Hammer of the Welsh, Welshe onafhankelijkheid

Commentaren

Transcriptie

Hammer of the Welsh, Welshe onafhankelijkheid
Celtic Magazine
Hammer of the Welsh
Welshe onafhankelijkheid
7
Caratacus
Owain Glyndŵr
Prinsdommen van Wales
Proloog
Caratacus
Interview
Rallion
Prinsdommen van Wales
Het zwaard meer dan een
wapen alleen
Llywelyn de laatste
Koken met Kelten
Wist u dat?
Owain Glyndŵr
Welsh tegenwoordig
Even voorstellen Schotland
Digizine
Het thema
Zie ook
Hammer of the Welsh. De titel van dit Celtic Magazine, een verbastering van de bijnaam die Edward de Stelt ooit kreeg,
is tweeduidig. 1. Wales is door verschillende volkeren ingevallen geweest, die op verschillende manieren hebben
geprobeerd haar bezet te houden en 2. de hamer is ván de Welshmen, die proberen hun onafhankelijkheid te bewaren of
te bewerkstelligen.
Aan beide aspecten wordt in dit nieuwe Celtic Magazine aandacht besteed, omdat ze onvermijdelijk met elkaar verbonden
zijn. Het Welshe perspectief staat hierin natuurlijk centraal.
Als afwisseling van de thema-artikelen vindt u het interview met de Schotse groep Rallion, een toelichting over het
zwaardtyperingssysteem van Celtic Britain, een oeroud Keltisch recept, Keltische weetjes en een voorstelpagina waarin
we het woord laten aan Schotland digizine.
2
Proloog
De Cymry zijn de oudste Britten. Hun verhaal begint bij de
komst van de eerste Kelten op de Britse eilanden en loopt
door de Romeinse tijd, de donkere middeleeuwen, de
middeleeuwen en de moderne tijd heen. Een verhaal over
trots, strijd en onderdrukking.
De eersten die de Cymry bedreigden, waren de Romeinen. Zij
kwamen met legioenen om de druïden te vernietigden en
bezetten daarna hun land. Hoewel de druïden misschien
vernietigd mogen zijn, was de bezetting nooit compleet. De
stammen bleven Keltisch in het westen. Geen toga‛s en
badhuizen voor hun.
Na de terugtrekking van de Romeinen nodigden de
geromaniseerde Kelten naar verluidt de Saksen en Angelen
uit hun te verdedigen tegen binnenvallende wilden, Picten en
Scotti. Dat ze daarmee de wolf in het schapenhok hadden
gehaald bleek al snel. De Kelten werden verdreven naar Cymru
of onderdrukt. Nu werd het woord Welsh voor het eerst
gebruikt, vreemdeling of buitenlander. De Saksen waren
misschien ook wel xenofoob, anders hadden ze de lokale
bevolking nooit zo onderdrukt en geen dijk gebouwd tussen
Cymru en Saksenland, waarmee er een duidelijk onderscheid
tussen ‘wij‛ en ‘zij‛ werd gemaakt.
Vanuit het Noorden bestookten de Vikingen het land, het heilige
eiland plunderend maar niet verder komend dan Snowdonia, dat
zoals vaak een ondoordringbaar massief bleek te zijn. De
Vikingen bleven niet, zoals ze wel in Dublin deden.
Na de Saksen kwamen de Normandiërs aan land in het zuiden,
zij ook hongerig naar nieuwe landen. Hoewel stabiel in wetten en
instellingen, was Cymru politiek verdeeld en kon het uiteindelijk
geen weerstand bieden aan de Fransen. Edward de 1ste, Hammer
of the Scots, had beter Hammer of the Welsh kunnen heten,
voor de vele kastelen – nog steeds vandaag de dag te zien – die
hij liet bouwen om zijn buurland in bedwang te houden. Er was
verzet tegen deze onderdrukking, soms bijna succesvol, maar
nooit geslaagd.
De herinnering aan onafhankelijkheid werd verhaal, verhaal werd
een droom. En die droom leeft nog steeds. Het gaat goed met
Cymru, met haar taal en cultuur. Loop maar eens een supermarkt
in Caernarfon binnen en verwelkom de klanken van de Welshe
taal die u tegemoet zullen komen!
3
CelticExperience
Tel: +31(0) 640489120
Email:[email protected]
web: www.celticexperience.nl
Uw gids door de Keltische cultuur
Laat u meenemen naar de Britse eilanden.
Ontdek plaatsen waar toerisme nog niet is doorgedrongen en u
rustig kan genieten van de typisch Britse en Ierse sfeer. Open voor
u de schatkamer gevuld met geschiedenis, kunst, architectuur,
religie, literatuur en filosofie. Door 30 jaar ervaring bieden wij een
uitgebreid aanbod in Keltische reizen aan, waarbij niet alleen wordt
ingegaan op het verleden van het gebied, maar ook op het heden
en de toekomst. Voor u, uw vriendenkring, familie of bedrijf kunnen
wij uw unieke reis samenstellen.
Door CelticExperience beleeft u een reis om nooit te vergeten.
Caratacus
Caratacus, in het Welsh Caradog geheten, was een Britse
oorlogsleider die in de eerste eeuw na Christus verzet
bood tegen de Romeinen.Van Caratacus‛ vader
Cunobelinus, koning van de Catuvellauni, wordt gezegd
dat hij de eerste Britse staatsman was. Cunobelinus was
echter zeer pro-Romeins. Zijn zoons waren daarentegen
actief lid van de druïdische anti-Romeinse fractie.
Cunobelinus‛ plotselinge aftakelen rond 40 n.Chr. zorgde voor
een machtsomslag in zuidoost-Engeland. Hij stierf
waarschijnlijk rond 43 n.Chr na een lange ziekte die hem niet
in staat stelde om effectief te regeren.
Na de dood van zijn vader Cunobelinus viel het grootste gedeelte van het land van de Catuvellauni in handen van Caratacus‛ oudere broer Togodumnus. De tweede broer, Adminius,
had al eerder een stuk land in Kent, dat hij verloor
door zijn Romeinse sympathieën. Hij vluchtte en probeerde keizer Caligula over te halen Brittannië te veroveren, wat niet lukte.
Caratacus zelf had geen eigen land, maar vond dat al snel in het
gebied van de Atrebates. Vroeger had zijn oom en beschermheer
Epaticcus dit bezeten, nadat hij koning Verica had verdreven.
Verica had echter de
landerijen heroverd en Epaticcus gedood. Nu eiste Caratacus
het land weer op, waarschijnlijk met de hulp van de Dobunni en
de Durotriges. Verica werd verdreven en de Atrebates kwamen
onder Caratacus‛ heerschappij. Verica vluchtte via Gallië naar
Rome. Adminius hielp hem daar rond 42 n.Chr. om keizer Claudius
te smeken Brittannië in te vallen.
Verica had succes. De legioenen vielen Brittannië aan en
Caratacus en Togodumnus verzetten zich. Er werden
veldslagen gevochten bij de rivieren de Medway en de Tames.
Bij de Tames raakte Togodumnus dodelijk gewond en stierf al
snel. Hierdoor moest Caratacus de streek van Camulodunum, het
hedendaagse Colchester, verlaten en vluchten naar het
zuidoosten van Brittannië. Hij en zijn familie trokken naar
Wales, waar zijn reputatie als
onverschrokken krijger hem al snel aan het hoofd stelde van de
Welshe stammen. Zijn basis werd het land van de Silures. Van
hieruit deed hij een goed geplande aanval tot in het Romeinse
territorium van Gloucestershire. De Romeinse gouverneur,
Ostorius Scapula, slaagde erin orde te
herstellen en Caratacus terug te dringen tot achter de rivier de
Severn. Daarbij realiseerde hij zich dat hij zowel de aanvallen
in het noorden als in het zuiden zo snel mogelijk de kop in moest
drukken.
Scapula verplaatste zijn legioen XX Valeria van het pas nieuwe
fort bij Colchester naar Glevum, Gloucester, om daar een andere
versterking te bouwen om de rivier de Severn te bewaken. Een
kleine eenheid veteranen bleef in Camulodunum als
reservetroepen die het fort bewoonden. Het legioen II Augusta
werd gebruikt om over de Severn diep de Silurische landen in te
trekken.
de Britse troepen echter klem zetten met een aanval van
twee kanten: het legioen II van het zuiden en het legioen
XIV van het noorden.
Caratacus werd uiteindelijk verslagen rond het jaar 50
door een frontale aanval van de Romeinen tegen een steile
helling bij het gevecht van Caer Caradoc. Het verslagen
Britse leger trok zich terug in de heuvels van Wales, waar
het was gerekruteerd. Na het gevecht werden Caratacus‛
vrouw en dochter gevangen genomen en, volgens Tacitus,
ook zijn broers. Dit doet
vermoeden dat Cunobelinus meer dan drie zonen had naast
Togodumnus, Adminius en Caratacus. Caratacus zelf
vluchtte noordoostwaarts richting het Penninisch gebergte
en het land van de Brigantes. De Brigantische koningin Cartimandua, waar Caratacus zijn toevlucht zocht, was echter
een vazal van het
Romeinse rijk en overhandigde hem zonder aarzelen aan
Scapula‛s troepen.
Hij werd naar Rome gebracht waar hij werd rondgereden
bij Claudius‛ triomftocht voor het Romeinse volk, voordat
hij gedood zou worden. Na de triomftocht worden ze door
Romeinse schrijvers niet meer genoemd.
Als antwoord verplaatste Caratacus zijn centrum van het
Silurische gebied in zuid-Wales naar de landen van de Ordovices
in het midden van Wales. Scapula bouwde hierna een ander fort
bij Viroconium, in de buurt van Wroxeter, waar hij het legioen
XIV Gemina stationeerde voor een tweede uitvalsbasis. Het
beboste en heuvelachtige terrein stelde Caratacus‛ troepen nu in
staat met zijn guerrillatactieken de Romeinse aanval te belemmeren. Door het nieuwe fort bij Viroconium kon Scapula
5
Hoe hebben jullie elkaar ontmoet en
is Rallion opgericht?
Rallion kwamen we vorig jaar tijdens onze
onderzoeksreis naar Schotland tegen. Het is een
groep die niet alleen in Groot-Brittannië
succesvol is, maar ook in Canada heeft
gespeeld. In het voorjaar 2010 zijn er een paar
optredens gepland in Nederland. Celtic Britain
sprak met drie van de vier leden, Marieke,
Stevie en Fiona.
Marieke: het startte allemaal toen ik naar
Edinburgh emigreerde en uitkeek naar musici
om samen mee te spelen. Ik heb een briefje
opgehangen op het mededelingenbord van Sandy
Bells, een belangrijke sessiepub in Edinburgh.
Hier heb ik de eerste mensen ontmoet met wie
ik samenspeelde, waaronder gitarist Kenny Kerr.
We hebben Andrew erbij gehaald en Fiona is
erbij gekomen toen Kenny naar Glasgow
verhuisde. Stevie werd in september 2005 lid en
dit is sindsdien de line-up geweest.
Kunnen jullie julliezelf en de band
kort voorstellen?
Rallion is een vierkoppige hedendaagse folkgroep
uit centraal Schotland. Ze brengt een brede reeks
aan muzikale invloeden samen om haar krachtige,
overtuigende muziek te maken. De unieke sound is
gegroepeerd rond de gecombineerde fiddles van
Fiona Cuthill en Andrew Lawrence, de stem van
Marieke McBean en het virtuoze spel van Steve
Lawrence. In 2006 werd het eerste album
uitgebracht: “For No-one and Everyone” met
zeer lovende kritieken. In september 2009 is het
tweede album uitgebracht op het Big Sky label.
Welk moment in jullie carrière zullen
jullie nooit vergeten?
Marieke: het optreden in een festival in Cambridge, Canada. Daar was een geweldige sfeer
en we werden door een laaiend enthousiast
publiek ontvangen
Rallion
Stevie: de tour in Egypte met Iron Horse in
1995, de Platinum Disc Award met de Red Hot
Chili Pipers in 2009, het eerste bezoek aan het
Festival Interceltique de Lorient met Cruachan
in 1986.
Fiona: de dag waarop ik de eerste cd met mij
erop in de winkels zag!
Denken jullie dat de opkomst van het internet de Keltische cultuur erg beïnvloedt? Zo ja, hoe?
Marieke: zeker door de radiostations. De Celtic Music Radio in Schotland (met Stevie als presentator) wint snel aan
populariteit. Onze website helpt de band echt, net als myspace.
Stevie: ja! Mensen hebben mee�
nog steeds niet erg goed promoten.
Fiona: ik weet het niet zeker. Het heeft folkmuziek zeker beter bereikbaar gemaakt.
In hoeverre gaan de liefde voor folkmuziek en liefde voor de Keltische cultuur hand in hand?
Marieke: hier in Schotland misschien �
daarentegen zeer belangrijk.
Fiona: het is mij niet duidelijk w�
wonen, met tartan en bagpipes. I�
Keltische cultuur ben. Ik leef �
en in het buitenland leven! Maa�
Glasgow, de grootste stad van Schotland, en niet in de Hooglanden met mijn fiddle bij het haardlicht – maar het is mogelijk van folkmuziek te houden ongeacht je
afkomst en je achtergrond – en dat is wat het zo goed maakt.
Wat is een van jullie favoriete liedjes en waarom?
Marieke: Fisherman‛s Wife, het is een goed verhaal en heeft een pakkende melodie.
Fiona: ik houd van The Sun‛s Coming Over the Hill van Karine Polwart. De woorden
in het eerste vers zijn zo knap en de onthoud je al na de eerste keer. Het maakt
mij altijd vrolijk.
In 2010 hebben jullie verschillende optredens in Nederland.
Hebben jullie daar al eerder gespeeld? Zo ja, wat was jullie
ervaring? Zo nee, wat is jullie verwachting ervan?
Marieke: Andrew en ik hebben enige jaren geleden er een paar optredens samen
gedaan. We vonden het geweldig, dus ik hoop dat het opnieuw zo zal zijn. Ik kijk
ernaar uit om voor het eerst in zeven jaar weer in mijn moederland te spelen!
Stevie: ik heb met Iron Horse en John Wright Band in Nederland getourd en heb
niets dan goede ervaringen.
Fiona: ik heb er gespeeld met Real Time en heb het altijd leuk gevonden. Het
Nederlandse publiek is altijd zeer enthousiast en houdt van Schotse muziek. Ze
houden met name van de Schotse liedjes en zijn zeer geïnteresseerd in de Schotse
cultuur en traditie.
In Schotse poëzie komt de naam van Robert Burns altijd naar
voren. In heoverre voelen jullie je aangetrokken tot zijn werk?
Marieke: we deden vroeger nooit veel met zijn werk, maar op ons nieuwe album
staan twee van zijn liedjes. Hij is eigenlijk een van de vele schrijvers, maar
sommige van zijn werken zijn zeker speciaal (zoals My Love is like a Red Red Rose;
Rallion speelt het niet maar ik denk dat het een van de beste liefdesliedjes aller
tijden is.)
Fiona: heel erg. Ik heb deze januari aan een theatershow meegewerkt om de
250ste verjaardag van Robert Burns te vieren, een ander staat gepland in januari
2010. Hij heeft zoveel fantastische liedjes geschreven, die nog steeds gezongen
worden en altijd gezongen zullen blijven worden. Het is zeer belangrijk voor elke
Schot om een groot deel van Burns‛ werk te kennen. Op elke school in Schotland
leren de scholieren over de poëzie van Robert Burns en er zijn vaak wedstrijden
waarin ze een deel van zijn beroemde gedichten voordragen. Burns suppers zijn
ook zeer populair in Schotland en de rest van de wereld.
Hij kan mooie, hartbrekende treurzangen en ondeugende liedjes vol kattenkwaad
schrijven en alles ertussen in.
Wat zijn jullie plannen en wensen voor de toekomst?
Marieke: door blijven spelen, wat meer festivals en optredens in het buitenland doen, meer cd‛s maken.
Fiona: ik wil proberen in veel andere landen door de wereld heen te spelen en zoveel mogelijk culturen te
zien door mijn muziek. Ik hoop te blijven genieten van spelen zoals ik vroeger deed en ook vandaag nog, en
wat meer optredens op grotere festivals te krijgen.
Hoe zou folkmuziek meer mensen aan kunnen trekken?
Marieke: door het meer mainstream te maken! Speel het op reguliere radiostations en nodig folkbands uit
voor “normale” muziekfestivals.
Stevie: door betere marketing van bands en opnamelabels. Bands hebben een modernere benadering van
muziek in hun spel en beeld.
Fiona: door te proberen de jeugd te betrekken bij traditionele muziek vanaf een jonge leeftijd. Door
enkele grotere folkbands te helpen door te breken in mainstream genres in plaats van alleen folkfestivals.
Misschien door folkmuziek meer te betrekken in muziekfestivals met allemaal verschillende soorten
muziek, zodat het naar een groter publiek gebracht kan worden.
Fotografie: Scott Louden
Paul Marr
Onze optredens in Nederland volgend jaar!
Zaterdag 30 januari 2010 – Stichting Zwols popfront, Zwolle
Zondag 31 januari 2010 – Fookhook, Sevenum
Vrijdag 14 mei 2010 – Folk club Twente, Enschede
Zaterdag 15 mei 2010 – Theater Landgraaf, Landgraaf
Rallion
7
Prinsdommen van Wales
Tegen het einde van de 6de eeuw begonnen de Angelen en
Saksen van oostelijk Brittannië hun interesse te tonen voor
landerijen in het westen. Hierdoor raakten de aldaar
wonende Kelten afgesneden van elkaar: na de slag bij
Dyrham in 577 verloren de inwoners van Wales en de
inwoners van Cornwall contact met elkaar, na de slag van
Chester raakten de inwoners van Wales geïsoleerd van hun
noordelijke allianties in Cumbria. De geografische situatie
van de gebieden van Gwynedd, Powys, Dyfed en Seisyllg,
Morgannwg en Gwent zich konden handhaven tegen
binnendringers en zich konden ontwikkelen tot relatief
stabiele staten.
De grens tussen het Saksische en het Keltische gebied lag
niet vast. Daarom ontstonden er regelmatig
schermutselingen met de naburige koninkrijken van Mercia,
Northumbria en Wessex. In de tweede helft van de 8ste
eeuw werd voor het eerst een grens gelegd in opdracht van
Offa, koning van Mercia. Hij liet een grote dijk bouwen
langs de grens van Mercia en Powys om zijn land te
beschermen tegen invallen van de Welshmen. Mogelijk
voordat de Welshe Kelten nu niet alleen van hun
mede-Kelten, maar ook van de rest van de buitenwereld
waren afgesloten, werd hun hun naam gegeven. Wales
komt af van het Saksische woord ‘walha‛, wat vreemdeling
betekent. De Welshmen noemden zichzelf echter Cymry,
landgenoten.
In de Welshe staten ontstond een unieke machtsverhouding, waarin land werd opgedeeld en ieder zijn eigen functie
had.
Politieke verdeling
Het concept van het delen van land en het verdelen op basis
van familie is ongetwijfeld ouder dan de vroege middeleeuwen.
De standaard eenheid was de cantref, van het Welsh voor
“honderd dorpen”. In theorie waren alle cantref van dezelfde
grootte of bevolkingsgrootte, in praktijk verschilde dat
regelmatig. Om een gemiddelde te geven, het eiland Anglesey
(714 km2) bestond uit drie cantrefi. De cantref was met name
voor het rechtssysteem van groot belang. Elke cantref had een
eigen gerechtshof, dat bestond uit de belangrijkste
landbezitters (uchelwyr) van de cantref. Wanneer de koning
aanwezig was, leidde hij de rechtszittingenanders zijn
vertegenwoordiger. Naast de rechters in de vorm van de
uchelwyr waren er bij een zitting een klerk, een zaalwachter
en soms twee professionele advocaten aanwezig. Het hof hield
zich bezig met misdaden, het vaststellen van grenzen en zaken
omtrent erfenis. Het hof van de cwmwd nam later veel van
deze functies over. Elke cantref werd verdeeld in twee
cymydau (enkelvoud: cwmwd), beide bestaand uit vijftig
trefi of dorpen. Sommige cantrefi waren echter groter en
bestonden uit drie tot wel zeven cymydau. De
laatstgenoemde was de cantref mawr in Ystrad Tywi,
hedendaags Carmarthenshire. De “hoofdstad” van de
cwmwd was een speciale tref, de maerdref. Hier woonden
ook de dorpelingen die op het land van de heer werkten, de
hofhouding en bedienden.
De heerser had twee eigen trefi per cantref die zorgden
voor zijn vlees en landbouwproducten. De overige trefi
werden verdeeld in twaalf maenorau van vier trefi elk.
Zes van de maenorau werd bestuurd door door de
heerser aangewezen politici en militairen als dank voor
hun diensten, de andere zes door vrije burgers in ruil
voor militaire service en bevoorrading, dit werd gwestfa
genoemd. Elke tref bestond theoretisch uit vier tyddyns
of hoeves, met elk een deel in de omringende landerijen.
Elke tyddyn werd door één huishouden van een levende
man – heel zelden een vrouw – en zijn afstammelingen
beheerd.
Elke beheerder van een tyddyn was lid van een gwely.
De gwely vormde een groep afstammelingen van een
gemeenschappelijke overgrootvader. De leden van de
gwely hadden zeggenschap over het land van al de
andere leden en besloot over de verdeling van het
land bij een sterfgeval. Een
lid bebouwde zijn land
echter zelf en bepaalde
zelf wat hij verbouwde. Hij
kon het echter niet
verkopen aan anderen
buiten de gwely. Wanneer
de oudste generatie was
gestorven, konden de
afstammelingen het land
van deze generatie eerlijk
verdelen onder de jongere
generatie. Na vier
generaties verdween het
recht op het
gemeenschappelijke land,
omdat vaak leden dan al een
eigen gwely hadden
gesticht. Hierdoor kon land
van de ene gwely naar de
andere worden overgebracht.
Op het land
De wetten van Wales definieerden een paar rangen
en standen in het volk, elk met zijn eigen rechten en
plichten. Tussen deze klassen was sociale mobiliteit
mogelijk, met name tussen de vrije en de onvrije
klasse. De status van een persoon werd overgeërfd via
de vader, maar als een Welshe vrouw trouwde met een
buitenlandse man konden haar zoons
de status van hun familie aan
moederskant toch claimen.
Hierdoor zou in theorie
de zoon de baas kunnen
worden over de
vader. De alltud
was een persoon van
buiten Wales, of
mogelijk van buiten
het rijk van de
arglwydd. Hij
had geen eigen
status, maar kon
8
bescherming vinden bij een uchelwr. Wanneer vier
generaties van zijn afstammelingen bij dezelfde
familie van uchelwyr bescherming hadden, moesten
ze met deze familie verbonden blijven als eilltion.
Hiervoor waren ze vrij om te gaan waar ze wilden.
Boven de alltud stond de aillt, meervoud eilltion.
Hij was een onvrije Welshman en gebonden aan het
land van de uchelwr waar hij onder stond. De aillt
mocht geen priester, smid of bard worden tenzij
de uchelwr dit toestond. De bonheddig was een
vrije Welshman. Hij kon gaan waar hij wilde en elk
beroep uitoefenen dat hij wilde. De uchelwr was
een bonheddig die het land en de daarbij behorende
beschermelingen van zijn vader had geërfd. Met
name in het zuiden werd deze titel vaak gebruikt. De
belangrijkere uchelwyr bekleedden vaak een functie
aan het hof van de arglwydd.
Het Welshe hof
In de wetten van Hywel Dda, uit de 12de eeuw n.Chr.,
wordt nauwkeurig uitgeschreven hoe een Welsh hof
eruit zag of eruit zou moeten zien. Deze wetten
bevatten ook vroeger materiaal, naar verluidt
werden ze voor het eerst uitgeschreven door Hywel
Dda van Deheubarth (c 880 – 950).
De belangrijkste persoon aan het hof was natuurlijk
de heerser, de arglwydd (‘heer‛), de belangrijkste
uchelwr van het rijk. Een arglwydd kon oneindig veel
cantrefi bezitten, of juist maar één of een cwmwd.
Zijn rijkdom en status hing af van het aantal
cantrefi dat hij beheerde en de grootte van de pacht
(gwestfa) die hij ontving, hoewel hij ook zijn hof
moest houden in elke cwmwd die hij bezat en dit
duur was. Het rijk van een heerser werd teyrnas of
gwlad genoemd, of in de Egelsbeïnvloede gebieden
ook wel arglwyddiaeth. Naast de arglwydd stond zijn
vrouwe, die van relatief grote invloed was. Zij
ontving een gedeelte van de goederen die de
arglwydd kreeg en daarnaast een bruidsschat. Ze
had haar eigen beambten, net als haar man.
Na de arglwydd kwam de edling, de erfgenaam van de
koning. Voor de regering van Llewlyn ap Iorwerth
erfde elke zoon van een man, zowel wettelijk als
onwettelijk, een deel van het land van zijn vader
na diens dood. Na deze tijd werd langzamerhand
de feodale traditie dat de oudste zoon het land
erfde en ontstond de titel edling. Hiervoor werd de
titel gebruikt voor alle naaste familieleden van de
arglwydd.
De administratieve organisatie van het land van de
arglwydd was in handen van de cynghellorion. De
cyngellor organiseerde de routine in het rijk en alle
bezigheden in naam van de koning. De cynghellor
werd vaak bijgestaan door een maer of meerdere
meiri. Deze had de functie van een baljuw en voerde
ongeveer dezelfde taken als de cynghellor uit,
hoewel hij lager in rang was.
De arglwydd en diens vrouw hadden 24 beambten in
dienst, 16 voor hem en 8 voor haar. De hoogste
functie was die van de beheerder van het
huishouden. De beambten waren niet van adel, maar
waren vrije mannen die eigen land bezaten.
In oorlogstijd werd de arglwydd beschermd door
de teulu (letterlijk: familie). De teulu bestond uit
jongere mannelijke familieleden van de uchelwyr aan
het hof. Zij hadden nog geen eigen land en hoopten
op deze manier hun sporen te verdienen.
99
Het zwaard, meer dan een wapen alleen
Zwaarden verdienen een speciaal plekje
in het wapenarsenaal van de mens. Het
is een statussymbool dat duidt op macht
en ridderlijkheid, op stijl en elegantie en
op vervlogen (of soms ook toekomstige)
tijden. Het is dan ook niet verwonderlijk
dat hier vaak onderzoek naar is gedaan.
Een van de belangrijkste namen op het
gebied van middeleeuwse zwaarden is
die van Ewart Oakeshott. Oakeshott
was oorspronkelijk een illustrator, maar
ontwikkelde vanaf zijn vierde een
levenslange passie voor zwaarden. Hij
bestudeerde, verzamelde en analyseerde
ze. Zijn onderzoek mondde uit tot
lezingen en publicaties.
In deze publicaties ploos hij verschillende
aspecten van middeleeuwse en
renaissancezwaarden uit, waardoor hij
tot zijn zwaardtyperingssysteem kwam.
Oakeshott verdeelde hierin middeleeuwse
en renaissancezwaarden in dertien types,
de types X tot en met XXII, al dan niet
met subtype. Het systeem begint
bij type X omdat het aansluit op een Vikingzwaardtypering van�
1 t/m 12, klingvorm, bloedgoot en grip. Op deze manier�
zwaardtyperingssysteem onder de aandacht te brengen heef�
pareerstangen en pommels gegeven die zijn teruggevonden �
wordt. Het zwaardtyperingssysteem werkt ook andersom�
info” met een link naar de informatie over het type. Op deze ma�
hij komt. Om de technische termen en aspecten van het zwaard�
zwaard. Uiteraard staat �
CelticWebMerchant.com
10
Llywelyn de laatste
Het verhaal van Llywelyn ap Gruffyd is dat van een van de
laatste prinsen van Gwynedd en Aberffraw die zijn
landgenoten probeerde te verenigen om te vechten tegen
degenen die Wales wilden invallen en onderdrukken. Llywelyn
leidde geen rebellie, hij was de rechtmatige prins van Gwynedd.
Llywelyn de Grote had twee zonen bij twee verschillende
vrouwen. De ene heette Dafydd, zijn moeder was Joan, de
dochter van Jan zonder Land. De naam van de ander was
Gruffyd, wiens moeder Welsh was.
Omdat Llywelyn aannam dat de Engelse koning minder snel actie
zou ondernemen tegen iemand van zijn eigen familie, wees hij
Dafydd aan als troonopvolger.
Een van Dafydds eerste handelingen als koning was het
uitleveren van zijn halfbroer aan koning Henry de 3de van
Engeland, zodat hij zijn troon niet zou bedreigen. Gruffyd
werd naar de Tower van Londen vervoerd, waar hij tijdens een
ontsnappingspoging omkwam toen het touw brak. Het raam
waar hij uit probeerde te ontsnappen is dichtgemetseld en kan
vandaag de dag nog worden gezien bovenin de White Tower.
Gruffyd liet vier zonen achter: Owain, Llywelyn, Dafydd en
Rhodri.
Toen koning Dafydd kinderloos stierf, eiste Henry de troon
onmiddellijk op, maar Owain en Llywelyn waren hem voor en
deelden de troon van Gwynedd. Vanzelfsprekend was Henry
daar niet heel blij mee en hij stuurde zijn leger naar Wales.
Dit mondde uit op een compromis waarin werd bepaald dat de
twee broers het recht hadden op het land ten westen van de
Conwy en ten noorden van de Dyfi. Hierbij verloren ze veel land
vergeleken met het gebied dat hun grootvader bezat.
Llywelyn bleek echter populair bij de bewoners van Gwynedd en
hij werd door sommigen gezien als degene die geheel Wales zou
leiden. Maar voordat het zover kwam, werd zijn broer Dafydd
meerderjarig. Henry wilde zijn plan doorzetten om hem ook
een deel van Gwynedd te geven, wat Llywelyn weigerde. Daarom
spande Dafydd met Owain samen om zijn broer van de troon te
stoten.
Llywelyn kwam er achter en verzamelde zijn leger. In 1254
vochten de drie broers een veldslag uit, die maar kort duurde.
Owain werd gevangen genomen en opgesloten in het kasteel
van Dolbadern, waarvan de ruïne nog steeds bestaat bij Lake
Padarn. Dafydd ontsnapte echter en zocht zijn toevlucht in
Engeland.
In hetzelfde jaar van de veldslag tussen Llywelyn en Owain gaf
koning Henry de 3de zijn zoon Edward het earldom Chester,
dat toen uit het gebied bestond tussen de Conwy en de Dee.
Daarnaast kreeg Edward recht op landerijen in Carmarthen
shire. Hij liet zijn bezit besturen door Geoffrey de
Langley, wiens regering erger was dan onder enige Normandische baron. Wanhopig keerden de familiehoofden
naar het hof van Llywelyn in Aberffraw om hulp te vragen.
Wanneer hij toezegde, zou dat een open oorlogsverklaring
tegen het machtige Engeland zijn. Wanneer hij weigerde, zou hij zijn eigen volk verraden. Llywelyn nam de
smeekbede aan en joeg de Engelsen binnen een week tot
achter de rivier de Dee.
Hierna wendde hij zich naar het zuiden. Ceredigion gaf hij
terug aan Meredydd ap Owen, Deheubarth aan Meredydd
ap Rhys. Powys nam hij in, ondanks dat de heren daar
de steun van de Engelsen kregen. Als tegenactie zond
Henry de 3de een leger dat Dinevor aanviel, maar dit
werd teruggeslagen. Rond 1258 had Llywelyn het land van
zijn grootvader teruggewonnen en waren noord en zuid
opnieuw verenigd. Hij nam toen de titel prins van Wales op
zich, die was gemaakt door Llywelyn de Grote; het eerst
officiële document waarin hij die titel gebruikte was een
verdrag met de Schotse Comyn-familie.
Hij bleek echter niet zo populair te zijn als zijn grootvader. Meredydd ap Rhys, die Deheubarth van hem
teruggekregen had, rebelleerde en werd in 1259 berecht
in het Hof, een jaar nadat dat weer was opgericht. Hij
werd veroordeeld en in het kasteel van Criccieth gevangen
gezet. Llywelyns positie had een stoot gekregen en bleef
wankel.
Vijf jaar later kwamen de Engelse baronnen tegen Henry
in opstand onder leiding van Simon de Montfort. Nadat
deze in 1264 de Engelsen had verslagen begon Llywelyn
onderhandelingen, die in juni 1265 uitmondden in een
officieel verdrag waarin Llywelyns heerschappij werd
erkend en een alliantie tussen Llywelyn en De
Montfort tot stand kwam. In datzelfde jaar werd Simon
de Montfort verslagen en gedood bij de slag bij Evesham.
Twee jaar later tekenden Henry en Llywelyn het verdrag
van Montgomery, dat bijna hetzelfde was als dat tussen
Simon en Llywelyn. Vijf jaar lang heerste er vrede tussen
Engeland en Wales, totdat Henry in 1272 stierf.
Edward de 1ste volgde zijn vader op en bleek een sterker
en koppiger, maar ook een verraderlijker karakter te
hebben. Hoewel hij op kruistocht was bij het overlijden
van de oude koning, keerde hij na twee jaar terug om
gekroond te worden. Hij eiste Llywelyn hem eer aan te
doen, zoals was vastgesteld in het verdrag van
Montgomery. Llywelyn vreesde echter dat hij, zodra hij
een voet buiten Welsh grondgebied zou zetten, gevangen
genomen zou worden net als zijn vader. Daarom weigerde
hij Edward te eren bij zijn kroning, maar hij suggereerde
dat hij wel zou kunnen komen als Edward hem eerst
gijzelaars stuurde. Dit weigerde de nieuwe koning.
Een verdere aanleiding tot twist vormde het feit dat
Llywelyn verloofd was met Eleanor, dochter van Simon de
Montfort, die met haar moeder in Frankrijk woonde. Toen
zij na de dood van haar moeder naar Wales voer, liet
Edward het schip onderscheppen en nam hij haar
gevangen. Hij bood haar aan Llywelyn aan als ruil voor zijn
huldiging. Deze vond het nog steeds niet veilig om naar
Londen te gaan, maar was bereid het te doen in
Montgomery. Dit werd geweigerd.
Zo stonden twee koppige mannen tegenover elkaar.
Llywelyn was bereid Edward te eren, mits dat in een
veilige situatie gebeurde. Edwards landerijen ten westen
van de Dee en in Carmarthen waren door
Llywelyn ingenomen, Llywelyn was bezig een groot kasteel
in Montgomeryshire te bouwen en bovendien hadden hij
en zijn grootvader verschillende opstanden van de Engelse
baronnen gesteund. Ook had Edward de ambitie om alle
Britse eilanden in zijn handen te krijgen. Wat er ook door
Edwards hoofd heenging, in de herfst van 1277
verklaarde hij Wales de oorlog.
Llywelyns legers waren verreweg niet in dezelfde positie
als die van zijn grootvader, die in zijn gehele land
11
gesteund leek te zijn. Veel van de Welshmen werden door hun
Engelse heer gedwongen voor Engeland te vechten. Er wordt
geschat dat er bijna even veel Welshmen voor Engeland vochten
als voor Llywelyn.
De prins van Powys sloot zich bij Edward aan en daarna
Llywelyns eigen broer Dafydd. Llywelyn was gedwongen naar
Gwynedd terug te trekken en moest zich vervolgens overgeven.
Het vredesverdrag liet hem weinig over. Zijn broer Dafydd
kreeg het halve gebied tussen de Conwy en de Dee, zijn andere
broer Owain werd vrijgelaten en kreeg het schiereiland Llyn.
Ook moest hij nu inderdaad Edward hulde brengen, iets wat
hij met tegenzin deed. In een heel korte periode had hij een
prachtig rijk opgebouwd, dat even snel vergaan was. Zijn
huwelijk met Eleanor de Montfort kon echter eindelijk
doorgaan in Worcester. Tegen die tijd had hij nog geen zoons,
wettig of onwettig, die zijn troon konden erven. In 1282 gaf
Eleanor Llywelyn een dochter, Gwenllian, maar stierf in het
kraambed en bracht de prins daarmee een grote emotionele
slag toe.
In datzelfde jaar groeiden de slechte omstandigheden in Wales
opnieuw uit in een opstand, deze keer begonnen door Dafydd.
Llywelyn steunde zijn broer in deze onverwachte actie. Op 21
maart, palmzondag, nam Dafydd Hawarden castle in en maakte
de kastelen van Flint en Rhuddlan daarna met de grond gelijk.
Vijf dagen later leidde een revolutie in Ystrad Towy tot de
inname van Llandovery en Caercynon. Tegen eind april hadden
de inwoners van Ceredigon Aberystwyth ingenomen en
geplunderd.
Hoewel Llywelyn een begaafde tacticus was, waren de
Welshmen slecht voorbereid. Edward ging deze keer
systematischer te werk. Hij splitste zijn leger in tweeën,
een voor elke broer. Het leger tegen Llywelyn werd
verslagen bij Llandeilo Fawr. Het leger in het noorden
drong Dafydd terug naar het westen van de Conwy en
landde daarna deels op Mona. Vanaf Mona probeerden zij
in Arfon te landen, maar werden ze verslagen en omdat
Llywelyn noordwaarts ging, moest Edward zijn troepen
terug naar Clwyd trokken.
De aartsbisschop van Canterbury trok in november naar
Gwynedd om Llywelyn om te kopen. In ruil voor landerijen
in Engeland en een erfelijke titel, moest hij zijn
heerschappij over Wales opzeggen. Llywelyn weigerde,
omdat zijn volk dan weerloos zou zijn tegen Edwards
wrede regering.
Hij trok nu zuidwaarts, omdat hij hoopte steun te
verkrijgen van de markgraven die eerder zijn grootvader
en De Montfort hadden gesteund. Volgens het kroniek
van Peterborough
verbleef Llywelyn in de nacht van 10 december met zijn
leger van 160 man cavalerie en 7.000 voetsoldaten in
Abbeycwmhir. Hij verliet zijn leger de volgende dag met
18 raadsheren, waarschijnlijk voor een ontmoeting met
de markgraven. Op zijn weg naar de afspraak liep hij in
een hinderlaag en werden hij en zijn mannen gedood. In
de Brut y Tywysogion, de kroniek van de prinsen, wordt
gesuggereerd dat Llywelyn door zijn eigen mannen werd
verraden maar dit wordt niet verder toegelicht. Het
nietsvermoedende leger werd kort daarna afgeslacht.
Na zijn dood werd Llywelyns hoofd van zijn romp
gescheiden en naar Rhuddlan en vervolgens naar Londen
gebracht, waar het door de straten heen werd getoond en
daarna bij de Tower werd tentoongesteld. Vijftien jaar
later was het daar nog.
Dafydd, die zichzelf als Llywelyns opvolger had benoemd,
moest de bergen in vluchten. Daar werd hij verraden,
gevangengenomen en geëxecuteerd door Edward de 1ste.
Zijn vrouw en zoons stierven in gevangenschap. Llywelyns
dochter, Gwenllian, werd naar het klooster van
Sempringham in Lincolnshire gebracht, waar ze de rest
van haar leven doorbracht.
In 1283 werden alle koninklijke schatten van Gwynedd
afgenomen en van 1284 tot 1308 werden er vele grote
bolwerken gebouwd om het land te onderdrukken. Niet
voor niets herinneren de Welshmen zich Llywelyn als
Llywelyn Ein Llyw Olaf, Llywelyn, onze laatste leider.
12
Recept
Ritschert is een traditioneel Oostenrijks
recept. Het blijkt nog eens heel oud te zijn ook!
Uit analyse van prehistorische ontlasting die in
de zoutmijn van Hallstatt is gevonden, bleek dat
een soortgelijk maaltje rond 1000 v.Chr. door de
mijnwerkers daar werd gegeten.
Hallstatt Ritschert
-
100 gram tuinbonen
50 gram gerst
200 gram gierst
1,5 kg gerookt of gepekeld varkens- of schapenvlees
2 uien
Laat de tuinbonen, de gerst en de gierst voor een nacht weken.
Laat de tuinbonen en de granen met het vlees langzaam gaar
koken in water. Bak de fijngesneden uien en serveer ze boven op
de ritschert, met zout, peper of kruiden naar smaak.
Tip: probeer dit recept ook eens met andere bonen.
13
Owain Glyndŵr
Een van de namen die er altijd uitspringen
wanneer er over Wales wordt gepraat, is
die van Owain Glyndŵr, mogelijk een van
de meest dramatische nationale helden van
Wales. Hoewel hij de titel van prins van
Wales zelf moest claimen, had hij er wel
recht op als afstammeling van zowel de
prinsen van Powys als de prinsen van
Deheubarth.
Voor de opstand
Voor zijn opstand waren er andere opstanden geweest.
Wales was gewend geraakt aan de overheersing van de
Engelse kroon en de Engelsen die haar nu via vreemde
systemen bestuurden, maar had ze nooit geaccepteerd.
De steden werden bewoond door Engelsen en daardoor
gehaat. Regelmatig ontsprong er een vonk van rebellie
tegen de vele onrechtvaardigheden die Wales werden
aangedaan. Owain deed als laatste Welshe prins van
Wales het oude ideaal van Welshe onafhankelijkheid en
eenheid herleven. Hoewel dit ideaal met het wegsterven
van zijn opstand verdwenen leek te zijn, leeft het nog
steeds in de harten van de Welshmen.
Owain Glyndwr werd rond 1354 geboren als zoon van
Gruffydd Fychan de 2de, erfelijke Tywysog (prins) van
Powys Fadog en lord van Glyndyfrdwy, en Elen ferch
Tomas ap Llywelyn, afstammelinge van de prinsen van
Deheubarth. Al rond 1380 werd hij in verband gebracht
met zijn afstamming en met de oude profetieën dat er
een nieuwe prins zou van Wales zou komen.
Owain verdiende £70 per jaar, wat hem een
van de meest verdiende Welshe lords maakte.
Tot zijn veertigste werkte hij samen met de
Engelsen. Zijn familie was deels afhankelijk
van de Fitzalans, earls van Arundel; een
document van 1370 vermeldt dat Owains
moeder £20 had geleend en het is mogelijk
dat Owain in zijn jeugd een tijd bij de
Fitzalans heeft doorgebracht.
Waarschijnlijk onder hun invloed heeft hij
een tijd in één van de Inns of Court van
Londen doorgebracht om rechten te studeren. Toen de Engelsen Schotland in 1387
binnenvielen, was Owain dan ook lid van het
gevolg van de Fitzalans.
Rond 1400 was Owain een ware gentleman.
Hij had een voldaan leven geleid en stond op
het punt zich uit de samenleving terug te
trekken om zijn oude dag op zijn landgoed
door te brengen. Shakespeare beschrijft
hem als een man van goede huize en educatie, die met mystieke krachten kon communiceren of beheerste. Rond 1390 schreef
Iolo Goch een beroemd gedicht over Owain,
waarvan de accuratesse werd bewezen door
opgravingen in Sycharth, waar Owain met
zijn vrouw Margaret Hanmer woonde. Er
werd een vissteigertje en een gracht
gevonden en daarnaast de contouren van een
houten huis op een heuvel. Het was een
gebouw van 13 bij 5,5 meter met
waarschijnlijk daarnaast een toilet in een
bijgebouw van 3 bij 3 meter.
In 1377 erfde Richard de 2de, zoon van Edward de Black
Prince, de troon na de dood van Edward de 3de. Zijn
erfgenaam werd Roger Mortimer, earl van March, de
kleinzoon van Lionel, tweede zoon van Edward de 3de. De
machtigste man in het koninkrijk was echter de derde
zoon van Edward de 3de, John of Gaunt, hertog van
Lancaster; hij bezat veel landgoederen, waaronder de
lordschappen van Kidwelly en Monmouth. Zijn zoon Henry
Bolingbroke, echtgenoot van de erfgename van de
Bohunfamilie, bezat het lordschap Brecon. De vroege
jaren van Richards regering werden gekenmerkt door
twisten onder de baronnen om de controle over de jonge
koning, maar in 1389 greep Richard de macht en schiep
de vrees dat hij een absolute monarchie wilde
instellen. Hij won de steun van Wales, van onder andere
de zonen van Tudur ap Goronwy van Anglesey, en troepen
uit Wales en Cheshire met zijn embleem werden ingezet
om in 1397 het parlement te intimideren.
In 1399 stierf John of Gaunt en verbande de koning
Henry Bolingbroke, waarna hij de bezittingen van het
huis Lancaster in bezit nam. In datzelfde jaar landde
Bolingbroke vanuit Frankrijk op de kust van Yorkshire,
tijdens Richards campagne in Ierland. Henry wilde
oorspronkelijk zijn erfdeel terug, maar toen hij besefte
hoe weinig steun de koning ontving, eiste hij het
koningschap op.
Op 28 juli 1399 landde de koning in Haverfordwest,
Wales en werd op 19 augustus na een doelloze tocht
gevangen genomen en naar Flint castle gevoerd. In september werd hij onttroond en in januari 1400 werd hij
mogelijk vermoord in Pontefract Castle.
Op 29 september 1399 werd Henry Bolingbroke
gekroond als Henry de 4de en zijn zoon Hal, de latere
Henry de 5de, werd op 15 oktober tot prins van Wales
gekroond. Aangezien de titel van prins erfelijk en niet
afneembaar was, was dit een schok en een belediging
voor vele Welshmen. Ze voelden dat zij niet langer trouw
hoefden te zijn aan Engeland.
De opstand
Hoewel deze ontwikkelingen onrustbarend genoeg waren,
waren ze niet de directe aanleiding van de opstand van
Wales. Er gingen trouwens wel geruchten dat de
opstandelingen voor Richard de 2de vochten, totdat hij
de troon weer kon bestijgen. Vlak na het verraad
steunde Henry de 4de een van zijn vrienden, lord Grey
van Ruthin, in een zaak over landbezit. Lord Grey had op
14
een onrechtmatige wijze land verworven van zijn buur en
werd hierin gesteund door de onpopulaire nieuwe koning.
Dit pikte zijn buur niet, want zijn buur was Owain ap
Gruffud, lord van Glyndyfrdwy, oftewel Owain Glyndŵr.
Hij kwam daarom in opstand.
Hoewel als een van de beginoorzaken van de opstand vaak
de gevangenneming van Richard de 2de wordt
aangedragen, versterkt door de landinname door lord
Grey, is het belangrijk om de opstand in perspectief te
zien. De laatste helft van de 14de eeuw werd Europa
regelmatig verstoord door rebellieën en opstanden als
deze; hoewel het moeilijk is hier een lijn in te zien.
In 1401 werd er in het Engelse parlement gemeld dat
Welshe landarbeiders terugkeerden naar huis om de
opstand te steunen, de opstand werd dus duidelijk ook
gesteund door de lagere klassen. Welshe huurlingen
verlieten het Engelse leger in Frankrijk en haastten zich
naar Owain toe. Een familie ging zelfs zo ver dat het
zijn motto en wapenschild veranderde om zijn steun aan
Glyndŵr te betuigen. Ook geestelijken keerden terug,
verbitterd door het gebrek aan mogelijkheden door te
groeien in de kerk. De abt van Llantarnam probeerde
daarnaast de soldaten te steunen en te inspireren door
het voorlezen van bijbelteksten. Welshe studenten
verlieten Oxford en namen de wapens op. Het was
duidelijk vooral een nationale opstand, die op deze
manier ook werd behandeld door het House of Commons,
aangemoedigd door de parlementsleden vlakbij de Welshe
grens. Owain uitte zich opmerkelijk anti-Engels en zwoor
dat het Engels uit Wales gebannen zou worden en plaats
zou maken voor het Welsh. Hij sprak tijdens zijn opstand
dan ook alleen in die taal.
Naast steun van de lagere klasse wist Owain zich te
verzekeren van de steun van het grootste gedeelte van
de lagere adel. De hogere adel was verdeeld, sommigen
waren uitgesproken tegen hem, anderen waren neutraal,
maar een groot deel nam deel aan de opstand. Er waren
sheriffs van Anglesey, Caernarfon, Cardigan, Carmarthen
en Fflint en van de twaalf man die Fflintshire tegen
Owain moesten verdedigen, liepen er elf naar zijn
kant over. De Cisterciënzer monniken waren loyaal aan
Wales en leverden enkele van zijn trouwste adviseurs
en priesters. Één daarvan, John Sperhauke van Cardiff,
werd voor zijn steun geëxecuteerd, hoewel hij
waarschijnlijk van Engelse origine was. Er waren
meerdere Engelsen die Owain steunden, zoals de familie
van zijn vrouw, de Hanmers. In de wet was een Engelsman
die een Welshe was getrouwd, geen haar beter dan een
Welshman zelf.
Er heerste grote angst dat de wereld in het jaar 1400
zou eindigen. Het jaar was dan ook vol met tekens; de
rivier waar het hoofd van Llywelyn de Laatste van Wales
na zijn dood werd gewassen, veranderde een dag lang in
bloed en vier kleine bellen bij de schrijn van St Edward
in Westminster luidden viermaal uit zichzelf op een
andere dag. Dergelijke tekens werden als gunstig gezien
en werden in de beginjaren van de opstand veelvuldig
gezien.
Één van de eerste daden van de opstandelingen, was het
uitroepen van Owain tot Prins van Wales. Hij verklaarde
tegenover de Koning van Schotland dat hij de Welshmen
zou bevrijden van de gevangenschap van de Engelsen
en tegen een ander dat hij daarvoor door God was
aangewezen. Owain wist de bekwaamste mensen van zijn
eeuw om zich heen te verzamelen.
De opstand begon in de noordoostelijke March, de regio
van de Arundels. Omdat Owain teleurgesteld was in het
gebrek aan koninklijke steun tegen zijn buur Reginald
Grey, hees hij zijn banier op 16 september 1400 in
Glyndyfrdwy. Zijn eerste aanvallen die week waren korte, onverwachte aanvallen op acht kastelen en dorpen,
waarvan de allereerste van lord Grey was.De Welshmen
kwamen bij zonsopgang door de geopende poort, zetten
zoveel mogelijk in brand en dreven al het vee weg dat
ze konden vinden. Verbazingwekkend genoeg werden
er geen doden of gewonden gemeld, mogelijk door de
effectieve guerrillatactiek die werd toegepast en de
weinige weerstand die werd geboden. Owains voorbeeld
werd gevolgd in Anglesey door zijn neven, zoons van
Tudur ap Goronwy.
In oktober had Henry de 4de een leger verzameld en
marcheerde hij naar Wales. Hoewel hij geen leiders
gevangen had kunnen nemen, gaven vele Welshmen
zich over en kregen gratie. De engelse prins van Wales
zette zijn hoofdkwartier in Chester en de belangrijkste
ambten werden aan Henry “Hotspur” Percy geschonken,
de zoon van de eral van Northumberland. Aan het einde
van 1400 leek de opstand over te zijn.
Owain leefde in de winter en lente van het volgende jaar
als vluchteling, maar op Goede vrijdag werd de opstand
hernieuwd door zijn neven, Rhys en Gwilym ap Tudur
ap Goronwy, met een aanval op Conwy Castle. In juni
versloeg Owain een groot leger van Vlaamse en Engelse
soldaten bij Hyddgen, een vallei bij de Pumlumon
bergen. Als antwoord daarop zond Henry nog een leger in
de richting van de Strata Florida abdij in Ceredigion, dat
het land op zijn tocht plunderde en daarna de abdij zelf.
De abdij werd daarna het hoofdkwartier van de Engelsen
in Wales. Het leger wist Owain niet te vinden, maar Owain
vond het leger wel; toen het zijn
plundertocht door Ceredigion maakte deden Owains
kinderen een plotselinge, snelle aanval op het leger,
waarbij ze veel slachtoffers maakten alvorens terug te
trekken met de tenten, wapenrusting en paarden van
prins Hal, de zoon van Henry de 4de. Vroeg in november
bevond Owain zich in Caernarfon en plantte de
drakenstandaard, het teken voor de overwinning.
1402 was een goed jaar. Vrijwel geheel Wales had zich
achter Owain geschaard als nieuwe koning. Owain riep
Welshe parlementen bijeen en begon besprekingen met
lords in Ierland; hij tekende een verdrag met Frankrijk
en probeerde te onderhandelen met Schotland en met de
Engelse edelen die tegen Henry waren. In april nam hij
zijn oude tegenstander lord Grey gevangen bij de slag van
Fyrnwy, die hij in november vrijliet voor een losgeld van
10.000 mark (£6.666). In de slag van Bryn Glas keerden
de Welshe troepen in Engelse dienst zich tegen hun
eigen huurleger, dat ze beschoten; waarna de Engelsen
in de flank werden aangevallen door Owains reserve en
vluchtten. Hier werd Edmund Mortimer, zwager van
15
Henry Percy en broer van de erfgenaam van Richard de
2de, Roger Mortimer, gevangen genomen. Roger was in
1398 gestorven en zijn zoon, ook Edmund genoemd, was
nu de ware erfgenaam van Richard en had dus meer recht
op de kroon van Engeland dan Henry de 4de. Hierom
weigerde Henry de 4de het losgeld te betalen. In
november 1402 had Edmund (de oudere) Mortimer
toegestemd om met Glyndwr samen te werken om Richard
de 2de, waarom het gerucht ging dat hij nog leefde, weer
op de trein te krijgen en als hij dood was, Edmund de
jongere koning te maken. Hij beloofde Glyndwrs
rechten in Wales te waarborgen en deze afspraken
werden bekrachtigd door een huwelijk tussen Edmund
en Catrin, de dochter van Owain. Hierdoor werden er
verschillende Engelsen betrokken bij de opstand.
Hoewel Owain nog geen belangrijke kastelen had
ingenomen, werd hij wijd en zijd in Wales geaccepteerd
en ontving vrijwel overal een warm welkom. Engelse
invasielegers werden gehinderd door het weer, waardoor
het verhaal ontstond dat Owain het weer kon bevelen,
later uitgewerkt in Shakespeare‛s Henry IV. Om meer
grip op de situatie te krijgen werden de zogenaamde
Penal Laws ingevoerd, waardor het Welshmen
verboden werd in grotere groepen te verblijven, ambten
te bekleden, wapens te dragen en in gefortificeerde
steden te verblijven, met dezelfde verboden voor
Engelsen die Welshe vrouwen trouwden.
Owains succes zette zich door in 1403 en 1404. Hotspur
bleef in Chester en kwam in 1403 in opstand, waardoor
de mogelijkheid tot alliantie tussen de Welshmen en de
Engelsen in Noord-Engeland werd geopend. Zijn opstand
duurde kort, want hij werd op 21 juli 1403 verslagen en
gedood bij de slag bij Shresbury, voordat
hulptroepen van Wales en Northumberland waren
gearriveerd. Op deze manier oefende hij niet veel invloed
uit op de opstand in Wales.
Laat in 1403 viel Owain met de hulp van Franse
zeelieden Caernarfon en Kidwelly aan. In april 1404 vielen
de kastelen van Aberystwyth en Harlech in zijn handen,
waardoor een solide basis voor zijn autoriteit werd
geschapen. Hier werd dan ook een parlement gehouden in
1404 en waarschijnlijk werd hij hier tot prins van Wales
gekroond in de aanwezigheid van gezanten van Frankrijk,
Schotland en Castille.
In mei 1404 zond Owain een brief naar Charles de 6de,
koning van Frankrijk. Hierin verwees hij naar de diensten
die Welshmen aan de Fransen hadden bewezen en vroeg
hij om wapens en soldaten. Zijn twee ambassadeurs, zijn
zwager John Hanmer en zijn raadsman Gruffud Young,
waren door hem bevoegd en aangewezen een verdrag met
de koniung van Frankrijk te sluiten. Hanmer en Young
werden hoffelijk in Parijs ontvangen en het lijkt erop dat
de koning – die een van zijn zeldzame buien van
helderheid had – beloofde de Welshmen te helpen.
Deze hulp bleef uit tot juli 1405. Hiervoor hield Owain
zich met name bezig met het zoeken van nieuwe
bondgenoten en het verstevigen van zijn machtsbasis.
Het is waarschijnlijk dat hij hof hield in Aberystwyth
Castle, waar mogelijk het administratieve centrum van
het prinsdom was gevestigd. Via Gruffud Young, Owains
voornaamste raadsheer, waren er ervaren mannen
betrokken geraakt bij het bestuur van Wales.
In dezelfde tijd zocht Owain een alliantie met de Percy
en de Mortimer familie, en zij hebben in februari 1405
een plan opgesteld waarbij Engeland in drieën werd
verdeeld: Mortimer kreeg Zuid-Engeland, Percy, earl van
Northumberland, midden en Noord-Engeland en Owain
Wales en vijf van de Engelse graafschappen aan de
Engels-Welshe grens. Dit wordt de zogenaamde
Tripartite Indenture genoemd. Owain ging nog verder
en bepaalde welke Engelse bisdommen onder het Welshe
aartsbisdom gingen vallen.
De uitvoering van de Tripartite indenture mislukte
doordat Edmund Mortimer (de jongere) werd gearresteerd toen hij Wales binnen wilde gaan en de opstand
van de earl van Northumberland in juni 1405 mislukte.
Percy vluchtte naar Schotland, waar de situatie in Wales
relatief veel belangstelling had. Gruffud Young en de
bisschop van Bangor, John Byford, gingen als ambassadeurs naar het Schotse hof, maar toen in 1406 de kroonprins gevangen werd genomen door de Engelsen verging
de hoop op hulp van de Schotten.
In juli 1405 gingen 2.600 Fransen scheep vanuit Brest
naar Wales. Ze landden vroeg in augustus in Milford Haven. Er wordt gezegd dat het Frans-Welshe leger tot aan
Worcester marcheerde, maar vanwege het gebrek aan
bevoorrading moest terugtrekken. Omdat hier maar één
vermelding van bestaat, is deze bewering niet te bewijzen. Hoe het ook zij, laat in 1405 waren de Fransen weer
terug in Frankrijk. Rond deze tijd zette de neergang van
de opstand zich langzaam in. Henry de 4de had zijn zoon
aangesteld als opperbevelhebber van de Engelse troepen
in Wales en deze begon zich te ontwikkelen tot het
militaire genie dat hij op Agincourt zou blijken te zijn. In
de lente van 1405werden de opstandelingen verslagen bij
Pwllmelyn in de buurt van Usk; in het begin van het
volgende jaar begonnen de belangrijkste regio‛s van
Owain uit zijn controle te glippen.
Owains positie in Midden-Wales bleef echter
gehandhaafd en wanneer Frankrijk grootschalig te
hulp was gekomen, waren zijn perspectieven nog steeds
gunstig geweest. Misschien in de hoop deze hulp te
krijgen ging hij er in 1406 mee akkoord in plaats van de
paus van Rome de paus van Avignon trouw te zweren, die
door Frankrijk en Schotland werd erkend. Dit gaf zowel
voordelen als nadelen. Nadelig was dat de Engelsen de
Welshmen nu ook als schismatici konden zien, voordelig
was dat de kerkelijke aangelegenheden van Wales en
Engeland voortaan gescheiden konden worden behandeld.
Op 29 maart 1406 werd te Pennal, bij Machynlleth, een
brief naar Charles de 6de van Frankrijk geschreven,
mogelijk door Gruffud Young. Hierin werd geëist dat de
kerk van David weer hersteld zou worden en controle zou
krijgen over alle bisdommen van Wales en vijf
bisdommen van Engeland, waardoor een aartsbisdom tot
aan Cornwall geschapen werd. Kerkelijke functies zouden
alleen gegeven moeten worden aan personen die het
Welsh machtig waren; Engelse kloosters en
colleges mochten geen Welshe kerken bezitten en twee
universiteiten zouden in Wales gevestigd moeten worden,
daarnaast zou Henry de 4de geëxcommuniceerd moeten
worden en degenen die tegen hem streden zouden een
aflaat moeten ontvangen voor de zonden die zij begingen
in de strijd tegen hem.
In 1406 was het tij definitief gekeerd. In oktober van
dat jaar werd er door de Fransen besloten dat ze geen
hulp meer zouden zenden naar Wales en tegen het einde
van het jaar hadden de inwoners van Anglesey en de
zuidelijke kustgebieden zich overgegeven aan Henry de
4de. Desalniettemin was het moeilijk om Owains macht
in de berggebieden en Midden-Wales te onderdrukken.
Aberystwyth werd bijna een jaar lang belegerd, waarbij
veel schade werd aangericht door de Engelse kanonnen.
Uiteindelijk werd de stad in september 1408 ingenomen,
waarna de belegering van Harlech werd geïntensiveerd.
Harlech gaf zich in 1409 over en hier werden Owains
vrouw, dochter en vier kleinkinderen gevangen genomen.
Zijn schoonzoon Edmund Mortimer stierf tijdens deze
belegering van uithongering.
16
Na 1413 is er niets meer vermeld over Owain zelf. In
1412 kreeg hij pardon aangeboden, maar hij weigerde
en bleef de rest van zijn leven doorbrengen als een
vluchteling. Het is mogelijk dat hij rond september 1415
is gestorven in het huis van zijn dochter Alys Scudamore
in Monnington, Herefordshire, maar niemand weet waar
hij begraven zou zijn en geen dichter heeft om hem
gerouwd. In de harten van de Welshmen is hij niet dood,
maar leeft hij voort, en komt net als koning Arthur
terug wanneer zijn volk hem nodig heeft.
Na de opstand
Een generatie lang na 1415 bleven de Welshmen onder
de schaduw van het mislukken van de opstand leven. Het
mislukken was niet onvermijdelijk, Robert the Bruce
slaagde erin zijn land te bevrijden onder moeilijkere
politieke omstandigheden tegen dezelfde vijand, als
alle vijanden van Henry de 4de zich tegen hem hadden
verenigd had hij waarschijnlijk zijn greep op Wales
geheel verloren en had Owain waarschijnlijk het
prinsdom opnieuw kunnen instellen. Owains karakter, de
moed van zijn familie, de visie van zijn adviseurs en de
loyaliteit van de Welshmen zelf waren zeer
veelbelovend. De onrechtvaardige sociale
omstandigheden die hadden bijgedragen aan de opstand,
werden verhevigd. Zelfs, of misschien ook wel juist de
hogere klasse die Owain had gesteund, probeerde hem
en de opstand te vergeten. Ze offerden hun verleden op
voor hun toekomst en deden Owain af voor een
halfgekke rebel. Hij leefde echter voort in de
herinnering van de minder bedeelde klasse en aan het
eind van de 18de eeuw werden deze verhalen door de
antiquair Thomas Pennant verzameld, waardoor Owain
Glyndŵr zijn rechtmatige positie als nationale volksheld
innam.
De etnische spanningen die door de opstand waren
ontstaan, verdwenen met de loop der jaren. In 1431,
1433 en 1447 stond het Engelse parlement erop dat de
ingevoerde strafwetten bleven bestaan en deze wetten
bleven in het wetboek staan tot 1624. Het is
opmerkelijk dat daarnaast de Welshe literatuur na 1415
nationalistischer en bitterder was dan in elke andere
periode.
Door de strafwetten konden hoge ambten alleen aan
Engelsen toegewezen worden. Na de opstand werd
geen Welshman bisschop van Wales tot 1496 en kreeg
geen Welshman een hoge ambt toegewezen tot 1461.
Ondanks de bitterheid waren de Engelsen niet onwillig
om in Wales te komen werken, ze wilden slechts een
titel en hun taken werden door vertegenwoordigers
uitgevoerd, die meestal van Welshe adel waren. Er werd
wel geprobeerd de strafwetten soepeler te maken,
omdat de Engelsen zoveel mogelijk voordeel probeerden
te trekken uit elke situatie, zoals het gebruik van
longbowmen. Vaak werd dit echter ook weer
tegengewerkt.
Ambitieuze Welshmen konden de strafwetten ontduiken
door Engels te worden. De eerste die hierom vroeg was
waarschijnlijk Rhys ap Thomas in 1413, de sheriff van
Carmarthenshire. Een handvol belangrijke Welshmen
volgde zijn voorbeeld.
Owain in de literatuur
Op zijn hoogtijdagen had Owain 30.000 man tot zijn
beschikking, maar soms waren zijn troepen klein en ver in
de minderheid, waardoor ze guerrillatactieken moesten
gebruiken en daarna korte tijd weer terugkeerden naar
hun huis en haard, totdat een nieuwe mogelijkheid zich
aandeed om aan te vallen. Doordat het leger uiteenging
en vrijwel onvindbaar was, heeft dit veel stof gegeven
voor geromantiseerde verhalen en liederen. Er is veel
dat niet bekend is over de opstand, de tactieken en de
legers. Hierdoor stonden veel aspecten open voor
romantiek en fantastische verhalen.
Door de sterke persoonlijkheid van Owain leek hij
bovenmenselijke eigenschappen te bezitten voor zowel
zijn vrienden als zijn vijanden. Shakespeare verwees
in Henry de 4de ernaar dat Owain tovenaar zou zijn,
hij stormen en geesten op zou kunnen roepen en zich in
andere lichamen konden verplaatsen. Dergelijke verhalen
gingen ook al de ronde in Owains eigen tijd onder zowel
17
Wist u dat?
Welshman, Ieren, Schoten en Engelsen
Volgens een onderzoek van de Universiteit in Oxford heeft
naar schatting 95% van de Engelsen een Keltische afkomst.
Dit is te zien aan het R1b gen, dat kenmerkend is voor
mensen van een Keltische afkomst.
Beddgelert
Naar het verhaal gaat is in het plaatsje Beddgelert,
Gwynedd, de legendarische hond van Llywelyn de Grote
begraven. Toen Llywelyn na een jachtpartij terugkeerde,
vond hij de wieg van zijn zoontje leeg en de bek van zijn
hond Gelert besmeurd met bloed. In woede doodde hij de
hond, maar toen hoorde hij een baby huilen ... Llywelyn vond
zijn zoontje onder de wieg, samen met een wolf die het kind
wilde aanvallen en Gelert had gedood. Waarschijnlijk is het
dorp echter genoemd naar een vroege Welshe heilige.
Welsh longbowman
Het skelet van een Welsh longbowman is te herkennen aan de
linkerarm, die groter is dan de rechter, en aan putjes in de
botten van de linkerpols, linkerschouder en vingers van de
rechterhand, waar de overontwikkelde armspieren aan
trokken.
preien en narcissen
De nationale symbolen van Wales zijn de prei en de narcis.
Volgens de legende beval sint David, de beschermheilige van
Wales, de Welshe soldaten zich te onderscheiden van de
Saksische vijand door het dragen van een prei op hun helm
tijdens een veldslag die plaatsvond in een preiveld. De narcis
is mogelijk een nationaal symbool geworden doordat het in het
Welsh cenhinen Bedr, sint Peters prei, heet.
Welshe verkeersborden
De verkeersborden in Wales zijn tweetalig, Welsh en Engels.
Welch Fusilliers
De Royal Welch Fusilliers hebben tijdens hun verblijf in Bosnië hun
vijanden verward door Welsh te spreken in plaats van Engels in
belangrijke berichten. Zij hebben een Koninklijke geit als mascotte, voor
het eerst geschonken door koningin Victoria. Er bestaat een speciale rang
voor degene die als taak heeft de geit te verzorgen: de Goat Major.
prins van Wales? (deel 2)
De eerste Engelse prins van Wales die de Welshe taal begon te leren was
de huidige kroonprins van Engeland, prins Charles. Of hij de taal wel
vloeiend beheerst wordt betwijfeld.
Llwyd ap Iwan
Llwyd ap Iwan, zoon van de stichter van de Welshe kolonie
in Argentinië, werd in 1909 doodgeschoten. Het gerucht
gaat dat dit gebeurde door Butch Cassidy. Dit is echter niet
mogelijk, aangezien deze al in 1908 stierf. Wel had hij een
ranch in Patagonië.
Prins van Wales?
Edward de 1ste van Engeland liet zijn vrouw, Eleanor van
Castile, speciaal voor de geboorte van hun zoon naar
Caernarfon castle overbrengen, zodat hij door zijn geboorte
in Wales aanspraak zou maken op de titel Prins van Wales.
17
18
Het Welsh tegenwoordig
Het Welsh is een Keltische taal die door ongeveer
659.000 mensen wordt gesproken in Wales en door
enkele honderden in een Welshe kolonie in de
Chubutvallei in Patagonië, Argentinië. Er zijn ook
sprekers van het Welsh in Engeland, Schotland, Canada,
de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland.
Welsh heeft veel overeenkomsten met het Cornish en
Bretons en is familie van het Iers-Gaelic, Manx en
Schots-Gaelic.
Geschiedenis van het Welsh
De eerste bekende taal in Europa was het Indo-Europees,
dat in geheel Europa en de steppen van Azië werd
gesproken. Hier vanuit zijn de Keltische talen ontstaan, het
vroegste spoor van een Keltische taal, het Lepontisch, komt
uit ongeveer 600 v.Chr.. Mogelijk door handel of migratie
werden de Keltische talen in de Britse eilanden
geïntroduceerd. Hier ontwikkelde de taal zich tot het
Brits, de voorloper van het Welsh. Het Brits werd tot
ongeveer de Firth of Forth gesproken. Ten noorden hiervan
werd het Brits vermoedelijk samengenomen met een niet
Indo-Europese taal en ontstond het Pictisch, waar we
vandaag de dag erg weinig vanaf weten.
Door de komst van de Angelen en de Saksen werd het
Brits teruggedrongen naar gebieden aan de westkust, naar
Cumbria, Wales en Cornwall. Toen deze gebieden van elkaar
gescheiden werden ontwikkelden zich aparte talen. Het
Cumbrisch stierf uit in de middeleeuwen, het Cornish bleef
bestaan, beïnvloedde het Bretons en wordt vandaag de dag
door slechts enkele honderden mensen gesproken.
Het vroegste Welsh wordt het Oud-Welsh genoemd en is
overgebleven in enkele geschriften. De bekendste hiervan
zijn de gedichten van Taliesen, over Urien van Rheged,
een koning in de 6de eeuw n.Chr. in zuid-Schotland, en de
Y Gododdin van Aneirin, een beschrijving van een gevecht
tussen de Kelten en de Northumbriërs dat plaatsvond rond
600 n.Chr.. Niemand weet zeker wanneer deze gedichten
zijn ontstaan of wanneer ze voor het eerst opgeschreven
zijn. Wel opmerkelijk is dat het gedicht niet over Wales
zelf gaat, maar het “Oude Noorden”, dat wil zeggen
Cumbria. Hoewel het contact tussen Wales en Cumbria
mogelijk verbroken was, de herinneringen leefden voort.
De Oud-Welshe periode werd opgevolgd door de
Middel-Welshe periode, grofweg van de 12de tot 14de
eeuw. In deze variant zijn veel meer teksten bewaard gebleven. Bijna alle verhalen van het bekendste Welshe werk,
de Mabinogion, komen uit deze periode. Er wordt echter
gedacht dat de verhalen hierin veel ouder zijn en
het resultaat van een lange mondelinge overlevering door
de cyfarwydd, de verhalenverteller. De Mabinogi hebben
zelfs een deel van de Arthurverhalen geïnspireerd. Ook een
deel van de Welshe wetsteksten is in het Middel-Welsh
geschreven.
In 1536 en 1542 verklaarde Henry VIII niet alleen dat hij
hoofd van de kerk in Engeland en Wales was, maar ook dat
het Engels het Welsh verving in het officiële leven en dat
de Engelse instellingen de Welshe vervingen. Geen enkele
Welshmen mocht daardoor een belangrijke positie bekleden,
wanneer hij niet vloeiend Engels kon spreken. Doordat de
bovenlaag van de bevolking nu steeds minder Welsh sprak en
de Welshe cultuur verving door de Engelse, kreeg het Welsh
aanzienlijk minder status. Pas in 1942 mocht het Welsh
weer, onder voorwaarden, gebruikt worden in
gerechtshoven.
Als gevolg van de reformatie mocht de bijbel ook in de taal
van het gewone volk vertaald worden. Om het anglicaanse
geloof te verbreiden werd de bijbel dan ook in het Welsh
vertaald. Deze bijbel, in 1588 gepubliceerd door William Morgan, was een enorm belangrijk document voor het
behoud van het Welsh. Dankzij de bijbel bestaat er vandaag
de dag een gestandaardiseerde spelling van de taal.
De taalwet van 1993 is tot nu toe de belangrijkste wet over
de Welshe taal: het bepaalde dat het Welsh en het
Engels gelijkwaardig aan elkaar waren. Deze wet is tot
stand
gekomen na decennia lang actievoeren.
Het Welsh tegenwoordig
In het begin van de 20ste eeuw sprak ongeveer de
helft van de Welshmen hun taal dagelijks. Tegen
1991 was dit aantal gedaald naar 18,7%, waarvan
55,3% het Welsh vaker sprak dan Engels. Volgens
een onderzoek in 2001 was in dat jaar 23% van de
bevolking het Welsh voldoende machtig, dat zijn
659.301 mensen, kon 16,3%, 457.946 mensen, het
zowel spreken als lezen als schrijven en had 28%,
797.717, enige kennis van het Welsh. Het grootste gedeelte van de Welshsprekenden leeft in west
en noordwest-Wales, hoewel de cijfers een scheef
beeld laten zien en tonen dat het grootste gedeelte
in het zuiden woont. Omdat er hier ook meer mensen
zijn, is het relatief gezien een kleiner aantal; men
zal dus ook eerder in Caernarfon Welsh in een
supermarkt horen spreken dan in Cardiff.
Een artikel uit 1995 besteedde ook aandacht aan het
sociale aspect van het Welsh. 28% van de
Welshsprekenden die waren onderzocht, leefde alleen
of als enige Welsh-sprekende in een gezin. 70% van de
Welshsprekende huishoudens waren kinderloos, wat
overigens niet wil zeggen dat er in de toekomst geen
kinderen kunnen komen.
Het is echter mogelijk dat de aantallen nog hoger
liggen, omdat mensen mogelijk zichzelf onderschatten
in de kennis van het Welsh of ontkennen dat ze Welsh
machtig zijn, andere dialecten spreken dan het “gewone”
noordwestelijke dialect en de plaatsen waar enquêtes
worden gehouden niet altijd strategisch zijn.
Volgens een onderzoek van S4C, het Welshe tv-kanaal,
is het aantal Welshsprekenden ongeveer 750.000 en
het aantal dat Welsh begrijpt 1,5 miljoen. Daarnaast
zijn er ongeveer 133.000 Welshsprekenden in Engeland,
waarvan er ongeveer 50.000 in en rond Londen wonen.
Deze aantallen worden echter als overdreven hoog gezien.
Tegenwoordig zijn er Welshe radiostations en een tv-kanaal, die
geheel of gedeeltelijk in het Welsh uitzenden. Er zijn ook
wekelijkse en maandelijkse kranten en magazines. BBC Radio
Cymru wordt dagelijks uitgezonden en ook het BBC nieuws is in
het Welsh te downloaden. Een ander project om mensen
bewuster van het Welsh en haar belang te maken, is The Big
19
Welsh Challenge, waarin vijf Welshe celebrities die geen Welsh
spreken, worden uitgedaagd om in twaalf maanden de taal te leren.
Per jaar worden er ongeveer 500 boeken in het Welsh uitgegeven en
er zijn veel Welshe theater- en muziekgroepen. Het hoogtepunt zijn
de eisteddfodau, de culturele festivals, die door Wales heen worden
gehouden.
Alle scholieren in Wales krijgen Welsh 12 jaar lang, van hun 5de tot
16de, als eerste of tweede taal op school. De eerste school die in het
Welsh onderwees werd in 1939 in Aberystwyth opgericht. Er zijn op
dit moment rond de 450 basisscholen en 50 middelbare scholen die
geheel of met name in het Welsh onderwijzen. Er is ook een Welshe
school in Londen. Sommige vakken op universiteiten worden in
het Welsh gegeven en er zijn verschillende Welshe cursussen voor
volwassenen.
Ook buiten Groot-Brittannië is het mogelijk om Welsh te leren,
onder andere door verschillende zelfstudie-boeken. De Universiteit
Utrecht biedt de bachelorstudie Keltische Talen & Cultuur aan, wat
ook het Iers omvat. De Universiteit Bonn biedt een minor Keltologie
aan, waarbij ingegaan wordt op zowel de Ierse als Welshe taal en
cultuur.
20
Even voorstellen Schotland digizine
Schotland Digizine: Schotland, Schotland in Nederland
en whisky Het Schotland Digizine is ontstaan in een
tijd dat wij verzeild raakten in het Schotse wereldje
in Nederland. Hierin merkten wij dat er heel wat
mensen waren die dezelfde passie voor Schotland en
whisky hadden als wij, maar niet goed op de hoogte
waren van alles wat er zich allemaal in Nederland op
Schots gebied afspeelde en daarom veel
misten. Inmiddels waren wij bij menig Schots en
whisky festival betrokken en ontstond het idee (als
grafisch vormgever zijnde) een digitaal magazine te
starten. Dit magazine zou wetenswaardigheden over
Schotland, Schotse gebeurtenissen in Nederland en
whisky moeten bevatten om zoveel mogelijk
geïnteresseerden te voorzien van zoveel mogelijk
informatie. Tevens moesten personen en bedrijven de
mogelijkheid hebben zich te promoten. Het Schotland
Digizine is dit medium geworden.
De inhoud van het Digizine bestaat afwisselend uit
Schotse geschiedenis (bijzondere gebeurtenissen,
beroemde personen, uitvinders, veldslagen, oorlogen),
reisverslagen met diverse tips,
overnachtingsmogelijkheden in Schotland (B&B‛s, hotels,
self catering), tartan (toen en nu), clans, restaurants (in
binnen- en buitenland), winkels, doedelzakbands, whisky
(speciaalzaken, beschrijvingen, nieuwe/speciale releases)
en meest belangrijk de agenda met zoveel mogelijk
vermeldingen van festivals, proeverijen en andere leuke
uitgaansdata. Op de website wordt al deze informatie aangevuld met een scala aan andere websites van
personen en bedrijven die samen een zoektocht naar een
bepaald onderwerp kunnen vergemakkelijken. Alle
informatie die ontbreekt, kan ingestuurd worden om
uiteindelijk een zo compleet mogelijke bron te vormen
voor iedereen met een passie voor Schotland en whisky.
Het Schotland Digizine wordt om de twee maanden gratis
verstuurd naar geïnteresseerden die hiervoor alleen maar
hun e-mail adres door hoeven te geven. Gratis? Hoewel
gratis vaak niet gratis blijkt te zijn of te blijven, is het
Schotland Digizine dat wel degelijk. Motivatie hierachter
is onze passie voor Schotland en whisky en hierbij alles
dat met Schotland en whisky te maken heeft, graag te
promoten. Op dit moment is het laatste nummer van
jaargang drie uitgebracht en wordt nu al verzonden naar
ruim 500 mensen in binnen- en buitenland. Inmiddels
wordt het alom erkend als het enige magazine dat zich
specifiek richt op Schotland. Eerder verschenen edities
zijn (ook weer gratis) te downloaden van de website.
De Whisky Tartan: een eerbetoon aan de Schotse
erfstukken. Naast het Schotland Digizine zijn wij de
bedenkers en ontwerpers van de Whisky Tartan. Deze
ruit vertelt zowel in kleurgebruik als in opbouw
chronologisch (bijna) het complete verhaal van de
productie van (Single Malt) whisky. Van de gerstvelden
tot de gebottelde fles aan toe. De Whisky Tartan is ideaal
voor iedereen die geen Schotse achtergrond heeft, maar
wel op zoek is naar een tartan vanwege een passie voor
Schotland of voor whisky. De Whisky Tartan is dé manier
om Schotland te beschrijven en een passie
voor Schotland te tonen: whisky en tartan, de
twee Schotse erfstukken verweven in één uniek
ontwerp. Het complete verhaal (en nog veel meer)
is te vinden op www.whiskytartan.com.
En wat Schotland als (vakantie-)land zo bijzonder
maakt? Het is dichtbij, maar toch moet een zee
overgestoken worden. Het hoort bij Europa,
maar toch moet de Euro nog steeds gewisseld
worden voor de Schotse Pond (de Engelse is er
ook welkom). Het landschap is zo afwisselend en
zo compleet anders dan het Nederlandse, er staan
over de honderd distilleerderijen en de mensen
zijn er bijzonder vriendelijk en hulpvaardig.
Kortom: Schotland, zo dichtbij, maar toch even
helemaal weg!
Inschrijven voor gratis tweemaandelijkse ontvangst van het Schotland Digizine?
Stuur een bericht met uw e-mailadres naar
[email protected]
Website: www.schotlanddigizine.nl
Welkom in de bijzondere wereld van Schotland en
whisky.
Louise & Edgar
21
Dus zo ging het verhaal van de Welshmen.
Of ging? Nee, het verhaal gaat nog door, het
is een verhaal zonder einde. Alleen wat het
verloop zal zijn dat is nog open.
De Welshe cultuur heeft gevochten en is
soms zelfs bijna kopje onder gegaan, maar
leeft en zal blijven leven. De Romeinen,
Vikingen en Saksen, de Welshmen zijn er
altijd gesterkt uitgekomen. Gesterkt en
misschien ook wel een beetje trotser, op de
cultuur en het erfgoed dat ze met zich mee
hebben genomen in moeilijke tijden. Die trots
bestaat nog steeds, denkt u eens terug aan
de Welshe supermarkt uit het proloog. Maar
de trots uit zich niet alleen in de taal, ook
in de cultuur. De eisteddfodau zijn jaarlijks
terugkerende festivals om de Welshe
identiteit te vieren.
De Welshe identiteit is ook een feestje, in
een terugblik. Altijd is de cultuur behouden
tegenover de bezetter of aanvaller, hoezeer
deze ook zijn best deed hem te vernietigen.
Zelfs toen ze bezet werden door de
Normandiërs bleef het Welsh bestaan. Owain
Glyndwrs droom is nog steeds een droom van
velen. En niet alle dromen zijn bedrog.
Epiloog
Zie ook:
Gerelateerde webpages
De opbouw van Wales
De Kelten en de Romeinen
Het eiland Mona
Owain Glyndwr
Het zwaard
De Welshe vlag
De Kelten en de Engelsen
De boog
Koning Arthur
Welshe oorlogvoering
Llywelyn Fawr
Verovering van Wales
Llywelyn de laatste
23
Met dank aan:
Marieke MacBean
Fiona Cuthill
Stevie Lawrence
Edgar & Louise
Aan dit magazine hebben
meegewerkt:
Judith Schoen
Patrick Gilbers
Heeft u vragen of opmerkingen, stuurt u ons dan een e-mail:
[email protected]

Vergelijkbare documenten