtige organische stoffen in Vlaanderen.
Vanaf 2001 ging ik werken bij de afdeling “Sustainable Development” bij PriceWaterhouseCoopers (PwC).
Een job als “environmental consultant’ bood de opportuniteit om het bedrijfsleven van binnenuit beter te
leren kennen. Advies rond verpakkingsafval en de problematiek rond broeikasgassen gaf bij PwC invulling
aan mijn job.
Sinds mei 2002 ben ik werkzaam bij het milieustudiebureau ECOLAS als projectmedewerker in de groep
Milieutechnologie. Naast deze groep omvat ECOLAS ook nog de groepen milieu-economie, bodemonderzoek, industrieel milieuadvies, integraal water- en natuurbeheer, marien onderzoek en onderzoek inzake
milieukwaliteit en gevaarlijke stoffen. Er wordt heel nauw samengewerkt tussen deze verschillende groepen. Milieustudies karakteriseren zich immers veelal door hun multidisciplinair karakter. Zo ben ikzelf ook
nauw betrokken bij de studies met betrekking tot risicoreductie van gevaarlijke stoffen.
ECOLAS focust zich ook op studies in het buitenland als groeiende markt.
De groep milieutechnologie voert studies uit voor zowel overheden als bedrijven in binnen- en buitenland.
Een van de taken binnen deze groep is het uitwerken van de disciplines lucht, water en mens bij het opmaken van Milieueffectrapporten (MER). Dit houdt in dat de mogelijke effecten door de activiteiten van een
bedrijf of door infrastructuurwerken op de lucht- en waterkwaliteit en op de gezondheid van de mens moeten beoordeeld worden. Binnen deze groep gaat de aandacht ook uit naar technisch advies voor bedrijven
rond bvb. afvalwaterbeheer en luchtemissiereductie. Ook studies voor overheden rond bijvoorbeeld het
reductiepotentieel van emissies bij verschillende sectoren in Vlaanderen (industrie, landbouw, …) worden
door ons, in samenwerking met de groep ‘economie’, uitgewerkt.
In het kader van de Europese “Existing Substances Regulation” voert de groep “milieutechnologie”, in
samenwerking met de groep “gevaarlijke stoffen” opdrachten uit op twee niveaus. Voor de “Risk Assessment (RA) Studies” van een reeks zware metalen, zijn wij verantwoordelijk voor het opmaken van een
emissie-inventaris naar lucht, water en bodem. Wij zijn eveneens actief op het niveau van de risicoreductie
strategieën. Naar aanleiding van de resultaten van de RA studies, moet een dergelijke strategie worden
opgemaakt waarin emissiereducerende maatregelen worden voorgesteld aan de Europese Commissie.
Kortom, mijn job bij ECOLAS is heel gevarieerd en omvat een brede waaier van activiteiten waardoor
steeds nieuwe uitdagingen de kop opsteken en van routine geen sprake is.
pagina 62
Annick Van Hyfte
afgestudeerd in 1997
bio-ingenieur
in Milieutechnologie
Lange Nieuwstraat 43
B-2000 ANTWERPEN
www.ecolas.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
KOEN VERHAERT
Kwaliteitsdeskundige
Janssen Pharmaceutica
Als bio-ingenieur in de landbouwkunde, meer specifiek major Landelijk genie (nu biosysteem-techniek),
wordt door je omgeving vaak verwacht dat je moet en zal in de landbouw tewerk gesteld worden bij een
veevoederbedrijf, landbouwmachine producent, … Niets is echter minder waar.
Ik ben in 2001 begonnen bij de kwaliteitsdienst van Janssen Pharmaceutica, één van de meest vernieuwende farmaceutische bedrijven met producten die wereldwijd belangrijke toepassingen gevonden
hebben in de humane geneeskunde. Hier stond ik aanvankelijk in voor de vrijgave van binnenkomende
goederen. Door het labo vastgestelde afwijkingen dienden geëvalueerd te worden met betrekking tot
hun impact op de procesvoering. Het was met andere woorden een vrij scheikundige job die, gezien mijn
major keuze, niet 100 % in lijn lag van mijn verwachtingen.
Koen Verhaert
afgestudeerd in 2001
major/minor:
Landelijk Genie / Economie
Janssen Pharmaceuticalaan 3,
B-2440 GEEL
www.janssenpharmaceutica.be
Via een aantal tussentijdse projecten ben ik in 2003 in de kwalificatiewereld terechtgekomen, een meer
technische job die mij vanaf de eerste dag kon boeien. Equipment, utilities en ruimte-kwalificatie kan kort
samengevat worden als het aantonen van de geschiktheid van een systeem voor het bedoelde gebruik
aan de hand van leveranciersdocumentatie en functionele testen. Bij de aankoop van een nieuw systeem
wordt een projectteam samengesteld waarin vertegenwoordigers van de verschillende afdelingen zetelen. Tijdens talrijke vergaderingen wordt het voorgestelde engineering design in detail besproken en de
nodige wijzigingen doorgevoerd. De projectteamleden hebben echter allen verschillende belangen te
behartigen die soms zelfs loodrecht tegenover elkaar kunnen staan. Via overleg wordt dan getracht een
oplossing te vinden waarin alle partijen zich kunnen vinden.
Van zodra het finale design is vastgelegd, wordt het systeem in de productieomgeving geplaatst en volledig functioneel getest. Geregeld dient tijdens de opbouw en het testen de installatie op de werf bezocht
te worden om vordering van de werken te evalueren. Waar nodig worden, in overleg met het ganse
team, nog wijzigingen doorgevoerd om het systeem optimaal te kunnen inzetten voor het gewenste
doel, zijnde ‘productie van een kwalitatief hoogstaand product met maximale aandacht voor operator en
omgevingsveiligheid’.
Het enorm boeiende aan deze job is het uitgesproken sociale karakter: ongeveer 70 % van mijn tijd wordt
besteed aan projectmeetings, die per project bovendien vaak uit andere personen bestaan. Ieder nieuw
systeem is bovendien uniek en stelt andere vereisten zodat deze job nooit eentonig dreigt te worden. De
pharma-wereld stelt ook steeds strengere eisen wat het afronden van dergelijke projecten steeds uitdagender maakt. Het is een continu bewegende sector waar je automatisch verplicht wordt om vooruit te
denken en steeds moet trachten om de laatste nieuwe technologieën te introduceren.
pagina 63
De bio-ingenieur op de werkvloer
JAN WIRIX
Planning / management
NV Carpe Diem
Ik sta in voor planning en management bij het catering-bedrijf Carpe Diem. Wij organiseren feesten en
evenementen van allerlei aard en staan garant voor gastronomie op niveau bij bedrijfsfeesten, seminaries,
evenementen, recepties en ook particuliere feesten. Zo verzorgt Carpe Diem ondermeer de recepties op
het Filmfestival van Vlaanderen te Gent, het Circuit van Zolder, de businessseats van RSC Anderlecht en
zijn we regelmatig terug te vinden in de Brabanthallen, de Faculty Club of de Concert Noble.
Wat startte als een kleinschalig familiebedrijf bij de oprichting in 1980 is geleidelijk uitgegroeid tot een
bedrijf met 35 vaste medewerkers, met opdrachten in binnen- en buitenland. In 2002 werd een volledig
nieuw bedrijfsgebouw in gebruik genomen dat beschikt over een moderne, professioneel uitgeruste
keuken die voldoet aan de strenge HACCP-normen. Tevens zijn er 2 feestzalen voorzien voor familiale
feesten en zakendiners.
Het bedrijf kan opgesplitst worden in twee entiteiten, de productie enerzijds en logistiek anderzijds. Een
deel van de werkactiviteit speelt zich op de bedrijfslocatie zelf af maar gezien het feit dat de meeste feesten elders doorgaan, dient er ook gewerkt te worden op vele externe locaties. Er wordt dan een ploeg
van koks en kelners uitgestuurd om het feest ter plekke te voltooien.
Ik ben verantwoordelijk voor de organisatie en planning van catering evenementen, zowel voor de logistiek (transport, materiaalvoorziening, treffen van de nodige infrastructurele voorziening) als het nodige
personeel (doorgeven van informatie, inplannen van eigen personeel en uitzendkrachten). Hiervoor ontwerp ik wekelijks een voorlopige planning, die is echter zelden definitief en dient dagelijks bijgestuurd te
worden in overleg met de zaakvoerder en het hoofd van de productie. Daarnaast onderhoud ik contacten met klanten, behandel ik personeelsproblemen van klanten naar het bedrijf en intern, maak ik offertes
en volg deze op en los ik technische problemen op de werkvloer op. Ook de opvolging van de hygiëneen milieuwetgeving en de implementatie ervan op de werkvloer is mijn verantwoordelijkheid. Tenslotte
beheer ik de cash flow en beleg regelmatig evaluatievergaderingen met de boekhouder.
pagina 64
Jan Wirix
afgestudeerd in 1994
major/minor:
Bodemkunde / Milieu
Rietmusweg 87
B-3700 TONGEREN
www.carpediemnv.be
De bio-ingenieur op de werkvloer
KATTY WOUTERS
Algemeen coördinator
Regionaal Landschap Noord-Hageland vzw
Ik startte mijn loopbaan als wetenschappelijker, onderzoeker op het VITO, maar vond al snel mijn weg
naar de regionale landschappen. Daar begon ik als ‘coördinator natuur-projecten’ in Haspengouw en
ben sinds april 2002 ‘algemeen coördinator’ op het Regionaal Landschap Noord-Hageland vzw.
Katty Wouters
Het gaat om een zeer gevarieerde functie. Geen 2 werkdagen zijn hetzelfde. Maar ook de inhoud maakt
de job erg boeiend. Een regionaal landschap zet zich in voor natuur, landschap en cultuurhistorie in
de streek. Momenteel zijn er in Vlaanderen een 10-tal regio’s als regionaal landschap erkend door de
Vlaamse overheid.
major/minor
Regionale landschappen zijn vzw’s waarin enerzijds de overheden (provincie en gemeenten) vertegenwoordigd zijn en anderzijds de verschillende ‘doelgroepen’. Hierbij gaat het om landbouworganisaties,
natuurverenigingen, verenigingen voor toerisme en recreatie en wildbeheerseenheden. We streven ernaar om al deze ‘gebruikers’ van de open ruimte te verenigen en met hen samen te werken. Dit vraagt
uiteraard een goed inzicht in hun wensen en visies op het buitengebied. Overleg is hiervoor hét sleutelinstrument. Op eigen initiatief of op vraag van partners, werken we projecten uit rond landschaps-zorg, natuurgerichte recreatie, kleine landschapselementen of ‘natuur buiten de reservaten’. Concrete realisatie
op het terrein wordt uitbesteed aan sociaal-economische bedrijven.
Gelrodeweg 2
afgestudeerd in 1996
Fytotechnie
/Tropische landbouw
B-3200 AARSCHOT
www.rlnh.be
Als algemeen coördinator draag ik de eindverantwoordelijkheid op het Regionaal Landschap NoordHageland vzw. Ik begeleid mijn medewerkers (momenteel acht) in hun project-werking en draag het
overlegmodel waar de regionale landschappen voor staan, uit. Ik verzorg de eindredactie van landschapskranten, brochures en folders. In overleg met de Raad van Bestuur bepaal ik de beleidslijnen van
onze organisatie. Ook het financiële beheer en het zoeken naar nieuwe subsidiekanalen behoren tot mijn
takenpakket.
pagina 65
De bio-ingenieur op de werkvloer
NOTA’S
pagina 66
KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN
UNIVERSITEIT GENT
VRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL
Contactgegevens:
prof. R.L. Swennen
Contactgegevens:
Sofie Van Maercke
Contactgegevens:
prof. J. Steyaert
Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen
Kasteelpark Arenberg 20
B-3001 Heverlee
Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen
Coupure links 653
B-9000 Gent
Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen
Pleinlaan 2
B-1050 Brussel
Tel: +32 (0)16 32 14 21
Tel: +32 (0)9 264 62 07
Tel: +32 (0)2 629 19 31
[email protected]
http://www.biw.kuleuven.be
Sofi[email protected]
http://www.fbw.UGent.be
[email protected]
http://ultr.vub.ac.be