Coöperaties in schijnwerpers

Commentaren

Transcriptie

Coöperaties in schijnwerpers
ANDERSOM
MAGAZINE VAN OIKOCREDIT NEDERLAND
maart 2012
Landjepik
Nieuwe ambassadeur
Mirella van Markus
Zonnelamp
Coöperaties in schijnwerpers
Colofon
Het kwartaalblad Andersom is een uitgave
van Oikocredit Neder­land en geeft nieuws
en achtergrondinformatie over het werk
van Oikocredit en Oikocredit Nederland.
Overname van artikelen is toegestaan na
toestemming van de redactie.
Redactie
Ronald Everts (hoofdredacteur)
Dee Timmermans (bureauredacteur)
Martien Versteegh (eindredacteur)
Serana Stockmann
Walter van Teeffelen
Aart van Cooten
Jan de Hoon
Karlijn Smit
Column
Kees van der Maas
Illustratie
Age Visser
Foto’s
Oikocredit, Nick van Ormondt,
Alberto Vargas, Opmeer Reports,
Serana Stockmann, Martien Versteegh
Coverfoto
Op de foto: Ing. Ricardo Zuñiga Monge
van de coöperatie Coopetarrazú
Vormgeving
Xplore, Hoevelaken
Opmaak
Donkigotte
Druk
De Groot Drukkerij BV, Goudriaan
Andersom is gedrukt op kringlooppapier
Andersom maart 2012
INHOUD
VN zet coöperatie in schijnwerpers
Coopetarrazú verbetert positie Costa Ricaanse koffieboer
3
Voor 16 dollar een betere kwaliteit van leven
Bep Pruntel in het zonnetje
5
6
Landjepik: groene revolutie of nieuwe kolonisatie?
7
Hoe scoren bedrijven op duurzaamheid?
8
De droom van een jong stel
9
Verenigingsnieuws:
4
Nieuwe media-ambassadeur: Mirella van Markus
Oikocredit Nederland in 2011
10
Administratieve wijzigingen
11
Onderzoek kerkelijke instellingen en duurzaam beleggen
11
12
Seminar Het duurzame aandeel van de kerk
12
Column Kees van der Maas
12
ISSN 1566-368X; oplage: 13.200 exemplaren
Oikocredit Nederland
Postbus 85015
3508 AA Utrecht
Bezoekadres:
Herculesplein 207a
Utrecht
T: 030 234 10 69
E: [email protected]
I: www.oikocredit.org
Wat doet Oikocredit?
Oikocredit, wereldwijd vooroplopend financier van de microkredietsector, is ervan overtuigd dat arme mensen in ontwikkelingslanden zelf in staat zijn een beter
bestaan op te bouwen. Als ze maar een lening kunnen krijgen. Met (micro)krediet
kunnen mensen voor hun eigen inkomen zorgen, bijvoorbeeld door een bedrijfje of
marktkraam op te zetten.
Oikocredit gaat de strijd aan tegen armoede door leningen en investeringskapitaal te
verstrekken aan microkredietinstel­lingen, coöperaties en midden- en kleinbedrijf. Het
kapitaal daarvoor trekt Oikocredit wereldwijd aan door de uitgifte van aandelen.
Oikocredit Nederland, een vereniging met ruim achtduizend leden en donateurs en
ruim honderd vrijwilligers, geeft bekendheid aan Oikocredit en verzorgt de administratie van het Oikocredit Nederland Fonds (ONF), een erkend sociaalethisch beleggingsfonds. De Stichting Beheer Oikocredit Nederland Fonds is als beheerder van
het ONF opgenomen in het register van de AFM.
2
VN ZET COÖPERATIE IN SCHIJNWERPERS
De Verenigde Naties hebben 2012
uitgeroepen tot het Internationale
Jaar van de Coöperaties. Overal in de
wereld staan de coöperaties dit jaar in
de schijnwerpers. Ook Oikocredit
organiseert in dat kader activiteiten in
diverse landen.
Tekst: Aart van Cooten
Een ding is zeker: coöperaties dragen bij
aan de economische groei van de
aangesloten leden. Dat is ook precies de
reden dat Oikocredit een groot aantal
coöperaties in derdewereldlanden financieel ondersteunt. Via deze unieke
samenwerkingsvorm wordt armoede
een halt toegeroepen.
De cijfers spreken boekdelen. In meer
dan honderd landen bestaat het
fenomeen coöperatie. Wereldwijd zijn
naar schatting 800 miljoen mensen aangesloten bij een coöperatie. Er bestaan
bijvoorbeeld coöperaties die actief zijn
op het terrein van financiering – daar is
Oikocredit trouwens zelf een van –,
verwerking van agrarische producten,
handel, energieproductie en woningbouw.
Melkveehouders
Landbouw is ongetwijfeld de sector
waar de coöperatieve samenwerkingsvorm het meest voorkomt. Zeker in
Nederland. Zo is bijvoorbeeld 80 procent
van de melkveehouders in ons land
aangesloten bij een coöperatie. In de
zuivel is FrieslandCampina de grootste
met vijftienduizend leden-veehouders.
De geschiedenis van deze onderneming
gaat terug tot 1872, met de oprichting
van de eerste kleine coöperatieve
melkfabriek. Inmiddels bedraagt de
omzet 9 miljard euro. Toch is nog steeds
sprake van een echte coöperatie, met
inspraak van de aangesloten leden en
uitbetaling van de winst. De Rabobank is
ook een grote coöperatie. En in de
volkshuisvesting zijn tientallen woningbouwcoöperaties actief. Zij zijn destijds
vooral opgericht om huizen te verhuren
aan mensen met een laag inkomen. Dit
doel hebben veel bestuurders van deze
coöperaties trouwens nog steeds voor
ogen.
Dankzij de leningen van Oikocredit kunnen de boeren van de coöperatie Cornesti
in Roemenië investeren in landbouwmachines
Medezeggenschap
Coöperaties in Nederland gaan vandaag
de dag in essentie nog over hetzelfde als
meer dan honderd jaar geleden: het lot in
eigen hand nemen, versterking van de
economische positie van de leden,
risico’s delen en medezeggenschap. Het
coöperatieve model zorgt voor zekerheid
en continuïteit.
Ook in veel ontwikkelingslanden zijn
coöperaties actief. Dat gaat vaak goed,
maar niet altijd. Bestuurders van
startende coöperaties zijn soms gevoelig
voor corruptie. Medezeggenschap kan
ook leiden tot bureaucratie. Dat is de
reden dat veel ontwikkelingsorganisaties
zich richten op versterking van de
organisatorische structuur.
Als we kijken naar de cijfers van
Oikocredit International, blijkt dat financiële banden bestaan met een groot
aantal coöperaties; welgeteld 288. De
belangrijkste daarvan zijn actief op het
terrein van microfinanciering (183), landen tuinbouw (67), handel (14) en industrie
(10).
vaak dat slechts een klein deel van de
uiteindelijke opbrengst bij de boer terechtkomt. Economische samenwerking
tussen boeren, ofwel coöperatievorming,
leidt ertoe dat zij minder afhankelijk
worden van tussenhandelaren.
Een mooi voorbeeld van de coöperatieve
insteek van Oikocredit is de steun aan de
landbouwcoöperatie Cornesti in Roemenië. De vijfhonderd aangesloten
boeren bewerken samen 850 hectare
landbouwgrond. Elk lid heeft zijn eigen
grond, maar de machines zijn
gezamenlijk bezit. Voor de aanschaf van
nieuw landbouwmaterieel heeft Oikocredit inmiddels via twee leningen
355.000 euro ter beschikking gesteld
aan deze Roemeense coöperatie. Dit
leidt tot betere arbeidsomstandigheden
en hogere opbrengsten.
Landbouwproducten
Oikocredit International is positief over
de bijdrage van coöperaties aan de
verbetering van de levensomstandigheden van kleine ondernemers in de
Derde Wereld. Bij de handel in
landbouwproducten blijkt bijvoorbeeld
3
COOPETARRAZÚ VERBETERT POSITIE
COSTA RICAANSE KOFFIEBOER
Oikocredit leent geld aan de
koffiecoöperatie Coopetarrazú. Deze
coöperatie heeft een positieve invloed
op veel boeren in Costa Rica, zoals
bijvoorbeeld Edgar. Hij heeft als
koffieboer veel geleerd van de
coöperatie. Ricardo werkt voor de
organisatie zelf. Hij geeft technische
adviezen aan de koffieboeren. Adviezen waar ook Rita en Wilberth van
profiteren.
Tekst: Karlijn Smit
Als kind liep Edgar 23 kilometer naar de
dichtstbijzijnde opslagplaats voor koffiebonen. Hij bracht samen met zijn vader
de koffieoogst weg. De oogst was verpakt op de rug van hun paarden. Het
was een lastige tijd voor de koffieboeren
in Costa Rica. Ze konden nauwelijks
concurreren met de grote koffiebedrijven.
Inmiddels heeft Edgar een eigen koffieplantage van zeven hectare. Zijn twee
oudste kinderen helpen hem. Edgar
droomt ervan dat zijn kinderen de
koffieboerderij overnemen en verbeteren.
De kinderen hebben betere toekomstperspectieven dan hun vader destijds,
omdat Coopetarrazú inmiddels een
goedlopende coöperatie is.
Grootste werkgever
Edgars vader is een van de 230 kleine
boeren die Coopetarrazú in 1960
oprichtte. De coöperatie is uitgegroeid
tot de grootste werkgever in de regio van
San Marcos de Tarrazú. Er zijn
momenteel 2600 leden aangesloten.
Coopetarrazú geeft haar leden een deel
van de winst voordat er daadwerkelijk
geoogst is. De boeren hebben hierdoor
meer financiële middelen voor het telen
en oogsten. Ook kunnen zij gebruik
maken van diverse diensten, zoals
autoreparatiediensten en trainingen.
Oikocredit heeft de coöperatie sinds
2005 drie leningen verstrekt, met een
totaalbedrag van 3.000.000 miljoen
dollar.
dichtstbijzijnde opslagplaats ligt nu op
slechts twee kilometer afstand. Edgar is
blij met de veranderingen. Ook zijn
kinderen profiteren van Coopetarrazú.
De organisatie subsidieert een middelbare schoolprogramma voor hen. Zo
krijgen ze de kans om later naar de
universiteit te gaan.
Duurzaamheid
Coopetarrazú heeft duurzaamheid hoog
in het vaandel staan. Ricardo Zuñiga
Monge leverde als werknemer van
Coopetarrazú een bijdrage aan het
duurzaamheidsprogramma. Alle leden
van de coöperatie werken nu volgens de
strenge milieubeschermingscriteria. Ze
gebruiken geen chemicaliën meer,
omdat de grond hierdoor uitgeput
raakte. Ricardo vond het lastig om een
nieuw systeem in te voeren, maar hij is
blij met het resultaat: ‘Verandering is
altijd moeilijk. Vroeger raadden we de
boeren juist aan chemicaliën te gebruiken
voor een goede oogst. Maar ik ben nu
erg blij met deze vooruitgang, omdat het
gunstig is voor de hele gemeenschap.’
Het echtpaar Rita Naranjo Retana and
Wilberth Gamboa Garro houdt zich ook
aan het duurzaamheidsprogramma van
Coopetarrazú. Zij dragen hierdoor ook
bij aan de bescherming van diersoorten.
Bovendien werken ze nu zelf in een
veiligere omgeving. Rita en Wilberth
hebben allebei passie voor koffie, maar
hun achtergrond is verschillend. Rita’s
ouders waren ook koffieboeren en zij
kreeg van haar vader een stuk land.
Wilberth begon met een baan als
automonteur en inmiddels helpt hij zijn
vrouw op de boerderij. Tijdens de
koffiecrisis in 2001 kreeg het echtpaar
technische assistentie bij de koffieproductie, waardoor zij zich staande
konden houden. Ook zij hebben zich bij
Coopetarrazú aangesloten omdat ze hun
koffieoogst wilden vergroten in de hoop
daarmee de opleiding te kunnen betalen
voor hun kinderen.
Edgar met zijn familie
Coopetarrazú heeft ervoor gezorgd dat
Edgars handelspositie verbeterde. Edgar
leerde nieuwe landbouwtechnieken van
de coöperatie, waardoor hij meer oogst
heeft. Bovendien krijgt hij een eerlijke
prijs voor zijn koffiebonen. En de
4
Wilberth Gamboa Garro en Rita Naranjo Retana
Ledverlichting op basis van zonnepanelen en oplaadbare batterijen
VOOR 16 DOLLAR EEN BETERE
KWALITEIT VAN LEVEN
In het mei-nummer van Andersom in
2009 berichtten we over Barefoot
Power, opgericht door Harry Andrews
en Stuart Craine uit Australië.
Oikocredit had toen een tweede
investering van 300.000 Australische
dollar in het bedrijf goedgekeurd. In
juni 2011 werd de grens van een
miljoen mensen gepasseerd die
dankzij de organisatie gebruikmaken
van ledverlichting op basis van zonnepanelen en oplaadbare batterijen. We
spraken de nieuwe CEO Rick Hooper
en de CFO Steve Wright die met
Barefoot Power voor de uitdaging
staan om tien miljoen mensen te
bereiken in 2015.
Tekst: Jan de Hoon
‘Het succes en het nut van de Firefly (de
goedkoopste lamp in het assortiment)
heb ik zelf ervaren in Oeganda’, begint
Hooper zijn verhaal. ‘Op bezoek bij onze
vestiging in Kampala werden we uitgenodigd voor een culturele avond. Op
het moment dat de show zou beginnen,
viel de stroom uit. Nu begreep ik waarom
al onze medewerkers hun Firefly bij zich
hadden. Op hetzelfde moment werden
32 lampen ontstoken.’ Het is een mooi
voorbeeld uit het dagelijks leven in een
land als Oeganda waar stroomonderbrekingen meer regelmaat dan
uitzondering zijn. Op plaatsen waar een
elektriciteitsnet ontbreekt, is dit product
een veilige vorm van verlichting. Het is
daarnaast op een goedkope manier te
produceren. ‘Onze goedkoopste lamp
kost 16 dollar’, vertelt Wright. ‘Gemiddeld
is een huishouden in Oeganda bijvoorbeeld 2 dollar per week kwijt aan
kerosine voor kerosinelampen. Dus in
twee maanden tijd heeft de investering
zich al terugbetaald. De lampen geven
meer licht, de kans op brand en
rookvergiftiging is niet meer aanwezig,
mensen kunnen in het donker
doorwerken en het blijkt dat kinderen
meer tijd aan hun huiswerk besteden.’
Nieuwe uitdaging
Barefoot Power heeft zich als doel
gesteld vijf miljoen mensen te bereiken
in 2012 en tien miljoen in 2015. Het
bedrijf verwacht dat ze tweehonderd
medewerkers wereldwijd in dienst
hebben in 2015 en naast vestigingen in
Afrika zal Barefoot Power ook aanwezig
zijn in India en de Azië Pacific regio. ‘Dit
zijn realistische cijfers’, zegt Hooper.
‘Momenteel zijn veertien containers met
verkochte producten onderweg en in
oktober 2011 hebben
we de grens van
anderhalf
miljoen
mensen al bereikt.
Onze grootste uitdaging is om de
organisatie op een
gezonde manier te
laten groeien, zodat
we kunnen blijven
voldoen
aan
de
Barefoot Power
Barefoot Power is een sociale onderneming die zich richt op betaalbare
verlichting en opladers voor mobiele
telefoons in lage inkomenslanden,
waar geen tot weinig toegang tot elektriciteit is. De organisatie ziet elektriciteit als essentieel onderdeel van economische ontwikkeling en als een
eerste stap om armoede te kunnen
ontstijgen.
www.barefoot.com
vraag. Onze supply chain (beheer van
logistiek) moet robuust genoeg zijn om in
plaats van vier containers per jaar, twee
containers per dág te verschepen.
Hiervoor introduceren we een nieuw
managementinformatiesysteem en zijn
we bezig met ISO 9000 certificering (dit
is een norm die eisen stelt aan het
kwaliteitsmanagementsysteem) die eind
2012 afgerond moet zijn.’
De negatieve gevolgen van
kerosine als brandstof
•
•
•
•
•
Driehonderdduizend doden als gevolg van verbranding
ieder jaar.
Vier miljoen vrouwen zijn ieder jaar slachtoffer van
ernstige brandwonden.
Meer kinderen sterven ieder jaar aan brandgerelateerde
ongevallen dan aan tbc of malaria.
De WHO (Wereldgezondheidsorganisatie van de VN)
geeft aan dat ieder jaar 1,6 miljoen mensen sterven als
gevolg van slechte ventilatie in huis en het gebruik van
traditionele brandstoffen.
Het inademen van de rook in huis staat gelijk aan het
roken van twee pakjes sigaretten per dag.
Dankzij de duurzame lampen van Barefoot Power kan deze
Afrikaanse man ’s avonds ook lezen
5
BEP PRUNTEL IN HET ZONNETJE
Bep Pruntel-Bootsma is sinds twee jaar
regiocoördinator Noord-Holland. Vanuit
haar woonplaats Bloemendaal zet ze
zich met veel enthousiasme in voor
Oikocredit. Tijdens de Algemene
Ledenvergadering van mei vorig jaar
zette Oikocredit Nederland Bep in het
zonnetje. Dit vanwege haar grote inzet
en de creatieve manier waarop ze
probeert diverse doelgroepen te
bereiken. Daarmee verdient zij voor
Oikocredit Nederland het predicaat van
vrijwilligster van het jaar. Als symbool
voor de waardering van Oikocredit
Nederland voor het werk van alle
vrijwilligers.
Tekst en foto: Serana Stockmann
Na 21 jaar middelbaar onderwijs als
docente Frans en decaan, zeven jaar op
de heao als docente Personeelsmanagement en coördinator Studieloopbaanbegeleiding en tussendoor zeven jaar
ondernemerschap met een wervings- en
selectiebureau met studieberoepskeuze,
besloot Bep om haar kennis en ervaring in
te zetten voor vrijwilligerswerk.
Met haar keuze voor Oikocredit ging ze
niet over één nacht ijs. ‘Ik had zo mijn
bedenkingen over de resultaten bij
ontwikkelingswerk. Daarom heb ik aan de
Vrije Universiteit de module ‘ontwikkelingseconomie’ gevolgd. Inderdaad
gaat er nog veel mis, maar verschillende
gastsprekers,
waaronder
voormalig
minister voor Ontwikkelingssamenwerking
Bert Koenders, noemden Oikocredit als
waardevolle organisatie voor ontwikkelingswerk. Ik had nooit eerder van
Oikocredit gehoord. Voor mij zijn
kennisoverdracht en microfinanciering
fundamentele zaken, want zij laten arme
mensen in hun waarde en ik was blij verrast
dit terug te zien bij Oikocredit. De
functieomschrijving van regiocoördinator
Noord-Holland die de organisatie op dat
moment zocht was me op het lijf
geschreven.
Coachen,
coördineren,
kennisoverdracht en netwerken heb ik
allemaal gedaan in het onderwijs en voor
mijn eigen onderneming.’
6
Bep Pruntel: ‘Voor mij zijn kennisoverdracht en microfinanciering fundamentele zaken’
Kansen zien en actie ondernemen
Het runnen van een eigen bedrijf leverde
Bep ervaring op die ze prima kan inzetten
in haar functie als regiocoördinator. Met
haar creativiteit en vermogen om kansen
te zien, zorgt ze er met haar team
vrijwilligers voor dat de naamsbekendheid
van Oikocredit op diverse manieren wordt
vergroot.
In de afgelopen twee jaar organiseerden ze
een high tea, Bep trad op bij een
wijnproeverij van het MKB, er kwam een
artikel in Happinez, ze werd door radio
Beverwijk geïnterviewd en er verscheen op
de achterkant van de uitleenbewijzen van
bibliotheekboeken een advertentie van
Oikocredit. ‘In de bibliotheek zag ik
reclame staan op de uitleenbewijzen. Dat
leek me ook iets voor Oikocredit: de
uitleenbewijzen
worden
vaak
als
boekenlegger gebruikt en je bereikt jong
en oud.
Je moet steeds zoeken naar zoveel
mogelijk verschillende kansen zodat je
allerlei doelgroepen bereikt. Daarnaast
moet je als vrijwilliger bij Oikocredit geduld
en doorzettingsvermogen hebben. Het is
belangrijk een hecht team op te bouwen
dat elkaar stimuleert en motiveert. Samen
zijn we ‘vrijwilligster van het jaar’!’
Visie
Bep heeft een duidelijke visie op haar
betrokkenheid bij dit vrijwilligerswerk:
‘Laten we proberen solidair met elkaar te
zijn: jong/oud, rijk/arm, lid/participant/
vrijwilliger. Ieder op zijn eigen manier. We
hebben elkaar nodig, want samen moeten
we onze aarde leefbaar houden voor
iedereen. Ook jongeren willen wij in een
vroeg stadium bij ontwikkelingssamenwerking betrekken. Wij hebben ons
daarom als werkgroep sterk gemaakt om
meer te doen met social media, games en
er bestaat de wens om deelparticipaties te
creëren. Ik denk dat zingeving voor
jongeren niet meer zo vaak bestaat uit
lidmaatschap van een kerk maar door mee
te werken aan bijvoorbeeld fair trade of
duurzaamheidsprojecten. En dan op een
ludieke manier.’
‘Gelukkig krijgen wij alle medewerking van
Oikocredit Nederland voor onze ideeën.
Wij hebben bij hardloopwedstrijden voorgesteld om jongeren gekleed in T-shirts
van Oikocredit mee te laten lopen. Dat is
op beperkte schaal gebeurd, maar dat
wordt in de toekomst vast groter. Wie pakt
de uitdaging met ons op?’
LANDJEPIK: GROENE REVOLUTIE
OF NIEUWE KOLONISATIE?
‘Je moet niet geloven dat deze
investeerders er zijn om de hongerige
Afrikanen te voeden, dat ze banen
creëren of voedselgarantie bevorderen,’
zegt Obang Metho van Solidarity
Movement for New Ethiopia in the
Guardian. ‘Deze transacties vullen
alleen de zakken van corrupte leiders
en buitenlandse investeerders.’ Volgens
Metho is land grabbing of landjepik een
vorm van nieuwe kolonisatie en zeker
geen nieuwe groene revolutie. Onderzoek van zowel Oxfam Novib als de
FAO (Wereldvoedselorganisatie van de
VN) onderbouwt deze stelling.
Tekst: Jan de Hoon
Een gebied zo groot als West-Europa,
namelijk 227 miljoen hectare, is de laatste
tien jaar in ontwikkelingslanden aan
landbouwgrond opgekocht of gepacht, zo
blijkt uit het onderzoeksrapport ‘Land en
Macht’ dat Oxfam Novib in september
2011 publiceerde. Het onderzoek betreft
grondtransacties in Oeganda, Indonesië,
Guatemala, Honduras en Zuid-Soedan.
Met name de afgelopen twee jaar ging het
hard als gevolg van de mondiale
voedselcrisis in 2007-2008. Buitenlandse
ondernemingen en hedgefondsen investeren grootschalig in landbouw-gronden in
Afrika, Latijns-Amerika, Centraal- en
Zuidoost-Azië. Lokale grondgebruikers
leggen het hierbij af tegen de elite en
investeerders.
Toename investeringen in landbouw
De FAO voerde een soortgelijk kwalitatief
onderzoek uit in 2009 in Ethiopië, Ghana,
Madagaskar, Mali and Soedan. Ze
constateerden dat vanaf 2004 voor 2,5
miljoen hectare aan land was verhandeld
met een toename aan investeringen in
landbouwgronden. Dit levert een hoge
druk op bestaande en schaarse hoogwaardige landbouwgronden in handen
van de lokale bevolking. Er is hier sprake
van een overduidelijke dominantie van de
private
sector
en
buitenlandse
investeerders en dit leidt tot een mogelijke
toename van grootschalige acquisities,
zoals bijvoorbeeld een biobrandstofproject
in Madagaskar van 425.000 hectare.
Gevolgen landjepik
De essentiële vraag is wat deze
investeringen in landbouwgronden opleveren voor de betreffende landen?
Regeringen verdienen inkomsten in
harde valuta. En investeringen in
infrastructuur,
technologie
en
werkgelegenheid zorgen voor
ontwikkeling. Maar weegt dit
op tegen de negatieve
gevolgen? Volgens het
rapport van Oxfam Novib
zorgt landjepik voor onteigening, schending van
mensenrechten en afbraak van middelen van
bestaan van de lokale
bevolking. Rechten van
bestaande
grondgebruikers worden niet
gerespecteerd en mensen worden vaak door
middel van geweld gedwongen hun land
en huis te verlaten, waarbij hun gewassen
vernietigd worden.
Het zijn bovendien de beste landbouwgronden die populair zijn bij de
investeerders. Kleine keuterboeren hebben vaak geen andere keus dan als
(seizoens)arbeiders bij de grote buitenlandse bedrijven aan de slag te gaan. Er
worden pachtovereenkomsten aangegaan voor lange termijnen (49 tot 99 jaar),
waarbij de bedrijven het recht hebben ook
alle natuurlijke bronnen, zoals hout en olie,
te exploiteren. Deze overeenkomsten
hebben geen duurzaam karakter. De
landbouwgronden worden gebruikt voor
goedkope voedselproductie voor het
buitenland of voor het verbouwen van
exportgewassen zoals palmolie. Dit
betekent geen vooruitgang voor de lokale
bevolking en leidt niet tot gevulde magen.
www.fao.org/docrep/011/ak241e/ak241e00.htm
www.oxfamnovib.nl/grow
7
Palmoliegiganten naar West-Afrika
Nu Indonesië een stop heeft gezet op
nieuwe concessies voor nieuwe palmolieplantages ter bescherming van het
bestaande regenwoud, kijken palmoliegiganten naar West-Afrika voor alternatieven. Dit leidt op grote schaal tot
ontbossing en verlies aan landbouwgronden door lokale gemeenschappen.
Wat de gevolgen zijn op langere termijn is
niet eenvoudig te voorspellen. Feit is dat
we de grens van zeven miljard wereldbewoners hebben overschreden en dat de
druk op voedselproductie alleen maar zal
toenemen. De oplossing voor dit probleem
ligt in een samenwerking tussen
investeerders, overheden, de private
sector en de burgermaatschappij (civil
society) met duurzame ontwikkeling als
uitgangspunt voor grondtransacties.
Rank a Brand
HOE SCOREN BEDRIJVEN OP
DUURZAAMHEID?
Een paar jaar geleden liep Niels Oskam
door de Kalverstraat, op zoek naar een
verantwoorde spijkerbroek. ‘Ik wist dat
de armste mensen zich een ongeluk
werken voor onze kleding. En ik was
op de hoogte van de alarmerende milieupraktijken in de kledingindustrie.
Ik vond niet wat ik zocht. Ik ging zonder
nieuwe spijkerbroek naar huis. Maar in
mijn hoofd ging het tekeer. Ik bedacht
toen dat de logo’s op de uithangborden
ons eigenlijk zouden moeten vertellen
hoe verantwoord die producten zijn.’
Tekst: Walter van Teeffelen
Op dat moment, in 2008, werd het idee
voor Rank a Brand geboren. Het is de
grootste merken-vergelijkingssite van
Nederland op het gebied van duurzaamheid. Inmiddels staan ruim 750
merken in de database en dit aantal groeit
met de dag. Op www.rankabrand.nl (ook
beschikbaar als iPhone app of bereikbaar
via de mobiele website) kun je als
consument zien hoe je favoriete merken
scoren op transparantie, ‘groenheid’ en
eerlijk handelen. Je vindt onder andere
merken
van
kleding,
elektronica,
websites, auto’s, bier en supermarktketens.
Hoe het werkt
Verie Aarts, hoofd communicatie van de
organisatie: ‘Rank a Brand beoordeelt het
groene en eerlijke beleid dat merken zelf
op hun website publiceren aan de hand
van een kritische vragenlijst. Dit doen wij
op de drie vaste thema’s: milieu, klimaat
en arbeidsomstandigheden. Merken die
geen openheid van zaken geven en geen
concrete resultaten laten zien, krijgen
geen punten. Merken die zich publiekelijk
verantwoorden wel.’
‘Met onze resultaten kunnen consumenten kiezen voor de merken die
aantonen dat zij oog hebben voor eerlijke
arbeidsomstandigheden, een beter milieu
en het klimaat. Hoe meer consumenten
dit doen, hoe groter de prikkel voor
bedrijven om opener, groener en eerlijker
te worden. Ook kunnen consumenten via
onze website merken die slecht scoren,
8
aanmoedigen om het beter te doen. Ze
kunnen een e-mail opstellen met een
statement of opmerking over een bepaald
bedrijf en dat via onze site naar hen
sturen.’
De reactie van de bedrijven
Ongeveer een kwart van de genoemde
bedrijven reageert op de site. Dit heeft
dan meestal betrekking op hun score, die
volgens hen te laag uitvalt. Soms dragen
ze extra informatie aan, met het verzoek
nog een keer naar de beoordeling te
kijken. ‘Wij vragen de bedrijven om alle
informatie online te plaatsen. We kijken
niet naar informatie als die niet op de
website staat, omdat we juist transparantie willen stimuleren. Informatie is
betrouwbaarder als het de publieke toets
kan doorstaan.’
De makers in ontwikkelingslanden
Aarts: ‘De drive om Rank a Brand te
beginnen is voortgekomen uit het verband
tussen de producten in onze winkels en
de omstandigheden waaronder die
producten gemaakt zijn, vaak door
mensen in ontwikkelingslanden. Of dat nu
tropisch fruit, koffie, kleding of elektronica
is.’
‘Dit gaat niet alleen over de noodzakelijke
fair trade en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden om mensen uit de
armoede te houden. Ook de invloed op
klimaat en milieu is in de landen waar de
productie plaatsvindt het meest merkbaar.
Zo zwemt er, dankzij industriële vervuiling,
bijna geen vis meer in de grootste rivier
van Bangladesh. Voorheen leefden hele
gemeenschappen van die rivier.’
‘We moeten goed nadenken over
ontwikkelingssamenwerking. Aan de ene
kant importeren we dagelijks containerladingen met producten die zijn gemaakt
ten koste van mens, milieu en klimaat,
aan de andere kant doneren we via
ontwikkelingssamenwerking.
Het
is
misschien wel beter om eerst de
productieketens op te schonen.’
www.rankabrand.nl
Online lenen via Kiva
DE DROOM VAN EEN JONG STEL
‘Ik ga u er niet van overtuigen om anderen te geven, omdat ik geloof dat u
dat al doet. Ik geloof dat u zeer veel om
anderen geeft.’ Deze prachtige woorden spreekt Jessica Jackly uit in haar
TED-lezing. Jackly had een droom en
om die droom waar te maken, heeft ze
in 2005 samen met Matt Flannery de
organisatie Kiva opgericht. Kiva helpt,
net als Oikocredit, mensen in ontwikkelingslanden aan microkredieten via
microfinancieringsinstellingen (MFI’s).
Tekst: Martien Versteegh
Kiva bereikt met haar online platform wereldwijd een enorme doelgroep. Het is al
mogelijk mensen te helpen met een lening vanaf 25 dollar. Als dat geld na een
aantal maanden terug is betaald, krijgt de
lener de keus zijn Kiva-credits opnieuw
uit te lenen of het geld terug te vragen.
Aangezien het percentage van leningen
dat wordt terugbetaald rond de 98 procent ligt, is de kans groot dat u uw geld
gewoon terugkrijgt. Sinds kort is het ook
mogelijk via de Nederlandse organisatie
Wakibi geld te lenen aan Kiva-projecten.
Dat is uiteraard vooral interessant voor
mensen die de informatie liever in het Nederlands tot zich nemen. Bijkomend
voordeel is de mogelijkheid te betalen
met iDeal.
Peer-to-peer
In 2009 kwam er veel kritiek op Kiva, omdat op de website de indruk werd gewekt
dat het geld dat de deelnemer aan Kiva
uitleende, direct terecht kwam bij de
groep personen of het bedrijfje dat werd
uitgekozen op basis van een online profiel. Het zogenaamde peer-to-peer of
person-to-person lenen. Daar is veel
vraag naar. Logisch, want mensen willen
graag weten wat er met hun geld gebeurt.
Ze willen graag dat hun goede daad een
‘gezicht krijgt’. Als je bakker bent, is het
extra leuk geld te lenen aan een bakker in
een ontwikkelingsland. Maar helaas is dat
ook duur en vergt het een logistiek die
haast onhaalbaar is. Het is een probleem
waar veel ngo’s mee kampen. In marketingcampagnes werken concrete verha-
Dogo Ramadhan is een van de ondernemers die een lening heeft gekregen dankzij Kiva
len nu eenmaal beter. Maar naast de
vraag om person-to-person interactie,
verwacht de consument ook steeds meer
transparantie van bedrijven. En in het bijzonder van ngo’s. Daarom staat inmiddels bij de meeste projecten dat de persoon of het bedrijfje in kwestie de lening
al heeft terugbetaald, oftewel dat het geld
pre-disbursed is. Met uw geld vult de MFI
dus haar eigen saldo weer aan. En de
tekst op de homepage is gewijzigd van
‘Kiva stelt u in staat geld te lenen aan een
specifieke ondernemer, waarmee u hem
de kans geeft zichzelf uit de armoede te
trekken’ in ‘Help mensen in de hele wereld met een lening van 25 dollar.’
Het is niet een uitgebreid kantoornetwerk
dat zich buigt over de kwaliteit van de
MFI’s waar de organisatie mee werkt,
maar ze moeten wel voldoen aan een
aantal kwaliteitseisen. Daarnaast werken
zo’n 450 vrijwilligers, de zogenoemde Ki-
va Fellows, intensief samen met die
MFI’s. Zij hebben ook contact met de leningnemers. Kiva keert geen rente uit en
brengt ook geen rente in rekening bij de
MFI’s. De vraag of de leningnemers hier
ook baat bij hebben, blijft onbeantwoord.
Wel belooft Kiva dat het volledige bedrag
dat de deelnemer uitleent, bij de leningnemers terecht komt. Bij elke lening vragen ze echter ook om een donatie, waarmee ze de kosten van de organisatie
moeten dekken.
Kiva heeft de hoos van kritiek overleefd
en lijkt er zelfs sterker van geworden. Inmiddels is er al meer dan 275 miljoen dollar aan leningen verstrekt en zijn daar
ruim 675.790 mensen mee geholpen. Dat
hadden Jackly en Flannery vermoedelijk
niet durven dromen toen ze aan hun
avontuur begonnen.
www.kiva.org
9
Nieuwe media-ambassadeur
MIRELLA VAN MARKUS
Wijsheid in de praktijk
‘In de columns die ik schrijf voor Filosofie
Magazine onderzoek ik hoe ik om moet
gaan met dilemma’s in mijn dagelijks
leven. Zo’n dilemma kan bijvoorbeeld
zijn: wat doe ik voor mensen die in
armoede leven? Hoe ver moet ik daarin
gaan? Ik ga in gesprek met filosofen en
onderzoek hoe ik die wijsheden toe kan
passen in de praktijk en om kan zetten in
handelen. Het heeft me mede aangespoord om me actief in te gaan zetten
voor Oikocredit.’
Mirella van Markus. Foto: Nick van Ormondt
Tv-presentatrice en programmamaker
Mirella van Markus is de eerste ‘media-ambassadeur’ van Oikocredit
Nederland. Wat zijn haar drijfveren om
zich hiervoor in te zetten?
Ze was al eens jurylid bij een Oikocreditfotowedstrijd over fair finance en fair
trade. Haar vader is ondernemer en
ondersteunt ondernemers in Gambia met
microkrediet en coaching.
‘Dat vind ik ook het waardevolle van
Oikocredit, het is niet alleen een kwestie
van geld lenen, maar de ontvangers van
microkrediet worden ook ter plekke
gecoacht.’
Zin aan je leven
Mirella zet zich graag in voor een
duurzamere en eerlijkere wereld. ‘Ik wil
nuttig bezig zijn. Door het tv-programma
10
‘Over Leven met Kanker’ is dat gevoel
nog meer gesterkt, omdat je zo wordt
geconfronteerd met het feit hoe relatief
het leven is. Het kan zomaar voorbij zijn.
Dingen doen die waardevol zijn, geeft zin
aan je leven. En voor die zingeving ben je
zelf verantwoordelijk. Eigen verantwoordelijkheid is ook een sleutelwoord
als het gaat om microkrediet. Het is geen
gift, dus de ontvanger moet er verantwoordelijk mee omgaan, want het
moet worden terugbetaald.’
Zelfvertrouwen, zelfstandigheid en onafhankelijkheid is het resultaat en dat is
volgens Mirella onbetaalbaar. ‘Vooral voor
vrouwen is dat van belang, omdat in veel
landen vrouwen nog steeds rechteloos
zijn.’
Mirella van Markus is vooral bekend
geworden als tv-presentatrice van
‘Goedemorgen Nederland’. Daarnaast
kent u haar wellicht van het NTR tvprogramma ‘Over Leven met Kanker’
of
het programma ‘&Talk’, een
business talkshow over inspiratie,
verbinding en ondernemerschap op
RTL 7.
Voor Filosofie Magazine interviewt
Mirella filosofen en is zij vaste
columniste. De programma’s die zij
presenteert en de organisaties waar zij
zich naast haar werk voor inzet, zoals
Oikocredit, maar ook Human Rights
Watch, kiest ze op basis van
maatschappelijke en persoonlijke
betrokkenheid.
OIKOCREDIT NEDERLAND IN 2011
Enkele highlights:
Met de Klasse!Actie van Day for Change hebben ruim
tienduizend leerlingen een recordbedrag opgehaald van 110.000
euro voor diverse microkredietprojecten van verschillende
organisaties.
Oikocredit Nederland liet onderzoek doen naar kerkelijke
instellingen en duurzaam beleggen. De resultaten van het
onderzoek werden gepresenteerd op een seminar (zie p.12 ).
High potentials uit overheid en bedrijfsleven brachten advies
uit over MindTheirBusiness, het ondernemersnetwerk van
Oikocredit Nederland. Dit platform telde eind 2011 ongeveer
zestig bedrijven uit Nederland. Om de groei van dat aantal te
bevorderen, meldde MindTheirBusiness zich aan voor het
Future Leaders Event.
Chocolade workshops: de Oikocredit-workshopbegeleiders
hebben ruim dertig chocolade workshops gegeven verspreid
over heel Nederland.
Oud-premier Jan Peter Balkenende prees Oikocredit tijdens het
Future Leaders Event omdat zij appelleert aan het eigen initiatief
en ondernemerschap van mensen.
Foto: Martien Versteegh
Met elkaar, vrijwilligers in het land en medewerkers op het
bureau in Utrecht, stonden we in 2011 weer voor de
uitdaging om ons in te zetten voor Oikocredit en haar doel:
armoedebestrijding door kredietverlening, deskundig en op
basis van respect.
Het jaar werd positief afgesloten. Oikocredit Nederland bleef de
grootste steunvereniging van Oikocredit International met
weliswaar een lagere groei dan in 2010, maar toch een
bemoedigende, gezien de maatschappelijke omstandigheden
waaronder gewerkt werd. Denk bijvoorbeeld aan de discussies
rondom de afbouw van de fiscale heffingskorting en de
algemene zorgen over inkomen en pensioen. Dat we
desalniettemin groeiden in aantal beleggers, laat nog eens zien
hoe belangrijk het werk is dat de ruim honderdvijftig vrijwilligers
doen in samenwerking met de medewerkers op kantoor.
High Tea: de werkgroep Noord-Holland heeft de allereerste
Oikocredit High Tea in Haarlem georganiseerd. Ruim veertig
mensen, zowel leden als niet-leden van Oikocredit Nederland,
uit Haarlem en omstreken kwamen er op af. Diverse fair trade
dranken en spijzen stonden op het menu. De gasten werden
geboeid met een presentatie over Oikocredit en met behulp van
films en foto’s werden enkele projectpartners belicht.
Fair Trade diner: er is een geslaagd diner verzorgd met fair
trade producten en een presentatie voor veertig leden en
belangstellenden. Studenten van het ROC Breda kookten en
vrijwilligers deden de verdere organisatie.
Publiciteit: een bekroonde documentaire over Oikocredit in
Oeganda werd meerdere malen uitgezonden op Goed TV. Op de
uitleenbewijzen van bijna alle bibliotheken in Nederland stond
gedurende enkele maanden een advertentie van Oikocredit.
Vanaf mei kunt u de jaarverslagen van Oikocredit International,
Oikocredit Nederland en het Oikocredit Nederland Fonds
bekijken op: www.oikocredit.org. Kijk onder: ‘Wie zijn we?’
Administratieve wijziging
Nieuwe tenaamstelling ONF
De tenaamstelling van de bankrekening van het Oikocredit
Nederland Fonds (ONF) is gewijzigd. Per 1 januari dient u de
volgende tenaamstelling bij beleggingen te gebruiken:
Stichting Bewaarder Oikocredit Nederland Fonds
inzake ONF. Het rekeningnummer (2366503) en de bank
(ING) zijn gelijk gebleven.
Meer info: www.oikocreditnederlandfonds.nl of
030 2341069.
11
ONDERZOEK KERKELIJKE
INSTELLINGEN EN
DUURZAAM BELEGGEN
Oikocredit Nederland heeft de VBDO (Vereniging van Beleggers
voor Duurzame Ontwikkeling) opdracht gegeven om in kaart te
brengen wat de stand van zaken is binnen PKN-gemeenten en
katholieke instellingen op het terrein van duurzaam beleggen.
Het doel van het onderzoek was het stimuleren van de discussie
over duurzaam beleggen binnen deze instellingen. Er is aan
meegewerkt door 64 diaconieën en gemeenten van de PKN,
veertien parochies en veertien orden/congregaties.
Het blijkt dat maar 40 procent van de respondenten een formeel
of informeel duurzaam beleggingsbeleid heeft. Kerkelijke instellingen sluiten vaak bepaalde sectoren uit, maar ze investeren
niet actief in duurzame bedrijven. Verder doen ze vrijwel niet aan
actief aandeelhouderschap. Het besef dat kerken ook via hun
beleggingsbeleid hun missie in praktijk kunnen brengen is nog
geen gemeengoed.
SEMINAR HET DUURZAME
AANDEEL VAN DE KERK
Samen met de Protestantse Kerk Nederland (PKN) en de VBDO
heeft Oikocredit Nederland in december een geslaagd seminar
georganiseerd waarop de onderzoeksresultaten werden gepresenteerd en handvatten werden aangereikt tijdens de workshops om met duurzaam beleggen aan de slag te gaan. Er bleek
grote behoefte aan meer informatie over de mogelijkheden.
Op het seminar werd het boekje Investeren in je/de missie;
duurzaam beleggen door kerken aangeboden aan ds. Arjan
Plaisier, de scriba van de PKN. Het boekje belicht duurzaam
beleggen vanuit nieuwe invalshoeken. Samengesteld door
Huub Lems, financieel deskundige van de PKN, met bijdragen
van auteurs van verschillende financiële instellingen. Het
boekje bevat diverse handvatten zoals een stappenplan.
Bestel het voor 15 euro via: https://webwinkel.pkn.nl/
protestantse-kerk/investeren-in-jede-missie
AGENDA
2012 VN Jaar van de Coöperatie. Oikocredit haakt
aan en organiseert verschillende activiteiten.
18 maart 14:30 uur Oikocredit High Tea, naast station
Heiloo. Fair trade buffet & beeldende
presentaties over coöperatie in Ivoorkust en microkrediet in Oeganda en India.
Opgave vóór 10 maart via 072 5320891
24 maart 15:30 uur Oikocredit High Tea, Veenendaal
met presentaties over Oikocredit en Oeganda Opgave vóór 16 maart via 033 2863131
2 & 3 april Pymwymic Impact Days, Amsterdam. Hoe
kapitaal inzetten voor positieve verandering? 13 april Symposium over coöperaties, Boerenbondsmuseum, Gemert
17-19 april Week van de Ondernemer, Utrecht
21 mei
Algemene Ledenvergadering ONF
12
Meer info: www.oikocredit.org/agenda of 030 2341069
COLUMN
Kees van der Maas
Bukara’s vrouwen
trokken coöperatie
Ze herinnert het zich nog als de dag van gisteren. Kirgizië was
in 1991 net een onafhankelijke republiek geworden. Ineens
ging niets meer zoals veel tientallen jaren daarvoor, onder het
regime van de Sovjetunie, alles vanzelfsprekend was geweest. Olga Verhovskaya werd er in die dagen knap zenuwachtig van. De kleine boeren in de streek rond Bukara moesten plotseling zoiets als zelfstandige ondernemer worden. En
dat liep natuurlijk van geen kanten. De verplichte leveringen
aan de staat via het kolchozensysteem en de vastigheid van
een karig inkomen, dat er tegenover stond, waren verdwenen.
‘Mensen deden weinig meer. Ze scharrelden wat eten bij elkaar voor het eigen gezin. Als het een beetje meezat was er
hier en daar een voorraadje suikerbieten, tarwe, melk en vlees
om te verkopen. Maar verder teerden ze, zo goed en zo kwaad
als dat ging, op liefdadigheid. Er heerste in onze dorpen een
sociale apathie van de engste soort.’
De vrouwen van Bukara hebben toen het heft in handen genomen. Ze konden de lam geslagen samenleving op het platteland niet langer aanzien. Er kwam – ‘dat was in die tijd heel
gewaagd’, zegt Olga – een programma van vrouwelijke vrijwilligers op gang. Daarin deden zij hun best om de kleine boeren
in de regio vertrouwd te maken met moderne agrarische technieken en methodieken. ‘We probeerden onze mannen ervan
te overtuigen dat mensen voortaan verantwoordelijkheid en
initiatief moeten nemen. Dat waren ze niet gewend. Ze werkten nog altijd zoals hun vaders en hun grootvaders dat hadden gedaan. En dat schoot natuurlijk niet op.’ In het begin
werd het nieuwe actiewezen wat argwanend bekeken, maar
dat veranderde toen er advies en assistentie van buitenaf
kwam. Voor problemen met de verbouw en de oogst van
landbouwproducten bleken oplossingen te bestaan. De boeren zagen dat ze zelf de spil van een veranderingsproces
moesten worden.
Het programma, opgezet door de vrouwelijke vrijwilligers van
toen, is intussen een volwassen landbouwcoöperatie. De kleine landbouwers uit Bukara hebben begrepen dat ze zaken
kunnen doen door daarin actief te participeren. De coöperatie
doet aan gezamenlijke inkoop van zaad, kunstmest. Er worden prijsafspraken gemaakt voor de afzet van de oogst op de
markt. En voor boeren die willen investeren in gereedschap,
in materiaal of in de bouw van een schuur kunnen tegenwoordig microkredieten worden geregeld. Olga Verhovskaya is er
trots op dat de zelfstandige agrariërs in het Kirgizië van vandaag haar en een paar collega’s hebben gevraagd om zitting
te nemen in het bestuur van de coöperatie. ‘Het was niet eenvoudig’, kijkt ze terug. ‘Maar samen zijn we erin geslaagd om
familiebedrijven te organiseren, samen staan we sterk en hebben we onze dorpsgemeenschap op de been geholpen’.

Vergelijkbare documenten

Oikocredit in het kort

Oikocredit in het kort Oikocredit, wereldwijd vooroplopend financier van de microkredietsector, is ervan overtuigd dat arme mensen in ontwikkelingslanden zelf in staat zijn een beter bestaan op te bouwen. Als ze maar een...

Nadere informatie