A Randomised Controlled Trial of Supervised Exercise

Commentaren

Transcriptie

A Randomised Controlled Trial of Supervised Exercise
A Randomised Controlled Trial of Supervised Exercise Regimens and their Impact on Walking
Performance, Skeletal Muscle Mass and Calpain Activity in Patients with Intermittent Claudication.
C.L. Delaney, M.D. Miller, T.K. Chataway, J.I. Spark.
European Journal of Vascular and Endovascular Surgery Volume 47 Issue 3 p. 304-310 March/2014
Achtergrond
Gesuperviseerde fysieke trainingsprogramma’s (supervised exercise training, SET)
worden aanbevolen voor patiënten met claudicatio intermittens (IC). Het is nog niet duidelijk welk
oefenprogramma optimaal is en wat mogelijke schadelijke effecten van fysieke training zijn bij deze
patiëntenpopulatie. Er zijn relaties aangetoond tussen calpaïne proteasen met weefselatrofie en
ischemie. Training kan leiden tot verhoogde calpaïne activiteit en deze verhoogde calpaïne activiteit
kan weer leiden tot schade in de spieren. De invloed van fysieke training op de spiermassa is bij deze
patiënten tot heden nog niet onderzocht. Behoud van spiermassa is echter een belangrijke
determinant tot het uitvoeren van ADL activiteiten, kwaliteit van leven en overleving. Van
spierkrachttraining als alternatieve trainingsvorm van SET bij patiënten met IC is aangetoond dat het
de spierkracht en het loopvermogen verbetert vergeleken met loopbandtraining. De doelstelling van
deze studie was de effecten te onderzoeken van loopbandtraining versus de combinatie van
loopbandtraining met krachttraining. De primaire uitkomstmaat was de pijnvrije loopafstand (painfree walking distance, PFWD), spiermassa en calpaïne activiteit.
Methode Personen met een klinisch beeld van IC, met een enkel-arm index <0.9 en radiografische
bevindingen van IC in de benen werden geïncludeerd. Patiënten met een kritisch ischemisch beeld in
de benen, met een recente operatie of cardio-respiratoire comorbiditeiten die hun
inspanningsvermogen limiteerden werden geëxcludeerd. De primaire uitkomstmaat was de PFWD,
gemeten met de 6-min looptest (6 min walk distance, 6MWD)). Er werden ook spierbiopten
genomen en de calpaïne activiteit bepaald. De skeletspiermassa werd bepaald met de DEXA scan.
Patiënten werden gerandomiseerd tot een gesuperviseerd loopbandprogramma van 12 weken met
twee sessies in de week van 60 min per sessie (groep A) of tot eenzelfde gesuperviseerd programma
aangevuld met krachttraining van de beenspieren (groep B). Dit krachtprogramma bestond uit 3
series van 8-12 herhalingen waarbij de weerstand met 5% werd verhoogd als 12 herhalingen konden
plaatsvinden. De krachtoefeningen bestonden uit hamstring curls, calf press, leg press, knie extensie
en heup abductie/adductie.
Resultaten 35 personen met IC werden geïncludeerd. Bij het begin van de studie waren er geen
significante verschillen tussen beide groepen in leeftijd, geslacht, body mass index, rookstatus,
medische voorgeschiedenis en enkel-arm index. De enkel-arm index bedroeg gemiddeld 0.71 (SD
0.23) en 0.72 (SD 0.15) in respectievelijk groep A en in groep B.
PFWD en de 6MWD namen significant toe in groep A en niet-significant in groep B. Er waren echter
geen statistisch significante verschillen tussen de groepen.
Calpaïne activiteit nam, op basis van een intention-to treat analyse, significant toe in groep A en nam
af in groep B. Er was geen statistisch significant verschil tussen de groepen.
Op basis van een intention-to-treat analyse nam de spiermassa niet-significant af in groep A en
significant toe in groep B. Op basis van een per-protocol analyse waren de verschillen tussen beide
groepen significant verschillend. Voor het symptomatische been nam de spiermassa significant toe in
groep B op basis van beide verschillende analyses en er was een significant verschil tussen beide
groepen.
Conclusie Een gesuperviseerd combinatieprogramma van loopbandtraining met krachttraining was
niet superieur in vergelijking met een loopbandprogramma aangaande het loopvermogen. Meer
onderzoek is nodig om de invloed van het calpaïne systeem op spiermassa bij claudicatiopatiënten te
onderzoeken die een gesuperviseerd trainingsprogramma krijgen.

Vergelijkbare documenten